Afwijzen verzoek om toepassing van de hardheidsclausule van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voor de melkveehouderij aan de Groenendijk 43 te Oosteind

Op 4 april 2022 hebben wij door tussenkomst van FarmConsult (onderdeel van ForFarmers), een verzoek ontvangen om toepassing van de hardheidsclausule op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna IOV) voor de locatie Groenendijk 43 en 52 te Oosteind. Er is een verzoek ingediend om af te wijken van de technische eisen als bedoeld in artikel 2.66, eerste lid, van de IOV. Wij hebben hierover een besluit genomen, hieronder wordt dit verder toegelicht.

Bevoegdheid

Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant (hierna: GS) kunnen op basis van artikel 5.13, eerste lid, van de IOV in individuele gevallen afwijken van de IOV. De hardheidsclausule kan worden ingezet wanneer naar het oordeel van GS de onverkorte toepassing van de IOV leidt tot buitenproportionele gevolgen voor individuele gevallen, mits dit geen negatieve invloed heeft op de doelen waarvoor de regels zijn vastgesteld en deze hierdoor niet worden geschaad.

Overwegingen

Wij hebben het verzoek beoordeeld en wijzen het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule af. Hieronder leggen wij de afweging van ons besluit uit.

Het bedrijf beschikt over een omgevingsvergunning van 7 mei 2007 voor het houden van 336 melkkoeien en 78 jongvee op huisnummer 43 en 100 jongvee op huisnummer 52. Bij alle stallen is sprake van traditionele huisvesting. Voor beide adressen gezamenlijk is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming afgegeven op 8 april 2016, voor het houden van 250 melkkoeien en 125 jongvee. Stallen 1, 2 en 4 hebben allen een milieutoestemming ouder dan 20 jaar en moeten daarom uiterlijk 1 juli 2024 emissiearm gemaakt zijn. Stal nummer 6 is op 7 mei 2007 vergund en dient uiterlijk 7 mei 2027 aangepast te zijn.

Er is een verzoek om toepassing van de hardheidsclausule ingediend, omdat het emissiearm maken van stal 1, 2 en 4 praktisch moeilijk uitvoerbaar is en tot hoge kosten zal leiden. Er wordt aangegeven dat het installeren van een mestschuif of mestrobot in de jongveestallen niet mogelijk is doordat dit kleine afdelingen betreft. Daarnaast zijn in de oude ligboxenstal een aantal strohokken gerealiseerd voor droge en afkalvende koeien, waardoor ook hier geen mestschuif of mestrobot toegepast kan worden. Er wordt daarom gevraagd om een ontheffing voor het emissiearm maken van stallen 2 en 4 en om daarnaast de emissie-eisen van vóór 2024 te hanteren, zodat op bedrijfsniveau daaraan voldaan kan worden. De ondernemer geeft aan dan in te krimpen naar 200 melkkoeien en 140 jongvee voor 1 juli 2024, waarbij stal 1 leeg komt te staan, en in stal 6 een emissiearme vloer te leggen vóór 7 mei 2027. Volgens de ondernemer biedt deze optie meerdere voordelen, waaronder een vroegtijdige emissiereductie door inkrimping van de veestapel en een afname van 1.541,5 kg NH3 ten opzichte van vergunning Wet natuurbescherming. Daarnaast zijn er geen praktisch moeilijk toepasbare systemen nodig en zal de investering lager zijn.

Met de inwerkingtreding van de ‘Wijziging Interim omgevingsverordening regelwijziging 4’ op 21 maart 2023 is artikel 2.66a ‘Uitzonderingsregeling houden van minder dieren’ opgenomen. Door toevoeging van dit artikel is het voor bestaande veehouderijen mogelijk om door het houden van minder dieren te voldoen aan de technische eisen uit bijlage 2 van de IOV. Hiervoor moet binnen de bestaande diercategorie ten hoogste het aantal dieren gehouden worden dat overeenkomt met de berekende emissie vanuit de stal waarvan sprake zou zijn geweest wanneer de toegepaste huisvestingssystemen zouden voldoen aan de vanaf 1 juli 2024 geldende emissiereductie-eisen zoals opgenomen in bijlage 2 van de IOV. Het emissieplafond van het bedrijf wanneer alle huisvestingssystemen voldoen aan de IOV komt neer op 1.951 kg NH3/jaar. Het voorstel om in te krimpen naar 200 melkkoeien en 140 jongvee leidt tot een ammoniakuitstoot van 3.086 kg NH3/jaar. Wanneer stal 6 vervolgens emissiearm wordt gemaakt vóór 2027 neemt de ammoniakuitstoot af naar 2.096 kg NH3/jaar. Met deze aangedragen optie wordt dus niet voldaan aan de emissie-eisen vanaf 2024, waarbij de uitstoot maximaal 1.951 kg NH3/jaar mag bedragen. De ondernemer verzoekt om deze reden om de emissie-eisen van vóór 2024 te hanteren, waardoor het emissieplafond op 2.214,5 kg NH3/ jaar uitkomt. Wij zien echter geen aanleiding om in onderhavige situatie de emissie-eisen te versoepelen.

Wanneer het bedrijf met het aantal gehouden dieren onder emissieplafond van 1.951 kg NH3 blijft kan voldaan worden aan de uitzonderingsregeling uit artikel 2.66a van de IOV en is het niet nodig om te investeren in emissiearme huisvestingssystemen. Aangezien er mogelijkheden zijn om aan de IOV-eisen te voldoen zonder aanpassing van de verouderde stallen wijzen wij het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule af.

Beschikking

Gelet op artikel 5.13, eerste lid, van de Interim omgevingsverordening Noord-

Brabant besluiten Gedeputeerde Staten:

  • de hardheidsclausule niet toe te passen voor de melkveehouderij aan de Groenendijk 43 en 52 te Oosteind, om af te wijken van de eisen gesteld in artikel 2.66, eerste lid, van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

’s-Hertogenbosch, 11 juli 2023

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

Bezwaar

Het besluit is op 14 juli 2023 verzonden. Bezwaren tegen dit besluit kunnen binnen zes weken na verzending van dit besluit worden ingediend bij:

Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Secretariaat van de hoor- en adviescommissie

Postbus 90151

5200 MC te ’S-HERTOGENBOSCH

Wij vragen u om op de linkerbovenhoek van de envelop het woord "bezwaarschrift" te vermelden.

Het bezwaarschrift moet zijn voorzien van een handtekening, naam en adres van de indiener, de dagtekening en ons kenmerk van het besluit. Ook dient u een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is en de gronden van het bezwaar hierin op te nemen.

Daarnaast vragen wij u vriendelijk om een kopie van dit besluit bij te voegen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer geven? De provincie kan dan, mocht dit nodig zijn, u bellen om samen de beste aanpak van behandeling van uw bezwaarschrift te bespreken.

Meer informatie over de behandeling van bezwaarschriften vindt u op

www.brabant.nl/bezwaar .

U kunt het secretariaat van de Hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e mailadres bezwaar@brabant.nl.

Voorlopige voorziening

Bovenstaand besluit treedt in werking, ook al wordt een bezwaarschrift ingediend. Het is daarom mogelijk om gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een zogenaamde “voorlopige voorziening” te vragen bij: de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch.

Een voorlopige voorziening is in feite het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het schorsen van het besluit gedurende de tijd die nodig is om de bezwaren te behandelen en daarop een besluit te nemen. Voorwaarde om zo’n voorlopige voorziening te vragen is, dat er sprake is van spoedeisend belang.

Voor het vragen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

Naar boven