Protocol Geheimhouding GS en PS Provincie Utrecht 2023

Preambule

 

Het protocol geheimhouding Gedeputeerde Staten (GS) en Provinciale Staten (PS) provincie Utrecht bevat de regels en afspraken over hoe in de praktijk wordt omgegaan met het opleggen en opheffen van geheimhouding op informatie. Het protocol bevat ook regels over wordt omgegaan met beslotenheid van vergaderingen. De uitwerking van beide onderwerpen in dit protocol geldt zowel ten aanzien van GS als PS, die allebei een eigen Reglement van Orde kennen. In dit protocol zijn ook de relevante bepalingen opgenomen, zoals deze op grond van de Provinciewet gelden voor de commissaris van de Koning (cvdK) en commissies zoals bedoeld in hoofdstuk V Provinciewet, (verder te noemen ‘commissie’).

 

Dit protocol volgt wat is vastgelegd in wetgeving over geheimhouding en beslotenheid. Dit betreft met name de Wet open overheid (Woo), de Provinciewet (Pw), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Reglementen van Orde van GS en PS van de provincie Utrecht.

 

Het protocol maakt deel uit van het Reglement van Orde van Provinciale Staten (art. 43 RvO PS)

 

1 Uitgangspunten

 

  • 1.1

    Vergaderingen en informatie van de provincie zijn in beginsel openbaar (art. 110 Grondwet), tenzij regelgeving anders bepaalt, zie bijvoorbeeld art. 54 Pw. Geheimhouding vormt een uitzondering op de openbaarheid en kan alleen worden opgelegd als daar een wettelijke grondslag voor is.

  • 1.2

    GS hebben een informatieplicht aan PS waaruit volgt dat Statenleden een informatierecht hebben (art. 167 Pw). De verstrekte informatie is in beginsel openbaar, tenzij sprake is van toepassing van één of meer uitzonderingsgronden die in art. 5.1 van de Woo zijn opgenomen, specifieke wetgeving of voortvloeien uit de algemene geheimhoudingsplicht van art. 2:5 Awb (zie hieronder).

  • 1.3

    Geheimhouding geldt voor iedereen die kennisneemt van informatie waarop geheimhouding rust op grond van de Pw. Ook zonder dat geheimhouding is opgelegd op grond van de Pw, is eenieder die betrokken is bij de uitvoering van een taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, gehouden tot geheimhouding. De vertrouwelijkheid van de informatie kan voortvloeien uit specifieke regelgeving (zoals bijvoorbeeld de Wet Bibob of de Aanbestedingswet), overeenkomst of de aard van de informatie. Deze algemene aanvullende geheimhoudingplicht volgt uit art. 2:5 Awb. Schending van het ambtsgeheim levert een strafbaar feit op (art. 272 Sr).

2 Opleggen en opheffen van geheimhouding

2.1 Opleggen en opheffen van geheimhouding

  • 2.1.1

    PS, GS, de cvdK en een commissie zoals bedoeld in hoofdstuk V van de Pw, kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Woo, een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij hen berust (art. 84 Pw).

  • 2.1.2

    Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld.

  • 2.1.3

    Als informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan PS is verstrekt, duurt die verplichting voort totdat PS de geheimhouding opheffen (art. 86 lid 4 Pw). Zij doen dit niet voordat het bestuursorgaan van wie de informatie afkomstig is gehoord is.

2.2 Delen van informatie waarop geheimhouding rust

  • 2.2.1

    Het orgaan (PS, GS, cvdK, commissie) dat de geheimhouding op grond van art. 84 Pw heeft opgelegd, is op grond van art. 85 Pw bevoegd die informatie met de andere organen te delen, zoals hieronder aangegeven.

  • 2.2.2

    PS kunnen informatie ten aanzien waarvan krachtens art. 23 Pw, vierde lid, een verplichting tot geheimhouding geldt of zij een verplichting tot geheimhouding hebben opgelegd, verstrekken aan GS, de cvdK, de rekenkamer en aan een commissie.

  • 2.2.3

    GS kunnen informatie ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding hebben opgelegd, verstrekken aan PS, de rekenkamer en een commissie.

  • 2.2.4

    De cvdK kan informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan PS, GS, de rekenkamer en een commissie.

  • 2.2.5

    Een commissie kan informatie ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan PS, GS, de cvdK en de rekenkamer. Wanneer in een commissie leden van PS zitting hebben, moet de commissie de informatie waarop de verplichting tot geheimhouding is opgelegd, verstrekken aan PS.

  • 2.2.6

    Indien GS of de cvdK informatie waarop geheimhouding rust verstrekken aan een commissie waarin leden van PS zitting hebben, verstrekken GS of de cvdK die informatie tevens aan PS.

  • 2.2.7

    Indien GS, de CvdK of een commissie informatie waarop geheimhouding rust verstrekken aan PS, kunnen PS die informatie verstrekken aan ‘anderen’. PS kunnen regels stellen over het verstrekken van deze informatie (art. 85 lid 6 Pw).

  • 2.2.8

    PS verstrekken geheime informatie, zoals genoemd in art. 85 lid 6 Pw, die afkomstig is van GS, de cvdK of een commissie aan anderen, alleen op basis van een door PS genomen besluit.

  • 2.2.9

    PS verstrekken informatie waarop geheimhouding rust die afkomstig is van GS, de cvdK of een commissie, niet aan anderen voordat zij het bestuursorgaan van wie de informatie afkomstig is, gehoord hebben.

  • 2.2.10

    PS stellen schriftelijk de voorwaarden vast waaronder ‘anderen’ zoals bedoeld in het voorgaande kennis kunnen nemen van de informatie waarop de geheimhouding rust.

2.3 Registratie van opleggen en opheffen van geheimhouding door PS en GS (art. 86 Pw)

  • 2.3.1

    Een verplichting tot geheimhouding wordt vermeld op de informatie ten aanzien waarvan de geheimhouding geldt. Indien de geheimhouding geldt ten aanzien van informatie anders dan in schriftelijke vorm, wordt de verplichting op een passende wijze kenbaar gemaakt (art. 86 lid 1 Pw).

  • 2.3.2.

    Een verplichting tot geheimhouding wordt in acht genomen door allen die van de informatie kennis dragen.

  • 2.3.3.

    Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting ook worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld (art. 86 lid 3).

  • 2.3.4.

    Als informatie onder de verplichting tot geheimhouding aan PS is verstrekt, zijn alleen PS bevoegd om de geheimhouding op te heffen (art. 86 lid 3 Pw en artikel 2.1.3. van dit protocol). Zij doen dit niet voordat het bestuursorgaan van wie de informatie afkomstig is, gehoord is.

2.4 Schending van de opgelegde verplichting tot geheimhouding op grond van art. 86 lid 2 Pw

Een lid van PS of van een door PS ingestelde commissie, dat in strijd handelt met de verplichting tot geheimhouding, kan bij besluit van PS ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt.

 

2.5 Nadere afspraken/uitwerking met betrekking tot de registratie

  • 2.5.1

    GS laten alle informatie waarop zij geheimhouding opleggen, registreren door de provinciesecretaris.

  • 2.5.2

    PS laten alle aan hen, in welke samenstelling dan ook, overlegde informatie waarop geheimhouding is opgelegd registreren door de griffier.

  • 2.5.3.

    Bij de registratie door provinciesecretaris of griffier wordt aangegeven, voor zover mogelijk, wanneer de geheimhouding wordt opgeheven.

  • 2.5.4.

    Provinciesecretaris en griffier houden de registraties bij in een gezamenlijk register, dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Indien nodig bereiden zij een opheffingsbesluit voor.

3 Beslotenheid van vergaderingen en geheimhouding en vertrouwelijkheid van het behandelde, genomen besluiten en verslagen

3.1 Besloten vergaderingen van PS en commissies (art. 23 Pw)

  • 3.1.1

    PS en commissies vergaderen in principe in het openbaar. In een openbare vergadering van een Statencommissie kan op verzoek van een derde van het aantal in Provinciale Staten vertegenwoordigende fracties, of op verzoek van de voorzitter de commissie, besloten worden om de deuren te sluiten. In een openbare Statenvergadering worden de deuren gesloten, wanneer ten minste een tiende van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

  • 3.1.2

    Als PS of een commissie vervolgens besluiten om achter gesloten deuren te vergaderen dan is de informatie die daar wordt behandeld geheim.

  • 3.1.3

    Van een vergadering achter gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij PS besluiten de verplichting tot geheimhouding op te heffen.

  • 3.1.4

    PS maken de besluitenlijst van hun vergaderingen op de gebruikelijke wijze openbaar. PS laten openbaarmaking achterwege in de gevallen waarin een verplichting tot geheimhouding geldt of wanneer openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.

3.2 Besloten vergaderingen van GS en opleggen en opheffen van geheimhouding in GS

  • 3.2.1

    GS vergaderen, conform art. 54, eerste lid Pw, met gesloten deuren, voor zover GS niet anders hebben bepaald.

  • 3.2.2.

    De daarvoor in aanmerking komende besluiten uit de GS-vergadering worden opgenomen in een openbaar GS-verslag, voor zover GS niet anders hebben bepaald.

  • 3.2.3

    De beraadslagingen van GS over stukken die aan GS zijn voorgelegd en over de standaardagendapunten, zoals de rondvraag, worden opgenomen in een niet-openbaar GS-verslag, vanwege het besloten karakter van de vergadering. Het niet-openbare GS-verslag bevat geen besluiten.

  • 3.2.4

    GS kunnen, op grond van art. 84 Pw, geheimhouding opleggen op grond van een belang, genoemd in art. 5.1 van de Woo over een kwestie die in hun vergadering wordt behandeld en omtrent de informatie die aan hen wordt overgedragen. De geheimhouding moet opgenomen zijn in de beslispunten in het GS-advies, waarbij ook een onderbouwing hiervoor (reden en duur) is opgenomen. Het GS-advies en/of de nader benoemde bijlagen bij het GS-advies moet(en) op elke pagina voorzien zijn van de aanduiding “GEHEIM”.

  • 3.2.5

    Als geheimhouding wordt opgelegd, zijn het behandelde, de genomen besluiten en het verslag geheim. Hiertoe wordt een apart GS-verslag gemaakt welke op elke pagina voorzien wordt van de aanduiding “GEHEIM”.

3.3 Verstrekken van mondelinge informatie door GS (of de CvdK) aan PS, commissie of de rekenkamer.

  • 3.3.1

    GS en de cvdK kunnen op grond van art. 84 Pw onder geheimhouding naast schriftelijke informatie (‘stukken’) ook andere (zoals mondelinge) informatie verstrekken aan PS, een commissie en de rekenkamer. Indien de geheimhouding geldt ten aanzien van informatie anders dan in schriftelijke vorm, wordt de verplichting op een passende wijze kenbaar gemaakt (art. 86 lid 1 Pw).

  • 3.3.2

    Indien de informatie waarop geheimhouding rust ook mondelinge informatie betreft, wordt deze informatie gedeeld in een besloten bijeenkomst.

  • 3.3.3

    GS delen aan het begin van de bijeenkomst mee dat en waarom de informatie geheim is.

  • 3.3.4

    Van het besprokene wordt een verslag gemaakt. Dit verslag is niet openbaar tot het moment waarop het orgaan dat bevoegd om de geheimhouding op te heffen, besluit tot openbaarmaking. Indien het informatie is waar PS (-leden) kennis van kunnen nemen, dan is PS bevoegd tot opheffen van de geheimhouding.

  • 3.3.5

    Indien de besloten bijeenkomst een PS vergadering of een commissievergadering betreft, zijn de regels omtrent beslotenheid, verslaglegging en openbaarmaking van toepassing zoals genoemd in art. 23 Pw.

 

Toelichting

Uitgangspunt: informatie openbaar

In de informatiestroom is openbaarheid het uitgangspunt tussen GS en PS. Niettemin kunnen er altijd omstandigheden zijn die aanleiding geven om van deze hoofdregel af te wijken, waardoor informatie niet op de gebruikelijke wijze wordt verstrekt. Voor gevallen waarin overheidsorganen wel informatie willen uitwisselen, maar openbaarheid van die informatie niet aan de orde is, bestaat de mogelijkheid tot het verstrekken van informatie onder de verplichting tot geheimhouding.

Deze geheimhouding is geregeld in de artikelen 84, 85 en 86 van de Provinciewet. Deze regeling staat los van de geheimhouding die rechtstreeks uit de wet voortvloeit. Dergelijke geheimhouding kan dan ook niet door bestuursorganen opgelegd dan wel opgeheven worden.

 

Naast geheimhouding op grond van de Provinciewet kan een plicht tot geheimhouding ook voortvloeien uit:

 

  • specifieke wet- en regelgeving

  • een overeenkomst met derden

  • de (vertrouwelijke) aard van de informatie.

Men kan en mag om deze redenen niet zonder meer er van uitgaan dat - indien geen geheimhouding is opgelegd op grond van de Provinciewet - , informatie zonder meer openbaar is. Zoals vastgelegd in art. 2:5 Awb geldt dit voor iedereen die betrokken is bij de uitvoering van taak van een bestuursorgaan. Dit geldt onder andere voor ambtenaren, maar ook voor Statenleden.

 

Commissies

Waar in de regelgeving een commissie wordt genoemd, moet in aanmerking worden genomen dat het gaat om commissies zoals genoemd in hoofdstuk V van de Provinciewet.

Daarbij kunnen de verschillende commissie worden onderscheiden:

  • de Statencommissie (art. 80 Pw)

  • de bestuurscommissie (art. 81 Pw)

  • andere commissies (art. 82 Pw, bijvoorbeeld adviescommissies).

In de regel maken statenleden deel uit van een Statencommissie. Dit heeft tot gevolg dat indien een Statencommissie besluit tot geheimhouding of informatie ontvangt met de verplichting tot geheimhouding, deze informatie moet worden gedeeld met PS in zijn geheel. Daaruit vloeit eveneens voort dat PS dan exclusief bevoegd zijn om de geheimhouding op te heffen. Zie ook hieronder.

 

Een voorzitter van een commissie kan een voorstel doen tot het opleggen van geheimhouding in commissieverband, maar is niet eigenstandig bevoegd deze geheimhouding op te leggen.

 

Delen van informatie onder geheimhouding

Na het besluit om informatie geheim te verklaren, kan in een aantal gevallen deze informatie met een ander orgaan worden gedeeld. Dat is geregeld in artikel 85 van de Provinciewet. Bij het verstrekken van geheime informatie vermeldt het orgaan dat de geheimhouding oplegt, dat op die informatie een verplichting tot geheimhouding rust. Degene die informatie ontvangt waarop een verplichting tot geheimhouding rust, dient die geheimhouding in acht te nemen en mag de informatie derhalve niet delen met anderen. Het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, is ook als enige bevoegd die informatie met andere organen te delen. Deze regel kent één uitzondering, namelijk voor het geval waarin geheime informatie met PS wordt gedeeld. In dat geval zijn enkel nog PS bevoegd om die informatie te delen met anderen.

 

Opheffen geheimhouding

De verplichting om geheimhouding in acht te nemen duurt voort totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, de geheimhouding weer opheft. Deze regel kent twee uitzonderingen, namelijk in het geval een commissie de geheimhouding heeft opgelegd en in het geval geheime informatie met PS is gedeeld. Als een commissie de geheimhouding heeft opgelegd, kan de geheimhouding ook worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. Is geheime informatie met PS gedeeld, dan zijn PS altijd exclusief bevoegd de geheimhouding op te heffen

 

Bekrachtiging

Voorheen moest de geheimhouding op de informatie die met PS onder geheimhouding werd gedeeld, worden bekrachtigd door PS. Dit is nu anders. Vanaf het moment dat informatie waarop geheimhouding rust met PS wordt gedeeld, zijn PS degene die beslist over het voortduren of opheffen van de geheimhouding en over de mogelijkheid stukken waarop geheimhouding rust aan anderen te verstrekken. In het protocol is opgenomen dat zij dit niet doen, voordat zij het orgaan van wie de informatie afkomstig is gehoord hebben.

 

Informeren individuele statenleden

De mogelijkheid om individuele statenleden onder geheimhouding te informeren is in de huidige wetgeving vervallen. Met het vervallen van deze mogelijkheid wordt het uitgangspunt van gelijkheid in de informatiepositie tussen statenleden benadrukt. Die gelijkheid komt in het inlichtingenrecht specifiek tot uitdrukking: indien één lid verzoekt om informatie, wordt deze aan alle leden ter beschikking wordt gesteld.

 

De wetgever, zo blijkt uit de Memorie van Toelichting, heeft hiermee niet de mogelijkheid willen uitsluiten dat bijvoorbeeld in de context van een besloten Presidium of Fractievoorzittersoverleg, informatie in vertrouwelijkheid kan worden gedeeld, zonder dat deze informatie met alle statenleden moet worden gedeeld.

 

De plicht tot geheimhouding zal in een dergelijke context met name voortvloeien uit de aard van de casuïstiek en het vertrouwelijke karakter van de informatie.

 

Wet open overheid (Woo)

Op grond van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet een verzoek tot openbaarmaking van informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust, tevens opgevat worden als een verzoek tot opheffing van de geheimhouding.

Alleen door middel van een verzoek op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) kan betrokkene de betreffende informatie proberen te achterhalen. Wel brengt dit met zich dat de opgelegde verplichting tot geheimhouding (telkens) door middel van een Woo-verzoek ter discussie kan worden gesteld.

 

Nu de bevoegdheid tot het opheffen van de geheimhouding exclusief bij PS berusten in het geval de informatie met de PS is gedeeld, zal ook op een verzoek tot het opheffen van de geheimhouding door PS moeten worden beslist.

 

Schending van de geheimhouding en sanctie

PS hebben op grond van de gewijzigde Provinciewet de mogelijkheid gekregen te besluiten, dat wanneer een statenlid dat de geheimhouding schendt, hij/zij voor de duur van maximaal drie maanden geen geheime informatie verstrekt krijgt. Een dergelijk statenbesluit staat los van de beoordeling van de strafwaardigheid van schending van de geheimhouding in de zin van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.

 

Relevante wetsartikelen

 

Artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht

  • 1.

    Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

  • 2.

    Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen.

Artikel 3:46 Algemene wet bestuursrecht

Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering.

 

Artikel 3:47 Algemene wet bestuursrecht

  • 1.

    De motivering wordt vermeld bij de bekendmaking van het besluit.

  • 2.

    Daarbij wordt zo mogelijk vermeld krachtens welk wettelijk voorschrift het besluit wordt genomen.

  • 3.

    Indien de motivering in verband met de vereiste spoed niet aanstonds bij de bekendmaking van het besluit kan worden vermeld, verstrekt het bestuursorgaan deze binnen een week na de bekendmaking.

  • 4.

    In dat geval zijn de artikelen 3:41 tot en met 3:43 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 110 Grondwet

De overheid betracht bij de uitvoering van haar taak openbaarheid volgens regels bij de wet te stellen.

 

Artikel 23 van de Provinciewet

  • 1.

    De vergadering van provinciale staten wordt in het openbaar gehouden.

  • 2.

    De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een tiende van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

  • 3.

    Provinciale staten beslissen vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 4.

    Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat provinciale staten haar opheffen.

  • 5.

    Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij provinciale staten besluiten de verplichting, bedoeld in het vierde lid, op te heffen.

  • 6.

    Provinciale staten maken de besluitenlijst van hun vergaderingen op de in de provincie gebruikelijke wijze openbaar. Provinciale staten laten openbaarmaking achterwege in de gevallen waarin een verplichting tot geheimhouding geldt of wanneer openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.

Artikel 24 van de Provinciewet

In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:

  • a.

    de toelating van nieuw benoemde leden;

  • b.

    de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening;

  • c.

    de invoering, wijziging en afschaffing van provinciale belastingen; en

  • d.

    de benoeming en het ontslag van gedeputeerden.

Artikel 54 van de Provinciewet

  • 1.

    De vergaderingen van gedeputeerde staten worden met gesloten deuren gehouden, voor zover gedeputeerde staten niet anders hebben bepaald.

  • 2.

    Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels geven omtrent de openbaarheid van de vergaderingen van gedeputeerde staten.

Artikel 60 van de Provinciewet

  • 1.

    Provinciale staten kunnen regelen van welke beslissingen van gedeputeerde staten aan de leden van provinciale staten kennisgeving wordt gedaan. Daarbij kunnen provinciale staten de gevallen bepalen waarin met terinzagelegging kan worden volstaan.

  • 2.

    Gedeputeerde staten laten de kennisgeving of terinzagelegging achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang.

  • 3.

    Gedeputeerde staten maken de besluitenlijst van hun vergaderingen op de in de provincie gebruikelijke wijze openbaar. Zij laten de openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 55 geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.

Artikel 80 van de Provinciewet

  • 1.

    Provinciale staten kunnen statencommissies instellen die besluitvorming van provinciale staten kunnen voorbereiden en met gedeputeerde staten of de commissaris kunnen overleggen. Zij regelen daarbij de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze, daaronder begrepen de wijze waarop de leden van provinciale staten inzage hebben in stukken waaromtrent door de commissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan slechts worden geweigerd voor zover zij in strijd is met het openbaar belang.

  • 2.

    De commissaris en de gedeputeerden zijn geen lid van een statencommissie.

  • 3.

    Bij de samenstelling van een statencommissie zorgen provinciale staten, voor zover het de benoeming betreft van leden van provinciale staten, voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in provinciale staten vertegenwoordigde groeperingen.

  • 4.

    Een lid van provinciale staten is voorzitter van een statencommissie.

  • 5.

    De artikelen 19 en 21 tot en met 23 zijn van overeenkomstige toepassing op een vergadering van een statencommissie, met dien verstande dat in artikel 19 voor «commissaris» wordt gelezen «voorzitter van de statencommissie».

Artikel 81 van de Provinciewet

  • 1.

    Provinciale staten, onderscheidenlijk gedeputeerde staten, kunnen bestuurscommissies instellen die bevoegdheden uitoefenen die hun door provinciale staten, onderscheidenlijk gedeputeerde staten, zijn overgedragen. Zij regelen daarbij de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze, daaronder begrepen de wijze waarop zij inzage hebben in de stukken waaromtrent door een bestuurscommissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan slechts worden geweigerd voor zover zij in strijd is met het openbaar belang.

  • 2.

    De commissaris en de gedeputeerden zijn geen lid van een door provinciale staten ingestelde bestuurscommissie. Leden van provinciale staten zijn geen lid van een door gedeputeerde staten ingestelde bestuurscommissie.

  • 3.

    Artikel 19 van de Bekendmakingswet is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot instelling van een bestuurscommissie.

  • 4.

    De artikelen 19, tweede lid, 22 en 23, eerste tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vergadering van een door provinciale staten ingestelde bestuurscommissie, met dien verstande dat in artikel 19, tweede lid, voor «de commissaris» wordt gelezen: de voorzitter van een bestuurscommissie.

  • 5.

    Voor zover zulks in verband met de aard en omvang van de overgedragen bevoegdheden nodig is, regelen gedeputeerde staten de openbaarheid van vergaderingen van een door hen ingestelde bestuurscommissie.

Artikel 82 Provinciewet

  • 1.

    Provinciale staten of gedeputeerde staten kunnen andere commissies dan bedoeld in de artikelen 80, eerste lid, en 81, eerste lid, instellen.

  • 2.

    Artikel 81, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Provinciale staten of gedeputeerde staten regelen ten aanzien van een door hen ingestelde andere commissie de openbaarheid van de vergaderingen. Artikel 23, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op vergaderingen met gesloten deuren van een door provinciale staten ingestelde andere commissie.

  • 4.

    Artikel 19 van de Bekendmakingswet is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot instelling van een andere commissie.

Artikel 84 Provinciewet

Provinciale staten, gedeputeerde staten, de commissaris van de Koning en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust.

 

Artikel 85 Provinciewet

  • 1.

    Provinciale staten kunnen informatie ten aanzien waarvan krachtens artikel 23, vierde lid, een verplichting tot geheimhouding geldt of zij een verplichting tot geheimhouding hebben opgelegd, verstrekken aan gedeputeerde staten, de commissaris van de Koning, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V.

  • 2.

    Gedeputeerde staten kunnen informatie ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding hebben opgelegd, verstrekken aan provinciale staten, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V.

  • 3.

    De commissaris van de Koning kan informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan provinciale staten, gedeputeerde staten, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V.

  • 4.

    Een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kan informatie ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan provinciale staten, gedeputeerde staten, de commissaris van de Koning en de rekenkamer.

  • 5.

    Indien gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning overeenkomstig het tweede of derde lid informatie verstrekken aan een commissie waarin leden van provinciale staten zitting hebben, verstrekken gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning die informatie tevens aan provinciale staten.

  • 6.

    Indien gedeputeerde staten, de commissaris van de Koning of een commissie overeenkomstig het tweede, derde of vierde lid informatie verstrekken aan provinciale staten, kunnen provinciale staten die informatie verstrekken aan anderen. Provinciale staten kunnen regels stellen over het verstrekken van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding is opgelegd door gedeputeerde staten, de commissaris van de Koning of een commissie en die tevens aan provinciale staten is verstrekt.

Artikel 86 Provinciewet

  • 1.

    Een verplichting tot geheimhouding wordt vermeld op het stuk ten aanzien waarvan de geheimhouding geldt. Indien de geheimhouding geldt ten aanzien van informatie anders dan in schriftelijke vorm, wordt de verplichting op een passende wijze kenbaar gemaakt.

  • 2.

    Een verplichting tot geheimhouding wordt in acht genomen door allen die van de informatie kennis dragen.

  • 3.

    Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld.

  • 4.

    Indien informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan provinciale staten is verstrekt, duurt die verplichting in afwijking van het derde lid voort totdat de provinciale staten haar opheffen.

  • 5.

    Een lid van provinciale staten of van een door provinciale staten ingestelde commissie als bedoeld in hoofdstuk V dat in strijd handelt met het tweede lid kan bij besluit van provinciale staten ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt.

Artikel 167 van de Provinciewet

  • 1.

    Gedeputeerde staten en elk van hun leden afzonderlijk zijn aan provinciale staten verantwoording schuldig over het door hen gevoerde bestuur.

  • 2.

    Zij geven provinciale staten alle inlichtingen die provinciale staten voor de uitoefening van hun taak nodig hebben.

  • 3.

    Zij geven provinciale staten mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

  • 4.

    Zij geven provinciale staten vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 158, eerste lid, onder e, f en h, indien provinciale staten daarom verzoeken of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de provincie. In het laatste geval nemen gedeputeerde staten geen besluit dan nadat provinciale staten hun wensen en bedenkingen ter zake ter kennis van gedeputeerde staten hebben kunnen brengen.

  • 5.

    Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 158, eerste lid, onder f, geen uitstel kan lijden, geven zij in afwijking van het vierde lid provinciale staten zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het ter zake genomen besluit.

Artikel 5.1 Wet open overheid

  • 1.

    Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:

    • a.

      de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen;

    • b.

      de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden;

    • c.

      bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;

    • d.

      persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van deze persoonsgegevens of deze persoonsgegevens kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt;

    • e.

      nummers betreft die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven als bedoeld in artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de levenssfeer maakt.

  • 2.

    Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

    • a.

      de betrekkingen van Nederland met andere landen en staten en met internationale organisaties;

    • b.

      de economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, in geval van milieu-informatie slechts voor zover de informatie betrekking heeft op handelingen met een vertrouwelijk karakter;

    • c.

      de opsporing en vervolging van strafbare feiten;

    • d.

      de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;

    • e.

      de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

    • f.

      de bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens;

    • g.

      de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft;

    • h.

      de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage;

    • i.

      i.het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.

  • 3.

    Indien een verzoek tot openbaarmaking op een van de in het tweede lid genoemde gronden wordt afgewezen, bevat het besluit hiervoor een uitdrukkelijke motivering.

  • 4.

    Openbaarmaking kan tijdelijk achterwege blijven, indien het belang van de geadresseerde van de informatie om als eerste kennis te nemen van de informatie dit kennelijk vereist. Het bestuursorgaan doet mededeling aan de verzoeker van de termijn waarbinnen de openbaarmaking alsnog zal geschieden.

  • 5.

    Uitzonderlijke gevallen kan openbaarmaking van andere informatie dan milieu-informatie voorts achterwege blijven indien openbaarmaking onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang dan genoemd in het eerste of tweede lid en het algemeen belang van openbaarheid niet tegen deze benadeling opweegt. Het bestuursorgaan baseert een beslissing tot achterwege laten van de openbaarmaking van enige informatie op deze grond ten aanzien van dezelfde informatie niet tevens op een van de in het eerste of tweede lid genoemde gronden.

  • 6.

    Het openbaar maken van informatie blijft in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, in geval van milieu-informatie eveneens achterwege voor zover daardoor het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde belang ernstig geschaad wordt en het algemeen belang van openbaarheid van informatie niet opweegt tegen deze schade.

  • 7.

    Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu.

Artikel 272 Wetboek van Strafrecht

Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.

Indien dit misdrijf tegen een bepaald persoon gepleegd is, wordt het slechts vervolgd op diens klacht.

Naar boven