Gedeputeerde Staten van Noord-Holland d.d. 17 juli 2024
overwegende,
dat wij op grond van artikel 2 van de Scheepvaartverkeerswet het bevoegd gezag zijn op de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder;
dat wij als bevoegd gezag krachtens artikel 5 van de Scheepvaartverkeerswet kunnen besluiten tot het aanbrengen of verwijderen van verkeerstekens;
dat wij in ons besluit van 1 juli 1993, nr. 9390647 (provinciaal blad 1993, nr. 48) een algemeen ligplaatsverbod hebben ingesteld en tevens een aantal locaties hebben uitgezonderd van dit algemene verbod om ligplaats in te nemen (ankeren en meren);
dat de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder ter hoogte van km 15.10 (loswal “Vermeer”) en ter hoogte van km 22.90 (loswal “Rutte”) in voornoemd besluit zijn uitgezonderd van het algemene ligplaatsenverbod;
dat er redenen zijn om de ontheffingen van het ligplaatsenverbod voor de locaties km 15.10 en km 22.90 in te trekken;
dat de locaties bij km 15.10 en bij km 22.90 niet meer worden gebruikt door de beroepsvaart;
dat de locatie bij km 22.90 met hekken is afgesloten door de eigenaar;
dat er op locatie bij 22.90 geen voorzieningen zijn;
dat er op dit gedeelte van de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder vrijwel geen beroepsvervoer van goederen meer plaatsvindt;
dat de oever bij km 15.10 in slechte staat is;
dat dit gevaar kan opleveren voor de gebruikers;
dat beide locaties beschikbaar blijven voor de toekomst, mochten er weer gebruikers komen.
dat wij onze beslissing hebben getoetst aan de door de Scheepvaartverkeerswet beschermde onderstaande belangen:
- a.
het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;
- b.
het in stand houden van scheepvaartwegen en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
- c.
het voorkomen of beperken van schade door de scheepvaart aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen of werken gelegen in of over scheepvaartwegen;
- d.
het voorkomen of beperken van externe veiligheidsrisico’s in verband met schepen;
- e.
het voorkomen of beperken van verontreiniging door schepen.
en mede aan het belang van het voorkomen of beperken van:
- f.
hinder of gevaar in het scheepvaartverkeer voor personen die zich anders dan op een schip te water bevinden;
- g.
schade door het scheepvaartverkeer aan de landschappelijke of natuurwetenschappelijke waarden van een gebied waarin scheepvaartwegen zijn gelegen;
dat met het intrekken van de ontheffing van het ligplaatsenverbod voor de locaties km 15.10 en km 22.90 en de verwijdering/plaatsing van de verkeerstekens de hierboven onder a. en b. genoemde belangen worden verzekerd;
dat er, voor zover bekend, geen sprake is van andere relevante belangen die het nemen van dit besluit in de weg staan;
dat wij gelet op artikel 6 Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer het concept-besluit hebben toegezonden aan:
- ■
Koninklijke Binnenvaart Nederland, regiovertegenwoordiger van Noord-Holland;
- ■
Hoogheemraadschap van Rijnland;
- ■
gelet op de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer;
Besluiten: