Besluit van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland tot wijziging van Beleidsregels Natuurbescherming Zeeland 2022

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 3 december 2024, kenmerk 571134, houdende wijziging van Beleidsregels Natuurbescherming Zeeland 2022.

 

Gedeputeerd Staten van de provincie Zeeland;

  • overwegende gedeputeerde staten op verzoek van het Rijk deze beleidsregels wijzigt vanwege de landelijke beëindigingsregeling LBV, LBV plus en Lvvp en de regeling kleinere sectoren om voorwaarden rond extern salderen aan te laten sluiten op deze regelingen.

  • gelet op de artikelen 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluiten de Beleidsregels Natuurbescherming Zeeland 2022 als volgt te wijzigen:

 

Artikel 1. Wijziging artikel 2.4 Voorwaarden extern salderen

Aan artikel 2.4 Voorwaarden extern salderen wordt, volgend op artikel 2.4 lid 5 het volgende lid toegevoegd:

 

  • 5a.

    Gedeputeerde Staten laten bij de beoordeling van een aanvraag buiten beschouwing de N-emissie van een saldo gevende activiteit die wordt verricht op een voormalige veehouderijlocatie die is gesloten met gebruikmaking van een van de volgende regelingen:

    • a.

      Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor stikstofreductie (Lbv);

    • b.

      Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus);

    • c.

      Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp);

    • d.

      Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties kleinere sectoren.

Artikel 2. Aanpassing artikelsgewijze toelichting

Aan de artikelgewijsde toelichting wordt de volgende toelichting toegevoegd bij de toelichting op artikel 2.4 Voorwaarden Extern salderen:

 

Lid 5a: Anders dan in lid 5 (waarbij soms niet het gehele bedrijf heeft deelgenomen aan een regeling, maar slechts een gedeelte) gaat het bij lid 5a om de stikstofruimte die een bedrijf heeft mogen houden na beëindiging van zijn veehouderij-activiteiten voor het verrichten van bepaalde andere activiteiten. Die stikstofruimte is gekoppeld aan de andere activiteiten en daarbij mag de stikstofemissie van die andere activiteiten maximaal 15% bedragen van de oorspronkelijke stikstofemissie (zie art. 5 lid 1 sub f Lbv en Lbv-plus en art. 3.4 lid 2 sub e Lvvp).

 

Lid 5a voorziet erin dat de (resterende) stikstofruimte van deelnemers aan deze regelingen niet voor externe saldering in aanmerking komt, een voorwaarde van de Europese Commissie in het kader van de staatssteunbeoordeling en de doelstelling om met de beëindiging van veehouderijlocaties een zo groot mogelijke stikstofreductie te bewerkstelligen.

 

Lid 5a heeft betrekking op de stikstofruimte die na sluiting van een veehouderijlocatie met gebruikmaking van een van de genoemde subsidieregelingen beschikbaar blijft voor de nieuwe activiteiten op de locatie, ook als nadien binnen die stikstofruimte andere activiteiten verricht gaan worden of als een ander die stikstofruimte gaat gebruiken. Zo zal ook een rechtsopvolger van de stoppende veehouder, een nieuw bedrijf dat door de deelnemer op de locatie wordt opgericht of een derde die de resterende stikstofruimte gebruikt gebonden zijn aan het verbod van externe saldering.

Artikel 3. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2025.

 

 

Aldus vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland in de vergadering van 3 december 2024.

H.M. de Jonge, voorzitter

Drs. M.C.J. Franken, secretaris

Naar boven