Ambtshalve wijziging omgevingsvergunning van Transport Service Terschelling B.V.

Op 2 augustus 2007, kenmerk 705675 is een omgevingsvergunning verleend voor de inrichting aan Duindoornstraat 6 (nu Nieuwe dijk 6) op Terschelling. Deze vergunning is op 6 juli 2012 ambtshalve gewijzigd. Deze vergunningen worden aangemerkt als omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Wij besluiten de omgevingsvergunning van 2 augustus 2007 ambtshalve. De overige omgevingsvergunningen en ambtshalve wijzigen zijn wel meegenomen in de beoordeling maar zijn verder niet relevant in het kader van deze actualisatie.

Binnen de inrichting is een categorie 5.5 IPPC-installatie aanwezig. Sinds 1 januari 2013 geldt een extra actualisatieplicht voor IPPC-installaties (artikel 2.30 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in combinatie met artikel 5.10, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht). De plicht houdt in dat binnen vier jaar na publicatie van de beste beschikbare technieken (BBT)-conclusies moet worden getoetst of de vergunning nog voldoet aan de BBT-conclusies. Indien de voorschriften niet voldoen, moet de vergunning binnen de termijn van vier jaar zijn geactualiseerd.

De BBT-conclusies Afvalbehandeling zijn op 17 augustus 2018 gepubliceerd. Wij hebben de vergunningen van 2 augustus 2007 en de ambtshalve wijziging van 6 juli 2012 beoordeeld en zijn van mening dat de omgevingsvergunning niet geheel voldoet aan de BBT-conclusies Afvalbehandeling. Wij passen daarom de omgevingsvergunning van 2 augustus 2007 ambtshalve aan door er voorschriften over een milieubeheerssysteem aan toe te voegen.

BESLUIT

Wij besluiten, gelet op artikel 2.31, eerste lid, onder b, van de Wabo:

  • -

    de omgevingsvergunning d.d. 2 augustus 2007 van Transport Service Terschelling B.V., Nieuwe dijk 6 te West-Terschelling, kenmerk 705675, ambtshalve te wijzigen door bijgevoegde voorschriften aan deze vergunning toe te voegen;

  • -

    en dat het het rapport BBT-conclusies Transportservice Terschelling, uitgevoerd door Veenstra & Riemersma Omgevingsadvies, januari 2022, met betrekking tot de BBT conclusies Afvalbehandeling voor de inrichting aan de Nieuwe dijk 6 te West Terschelling en de op 9 maart 2022 ontvangen aanvullende gegevens onderdeel uitmaken van de vergunning van 2 augustus 2007.

ONDERTEKENING EN VERZENDING

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Afschrift aan:

  • -

    Veenstra & Riemersma Omgevingsadvies B.V., Haadwei 51A, 9104 BC Damwâld

  • -

    Wetterskip Fryslân Postbus 36, 8900 AA Leeuwarden

  • -

    Gemeente Terschelling Postbus 14, 8880 AA West-Terschelling.

RECHTSBESCHERMINGSMIDDELEN

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Daarnaast wordt een kennisgeving gegeven door publicatie in de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en in het Provinciaal blad van Fryslân via www.officielebekendmakingen.nl. De beschikking treedt in werking 6 weken na bekendmaking van het definitief besluit.

De aanvraag en de beschikking met de daarbij behorende stukken worden op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van 12 december 2022 ter inzage gelegd. Inzage is mogelijk bij de gemeente/provincie/FUMO.

Een dag nadat de beschikking ter inzage is gelegd, start de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift. In die periode kunnen zowel u als belanghebbenden beroep aantekenen tegen deze beschikking. Ook niet-belanghebbenden kunnen beroep aantekenen indien zij een zienswijze hebben ingediend.

Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij Rechtbank Noord-Nederland, Postbus 781, 9700 AT Groningen.

Het indienen van een beroepschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat deze beschikking in werking treedt na afloop van de beroepstermijn, kan tijdens die termijn om een voorlopige voorziening worden verzocht. Dit verzoek kan worden gedaan bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord Nederland, Postbus 781 9700 AT Groningen. De beschikking treedt in dat geval niet in werking voordat over dit verzoek is beslist.

VOORSCHRIFTEN AMBTSHALVE WIJZIGING OMGEVINGSVERGUNNING

  • 1

    ALGEMENE VOORSCHRIFTEN

    • 1.1

      Milieubeheersysteem

      • 1.1.1

        Binnen 3 maanden na de inwerkingtreding van deze ambtshalve wijziging moet vergunninghouder een milieubeheerssysteem ter goedkeuring aan het bevoegd gezag hebben overgelegd.

      • 1.1.2

        Het milieubeheerssysteem bevat, naast de elementen zoals genoemd in bijlage 1 van deze ambtshalve wijziging, ten minste en voor zover van toepassing de volgende onderdelen:

        Beleid

        • a.

          de milieustrategie;

        • b.

          het milieuplan;

      • Bedrijfsprocessen

        • c.

          procedures in het kader van het A&V-beleid en AO/IC;

        • d.

          procedures voor het doorvoeren van wijzigingen in processen;

        • e.

          procedures voor het evalueren van het managementsysteem;

        • f.

          procedures voor het monitoren milieuaspecten afvalwater en luchtemissies;

        • g.

          procedures voor het wijzigen van installaties

        • h.

          procedures voor onderhoud en keuringen op basis van de op 2 augustus 2007 verleende vergunning;

      • Per procedure

        • i.

          taken en verantwoordelijkheden/bevoegdheden;

        • j.

          werkinstructies.

      • 1.1.3

        Het in voorschrift 1.1.1 bedoelde verzoek om goedkeuring moet schriftelijk worden gericht aan de FUMO, Postbus 3347, 8901 DH LEEUWARDEN of info@fumo.nl.

      • 1.1.4

        Binnen 3 maanden na de inwerkingtreding van deze ambtshalve wijziging moet vergunninghouder het goedgekeurde milieubeheerssysteem hebben geïmplementeerd.

OVERWEGINGEN

  • 1.

    PROCEDURELE OVERWEGINGEN

    • 1.1

      Projectbeschrijving

      Transport Service Terschelling aan de Nieuwe dijk 6 in Terschelling heeft een vergunning van 2 augustus 2007 voor de volgende activiteiten:

      • Incidenteel breken van puin (12 x p/j);

      • De opslag van puin;

      • De opslag van goederen (niet zijnde afvalstoffen);

      • De opslag van zeecontainers;

      • De opslag van schoon zand in opslagvakken

      • Laswerkzaamheden;

      • Opslag van zand en grond op het buitenterrein;

      • Opslag van ernstig verontreinigde grond;

      • Opslag van verpakt aangeboden asbest;

      • Onderhoud eigen materieel;

      • Opslag dieselolie ten behoeve van eigen materieel;

      • Transport activiteiten;

      • Opslag van bedrijfsafval vergelijkbaar met huishoudelijk afval.

    • De activiteit tijdelijke opslag van gevaarlijke stoffen wordt genoemd in bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) en wel in categorie 5.5. Voorwaarde hierbij is dat de opslag van gevaarlijke stoffen in afwachting is van een behandeling die valt onder categorie 5.1, 5.2b, 5.4 of 5.6 van de RIE.

      Transport Service Terschelling heeft een IPPC-installatie die valt onder categorie 5.5 van de RIE.

      Wij hebben de omgevingsvergunning van 2 augustus 2007 getoetst aan:

      • de RIE en de daarbij behorende BBT-conclusies;

      • de BBT-conclusies Afvalbehandeling versie 17 augustus 2018.

    • Deze toetsing geeft aanleiding tot het aanpassen van de eerder verleende vergunning(en).

    • 1.2

      Huidige vergunningsituatie

      Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:

Soort

Vergunning datum

Kenmerk

Onderwerp

Vergunning Wet milieubeheer (Wm)*

2 augustus 2007

705675

oprichting

Wet verontreiniging oppervlaktewater (WVO)*

14 augustus 2007

WFN0730820

Indirecte lozing

Ambtshalve wijziging (Wabo)

6 juli 2012

01001577

Ambtshalve wijziging van de voorschriften en het intrekken van definities van de vergunning i..v.m. het overgangsrecht van de Wm en de WvO naar de Wabo.

De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Invoeringswet Wabo) gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.

    • 1.3

      Vergunningplicht

      De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:

Categorie

Omschrijving

  • 28.4 onder a en b

Opslaan van afvalstoffen

  • 28.10

  • 21°.het opslaan van: 1°.ten hoogste 10.000 ton bouwstoffen in de zin van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit die binnen dat besluit toepasbaar zijn;

  • 35° het overslaan en scheiden en opbulken van de onder 1 tot en met 33 genoemde categorieën van afvalstoffen binnen de aangegeven grenzen.

Op grond van het overschrijden van de capaciteit als genoemd bij bovengenoemde categorieën is er sprake van een vergunningplichtige activiteit. Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor eveneens sprake van een vergunningplichtige inrichting.

    • 1.4

      Bevoegd gezag

      Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C, categorie 28.4, onder a, 5° en 6° van het Bor en omdat het een inrichting betreft waartoe een IPPC-installatie behoort als genoemd in Bijlage I, categorie 5.5 van de Richtlijn industriële emissies (Rie).

    • 1.5

      Procedure en zienswijze 

      De huidige omgevingsvergunning is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet hierop dient de ambtshalve wijziging eveneens te worden voorbereid met deze uitgebreide voorbereidingsprocedure.

    • 1.6

      Adviezen

      In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij het voornemen ter advies aan de volgende instanties/bestuursorganen gezonden:

      • -

        De gemeente Terschelling

      • -

        Wetterskip Fryslân

    • Zij hebben vervolgens het volgende advies uitgebracht:

      Advies gemeente Terschelling

      Gemeente Terschelling kan met de voorgenomenwijziging van de omgevingsvergunning instemmen. 

      Advies Wetterskip Fryslân

      Op 5 september 2022 hebben wij het advies ontvangen van het Wetterskip Fryslân over de ambtshalve wijziging van de omgevingsvergunning van Transport Service Terschelling, Nieuwe Dijk 6 te Terschelling. De ambtshalve wijziging betreft het actualiseren van de vigerende omgevingsvergunning aan de nieuwe BBT conclusies BREF Afvalbehandeling. Ten aanzien van de BREF Afvalbehandeling in relatie met de lozingen van afvalwater afkomstig van Transport Service Terschelling adviseren wij het volgende:

      Transport Service Terschelling is een op- en overslag bedrijf voor verschillende afvalstoffen. Het bedrijf behoort tot de in bijlage 1 van de Richtlijn industriële emissies bedoelde categorieën van industriële activiteiten, te weten categorie 5.5. De nieuwe BBT-conclusies van de BREF Afvalbehandeling zijn van toepassing op onderhavige inrichting. In de aangeleverde “BBT-conclusies Transportservice Terschelling” heeft het bedrijf aangegeven welke maatregelen worden toegepast om de lozing van afvalwater te laten voldoen aan de BBT zoals die zijn genoemd in de BREF Afvalbehandeling. De BBT-conclusies 3, 6 en 7 gaan nadrukkelijk in op afvalwaterstromen. Binnen de inrichting wordt afstromend hemelwater en was- en spoelwater afkomstig van de wasplaats geloosd. De voornoemde afvalwaterstromen zijn daarmee geen relevante emissies naar water zoals genoemd in BBT 6 (Monitoring). Daarbij dient opgemerkt te worden dat het bedrijf de lozingen wel bemonstert en analyseert. In de vigerende omgevingsvergunning zijn voorschriften opgenomen voor de frequentie (2x per jaar), aantal parameters (bijvoorbeeld minerale olie) en bijbehorende lozingseisen. Daarnaast beschikt het bedrijf over verschillende zuiveringstechnische voorzieningen voorafgaand aan de lozing van afvalwater.

      Wij hebben het aangeleverde rapport beoordeeld en zijn van mening dat Transport Service Terschelling gelegen aan de Nieuwe Dijk 6 te Terschelling de best beschikbare technieken toepast en daarmee voor het onderdeel Water voldoet aan de BREF Afvalbehandeling

    • 1.7

      Zienswijzen op de ontwerpbeschikking

      Van het ontwerp van de beschikking hebben wij de kennisgeving digitaal gepubliceerd op internet: www.officielebekendmakingen.nl op 22 september 2022.

      Tussen 26 september 2022 en 7 november 2022 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

    • 1.8

      Wijzigingen ten opzichte van de ontwerpvergunning

      Ten opzichte van de ontwerpvergunning zijn de volgende wijzigingen aangebracht:

      • -

        in de voorschriften 1.1.1 en 1.1.4 zijn de termijnen gewijzigd. In voorschrift 1.1.1 is de termijn van 4 maanden naar 3 maanden verlaagd en in voorschrift 1.1.4 van 6 maanden naar 3 maanden verlaagd. Deze termijnenwaren te ruim genomen waardoor er rechtsongelijkheid met andere bedrijven ontstaat.

      • -

        de tekst voor in paragraaf 2.2 waarin de Beste Beschikbare Technieken staat beschreven is gewijzigd. Dit heeft geen inhoudelijke gevolgen ten opzichte van het ontwerpbesluit.

  • 2

    INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN MILIEU

    • 2.1

      Toetsing ambtshalve wijziging omgevingsvergunning

      Sinds 1 januari 2013 geldt een actualisatieplicht voor IPPC-installaties (artikel 5.10, eerste lid van het Bor). De plicht houdt in dat:

      • -

        binnen een termijn van vier jaar na publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie van de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit van een IPPC-installatie de voorschriften van de omgevingsvergunning moeten worden getoetst aan de beste beschikbare technieken (BBT) die staan in deze (nieuwe) BBT-conclusies (en alle overige relevante BBT-documenten);

      • -

        als niet wordt voldaan aan deze BBT's moeten de vergunningvoorschriften worden geactualiseerd en;

      • -

        de betreffende IPPC-installatie binnen de termijn van vier jaar gaat voldoen aan deze geactualiseerde voorschriften.

    • De actualisatieplicht start dus op het moment dat de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit zijn gepubliceerd. Daarom zal bij IPPC-installaties waarin meerdere activiteiten uit bijlage 1 van de RIE worden uitgeoefend, bepaald moet worden welke activiteit voor de betreffende IPPC-installatie zal worden aangemerkt als de hoofdactiviteit.

      Binnen deze inrichting vinden meerdere activiteiten uit bijlage 1 van de RIE plaats. Daarom is in overleg met de vergunninghouder van de inrichting nagegaan welke BBT-conclusies relevant zijn voor de hoofdactiviteit en welke BBT-conclusies daarmee het startpunt zullen worden van de (verplichte) vergunning actualisatie. Dit betekent dat na publicatie van deze BBT-conclusies in het publicatieblad van de Europese Unie de actualisatieplicht zal beginnen.

      Er moet worden voldaan aan de BBT-conclusies voor de hoofactiviteit en aan andere relevante BBT-conclusies.

      Overeenkomstig artikel 2.31, eerste lid van de Wabo, moet en overeenkomstig artikel 2.31, tweede lid van de Wabo, kan het bevoegd gezag voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden, wijzigen. De omstandigheden waaronder dit moet of kan gebeuren zijn eveneens vermeld in dit artikel. In dit geval is er sprake van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.31, eerste lid, onder b.

      Artikel 2.31, eerste lid, geeft de omstandigheden aan waaronder het bevoegd gezag verplicht is de voorschriften van de omgevingsvergunning te wijzigen. Onder b wordt aangegeven dat de voorschriften van de vergunning moeten worden aangescherpt als – kort samengevat – de bescherming van het milieu dit noodzakelijk maakt. Of die noodzaak bestaat, kan worden afgeleid uit het toetsingskader dat geldt voor het toepassen van de actualiseringsplicht van artikel 2.30 van de Wabo, dat is opgenomen in art. 5.10 derde lid van het Bor. Op grond van artikel 2.31, tweede lid, heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om een vergunning aan te passen. Deze mogelijkheid bestaat voor zover dit in het belang van de bescherming van het milieu is.

      Artikel 2.31a, eerste lid van de Wabo geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om, ter bescherming van het milieu, andere technieken voor te schrijven dan in de aanvraag zijn opgenomen en daarmee de grondslag van de aanvraag te verlaten. Op grond van artikel 2.31a, tweede lid is de vergunninghouder verplicht desgevraagd gegevens aan het bevoegd gezag over te leggen die nodig zijn voor de beoordeling of alle relevante BBT-maatregelen worden toegepast.

    • 2.2

      Beste beschikbare technieken

      In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu moeten aan de vergunning voorschriften worden verbonden die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk – bij voorkeur bij de bron – te beperken en ongedaan te maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken (BBT) worden toegepast.

      Bij het opstellen van de omgevingsvergunning milieu moet rekening worden gehouden met de BBT-conclusies. De Europese Commissie stelt de BBT-conclusies op en maakt deze bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

      BBT-conclusies is een document met de conclusies over beste beschikbare technieken, vastgesteld overeenkomstig artikel 13, lid 5 en 7 van de Richtlijn industriële emissies (Rie).

      Op 17 augustus 2018 heeft de Europese Commissie de BBT-conclusies Afvalbehandeling gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.

      De BBT-conclusies Afvalbehandeling gaan over activiteiten uit bijlage I van de Richtlijn industriële emissies 2010/75/EU (RIE):

      • 5.1: verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen;

      • 5.3 a en b: verwijdering en/of nuttige toepassing van ongevaarlijke afvalstoffen;

      • 5.5: tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffen;

      • 6.11: zelfstandige afvalwaterzuiveringsinstallatie.

    • Deze BBT-conclusies gaan niet over IPPC-categorie 5.2 afvalverbranding of 5.4 stortplaatsen. 

      In het kader van de onder hoofdstuk 2.1 “Toetsing ambtshalve wijziging omgevingsvergunning” genoemde actualisatieplicht, hebben wij getoetst of de voorschriften van de vigerende omgevingsvergunning(en) voldoen aan de beste beschikbare technieken (BBT) die staan in deze nieuwe BBT-conclusies.

    • 2.3

      Concrete bepaling beste beschikbare technieken

      Binnen de inrichting worden één of meer van de activiteiten uit bijlage 1 van de Rie uitgevoerd en wel de volgende: categorie 5.5.

      Er moet worden voldaan aan de BBT-conclusies voor de hoofactiviteit en aan andere relevante BBT-conclusies.

      Op grond van artikel 9.2 van de Mor moet voor het bepalen van BBT binnen de inrichting aanvullend een toetsing plaatsvinden aan relevante aangewezen informatiedocumenten over BBT.

      Uit jurisprudentie is gebleken dat het bevoegd gezag bij het toetsen aan BBT-conclusies de ontwikkelingen van BBT moet nagaan die sinds het vaststellen van de BBT-conclusies hebben plaatsgevonden. Bronnen voor ontwikkelingen over BBT zijn onder andere de concepten van herziene BREF’s.

      Om te bepalen of en in hoeverre aan de BBT-conclusies van de BREF Afvalbehandeling wordt voldaan, hebben wij u op 2 november 2021 schriftelijk verzocht gegevens aan te leveren waarin aangegeven wordt hoe u voldoet aan de nieuwe BREF Afvalbehandeling.

      Op 9 februari 2022 ontvingen wij het rapport BBT-conclusies Transportservice Terschelling, uitgevoerd door Veenstra & Riemersma Omgevingsadvies , januari 2022, met betrekking tot de BBT conclusies Afvalbehandeling voor uw inrichting aan de Nieuwe Dijk 6 te West Terschelling en op 9 maart 2022 aanvullende informatie met betrekking tot de BBT conclusies Afvalbehandeling.

      Wij hebben de informatie aan de IPPC-Bref Afvalbehandeling getoetst en zijn tot de conclusie gekomen dat de door u overlegde gegevens aanleiding geven om uw omgevingsvergunning ambtshalve te wijzigen.

      Bij het bepalen van de BBT hebben we rekening gehouden met de van toepassing zijnde BBT-conclusies van de Bref Afvalbehandeling versie 17 augustus 2018. Hierbij is gebleken dat uw vergunning nog niet actueel is met betrekking tot de aanwezigheid van een Milieubeheersysteem

    • 2.4

      Milieubeheersysteem 

      Bij bedrijven met een IPPC-installatie waarop de BBT-conclusies afvalbehandeling van toepassing is, moet een milieubeheersysteem (MBS) worden ingevoerd. In BBT 1 staat dat het bedrijf een MBS moet invoeren en welke elementen in het MBS moeten zijn opgenomen. In dit geval gaat het om een complexe inrichting met verschillende bedrijven die onder één vergunning werken, met een grote diversiteit aan afvalstoffen die geaccepteerd, opgeslagen en bewerkt worden. Daarom zal een gedetailleerd MBS opgezet moeten worden met de onderdelen die zijn aangegeven in BBT 1.

      Om het bovenstaande te borgen, hebben wij het opstellen, de invoering en de naleving van een milieubeheersysteem met de verschillende onderdelen genoemd in BBT 1 voorgeschreven.

    • 2.5

      Conclusie

      De inrichting voldoet - met inachtneming van de aan dit besluit gehechte voorschriften - aan BBT. Voor de overwegingen is verwezen naar de desbetreffende paragraaf.

      Wij zijn van oordeel dat de ingediende gegevens voldoende informatie bevatten voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. Het toetsdocument waarin staat hoe invulling is gegeven aan de BBT, laten wij daarom onderdeel uit maken van de vergunning van 2 augustus 2007 (kenmerk 705675).

BEGRIPPENLIJST

Voor de begrippen die niet in deze lijst zijn opgenomen refereren wij naar de definities zoals die zijn opgenomen in de geldende wet- en regelgeving (zoals het Activiteitenbesluit, de Activiteitenregeling, het Besluit omgevingsrecht, het Besluit externe veiligheid inrichtingen, de Wet geurhinder en veehouderij etc.)

Begrip

Definitie

Considerans

BBT

Beste Beschikbare techniek genoemd in een BBT document.

BREF

BAT Reference document. Een in Europees verband vastgesteld document waarin de BBT worden beschreven die specifiek zijn voor een bepaalde branche of activiteit.

IPPC

Integrated Pollution Prevention and Control

 

BIJLAGE 1

Milieubeheersysteem (MBS) Afvalbedrijven

  • I.

    Inleiding

    Op grond van maatregel BBT1 maatregel zoals opgenomen in de BREF/BBT-conclusies Afvalbehandeling dient ter verbetering van de algehele milieuprestaties en de controle daarop een milieubeheersysteem (MBS) te worden ingevoerd. Dit document is bedoeld ter ondersteuning voor het opstellen van een MBS. De concrete invulling en het detailniveau van het MBS is afhankelijk van de specifieke situatie (bv. Aard, omvang en complexiteit van het bedrijf en alle mogelijke milieueffecten ervan) en dient op bedrijfsniveau bepaald te worden. Zo zal een milieuzorgsysteem van een klein bedrijf minder uitgebreid zijn dan dat van een groot bedrijf. Het opstellen en toepassen van een milieuzorgsysteem vergt inspanningen en tijd maar door het toepassen van een milieuzorgsysteem kan de milieu-impact algemeen beperkt worden.

  • II.

    Beschrijving bedrijf.

    Invullen:

    • 1.

      Beschrijving van het bedrijf

      • a)

        Naw gegevens.

      • b)

        De IPPC categorie.

  • III.

    Het milieubeleid en naleven van toepassing zijnde milieuregelgeving (BBT1) :

    Invullen met aandacht voor:

    • a)

      Op welke wijze is het management betrokken bij het milieubeleid.

    • b)

      Definiëren wat het milieubeleid is van het bedrijf.

    • c)

      Hoe is het milieubeleid uitgewerkt door het management en waaruit blijkt dat er sprake is van continue verbetering van de milieuprestaties.

  • IV.

    Een kwaliteitssysteem toepassen. Noodzakelijke procedures opstellen en implementeren (BBT1):

    Invullen met aandacht voor:

    • 1.

      Structuren van taken en verantwoordelijkheden:

      • a)

        Implementeren en uitvoeren van de procedures met bijzondere aandacht voor;

        • -

          bedrijfsorganisatie en verantwoordelijkheid;

        • -

          aanwerving, opleiding, bewustmaking en bekwaamheid;

        • -

          communicatie;

        • -

          betrokkenheid van de werknemers;

        • -

          documentatie (bijhouden van gegevens, registraties);

        • -

          efficiënte procescontrole;

        • -

          onderhoudsprogramma's;

        • -

          monitoring;

        • -

          noodplan en rampenbestrijding;

        • -

          waarborgen van de naleving van de milieuwetgeving;

        • -

          Interne audits (planning en wijze van uitvoeren).

      • b)

        Taken en verantwoordelijkheden: Wie is waar verantwoordelijk voor. Denk hierbij aan voorschriften uit de vergunning, onderhoudstermijnen maar ook het bijhouden van nieuwe wet- en regelgeving en het informeren van personeel hierover en het volgen van de ontwikkelingen op het vlak van schonere technologieën.

      • c)

        Wie controleert of taken door verantwoordelijke zijn uitgevoerd en eventueel opstellen corrigerende maatregelen.

      • d)

        Opstellen onderhouds- en inspectieprogramma’s.

      • e)

        Op welke wijze wordt bijgehouden/geregistreerd dat de dagelijkse, wekelijkse, maandelijkse, jaarlijkse taken en verplichtingen (uit de vergunning) zijn uitgevoerd waaronder ook de jaarlijkse elektronische verslaglegging E-PRTR.

      • f)

        Vastleggen dat het kwaliteitssysteem regelmatig wordt beoordeeld door de directie.

  • V.

    Borging en monitoring milieuaspecten

    Invullen met aandacht voor:

    • 1.

      Afval* (BBT 2)

      • a)

        Opstelling en invoering van procedures voor de karakterisering en preacceptatie van afval.

      • b)

        Informatie over de eigenschappen van het te behandelen afval en de afvalverwerkingsprocessen.

      • c)

        Opstelling en invoering van procedures voor de acceptatie van afval.

      • d)

        Opstelling en invoering van een traceersysteem en inventarisatie voor afval.

      • e)

        Opstelling en invoering van een kwaliteitsbeheersysteem voor de output.

      • f)

        Waarborgen van afvalscheiding.

      • g)

        Waarborgen van de compatibiliteit van afval vóór het mengen of vermengen van afval.

      • h)

        Sortering van inkomend vast afval.

      • i)

        Het opstellen en uitvoeren van hanterings- en overbrengingsprocedures (BBT5).

      • j)

        Materiaalefficiëntie (BBT 22).

      • k)

        Hergebruik van verpakkingen (BBT 24).

      • l)

        Inventaris in en uitgaande stromen/Afvalinput monitoren (BBT 11 en 52)

        • *

          Er kan ook verwezen worden naar het van toepassing zijnde Acceptatie- en verwerkingsbeleid en administratieve organisatie en interne controle oftewel het A&V-beleid en AOIC. De onderdelen die niet beschreven worden in het A&V-beleid en AOIC dienen in het milieubeheerssysteem te worden beschreven.

    • 2.

      Afvalwater (BBT 3, 6, 7, 11, 19 en 20)

      Om vermindering van emissies naar water te bevorderen, is het opstellen en actueel houden van een inventaris van afvalwater, als onderdeel van het milieubeheersysteem, noodzakelijk en dienen de volgende elementen te zijn opgenomen:

      • m)

        Opstelling en invoering van procedures aangaande het afvalwater;

      • n)

        Beschrijvingen van proces geïntegreerde technieken en afvalwaterbehandeling bij de bron, inclusief de prestaties ervan.

      • o)

        Informatie over de kenmerken van de afvalwaterstromen, zoals:

        • -

          gemiddelde waarden en variabiliteit van debiet, pH, temperatuur en geleidbaarheid.

        • -

          gemiddelde concentratie en belastingwaarden van de relevante stoffen en hun variabiliteit (bv. CZV/TOC, stikstofverbindingen, fosfor, metalen, prioritaire stoffen/microverontreinigingen waaronder ook ZZS);

        • -

          gegevens over biologische verwijderbaarheid (bv. BZV, BZV/CZV-ratio, Zahn-Wellenstest, potentieel tot biologische inhibitie (bv. inhibitie van actief slib)).

      • d)

        Onderhoudsschema inspectie/controle data metingen (wettelijk dan wel op basis van verleende vergunningen).

      • e)

        Monitoring afvalwater. Registratie van uitgevoerde metingen/controles/inspecties/afvalwaterhoeveelheden en emissies.

    • 3.

      Lucht (BBT 3, 8, 9, 14 en 53)

      Om vermindering van emissies naar de lucht te bevorderen, is het opstellen en actueel houden van een inventaris van afgasstromen, als onderdeel van het milieubeheersysteem, noodzakelijk en dienen de volgende elementen te zijn opgenomen:

      • a)

        Opstelling en invoering van procedures aangaande (het voorkomen van) luchtemissies.

      • b)

        beschrijvingen van proces geïntegreerde technieken en afgasbehandeling bij de bron, inclusief de prestaties ervan.

      • c)

        informatie over de eigenschappen van de afgasstromen, zoals:

        • -

          gemiddelde waarden en variabiliteit van debiet en temperatuur;

        • -

          gemiddelde concentratie en belastingwaarden van de relevante stoffen en hun variabiliteit (bv. organische verbindingen, POP's zoals PCB’s en ZZS);

        • -

          ontvlambaarheid, laagste en hoogste explosiegrenswaarden, reactiviteit;

        • -

          de aanwezigheid van andere stoffen die van invloed kunnen zijn op het afgasbehandelingssysteem of de veiligheid van de installatie (bv. zuurstof, stikstof, waterdamp, stof).

      • d)

        Onderhoudsschema inspectie/controle data metingen (wettelijk dan wel op basis van verleende vergunningen).

      • e)

        Monitoring luchtemissies. Registratie van uitgevoerde metingen/ controles/inspecties.

    • 4.

      Opslag (BBT 4)

      • a)

        Geoptimaliseerde opslag.

      • b)

        Adequate opslag capaciteit.

      • c)

        Veilige opslag.

      • d)

        Afzonderlijke ruimte voor opslag en hantering van verpakt gevaarlijk afval.

    • 5.

      Geur (BBT 10, 12, 13 en 14)

      • a)

        Opstelling en invoering van procedures aangaande (het voorkomen) van geuremissies.

      • b)

        Om geuremissies naar de omgeving te beperken en te voorkomen een geurbeheerplan opstellen.

      • c)

        Geuremissies monitoren.

    • 6.

      Geluid- en trillinghinder (BBT 17 en 18)

      • a)

        Opstellen van een beheerplan voor geluid en trillingen om geluidemissies en trillinghinder naar de omgeving te beperken en te voorkomen:

        • -

          Borging dat er op toegezien wordt dat er een verantwoord akoestisch beleid gevoerd wordt bij nieuwbouw, aanpassing bestaande gebouwen, terreininrichting, vervanging en aanpassing van installaties en vervoermiddelen en vervoersbewegingen.

      • b)

        Monitoring geluid. Uitvoeren geluidmetingen ene registreren.

    • 7.

      Bodem inclusief bodem beschermende voorzieningen (BBT 19).

      • a)

        Onderhoudsschema inspectie/controle data metingen bodem en bodem beschermende voorzieningen (wettelijk dan wel op basis van verleende vergunningen).

      • b)

        Registratie van uitgevoerde metingen/controles/inspecties.

    • 8.

      Energie (BBT 11 en 23)

      • a)

        opstellen van een energiebeleidsverklaring door het management:

        • -

          onderschrijving van het engagement van het management van de vestiging dat de onderneming werkt aan een optimale(re) energie-efficiëntie;

        • -

          creëert het noodzakelijk draagvlak voor de implementatie van de energiebeheermaatregelen.

      • c)

        aanstellen van een energiecoördinator:

        • -

          wordt aangesteld door het management;

        • -

          coördineert het te volgen energiebeleid binnen de onderneming en ziet toe op een verantwoord (duurzaamheids) beleid bij nieuwbouw, aanpassing bestaande gebouwen, vervanging en aanpassing van installaties en vervoermiddelen;

        • -

          is verantwoordelijk voor de communicatie (in beide richtingen) rond het energiebeleid en de daaruit voortvloeiende activiteiten.

      • d)

        Energieverbruik monitoren en registreren.

    • 9.

      Affakkeling (BBT 15 en 16)

      • a)

        Correct ontwerp van de installatie.

      • b)

        Installatiebeheer.

      • c)

        Monitoring en registratie als onderdeel van het fakkelbeheer.

    • 10.

      (Metaal)shredderinstallaties (BBT 8, 14, 25, 26, 27 en 28)

      • a)

        Monitoring.

      • b)

        Deflagraties te voorkomen.

      • c)

        Shreddervoeding stabiel te houden ikv energie.

      • d)

        Prestatie verbetering.

      • e)

        Voorkomen emissies bij incidenten.

    • 11.

      Behandeling AEEA VFK's en/of VKW’s bevatten (BBT 14, 29 en 30).

    • 12.

      Mechanische behandeling van afval met calorische waarde (BBT 31).

    • 13.

      Mechanische behandeling van kwikhoudende AEEA (BBT 32).

    • 14.

      Biologische behandeling van afval (BBT 33, 34, 35).

    • 15.

      Aerobe behandeling van afval (BBT 36 en 37).

    • 16.

      Anaerobe behandeling van afval (BBT 38).

    • 17.

      Mechanische biologische behandeling (MBB) van afval (BBT 39).

    • 18.

      Fysisch-chemische behandeling van vast afval en/of steekvast slib (BBT 40 en 41).

    • 19.

      Herraffinage van afgewerkte olie (BBT 42, 43 en 44).

    • 20.

      Fysisch-chemische behandeling van afval met calorische waarde (BBT 45).

    • 21.

      Regeneratie van afgewerkte oplosmiddelen (BBT 46, 47 en BBT-GEN onder 4.5).

    • 22.

      Thermische behandeling van afgewerkte actieve kool, gebruikte katalysatoren en uitgegraven verontreinigde grond (BBT 48 en 49).

    • 23.

      Reiniging van uitgegraven verontreinigde grond met water (BBT 50).

    • 24.

      Decontaminatie van PCB-houdende apparatuur (BBT 51).

  • VI.

    Borging en monitoring overige en algemene aspecten:

    Invullen met aandacht voor:

    • 1.

      Een correcte inventaris van in- en uitgaande stromen bijhouden (monitoren en meten). Voorbeelden van parameters die via monitoring opgevolgd kunnen worden, zijn:

      • a)

        Waterverbruik (11 en 19).

      • b)

        Chemicaliënverbruik (BBT 11).

    • 2.

      Preventieve maatregelen toepassen om onvoorziene lozingen die schadelijk zijn voor het milieu te voorkomen, bv. door lekkage, verspilling, slecht werkende installaties of slecht werkende controlesystemen (BBT 5, 14, 19, 21, 32 en hfdst. 6.2):

      • a)

        inventariseren mogelijke bronnen van onvoorziene lozingen die schadelijk zijn voor het milieu;

      • b)

        Controlemaatregelen identificeren en toepassen ter voorkoming van onvoorziene lozingen en ter beperking van het schadelijk effect voor het milieu (bv. alarm, noodbuffer, verzegelde noodaansluiting).

    • 3.

      Noodplan opstellen, implementeren en regelmatig uittesten, bv. (BBT 1 en 23)

      • a)

        Branddetectie, brandblusapparatuur, brandweg, pictogrammen, jaarlijkse evacuatieoefening.

      • b)

        Onderhouds/Inspectie signalering en registratie brandpreventie middelen zoals branddetectie- en brandblusapparatuur.

      • c)

        Ongevallenbeheerplan.

      • d)

        Zoneringsplan opstellen (ivm stofexplosies).

      • e)

        Incidenten en onvoorziene gebeurtenissen onderzoeken en rapporteren.

      • f)

        Procedure opstellen melden ongewoon voorval aan bevoegd gezag.

  • VII.

    Informatieverstrekking en training/coaching met het oog op bewustzijn en betrokkenheid van de werknemers BBT 1):

    Invullen met aandacht voor:

    • 1.

      Communicatie en training zijn belangrijk om medewerkers te sensibiliseren:

      • a)

        Interne communicatie.

        • i.

          management/energiecoördinator: informatie verspreiden (aanpak, doelstellingen, enz.) en maar ook terugkoppeling van resultaten (bv. aantal Euro’s bespaard);

        • ii.

          werknemers: verzamelen van ideeën, voorstellen en eventuele vragen op het gebied van opleidingen.

      • b)

        externe communicatie:

        • iii.

          ketenefficiëntie verbeteren; samen met leveranciers en klanten zoeken naar energetische verbeteringen (ook op vlak van transport en logistiek);

        • iv.

          regelmatige en gepaste communicatie naar de omgeving van de onderneming over behaalde resultaten op gebied van bv. energiereducties en maatregelen ter verbetering van de leefomgeving.

      • c)

        De aandacht die gegeven wordt aan opleiding en training.

      • d)

        Onderwerpen die tijdens de trainingen aan bod kunnen komen zoals:

        • -

          mogelijke problemen die zich voordoen tijdens de normale bedrijfsprocessen;

        • -

          mogelijke problemen die zich voordoen in niet-routine situaties;

        • -

          risicoanalyse van bedrijfsprocessen.

  • VIII

    Potentieel en impact van nieuwe schone technologieën onderzoeken/bijhouden (BBT 1):

    Invullen met aandacht voor:

    • 1.

      Aandacht voor innovatie.

    • 2.

      Borgen dat bij de ontwerpfase van een nieuwe installatie rekening wordt gehouden met de milieueffecten tijdens de volledige levensduur en de latere ontmanteling ervan.

    • 3.

      Op regelmatige basis een sectorale benchmarking uitvoeren.

Naar boven