Toestemming voor het mogen accepteren en verwerken van afval, inrichting van S&G Slib en Grondbeheer, aan Fahrenheitstraat 29 te Harlingen

  • I.

    Onderwerp

Op 7 december 2023 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van S&G Slib en Grondbeheer B.V. Het betreft het mogen accepteren en verwerken van afval met euralcode 01.05.08. De aanvraag heeft betrekking op de inrichting van S&G Slib en Grondbeheer gelegen aan de Fahrenheitstraat 29 te Harlingen. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 8245707 en nummer 2024-FUMO-0083417.

  • II.

    Besluit

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan S&G Slib en Grondbeheer B.V. een (omgevings)vergunning te verlenen:

  • -

    op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor het accepteren en verwerken van afvalstoffen met euralcode 01.05.08. Aan de verlening van de vergunning zijn geen voorschriften verbonden.

Wij besluiten tevens dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning:

  • -

    dat het volgende deel van de aanvraag onderdeel uitmaakt van deze vergunning:

    • o

      8245707_1701939128577_papierenformulier.pdf

    • o

      bijlage 1 d.d. 25-04-2024 “supplement en wijziging op “toevoeging Euralcode 01.05.08 S&G Slib- en Grondbeheer B.V. te Harlingen”

  • III.

    Procedure

Deze beschikking tot het verlenen van de omgevingsvergunning is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.

In werking treden omgevingsvergunning

Gelet op artikel 6.1, lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht treedt de omgevingsvergunning in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Dit is de dag na de verzenddatum. Binnen 6 weken na de dag van bekendmaking kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen. De vergunning kan dan worden gewijzigd of worden geweigerd. Maakt u direct gebruik van de vergunning, dan is dat voor uw eigen risico.

  • IV.

    Ondertekening en verzending

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

S.G.C. Boender

Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Afschrift aan:

  • -

    Wetterskip Fryslân, Postbus 36, 8900 AA LEEUWARDEN

  • -

    Gemeente Harlingen, t.a.v. [Naam], Postbus 10.000, 8860 HA HARLINGEN

  • -

    S&G Slib en Grondbeheer B.V., Fahrenheitstraat 29, 8861 NH HARLINGEN

Rechtsbeschermingsmiddelen

De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door publicatie in de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en in het Provinciaal blad van Fryslân via www.officielebekendmakingen.nl. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. Het indienen van een bezwaarschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking is in afwachting van de bezwaarprocedure, kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gedaan bij de Rechtbank Noord-Nederland.

 

OVERWEGINGEN

1. Procedurele aspecten

1.1 Gegevens aanvraag

Op 7 december 2023 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van S&G Slib en Grondbeheer B.V.

Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:

  • Het milieuneutraal veranderen van de inrichting of van de werking van de inrichting (artikel 2.1, lid 1, onder e, onder 2° en artikel 2.14, lid vijfde juncto artikel 3.10, derde lid).

1.2 Projectbeschrijving

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:

De aangevraagde verandering betreft het accepteren van Euralcode 01.05.08. Het betreft niet onder 010505* en 010506* vallend chloridehoudend boorgruis en boorafval, afkomstig van exploratie, mijnbouw, exploitatie van steengroeven en de fysische en chemische bewerking van mineralen.

De doorzet van de aangevraagde afvalstroom is per jaar 20.000 m3. De maximale opslagcapaciteit is 10.000 m3. Het accepteren van de nieuwe afvalstroom heeft geen gevolgen voor de totale opslag- en verwerkingscapaciteit. De totale opslag- en verwerkingscapaciteit van de inrichting blijft daarmee gelijk aan de vergunde situatie.

Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de niet technische samenvatting “supplement en wijziging op “toevoeging Euralcode 01.05.08 S&G Slib en Grondbeheer bv te Harlingen“ die als bijlage toegevoegd is aan de aanvraag om vergunning.

1.3 Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag bestaat uit de volgende delen:

  • o

    8245707_1701939128577_papierenformulier.pdf

  • o

    bijlage 1 d.d. 25-04-2024 “supplement en wijziging op “toevoeging Euralcode 01.05.08 S&G Slib- en Grondbeheer bv ten Harlingen”

1.4 Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend:

Soort

Vergunning datum

Kenmerk

Onderwerp

Oprichtingsvergunning*

18 juli 2007

00706197

Opslag en bewerking van maximaal 8.100 kuub baggerspecie klasse 3 en 4

Veranderingsvergunning*

18 mei 2009

00818586

Uitbreiding van het terrein en de daarbij behorende capaciteit voor de opslag en bewerking van baggerspecie klasse A en B. Inname en opslag van grond verontreinigd met minerale

olie.

Veranderingsvergunning

28 april 2011

U11.001600

Uitbreiding aantal euralcodes die mogen worden geaccepteerd. Wijziging geluidvoorschriften.

Veranderingsvergunning

18 maart 2014

U14.001096

Composteren van groenafval en acceptatie en bewerking van grondachtige stromen zoals bentoniet, grout en boorgruis.

De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.

1.5 Vergunningplicht 

De aanvraag heeft, op basis van artikel 2.1 van het Besluit omgevingsrecht, in samenhang met categorie 28.10 van het onderdeel C van bijlage 1 bij het Besluit omgevingsrecht (Bor), betrekking op een vergunningplichtige inrichting. De activiteiten zijn niet genoemd onder een van de uitzonderingen.

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:

Categorie

Omschrijving

28.4.a onder 3°.

van buiten de inrichting afkomstige verontreinigde grond, waaronder begrepen verontreinigde baggerspecie, met een capaciteit ten aanzien daarvan van 10.000 m3 of meer.

28.1.b

het verwerken van afvalstoffen (i.e. composteren van groenafval afkomstig van buiten de inrichting).

28.4.b onder 1°

het ontwateren, microbiologisch of anderszins biologisch of chemisch omzetten, agglomereren, deglomereren, mechanisch, fysisch of chemisch scheiden, mengen, verdichten of thermisch behandelen – anders dan verbranden – van buiten de inrichting afkomstige huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 15.000.000 kg per jaar of meer.

Op grond van categorie 28.4.a onder 3°, 28.1.b en 28.4.b onder 1° is sprake van vergunningplichtige activiteiten.

1.6 Wet natuurbescherming (Wnb)

Voor de verandering is geen vergunning op basis van de Wnb nodig.

1.7 Bevoegd gezag

De aanvraag is ingediend bij de gemeente Harlingen. Voor deze aanvraag is echter de provincie Fryslân het bevoegde gezag. De gemeente Harlingen heeft de aanvraag op grond van artikel 2:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doorgestuurd naar de provincie Fryslân.

De provincie Fryslân is bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3 eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 28.4, sub a onder 5 en 6 en 28.10 van het Bor.

1.8 Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.

1.9 Procedure

Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop is de aanvraag overeenkomstig artikelen 3.8 Wabo en 12 Bekendmakingswet digitaal gepubliceerd op internet op de website van www.officiëlebekendmakingen.nl .

1.10 Adviezen

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor en de geringe omvang van de wijziging, hebben wij geen adviezen gevraagd.

1.11 Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden. De Omgevingswet heeft onder andere de Wabo vervangen inclusief onderliggende wetten en besluiten. Deze aanvraag is echter ingediend vóór 1 januari 2024 wat betekent dat de aanvraag op grond van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet behandeld moet worden conform het “oude” recht. We hebben deze aanvraag dan ook conform de Wabo behandeld.

Op het moment dat de omgevingsvergunning onherroepelijk is, wordt deze op grond van artikel 4.13 lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet van rechtswege omgezet naar een omgevingsvergunning onder de Omgevingswet. Deze omgevingsvergunning blijft gelden zolang de inrichting naar aard en omvang hetzelfde blijft. De aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt tevens aangemerkt als een melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving en het omgevingsplan.

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en omgevingsplan

Op 1 januari 2024 is het Activiteitenbesluit milieubeheer en bijbehorende ministeriële regeling vervallen. Vanaf deze datum zijn voor milieubelastende activiteiten die niet (meer) onder de vergunningplicht vallen de regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan van toepassing. Als in het Bal direct werkende algemene regels zijn opgenomen, wordt - net als bij het Activiteitenbesluit milieubeheer – deze regel niet als voorschrift in de vergunning opgenomen. De algemene regel volstaat dan.

Ook onder de Omgevingswet is er sprake van een vergunningplicht voor de kernactiviteit. Paragraaf 3.5.8 (grondbank of grondreinigingsbedrijf). Artikel 3.178 lid 1 onder a en b van het Bal geeft aan dat er sprake is van een milieubelastende activiteit (mba), het opslaan van meer dan een partij ingezamelde of afgegeven grond of baggerspecie en het bewerken van grond of baggerspecie. Artikel 3.179 van het Bal bepaalt dat sprake is van een vergunningplichtige activiteit.

2. INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN

Overwegingen milieu neutrale verandering

2.1 Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt:

  • 1.

    tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;

  • 2.

    tot een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;

  • 3.

    tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.

2.2 Toetsing milieu neutrale verandering

Toetsing gevolgen voor milieu

Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande criteria voldoet, om de volgende redenen:

Bodem

De nieuw te accepteren afvalstroom dient conform de voorschriften te worden opgeslagen.

Het bodemrisico van de aangevraagde wijziging zal hierdoor verwaarloosbaar zijn.

Geluid

De totale opslag- en verwerkingscapaciteit van de inrichting blijft gelijk. Er vinden ten gevolge van het accepteren van de nieuwe afvalstroom geen extra voertuigbewegingen en extra inzet van materieel op de inrichting plaats. De aangevraagde verandering heeft daarom geen gevolgen voor de inrichting voor wat betreft het aspect geluid.

Afvalstoffen

De aangevraagde wijziging zal geen gevolgen hebben voor de reeds vergunde maximale doorzet of hoeveelheid afvalstoffen die binnen de inrichting aanwezig zijn. De aangevraagde afvalstroom met Euralcode 01.05.08 is ontstaan tijdens het boren door zoutlagen en hierdoor chloride houdend. De aanwezigheid van zout maakt niet dat deze afvalstroom moet worden beschouwd als gevaarlijke afvalstof..De minimum standaard voor de afvalstroom met Euralcode 01.05.08 is gelijk aan de reeds vergunde afvalstroom 01.05.04.

De aangevraagde afvalstroom met Euralcode 01.05.08 wordt eerst tijdelijk opgeslagen en kan in de toekomst als grondstof dienen voor een extractieve reiniger. Voor deze nog niet vergunde extractieve reiniger zal door de inrichtinghouder een afzonderlijke aanvraag om een omgevingsvergunning worden ingediend zoals aangegeven in bijlage 1 d.d. 25-04-2024 “supplement en wijziging op “toevoeging Euralcode 01.05.08 S&G Slib- en Grondbeheer bv ten Harlingen” behorende bij de aanvraag.

Geur

De aangevraagde afvalstroom is niet geurend. De aangevraagde verandering zal niet leiden tot een toename van de emissie van geur ten opzichte van de vergunde situatie.

Afvalwater

Het accepteren van een nieuwe euralcode heeft geen gevolgen voor de hoeveelheid of kwaliteit van afvalwater die op de inrichting vrijkomt. De verandering heeft voor het aspect afvalwater geen nadelige gevolgen voor het milieu ten opzichte van de vergunde situatie.

Externe veiligheid

De wijziging heeft geen gevolgen voor het aspect veiligheid.

Energie

De totale tonnage opslag en verwerkingscapaciteit op de inrichting blijft gelijk. Er vinden ten gevolge van het accepteren van de nieuwe afvalstroom geen extra voertuigbewegingen en extra inzet van materieel op de inrichting plaats. De verandering heeft voor het aspect energie geen nadelige gevolgen voor het milieu ten opzichte van de vergunde situatie.

De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting. Er is dan ook geen sprake van andere nadelige gevolgen dan toegestaan volgens de geldende vergunning.

Wij concluderen dat de verandering niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan.

Toetsing andere inrichting

Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.

Toetsing milieueffectrapport

De voorgenomen verandering komt noch voor in onderdeel C, noch in onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is daarom niet m.e.r.-plichtig noch m.e.r.-beoordelingsplichtig.

2.3 Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.

Tevens is er geen reden om voorschriften aan deze omgevingsvergunning milieu neutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.

 

BIJLAGE

BEGRIPPENLIJST

Voor de begrippen die niet in deze lijst zijn opgenomen refereren wij naar de definities zoals die zijn opgenomen in de geldende wet- en regelgeving (zoals de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, de Omgevingsregeling, de Wet veiligheidsregio’s etc.)

Begrip

Definitie

Considerans

BBT

Best Beschikbare techniek genoemd in een BBT document.

BREF

BAT Reference document. Een in Europees verband vastgesteld document waarin de BBT worden beschreven die specifiek zijn voor een bepaalde branche of activiteit.

ILT

Inspectie Leefomgeving en Transport

IPLO

Informatiepunt Leefomgeving

IPPC

Integrated Pollution Prevention and Control

MER

Milieueffectrapport

OP

Omgevingsplan

REACH-verordening

REACH staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en beperking van Chemische stoffen. REACH stelt beperkingen aan het gebruik van stoffen wanneer negatieve effecten ervan op mens en/of milieu bekend zijn, 18 december 2006.

AO/IC

Administratieve organisatie en interne controle

AV-beleid

Acceptatie- en verwerkingsbeleid

Eural-code

Om eenduidige karakterisering van afvalstoffen binnen de lidstaten van de Europese Unie mogelijk te maken is door de Europese Commissie één lijst met afvalstoffen aangenomen: de Europese afvalstoffenlijst (EURAL). Deze bevat circa 840 verschillende afvalstoffen, deels gerangschikt naar herkomst, namelijk de bedrijfstak of bedrijfsactiviteit waarbij de afvalstof vrijkomt of naar soort van afvalstof. Elke afvalstof is voorzien van een zes-cijferige code.

Inzamelaar

Degene die afvalstoffen verzamelt, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie.

RIE

Richtlijn Industriële Emissies

Mengen

Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling of concentraties aanwezige componenten niet met elkaar vergelijkbaar zijn. Onder ‘mengen’ wordt in ieder geval gevat:

  • -

    het samenvoegen van afvalstoffen die vallen binnen verschillende afvalcategorieën van ‘bijlage 5; Lijst met gescheiden te houden afvalstoffen;

  • -

    het samenvoegen van afvalstoffen met niet-afvalstoffen;

  • -

    verdunnen van afvalstoffen;

  • -

    het samenvoegen van afvalstoffen binnen één afvalcategorie.

Minimumstandaard

De minimale hoogwaardigheid van verwerking van afzonderlijke afvalstoffen of categorieën van afvalstoffen. De minimumstandaard vormt een referentie voor de maximale milieudruk die verwerking van (een categorie van) afvalstoffen mag opleveren. De standaard is een invulling van de afvalhiërarchie voor afzonderlijke afvalstoffen en vormt op die manier een referentieniveau bij de vergunningverlening voor afvalbeheer. Ook betreft het een uitwerking van de artikelen 3 en 4 van de kaderrichtlijn afvalstoffen.

Naar boven