Verkeersbesluit wijzigen voorrangssituatie fietsoversteek Heerewegh Benthuizen

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

PZH-2024-857557805 / DOS-2024-0003073

 

Inleiding

De N209 vormt een belangrijke verbinding tussen Hazerswoude-Rijndijk en de A12. Ter hoogte van Benthuizen (gemeente Alphen aan den Rijn) ligt een scherpe bocht in de N209 (nabij hm 19,0), waar tevens een voorrangskruispunt (N209-Heerewegh) ligt. Op deze locatie hebben de afgelopen jaren (relatief veel) ongevallen plaatsgevonden. De provincie doet daarom onderzoek naar een alternatieve, veiligere kruispuntvorm. De realisatie daarvan zal echter ten minste nog enkele jaren duren. De provincie wil tot die tijd graag een aantal kortetermijnmaatregelen (quick wins) nemen om de verkeersveiligheid te vergroten. Eén van deze maatregelen betreft het wijzigen van de voorrangssituatie op de fietsoversteek over de Heerewegh, waar (brom)fietsers in de huidige situatie voorrang hebben op het verkeer op de Heerewegh. Voor in het wijzigen van de voorrangssituatie is een verkeersbesluit verplicht.

Bevoegdheid

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben de bevoegdheid om op grond van artikel 18, eerste lid, sub b van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) verkeersbesluiten te nemen voor wegen die bij haar in beheer zijn. Krachtens het wijzigingsbesluit Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten voor de opgavengerichte organisatie van de provincie Zuid-Holland, is deze bevoegdheid door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gemandateerd aan het hoofd van de eenheid Advies Beheer Assets.

Overwegingen ten aanzien van het besluit

Krachtens artikel 15 lid 1 van de WVW dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het BABW inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd. Voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken, moet een verkeersbesluit worden genomen krachtens artikel 15 lid 2 van de WVW.

 

Motivering

Uit het oogpunt van (zoals genoemd in de artikelen 2 lid 1en 2 lid 2a van de WVW):

- het verzekeren van de veiligheid op de weg;

- het beschermen van weggebruikers en passagiers;

- het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

- het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

is het van belang dat de voorrang op het de fietsoversteek op de Heerewegh wordt gewijzigd naar de situatie dat het fietsverkeer voorrang verleent aan het overige verkeer.

 

Belangenafweging

In de huidige situatie hebben fietsers die de Heerewegh te Benthuizen oversteken voorrang op het autoverkeer. Dit is niet conform de richtlijnen die de provincie Zuid-Holland hanteert in het Handboek Ontwerpcriteria Wegen 5.0. Door fietsverkeer uit de voorrang te halen, ontstaat daarom een veiligere verkeerssituatie. Wanneer fietsers voorrang hebben, kan er schijnveiligheid ontstaan. Bovendien kan de fietsoversteek, in combinatie met de huidige voorrangssituatie, met name voor afslaand verkeer vanaf de N209 onverwacht komen. Dit verkeer komt met een relatief hoge snelheid aanrijden en moet op veel zaken tegelijk letten, waardoor de rijtaak vrij zwaar is op deze locatie. Wanneer de fietsoversteek uit de voorrang is, hoeft de weggebruiker zich op minder taken tegelijk te focussen en wordt de schijnveiligheid minder. Hierdoor neemt de kans op ongevallen af. Dit vergroot de verkeersveiligheid en doorstroming van het verkeer. Met deze verkeersmaatregelen wordt de vrijheid van verkeer gewaarborgd en de bruikbaarheid van de weg bevorderd. Alles tegen elkaar afgewogen zijn de te nemen maatregelen dus in ieders belang.

 

Overleg

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW is er overleg gepleegd met de korpschef van de Nationale Politie. Dit besluit is in concept voorgelegd aan de daartoe gemachtigde medewerker verkeersadvisering van de eenheid Den Haag. Deze heeft ingestemd met de maatregel(en).

BESLUIT

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, gelet op het voorgaande en overeenkomstig bijgaande verkeersplan tekening met kenmerk ‘2024-03-06 Visualisatie quick wins’ besluiten:

  • 1.

    Alle overige eerder genomen verkeersbesluiten in te trekken die strijdig of gelijk zijn met de hieronder beschreven verkeersmaatregelen die betrekking hebben op het instellen c.q. aanwijzen van verkeersmaatregelen aan desbetreffende wegen of weggedeelten opgenomen in dit besluit;

  • 2.

    Voor het in Benthuizen buiten de bebouwde kom gelegen fietspad dat parallel is aan de N209 nabij hm 19 die de Hogeveenseweg kruist, de volgende verkeersmaatregelen vast te stellen:

    • 1.

      Door plaatsing van borden B6 uit bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) op het fietspad vanuit noordelijke richting ter hoogte van de fietsoversteek op de Heerewegh;

    • 2.

      Door plaatsing van borden B6 uit bijlage I van het RVV op het fietspad vanuit zuidelijke richting ter hoogte van de fietsoversteek op de Heerewegh;

    • 3.

      Door het aanbrengen van haaientanden op het wegdek vanaf het fietspad;

  • 3.

    Te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant.

Mededelingen

Bezwaar- of beroepsclausule

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden ingevolge artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij ons een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dit bezwaarschrift moet binnen zes weken na de dag van verzending van dit besluit worden toegezonden, onder vermelding van “Awb-Bezwaar” in de linkerbovenhoek van enveloppe en bezwaarschrift. Het bezwaar moet worden gericht aan: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, t.a.v. het Awb-secretariaat, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en het volgende te bevatten:

 

  • 1.

    naam en adres van de indiener;

  • 2.

    dagtekening;

  • 3.

    omschrijving van het besluit waar tegen het bezwaar is gericht;

  • 4.

    gronden van het bezwaar.

Krachtens artikel 6:16 van de Awb schorst het bezwaar de werking van dit besluit niet. Gelet hierop kan – als tegen dit besluit bezwaar wordt aangetekend – ingevolge artikel 8:81 van de Awb bij de Voorzieningen rechter van de Rechtbank ’s-Gravenhage, sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag (bezoekadres: Prins Clauslaan 60 te Den Haag), een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend. Voor het verzoek zal griffierecht worden geheven.

Wij verzoeken u een kopie van dit verzoek om een voorlopige voorziening toe te zenden aan: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.

Naar boven