Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 5861 | andere vergunning |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 5861 | andere vergunning |
Ambtshalve wijziging omgevingsvergunning van Transport Service Terschelling B.V.
Op 2 augustus 2007, kenmerk 705675 is een omgevingsvergunning verleend voor de inrichting aan Duindoornstraat 6 (nu Nieuwe dijk 6) op Terschelling. Deze vergunning is op 6 juli 2012 ambtshalve gewijzigd. Deze vergunningen worden aangemerkt als omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Wij besluiten de omgevingsvergunning van 2 augustus 2007 ambtshalve. De overige omgevingsvergunningen en ambtshalve wijzigen zijn wel meegenomen in de beoordeling maar zijn verder niet relevant in het kader van deze actualisatie.
Binnen de inrichting is een categorie 5.5 IPPC-installatie aanwezig. Sinds 1 januari 2013 geldt een extra actualisatieplicht voor IPPC-installaties (artikel 2.30 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in combinatie met artikel 5.10, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht). De plicht houdt in dat binnen vier jaar na publicatie van de beste beschikbare technieken (BBT)-conclusies moet worden getoetst of de vergunning nog voldoet aan de BBT-conclusies. Indien de voorschriften niet voldoen, moet de vergunning binnen de termijn van vier jaar zijn geactualiseerd.
De BBT-conclusies Afvalbehandeling zijn op 17 augustus 2018 gepubliceerd. Wij hebben de vergunningen van 2 augustus 2007 en de ambtshalve wijziging van 6 juli 2012 beoordeeld en zijn van mening dat de omgevingsvergunning niet geheel voldoet aan de BBT-conclusies Afvalbehandeling. Wij passen daarom de omgevingsvergunning van 2 augustus 2007 ambtshalve aan door er voorschriften over een milieubeheerssysteem aan toe te voegen.
Wij besluiten, gelet op artikel 2.31, eerste lid, onder b, van de Wabo:
en dat het het rapport BBT-conclusies Transportservice Terschelling, uitgevoerd door Veenstra & Riemersma Omgevingsadvies, januari 2022, met betrekking tot de BBT conclusies Afvalbehandeling voor de inrichting aan de Nieuwe dijk 6 te West Terschelling en de op 9 maart 2022 ontvangen aanvullende gegevens onderdeel uitmaken van de vergunning van 2 augustus 2007.
Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Daarnaast wordt een kennisgeving gegeven door publicatie in de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en in het Provinciaal blad van Fryslân via www.officielebekendmakingen.nl. De beschikking treedt in werking 6 weken na bekendmaking van het definitief besluit.
De aanvraag en de beschikking met de daarbij behorende stukken worden op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van 12 december 2022 ter inzage gelegd. Inzage is mogelijk bij de gemeente/provincie/FUMO.
Een dag nadat de beschikking ter inzage is gelegd, start de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift. In die periode kunnen zowel u als belanghebbenden beroep aantekenen tegen deze beschikking. Ook niet-belanghebbenden kunnen beroep aantekenen indien zij een zienswijze hebben ingediend.
Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij Rechtbank Noord-Nederland, Postbus 781, 9700 AT Groningen.
Het indienen van een beroepschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat deze beschikking in werking treedt na afloop van de beroepstermijn, kan tijdens die termijn om een voorlopige voorziening worden verzocht. Dit verzoek kan worden gedaan bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord Nederland, Postbus 781 9700 AT Groningen. De beschikking treedt in dat geval niet in werking voordat over dit verzoek is beslist.
VOORSCHRIFTEN AMBTSHALVE WIJZIGING OMGEVINGSVERGUNNING
Het in voorschrift 1.1.1 bedoelde verzoek om goedkeuring moet schriftelijk worden gericht aan de FUMO, Postbus 3347, 8901 DH LEEUWARDEN of info@fumo.nl.
De activiteit tijdelijke opslag van gevaarlijke stoffen wordt genoemd in bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) en wel in categorie 5.5. Voorwaarde hierbij is dat de opslag van gevaarlijke stoffen in afwachting is van een behandeling die valt onder categorie 5.1, 5.2b, 5.4 of 5.6 van de RIE.
Transport Service Terschelling heeft een IPPC-installatie die valt onder categorie 5.5 van de RIE.
Wij hebben de omgevingsvergunning van 2 augustus 2007 getoetst aan:
|
Ambtshalve wijziging van de voorschriften en het intrekken van definities van de vergunning i..v.m. het overgangsrecht van de Wm en de WvO naar de Wabo. |
De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Invoeringswet Wabo) gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.
Op grond van het overschrijden van de capaciteit als genoemd bij bovengenoemde categorieën is er sprake van een vergunningplichtige activiteit. Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor eveneens sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C, categorie 28.4, onder a, 5° en 6° van het Bor en omdat het een inrichting betreft waartoe een IPPC-installatie behoort als genoemd in Bijlage I, categorie 5.5 van de Richtlijn industriële emissies (Rie).
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij het voornemen ter advies aan de volgende instanties/bestuursorganen gezonden:
Zij hebben vervolgens het volgende advies uitgebracht:
Gemeente Terschelling kan met de voorgenomenwijziging van de omgevingsvergunning instemmen.
Op 5 september 2022 hebben wij het advies ontvangen van het Wetterskip Fryslân over de ambtshalve wijziging van de omgevingsvergunning van Transport Service Terschelling, Nieuwe Dijk 6 te Terschelling. De ambtshalve wijziging betreft het actualiseren van de vigerende omgevingsvergunning aan de nieuwe BBT conclusies BREF Afvalbehandeling. Ten aanzien van de BREF Afvalbehandeling in relatie met de lozingen van afvalwater afkomstig van Transport Service Terschelling adviseren wij het volgende:
Transport Service Terschelling is een op- en overslag bedrijf voor verschillende afvalstoffen. Het bedrijf behoort tot de in bijlage 1 van de Richtlijn industriële emissies bedoelde categorieën van industriële activiteiten, te weten categorie 5.5. De nieuwe BBT-conclusies van de BREF Afvalbehandeling zijn van toepassing op onderhavige inrichting. In de aangeleverde “BBT-conclusies Transportservice Terschelling” heeft het bedrijf aangegeven welke maatregelen worden toegepast om de lozing van afvalwater te laten voldoen aan de BBT zoals die zijn genoemd in de BREF Afvalbehandeling. De BBT-conclusies 3, 6 en 7 gaan nadrukkelijk in op afvalwaterstromen. Binnen de inrichting wordt afstromend hemelwater en was- en spoelwater afkomstig van de wasplaats geloosd. De voornoemde afvalwaterstromen zijn daarmee geen relevante emissies naar water zoals genoemd in BBT 6 (Monitoring). Daarbij dient opgemerkt te worden dat het bedrijf de lozingen wel bemonstert en analyseert. In de vigerende omgevingsvergunning zijn voorschriften opgenomen voor de frequentie (2x per jaar), aantal parameters (bijvoorbeeld minerale olie) en bijbehorende lozingseisen. Daarnaast beschikt het bedrijf over verschillende zuiveringstechnische voorzieningen voorafgaand aan de lozing van afvalwater.
Wij hebben het aangeleverde rapport beoordeeld en zijn van mening dat Transport Service Terschelling gelegen aan de Nieuwe Dijk 6 te Terschelling de best beschikbare technieken toepast en daarmee voor het onderdeel Water voldoet aan de BREF Afvalbehandeling
Zienswijzen op de ontwerpbeschikking
Van het ontwerp van de beschikking hebben wij de kennisgeving digitaal gepubliceerd op internet: www.officielebekendmakingen.nl op 22 september 2022.
Tussen 26 september 2022 en 7 november 2022 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN MILIEU
Toetsing ambtshalve wijziging omgevingsvergunning
Sinds 1 januari 2013 geldt een actualisatieplicht voor IPPC-installaties (artikel 5.10, eerste lid van het Bor). De plicht houdt in dat:
binnen een termijn van vier jaar na publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie van de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit van een IPPC-installatie de voorschriften van de omgevingsvergunning moeten worden getoetst aan de beste beschikbare technieken (BBT) die staan in deze (nieuwe) BBT-conclusies (en alle overige relevante BBT-documenten);
De actualisatieplicht start dus op het moment dat de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit zijn gepubliceerd. Daarom zal bij IPPC-installaties waarin meerdere activiteiten uit bijlage 1 van de RIE worden uitgeoefend, bepaald moet worden welke activiteit voor de betreffende IPPC-installatie zal worden aangemerkt als de hoofdactiviteit.
Binnen deze inrichting vinden meerdere activiteiten uit bijlage 1 van de RIE plaats. Daarom is in overleg met de vergunninghouder van de inrichting nagegaan welke BBT-conclusies relevant zijn voor de hoofdactiviteit en welke BBT-conclusies daarmee het startpunt zullen worden van de (verplichte) vergunning actualisatie. Dit betekent dat na publicatie van deze BBT-conclusies in het publicatieblad van de Europese Unie de actualisatieplicht zal beginnen.
Er moet worden voldaan aan de BBT-conclusies voor de hoofactiviteit en aan andere relevante BBT-conclusies.
Overeenkomstig artikel 2.31, eerste lid van de Wabo, moet en overeenkomstig artikel 2.31, tweede lid van de Wabo, kan het bevoegd gezag voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden, wijzigen. De omstandigheden waaronder dit moet of kan gebeuren zijn eveneens vermeld in dit artikel. In dit geval is er sprake van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.31, eerste lid, onder b.
Artikel 2.31, eerste lid, geeft de omstandigheden aan waaronder het bevoegd gezag verplicht is de voorschriften van de omgevingsvergunning te wijzigen. Onder b wordt aangegeven dat de voorschriften van de vergunning moeten worden aangescherpt als – kort samengevat – de bescherming van het milieu dit noodzakelijk maakt. Of die noodzaak bestaat, kan worden afgeleid uit het toetsingskader dat geldt voor het toepassen van de actualiseringsplicht van artikel 2.30 van de Wabo, dat is opgenomen in art. 5.10 derde lid van het Bor. Op grond van artikel 2.31, tweede lid, heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om een vergunning aan te passen. Deze mogelijkheid bestaat voor zover dit in het belang van de bescherming van het milieu is.
Artikel 2.31a, eerste lid van de Wabo geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om, ter bescherming van het milieu, andere technieken voor te schrijven dan in de aanvraag zijn opgenomen en daarmee de grondslag van de aanvraag te verlaten. Op grond van artikel 2.31a, tweede lid is de vergunninghouder verplicht desgevraagd gegevens aan het bevoegd gezag over te leggen die nodig zijn voor de beoordeling of alle relevante BBT-maatregelen worden toegepast.
In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu moeten aan de vergunning voorschriften worden verbonden die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk – bij voorkeur bij de bron – te beperken en ongedaan te maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken (BBT) worden toegepast.
Bij het opstellen van de omgevingsvergunning milieu moet rekening worden gehouden met de BBT-conclusies. De Europese Commissie stelt de BBT-conclusies op en maakt deze bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.
BBT-conclusies is een document met de conclusies over beste beschikbare technieken, vastgesteld overeenkomstig artikel 13, lid 5 en 7 van de Richtlijn industriële emissies (Rie).
Op 17 augustus 2018 heeft de Europese Commissie de BBT-conclusies Afvalbehandeling gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.
De BBT-conclusies Afvalbehandeling gaan over activiteiten uit bijlage I van de Richtlijn industriële emissies 2010/75/EU (RIE):
Deze BBT-conclusies gaan niet over IPPC-categorie 5.2 afvalverbranding of 5.4 stortplaatsen.
In het kader van de onder hoofdstuk 2.1 “Toetsing ambtshalve wijziging omgevingsvergunning” genoemde actualisatieplicht, hebben wij getoetst of de voorschriften van de vigerende omgevingsvergunning(en) voldoen aan de beste beschikbare technieken (BBT) die staan in deze nieuwe BBT-conclusies.
Concrete bepaling beste beschikbare technieken
Binnen de inrichting worden één of meer van de activiteiten uit bijlage 1 van de Rie uitgevoerd en wel de volgende: categorie 5.5.
Er moet worden voldaan aan de BBT-conclusies voor de hoofactiviteit en aan andere relevante BBT-conclusies.
Op grond van artikel 9.2 van de Mor moet voor het bepalen van BBT binnen de inrichting aanvullend een toetsing plaatsvinden aan relevante aangewezen informatiedocumenten over BBT.
Uit jurisprudentie is gebleken dat het bevoegd gezag bij het toetsen aan BBT-conclusies de ontwikkelingen van BBT moet nagaan die sinds het vaststellen van de BBT-conclusies hebben plaatsgevonden. Bronnen voor ontwikkelingen over BBT zijn onder andere de concepten van herziene BREF’s.
Om te bepalen of en in hoeverre aan de BBT-conclusies van de BREF Afvalbehandeling wordt voldaan, hebben wij u op 2 november 2021 schriftelijk verzocht gegevens aan te leveren waarin aangegeven wordt hoe u voldoet aan de nieuwe BREF Afvalbehandeling.
Op 9 februari 2022 ontvingen wij het rapport BBT-conclusies Transportservice Terschelling, uitgevoerd door Veenstra & Riemersma Omgevingsadvies , januari 2022, met betrekking tot de BBT conclusies Afvalbehandeling voor uw inrichting aan de Nieuwe Dijk 6 te West Terschelling en op 9 maart 2022 aanvullende informatie met betrekking tot de BBT conclusies Afvalbehandeling.
Wij hebben de informatie aan de IPPC-Bref Afvalbehandeling getoetst en zijn tot de conclusie gekomen dat de door u overlegde gegevens aanleiding geven om uw omgevingsvergunning ambtshalve te wijzigen.
Bij het bepalen van de BBT hebben we rekening gehouden met de van toepassing zijnde BBT-conclusies van de Bref Afvalbehandeling versie 17 augustus 2018. Hierbij is gebleken dat uw vergunning nog niet actueel is met betrekking tot de aanwezigheid van een Milieubeheersysteem
Bij bedrijven met een IPPC-installatie waarop de BBT-conclusies afvalbehandeling van toepassing is, moet een milieubeheersysteem (MBS) worden ingevoerd. In BBT 1 staat dat het bedrijf een MBS moet invoeren en welke elementen in het MBS moeten zijn opgenomen. In dit geval gaat het om een complexe inrichting met verschillende bedrijven die onder één vergunning werken, met een grote diversiteit aan afvalstoffen die geaccepteerd, opgeslagen en bewerkt worden. Daarom zal een gedetailleerd MBS opgezet moeten worden met de onderdelen die zijn aangegeven in BBT 1.
Om het bovenstaande te borgen, hebben wij het opstellen, de invoering en de naleving van een milieubeheersysteem met de verschillende onderdelen genoemd in BBT 1 voorgeschreven.
De inrichting voldoet - met inachtneming van de aan dit besluit gehechte voorschriften - aan BBT. Voor de overwegingen is verwezen naar de desbetreffende paragraaf.
Wij zijn van oordeel dat de ingediende gegevens voldoende informatie bevatten voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. Het toetsdocument waarin staat hoe invulling is gegeven aan de BBT, laten wij daarom onderdeel uit maken van de vergunning van 2 augustus 2007 (kenmerk 705675).
Voor de begrippen die niet in deze lijst zijn opgenomen refereren wij naar de definities zoals die zijn opgenomen in de geldende wet- en regelgeving (zoals het Activiteitenbesluit, de Activiteitenregeling, het Besluit omgevingsrecht, het Besluit externe veiligheid inrichtingen, de Wet geurhinder en veehouderij etc.)
|
BAT Reference document. Een in Europees verband vastgesteld document waarin de BBT worden beschreven die specifiek zijn voor een bepaalde branche of activiteit. |
|
Milieubeheersysteem (MBS) Afvalbedrijven
Op grond van maatregel BBT1 maatregel zoals opgenomen in de BREF/BBT-conclusies Afvalbehandeling dient ter verbetering van de algehele milieuprestaties en de controle daarop een milieubeheersysteem (MBS) te worden ingevoerd. Dit document is bedoeld ter ondersteuning voor het opstellen van een MBS. De concrete invulling en het detailniveau van het MBS is afhankelijk van de specifieke situatie (bv. Aard, omvang en complexiteit van het bedrijf en alle mogelijke milieueffecten ervan) en dient op bedrijfsniveau bepaald te worden. Zo zal een milieuzorgsysteem van een klein bedrijf minder uitgebreid zijn dan dat van een groot bedrijf. Het opstellen en toepassen van een milieuzorgsysteem vergt inspanningen en tijd maar door het toepassen van een milieuzorgsysteem kan de milieu-impact algemeen beperkt worden.
Een kwaliteitssysteem toepassen. Noodzakelijke procedures opstellen en implementeren (BBT1):
Structuren van taken en verantwoordelijkheden:
Taken en verantwoordelijkheden: Wie is waar verantwoordelijk voor. Denk hierbij aan voorschriften uit de vergunning, onderhoudstermijnen maar ook het bijhouden van nieuwe wet- en regelgeving en het informeren van personeel hierover en het volgen van de ontwikkelingen op het vlak van schonere technologieën.
Borging en monitoring milieuaspecten
Borging en monitoring overige en algemene aspecten:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2023-5861.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.