Mandaat, volmacht en machtiging Minister van Infrastructuur en Waterstaat inzake Landelijk Verkeersmanagement Beraad (LVMB)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

en de

 

Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant,

 

ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

 

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Gelet op artikel 176, tweede lid, van de Provinciewet;

 

Overwegende dat het Landelijk Verkeersmanagement Beraad (LVMB) een ambtelijk samenwerkingsverband is van wegbeheerders (Rijkswaterstaat, provincies en grote gemeenten) met als doel samen te werken op het domein van overstijgend (dynamisch) verkeersmanagement en het beïnvloeden van de verkeersstromen voor betere doorstroming op het wegennetwerk;

 

Overwegende dat de deelnemers aan het LVMB in het kader van deze samenwerking gemeenschappelijke doelen beogen te bereiken, onder meer door het gezamenlijk inkopen van onderzoeken;

 

Overwegende dat de deelnemers aan het LVMB afspraken hebben vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst Landelijk Verkeersmanagement Beraad;

 

Overwegende dat in de voornoemde samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd dat in het kader van het gezamenlijk inkopen van onderzoeken en het aanbesteden van (onderzoeks)opdrachten het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het penvoerderschap uitvoert;

 

Overwegende dat in dit kader Gedeputeerde Staten resp. de commissaris van de Koning mandaat en volmacht wensen te verlenen aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, teneinde deze in staat te stellen om de rol van penvoerder uit te kunnen voeren;

 

 

Besluiten:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    LVMB: Landelijk Verkeersmanagement Beraad;

  • b.

    mandaatregister: openbaar register als bedoeld in de Regeling mandaat Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant 2018;

  • c.

    Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • d.

    Provincie: Provincie Noord-Brabant;

  • e.

    Samenwerkingsovereenkomst: samenwerkingsovereenkomst Landelijk Verkeersmanagement Beraad.

Artikel 2 Mandaatverlening

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verlenen aan de Minister mandaat voor het nemen van besluiten die verband houden met het gezamenlijk inkopen van onderzoeken en het voorbereiden, uitvoeren en beëindigen van gezamenlijke aanbestedingsprocedures voor (onderzoeks)opdrachten, bedoeld in en met inachtneming van de samenwerkingsovereenkomst.

  • 2.

    Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, omvat tevens de beantwoording van algemene vragen.

  • 3.

    De Minister kan ter uitoefening van een krachtens het eerste lid aan hem gemandateerde bevoegdheid schriftelijk ondermandaat verlenen aan onder hem ressorterende leidinggevende functionarissen.

  • 4.

    Het in het eerste lid bedoelde mandaat is beperkt tot opdrachten waarvan de waarde lager is dan het Europese drempelbedrag.

Artikel 3 Volmacht en machtiging

  • 1.

    De commissaris van de Koning verleent aan de Minister volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn ten behoeve van vervulling van het in artikel 2 verleende mandaat.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde volmacht omvat in het bijzonder het namens de Provincie sluiten en ondertekenen van contracten.

  • 3.

    De Minister kan ter uitoefening van een krachtens artikel 2, eerste lid, aan hem gemandateerde bevoegdheid (schriftelijk) ondervolmacht verlenen aan onder hem ressorterende (leidinggevende) functionarissen.

Artikel 4 Procesvertegenwoordiging

  • 1.

    De Minister is in dit verband gemachtigd tot het vertegenwoordigen van de Provincie in rechte.

  • 2.

    De Minister kan, krachtens deze machtiging, door hem aangewezen personen machtigen tot het in rechte vertegenwoordigen van de Provincie.

Artikel 5 Informatieplicht

  • 1.

    De Minister stelt Gedeputeerde Staten, respectievelijk de commissaris van de Koning tijdig in kennis van krachtens mandaat te nemen of reeds genomen besluiten waarvan hij redelijkerwijs moet aannemen dat kennisneming door Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning gewenst is.

  • 2.

    Kennisgeving als bedoeld in het eerste lid vindt in ieder geval plaats indien:

    • a.

      de maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven;

    • b.

      het besluit ertoe kan leiden dat de provincie aansprakelijk wordt gesteld.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten kunnen, respectievelijk de commissaris van de Koning kan op grond van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van een voorgenomen besluit bepalen dat van het bij of krachtens dit besluit verleende mandaat of de machtiging geen gebruik mag worden gemaakt.

  • 4.

    Gedeputeerde Staten voorzien de Minister tijdig van alle benodigde informatie ten behoeve van de invulling van zijn mandaat.

Artikel 6 Registratie en inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit wordt gevoegd in het mandaatregister.

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.

  • 3.

    Dit besluit vervalt van rechtswege met ingang van het moment waarop de Samenwerkingsovereenkomst gezamenlijk wordt beëindigd of door de Provincie eenzijdig wordt opgezegd.

Artikel 7 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat, volmacht en machtiging Minister van Infrastructuur en Waterstaat inzake Landelijk Verkeersmanagement Beraad.

’s-Hertogenbosch, 4 april 2023

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. P.J. Buijtels

Commissaris van de Koning voornoemd,

mr. I.R. Adema

Naar boven