Provinciaal blad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2024, 159 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2024, 159 | overige overheidsinformatie |
Protocol Geheimhouding GS en PS Provincie Utrecht 2023
Het protocol geheimhouding Gedeputeerde Staten (GS) en Provinciale Staten (PS) provincie Utrecht bevat de regels en afspraken over hoe in de praktijk wordt omgegaan met het opleggen en opheffen van geheimhouding op informatie. Het protocol bevat ook regels over wordt omgegaan met beslotenheid van vergaderingen. De uitwerking van beide onderwerpen in dit protocol geldt zowel ten aanzien van GS als PS, die allebei een eigen Reglement van Orde kennen. In dit protocol zijn ook de relevante bepalingen opgenomen, zoals deze op grond van de Provinciewet gelden voor de commissaris van de Koning (cvdK) en commissies zoals bedoeld in hoofdstuk V Provinciewet, (verder te noemen ‘commissie’).
Dit protocol volgt wat is vastgelegd in wetgeving over geheimhouding en beslotenheid. Dit betreft met name de Wet open overheid (Woo), de Provinciewet (Pw), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Reglementen van Orde van GS en PS van de provincie Utrecht.
Het protocol maakt deel uit van het Reglement van Orde van Provinciale Staten (art. 43 RvO PS)
GS hebben een informatieplicht aan PS waaruit volgt dat Statenleden een informatierecht hebben (art. 167 Pw). De verstrekte informatie is in beginsel openbaar, tenzij sprake is van toepassing van één of meer uitzonderingsgronden die in art. 5.1 van de Woo zijn opgenomen, specifieke wetgeving of voortvloeien uit de algemene geheimhoudingsplicht van art. 2:5 Awb (zie hieronder).
Geheimhouding geldt voor iedereen die kennisneemt van informatie waarop geheimhouding rust op grond van de Pw. Ook zonder dat geheimhouding is opgelegd op grond van de Pw, is eenieder die betrokken is bij de uitvoering van een taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, gehouden tot geheimhouding. De vertrouwelijkheid van de informatie kan voortvloeien uit specifieke regelgeving (zoals bijvoorbeeld de Wet Bibob of de Aanbestedingswet), overeenkomst of de aard van de informatie. Deze algemene aanvullende geheimhoudingplicht volgt uit art. 2:5 Awb. Schending van het ambtsgeheim levert een strafbaar feit op (art. 272 Sr).
2 Opleggen en opheffen van geheimhouding
2.2 Delen van informatie waarop geheimhouding rust
Een commissie kan informatie ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan PS, GS, de cvdK en de rekenkamer. Wanneer in een commissie leden van PS zitting hebben, moet de commissie de informatie waarop de verplichting tot geheimhouding is opgelegd, verstrekken aan PS.
2.3 Registratie van opleggen en opheffen van geheimhouding door PS en GS (art. 86 Pw)
3 Beslotenheid van vergaderingen en geheimhouding en vertrouwelijkheid van het behandelde, genomen besluiten en verslagen
3.1 Besloten vergaderingen van PS en commissies (art. 23 Pw)
PS en commissies vergaderen in principe in het openbaar. In een openbare vergadering van een Statencommissie kan op verzoek van een derde van het aantal in Provinciale Staten vertegenwoordigende fracties, of op verzoek van de voorzitter de commissie, besloten worden om de deuren te sluiten. In een openbare Statenvergadering worden de deuren gesloten, wanneer ten minste een tiende van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
3.2 Besloten vergaderingen van GS en opleggen en opheffen van geheimhouding in GS
GS kunnen, op grond van art. 84 Pw, geheimhouding opleggen op grond van een belang, genoemd in art. 5.1 van de Woo over een kwestie die in hun vergadering wordt behandeld en omtrent de informatie die aan hen wordt overgedragen. De geheimhouding moet opgenomen zijn in de beslispunten in het GS-advies, waarbij ook een onderbouwing hiervoor (reden en duur) is opgenomen. Het GS-advies en/of de nader benoemde bijlagen bij het GS-advies moet(en) op elke pagina voorzien zijn van de aanduiding “GEHEIM”.
3.3 Verstrekken van mondelinge informatie door GS (of de CvdK) aan PS, commissie of de rekenkamer.
GS en de cvdK kunnen op grond van art. 84 Pw onder geheimhouding naast schriftelijke informatie (‘stukken’) ook andere (zoals mondelinge) informatie verstrekken aan PS, een commissie en de rekenkamer. Indien de geheimhouding geldt ten aanzien van informatie anders dan in schriftelijke vorm, wordt de verplichting op een passende wijze kenbaar gemaakt (art. 86 lid 1 Pw).
Van het besprokene wordt een verslag gemaakt. Dit verslag is niet openbaar tot het moment waarop het orgaan dat bevoegd om de geheimhouding op te heffen, besluit tot openbaarmaking. Indien het informatie is waar PS (-leden) kennis van kunnen nemen, dan is PS bevoegd tot opheffen van de geheimhouding.
Uitgangspunt: informatie openbaar
In de informatiestroom is openbaarheid het uitgangspunt tussen GS en PS. Niettemin kunnen er altijd omstandigheden zijn die aanleiding geven om van deze hoofdregel af te wijken, waardoor informatie niet op de gebruikelijke wijze wordt verstrekt. Voor gevallen waarin overheidsorganen wel informatie willen uitwisselen, maar openbaarheid van die informatie niet aan de orde is, bestaat de mogelijkheid tot het verstrekken van informatie onder de verplichting tot geheimhouding.
Deze geheimhouding is geregeld in de artikelen 84, 85 en 86 van de Provinciewet. Deze regeling staat los van de geheimhouding die rechtstreeks uit de wet voortvloeit. Dergelijke geheimhouding kan dan ook niet door bestuursorganen opgelegd dan wel opgeheven worden.
Naast geheimhouding op grond van de Provinciewet kan een plicht tot geheimhouding ook voortvloeien uit:
Men kan en mag om deze redenen niet zonder meer er van uitgaan dat - indien geen geheimhouding is opgelegd op grond van de Provinciewet - , informatie zonder meer openbaar is. Zoals vastgelegd in art. 2:5 Awb geldt dit voor iedereen die betrokken is bij de uitvoering van taak van een bestuursorgaan. Dit geldt onder andere voor ambtenaren, maar ook voor Statenleden.
Waar in de regelgeving een commissie wordt genoemd, moet in aanmerking worden genomen dat het gaat om commissies zoals genoemd in hoofdstuk V van de Provinciewet.
Daarbij kunnen de verschillende commissie worden onderscheiden:
In de regel maken statenleden deel uit van een Statencommissie. Dit heeft tot gevolg dat indien een Statencommissie besluit tot geheimhouding of informatie ontvangt met de verplichting tot geheimhouding, deze informatie moet worden gedeeld met PS in zijn geheel. Daaruit vloeit eveneens voort dat PS dan exclusief bevoegd zijn om de geheimhouding op te heffen. Zie ook hieronder.
Een voorzitter van een commissie kan een voorstel doen tot het opleggen van geheimhouding in commissieverband, maar is niet eigenstandig bevoegd deze geheimhouding op te leggen.
Delen van informatie onder geheimhouding
Na het besluit om informatie geheim te verklaren, kan in een aantal gevallen deze informatie met een ander orgaan worden gedeeld. Dat is geregeld in artikel 85 van de Provinciewet. Bij het verstrekken van geheime informatie vermeldt het orgaan dat de geheimhouding oplegt, dat op die informatie een verplichting tot geheimhouding rust. Degene die informatie ontvangt waarop een verplichting tot geheimhouding rust, dient die geheimhouding in acht te nemen en mag de informatie derhalve niet delen met anderen. Het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, is ook als enige bevoegd die informatie met andere organen te delen. Deze regel kent één uitzondering, namelijk voor het geval waarin geheime informatie met PS wordt gedeeld. In dat geval zijn enkel nog PS bevoegd om die informatie te delen met anderen.
De verplichting om geheimhouding in acht te nemen duurt voort totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, de geheimhouding weer opheft. Deze regel kent twee uitzonderingen, namelijk in het geval een commissie de geheimhouding heeft opgelegd en in het geval geheime informatie met PS is gedeeld. Als een commissie de geheimhouding heeft opgelegd, kan de geheimhouding ook worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. Is geheime informatie met PS gedeeld, dan zijn PS altijd exclusief bevoegd de geheimhouding op te heffen
Voorheen moest de geheimhouding op de informatie die met PS onder geheimhouding werd gedeeld, worden bekrachtigd door PS. Dit is nu anders. Vanaf het moment dat informatie waarop geheimhouding rust met PS wordt gedeeld, zijn PS degene die beslist over het voortduren of opheffen van de geheimhouding en over de mogelijkheid stukken waarop geheimhouding rust aan anderen te verstrekken. In het protocol is opgenomen dat zij dit niet doen, voordat zij het orgaan van wie de informatie afkomstig is gehoord hebben.
Informeren individuele statenleden
De mogelijkheid om individuele statenleden onder geheimhouding te informeren is in de huidige wetgeving vervallen. Met het vervallen van deze mogelijkheid wordt het uitgangspunt van gelijkheid in de informatiepositie tussen statenleden benadrukt. Die gelijkheid komt in het inlichtingenrecht specifiek tot uitdrukking: indien één lid verzoekt om informatie, wordt deze aan alle leden ter beschikking wordt gesteld.
De wetgever, zo blijkt uit de Memorie van Toelichting, heeft hiermee niet de mogelijkheid willen uitsluiten dat bijvoorbeeld in de context van een besloten Presidium of Fractievoorzittersoverleg, informatie in vertrouwelijkheid kan worden gedeeld, zonder dat deze informatie met alle statenleden moet worden gedeeld.
De plicht tot geheimhouding zal in een dergelijke context met name voortvloeien uit de aard van de casuïstiek en het vertrouwelijke karakter van de informatie.
Op grond van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet een verzoek tot openbaarmaking van informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust, tevens opgevat worden als een verzoek tot opheffing van de geheimhouding.
Alleen door middel van een verzoek op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) kan betrokkene de betreffende informatie proberen te achterhalen. Wel brengt dit met zich dat de opgelegde verplichting tot geheimhouding (telkens) door middel van een Woo-verzoek ter discussie kan worden gesteld.
Nu de bevoegdheid tot het opheffen van de geheimhouding exclusief bij PS berusten in het geval de informatie met de PS is gedeeld, zal ook op een verzoek tot het opheffen van de geheimhouding door PS moeten worden beslist.
Schending van de geheimhouding en sanctie
PS hebben op grond van de gewijzigde Provinciewet de mogelijkheid gekregen te besluiten, dat wanneer een statenlid dat de geheimhouding schendt, hij/zij voor de duur van maximaal drie maanden geen geheime informatie verstrekt krijgt. Een dergelijk statenbesluit staat los van de beoordeling van de strafwaardigheid van schending van de geheimhouding in de zin van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht
Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen.
Artikel 3:46 Algemene wet bestuursrecht
Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering.
Artikel 3:47 Algemene wet bestuursrecht
De overheid betracht bij de uitvoering van haar taak openbaarheid volgens regels bij de wet te stellen.
Artikel 23 van de Provinciewet
Artikel 24 van de Provinciewet
In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:
Artikel 54 van de Provinciewet
Artikel 60 van de Provinciewet
Gedeputeerde staten maken de besluitenlijst van hun vergaderingen op de in de provincie gebruikelijke wijze openbaar. Zij laten de openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 55 geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.
Artikel 80 van de Provinciewet
Provinciale staten kunnen statencommissies instellen die besluitvorming van provinciale staten kunnen voorbereiden en met gedeputeerde staten of de commissaris kunnen overleggen. Zij regelen daarbij de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze, daaronder begrepen de wijze waarop de leden van provinciale staten inzage hebben in stukken waaromtrent door de commissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan slechts worden geweigerd voor zover zij in strijd is met het openbaar belang.
Artikel 81 van de Provinciewet
Provinciale staten, onderscheidenlijk gedeputeerde staten, kunnen bestuurscommissies instellen die bevoegdheden uitoefenen die hun door provinciale staten, onderscheidenlijk gedeputeerde staten, zijn overgedragen. Zij regelen daarbij de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze, daaronder begrepen de wijze waarop zij inzage hebben in de stukken waaromtrent door een bestuurscommissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan slechts worden geweigerd voor zover zij in strijd is met het openbaar belang.
De artikelen 19, tweede lid, 22 en 23, eerste tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vergadering van een door provinciale staten ingestelde bestuurscommissie, met dien verstande dat in artikel 19, tweede lid, voor «de commissaris» wordt gelezen: de voorzitter van een bestuurscommissie.
Provinciale staten of gedeputeerde staten regelen ten aanzien van een door hen ingestelde andere commissie de openbaarheid van de vergaderingen. Artikel 23, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op vergaderingen met gesloten deuren van een door provinciale staten ingestelde andere commissie.
Provinciale staten, gedeputeerde staten, de commissaris van de Koning en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust.
Provinciale staten kunnen informatie ten aanzien waarvan krachtens artikel 23, vierde lid, een verplichting tot geheimhouding geldt of zij een verplichting tot geheimhouding hebben opgelegd, verstrekken aan gedeputeerde staten, de commissaris van de Koning, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V.
Indien gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning overeenkomstig het tweede of derde lid informatie verstrekken aan een commissie waarin leden van provinciale staten zitting hebben, verstrekken gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning die informatie tevens aan provinciale staten.
Indien gedeputeerde staten, de commissaris van de Koning of een commissie overeenkomstig het tweede, derde of vierde lid informatie verstrekken aan provinciale staten, kunnen provinciale staten die informatie verstrekken aan anderen. Provinciale staten kunnen regels stellen over het verstrekken van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding is opgelegd door gedeputeerde staten, de commissaris van de Koning of een commissie en die tevens aan provinciale staten is verstrekt.
Een lid van provinciale staten of van een door provinciale staten ingestelde commissie als bedoeld in hoofdstuk V dat in strijd handelt met het tweede lid kan bij besluit van provinciale staten ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt.
Artikel 167 van de Provinciewet
Zij geven provinciale staten vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 158, eerste lid, onder e, f en h, indien provinciale staten daarom verzoeken of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de provincie. In het laatste geval nemen gedeputeerde staten geen besluit dan nadat provinciale staten hun wensen en bedenkingen ter zake ter kennis van gedeputeerde staten hebben kunnen brengen.
Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:
persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van deze persoonsgegevens of deze persoonsgegevens kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt;
Uitzonderlijke gevallen kan openbaarmaking van andere informatie dan milieu-informatie voorts achterwege blijven indien openbaarmaking onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang dan genoemd in het eerste of tweede lid en het algemeen belang van openbaarheid niet tegen deze benadeling opweegt. Het bestuursorgaan baseert een beslissing tot achterwege laten van de openbaarmaking van enige informatie op deze grond ten aanzien van dezelfde informatie niet tevens op een van de in het eerste of tweede lid genoemde gronden.
Het openbaar maken van informatie blijft in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, in geval van milieu-informatie eveneens achterwege voor zover daardoor het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde belang ernstig geschaad wordt en het algemeen belang van openbaarheid van informatie niet opweegt tegen deze schade.
Artikel 272 Wetboek van Strafrecht
Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.
Indien dit misdrijf tegen een bepaald persoon gepleegd is, wordt het slechts vervolgd op diens klacht.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-159.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.