Subsidieregeling wolfwerende rasters Drenthe 2023

 

Gedeputeerde Staten van Drenthe;

 

gelet op de Algemene subsidieverordening Drenthe 2017 en de Algemene wet bestuursrecht;

 

BESLUITEN:

 

de Subsidieregeling wolfwerende rasters Drenthe 2023 vast te stellen.

 

 

Gedeputeerde Staten voornoemd,

 

mevrouw drs. J. Klijnsma, voorzitter

W.F. Brenkman MSc, secretaris

 

Assen, 21 februari 2023

Kenmerk 4.10/2023000214

 

Uitgegeven: 8 maart 2023

 

Subsidieregeling wolfwerende rasters Drenthe 2023

 

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

 

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • -

    aangewezen hoefdieren: runderen, schapen, geiten, varkens, paardachtigen en alpaca’s;

  • -

    Asv: Algemene subsidieverordening Drenthe 2017;

  • -

    bestaande hoefdierhouder: houder van aangewezen hoefdieren;

  • -

    Diergezondheidswetgeving: Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid;

  • -

    Faunaschade Preventiekit module wolven: overzicht van preventieve maatregelen om schade door wolven te voorkomen en te beperken zoals gepubliceerd op de website van BIJ12;

  • -

    hoefdiersoort: een van de soorten van de aangewezen hoefdieren;

  • -

    gebiedscommissie preventie wolvenschade Drenthe: door Gedeputeerde Staten ingestelde adviescommissie bestaande uit vertegenwoordigers van de schapensector, paardensector en landbouw- en natuurorganisaties, welke zich in zet voor preventieve maatregelen om aangewezen hoefdieren te beschermen tegen een aanval van de wolf;

  • -

    Identificatie- en Registratiesysteem van dieren: het door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beheerde Identificatie- en Registratiesysteem van elke Nederlandse landbouwhuisdierenhouder met een uniek Bedrijfsnummer (UBN);

  • -

    Landbouw de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PB L 352);

  • -

    Paardachtige: paard, pony, ezel en kruisingen hiervan;

  • -

    wolfwerende afrastering: afrastering om aanvallen van wolven op aangewezen hoefdieren te voorkomen.

Artikel 2 Doel

 

De subsidie heeft tot doel het stimuleren van het gebruik van wolfwerende afrastering door bestaande hoefdierhouders ter voorkoming van schade door wolven.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

 

De subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    het aanschaffen of aanpassen van een vaste wolfwerende afrastering;

  • b.

    het aanschaffen van een verplaatsbare wolfwerende afrastering;

  • c.

    het aanschaffen van een automatisch oprolsysteem bij een verplaatsbaar wolfwerende afrastering met draden.

Artikel 4 Doelgroep

 

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt aan een bestaande hoefdierhouder gevestigd in Drenthe.

  • 2.

    Onder een bestaande hoefdierhouder wordt verstaan een houder van runderen, schapen, geiten, varkens, alpaca’s en paardachtigen die deze dieren uiterlijk op 17 december 2021 heeft geregistreerd in het Identificatie- en registratiesysteem.

  • 3.

    In aanvulling op het tweede lid wordt een houder van paardachtigen die deze paardachtigen uiterlijk 1 mei 2023 registreert in het Identificatie- en registratiesysteem gelijkgesteld met een bestaande hoefdierhouder.

Artikel 5 Aanvraagperiode

 

Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend tot en met 14 november 2025.

Artikel 6 Aanvraag

 

Een aanvraag wordt schriftelijk en ondertekend ingediend met het behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier en gaat vergezeld van de in het aanvraagformulier aangegeven bescheiden.

Artikel 7 Weigeringsgronden

 

  • 1.

    Een subsidie wordt geweigerd indien:

    • a.

      aan de aanvrager eerder subsidie is verstrekt voor dezelfde subsidiabele activiteit voor dezelfde hoefdiersoort op basis van deze regeling of de Subsidieregeling voorkomen schade door wolven provincie Drenthe;

    • b.

      aan de aanvrager eerder subsidie is verstrekt voor dezelfde subsidiabele activiteit voor dezelfde hoefdiersoort door een andere provincie;

    • c.

      de subsidiabele activiteit is verricht voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling.

  • 2.

    Het eerste lid, onder c, is niet van toepassing indien de subsidiabele activiteit is verricht na 3 oktober 2022 en het wolfwerende rastering voor runderen, varkens, paardachtigen of alpaca's betreft.

  • 3.

    In afwijking van artikel 2.7, eerste lid, onderdeel f, van de Asv wordt subsidie niet geweigerd indien de te verstrekken subsidie minder zou bedragen dan € 1.000,--.

Artikel 8 Toetsingscriteria

 

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de vaste wolfwerende afrastering wordt geplaatst in Drenthe;

  • b.

    bij een verplaatsbare wolfwerende afrastering en een automatisch oprolsysteem is door de aanvrager aannemelijk gemaakt dat de dieren binnen Drenthe zullen grazen;

  • c.

    de gehele afrastering voldoet aan de Faunaschade Preventiekit module wolven.

Artikel 9 Subsidiabele kosten

 

De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    de kosten van het aanschaffen of aanpassen van een vaste wolfwerende afrastering;

  • b.

    de kosten van het aanschaffen van een verplaatsbare wolfwerende afrastering;

  • c.

    de kosten van aanschaf van een automatisch oprolsysteem bij verplaatsbare wolfwerende afrastering met draden.

Artikel 10 Hoogte van de subsidie

 

  • 1.

    De subsidie voor een vaste afrastering bedraagt:

    • a.

      € 570,-- per hoefdiersoort; en,

    • b.

      € 3,40 per strekkende meter met een maximum van € 680,-- per rund en paardachtige en een maximum van € 114,-- voor zover het een ander aangewezen hoefdier betreft.

  • 2.

    De subsidie voor een verplaatsbare afrastering bedraagt:

    • a.

      € 34,-- per dier; en,

    • b.

      € 4.500,-- voor een automatisch oprolsysteem voor een verplaatsbare afrastering met draden. Het aantal dieren waarvoor het systeem wordt aangeschaft moet minimaal bestaan uit een groep van 17 paardachtigen of runderen of een groep van minimaal 100 andere aangewezen hoefdieren.

  • 3.

    Voor runderen, schapen, geiten, varkens en paardachtigen worden de te hanteren dieraantallen bepaald aan de hand van het in het Identificatie- en Registratiesysteem voor dieren gemiddeld geregistreerde aantal dieren van de betreffende hoefdierhouder over een viertal peildata. Het gemiddelde wordt naar boven afgerond op hele getallen.

  • 4.

    Als peildata worden 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november van het jaar 2021 of 2022 gehanteerd.

  • 5.

    Voor alpaca’s wordt voor de te hanteren dieraantallen uitgegaan van het aantal dieren dat geregistreerd staat overeenkomstig de Diergezondheidswetgeving in het jaar 2022. Hierbij hoeft geen gemiddelde gehanteerd te worden.

  • 6.

    Voor paardachtigen, waarvan de eerste registratie na 1 mei 2022 plaats heeft gevonden, kan gebruik worden gemaakt van latere opvolgende peildata tot uiterlijk 1 februari 2024 voor het hanteren van de dieraantallen.

  • 7.

    Ontbrekende gegevens op de genoemde peildata in het Identificatie- en Registratiesysteem tellen als 0 bij het bepalen van het gemiddelde dieraantal.

  • 8.

    De subsidie bedraagt (in totaal) maximaal € 20.000,-- per hoefdierhouder en kan niet meer bedragen dan de daadwerkelijk te maken of gemaakte kosten.

Artikel 11 Verdeelsystematiek

 

  • 1.

    Het voor subsidie beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van tijdstip van ontvangst. In het geval op basis van tijdstip van ontvangst geen rangschikking kan worden vastgesteld, geschiedt de onderlinge rangschikking door middel van loting.

  • 3.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is.

Artikel 12 Subsidieplafond

 

Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.

Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

 

De subsidieontvanger is verplicht binnen drie maanden na subsidieverlening:

  • a.

    de vaste wolfwerende afrastering aan te schaffen en te plaatsen of aan te passen;

  • b.

    de verplaatsbare wolfwerende afrastering aan te schaffen;

  • c.

    het automatische oprolsysteem bij een verplaatsbaar wolfwerende afrastering met draden aan te schaffen en in gebruik te nemen.

Artikel 14 Staatssteun

 

Subsidie die wordt aangevraagd door ondernemingen in de landbouwsector wordt slechts verstrekt voor zover dit mogelijk is met toepassing van de landbouw de-minimisverordening.

Artikel 15 Intrekking en overgangsrecht

 

  • 1.

    De Subsidieregeling voorkomen schade door wolven provincie Drenthe wordt ingetrokken.

  • 2.

    De Subsidieregeling voorkomen schade door wolven provincie Drenthe blijft van toepassing op subsidies die zijn verstrekt onder de Subsidieregeling voorkomen schade door wolven provincie Drenthe en op volledige aanvragen die zijn ingediend voor 1 april 2023.

Artikel 16 Inwerkingtreding en horizonbepaling

 

Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van 1 april 2023 en vervalt met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 17 Overgangsrecht

 

Deze regeling blijft van toepassing op subsidies die verstrekt zijn op grond van deze regeling en op volledige aanvragen die zijn ingediend voor 1 januari 2026.

Artikel 18 Citeertitel

 

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling wolfwerende rasters Drenthe 2023.

 

Toelichting

Het is voor een houder van in de regeling aangewezen hoefdieren mogelijk subsidie aan te vragen voor meerdere vaste en mobiele afrasteringen met bijbehorende oprolsystemen als voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden tot een maximumbedrag van € 20.000,-- per hoefdierhouder.

Er mag gedurende de looptijd van deze regeling per diersoort eenmaal worden aangevraagd. Heeft een houder voor de bescherming van schapen en geiten reeds een subsidie ontvangen dan kan hij nogmaals aanvragen als hij ook nog andere aangewezen hoefdieren heeft tot het maximaal bedrag van in totaal € 20.000,--.

 

Elke Nederlandse schapen- geiten-, paarden-, pony-, ezel-, rundvee- en/of varkenshouder moet een Uniek Bedrijfsnummer (UBN) hebben en in het Identificatie- en Registratiesysteem (I&R) van dieren geregistreerd staan. Dit systeem wordt in deze regeling gebruikt om te bepalen hoeveel dieren een aanvrager in de periode voor de subsidieaanvraag in zijn bezit had. RVO beheert dit systeem. Voor alpaca’s geldt nog niet dat zij geregistreerd moeten zijn bij I&R. Wel dienen alpacahouders een administratie bij te houden van het aantal dieren wat zij bezitten. Voor schapen, geiten, runderen, varkens en alpaca’s wordt hierbij het peiljaar 2022 aangehouden aangezien op 16 december 2021 geheel Drenthe is aangewezen als wolvenrisicogebied. Houders van deze dieren welke na deze datum gestart zijn met het houden van deze dieren of meer dieren zijn gaan houden, hebben bewust het risico genomen dit te doen in een wolvenrisicogebied.

Voor paardachtigen was er in 2022 nog geen volledige registratie. Om te voorkomen dat houders van deze dieren geen gebruik kunnen maken van de regeling worden voor deze diersoorten het jaar 2023 aangehouden zodat de houders van deze dieren na registratie ook zij gebruik kunnen maken van de regeling.

 

De normering voor wolfwerende rasters is voor alle dieren gelijk aangezien het er om gaat om de wolf buiten het weiland te houden. In de Faunaschade Preventiekit Module wolven staan eisen opgenomen waaraan het raster moet voldoen https://www.bij12.nl/onderwerpen/faunazaken/faunaschade-preventiekit-fpk/module-wolven/.

De toepasbaarheid van wolfwerende rasters kan alleen verschillen voor de verschillende hoefdiersoorten. Bij paardachtigen is het belangrijk dat de dieren niet met hun benen bij de onderste draden kunnen komen. Daar zijn verschillende mogelijkheden voor door aan de binnen- of buitenzijde van het raster de stroomdraad op afstandhouders te plaatsen. Enkel voorbeelden zijn:

Onderste draad aan buitenzijde op afstandhouders (tekening door G. Herkert)

Binnenste draden op afstandhouders (tekening door G. Herkert)

 

Om te voldoen aan de normering van BIJ12 zal bij vorenstaande voorbeelden nog een extra draad op 120 cm geplaatst moeten worden. Naast stroomdraden kan ook gebruik gemaakt worden van stroomvoerend lint.

 

Aanvragen mogen zowel voor - als na de plaatsing van het raster worden ingediend. Wel moet het raster binnen drie maanden na subsidieverlening zijn geplaatst

Naar boven