Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo): besluit, deels intrekken activiteit tijdelijke opslag gevaarlijk afvalstoffen, locatie Trekweg 1a te Kollum

BESLUIT INTREKKEN ONDERDEEL OMGEVINGSVERGUNNING

I. Onderwerp

Op 9 juli 2013, kenmerk 01067417, is een revisievergunning ingevolge de Wabo verleend aan gemeente Kollumerland c.a. voor de locatie Trekweg 1a te Kollum. De vergunning betreft:

  • -

    Het exploiteren van een milieustraat;

  • -

    Tijdelijke opslag gevaarlijke afvalstoffen;

  • -

    Depot voor klein gevaarlijk afval (KGA);

  • -

    Shredderen van (snoei) hout.

Per e-mail van 14 juli 2022, heeft de heer D.A. Zijlstra, beleidsmedewerker Afval namens de gemeente Noardeast- Fryslân (voorheen gemeente Kollumerland c.a.) , ons verzocht om uit de aanvraag en de vergunning van 9 juli 2013, de activiteit tijdelijke opslag gevaarlijke afvalstoffen deels in te trekken en de opslag terug te brengen naar de maximale capaciteit van 49 ton.

II. Besluit

Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze beschikking en gelet op artikel 2.33, lid 2 onder b en lid 3 van de Wabo, de hoeveelheid opslag van gevaarlijke afvalstoffen, zoals opgenomen in de vergunning van 9 juli 2013 met kenmerk 01067417, deels in te trekken tot een maximale opslagcapaciteit van 49 ton.

III. Ondertekening en verzending

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies  

Een kopie van deze beschikking is naar de volgende instanties gestuurd:

Wetterskip Fryslân

Postbus 36

8900 AA Leeuwarden

Provincie Fryslân

Postbus 20120

8900 HM Leeuwarden

RECHTSMIDDELEN EN INWERKINGTREDING

Bekendmaking, inwerkingtreding en rechtsbeschermingsmiddelen (definitieve) beschikking

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Daarnaast wordt een kennisgeving gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en in het Provinciaal blad van Fryslân via www.officielebekendmakingen.nl. De beschikking treedt in werking 6 weken na bekendmaking van het definitief besluit.

De aanvraag en de beschikking met de daarbij behorende stukken worden op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang 2 januari 2023 ter inzage gelegd. Inzage is mogelijk bij de gemeente/provincie/FUMO.

Een dag nadat de beschikking ter inzage is gelegd, start de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift. In die periode kunnen zowel u als belanghebbenden beroep aantekenen tegen deze beschikking. Ook niet-belanghebbenden kunnen beroep aantekenen indien zij een zienswijze hebben ingediend.

Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij Rechtbank Noord-Nederland, Postbus 781, 9700 AT Groningen.

Het indienen van een beroepschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat deze beschikking in werking treedt na afloop van de beroepstermijn, kan tijdens die termijn om een voorlopige voorziening worden verzocht. Dit verzoek kan worden gedaan bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord Nederland, Postbus 781 9700 AT Groningen. De beschikking treedt in dat geval niet in werking voordat over dit verzoek is beslist.

PROCEDURELE OVERWEGINGEN 

2 PROCEDURELE ASPECTEN 

2.1 Gegevens vergunninghouder

Op 9 juli 2013 is een revisievergunning met kenmerk 01067417 ingevolge de Wabo verleend aan de gemeente Kollumerland c.a. voor de locatie Trekweg 1a te Kollum. De vergunning betreft:

  • -

    Het exploiteren van een milieustraat;

  • -

    Tijdelijke opslag gevaarlijke afvalstoffen;

  • -

    Depot voor klein gevaarlijk afval (KGA);

  • -

    Shredderen van (snoei) hout.

2.2 Projectbeschrijving

Per e-mail van 14 juli 2022, heeft de heer D.A. Zijlstra, beleidsmedewerker Afval namens de gemeente Noardeast- Fryslân (voorheen gemeente Kollumerland c.a.), verzocht om het deels intrekken van de hoeveelheid opslag gevaarlijke afvalstoffen naar maximaal 49 ton.

2.3 Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting is eerder de onderstaande vergunning geaccepteerd: 

SOORT VERGUNNING

DATUM

KENMERK

ONDERWERP

Wabo

(Uitgebreid)

09-07-2013

01067417

Revisievergunning betreffende het exploiteren van een milieustraat, een depot voor klein gevaarlijk afval (KGA) en het shredderen van (snoei) hout

2.4 Bevoegd gezag (huidige situatie)

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo juncto artikel 3.3, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 28.4, onder a, 5° van het Bor. De activiteiten vallen niet onder de uitzonderingen genoemd onder 28.10 van bijlage 1 onderdeel c van het Bor. Daarnaast betreft het een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort. De inrichting valt onder Bijlage I, categorie 5.5 van de Richtlijn industriële emissies.

2.5 Procedure uitgebreid

De op 9 juli 2013 verleende omgevingsvergunning is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet op artikel 3.15, lid 3 van de Wabo dient de procedure met betrekking tot het intrekken van een deel van de vergunning eveneens te worden voorbereid met deze uitgebreide voorbereidingsprocedure.

Deze is, zoals al gezegd, beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet hierop zijn wij niet verplicht om van de aanvraag kennis te geven in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op andere geschikte wijze, tenzij bij de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. Nu deze uitzonderingsgrond zich niet voordoet hebben wij de aanvraag niet bekend gemaakt.

Er is getoetst aan artikel 2.33, lid 2, onder b, en lid 3 van de Wabo.

2.6 Advies

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij het verzoek ter advies aan het volgende bestuursorgaan gezonden:

  • -

    College van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast- Fryslân.

De gemeente Noardeast- Fryslân heeft geen aanleiding gezien om advies uit te brengen.

2.7 Zienswijzen op de ontwerpbeschikking

Van het ontwerp van de beschikking hebben wij kennis gegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad van XX november 2022 en in het Provinciaal blad van Fryslân via https://officielebekendmakingen.nl

2.8 Wijzigingen ten opzichte van de ontwerpbeschikking

Ten opzichte van de ontwerpbeschikking zijn geen wijzigingen aangebracht.

INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN MILIEUASPECTEN

3 INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN 

3.1 Aanvraag om intrekking deel van de revisievergunning

De aanvraag heeft betrekking op het deels intrekken van de hoeveelheid opslag gevaarlijke afvalstoffen. In de aanvraag en vergunning van 9 juli 2013 is de hoeveelheid opslag gevaarlijke afvalstoffen niet begrensd en daarmee is het in werking hebben van een IPPC-installatie categorie 5.5, Bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) vergund. Na het besluit op deze aanvraag is de hoeveelheid opslag gevaarlijk afvalstoffen teruggebracht naar een omvang van maximaal 49 ton. Hiermee blijft de maximale opslag gevaarlijke afvalstoffen onder de grens van 50 ton en komt het in werking hebben van een IPPC-installatie te vervallen.

3.2 Wijzigen bevoegd gezag

Na het besluit op deze aanvraag maakt de IPPC-installatie geen onderdeel uit van de vergunning, waardoor het bevoegd gezag van de inrichting wijzigt van Gedeputeerde Staten van de Provinsje Fryslân, naar het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân.

3.2 Toetsingskader

Overeenkomstig artikel 2.33, lid 2, onder b, van de Wabo kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning (gedeeltelijk) intrekken als de vergunninghouder hierom verzoekt. In artikel 2.33, lid 3, van de Wabo is bepaald dat een omgevingsvergunning op verzoek van de vergunninghouder voor de activiteit milieu alleen geheel of gedeeltelijk mag worden ingetrokken indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet. De Wabo bevat in artikel 2.14 het milieuhygiënische toetsingskader daarvoor.

Bij onze beslissing op dit verzoek hebben wij:

  • -

    de aspecten genoemd in artikel 2.14, eerste lid, onder a van de Wabo betrokken;

  • -

    met de aspecten genoemd in artikel 2.14, eerste lid, onder b van de Wabo rekening gehouden;

  • -

    de aspecten genoemd in artikel 2.14, eerste lid, onder c van de Wabo in acht genomen.

Hieronder lichten wij dit nader toe, waarbij wij ons beperken tot die onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed (kunnen) zijn.

3.3 Toetsing gevolgen milieu

Het onderdeel van het bovengenoemde toetsingskader dat daadwerkelijk van invloed is op de beslissing is de opslag van gevaarlijke stoffen, waarop de vergunning van 9 juli 2013 onder andere betrekking heeft. Het deels intrekken van de omvang opslag gevaarlijke afvalstoffen heeft tot gevolg dat gevaarlijke afvalstoffen tot maximaal 49 ton opgeslagen mogen worden, en de overige activiteiten in ongewijzigde vorm, gehandhaafd blijven.

Gevolgen milieu

Doordat de omvang van de hoeveelheid opslag gevaarlijke afvalstoffen wordt teruggebracht naar de maximale opslagcapaciteit van 49 ton, is sprake van een afname van emissies naar het water en de lucht. De milieugevolgen nemen daarmee af. Wij concluderen dat de intrekking van deze activiteit kan worden toegestaan.

3.4 Conclusie

De activiteit opslag van gevaarlijke afvalstoffen zoals opgenomen in de vergunning van 9 juli 2013 kan deels worden ingetrokken.

Bijlage begrippen

IPPC:

Integrated Pollution Prevention and Control.

RIE:

Richtlijn industriële emissies 2010/75/EU (RIE)

Bor:

Besluit omgevingsrecht

Naar boven