Wijziging Regeling maatwerk investeringen Agroprogramma 2024

GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN

 

Overwegende dat:

 

  • -

    wij bij besluit van 21 november 2023 de Regeling maatwerk investeringen Agroprogramma 2023 vastgesteld hebben;

 

  • -

    de Regeling maatwerk investeringen Agroprogramma 2023 inmiddels tweemaal open is gesteld en de bij de behandeling van de daarbij ingediende subsidieaanvragen opgedane ervaringen aanleiding geven om de voornoemde regeling te wijzigen;

Gelet op:

 

  • -

    titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

  • -

    artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017;

 

  • -

    de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018;

Besluit de Regeling maatwerk investeringen Agroprogramma 2024 als volgt te wijzigen:

ARTIKEL I  

A.

 

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In de begripsbepaling van 'bovenwettelijk' wordt na 'Unienormen' ingevoegd 'of wettelijke voorschriften'.

  • 2.

    In de begripsbepaling van 'funderingsproblematiek' wordt voor 'de omstandigheid' ingevoegd 'schade als bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen aan de fundering, of'.

  • 3.

    In de begripsbepaling van 'Unienorm' wordt voor 'Unie' ingevoegd 'Europese'.

  • 4.

    De begripsomschrijving van 'verbetering en omschakeling van de productie' komt te luiden: verbeteren van de algehele prestatie en duurzaamheid van het landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 14, deerde lid, aanhef en onder a, van de LVV.

  • 5.

    In de begripsbepaling van 'versterking' komt te vervallen ', zoals dat komt te luiden als het bij koninklijke boodschap van 13 oktober 2020 ingediende voorstel van wet houdende wijzigingen van de Tijdelijke wet Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen (Kamerstukken 35 603), tot wet is verheven en in werking is getreden.'

  • 6.

    In de begripsbepaling van 'verwerking van landbouwproducten' wordt 'onder 6' vervangen door 'onder 45'.

  • 7.

    In de alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen ingevoegd:

    •  

    • advieskosten: algemene kosten bedoeld in artikel 14, zesde lid, onder c, en artikel 17, vijfde lid, onder c, van de LVV;

    •  

    • fundering: de fundering van een in het aardbevingsgebied gelegen bedrijfsgebouw ten behoeve van de agrarische onderneming, niet zijnde een woongebouw;

    •  

    • Middag-Humsterland: het gebied behorende tot het Nationaal Landschap Middag-Humsterland zoals aangewezen in artikel 3.38 van de Omgevingsverordening provincie Groningen;

    •  

    • motorrijtuig: motorrijtuig als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;

    •  

    • onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 1 van Bijlage I van de LVV;

    •  

    • rollend materieel: motorrijtuigen en, voor zover dit geen motorrijtuigen zijn, tractoren, aanhangwagens en ander rollend materieel zoals grondbewerkingsmachines en oogstmachines;

    •  

    • versterkingsbesluit: een besluit als bedoeld in artikel 13j, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen;

B.

 

In artikel 3, tweede lid, onder a, wordt 'als 'speciaal dossier' of 'melding met agrokenmerk'' vervangen door 'als 'speciaal dossier', melding met 'agro kenmerk' of 'Agrodossier''.

 

C.

 

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het tweede lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van de opsomming door een puntkomma, toegevoegd 'h. advieskosten, voor zover deze meer dan 5 % van het toe te kennen subsidiebedrag bedragen.'.

  • 2.

    Aan artikel 6 wordt een lid toegevoegd, luidende:

    • 3.

      Op de subsidiabele kosten worden de eventueel door de subsidieontvanger bij de uitvoering van het investeringsproject te realiseren inkomsten in mindering gebracht.

D.

 

Artikel 8 komt te luiden:

 

Artikel 8. Algemene weigeringsgronden en beslistermijn

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:35 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Procedureregeling en het overige in deze regeling bepaalde, wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:

    • a.

      subsidieverstrekking naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet bijdraagt aan het in artikel 2 vermelde doel van deze regeling;

    • b.

      de aanvrager van de subsidie niet behoort tot de in artikel 3 vermelde doelgroep van deze regeling;

    • c.

      de aanvrager als agrarische onderneming geen reëel toekomstperspectief heeft of als sprake is van een onderneming in moeilijkheden op steun waaraan de LVV, gelet op artikel 1, vijfde lid, van de LVV, niet van toepassing is;

    • d.

      de aanvrager geen kmo is;

    • e.

      aan de aanvrager op grond van deze regeling al een subsidie is verstrekt;

    • f.

      geen subsidieplafond is vastgesteld voor het tijdvak waarin de aanvraag is ingediend;

    • g.

      aan de aanvrager door Gedeputeerde Staten ter uitvoering van hun besluit van 25 oktober 2022 (dossiernummer K39305) of in de periode gelegen tussen 1 januari 2023 en de inwerkingtreding van deze regeling al een subsidie is verstrekt voor een investeringsproject; of,

    • h.

      uit de aanvraag onvoldoende blijkt dat de aanvrager of de subsidiabele activiteiten voldoen of kunnen voldoen aan de daaraan ingevolge de Algemene wet bestuursrecht, de Procedureregeling, deze regeling of de LVV gestelde eisen.

  • 2.

    Met aanvrager als bedoeld in het vorige lid, onder b, c, d, e, g en h worden gelijkgesteld:

    • a.

      een onderneming die behoort tot dezelfde groep of kmo als de aanvrager;

    • b.

      twee of meer ondernemingen met tenminste eenzelfde maat of vennoot; of,

    • c.

      twee of meer ondernemingen met tenminste één uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in artikel 1 van de Handelsregisterwet 2007 die in of over de betrokken ondernemingen middellijk of onmiddellijk een belang of zeggenschap heeft van 25 % of meer.

  • 3.

    Indien de aanvraag om subsidieverlening is ingediend in een tijdvak als bedoeld in artikel 12, zevende lid, wordt in afwijking van het bepaalde in artikel 2.4, eerste lid, van de Procedureregeling de beschikking tot subsidieverlening gegeven binnen 16 weken na afloop van dat tijdvak.

E.

 

Artikel 9 wordt vervangen door twee artikelen, luidende:

 

Artikel 9. Weigeringsgronden ten aanzien van de activiteiten

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Procedureregeling en het overige in deze regeling bepaalde, wordt de subsidie in ieder geval geweigerd voor zover:

  • a.

    geen sprake is van subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 5 of subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 6;

  • b.

    de aanvraag betrekking heeft op een activiteit waarvoor op grond van het bepaalde bij of krachtens het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie aangevraagd kan worden of verleend is;

  • c.

    de aanvraag betrekking heeft op een activiteit waarvoor aanvrager van de dienst Nationaal Coördinator Groningen of het Instituut Mijnbouwschade Groningen een bijdrage, anders dan uit hoofde van versterking, schadeherstel of vergoeding van schadeherstel, ontvangen heeft of kan ontvangen;

  • d.

    de aanvraag betrekking heeft op een activiteit waarvoor op grond van een andere regeling een subsidie aangevraagd is waarop nog niet is besloten;

  • e.

    subsidieverstrekking in strijd is met de in Verordening (EU) nr. 1308/2013 vastgestelde verboden of beperkingen, ook wanneer die verboden of beperkingen uitsluitend betrekking hebben op de steun van de Unie waarin de regeling voorziet; of,

  • f.

    duidelijk of aannemelijk is dat een activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, niet binnen een jaar na subsidieverlening start of niet binnen vijf jaar na subsidieverlening is gerealiseerd.

Artikel 9a. Weigeringsgronden met betrekking tot de hoogte van het subsidiebedrag en in verband met een bevel tot terugvordering

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Procedureregeling en het overige in deze regeling bepaalde, weigeren Gedeputeerde Staten een subsidie geheel of gedeeltelijk indien bij subsidieverstrekking aan aanvrager:

    • a.

      de toepasselijke maximale subsidie-intensiteit als bedoeld in artikel 7, derde lid, zou worden overschreden;

    • b.

      het op grond van artikel 7, eerste en tweede lid, of artikel 16, tweede lid, toepasselijke maximale subsidiebedrag zou worden overschreden;

    • c.

      gelet op artikel 8 van de LVV, één of meer van de in artikel 4, eerste lid, van de LVV genoemde toepasselijke aanmelddrempels of de op grond van de LVV toepasselijke maximale steunintensiteit zou worden overschreden; of,

    • d.

      buiten de kaders van artikel 14 of artikel 17 van de LVV zou worden gehandeld.

  • 2.

    De subsidie wordt voorts geweigerd indien zij is aangevraagd door een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

  • 3.

    Met aanvrager als bedoeld in dit artikel worden gelijkgesteld:

    • a.

      een onderneming die behoort tot dezelfde groep of kmo als de aanvrager;

    • b.

      twee of meer ondernemingen met tenminste eenzelfde maat of vennoot; of,

    • c.

      twee of meer ondernemingen met tenminste één uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in artikel 1 van de Handelsregisterwet 2007 die in of over de betrokken ondernemingen middellijk of onmiddellijk een belang of zeggenschap heeft van 25 % of meer.

F.

 

In artikel 10 wordt 'artikel 9' vervangen door 'de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Procedureregeling en het overige in deze regeling bepaalde'.

 

G.

 

Artikel 12 komt te luiden:

 

Artikel 12. Verdeelsystematiek

  • 1.

    Voor subsidieverstrekking komen achtereenvolgens in aanmerking:

    • a.

      aanvragen die behoren tot categorie 1;

    • b.

      aanvragen die behoren tot categorie 2;

    • c.

      aanvragen die behoren tot categorie 3;

    • d.

      aanvragen die behoren tot categorie 4.

  • 2.

    Tot categorie 1 behoren de volledige aanvragen die aan elk van de volgende voorwaarden voldoen:

    • a.

      door het Instituut is aan de aanvrager met een in rechte vaststaand besluit een vergoeding toegekend vanwege schade aan één of meer bedrijfsgebouwen van aanvrager;

    • b.

      de aanvrager is geadresseerde van een in rechte vaststaand versterkingsbesluit als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Tijdelijke wet Groningen in verband met het versterken van één of meerdere bedrijfsgebouwen van aanvrager;

    • c.

      het investeringsproject bestaat geheel of gedeeltelijk uit bouw of verbouw van een bedrijfsgebouw van aanvrager en bij de subsidieaanvraag is aangetoond dat de uitvoering daarvan start binnen negen maanden na verlening van de subsidie;

    • d.

      minder dan 30 % van het aangevraagde subsidiebedrag wordt gebruikt voor investeringen in rollend materieel.

  • 3.

    Tot categorie 2 behoren de volledige aanvragen die in ieder geval voldoen aan de in het tweede lid, onder d, genoemde voorwaarde en voorts voldoen aan slechts twee van de overige in het tweede lid genoemde voorwaarden.

  • 4.

    Tot categorie 3 behoren de volledige aanvragen die in ieder geval voldoen aan de in het tweede lid, onder d, genoemde voorwaarde en voorts voldoet aan slechts één van de overige in het tweede lid genoemde voorwaarden.

  • 5.

    Tot categorie 4 behoren de overige volledige aanvragen.

  • 6.

    Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, wordt met loting bepaald in welke volgorde de tot de bewuste categorie behorende aanvragen in aanmerking komen voor subsidieverstrekking,

  • 7.

    Een subsidieplafond is van toepassing op subsidieaanvragen waarvan de datum van binnenkomst van de volledige aanvraag gelegen is in het tijdvak waarvoor het subsidieplafond geldt.

  • 8.

    Een volledige aanvraag als bedoeld in dit artikel is een aanvraag:

    • a.

      waarbij het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier en alle voor de beoordeling verder benodigde informatie en documenten op de voorgeschreven wijze zijn ingediend gedurende het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld; en

    • b.

      die door de aanvrager niet meer wordt gewijzigd of aangevuld.

  • 9.

    Met een in het tweede lid, onder a, bedoeld in rechte vaststaand besluit wordt gelijkgesteld:

    • a.

      een in rechte vaststaande toekenning door de Nederlandse Aardolie Maatschappij BV van een vergoeding vanwege schade aan één of meer bedrijfsgebouwen van aanvrager, indien die schade nog niet hersteld is;

    • b.

      een in rechte vaststaande toekenning door de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade als bedoeld in het Besluit mijnbouwschade Groningen, van een vergoeding vanwege schade aan één of meer bedrijfsgebouwen van aanvrager, indien die schade nog niet hersteld is.

H.

 

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onder vernummering van het tweede tot en met derde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

    • 1.

      De investeringen die de subsidieontvanger met de subsidie realiseert, blijven eigendom van de subsidieontvanger en worden uitsluitend gebruikt ten behoeve van zijn primaire landbouwproductie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de LVV of, voor zover van toepassing, de verwerking of de afzet van landbouwproducten als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de LVV. Deze verplichting eindigt drie jaar na de dag waarop de subsidie is vastgesteld.

  • 2.

    In het tweede lid (nieuw) wordt 'de zaak' vervangen door 'zaken'.

  • 3.

    In het derde lid (nieuw) wordt 'de investeringen' vervangen door 'de subsidiabele activiteiten'

  • 4.

    In het derde lid (nieuw) vervalt ', start binnen 1 jaar na subsidieverlening en'.

I.

 

In 'Paragraaf 4. Slotbepalingen' wordt '4' vervangen door '3'.

 

J.

 

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het eerste lid wordt 'in artikel 9, eerste lid, onder q' vervangen door 'in artikel 8, eerste lid, onder g'.

  • 2.

    In het eerste lid, onder a, wordt na 'aanvrager' ingevoegd 'heeft'.

  • 3.

    In het eerste lid, onder c, wordt na '25 oktober 2022' ingevoegd ', 9 mei 2023 of 14 november 2023'.

  • 4.

    In het tweede lid wordt 'het bepaalde in artikel 9, eerste lid, onder p' vervangen door 'het bepaalde in artikel 8, eerste lid, onder g'.

K.

 

Na artikel 16 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 16a. Overgangsrecht

De regeling zoals die luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van het besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen tot wijziging van deze regeling van 10 september 2024 blijft van toepassing op:

  • a.

    aanvragen om subsidie op grond van deze regeling, ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van het in de aanhef bedoelde besluit;

  • b.

    besluiten op aanvragen om subsidie op grond van deze regeling, voor zover zij genomen zijn voorafgaand aan de inwerkingtreding van het in de aanhef bedoelde besluit;

  • c.

    aanvragen om vaststelling van subsidies op grond van deze regeling, voor zover de subsidie verleend is voorafgaand aan de inwerkingtreding van het in de aanhef bedoelde besluit;

  • d.

    besluiten op de onder a. en c. bedoelde aanvragen.

L.

 

Bijlage 1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In kolom 2, bij 3, 4 en 5, van Tabel A wordt na 'een door aanvrager te realiseren' telkens ingevoegd 'bovenwettelijke'.

  • 2.

    In kolom 1, regel 4, van Tabel A wordt na 'omschreven investeringen' ingevoegd 'de volgende advieskosten'.

  • 3.

    In kolom 2, regel 1 en regel 2, van Tabel B wordt na 'de investering leidt tot een' telkens ingevoegd 'bovenwettelijke'.

  • 4.

    In kolom 1, regel 3, van Tabel B wordt na 'omschreven investeringen' ingevoegd 'de volgende advieskosten'.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie ervan in het Provinciaal Blad.

Groningen, 10 september 2024

Gedeputeerde Staten van Groningen:

Naar boven