Toestemming voor opslaan, overslaan en grof voorsorteren van bedrijfsafvalstoffen en andere afvalstoffen, inclusief gevaarlijke afvalstoffen, alsmede het persen tot balen van (landbouw)plastic aan Snelliusweg 4 te Leeuwarden

ONDERWERP

Op 13 januari 2004 is een omgevingsvergunning verleend voor het opslaan, overslaan en grof voorsorteren van bedrijfsafvalstoffen en andere afvalstoffen, inclusief gevaarlijke afvalstoffen, alsmede het persen tot balen van (landbouw)plastic. Dit besluit betreft de inrichting op Snelliusweg 4 te Leeuwarden. De omgevingsvergunning is geregistreerd onder nummer 00545529. Daarna zijn nog diverse omgevingsvergunningen verleend dan wel hebben er ambtshalve wijzigingen van de verleende omgevingsvergunningen plaatsgevonden (zie verder onder de procedurele aspecten).

Wij hebben de omgevingsvergunning van 13 januari 2004 ambtshalve gewijzigd.

Binnen de inrichting is een IPPC-installatie aanwezig, namelijk een categorie 5.5 installatie als bedoeld in de Richtlijn industriële emissies: tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van 50 ton of meer in afwachting van in categorie 5.1, 5.2, 5.4 en 5.6 vermelde behandelingen. Sinds 1 januari 2013 geldt een extra actualisatieplicht voor IPPC-installaties (artikel 2.30 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in combinatie met artikel 5.10 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht). De plicht houdt in dat binnen vier jaar na publicatie van de BBT-conclusies moet worden getoetst of de vergunning nog voldoet aan de BBT-conclusies. Indien de voorschriften niet voldoen, moet de vergunning binnen de termijn van vier jaar zijn geactualiseerd.

Aanleiding voor deze voorgenomen ambtshalve wijziging is de toets aan de BBT-conclusies afvalverwerking en de nieuwe Nederlandse informatiedocumenten BBT.

De BBT-conclusies Afvalbehandeling zijn op 17 augustus 2018 gepubliceerd. Wij hebben de omgevingsvergunning van 13 januari 2004 met kenmerk 00545529 beoordeeld en zijn van oordeel dat de omgevingsvergunning voldoet aan de BBT-conclusies Afvalbehandeling, maar niet aan de Nederlandse informatiedocumenten BBT. Wij passen daarom met dit besluit de omgevingsvergunning van 13 januari 2004 met kenmerk 00545529 ambtshalve aan door een voorschrift te vervangen.

BESLUIT

Wij besluiten, gelet op artikel 2.31 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo): - ambtshalve de omgevingsvergunning van 13 januari 2004 met kenmerk 00545529 te wijzigen.

De wijziging omvat het vervangen van voorschrift 9.5.1 met voorschrift 1.1.1 van dit besluit.

ONDERTEKENING EN VERZENDING

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

S.G.C. BoenderAfdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Een kopie van deze beschikking is naar de volgende instanties en personen gestuurd:

College van Burgemeester en Wethouders

van de gemeente Leeuwarden

Postbus 21000

8900 JA Leeuwarden

RECHTSMIDDELEN EN INWERKINGTREDING

Bekendmaking, inwerkingtreding en rechtsbeschermingsmiddelen (definitieve) beschikking

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Daarnaast wordt een kennisgeving gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en in het Provinciaal blad van Fryslân via www.officielebekendmakingen.nl. De beschikking treedt in werking zes weken na bekendmaking van het definitieve besluit.

De aanvraag en de beschikking met de daarbij behorende stukken worden op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van de in de kennisgeving vermelde dag gedurende zes weken ter inzage gelegd. Inzage is mogelijk bij de gemeente/provincie/FUMO.

Een dag nadat de beschikking ter inzage is gelegd, start de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift. In die periode kunnen zowel u als belanghebbenden beroep aantekenen tegen deze beschikking. Ook niet-belanghebbenden kunnen beroep aantekenen indien zij een zienswijze hebben ingediend.

Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij Rechtbank Noord-Nederland, Postbus 150, 9700 AD Groningen.

Het indienen van een beroepschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat deze beschikking in werking treedt na afloop van de beroepstermijn, kan tijdens die termijn om een voorlopige voorziening worden verzocht. Dit verzoek kan worden gedaan bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord Nederland, Postbus 781 9700 AT Groningen. De beschikking treedt in dat geval niet in werking voordat over dit verzoek is beslist.

VOORSCHRIFTEN

1. EXTERNE VEILIGHEID

1.1 Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen

1.1.1 De opslag van verpakte gevaarlijke stoffen die vallen onder de ADR-klassen, zoals genoemd in de richtlijn PGS 15:2016 moet in de speciaal daarvoor bestemde opslagruimten plaatsvinden en moet voldoen aan de volgende voorschriften van de PGS 15:2016:

  • a.

    3.1.1 tot en met 3.1.5;

  • b.

    3.2.1 tot en met 3.2.13 uitgezonderd 3.2.5;

  • c.

    3.4.1 tot en met 3.4.12;

  • d.

    3.5.1 tot en met 3.5.3;

  • e.

    3.6.1;

  • f.

    3.11.1 tot en 3.11.3;

  • g.

    3.12.1;

  • h.

    3.13.1 tot en met 3.13.3;

  • i.

    3.14.1 en 3.14.2;

  • j.

    3.15.1;

  • k.

    3.16.1;

  • l.

    3.17.1 tot en met 3.17.3;

  • m.

    3.18.1.

 

OVERWEGINGEN

1. PROCEDURELE OVERWEGINGEN

  • 1.1

    Aanleiding

PreZero heeft een vergunning voor het opslaan, overslaan en grof voorsorteren van bedrijfsafvalstoffen en andere afvalstoffen, inclusief gevaarlijke afvalstoffen, alsmede het persen tot balen van (landbouw)plastic.

De tijdelijke opslag van gevaarlijke stoffen activiteiten worden genoemd in bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) en wel in categorie 5.5.

Wij hebben de omgevingsvergunning getoetst aan:

  • De RIE en de daarbij behorende BBT-conclusies;

  • (BBT)-conclusies afvalbehandeling.

Ook hebben we getoetst aan de Nederlandse informatiedocumenten BBT zoals aangegeven in de bijlage van de Ministeriële omgevingsregeling (Mor).

Deze toetsing geeft aanleiding tot het aanpassen van de eerder verleende vergunning(en).

  • 1.2

    Gegevens vergunninghouder

Op 13 januari 2004 is een revisievergunning verleend aan SITA Recycling Services Noord-Oost B.V. aan de Snelliusweg 4 te Leeuwarden met kenmerk 00545529. De vergunning is nadien overgenomen door PreZero Nederland (PreZero).

PreZero heeft een vergunning voor het opslaan, overslaan en grof voorsorteren van bedrijfsafvalstoffen en andere afvalstoffen, inclusief gevaarlijke afvalstoffen, alsmede een vergunning voor het tot balen persen van (landbouw)plastic.

De tijdelijke opslag van gevaarlijke stoffen wordt genoemd in categorie 5.5 van bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE).

  • 1.3

    Projectbeschrijving

Vanaf 1 januari 2013 geldt een extra actualisatieplicht voor IPPC-installaties (artikel 2.30 van de Wabo in combinatie met artikel 5.10, lid 1, van het Bor). De plicht houdt in dat binnen een termijn van vier jaar na publicatie van de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit van een IPPC-installatie de omgevingsvergunning moet zijn geactualiseerd, waar nodig, op basis van de nieuwe BBT-conclusie.

Op 17 augustus 2018 heeft de Europese commissie de beste beschikbare technieken (BBT)-conclusies afvalbehandeling gepubliceerd. De BBT-conclusies afvalbehandeling gaan onder andere over de volgende activiteiten uit bijlage 1 van de RIE:

  • -

    5.5: tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffen in afwachting van in categorie 5.1, 5.2, 5.4 en 5.6 vermelde behandelingen.

Voor deze actualisatie hebben wij de eerder verleende omgevingsvergunningen van de inrichting getoetst aan de BBT-conclusies Afvalbehandeling, aan overige relevante BBT-conclusies en aan bij ministeriële regeling aangewezen informatiedocumenten over beste beschikbare technieken, die sinds het verlenen van de omgevingsvergunning of de laatste toetsing zijn vastgesteld of herzien. De toetsing geeft aanleiding tot het aanpassen van de eerder verleende omgevingsvergunning van 13 januari 2004 (kenmerk 00545529) op basis van de Nederlandse informatiedocumenten BBT.

  • 1.4

    Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:

Soort

Vergunning datum

Kenmerk

Onderwerp

Revisievergunning*

13 januari 2004

00545529

Het in werking hebben van een inrichting voor het op- en overslaan van afvalstoffen en het grof sorteren van afvalstoffen.

WVO vergunning*

3 februari 2004

WF.03/2214/13

Indirecte lozingen

Melding wet milieubeheer*

17 december 2009

00867812

Vervangen vloeistofkerende verharding, verhogen bordes en vervangen tankplaats.

Ambtshalve aanpassing

13 augustus 2010

00909767

Vervangen van verouderde voorschriften.

Veranderingsvergunning

25 januari 2017

2016-FUMO-0016887

Wijziging en toevoeging van nieuwe afvalstromen.

Ambtshalve aanpassing

21 november 2019

2019-FUMO-0032776

Actualisatie op basis van LAP3

Veranderingsvergunning

12 april 2023

2021-FUMO-0058217

Uitbreiden van het terrein en de capaciteit van de inrichting.

De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Invoeringswet Wabo) gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.

  • 1.5

    Vergunningplicht

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De volgende categorieën zijn van toepassing:

Categorie

Omschrijving

28.4

Het opslaan van gevaarlijke afvalstoffen afkomstig van buiten de inrichting

28.10

Het verwerken van afvalstoffen die niet vallen onder uitgezonderde categorieën

Op grond van categorie 28.10 is sprake van een vergunningplichtige activiteit.

Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I categorie 5.5 van de RIE. Om die reden is op grond van artikel 2.1 tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.

  • 1.6

    Bevoegd gezag

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo juncto artikel 3.3 eerste lid van het Bor. De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C categorie 28.4 van het Bor en omdat het een inrichting betreft waartoe een IPPC-installatie behoort als genoemd in Bijlage I, categorie 5.5 van de Richtlijn industriële emissies (Rie).

  • 1.7

    Procedure 

De vigerende omgevingsvergunning is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet hierop dient de wijziging eveneens te worden voorbereid met deze uitgebreide voorbereidingsprocedure.

  • 1.8

    Adviezen

Wij hebben advies gevraagd aan Wetterskip Fryslân. Op 22 december 2022 hebben wij advies van het Wetterskip ontvangen. In de inhoudelijk overwegingen wordt ingegaan op dit advies.

  • 1.9

    Zienswijze

Het ontwerp van de beschikking heeft van 3 juli 2023 tot en met 14 augustus 2023 ter inzage gelegen. Eenieder is in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beschikking wordt dan ook ongewijzigd vastgesteld.

2. INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN

  • 2.1

    Toetsingskader

Vanaf 1 januari 2013 geldt een actualisatieplicht voor IPPC-installaties (Artikel 5.10 eerste lid van het Bor). De plicht houdt in dat:

  • Binnen een termijn van vier jaar na publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie van de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit van een IPPC-installatie de voorschriften van de omgevingsvergunning moeten worden getoetst aan de beste beschikbare technieken (BBT) die staan in deze (nieuwe) BBT-conclusies (en alle overige relevante BBT-documenten);

  • Als niet wordt voldaan aan deze BBT's moeten de vergunningvoorschriften worden geactualiseerd en;

  • De betreffende IPPC-installatie binnen de termijn van vier jaar gaat voldoen aan deze geactualiseerde voorschriften.

De actualisatieplicht start dus op het moment dat de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit zijn gepubliceerd. Daarom zal bij IPPC-installaties waarin meerdere activiteiten uit bijlage 1 van de RIE worden uitgeoefend, bepaald moet worden welke activiteit voor de betreffende IPPC-installatie zal worden aangemerkt als de hoofdactiviteit.

Binnen deze inrichting vinden meerdere activiteiten uit bijlage 1 van de RIE plaats. Daarom is in overleg met de vergunninghouder van de inrichting nagegaan welke BBT-conclusies relevant zijn voor de hoofdactiviteit en welke BBT-conclusies daarmee het startpunt zullen worden van de (verplichte) vergunning actualisatie. Dit betekent dat na publicatie van deze BBT-conclusies in het publicatieblad van de Europese Unie de actualisatieplicht zal beginnen.

Er moet worden voldaan aan de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit en aan andere relevante BBT-conclusies.

Artikel 2.31, eerste lid, geeft de omstandigheden aan waaronder het bevoegd gezag verplicht is de voorschriften van de omgevingsvergunning te wijzigen. Onder b wordt aangegeven dat de voorschriften van de vergunning moeten worden aangescherpt als – kort samengevat – de bescherming van het milieu dit noodzakelijk maakt. Of die noodzaak bestaat kan worden afgeleid uit het toetsingskader dat geldt voor het toepassen van de actualiseringsplicht van art. 2.30 van de Wabo, dat is opgenomen in art. 5.10 derde lid van het Bor. Op grond van artikel 2.31, tweede lid, heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om een vergunning aan te passen. Deze mogelijkheid bestaat voor zover dit in het belang van de bescherming van het milieu is.

Artikel 2.31a, eerste lid van de Wabo geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om, ter bescherming van het milieu, andere technieken voor te schrijven dan in de aanvraag zijn opgenomen en daarmee de grondslag van de aanvraag te verlaten. Op grond van artikel 2.31a, tweede lid is de vergunninghouder verplicht desgevraagd gegevens aan het bevoegd gezag te overleggen die nodig zijn voor de beoordeling of alle relevante BBT-maatregelen worden toegepast.

Overeenkomstig artikel 2.31, eerste lid van de Wabo, moet en overeenkomstig artikel 2.31 tweede lid van de Wabo, kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning wijzigen. De omstandigheden waaronder dit moet of kan gebeuren zijn eveneens vermeld in dit artikel. In dit geval is er sprake van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.31, tweede lid, onder b.

  • 2.2

    Beste beschikbare technieken

In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu moeten aan de vergunning voorschriften worden verbonden die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk – bij voorkeur bij de bron – te beperken en ongedaan te maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende BBT worden toegepast. 

Aanleiding voor actualisatie is de vernieuwde BBT-conclusies voor de BREF-afvalbehandeling van 10 augustus 2018. Hiervoor is op 2 november 2021 aan het bedrijf gevraagd om een IPPC-tool in te vullen om te bepalen of en in hoeverre aan de BBT-conclusies van de BREF Afvalbehandeling wordt voldaan. Deze is door het bedrijf ingeleverd op 6 december 2021.

Bij het bepalen van de BBT hebben we rekening gehouden met de volgende van toepassing zijnde BBT-conclusies:

  • BBT-conclusies afvalbehandeling.

Uit het advies van Wetterskip Fryslân van 22 december 2022 blijkt het volgende:

Binnen de inrichting komt afvalwater vrij in de vorm van afstromend hemelwater van het bedrijfsterrein waar materialen opgeslagen liggen, containers gestald zijn, bewerking van de materialen plaatsvindt (met name het nieuwe terreindeel) en wasplaats en een tankplaats aanwezig is. Al het afvalwater wordt geloosd op het gemeentelijke vuilwaterriool. Uit toetsing aan de BREF- afvalbehandeling blijkt dat voor het onderdeel water wordt voldaan aan de BREF- afvalbehandeling.

Uit onze toets gebaseerd op de ingeleverde informatie blijkt dat de inrichting voldoet aan de BBT-conclusies van de BREF-afvalbehandeling. Hierom hoeft niet geactualiseerd te worden op dit onderdeel.

Bij het bepalen van de BBT hebben wij verder rekening gehouden met de volgende informatiedocumenten over BBT, zoals aangewezen in de bijlage van de Mor:

  • PGS 15:2016;

  • PGS 30:2011.

De toepassing van de Nederlandse richtlijn bodembescherming en de PGS 30: 2011 zijn opgenomen in de rechtstreeks werkende voorschriften van het Activiteitenbesluit, daarom wordt in de voorschriften bij dit besluit alleen verwezen naar de PGS 15:2016.

Voor het opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking is het nodig om voorschriften op te nemen voor het beschermen van het milieu, voornamelijk in verband met bodembescherming en externe veiligheid. In de huidige vergunning situatie wordt de PGS 15:2005 voorgeschreven. Deze voorschriften zijn verouderd. Om te voldoen aan BBT is het noodzakelijk te actualiseren naar de PGS 15:2016. Hiervoor wordt voorschrift 9.5.1 van het besluit van 13 augustus 2010 met kenmerk 00909767 ingetrokken en vervangen door voorschrift 1.1.1 van dit besluit.

De veranderingen ten opzichte van de PGS 15:2005 houden in het kort in:

Het is nu mogelijk om koopmansgoederen in een PGS 15 opslag te bewaren, alsmede om bepaalde activiteiten gerelateerd aan opslag te verrichten binnen de opslag. Ook zijn de regels aangepast voor de opslag van niet brandgevaarlijke stoffen en zijn de voorschriften voor housekeeping aangepast.

Met deze maatregelen voldoet de inrichting aan BBT.

  • 2.3

    Conclusie

Het voorschrift 9.5.1 van de ambtshalve actualisatie van 13 augustus 2010 met kenmerk 00909767 wordt ambtshalve ingetrokken en vervangen door voorschrift 1.1.1 van dit besluit. De wijziging betreft het veranderen van de versie van de PGS 15 die van toepassing is.

3. BEGRIPPENLIJST

Voor de begrippen die niet in deze lijst zijn opgenomen refereren wij naar de definities zoals die zijn opgenomen in de geldende wet- en regelgeving (zoals het Activiteitenbesluit, de Activiteitenregeling, het Besluit omgevingsrecht, het Besluit externe veiligheid inrichtingen, de Wet geurhinder en veehouderij etc.)

Begrip

Definitie

Considerans

BBT

Beste Beschikbare techniek genoemd in een BBT-document.

BREF

BAT Reference document. Een in Europees verband vastgesteld document waarin de BBT worden beschreven die specifiek zijn voor een bepaalde branche of activiteit.

IPPC

Integrated Pollution Prevention and Control

PGS

Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) en de PGS-beheerorganisatie. De publicatiereeks is een handreiking voor bedrijven die gevaarlijke stoffen produceren, transporteren, opslaan of gebruiken en voor overheden die zijn belast met het toezicht op en de vergunningverlening aan deze bedrijven.

Naar boven