Provinciaal blad van Gelderland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2024, 20013 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2024, 20013 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Financiële verordening Gelderland 2025
Hoofdstuk 1 uitgangspunten voor het financiële beleid
Provinciale Staten stellen bij aanvang van een nieuwe Statenperiode de programma-indeling vast voor de planning & controlcyclus.
Hoofdstuk 2 uitgangspunten voor het financiële beheer
Artikel 5 Grondslagen waardering en afschrijving
Alle vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. Directe personeelslasten worden toegerekend aan de vaste activa volgens een vast percentage van 5%. De overhead (indirecte personeelslasten) wordt niet geactiveerd.
Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd mits wordt voldaan aan de eisen van artikel 61 van het BBV. Als bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd, worden deze afgeschreven overeenkomstig de geldende termijnen. Hierbij wordt geen langere afschrijvingsduur gehanteerd dan de afschrijvingsduur die gehanteerd wordt bij de betreffende derde.
Artikel 7 Weerstandsvermogen en risicomanagement
Gedeputeerde Staten bieden tenminste één keer per statenperiode aan Provinciale Staten een beleidskader weerstandsvermogen en risicomanagement ter vaststelling aan.
Artikel 8 Reserves en voorzieningen
Gedeputeerde Staten bieden tenminste één keer per statenperiode aan Provinciale Staten een beleidskader reserves en voorzieningen ter vaststelling aan.
Artikel 9 Financieringsfunctie
Gedeputeerde Staten nemen bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht:
het uitzetten van tijdelijk overtollige geldmiddelen gebeurt uitsluitend conform de Wet Financiering decentrale overheden via het verplicht Schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën, met uitzondering van uitzettingen vanuit de publieke taak van de provincie, alsmede het uitlenen aan andere decentrale overheden die niet onder toezicht staan van de provincie.
Het percentage van de (omslag)rente wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld volgens de notitie rente van de commissie BBV. De uitkomst van dit percentage wordt naar beneden afgerond op 1 cijfer achter de komma. Deze rente wordt op consistente en eenduidige wijze toegerekend aan de individuele posten. Het is niet toegestaan om per investering of taakveld te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage.
Artikel 10 Verbonden partijen en andere participaties
Gedeputeerde Staten bieden tenminste één keer per statenperiode aan Provinciale Staten een Beleidskader verbonden partijen ter vaststelling aan.
Hoofdstuk 3 uitgangspunten voor de inrichting van de financiële organisatie
Artikel 13 Financiële administratie en organisatie
Bij subsidies met meerjarige lastneming worden bij significante wijzigingen in de uitgavenplanning (tot en met het huidige boekjaar) de subsidiebeschikkingen herzien even als de te nemen last. Onder een significante wijziging wordt verstaan een wijziging van meer dan 20% van het verleende subsidiebedrag of meer dan € 1 miljoen.
Hoofdstuk 4 borging aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle
Artikel 14 Rechtmatigheid, voorwaarden- en begrotingscriterium
In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren Gedeputeerde Staten over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten van de provincie, inclusief de toevoeging aan de reserves. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen, fouten of onduidelijkheden groter dan € 600.000 nader toegelicht.
Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. Gedeputeerde Staten bieden jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan.
De begrotingsrechtmatigheid wordt bij investeringsprojecten beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
de overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording, voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden, maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 15: Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium
Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en provinciale eigendommen bij financiële beheershandelingen.
In deze verordening worden vier verschillende Beleidskaders genoemd: weerstandsvermogen en risicomanagement, reserves en voorzieningen, verbonden partijen, grondbeleid. Deze worden op het moment van schrijven van dit voorstel Nota’s genoemd. Provinciale Staten besluiten hiermee dat deze Nota’s voortaan aangehaald worden als Beleidskaders.
In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten worden veel definities gegeven. Daarom is het niet nodig om in de Financiële verordening Gelderland 2024 deze definities uit te schrijven. Hieronder toch een korte toelichting op enkele begripsbepalingen:
Begroting: deze bestaat ten minste uit de beleidsbegroting en de financiële begroting.
Jaarstukken: deze bestaat ten minste uit het jaarverslag en de jaarrekening.
Programma: Een programma is een samenhangend geheel van activiteiten.
Bestuursrapportage: De voorjaarsnota en najaarsnota zijn voorbeelden van bestuursrapportages.
Van belang is dat de programma-indeling toekomstbestendig is. Bij een wijziging gaat de vergelijkbaarheid met een voorgaande indeling verloren.
Artikel 3 Inrichting stukken planning & controlcyclus
De Kadernota die in dit artikel opgenomen is, is de start van de planning & controlcyclus voor het betreffende begrotingsjaar. Hierin worden de kaders opgenomen voor de begroting van het komende jaar.
Met financiële ruimte wordt in dit artikel de exploitatieruimte en incidentele ruimte bedoeld.
Voorbeelden van een bestuursrapportage zijn de voorjaarsnota en najaarsnota.
Artikel 4 Autorisatie begroting, investeringskredieten en wijzigingen
In dit artikel wordt in lid 1 gesproken over programmaniveau. Die term is gerelateerd aan het BBV. In Gelderland zijn dat op dit moment de ambities.
Met budgetoverheveling wordt in dit artikel bedoeld de budgetten die niet of niet volledig zijn uitgegeven in enig jaar en waarbij de prestatie niet of niet volledig is geleverd gaan over van het ene jaar naar het andere jaar.
Met exploitatieruimte wordt in dit artikel bedoeld de ruimte die structureel beschikbaar is, zoals bedoeld in artikel 193 van de Provinciewet lid 2: “Provinciale staten zien erop toe dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Hiervan kunnen zij afwijken als aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht.”
Artikel 5 Grondslagen waardering en afschrijving
In dit artikel wordt gesproken over een ondergrens voor verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs. Met dit lid 11 wordt bedoeld dat als de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs zonder de te activeren uren lager dan € 500.000 ligt, er niet geactiveerd wordt.
In lid 13 wordt gesproken over diverse afschrijvingspercentages. Hieronder volgen de voorbeelden:
In dit artikel staat welke kosten toe te rekenen zijn aan de directe kosten. Uit die definitie volgt dat de volgende kosten niet worden toegerekend aan de leges: werkzaamheden van de betrokken vergunningverleners die geen betrekking hebben op vergunningverlening, beleidswerkzaamheden met betrekking tot vergunningverlening, werkzaamheden noodzakelijk voor bezwaar en beroep, toezicht en handhaving, vooroverleg, software- en opleidingskosten. Deze kosten mogen -juridisch gezien- geheel of soms gedeeltelijk toegerekend worden aan leges.
Artikel 8 Reserves en voorzieningen
In de nota reserves en voorzieningen wordt mede ingegaan op het budgetrecht en de informatievoorziening van de reserves en voorzieningen.
Artikel 9 Financieringsfunctie
Met uitzettingen wordt in dit artikel bedoeld het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.
In het Beleidskader Grondbeleid wordt mede ingegaan op de kaders en uitgangspunten voor het grondbeleid, de informatievoorziening aan Provinciale Staten en de borging en risicobeheersing.
Het jaarverslag maakt samen met de jaarrekening onderdeel uit van de jaarstukken, zoals in artikel 24 van het BBV.
Artikel 13 Financiële administratie en organisatie
Met administratie wordt in dit artikel bedoeld het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van de organisatie van de provincie en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
Om te voorkomen dat er onnodig zware administratieve lasten ontstaan voor de subsidieontvanger en de subsidieverstrekker dient het grensbedrag zoals genoemd in lid 4 niet te laag te worden vastgesteld. Door provincies is in eerste instantie in samenspraak met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken en accountants een bandbreedte van tussen de 0,25 % en 0,5 % van het totaal aan totale provinciale lasten conform de primaire begroting als richtlijn aangegeven voor de bepaling van het grensbedrag.
Op 16 december 2020 is die bandbreedte - op basis van nadere afspraken tussen commissie BBV, accountants en IPO - gewijzigd naar tussen 0% en 0,25% van het totaal aan lasten (van de totale provinciale begroting in de primaire begroting) plus de toevoegingen aan reserves.
Bij subsidies moet rekening gehouden worden met het feit dat hogere regelgeving zwaardere verantwoording kan eisen. Dit komt bijvoorbeeld voor op beleidsvelden waar Europees recht ons daartoe soms verplicht. Een ander voorbeeld betreft specifieke uitkeringen of provinciale middelen die via SiSa worden verantwoord.
Artikel 14 Rechtmatigheid, voorwaarden- en begrotingscriterium
Met normenkader rechtmatigheid wordt in dit artikel bedoeld het jaarlijks door Provinciale Staten vastgesteld kader bestaande uit alle relevante hogere wet- en regelgeving en besluiten van Provinciale Staten waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
Met rechtmatigheidsverantwoording wordt in dit artikel bedoeld: de rapportage van Gedeputeerde Staten waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. Voor de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarstukken van de decentrale overheden is door de commissie BBV in de Kadernota rechtmatigheid 2023 een standaard tekst voorgeschreven.
In dit artikel wordt in lid 2 gesproken over de verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten van de provincie, inclusief de toevoeging aan de reserves voor de rechtmatigheidsverantwoording. Op 23 augustus 2024 zijn de wijzigingen in het BBV en BADO in verband met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording, voor advisering voorgelegd aan de Raad van State. De wijzigingen hebben voor de jaarrekening 2024 en de accountantscontrole nog geen gevolgen, zodat bijvoorbeeld de materialiteit ongewijzigd blijft waarmee gecontroleerd wordt, namelijk 1% voor fouten en 3% voor onzekerheden. Ook de bandbreedte voor de verantwoordingsgrens blijft ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande verslagjaar. Maar in deze wijziging wordt voorgesteld de percentages op 2% te zetten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-20013.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.