Provinciaal blad van Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2024, 18777 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2024, 18777 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Leefkwaliteit Noord-Nederland
In deze regeling wordt verstaan onder:
LVV: Landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
Het doel van deze regeling is het leveren van een bijdrage aan de verbetering van de leefkwaliteit in de Aanlandregio, die door de aanlanding van windenergie op zee onder druk komt te staan.
Een openstellingsbesluit bevat ten minste een aanvraagperiode, een subsidieplafond en subsidiehoogte. Gedeputeerde Staten kunnen de hoogte van het subsidieplafond per gebied na sluiting van de openstellingsperiode wijzigen. Indien de wijziging leidt tot een verlaging van het beschikbare budget per gebied, heeft dit geen invloed op de op dat moment ingediende aanvragen.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Procedureregeling, wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:
Artikel 13 Verplichtingen van de Subsidieontvanger
Voor de subsidieontvanger gelden, al dan niet in aanvulling op de Procedureregeling, de volgende verplichtingen:
Artikel 15 Subsidievaststelling
In aanvulling op het gestelde in hoofdstuk 3 van de Procedureregeling dient de Subsidieontvanger bij subsidies vanaf € 25.000,-- bij de aanvraag tot vaststelling tevens de informatie toe te voegen als bedoeld in artikel 13, onder a, onder i, van deze regeling.
Artikel 17 Zichtbaarheid EU-financiering
De Subsidieontvanger dient overeenkomstig artikel 34 van de HVF-verordening daar waar nodig het embleem van de Europese Unie af te beelden en een passende financieringsverklaring weer te geven die luidt “gefinancierd door de Europese Unie – NextGenerationEU”. Het gebruiksklare EU-logo, met inbegrip van de financieringsverklaring, kan worden gedownload via het downloadcentrum van de Europese Commissie.
Bijlage 1: SUBSIDIE DIE WORDT VERSTREKT MET TOEPASSING VAN DE AGVV OF DE LVV
Artikel 2.1 Algemene bepalingen
Artikel 2.2 Van toepassing zijnde AGVV-categorieën
AGVV artikel 14: Regionale investeringssteun
Alleen subsidiëring van een initiële investering is mogelijk, zoals gedefinieerd in de AGVV: verband houdend met o.a. de oprichting van een nieuwe vestiging of uitbreiding van een bestaande vestiging, diversificatie of fundamentele wijziging van het productieproces of bij overname van activa die behoren tot een vestiging die is gesloten of anders gesloten zou zijn. Voor Grote ondernemingen mag het ook gaan om een investering in een nieuwe economische activiteit op een bestaande vestiging.
AGVV artikel 17: Investeringssteun voor KMO’s
In aanmerking komende kosten: o.a. Materiële en Immateriële activa ten behoeve van de oprichting van een nieuwe vestiging of uitbreiding van een bestaande vestiging, diversificatie of fundamentele wijziging van het productieproces of bij overname van activa die behoren tot een vestiging die is gesloten of anders gesloten zou zijn.
AGVV artikel 22: Starterssteun
AGVV artikel 36: Investeringssteun voor milieubescherming, met inbegrip van decarbonisatie
AGVV artikel 36bis: Investeringssteun voor oplaad- of tankinfrastructuur
AGVV artikel 38: Investeringssteun voor andere energie-efficiëntiemaatregelen dan in gebouwen
maximaal 30% van de in aanmerking komende kosten, verhoogd met 10% voor Middelgrote ondernemingen en 20% voor Kleine ondernemingen, waarbij voor de gebieden in Groningen en Friesland die zijn aangemerkt als steungebied dat voldoet aan de voorwaarden van Artikel 107 lid 3, onder c) een extra opslag van 5% geldt; of
AGVV artikel 38bis: Investeringssteun voor energie-efficiëntiemaatregelen in gebouwen
maximaal 30% van de in aanmerking komende kosten, verhoogd met 10% voor Middelgrote ondernemingen en 20% voor Kleine ondernemingen, waarbij voor de gebieden in Groningen en Friesland die zijn aangemerkt als steungebied dat voldoet aan de voorwaarden van Artikel 107 lid 3, onder c) een extra opslag van 5% geldt; of
AGVV artikel 41: Investeringssteun ter bevordering van energie uit hernieuwbare energiebronnen, uit hernieuwbare waterstof en uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling
In aanmerking komende investeringen:
Investeringen in nieuwe installaties die nodig zijn om de productie van energie uit hernieuwbare energiebronnen te bevorderen (zijnde: windenergie, zonne-energie, aerothermische, geothermische, hydrothermische energie en energie uit de oceanen, waterkracht (mits niet in strijd met Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement), biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas.
maximaal 30% van de in aanmerking komende kosten, verhoogd met 10% voor Middelgrote ondernemingen en 20% voor Kleine ondernemingen, waarbij voor de gebieden in Groningen en Friesland die zijn aangemerkt als steungebied dat voldoet aan de voorwaarden van Artikel 107 lid 3, onder c) een extra opslag van 5% geldt; of
AGVV artikel 45: Investeringssteun voor het herstel van milieuschade, de rehabilitatie
van natuurlijke habitats en ecosystemen, de bescherming of het
herstel van de biodiversiteit en de uitvoering van nature- based solutions ten behoeve van klimaatadaptatie en -mitigatie
AGVV artikel 47: Investeringssteun voor hulpbronnenefficiëntie en ter ondersteuning
van de transitie naar een circulaire economie
Steunintensiteit: maximaal 40% van de in aanmerking komende kosten, verhoogd met 10% voor Middelgrote ondernemingen en 20% voor Kleine ondernemingen, waarbij voor de gebieden in Groningen en Friesland die zijn aangemerkt als steungebied dat voldoet aan de voorwaarden van Artikel 107 lid 3, onder c) een extra opslag van 5% geldt.
AGVV artikel 53: Steun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed
AGVV artikel 55: Steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur.
AGVV artikel 56: Steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur.
4. SUBSIDIE VOOR ACTIVITEITEN DIE WORDT VERSTREKT MET TOEPASSING VAN DE ARTIKELEN 14, 17, 36, 41, 42, 44 EN 46 VAN DE LVV
Artikel 3.1 Algemene bepalingen
Artikel 3.2 Van toepassing zijnde LVV-categorieën
LVV artikel 14: Steun voor met de primaire landbouwproductie verband houdende investeringen op landbouwbedrijven
LVV artikel 17: Steun voor investeringen in verband met de verwerking of de afzet van landbouwproducten:
LVV artikel 36: Steun voor investeringen voor de instandhouding van cultureel en natuurlijk erfgoed op landbouwbedrijven of in bossen
LVV artikel 41: Steun voor bebossing en de aanleg van beboste gronden
LVV artikel 42: Steun voor boslandbouwsystemen
LVV artikel 44: Steun voor investeringen ter verbetering van de veerkracht en de milieuwaarde van bosecosystemen
LVV artikel 46: Steun voor bosmilieuklimaatdiensten en bosinstandhouding
Bijlage 2: Toelichting op Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Leefkwaliteit Noord-Nederland
Toelichting op de artikelen van de subsidieregeling
In artikel 1 van de subsidieregeling worden de begrippen uit de regeling en de behorende bijlagen gedefinieerd.
Het doel van deze regeling is het verbeteren van de leefkwaliteit in de Aanlandregio, die door de aanlanding van windenergie op zee onder druk komt te staan. In het Regioplan Gebiedsinvesteringen Netten op Zee Eemshaven is door de betrokken regionale overheden het gebied gedefinieerd waarop deze regeling van toepassing is.
Binnen de Aanlandregio is of wordt op verschillende wijzen een gebieds- of participatieproces doorlopen om het lokaal draagvlak voor de gebiedsinvesteringen te borgen. Op basis van dit proces hebben de betrokken gemeenten in Groningen en Fryslân een lijst samengesteld met voorkeursprojecten. Deze lijst kan door de gemeenten gedurende de uitvoeringstermijn van deze regeling worden geactualiseerd. Een Organisatie die voornemens is om in het kader van deze regeling subsidie aan te vragen, dient te beschikken over een Toewijzingsbrief van de gemeente waarin de activiteit wordt uitgevoerd. Hieruit blijkt dat, gelet op de wijze waarop de activiteit is geselecteerd voor de subsidieregeling, er voor de activiteit lokaal draagvlak is.
In de openstellingsbesluiten worden per gemeente uit de Aanlandregio de aanvraagperiode, het subsidieplafond en de subsidiehoogte vastgesteld.
De middelen ten behoeve van de subsidieregeling worden door de Europese Commissie beschikbaar gesteld vanuit de Europese Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. De regionale overheden hebben in het Regioplan Netten op Zee Eemshaven een verdeling gemaakt per gemeente. Gedeputeerde Staten zullen op basis van deze verdeling in overleg met de gemeenten een subsidieplafond per gemeente vaststellen.
Artikel 6 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de verbetering van de leefkwaliteit in de Aanlandregio. De Aanlandregio behelst naast gebieden in de gemeenten Eemsdelta en Het Hogeland ook het grondgebied van de gemeente Schiermonnikoog. Aangezien de Provincie is aangewezen als regiokassier voor de gebiedsinvesteringen in Noord-Nederland en de Provincie gebaat is bij een zorgvuldige en efficiënte uitvoering van deze regeling binnen de gehele Aanlandregio, dient het uitvoeren van deze regeling voor activiteiten in de gemeente Schiermonnikoog het belang van de Provincie. Daarmee is de weigeringsgrond zoals opgenomen in Artikel 2.5 lid 1 onder b. van de Procedureregeling niet van toepassing.
Subsidie wordt alleen verstrekt voor een activiteit in één of meerdere van onderstaande thema’s:
Thema 1: behoud en versterken van de natuur
Maatregelen die natuurwaarden en ecologische waarden in de Aanlandregio behouden/versterken. Voorbeelden hiervan zijn:
Thema 2: verbeteren van de fysieke leefomgeving
Maatregelen die de fysieke leefomgeving bij de Aanlandregio verbeteren, met name de fysieke levensomstandigheden van bewoners en gebruikers in het gebied. Voorbeelden hiervan zijn:
Thema 3: versterken van de regionale economie
Maatregelen die de regionale economie verduurzamen, vernieuwen en versterken om nieuwe en toekomstbestendige bedrijvigheid en banen te creëren - in lijn met Regionale Innovatie Slimme Specialisatie Strategie (RIS3). Voorbeelden hiervan zijn:
Thema 4: versnellen en toepassen van de (duurzame) energietransitie.
Maatregelen die de energietransitie versnellen en tot lokale toepassingen leiden. Investeringen dienen in lijn te zijn met de Regionale Energie Strategieën (RES). Voorbeelden hiervan zijn:
In de Aanlandregio zijn of worden op diverse wijzen een gebieds- of participatieproces doorlopen. Dit proces wordt gecoördineerd door de gemeenten. Hierbij worden potentiële projecten besproken die een positieve bijdrage leveren aan de leefkwaliteit en in aanmerking zouden kunnen komen voor subsidie. Door de inwoners, organisaties en bedrijven wordt hierin een prioritering en selectie gemaakt. Op verzoek van de aanvrager stuurt de gemeente een Toewijzingsbrief voor het betreffende project om gebruik te kunnen maken van deze regeling. Deze Toewijzingsbrief is voor de Provincie het bewijs dat het project door de inwoners, organisatie en bedrijven uit het gebied is geselecteerd en dat er voor het project lokaal draagvlak bestaat.
Het subsidiebudget is afkomstig uit de Europese Herstel en Veerkrachtfaciliteit. Voorwaarden voor de besteding van de middelen zijn vastgelegd in de HVF-verordening. Deze verordening biedt de mogelijkheid om projecten met terugwerkende kracht tot 2020 van financiering of subsidie te voorzien. Op 20 juli 2023 zond het ministerie van EZK een brief waaruit bleek dat EZK de regio € 50 miljoen zou willen uitkeren ten behoeve van gebiedsinvesteringen. Ook werd uit de brief duidelijk dat voor de projecten een korte doorlooptijd zou gaan gelden. Gelet op de korte doorlooptijd zijn voor verschillende projecten de voorbereidingen gestart omdat deze projecten anders niet in staat zouden zijn om de uitvoering van de projecten tijdig te kunnen realiseren.
Omdat eenieder in de regio vanaf 20 juli 2023 formeel kon weten dat er middelen beschikbaar zouden komen voor gebiedsinvesteringen is er in deze regeling voor gekozen om aanvragen in te mogen dienen voor projecten die zijn aangevangen vanaf die datum. In gevallen waarin echter sprake is van Staatssteun en het stimulerend effect als bedoeld in artikel 10, aanhef en onder i ontbreekt, kan subsidie niet verleend worden.
Wat betreft de HVF-verordening (en andere EU-fondsen) mogen alleen incidentele kosten gesubsidieerd worden. Dit betekent dat zowel de uitvoeringskosten van een activiteit als de beheer- en onderhoudskosten in aanmerking komen voor subsidie.
Binnen deze regeling wordt onderscheid gemaakt in de volgende kostensoorten:
Ad a. Kosten van de aankoop van grond
Kosten voor de aankoop van grond zijn subsidiabel mits:
Voor de verantwoording van de kosten is minimaal benodigd:
Ad b. Kosten van de aankoop of huur van onroerend goed
Kosten voor de aankoop of huur van onroerend goed zijn subsidiabel, mits:
Voor de verantwoording van de kosten is minimaal benodigd:
Ad d. Kosten van de aankoop van een werk
Werken betreffen alle bouwkundige en civieltechnische werken. Hieronder valt de bouw van een brug, een gebouw of de aanleg van een weg. Kosten voor de aankoop van werken zijn subsidiabel mits:
Voor de verantwoording van de kosten zijn minimaal benodigd:
Ad d. Kosten van de aankoop, huur of lease van materieel
Kosten voor de aankoop, huur of lease van materieel zijn subsidiabel mits:
Materieel dat vóór aanvang van het project werd aangekocht, maar dat wordt gebruikt voor het project, is subsidiabel op grond van niet eerder gedane afschrijvingen voor de duur van het gebruik voor het project en in de mate waarin het daadwerkelijk voor het project wordt gebruikt. Deze kosten zijn echter niet subsidiabel wanneer het materieel oorspronkelijk werd aangekocht met overheidssubsidie.
Voor de verantwoording van de kosten is minimaal benodigd:
Er zijn drie categorieën arbeidskosten te onderscheiden:
1. Directe loonkosten van medewerkers
Omdat conform de HVP-voorwaarden alleen incidentele kosten subsidiabel zijn, is het van belang te bepalen welke loonkosten aan het project toe te rekenen zijn.
Voor de verantwoording van de kosten is minimaal benodigd:
De kosten van externe arbeid worden berekend door de voor het project gewerkte uren te vermenigvuldigen met het afgesproken uurtarief. Ook mag hier de Nederlandse wetgeving betreffende uurloonberekening gevolgd worden. Belangrijk is dat de kostensoort ‘directe loonkosten’ kan worden toegeschreven aan het project ‘Net op Zee’.
Voor de verantwoording van de kosten is minimaal benodigd:
2. Kosten van arbeid door vrijwilligers
De kosten van arbeid door vrijwilligers zijn subsidiabel zolang er sprake is van incidentele inzet. De kosten van arbeid van vrijwilligers dienen te worden berekend volgens de regels die zijn opgenomen in het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst:
Van een vrijwilligersvergoeding is sprake als de vrijwilliger vergoedingen of verstrekkingen krijgt met een gezamenlijke waarde van maximaal EURO 210 per maand en maximaal € 2.100,-- per kalenderjaar. Een belangrijk kenmerk daarbij, is dat een vergoeding niet in verhouding staat tot het tijdsbeslag en de aard van het werk.
Voor de verantwoording van de kosten is minimaal benodigd:
Ad f. Reis- en verblijfskosten
Binnenlandse reis- en verblijfkosten die aan het project zijn toe te schrijven, kunnen worden gesubsidieerd.
Voor de verantwoording van de kosten zijn minimaal benodigd:
Beheer- en onderhoudskosten worden als incidenteel aangemerkt als deze in één keer worden uitbetaald. Daarom wordt binnen deze regeling de mogelijkheid geboden om beheer- en onderhoudskosten in één keer te laten offreren en in opdracht te gunnen voor een toekomstige periode van maximaal 10 jaar. De subsidie voor beheer en onderhoud moet separaat worden aangevraagd van subsidie(s) voor andere activiteiten. De subsidie voor beheer- en onderhoud bedraagt maximaal € 24.000,-- en wordt overeenkomstig de Procedureregeling vastgesteld bij de subsidieverstrekking.
De kostensoorten ‘kosten van werken’ en ‘kosten van arbeid’ worden bovenstaand bij lid 2 toegelicht.
Geborgd moet worden dat de subsidie met behulp van de door de regeling toegestane vrijstellingskaders rechtmatig kan worden verstrekt. Daartoe wordt voor iedere subsidieaanvraag (a) getoetst of er sprake is van Staatssteun en, zo ja, (b) aan welke voorwaarden de voorgenomen subsidieverstrekking dient te voldoen zodat de Staatssteun als geoorloofd kan worden aangemerkt. De staatsteuntoets bestaat uit de volgende drie stappen:
Stap 1: Bepalen of er sprake is van Staatssteun
Stap 2: Bepalen of subsidie met toepassing van de in Bijlage 1 genoemde AGVV- of LVV-categorieën kan worden verstrekt:
Stap 3: Bepalen of voldaan wordt aan de voorwaarden van de Reguliere de-minimisverordening of de Landbouw de-minimisverordening
De drie stappen worden hieronder nader uitgewerkt.
Van Staatssteun is sprake als wordt voldaan aan alle van de volgende criteria:
Ad 1. Is de maatregel met staatsmiddelen bekostigd?
Dit is evident voor alle steun die in het kader van deze regeling wordt verleend.
Ad 2. Levert de steun een niet-marktconform voordeel op?
In veel situaties zal de verleende steun een niet-marktconform voordeel opleveren.
Ad 3. Steun gericht op een die een economische activiteit verricht.
Onder een economische activiteit wordt verstaan: een activiteit van een organisatie bestaande uit het aanbieden van goederen en/of diensten op een bepaalde markt. De status en oogmerken van de organisatie (i.e. Profit organisatie of Non-profit organisatie) zijn daarbij irrelevant.
Ad 4. Is de steun selectief: gericht op één Onderneming of een beperkte groep of sector?
A priori is er sprake van selectieve steun: deze regeling richt zich immers enkel op een select aantal initiatieven/initiatiefnemers in de Provincies Groningen en Friesland.
Ad 5. Heeft de steun een ongunstig effect op het handelsverkeer tussen lidstaten?
De mate waarin er sprake is van beïnvloeding van het handelsverkeer tussen lidstaten bij verstrekking van subsidie is sterk afhankelijk van de organisatie die de subsidie aanvraagt en de activiteit waarvoor de subsidie bestemd is en de markt waarin de aanvrager opereert. Daar deze regeling zich richt op het versterken van de lokale leefkwaliteit, is te verwachten dat een deel van aanvragen louter bestemd is voor een lokaal publiek cq. een lokale aantrekkingskracht heeft zonder potentieel (ongunstig) effect op het handelsverkeer met andere lidstaten. Voorbeelden:
Jurisprudentie toont aan dat de Commissie meer dan voorheen ruimte laat voor interpretatie als het gaat om het begrip ‘lokaal karakter’. Dat neemt niet weg dat wanneer een beroep wordt gedaan op dit criterium, een goede onderbouwing vereist is.
Stap 2: Toetsing aan AGVV of LVV
De Europese staatssteunvrijstellingsverordeningen bieden ruimte om geoorloofd Staatssteun te verstrekken, mits aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. Binnen deze regeling wordt primair een beroep gedaan op de AGVV of LVV.
In bijlage 1 van deze regeling staan de AGVV-categorieën en LVV-categorieën uitgewerkt die voor deze regeling van toepassing zijn. Om voor subsidiëring in aanmerking te komen, moet aan de voorwaarden van het van toepassing zijnde AGVV- of LVV-artikel en aan de overige voorwaarden van de AGVV of LVV worden voldaan.
Wanneer de AGVV en de LVV geen uitkomst bieden, wordt – waar mogelijk – gebruik gemaakt van de Reguliere de-minimisverordening of de Landbouw de-minimisverordening:
Om te bepalen of een Onderneming door de verstrekking van subsidie in het kader van deze regeling dit plafond al dan niet bereikt, worden de volgende stappen doorlopen:
Het digitale aanvraagformulier wordt gepubliceerd door Gedeputeerde Staten.
Ten behoeve van subsidieaanvraag dient de aanvrager de volgende documenten en verklaringen bij te voegen:
Voor Profit organisaties is de subsidie gemaximaliseerd tot de onrendabele top van het project. Om die reden dienen Profit organisaties een berekening van de Onrendabele top bij de aanvraag te voegen.
Voor kosten die zijn gemaakt voorafgaande aan het indienen van een aanvraag voor subsidie, gelden voor de aanvraag aanvullende voorwaarden waarmee Gedeputeerde Staten kunnen toetsen of de kosten samenhangen met de te subsidiëren activiteit. Deze voorwaarden stellen daarnaast Gedeputeerde Staten in de gelegenheid te voldoen aan de rapportageverplichtingen richting het ministerie van Klimaat en Groene Groei.
Dit artikel beschrijft de situaties waarin de subsidie wordt geweigerd. Lid e. uit dit artikel wordt nader toegelicht:
In principe mag een activiteit uit meerdere bronnen worden gefinancierd en/of gesubsidieerd. Cofinanciering mag, zolang er geen overlap is in de dekking van de te subsidiëren (deel)activiteit.
De hoogte van de subsidie verschilt per gemeente. Dit hangt samen met het budget dat per gemeente beschikbaar is vanuit het Regioplan Gebiedsinvesteringen Netten op Zee en de hieruit voortvloeiende ‘specifieke uitkering’ die de Provincie heeft ontvangen. De gemeente stelt de subsidiehoogte per gemeente vast in het openstellingsbesluit. Specifiek voor beheer- en onderhoudskosten is de subsidiehoogte gemaximaliseerd tot € 24.000,--.
Het Subsidiepercentage bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten. Dit percentage kan lager uitvallen, bijvoorbeeld als gevolg van de voorwaarden met betrekking tot Staatssteun. Daarnaast geldt voor Profit organisaties dat de subsidie nooit meer zal bedragen dan de onrendabele top van de activiteit.
Het tijdens de inwerkingtreding van deze regeling vigerende inkoop- en aanbestedingsbeleid is vastgelegd in het document Inkoop- en Aanbestedingsbeleid provincie Groningen 2022 . De meest recente versie van dit document dient als grondslag om te bepalen welke aanbestedingsprocedure gevolgd dient te worden bij het verstrekken van een opdracht. Het type opdracht (werk, levering of dienst) en de omvang van de opdracht bepalen daarbij primaire de te volgen route: enkelvoudig onderhandse aanbesteding, meervoudig onderhandse aanbesteding, nationaal openbare aanbesteding of Europese aanbesteding.
Dit artikel geeft uitleg over de wijze waarop de voor de subsidie beschikbare middelen worden verdeeld in geval van uitputting van het voor de subsidie beschikbare budget.
Artikel 13 Verplichtingen van de Subsidieontvanger
Artikel 13 vermeldt de verplichtingen die, al dan niet in aanvulling op de Procedureregeling, gelden voor de Subsidieontvanger.
Artikel 14 Voorschotverlening en eindbetaling
In lijn met de Procedureregeling zijn Gedeputeerde Staten bevoegd voorschotten te verstrekken op de verleende subsidie tot maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.
Artikel 15 Subsidievaststelling
Voor de subsidievaststelling worden de regels van de Procedureregeling gevolgd. In aanvulling hierop dient een verzoek tot vaststelling van de subsidie ook de gegevens te bevatten die staan vermeld in artikel 13, onder a, onder i, van deze regeling.
Artikel 16 Rapportage en publicatie van de subsidieverstrekking
Overeenkomstig de voorwaarden van de HVF-verordening zijn Gedeputeerde Staten verplicht van alle verleende subsidies de naam en het KVK nummer van de Subsidieontvanger te rapporteren aan het ministerie van Klimaat en Groen Groei. Deze gegevens worden door het ministerie gebruikt voor het voorkomen, opsporen en rechtzetten van eventuele fraude, corruptie, belangenconflicten en dubbele financiering. Het ministerie dient hierover te rapporteren aan de Europese Commissie.
Overeenkomstig de eisen uit de LVV en AGVV dienen Gedeputeerde Staten, afhankelijk van onder meer de hoogte van de subsidie, de verstrekte subsidies te publiceren.
Artikel 17 Zichtbaarheid EU-financiering
De middelen voor de subsidieverlening zijn afkomstig uit de Europese Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. Vanuit de HVF-verordening geldt de voorwaarde om het embleem/logo van de Europese Unie af te beelden en de financieringsverklaring “gefinancierd door de Europese Unie-NextGenerationEU” te vermelden. Het logo inclusief de financieringsverklaring kan worden gedownload via het downloadcentrum van de Europese Commissie. Deze voorwaarde geldt onder andere voor de website waarop de activiteit van de Subsidieontvanger wordt vermeld, voor correspondentie en communicatie over het project en op de locatie waar de activiteit is gerealiseerd. Indien op de locatie waar de activiteit wordt gerealiseerd een bouwbord wordt geplaatst, dient het logo met financieringsverklaring ook op dit bouwbord afgebeeld te worden.
Artikel 18 Inwerkingtreding en duur
Dit artikel geeft uitleg over de wijze waarop en wanneer deze regeling in werking treedt. De regeling vervalt van rechtswege op 31 december 2030. Dit laat onverlet dat verleende subsidies op grond van deze regeling na deze datum nog rechtsgeldig kunnen zijn en hun rechtskracht kunnen behouden.
De naam van de regeling is: Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Leefkwaliteit Noord-Nederland.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-18777.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.