Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 217 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 217 | andere beschikking |
Omgevingsvergunning milieuneutraal veranderen Broekloane 21 te Wâlterswâld
Op 13 juli 2022 is een milieuneutrale veranderingsaanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Wâltersstrie B.V. (hierna Wâltersstrie). Het betreft het wijzigen van een aantal installaties voor de verwerking van mest. De capaciteit van de inrichting wijzigt niet. De aanvraag heeft betrekking op de Broekloane 21 te Wâlterswâld. De aanvraag is geregistreerd onder olo-nummer 7058487.
Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan Wâltersstrie een (omgevings)vergunning, op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor het veranderen van een mestbewerkingsbedrijf;
En tevens dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uit maken van deze vergunning:
Deze beschikking tot verlenen van de omgevingsvergunning is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.
U treft de vergunning als bijlage bij deze brief aan.
Voor meer informatie over deze brief kunt u contact opnemen met de heer L. van der Stege van de FUMO, telefoonnummer +31 (0)566-750300. Wilt u bij vragen of overleg het registratienummer bij de hand houden, zodat wij u vlot van dienst kunnen zijn.
Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door publicatie in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad en het publicatieblad van de provincie (artikel 12 Bekendmakingswet). De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Fryslân, Tweebaksmarkt 52, 8911 KZ Leeuwarden. Het indienen van een bezwaarschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking is in afwachting van de bezwaarprocedure, kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gedaan. Dit verzoek kan worden gedaan bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord Nederland, Postbus 781, 9700 AT Groningen. De beschikking treedt in dat geval niet in werking voordat over dit verzoek is beslist.
Op 13 juli 2022 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Wâltersstrie.
Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteit:
De aanvraag bestaat uit de volgende onderdelen:
Gedeputeerde Staten (GS) zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo juncto artikel 3.3, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 7.4 van het Bor (binnen de inrichting wordt meer dan 25.000 m³ van buiten de inrichting afkomstige mest verwerkt). Daarnaast betreft het een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort, genoemd in Bijlage I categorie 5.3, onder b, onder i van de Richtlijn industriële emissies (RIE) (verwerken van niet gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 75 ton per dag).
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij overeenkomstig artikel 3.8 van de Wabo de aanvraag gepubliceerd.
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dantumadiel.
Van de gemeente Dantumadiel hebben wij geen advies ontvangen.
In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer:
Wanneer gelet op artikelen 2.1, lid 1, aanhef en onder i van de Wabo en 2.2aa van het Bor in samen hang met artikel 2.7 van de Wnb het aanhaken van toepassing is, moet gelijktijdig met de aanvraag omgevingsvergunning een omgevingsvergunning voor Activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving (Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten worden aangevraagd.
Dit is niet nodig (een omgevingsvergunning natuur is niet van toepassing) wanneer voor het aangevraagde project al toestemming op basis van de Wnb is verkregen of gevraagd. Verder is een omgevingsvergunning niet van toepassing wanneer voor het voorgenomen project geen vergunning en ontheffing op grond van de Wnb nodig is.
Voor het voorgenomen project is op 20 februari 2020 een vergunning op basis van de Wnb aangevraagd (kenmerk 205911.) Dit betekent dat de Wnb niet aanhaakt in deze Wabo-procedure.
Een omgevingsvergunning natuur voor flora-en fauna-activiteiten is eveneens niet van toepassing.
De vergunning heeft betrekking op een inrichting die (onder andere) valt onder categorie 7.4 van onderdeel C van bijlage I bij het Bor (het verwerken van dierlijke meststoffen).
Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I categorie 5.3 onder b, onder i van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:
Het plaatsen van een tijdelijke mestverwerkingsinstallatie en het plaatsen van twee permanente mestverwerkingsinstallaties voor het verwerken van (paarden)mest. De capaciteit van de inrichting wordt niet gewijzigd.
Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.
Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:
De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.
In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.
De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt.
Binnen de inrichting vinden de volgende activiteiten plaats die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit:
Voor het koelen van lucht afkomstig van de mestverwerkingsinstallaties wordt gebruik gemaakt van ammoniak als koudemiddel. De koelinstallatie behorende bij de tijdelijke installatie heeft een inhoud van 60 kg ammoniak. De twee koelinstallaties behorende bij de permanente installaties hebben een inhoud van elk 87 kg ammoniak.
Op basis van artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit moet de verandering van de inrichting worden gemeld. De aanvraag wordt ten aanzien van de activiteiten die onder het Activiteitenbesluit vallen aangemerkt als melding.
Voor de aangevraagde activiteiten houdt dit in dat - voor zover deze betrekking hebben op de genoemde (deel)activiteiten - moet worden voldaan aan de volgende artikelen uit het Activiteitenbesluit en de bijbehorende Activiteitenregeling milieubeheer (Activiteitenregeling):
Voor het overige is per hoofdstuk dan wel afdeling aangegeven of dit op een type C inrichting van toepassing is. Dit betekent dat ook hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit van toepassing kunnen zijn.
Het bevoegd gezag mag uitsluitend aanvullende maatwerkvoorschriften vaststellen voor zover dat in het Activiteitenbesluit is aangegeven. Voor inrichtingen waartoe een IPPC-installatie behoort, kan het bevoegd gezag op grond van artikel 2.22, vijfde lid, van de Wabo, afwijken van de voorschriften van het Activiteitenbesluit voor zover met de voorschriften uit het Activiteitenbesluit niet wordt voldaan aan de beste beschikbare technieken. Tot de inrichting behoort een IPPC-installatie. De relevante voorschriften uit het Activiteitenbesluit voldoen aan BBT.
De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt
De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:
De aangevraagde verandering ziet op het in gebruik nemen van een scheidingsinstallatie voor het verwerken van (paarden)mest binnen de bestaande gebouwen van de inrichting. De capaciteit van de inrichting, de activiteiten binnen de inrichting en de toegepaste emissiebeperkende maatregelen wijzigen niet.
Uit de aanvraag blijkt dat deze wijzigingen geen gevolgen hebben voor de emissies naar de lucht.
De aanvraag ziet op het toepassen van een scheidingsinstallatie voor (paarden)mest. De paardenmest wordt gescheiden in een fractie met stro en een fractie met mest. De mest wordt gezakt, de stro wordt geperst tot een korrel.
Paardenmest valt onder de euralcode 02 01 06, dierlijke feces, urine en mest (inclusief gebruikt stro), afvalwater, gescheiden ingezameld en elders verwerkt. Er wordt geen onderscheid gemaakt in verschillende soorten mest. Voor deze afvalstroom is geen sectorplan vastgesteld in het LAP. De aangevraagde verandering heeft derhalve geen gevolgen ten aanzien van het aspect afvalstoffen, het vastgestelde acceptatie- en verwerkingsbeleid (AV-beleid) en het systeem voor administratieve organisatie en interne controle (AO/IC).
Uit de aanvraag blijkt dat er in de bestaande droogtunnels installaties worden geplaatst die geluid maken. Daarbij is de hamermolen de maatgevende geluidbron. De tijdelijke installatie wordt niet in een droogtunnel geplaatst, en wordt daarom niet voorzien van een hamermolen. De droogtunnels worden voorzien van akoestische bekleding, waarmee wordt geborgd dat er buiten de inrichting geen toename van de geluidbelasting naar de omgeving plaatsvindt.
Omdat er geen bron- of meetgegevens van de installatie bekend zijn, hebben wij aan deze vergunning een meetvoorschrift verbonden. Binnen een maand na het in werking zijn van de tijdelijke installatie, en binnen een maand na het in werking zijn van een van de permanente installaties, moet door middel van een meting worden vastgesteld dat aan de geluidvoorschriften uit de vergunning van 12 maart 2013 kan wordt voldaan.
De aangevraagde veranderingen hebben geen gevolgen voor de aspecten afvalwater, energie, externe veiligheid etc. De aanvraag ziet enkel op het toepassen van een scheidingsinstallatie voor (paarden)mest. De totale hoeveelheid te verwerken mest wijzigt niet. Deze wijzigingen leiden niet tot meer of andere transportbewegingen, afvalwaterstromen, opgeslagen stoffen etc. De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting.
De verandering leidt dan ook niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.
Er is voor deze overige aspecten geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.
Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend. Er zijn verder geen andere categorieën activiteiten uit onderdeel C van bijlage I van het Bor van toepassing.
Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen verandering niet ziet op het veranderen van een installatie voor verwijdering van afval als bedoeld in categorie D 18.1 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Er is ook geen sprake van een besluit als genoemd in kolom 4 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
In deze beschikking zijn de voor deze activiteit relevante voorschriften opgenomen.
1.1 Meten en berekenen conform handleiding
1.2 Uitvoeren akoestisch onderzoek
Binnen 1 maand nadat de tijdelijke verwerkingsinstallatie in werking is gebracht, moet de vergunninghouder, door middel van een akoestisch onderzoek (controlerapportage), aan het bevoegd gezag aantonen dat aan de geluidsvoorschriften 6.2.1 en 6.2.2 uit de revisievergunning van 12 maart 2013 met kenmerk 5-kks/12002275 wordt voldaan. De resultaten van dit akoestisch onderzoek moeten binnen deze termijn schriftelijk aan het bevoegd gezag worden gerapporteerd.
Binnen 1 maand nadat de permanente verwerkingsinstallaties in werking zijn gebracht, moet de vergunninghouder, door middel van een akoestisch onderzoek (controlerapportage), aan het bevoegd gezag aantonen dat aan de geluidsvoorschriften 6.2.1 en 6.2.2 uit de revisievergunning van 12 maart 2013 met kenmerk 5-kks/12002275 wordt voldaan. De resultaten van dit akoestisch onderzoek moeten binnen deze termijn schriftelijk aan het bevoegd gezag worden gerapporteerd.
Bevoegd gezag moet vooraf worden geïnformeerd over de opzet van beide onderzoeken en, indien van toepassing, over de datum en het tijdstip waarop de geluidmeting(en) voor bovengenoemde rapportage plaatsvind(en). Uitsluitend na toestemming van het bevoegd gezag kan worden overgegaan tot het uitvoeren van het onderzoek. Aan de opzet van het onderzoek kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen in verband met mogelijke specifieke omstandigheden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2023-217.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.