Hardheidsclausule voor gerenoveerde deel van geitenstal voor de geitenhouderij aan de Hazenkamp 1 te Rijswijk

Op 30 juli 2019 is een verzoek ontvangen om toepassing van de hardheidsclausule op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna IOV). Er is een verzoek ingediend om af te wijken van de technische eisen als bedoeld in artikel 2.66, eerste lid, van de IOV ten behoeve van de gerenoveerde geitenstal nummer 4 aan de Hazenkamp 1 te Rijswijk. Dit verzoek is op 20 december 2019 aangevuld met het verzoek om af te wijken van de technische eisen als bedoeld in artikel 2.66, eerste lid, van de IOV ten behoeve van stal nummer 3. Wij nemen op beide verzoeken één besluit. Hieronder wordt dit verder toegelicht.

Bevoegdheid

Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant (hierna: GS) kunnen op basis van artikel 5.13, eerste lid, van de IOV in individuele gevallen afwijken van de IOV. De hardheidsclausule kan worden ingezet wanneer naar het oordeel van GS de onverkorte toepassing van de IOV leidt tot buitenproportionele gevolgen voor individuele gevallen, mits dit geen negatieve invloed heeft op de doelen waarvoor de regels zijn vastgesteld en deze hierdoor niet worden geschaad.

Overwegingen

Verzoek ten aanzien van stal 4

Het verzoek ten aanzien van stal 4 is beoordeeld, waarbij is besloten dat voor dit onderdeel van het verzoek de hardheidsclausule zal worden toegepast. Hieronder leggen wij de afweging van dit onderdeel van ons besluit uit.

Het bedrijf is een geitenhouderij met een vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van 25 augustus 2014. Deze is verleend voor het houden van 1.283 melkgeiten, 429 opfokgeiten tot 1 jaar en 283 opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen, verdeeld over 4 stallen. Stal 4 is opgericht in 2000 en sindsdien meermaals verbreed. Om uitbreiding van het aantal dieren mogelijk te maken is er op 25 augustus 2014 een vergunning verleend, die onherroepelijk is geworden op 9 oktober 2014, waarbij stal 4 voor het laatst is verbreed en verlengd. Voor het verlengen van de stal met de nieuwbouw is de eindgevel verwijderd. Hierdoor is er één grote ruimte ontstaan waarin de geiten gehouden worden. Gelijktijdig is het reeds bestaande stalgedeelte gerenoveerd.

Aangezien met de renovatie in 2014 het huisvestingssysteem van het bestaande staldeel niet is gewijzigd, wordt bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een verouderd huisvestingssysteem uitgegaan van de verschillende data waarop het huisvestingssysteem is vergund. Op grond van de IOV moet een verouderd huisvestingssysteem 15 jaar nadat het betreffende systeem voor de eerste keer is vergund door het bevoegd gezag worden aangepast. De 15-jaarstermijn is daarbij gebaseerd op een redelijke afschrijvingstermijn van investeringen. Omdat in onderhavige situatie het huisvestingssysteem is gerenoveerd, waarbij een grote investering is gedaan en er aanzienlijke wijzigingen in het reeds bestaande deel van stal 4 zijn doorgevoerd, wordt de hardheidsclausule toegepast. Hierdoor wordt de 15-jaarstermijn gekoppeld aan de datum waarop de vergunning voor het nieuwe deel van stal 4 onherroepelijk is geworden. De datum van 9 oktober 2014 geldt hiermee voor heel stal 4.

Aangevuld verzoek ten aanzien van stal 3

Het aanvullende verzoek is beoordeeld, waarbij is besloten dat toepassing van de hardheidsclausule voor dit onderdeel van het verzoek wordt afgewezen. Hieronder leggen wij de afweging van dit onderdeel van ons besluit uit.

Het gebruik van stal 3 is met de milieuvergunning van 4 juli 2017 gewijzigd. Het gebouw wordt nu gebruikt voor de huisvesting van 17 vleesstieren en 10 dekbokken, en voor het opfokken van 150 geitenbokken. De Botterschuur BV kent een aflammerperiode van enkele weken in het voorjaar. De geitenbokken worden na vier weken afgevoerd, waardoor er voor een groot deel van het jaar enkel vleesstieren en dekbokken in stal 3 worden gehuisvest.

Op 1 januari 2023 is stal 3 ouder dan 15 jaar en moet deze voldoen aan de technische eisen als bedoeld in artikel 2.66, eerste lid, van de IOV. De vleesstieren zijn vanwege het geringe aantal dieren vrijgesteld van deze eisen. De ammoniakemissie die gepaard gaat met het houden van 10 dekbokken en 150 opfokgeiten is 49,0 kg NH3 per jaar. Deze uitstoot moet worden teruggebracht naar 16,4 kg NH3 per jaar; een reductie van 32,6 kg NH3 per jaar. Om aan deze eis te voldoen moet in emissiearme huisvesting geïnvesteerd worden. Volgens het verzoek leidt dit tot buitensporig hoge kosten voor het bedrijf. De totale investering voor het plaatsen en aansluiten van een chemische luchtwasser met een ammoniakreductie van 70% zou €31.000,- bedragen. Het betreft echter een eenmalige investering voor een niet gering aantal dieren, omde geëiste emissiereductie van 32,6 kg NH3 per jaar te halen. Daarbij wordt naast de stikstofemissie van de 10 dekbokken en 150 geitenbokken ook de stikstofemissie van de 17 vleesstieren verminderd. In totaal gaat het dan om een emissiereductie van 97,3 kg NH3 per jaar, ervan uitgaande dat stal 3 in zijn geheel wordt aangesloten op de luchtwasser.

De aangedragen argumenten zijn overwogen, waarbij tot de conclusie is gekomen dat de genoemde omstandigheden niet dermate uitzonderlijk zijn dat deze toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Er zijn meerdere geitenhouderijen in Noord-Brabant waarbij zich een vergelijkbare situatie voordoet, waarbij stallen een gedeelte van de tijd leeg staan omdat er dan niet of in mindere mate gelammerd wordt. De genoemde investering om dergelijke stallen te laten voldoen aan de gestelde eisen is eenmalig voor een niet gering aantal dieren. Het doel van de rechtstreeks werkende regels, zijnde de uitstoot van ammoniak uit dierenverblijven terugdringen en zo de kwaliteit van de Brabantse leefomgeving behouden en versterken, zou anders worden geschaad. Wij wijzen daarom het verzoek om toepassing van hardheidsclausule ten aanzien van stal 3 af.

Beschikking

Gelet op artikel 5.13, eerste lid, van de Interim omgevingsverordening Noord- Brabant besluiten Gedeputeerde Staten om:

  • 1.

    de hardheidsclausule toe te passen om af te wijken van de eisen gesteld in artikel 2.66, eerste lid, van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voor het gerenoveerde deel van stal 4 van De Botterschuur BV aan de Hazenkamp 1 te Rijswijk, waardoor de datum van 9 oktober 2014 geldt als uitgangspunt voor de 15-jaarstermijn, zoals gesteld in artikel 2.66, eerste lid, van de IOV. Deze datum geldt daarmee voor de gehele stal 4 zoals deze stal vergund is in de milieuvergunning van 27 augustus 2014, die op 9 oktober 2014 onherroepelijk is geworden.

  • 2.

    de hardheidsclausule niet toe te passen voor stal 3 van De Botterschuur BV aan de Hazenkamp 1 te Rijswijk, om af te wijken van de eisen gesteld in artikel 2.66, eerste lid, van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

Bezwaar

Het besluit is op 8 juni 2023 verzonden. Bezwaren tegen dit besluit kunnen binnen zes weken na de verzending van dit besluit worden ingediend bij:

Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Secretariaat van de hoor- en adviescommissie

Postbus 90151

5200 MC te ‘S-HERTOGENBOSCH

Wij vragen u om op de linkerbovenhoek van de envelop het woord "bezwaarschrift" te vermelden. Het bezwaarschrift moet zijn voorzien van een handtekening, naam en adres van de indiener, de dagtekening en ons kenmerk van het besluit. Ook dient u een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is en de gronden van het bezwaar hierin op te nemen. Daarnaast vragen wij u vriendelijk om een kopie van dit besluit bij te voegen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer geven? De provincie kan dan, mocht dit nodig zijn, u bellen om samen de beste aanpak van behandeling van uw bezwaarschrift te bespreken. Meer informatie over de behandeling van bezwaarschriften vindt u op www.brabant.nl/bezwaar. U kunt het secretariaat van de Hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en emailadres bezwaar@brabant.nl.

Voorlopige voorziening

Bovenstaand besluit treedt in werking, ook al wordt een bezwaarschrift ingediend. Het is daarom mogelijk om gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een zogenaamde “voorlopige voorziening” te vragen bij: de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Een voorlopige voorziening is in feite het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het schorsen van het besluit gedurende de tijd die nodig is om de bezwaren te behandelen en daarop een besluit te nemen. Voorwaarde om zo’n voorlopige voorziening te vragen is, dat er sprake is van spoedeisend belang. Voor het vragen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

's-Hertogenbosch, 30 mei 2023

Namens deze: Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Naar boven