Afwijzen verzoek om toepassing van de hardheidsclausule van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voor de pluimveehouderij aan de Hoefstraat 7-9, Herpen

Op 18 juli 2022 hebben wij van Van Herpen Pluimveebedrijf VOF, door tussenkomst van Van Dun Advies BV, een verzoek ontvangen om toepassing van de hardheidsclausule op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IOV). Er is een verzoek ingediend om af te wijken van de technische eisen als bedoeld in artikel 2.66, eerste lid, van de IOV ten behoeve van de pluimveestallen aan de Hoefstraat 7-9 in Herpen. Wij nemen op dit verzoek een besluit. Hieronder wordt dit verder toegelicht.

Bevoegdheid 

Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant (hierna: GS) kunnen op basis van artikel 5.13, eerste lid, van de IOV in individuele gevallen afwijken van de IOV. De hardheidsclausule kan worden ingezet wanneer naar het oordeel van GS de onverkorte toepassing van de IOV leidt tot buitenproportionele gevolgen voor individuele gevallen, mits dit geen negatieve invloed heeft op de doelen waarvoor de regels zijn vastgesteld en deze hierdoor niet worden geschaad.

Overwegingen 

Wij hebben het verzoek beoordeeld en wijzen het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule af. Hieronder leggen wij de afweging van het besluit uit. Het bedrijf aan de Hoefstraat 7-9, te Herpen is een pluimveehouderij waarvoor op 2 oktober 2007 een vergunning op grond van de Wet milieubeheer is verleend voor het houden van 20.000 stuks pluimvee, gehouden in het huisvestingssysteem met code BWL 2004.13 (Rav-code E 4.4.1, emissiefactor 0,250 kg NH3/dier/jaar). Op 29 januari 2013 is een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend voor het houden van 45.650 stuks pluimvee met gebruikmaking van hetzelfde stalsysteem. Het huisvestingssysteem in stallen 2, 3 en 6 is al langer dan 15 jaar in gebruik, waardoor deze stallen vanaf 1 juli 2024 moeten voldoen aan de eisen gesteld in artikel 2.66, eerste lid, van de IOV. Stallen 4 en 5, waarbij het huisvestingssysteem met code BWL 2004.13 voor het eerst vergund was in 2013, hoeven pas vanaf 29 januari 2028 te voldoen aan de IOV.

Momenteel is de emissie van alle pluimveestallen 0,250 kg NH3/dier/jaar. Vanaf 1 juli 2024 gaat er op basis van bijlage 2 van de IOV een emissiefactor van 0,232 kg NH3/dier/jaar gelden, waaraan stallen 2, 3 en 6 moeten voldoen. Er wordt een beroep gedaan op de onbillijkheid zoals genoemd in artikel 5.13 van de IOV, omdat de ondernemer al jaren bewust bezig is met emissiereductie en nu wordt geconfronteerd met investeringen om de stallen aan te passen.

Er wordt aangegeven dat er sprake is van een ongelijk speelveld, omdat hetzelfde huisvestingssysteem (Rav-code E 4.4.1) wanneer het vóór verscherping van de emissie-eisen wordt aangevraagd nog 15 jaar in werking mag zijn en daarmee voldoet aan de IOV. Het verzoek is daarom gericht op het vastzetten van de emissiefactor van 0,250 kg NH3/dier/jaar tot aan 1 januari 2039. Er wordt door de ondernemer aangegeven dat de emissie hiermee slechts 0,018 kg NH3/dier/jaar boven de IOV-eis ligt. Daarnaast wordt vermeld dat het een optie voor het bedrijf is om de bestaande stallen te wijzigen naar een huisvestingssysteem wat 0,435 NH3/dier/jaar uitstoot. In deze situatie zou er veel meer ammoniak worden uitgestoten, maar zal er toch voldaan worden aan de IOV-eisen tot aan 2039.

Wij hebben de aangedragen argumenten overwogen en zijn tot de conclusie gekomen dat de genoemde omstandigheden niet dermate uitzonderlijk zijn dat deze toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Daarnaast is er niet inzichtelijk gemaakt waarom de investering om meer emissiereductie te realiseren zo onredelijk is. De 15-jaarstermijn uit de IOV is gebaseerd op een redelijke afschrijvingstermijn van investeringen, daarom is een investering in het vervangen van de aanwezige stalsystemen niet onredelijk. Wij zien hierin geen reden om de hardheidsclausule toe te passen. Het doel van de rechtstreeks werkende regels, zijnde de uitstoot van ammoniak uit dierenverblijven terugdringen en zo de kwaliteit van de Brabantse leefomgeving behouden en versterken, zou anders worden geschaad. Wij wijzen daarom het verzoek om toepassing van hardheidsclausule ten aanzien van de pluimveestallen af.

Beschikking

Gelet op artikel 5.13, eerste lid, van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant besluiten Gedeputeerde Staten:

  • de hardheidsclausule niet toe te passen voor de pluimveestallen nummer 2, 3 en 6 aan de Hoefstraat 7-9 te Herpen, om af te wijken van de eisen gesteld in artikel 2.66, eerste lid, van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

’s-Hertogenbosch, 11 juli 2023

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

B ezwaar

Het besluit is op 14 juli 2023 verzonden. Bezwaren tegen dit besluit kunnen binnen zes weken na verzending van dit besluit worden ingediend bij:

Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Secretariaat van de hoor- en adviescommissie

Postbus 90151

5200 MC te ’S-HERTOGENBOSCH

Wij vragen u om op de linkerbovenhoek van de envelop het woord "bezwaarschrift" te vermelden.

Het bezwaarschrift moet zijn voorzien van een handtekening, naam en adres van de indiener, de dagtekening en ons kenmerk van het besluit. Ook dient u een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is en de gronden van het bezwaar hierin op te nemen.

Daarnaast vragen wij u vriendelijk om een kopie van dit besluit bij te voegen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer geven? De provincie kan dan, mocht dit nodig zijn, u bellen om samen de beste aanpak van behandeling van uw bezwaarschrift te bespreken.

Meer informatie over de behandeling van bezwaarschriften vindt u op www.brabant.nl/bezwaar.

U kunt het secretariaat van de Hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e mailadres bezwaar@brabant.nl.

Voorlopige voorziening

Bovenstaand besluit treedt in werking, ook al wordt een bezwaarschrift ingediend. Het is daarom mogelijk om gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een zogenaamde “voorlopige voorziening” te vragen bij: de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch.

Een voorlopige voorziening is in feite het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het schorsen van het besluit gedurende de tijd die nodig is om de bezwaren te behandelen en daarop een besluit te nemen. Voorwaarde om zo’n voorlopige voorziening te vragen is, dat er sprake is van spoedeisend belang.

Voor het vragen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

Naar boven