Eerste wijziging Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant

Provinciale Staten van Noord-Brabant,

 

Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 6 februari 2023, nr. 07/24 A;

 

Gelet op artikel 143, eerste lid, van de Provinciewet;

 

Overwegende dat Provinciale Staten naar aanleiding van een uitgevoerde beleidsevaluatie enkele technische en beleidsmatige wijzigingen wensen door te voeren in de Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant, teneinde de uitvoerbaarheid van die verordening verder te verbeteren;

 

Besluiten vast te stellen de volgende verordening:

Artikel I Wijziging Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant

De Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Awb : Algemene wet bestuursrecht;

bijdrage: aanspraak op financiële middelen als bedoeld in artikel 4:21, derde lid, van de Awb;

bijdrageplafond: bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van bijdragen krachtens een bepaalde bijdrageregeling;

publiekrechtelijke rechtspersoon: gemeente, waterschap, Staat, andere provincie of gemeenschappelijke regeling met publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid.

 

B.

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2 Delegatie regelgevende bevoegdheid

  • 1.

    Door Gedeputeerde Staten worden nadere regels in de vorm van bijdrageregelingen vastgesteld voor het verstrekken van bijdragen op de volgende beleidsterreinen:

    • a.

      bestuur;

    • b.

      verkeer en vervoer;

    • c.

      water;

    • d.

      milieu;

    • e.

      natuur;

    • f.

      regionale economie;

    • g.

      cultuur en maatschappij;

    • h.

      ruimte.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt de verplichting tot het stellen van nadere regels niet indien de begroting de bijdrageontvanger en het bedrag waarop de bijdrage ten hoogste kan worden vastgesteld vermeldt.

C.

Artikel 3, tweede lid, komt te luiden:

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid, kunnen in de bijdrageregeling door Gedeputeerde Staten in ieder geval bepalingen worden opgenomen met betrekking tot:

    • a.

      de weigeringsgronden;

    • b.

      de kosten die wel en niet voor een bijdrage in aanmerking komen;

    • c.

      de bijdrageverlening;

    • d.

      de ontbindende of opschortende voorwaarden;

    • e.

      de verplichtingen van de bijdrageontvanger;

    • f.

      de vaststelling van de bijdrage;

    • g.

      de bevoorschotting en betaling van de bijdrage.

D.

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4 Delegatie bevoegdheid tot besluitvorming

  • 1.

    Door Gedeputeerde Staten kunnen bijdragen als bedoeld in artikel 2 worden verstrekt voor de beleidsterreinen, genoemd in artikel 2, eerste lid, voor zover de in de provinciale begroting voor dat doel opgenomen gelden toereikend zijn.

  • 2.

    Door Gedeputeerde Staten kan geen mandaat worden verleend voor:

    • a.

      de bevoegdheid tot het verstrekken van begrotingsbijdragen, bedoeld in artikel 2, tweede lid; en

    • b.

      de bevoegdheid tot het toepassen van de hardheidsclausule.

E.

Artikel 6, eerste lid, komt te luiden:

Artikel 6 Weigeringsgronden

  • 1.

    Gedeputeerde Staten weigeren een bijdrage in ieder geval indien:

    • a.

      door verstrekking van de bijdrage het bijdrageplafond zou worden overschreden;

    • b.

      het aangevraagde bijdragebedrag minder bedraagt dan € 1.000;

    • c.

      de activiteiten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd niet in voldoende mate in het algemeen provinciaal belang worden geacht;

    • d.

      de activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de provincie Noord-Brabant; of

    • e.

      de activiteiten van de aanvrager niet aantoonbaar ten goede komen aan de inwoners van de provincie Noord-Brabant.

F.

Onder vernummering van de artikelen 7 tot en met 25 tot 8 tot en met 26 wordt een artikel ingevoegd luidende:

Artikel 7 Kosten die niet voor een bijdrage in aanmerking komen

De volgende kosten komen in ieder geval niet voor een bijdrage in aanmerking:

  • a.

    btw die op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968 verrekenbaar kan zijn;

  • b.

    btw die op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds compensabel kan zijn.

G.

Artikel 10 (nieuw) komt te luiden:

Artikel 10 Verplichtingen algemeen

Gedeputeerde Staten kunnen in de bijdrageregeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of indien het een begrotingsbijdrage betreft in de beschikking tot verlening van de bijdrage, in ieder geval de volgende verplichtingen opnemen:

  • a.

    activiteiten die tot stand zijn gekomen met een provinciale bijdrage worden tenminste 5 jaar na vaststelling van de bijdrage in stand gehouden;

  • b.

    de zaak die tot stand is gekomen met een provinciale bijdrage wordt niet binnen een periode van tenminste 5 jaar na realisering daarvan vervreemd, verhuurd of met hypotheek of andere zakelijke rechten bezwaard, dan wel geheel of gedeeltelijk aan de in de aanvraag omschreven bestemming onttrokken, tenzij Gedeputeerde Staten hiervoor ontheffing verlenen;

  • c.

    indien door of namens de bijdrageontvanger een of meer publicaties worden gedaan met betrekking tot de te financieren activiteit, dient in de publicaties te worden vermeld dat de activiteit geheel of gedeeltelijk met financiële steun van de provincie Noord-Brabant wordt of is gerealiseerd.

H.

Artikel 12, eerste lid, (nieuw) komt te luiden:

Artikel 12 Verplichting voortgangsverslag

  • 1.

    Gedeputeerde Staten kunnen in de bijdrageregeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of indien het een begrotingsbijdrage betreft in de beschikking tot verlening van de bijdrage, de verplichting opnemen dat de bijdrageontvanger een voortgangsverslag overlegt, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de bijdrage wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt.

I.

Artikel 14 (nieuw) komt te luiden:

Artikel 14 Vaststellen bijdrage

  • 1.

    Gedeputeerde Staten stellen de bijdrage, bedoeld in artikel 13, onder a, binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag om een bijdrage vast.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten stellen de bijdrage, bedoeld in artikel 13, onder b, binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten uiterlijk verricht moeten zijn vast.

  • 3.

    De aanvraag, bedoeld in artikel 13, onder c, wordt ingediend:

    • a.

      bij Gedeputeerde Staten;

    • b.

      binnen 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; of

    • c.

      binnen een in de bijdrageregeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of de bijdragebeschikking, bedoeld in artikel 2, tweede lid, op te nemen afwijkende termijn.

  • 4.

    Bij de aanvraag, bedoeld in het derde lid, toont de bijdrageontvanger aan dat:

    • a.

      de activiteiten, waarvoor de bijdrage is verleend, zijn verricht;

    • b.

      aan de aan de bijdrage verbonden verplichtingen is voldaan.

  • 5.

    Gedeputeerde Staten leggen in de bijdrageregeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of in de bijdragebeschikking, bedoeld in artikel 2, tweede lid, vast op welke wijze de bijdrageontvanger voldoet aan de verplichtingen, genoemd in het vierde lid.

  • 6.

    Gedeputeerde Staten stellen de bijdrage, bedoeld in artikel 13, onder c, binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling vast.

  • 7.

    In afwijking van het eerste, tweede en zesde lid stellen Gedeputeerde Staten de bijdrage niet later vast dan 22 weken nadat Gedeputeerde Staten inzage krijgen in de door de desbetreffende medeoverheid ingediende SiSa-bijlage, indien artikel 17a van de Financiële verhoudingswet van toepassing is.

  • 8.

    Indien een beschikking tot bijdrageverlening is gegeven, stellen Gedeputeerde Staten de bijdrage overeenkomstig de bijdrageverlening vast.

J.

Artikel 16 komt te luiden:

Artikel 16 Ambtshalve vaststellen bijdrage

Gedeputeerde Staten kunnen de bijdrage geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen, indien:

  • a.

    na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 14, derde lid, geen aanvraag tot bijdragevaststelling is ingediend;

  • b.

    de beschikking tot bijdrageverlening of de beschikking tot bijdragevaststelling wordt ingetrokken of ten nadele van de bijdrageontvanger wordt gewijzigd.

K.

In artikel 20 (nieuw) wordt in de aanhef “de artikelen 16 of 18” vervangen door “de artikelen 17 of 19”.

 

L.

In artikel 21, derde lid, (nieuw) wordt “artikel 18, eerste lid, onder c,” vervangen door “artikel 19, eerste lid, onder c,”.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

’s-Hertogenbosch, 28 juni 2024

Provinciale Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de griffier,

mr. K.A.E. ten Cate

Naar boven