Provinciaal blad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2024, 19479 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2024, 19479 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 10 december 2024, nr. UTSP-390784346-831, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 (Subsidieregeling Bereikbaarheid 2025-2029 provincie Utrecht)
Artikel 1.1 Algemene begripsbepalingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
Regionaal fietsnetwerk: Het Regionaal Fietsnetwerk is het netwerk van fietsroutes zoals vastgelegd in de Toelichting, paragraaf 2.2: ‘Regionaal fietsnetwerk provincie Utrecht november 2024’, en maakt deel uit van het Uitvoeringsprogramma Veilige en Gezonde Mobiliteit, gericht op veilige, comfortabele en duurzame fietsverbindingen binnen de regio.;
Artikel 1.3 Bij de aanvraag te overleggen gegevens
In aanvulling op artikel 4.4 van de Asv worden bij aanvraag overlegd:
In aanvulling op artikel 5.3 van de Asv bevat de aanvraag tot vaststelling voor zover het een subsidie voor fysieke maatregelen betreft een fotoverantwoording van het project, bestaande uit foto's van na de realisatie van het project.
In aanvulling op artikel 4.6 van de Asv wordt subsidie geweigerd als GS oordelen dat de activiteit al in vergelijkbare vorm financiële steun van de provincie Utrecht ontvangt of zal ontvangen, bijvoorbeeld via subsidie of (in)directe financiering.
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
slimme toepassing: nieuwe toepassingen op het gebied van fietsen die gericht zijn op kennisdeling, het verbeteren van de veiligheid en kwaliteit van het regionaal fietsnetwerk, doorstroming en verminderen wachttijden bij verkeersregelinstallaties, het stimuleren van het fietsgebruik, de bijdrage die de fiets kan leveren aan de gezondheid van mens en omgeving;
Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten en criteria
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen zoals vastgelegd in het uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029 in de actielijn “Meer fietsen over een sterk netwerk” en die bijdragen aan de doelen van een of meerdere van de volgende onderdelen van de actielijn:
Het subsidieplafond voor subsidies op grond van deze paragraaf bedraagt in de het kalenderjaar 2025 € 17.600.000,-, waarbij dit plafond als volgt is verdeeld over de onderdelen uit artikel 2.2:
Artikel 2.6 Verplichtingen subsidieontvanger
In afwijking van artikel 1.4, zijn de volgende verplichtingen van toepassing:
Voor zover de subsidie wordt verleend voor het onderdeel “We werken aan een sterk regionaal fietsnetwerk: verbeteren regionaal fietsnetwerk overige wegbeheerders” als bedoeld in artikel 2.2, lid 1, sub a geldt dat de subsidieontvanger verplicht is om de activiteit binnen 24 kalendermaanden na subsidieverlening te starten.
Voor zover de subsidie wordt verleend voor het onderdeel “We stimuleren mensen om vaker te gaan fietsen” als bedoeld in artikel 2.2, lid 1, sub c, geldt dat de subsidieontvanger verplicht is om de resultaten van de activiteit binnen drie kalendermaanden na afronding van de gedragsmaatregel te mailen naar fiets@provincie-utrecht.nl. De resultaten geven in ieder geval inzicht in het aantal mensen van de doelgroep dat heeft deelgenomen aan de actie.
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
Regionale risicoanalyse: de regionale risicoanalyse, onderdeel van de Utrechtse verkeersveiligheidsopgave, komt voort uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 en betreft een inventarisatie van gemeentelijke en provinciale verkeersveiligheidsrisico's. Het omvat het identificeren van risicogroepen, en -locaties en het prioriteren hiervan;
Artikel 3.2 Subsidiabele activiteiten en criteria
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer, zoals vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029, actielijn “Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag”, onderdeel 3: “Het verbeteren van de regionale verkeersveiligheid”:
Artikel 3.3 Subsidieontvangers/doelgroepen
Subsidie kan worden verstrekt aan gemeenten en waterschappen die eigenaar of beheerder zijn van openbare wegen binnen de provincie Utrecht.
In aanvulling op de in artikel 1.3 wordt bij de aanvraag voor zover het een subsidie voor een gedragsmaatregel of innovatief idee betreft een toelichting op de gekozen verantwoordingssystematiek toegevoegd. Aanvrager toont daarmee aan wat het bereik is en hoe de activiteit bijdraagt aan het realiseren van de doelstellingen uit het Uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029 en de actielijn “Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag”.
Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2025 voor subsidies op grond van deze paragraaf bedraagt €2.000.000,-.
Artikel 3.7 Subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 1.7 behoren tot de subsidiabele kosten de kosten voor het uitvoeren van een dienst op het gebied van dataverzameling, -analyse en -evaluatie.
Artikel 4.2 Subsidiabele activiteiten en criteria
Subsidie kan worden verstrekt aan:
activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen zoals vastgelegd in het uitvoeringsprogramma Publieke mobiliteit 2024-2029 en die bijdragen aan de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer, zoals vastgelegd in actielijn 1“Versterken en koesteren netwerk”, actielijn 2 “Duurzaam concessiemanagement” en actielijn 3 “Aantrekkelijke hubs/knooppunten”.
activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen zoals vastgelegd in het uitvoeringsprogramma Publieke mobiliteit 2024-2029 en die bijdragen aan de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer, zoals vastgelegd in de actielijn “Duurzaam beheer en realisatie van de OV-infrastructuur" en die één of meer van de volgende categorieën betreffen:
maatregelen die onderdeel uitmaken van een vastgesteld vervoerplan of maatregelen die zullen worden opgenomen in een vervoerplan dat nog vastgesteld dient te worden als aantoonbaar kan worden gemaakt door aanvrager dat zowel vervoerder als provincie positief staan tegenover de opname van de maatregelen in dat plan;
In aanvulling op artikel 1.6 wordt subsidie geweigerd voor aanvragen zoals genoemd in artikel 4.2 eerste lid, sub b, onder iv, indien de fietsparkeervoorziening niet voldoet aan de door de stichting FietsParKeur vastgestelde normen in het “Normstellend document fietsparkeren”.
Artikel 4.7 Hoogte van de subsidie
Per activiteit gelden in 2025 de volgende subsidiepercentages van de subsidiabele kosten:
Artikel 5.2 Subsidiabele activiteiten en criteria
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende typen activiteiten met een herkomst of bestemming in de provincie Utrecht, voor zover de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer, zoals vastgelegd in actielijn “Verschonen mobiliteit” in het Uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029:
Het subsidieplafond voor subsidies op grond van deze paragraaf bedraagt in kalenderjaar 2025 € 100.000,-.
Artikel 5.6 Hoogte van de subsidie
De maximale subsidie bedraagt per onderdeel:
Activiteiten als bedoeld in artikel 5.2 lid 5:
Activiteiten als bedoeld in artikel 5.2 lid 5: 50% van de investeringskosten met een maximum van € 50.000,-: voor het aanleggen of verbeteren van overslaginfrastructuur zijnde kades en overslaginstallaties, met als doel vervoer van goederenstromen over water mogelijk te maken, die voorheen per vrachtwagen of bestelbus over de weg werden vervoerd.
Artikel 6.1 Europese regelgeving
Als subsidie wordt verstrekt aan een onderneming, gebeurt dit met inachtneming van de Europese regelgeving op het gebied van staatssteun.
Artikel 6.2 Inwerkingtreding en looptijd
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2025 en vervalt op 1 januari 2030.
Indien het Provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2025, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2025.
Met het vaststellen van de Subsidieregeling Bereikbaarheid 2025-2029 provincie Utrecht worden de regels voor het verstrekken voor subsidies voor fiets, verkeersveiligheid, publieke mobiliteit en verduurzaming van goederenvervoer vastgelegd. De subsidies voor de lopende OV-concessies vallen niet onder deze subsidieregeling. Deze subsidieregeling volgt de Uitvoeringsverordening subsidies Mobiliteit 2020-2023 provincie Utrecht op.
Het Bereikbaarheidsprogramma 2024-2029 en de genoemde uitvoeringsprogramma’s is te downloaden vanaf de provinciale website www.provincie-utrecht.nl.
In deze subsidieregeling worden nadere regels gesteld, zoals bedoeld in artikel 1.4 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022.
In paragraaf 1 staan algemene bepalingen die voor deze subsidieregeling van kracht zijn.
In de volgende paragrafen 2 t/m 5 staan voor subsidies voor de thema’s Fiets, Verkeersveiligheid, Publieke mobiliteit en Goederenvervoer aanvullende bepalingen en uitzonderingen op de bepalingen uit paragraaf 1.
In paragraaf 6 staan de slotbepalingen bij deze regeling.
In de toelichting voor Verkeersveiligheid staat een stroomschema. Deze kan helpen om snel te bepalen of een activiteit eventueel voor subsidie in aanmerking komt. De regels in de subsidieregeling zijn leidend, als het stroomschema afwijkt van de tekst in de regeling.
Toelichting bij paragraaf 1 Algemeen
Artikel 1.3 Bij de aanvraag te overleggen gegevens
Let op! In deze paragraaf staan aanvullingen op de vereisten in artikel 4.4 van de Asv. Bij het formuleren van de doelen en resultaten dient u te specificeren op welke wijze deze bijdragen aan de doelstellingen van het desbetreffende uitvoeringsprogramma.
Onder “realisatie-indicatoren” wordt verstaan: een zo concreet mogelijke omschrijving welke maatregel wordt genomen of welke activiteit wordt uitgevoerd.
Voorbeelden van de omschrijving van realisatie-indicatoren voor infrastructuur:
Voorbeeld van realisatie indicator van een activiteit: educatieproject X wordt in de periode van ddmmjjjj tot ddmmjjjj op (Y aantal) basisscholen in (Z aantal) gemeenten in de provincie Utrecht uitgevoerd.
Voor zover het een subsidie betreft voor fysieke maatregelen, voldoen de activiteiten aan de geldende richtlijnen en aanbevelingen van CROW met betrekking tot infrastructuur, tenzij een inhoudelijk voldoende onderbouwde afwijking daarvan, naar het oordeel van GS, gerechtvaardigd is.
Wanneer een SSK-raming niet alle subsidiabele kosten dekt, is het van belang om de overige (subsidiabele) kosten mee te sturen, als aanvulling op de SSK-raming.
Artikel 1.7 Subsidiabele kosten
Toelichting op artikel 1.7.2: Dit artikel is bedoeld om te waarborgen dat de kosten van een gesubsidieerd project in lijn liggen met de gebruikelijke prijzen voor vergelijkbare projecten in de markt. Hierdoor wordt efficiënt en doelmatig omgegaan met publieke middelen. Afwijkingen van marktconforme kosten zijn alleen toegestaan als er aantoonbare, objectieve omstandigheden zijn die de kosten verhogen.
Marktconforme kosten zijn de gemiddelde of gangbare prijzen voor vergelijkbare projecten in soortgelijke omstandigheden. De marktconformiteit wordt beoordeeld aan de hand van eerdere, soortgelijke projecten in de regio of andere relevante referenties. Bijvoorbeeld:
Prijsopdrijvende omstandigheden zijn factoren die objectief aantoonbaar leiden tot hogere kosten en die buiten de normale projectomstandigheden vallen. Denk hierbij aan:
Uitvoeringscomplexiteit: Zoals projecten met veel faseringen vanwege verkeersveiligheid of beperkte toegang tot de locatie.
Locatiespecifieke eisen: Bijvoorbeeld als extra maatregelen nodig zijn voor geluidsoverlast of beschermde natuurgebieden.
Bouwkundige uitdagingen: Zoals het werken in historische binnensteden of het omleggen van ondergrondse infrastructuur.
Om de marktconformiteit vast te stellen, wordt in eerste instantie verwezen naar referentieprojecten die in vergelijkbare situaties zijn uitgevoerd. Indien de kosten sterk afwijken, wordt van de subsidieaanvrager verwacht dat zij een onderbouwing aanleveren waaruit blijkt dat prijsopdrijvende omstandigheden een rol spelen. Hierbij kunnen concrete voorbeelden of marktgegevens worden gebruikt.
Bij de kosten voor de onderdelen van de infrastructuur of dienst die niet direct leiden tot het bereiken van de doelstellingen van het de uitvoeringsprogramma’s uit het zesde lid van het artikel moet men –niet uitputtend– denken aan zaken als: het vervangen van de riolering, (auto)parkeervoorzieningen en andere zaken die niet bijdragen aan de doelen uit het betreffende Uitvoeringsprogramma.
Toelichting bij Paragraaf 2 Fiets
Het onderdeel fiets in deze subsidieregeling is bedoeld voor het stimuleren van initiatieven en activiteiten van die bijdragen aan de doelstellingen van de actielijn “Meer fietsen over een sterk netwerk” binnen het Uitvoeringsprogramma Gezonde en Veilige Mobiliteit 2024-2029. Dat heeft als ambitie dat in 2028 50% van de verplaatsingen tot 15km in de provincie Utrecht per fiets plaatsvindt, en dat in 2028 alle belangrijke werklocaties, middelbare en hogere onderwijsinstellingen en knooppunten vlot, veilig en comfortabel bereikbaar zijn per fiets Die doelstellingen wordt nagestreefd via de onderdelen:
De provincie Utrecht geeft hieraan onder meer invulling door het instrument van subsidies in te zetten om andere partijen te stimuleren aan de provinciale doelstellingen bij te dragen.
De actielijn ‘Meer fietsen over een sterk fietsnetwerk’ uit het Uitvoeringsprogramma ‘Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029' kent meerdere onderdelen. Onder deze onderdelen kunnen verschillende projecten, acties en maatregelen vallen. Voor meer informatie over de actielijnen en programmaonderdelen wordt verwezen naar het Uitvoeringsprogramma ‘Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029'.
Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten en criteria
Elke actielijn heeft een aantal onderdelen. Deze worden in het eerste, tweede en derde lid genoemd. Activiteiten die niet aan één van deze onderdelen een bijdrage leveren komen niet in aanmerking voor subsidie.
Fietsknelpunten met hoge prioriteit hebben betrekking op de onderwerpen verkeersveiligheid, directheid en samenhang van het fietsnetwerk. Maatregelen die hier aan bijdragen zijn in elk geval:
Fietsknelpunten met lage prioriteit hebben betrekking op de onderwerpen comfort en aantrekkelijkheid van het regionaal fietsnetwerk. Maatregelen die hier aan bijdragen zijn in elk geval:
*Voor het verbreden van fietspaden geldt als minimale streefwaarde breedtelabel B zoals benoemd in de Geactualiseerde aanbevelingen voor de breedte van fietspaden 2022 (CROW/Fietsberaad, versie 2, juni 2022 Rapportage (fietsberaad.nl) ..
In aanvulling op artikel 2.2: Van een project is het deel van de projectkosten subsidiabel dat kan worden toegerekend aan het verbeteren van het regionaal fietsnetwerk.
Kaart Regionaal Fietsnetwerk provincie Utrecht november 2024:
Het toevoegen van extra groenvoorzieningen (zoals bomen, hagen en andere vormen van beplanting) ten opzichte van de bestaande situatie is subsidiabel wanneer deze onderdeel zijn van een project met andere maatregelen om fietsvoorzieningen te verbeteren, en onderdeel vormen van het ruimtelijk profiel van de fietsvoorziening. Daarvoor geldt hetzelfde subsidiepercentage als wordt gehanteerd voor de fietsvoorziening zelf.
Voor het onderdeel “We realiseren doorfietsroutes en nemen barrières weg”, geldt dat een subsidie alleen wordt verstrekt als er een overeenkomst is gesloten tussen de provincie Utrecht en de betrokken gemeente(n)/wegbeheerder(s) over de betreffende route.
Met een overeenkomst wordt bedoeld: een overeenkomst die afspraken tussen de provincie en de betrokken wegbeheerders omvat over ontwerp, verantwoordelijkheden, mogelijke financiering, uitvoering en onderhoud en beheer na oplevering.
Artikel 2.3 Subsidieontvangers/doelgroepen
Activiteiten of diensten die door de provincie Utrecht of een ander overheidsorgaan in de vorm van een opdracht via een aanbesteding worden ingekocht of waarvan de provincie Utrecht van plan is deze in te gaan kopen zijn niet subsidiabel.
Kunstwerken (fiets/voetgangersbruggen en -tunnels) hebben doorgaans hoge realisatiekosten.
Artikel 2.4 Hoogte van de subsidie
De hoogte van de subsidie wordt als volgt berekend:
Allereerst wordt vastgesteld aan welk programmaonderdeel uit het Uitvoeringsprogramma ‘Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029' de activiteit een bijdrage levert. Vervolgens wordt getoetst of voor het programmaonderdeel het subsidieplafond voor de aanvrager of voor het programmaonderdeel is bereikt. Als dat het geval is wordt de subsidie geweigerd.
Artikel 2.6 Verplichtingen subsidieontvanger
Verder wordt bij de inzet van de gedragsmaatregel zichtbaar een link gelegd met het regionale (beeld)merk voor fietsstimulering. Dit wordt eind 2024 ontwikkeld. Dit betekent gebruik van het nieuwe beeldmerk bij de communicatie over de gedragsmaatregel en indien mogelijk een verwijzing naar de website: Fiets | provincie Utrecht
Toelichting bij paragraaf 3 Verkeersveiligheid
De provincie Utrecht streeft naar het verbeteren van de verkeersveiligheid en het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers. De provincie Utrecht geeft invulling aan deze doelstellingen in het Uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024 – 2029, actielijn “Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag”, waarbij het instrument van subsidies kan worden ingezet om wegbeheerders te stimuleren hun infrastructuur veiliger te maken.
In deze paragraaf staan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie voor een project dat bijdraagt aan het Uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024 – 2029, actielijn “Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag”.
De provincie Utrecht wil de Utrechtse wegbeheerders stimuleren om proactief aan de slag te gaan met verkeersveiligheid. Hiervoor is deze subsidieregeling opgezet, die uitgaat van cofinanciering. Dat wil zeggen dat de wegbeheerder de helft van de maatregel betaalt (of deze financiering elders regelt, bijvoorbeeld via het SPV2030) en de provincie de andere helft. In de kern gaat het om relatief kleine, snel te realiseren, maatregelen voor de kwetsbare verkeersdeelnemers. Tevens belonen we voorstellen waarbij ingezet wordt op een combinatie van inframaatregelen en handhaving/educatie. Ook willen we graag innovatieve ideeën stimuleren. Hiervoor willen we naast de cofinanciering een bijdrage verlenen voor dataverzameling, -analyse en -evaluatie.
Het Uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024 - 2029, actielijn “Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag” heeft 3 onderdelen, te weten:
Alleen voor onderdeel 3 is in deze subsidieregeling subsidie beschikbaar.
Stroomschema bij Verkeersveiligheid:
Het verdient de aanbeveling om een subsidieverzoek vooraf te bespreken met de provincie Utrecht (inhoudelijk collegiale toetsteam verkeersveiligheidsaanvragen via verkeersveiligheid@provincie-utrecht.nlverkeersveiligheid@provincie-utrecht.nlverkeersveiligheid@provincie-utrecht.nl.
Artikel 3.2 Subsidiabele activiteiten en criteria
Als een activiteit geen bijdrage levert aan de doelstellingen van het Uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029, actielijn “Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag” kunnen GS de subsidieaanvraag weigeren.
Eerste lid: activiteiten op het gebied van voorlichting en educatie en onderzoeken die niet gekoppeld zijn aan inframaatregelen zijn niet subsidiabel. De provincie koopt deze producten in als dienst.
Tweede lid: infrastructurele projecten moeten voldoen aan aanbevelingen en richtlijnen van het CROW. Aanvragen kunnen worden geweigerd indien daar niet aan wordt voldaan. Afwijken van de richtlijnen kan alleen met een met beargumenteerde inhoudelijke onderbouwing.
In de aanvraag moet specifiek, meetbaar, realistisch en tijdgebonden worden onderbouwd hoe en in welke mate de activiteit bijdraagt aan de betreffende actielijn. Bijvoorbeeld met een realistische doelstelling voor de reductie van het aantal verkeersongevallen.
Meerdere maatregelen per aanvraag zijn mogelijk; het is mogelijk om maatregelen met hetzelfde doel, maar met een geografisch verschillende scope bij elkaar op te tellen en als één aanvraag in te dienen. Bijvoorbeeld: meerdere fietspaaltjes weghalen in de gehele gemeente of 10 kilometer aan verticale stoepranden vervangen voor fietsvriendelijke kantoplossingen. Wel moeten deze projecten dan in dezelfde periode uitgevoerd worden.
Artikel 3.6 Hoogte van de subsidie
De hoogte van de subsidie wordt als volgt berekend:
Allereerst wordt vastgesteld of de activiteit aan actielijn 3 uit het Uitvoeringsprogramma ‘Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029', actielijn ‘Veilige infrastructuur en verkeersveilig gedrag’ een bijdrage levert. Vervolgens wordt getoetst of het totale subsidiebedrag voor de aanvrager dan wel het project is bereikt of het subsidieplafond voor het programma. Als dat het geval is wordt de subsidie geweigerd;
Toelichting bij paragraaf 4 Publieke mobiliteit
De provincie Utrecht streeft naar meer tevreden openbaar vervoergebruikers en een efficiënter openbaar vervoerssysteem. De provincie Utrecht geeft invulling aan deze doelstellingen in het Uitvoeringsprogramma Publieke mobiliteit 2024-2029, waarbij het instrument van subsidies kan worden ingezet om investeringen in infrastructuur te ondersteunen die bijdragen aan een verbeterde exploitatie van het openbaar vervoer.
In deze paragraaf staan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie voor een project dat bijdraagt aan het Uitvoeringsprogramma Publieke mobiliteit 2024-2029, actielijn [naam actielijn invullen].
De provincie Utrecht wil samen met partners zoals vervoerders, gemeenten en andere belanghebbenden werken aan een aantrekkelijk en toekomstbestendig openbaar vervoerssysteem. Deze subsidieregeling is opgezet om investeringen te stimuleren die bijdragen aan betere voorzieningen, hogere reizigerstevredenheid en een efficiëntere inzet van het openbaar vervoer. Hierbij is cofinanciering het uitgangspunt: de aanvrager draagt een deel van de kosten, en de provincie financiert de rest.
Het Uitvoeringsprogramma ‘Publieke mobiliteit 2024-2029’, kent 3 actielijnen:
Het wordt aanbevolen om een subsidieverzoek vooraf te bespreken met de provincie Utrecht (inhoudelijk contact via publiekemobiliteit@provincie-utrecht.nl).
Ter toelichting op OV-onderdelen.
Voorbeelden van OV-onderdelen zijn:
Onder OV-onderdelen valt bijvoorbeeld niet:
Ter toelichting op hubs/knooppunten:
Op deze fysieke plek kunnen reizigers gebruik maken van het openbaar vervoer en andere (deel-)vervoerssystemen, en sluiten vraag en aanbod op elkaar aan. De combinatie van verschillende vervoerswijzen vergroot de keuze voor de reiziger. Door de strategische ligging zijn dit interessante plekken om wonen, werken en voorzieningen te realiseren en concentreren. Alle ruimtelijke thema's moeten meegenomen worden bij de doorontwikkeling van een hub/knooppunt. Het gaat niet alleen om het faciliteren en realiseren van infrastructuur om verplaatsingen mogelijk te maken, het gaat ook om de aanverwante functies om verblijven en ontmoeten te verbeteren.
Artikel 4.2 Subsidiabele activiteiten en criteria
Ter toelichting op het tweede lid deze voorbeelden:
1.b.i (vervoerplanmaatregelen):
Voorbeeld 1: in een vervoerplan is opgenomen dat een busroute gewijzigd wordt. Er moeten twee haltes voor worden verplaatst en de oude haltes worden verwijderd. Op de nieuwe haltes komen in tegenstelling tot de oude haltes abri’s. Ook moet een bocht verruimd worden om die met een bus te kunnen berijden en een fietspad worden verlegd. De kosten voor de abri’s (verantwoordelijkheid wegbeheerder) behoren bij de wegbeheerder.
1.b.ii (doorstromingsmaatregelen):
Voorbeeld 2: de maatregel betreft toevoeging van een ‘voorstart’ voor busverkeer op een VRI-geregelde kruising die in de scope kan worden meegenomen. Deze maatregel zal zorgen voor kortere en betrouwbaardere OV-reistijden. De meerkosten bij deze aanpassing zijn subsidiabel volgens de verhouding baten/kosten met een maximum van 100%.
Voorbeeld 3: de aanvraag heeft betrekking op samenvoeging van haltes binnen een traject dat onderdeel is van U Ned No Regret. De maatregel is dus onderdeel van de inhoudelijke scope van U Ned. De uitwerking en de afspraken over de financiering van deze maatregel vinden binnen dat verband plaats, tenzij de inhoudelijke scope uitgaat van 1-op-1-vervanging en deze maatregel dus buiten de scope valt.
Voorbeeld 4: een deel van de voorgestelde maatregelen betreft omvorming van één van de twee autorijstroken per richting naar een busstrook, waardoor de OV-rijtijd korter en betrouwbaarder wordt. Er moet een halte voor verplaatst worden. De totale reistijd- en exploitatiebaten in 10 jaar zijn 2 miljoen euro. De totale realisatiekosten voor de busstroken alleen betreft 1,4 miljoen euro. Hier zit de verplaatsing van de halte in, maar niet de kosten van de haltevoorzieningen zelf (zoals een abri). De verhouding baten/kosten is 2/1,4=1,43. Dit is meer dan 1, dus de bijdrage van provincie Utrecht bedraagt 100%.
Voorbeeld 5: een VRI-geregeld kruispunt wordt een voorrangskruispunt. Het OV heeft hierdoor lichte reistijdwinst. De totale reistijd- en exploitatiebaten in 10 jaar zijn 80.000 euro. De herinrichting kost 100.000 euro. De verhouding B/K is 80/100 = 0,8. De provincie Utrecht draagt maximaal 80% van de subsidiabele kosten bij.
1.b.iii (toegankelijkheidsmaatregelen):
Voorbeeld 3: het gebruik van een halte is toegenomen en de gemeente wil deze opwaarderen met een perron op hoogte en een dubbele abri. Ook wil de gemeente de fietsenstalling bij de halte uitbreiden en het bestaande voetpad van en naar de halte verharden. De provincie Utrecht draagt 100% bij aan de perronverhoging en aan de verbetering van het voetpad, omdat de kwaliteit voor reizigers hiermee verbetert. De (plaatsing van) de abri is voor kosten van de gemeente. Bijdrage aan de kosten voor de uitbreiding van de fietsenstalling verloopt volgens sub d van artikel 4.2.
1.b.v (U-link en U-liner infrastructuur)
Voorbeeld 4: vanaf december 2025 wordt U-liner als concept geïntroduceerd in de provincie Utrecht. Een gemeente gaat een aantal bushaltes vanwege een herinrichting van een straat opnieuw inrichten. Deze bushaltes liggen aan een route van een buslijn die de provincie als U-liner heeft geoormerkt. Voor deze haltes kan de gemeentesubsidie aanvragen voor specifieke U-liner infrastructuur. Om welke infrastructuur het gaat en welke specifieke uiterlijke kenmerken van U-liner (of U-link) deze krijgt wordt nog uitgewerkt en vastgelegd in de U-OV stijlwijzer.
Het gaat in het algemeen om kwaliteitsverbeteringen in de fysieke omgeving gericht op het aantrekkelijker, veiliger en beter geïnformeerd kunnen reizen. In beginsel worden aan de beginfase van het uitvoeren van dit beleid geen specifieke voorwaarden gesteld wat betreft aard en inhoud van de voorstellen om de drempel zo laag mogelijk te houden. De voorgestelde maatregelen zijn wel toekomst vast.
Ter toelichting op het vierde lid:
Onderzoeks- en communicatieprojecten zijn gericht op het ontwikkelen van kennis over de toepassing van de maatregelen ter vergroting van de kwaliteit van de knooppunten. Ze kunnen weliswaar betrekking hebben op de specifieke situatie van een bepaald knooppunt, maar uit de kennis die het oplevert kunnen generieke conclusies getrokken worden in het voordeel zijn van andere knooppunten. Dit moet dan wel duidelijk blijken uit de aanvraag.
Ter toelichting op het derde lid:
Kortweg bestaan de baten (B) uit:
Het kan gaan om vooruitgeschoven baten die invulling geven aan het OV- netwerkperspectief van de provincie Utrecht, waarvan accenten staan voor de toekomstige OV-lijnvoering.
De kosten (K) zijn de som van alle subsidiabele kosten. Deze hebben betrekking op de OV-onderdelen binnen het maatregelenpakket. Bij aanvullende OV-maatregelen binnen een bestaand project moeten de meerkosten expliciet gemaakt worden.
Toelichting bij paragraaf 5 Goederenvervoer
De provincie Utrecht zet zich in voor schonere en duurzamere vormen van mobiliteit en logistiek. Het verminderen van uitstoot, het efficiënter maken van goederenstromen en het stimuleren van innovatie binnen het goederenvervoer zijn speerpunten van het Uitvoeringsprogramma Gezonde en veilige mobiliteit 2024-2029. Paragraaf 5 van deze subsidieregeling richt zich op het ondersteunen van projecten die bijdragen aan deze doelen via de actielijn “Verschonen mobiliteit”.
In deze paragraaf vindt u de toelichting met daarin voorbeelden voor subsidies voor goederenvervoerprojecten. Dit kan variëren van de aanschaf van uitstootvrije voertuigen tot investeringen in overslaginfrastructuur voor vervoer over water.
Artikel 5.2. Subsidiabele activiteiten en criteria
Hieronder zijn 3 voorbeelden omschreven van subsidiabele activiteiten.
Voorbeeld 1: Transportbedrijf in stadsdistributie Subsidie kan worden aangevraagd voor de aanschaf of aanpassing van uitstootvrije voertuigen die specifiek worden ingezet voor duurzame logistiek in stedelijke gebieden. Hieronder vallen onder andere:
Een transportbedrijf dat werkt aan stadsdistributie schaft twee uitstootvrije driewielers aan voor pakketbezorging binnen de Utrechtse binnenstad. Tot 50% van de aanschafkosten met een maximum van €25.000,- per voertuig, gefinancierd door de provincie.
Voorbeeld 2: een Niet-watergebonden bedrijf:
Een onderneming gevestigd aan een kade, oorspronkelijk bedoeld voor watergebonden bedrijvigheid, overweegt verplaatsing naar een bedrijventerrein dat beter aansluit op haar logistieke activiteiten over de weg. Subsidie kan worden verstrekt voor een haalbaarheidsstudie naar de verplaatsing.
Voorbeeld 3: Overslaginfrastructuur
Een logistiek dienstverlener investeert in een nieuwe overslagkraan bij een haven, zodat goederenstromen die eerder per vrachtwagen werden vervoerd, voortaan via de binnenvaart gaan. De provincie kan tot 50% van de kosten subsidiëren, met een maximum van €50.000,-.
Artikel 5.6. Hoogte van subsidie
De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de subsidiabele kosten per project. Voor voertuigen en infrastructuur bedraagt de maximale bijdrage 50% van de kosten, afhankelijk van het specifieke type activiteit.
Voorbeeldberekening: Bij de aanleg van een overslagkade voor goederenstromen die over water worden vervoerd, bedragen de totale kosten €80.000,-. Indien de aanvraag aan alle subsidievoorwaarden voldoet kan de provincie 50% subsidiëren, wat neerkomt op €40.000,-, mits dit binnen het subsidieplafond valt.
Toelichting bij paragraaf 6 Slotbepalingen
De provincie Utrecht gaat bij een subsidieaanvraag na of mogelijk sprake is van ongeoorloofde staatsteun.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-19479.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.