Besluit vierde wijziging Beleidsregel Programma EFRO Oost-Nederland 2022

Bekendmaking van het besluit van 19 november 2024 - zaaknummer 2022-010661 tot wijziging van een regeling

 

Gedeputeerde Staten van Gelderland

Handelend in hun hoedanigheid van beheerautoriteit van het Programma EFRO 2021-2027 Oost- Nederland;

 

Gelet op artikel 9 van de Uitvoeringswet EFRO;

 

Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Gelet op de goedkeuring door het monitoringscomité op grond van artikel 40, tweede lid, aanhef en onder a, van Verordening (EU) Nr. 2021/1060 op 30 oktober 2024;

 

Gelet op de wijziging van het Programma EFRO 2021-2027 Oost-Nederland in verband met de implementatie van de STEP-verordening (Verordening (EU) 2024/795);

 

Besluiten

Artikel I  

De Beleidsregel Programma EFRO Oost-Nederland 2022 als volgt te wijzigen:

 

Onderdeel A

 

In artikel 1.1 wordt na het gedachtestreepje ‘prioriteit 2’ en nieuw gedachtestreepje toegevoegd, luidende: ‘prioriteit 3: schone en hulpbronnenefficiënte technologieën zoals gedefinieerd in prioriteit 3 (Platform voor Strategische Technologieën voor Europa) van het Programma;’.

 

In artikel 3.4.2, eerste lid onder a, wordt de zinsnede ‘tenminste twee EU-lidstaten’ vervangen door: ‘tenminste twee deelnemende landen’.

 

Onderdeel B

 

Aan artikel 2.2 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

 

‘5. Bij aanvragen voor activiteiten als bedoeld in paragraaf 3.5 worden de punten voor de criteria genoemd in artikel 2.1 als volgt verdeeld:

  • a.

    maximaal 25 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a;

  • b.

    maximaal 10 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder b;

  • c.

    maximaal 20 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder c;

  • d.

    maximaal 15 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder d;

  • e.

    maximaal 30 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder e.’

Onderdeel C

 

Na paragraaf 3.4 wordt een nieuwe paragraaf toegevoegd, luidende:

 

‘Paragraaf 3.5 Schone en hulpbronnenefficiënte technologieën

 

Artikel 3.5.1

  • 1.

    De activiteiten zijn gericht op prioriteit 3.

  • 2.

    Een subsidie wordt slechts verstrekt, indien de activiteiten passen in een of meer van de technology readiness levels (TRL) 4 tot en met 9, zoals gedefinieerd volgens de IEA-schaal (www.iea.org/reports/innovation-gaps).

  • 3.

    Per aanvrager wordt slechts eenmaal per tijdvak van de openstelling subsidie verstrekt. Deze beperking geldt niet voor kennisinstellingen.

Artikel 3.5.2

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt aan twee of meer van elkaar onafhankelijke ondernemingen, waarvan minimaal één mkb, die met elkaar samenwerken op basis van één samenwerkingsovereenkomst.

  • 2.

    In geval van samenwerking als bedoeld in het eerste lid, zijn de ondernemingen ten opzichte van elkaar in ieder geval aan te merken als zelfstandige ondernemingen als bedoeld in artikel 3 van bijlage 1 van verordening 651/2014.

  • 3.

    In geval van samenwerking als bedoeld in het eerste lid, draagt een individuele onderneming niet meer dan 80% van de subsidiabele kosten.

Artikel 3.5.3

  • 1.

    De beheerautoriteit verstrekt subsidie op grond van deze paragraaf met toepassing van artikelen 25, 26 bis, 29, 36, 36 bis, 36 ter, 38, 38 bis, 41, 46, 47, 48 of 56 van verordening 651/2014.

  • 2.

    Buiten het eerste lid verstrekt de beheerautoriteit de subsidie slechts met toepassing van verordening 2023/2831 of indien anderszins geen sprake is van staatssteun.

Artikel 3.5.4

  • 1.

    De subsidie bedraagt voor aanvragen die worden ingediend binnen het tijdvak van de openstelling:

    • a.

      per aanvraag: minimaal € 250.000 en maximaal € 2.000.000 bij twee samenwerkende ondernemingen of maximaal € 3.000.000 bij drie of meer samenwerkende ondernemingen; en

    • b.

      per onderneming: maximaal 50% van zijn deel van de subsidiabele kosten, afhankelijk van de staatssteungrondslag.

  • 2.

    Het percentage in het eerste lid, onderdeel b, bedraagt ten hoogste 60% indien de subsidieontvanger een mkb-onderneming of kennisinstelling is.

Artikel 3.5.5

Onverminderd artikel 1.2 wordt de subsidieaanvraag afgewezen wanneer de wijziging van het Programma waarbij prioriteit 3 wordt toegevoegd niet wordt goedgekeurd door de Europese Commissie.’

Artikel II  

Dit wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin deze wordt geplaatst.

Gepubliceerd te Arnhem

Gedeputeerde Staten van Gelderland

Henri Lenferink - Commissaris van de Koning

Frederik van Ardenne - Secretaris

Toelichting  

Het Programma EFRO 2021-2027 Oost-Nederland (hierna: Programma) is een Europees subsidieprogramma van Gelderland en Overijssel. GS Gelderland is aangewezen als Beheerautoriteit voor het programma. Het programma richt zich primair op het verstrekken van subsidies aan mkb-ondernemingen waarbij de ontwikkeling en toepassing van innovatie in de regionale economie en in de energietransitie in Oost-Nederland centraal staan.

 

Het Programma is onlangs gewijzigd, waarbij een nieuwe prioriteit 3 is toegevoegd. Onder deze nieuwe prioriteit kan nog meer worden ingezet op projecten die bijdragen aan de overgang naar een duurzame economie. Onder deze prioriteit vallen initiatieven gericht op het verbeteren van energie-efficiëntie, hernieuwbare energiebronnen en circulaire economie. Dit kan worden bereikt met schone en hulpbronnenefficiënte technologieën (waaronder nettonultechnologieën) die bijdragen aan de groene transitie (economie) in de regio.

 

De wijziging van het Programma moet nog formeel worden goedgekeurd door de Europese Commissie. De verwachting is dat deze goedkeuring uiterlijk in maart 2025 zal volgen.

 

Artikelgewijze toelichting

 

Onderdeel A (aanvulling definities)

In dit onderdeel wordt een definitie voor ‘prioriteit 3’ toegevoegd. Daarnaast wordt een verschrijving uit de derde wijziging van de Beleidsregel gecorrigeerd.

 

Onderdeel B (beoordelingscriteria)

Aan artikel 2.3 wordt een nieuw lid toegevoegd, waarin voor prioriteit 3-aanvragen de maximale puntenscores voor de beoordelingscriteria worden vastgelegd.

 

Onderdeel C (paragraaf schone en hulpbronnenefficiënte technologie)

In de nieuwe paragraaf 3.5 zijn de nadere eisen aan potentiële aanvragen en aanvragers opgenomen die volgen uit onder meer prioriteit 3 van het Programma.

 

Gepubliceerd te Arnhem

 

Gedeputeerde Staten van Gelderland

 

Henri Lenferink -  Commissaris van de Koning

 

Frederik van Ardenne - Secretaris

 

Naar boven