Besluit ambtshalve wijziging energievoorschriften Westra Groenrecycling B.V., Kelvinstraat 36 te Harlingen

  • I.

    Onderwerp

Op 5 oktober 2004 met kenmerk 568415 is een oprichtingsvergunning verleend aan M. Westra Franeker Beheer B.V. voor de inrichting aan de Kelvinstraat 36 in Harlingen. Nadien is de tenaamstelling van de inrichtinghouder gewijzigd in Westra Groenrecycling B.V. De vergunning heeft betrekking op het composteren van groenafval, het op- en overslaan en het bewerken van (verontreinigde) grond en compost, en het op- en overslaan van bulkgoederen. Nadien zijn er nog enkele vergunningen verleend. Met deze ambtshalve wijziging voegen wij nieuwe energievoorschriften toe aan de oprichtingvergunning van 5 oktober 2004 en trekken wij een energievoorschrift uit deze vergunning in.

  • II.

    Besluit

Wij besluiten, gelet op artikel 2.31, lid 1, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo):

  • -

    voorschrift 5.1.3 van de vergunning van 5 oktober 2004 met kenmerk 568415 in te trekken;

  • -

    de voorschriften 5.1.1 tot en met 5.1.3 zoals opgenomen in deze ambtshalve wijziging, toe te voegen aan de vergunning van 5 oktober 2004 met kenmerk 568415.

  • III.

    Ondertekening en verzending

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

Hoogachtend,

S.G.C. Boender

Hoofd afdeling Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Bijlagen: voorschriften en overwegingen

Een kopie van deze beschikking is naar de volgende instanties gestuurd:

College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Harlingen

Postbus 10.0008860 HA Harlingen

Brandweer Fryslân

Postbus 612

8901 BK Leeuwarden

Wetterskip Fryslân

Postbus 36

8900 AA Leeuwarden

VOORSCHRIFTEN EN OVERWEGINGEN

1 Energievoorschriften

De nummering van de onderstaande voorschriften sluit aan op de nummering van de voorschriften in de vergunning van 5 oktober 2004 met kenmerk 568415.

  • 5.1.1

    Vergunninghouder registreert het jaarlijks energieverbruik (zoals elektriciteit (in kWh), aardgas (in m³), olieproducten/brandstoffen (in liters en aardgasequivalenten), biomassa en andere energiedragers) binnen de inrichting. Voor het berekenen van de hoeveelheid aardgasequivalenten dienen de omrekenfactoren voor energiedragers te worden gehanteerd zoals opgenomen in artikel 2.16d van de Activiteitenregeling.

  • 5.1.2

    Vergunninghouder voorkomt zoveel mogelijk het onnodig in werking zijn van installaties, werktuigen, transportmiddelen en voorzieningen binnen de inrichting.

  • 5.1.3

    Bij het nemen van investeringsbeslissingen die een relevant effect hebben op het energiegebruik moet vergunninghouder aantoonbaar energiezuinigere alternatieven onderzoeken.

2 PROCEDURELE OVERWEGINGEN 

2.1 Projectbeschrijving

Het project is als volgt te omschrijven.

In deze ambtshalve wijziging worden enkele nieuwe energievoorschriften aan de omgevingsvergunning van 5 oktober 2004 toegevoegd en wordt een bestaand energievoorschrift van deze vergunning ingetrokken. De nieuwe voorschriften zijn gericht op het verder vergroten van de energie-efficiëntie binnen de inrichting (zie paragraaf 3.2 voor een nadere toelichting). Ook is de inrichting als onderdeel van M. Westra B.V. deelnemer aan de CO2-prestatieladder op niveau 5 (verder CO2-PL), gecertificeerd voor het managementsysteem NEN-EN-ISO 9001:2015 en betrokken bij overige initiatieven op het gebied van energie en duurzaamheid. In deze ambtshalve wijziging zijn genoemde trajecten opgenomen.

2.2 Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend en meldingen gedaan:

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

vergunning Wet milieubeheer #

5 oktober 2004

568415

oprichtingsvergunning

Veranderingsvergunning #

29 november 2007

00725149

Veranderen composteermethode, niet realiseren hal en intrekken energievoorschriften

Melding artikel 8.19 Wet milieubeheer

4 januari 2010

868512

Vervangen zeef

Ambtshalve wijziging

11 maart 2013

U13.001042

Aanpassing ivm verandering Besluit bodembescherming, Gebruiksbesluit en PGS-en

Goedkeuringsbesluit en melding Activiteitenbesluit

10 december 2013

U13.010221

Goedkeuren AV AO IC

# volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.

2.3 Vergunningplicht en bevoegd gezag

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo, juncto artikel 3.3, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 28.4 van het Bor. Daarnaast zijn de activiteiten genoemd in Bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies in categorie 5.3. Hierdoor is sprake van een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort. Daarmee en gelet op artikel 2.1, lid 2 van het Bor is de inrichting aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (inrichting type C) geldt.

2.4 Uitgebreide procedure

De op 5 oktober 2004 verleende omgevingsvergunning is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet op artikel 3.15, lid 3 van de Wabo dient de ambtshalve wijziging eveneens te worden voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure.

2.5 Advies

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor), hebben wij de ambtshalve wijziging ter advisering aan het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Harlingen gezonden. De gemeente heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om advies uit te brengen. Daarnaast is de ambtshalve wijziging verzonden aan Brandweer Fryslân en Wetterskip Fryslân. Brandweer Fryslân heeft per e-mail op 11 december 2021 aangegeven geen reden te zien tot het maken van opmerkingen danwel het opstellen van een advies.

2.6 Zienswijzen op de ontwerpbeschikking

Van het ontwerp van de beschikking hebben wij kennisgegeven in de Leeuwarder Courant, het Friesch dagblad en op www.mijnoverheid.nl. Van 29 november 2021 tot en met 10 januari 2022 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

2.7 Wijzigingen ten opzichte van de ontwerpbeschikking

Ten opzichte van de ontwerpvergunning is de volgende wijziging aangebracht:

- in de bijlage (begrippen) is het begrip CO2-prestatieladder toegevoegd.

3 INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN MILIEU

3.1 Toetsingskader bij ambtshalve wijziging

Artikel 2.30, lid 1 van de Wabo verplicht het bevoegd gezag regelmatig te bezien of voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden, nog toereikend zijn gezien de ontwikkelingen op het gebied van technische mogelijkheden tot de bescherming van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.

Op basis van artikel 2.31, lid 1, onder b van de Wabo, wijzigt het bevoegd gezag aan een omgevingsvergunning verbonden voorschriften indien blijkt dat de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu veroorzaakt, gezien de ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu, verder kunnen, of, gezien de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, verder moeten worden beperkt.

De inrichting neemt geen deel aan het Europese Emissiehandelssysteem (ETS). Aan de omgevingsvergunning kunnen daarom voorschriften worden verbonden met betrekking tot het aspect energie.

Voor deze ambtshalve wijziging hebben wij de eerder verleende omgevingsvergunning van 5 oktober 2004 in samenhang met de verleende omgevingsvergunning van 29 november 2007 getoetst. Hieruit blijkt het volgende:

  • -

    in de voorschriften 5.1.1 en 5.1.2 van de omgevingsvergunning van 5 oktober 2004 is vermeld dat binnen 12 maanden na het in werking treden van de vergunning een bedrijfsenergieplan ingediend moet worden en dat uitvoering gegeven moet worden aan de daarin opgenomen maatregelen. In de omgevingsvergunning van 29 november 2007 zijn de voorschriften 5.1.1 en 5.1.2 van de omgevingsvergunning van 5 oktober 2004 ingetrokken;

  • -

    in voorschrift 5.1.3 van de omgevingsvergunning van 5 oktober 2004 is de jaarlijkse rapportage over de voorgang van de energie-efficiencyverbetering vermeld. Deze rapportage moet informatie bevatten over het energieverbruik en gerealiseerde maatregelen in het voorgaande kalenderjaar en geplande energiebesparingsmaatregelen voor het komende kalenderjaar.

In deze ambtshalve wijziging wordt voorschrift 5.1.3 van de omgevingsvergunning van 5 oktober 2004 ingetrokken. Daarnaast worden nieuwe energievoorschriften aan de oprichtingsvergunning van 5 oktober 2004 toegevoegd. De nieuw op te nemen voorschriften zijn onder meer gericht op het verder vergroten van de energie-efficiëntie binnen de inrichting. In paragraaf 3.2 is dit nader toegelicht.

3.2 Overwegingen

Landelijk beleid

In het landelijke beleid zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer worden inrichtingen met een jaarlijks verbruik van minimaal 25.000 m³ aan aardgasequivalenten of een jaarlijks elektriciteitsverbruik van minimaal 50.000 kWh als energierelevant bestempeld. Voor andere energiebronnen dan elektriciteit en aardgas wordt het verbruik uitgedrukt in aardgasequivalenten door de omrekenfactoren te hanteren zoals opgenomen in artikel 2.16d van de Activiteitenregeling.

Uit een per e-mail (d.d. 20 en 25 oktober 2021) ontvangen opgave van uw bedrijf (mevrouw S. Kootstra) blijkt het volgende energieverbruik binnen de inrichting over het jaar 2020:

  • -

    0 m³ aardgas;

  • -

    6.299 kWh elektriciteit (via zonnepanelen wordt jaarlijks circa 7.400 kWh elektriciteit opgewekt);

  • -

    18.708 liter dieselolie (20.953 m³ aardgasequivalenten).

Hieruit blijkt dat geen sprake is van een energierelevante inrichting. Er hoeft daarom geen energieonderzoek te worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de inrichting de beste beschikbare technieken (BBT) toepast om tot een zuinig energieverbruik te komen.

Energievoorschriften

Zoals vermeld in paragraaf 3.1 worden in deze ambtshalve wijziging enkele nieuwe energievoor- schriften aan de omgevingsvergunning van 5 oktober 2004 toegevoegd en wordt een bestaand energievoorschrift van deze vergunning ingetrokken.

Intrekken energievoorschrift 5.1.3

In de voorschriften 5.1.1 en 5.1.2 van de omgevingsvergunning uit 2004 was de verplichting

opgenomen tot het opstellen en indienen van een bedrijfsenergieplan en het uitvoeren van de daarin gestelde energiebesparingsmaatregelen. Het destijds geprognotiseerde jaarlijkse energieverbruik bleek echter te hoog te zijn omdat is gekozen voor een andere composteermethode. Op verzoek van de inrichtinghouder zijn, gelet op het hiervoor genoemde, in de omgevingsvergunning van 29 november 2007 de voorschriften 5.1.1 en 5.1.2 ingetrokken.

Voorschrift 5.1.3 van de omgevingsvergunning uit 2004 omvat de verplichting om jaarlijks te rapporteren over de voorgang van de energie-efficiencyverbetering. Deze rapportage moet informatie bevatten over het energieverbruik en gerealiseerde besparingsmaatregelen in het voorgaande kalenderjaar en geplande energiebesparingsmaatregelen voor het komende kalenderjaar. In deze

ambtshalve wijziging trekken wij dit voorschrift in om de volgende redenen:

  • voorschrift 5.1.1 en 5.1.2 zijn reeds ingetrokken, zodat een jaarlijkse rapportageverplichting niet meer aan de orde is;

  • de inrichting is niet energierelevant.

Nieuwe voorschriften energiebesparing

In deze ambtshalve wijziging zijn nieuwe voorschriften over energiebesparing opgenomen. Doel hiervan is onder meer het verder vergroten van de energie-efficiëntie van de inrichting. Omdat de bestaande voorschriften 5.1.1 tot en met 5.1.3 uit de vergunning van 2004 zijn danwel worden ingetrokken, zijn de nieuwe voorschriften in deze ambtshalve wijziging genummerd vanaf 5.1.1.

In de omgevingsvergunning uit 2004 is geen voorschrift gesteld over de jaarlijkse registratie van het energieverbruik binnen de inrichting. Wel maakt het energieverbruik deel uit van de jaarlijkse rapportage, zoals vermeld in voorschrift 5.1.3 van de vergunning uit 2004. Met het intrekken van voorschrift 5.1.3 is het dan ook noodzakelijk om voor de registratie een apart voorschrift te stellen. Dit is opgenomen in voorschrift 5.1.1 in deze ambtshalve wijziging. Voor het berekenen van de

hoeveelheid aardgasequivalenten moeten de omrekenfactoren voor energiedragers worden gehanteerd zoals opgenomen in artikel 2.16d van de Activiteitenregeling.

In voorschrift 5.1.2 in deze ambtshalve wijziging is vermeld dat het onnodig in werking zijn van installaties, werktuigen, transportmiddelen en voorzieningen binnen de inrichting zoveel mogelijk beperkt moet worden.

In voorschrift 5.1.3 in deze ambtshalve wijziging is vermeld dat voorafgaand aan het nemen van

investeringsbeslissingen die een relevant effect hebben op het energiegebruik vergunninghouder

aantoonbaar energiezuinigere alternatieven moet onderzoeken.

Richtlijn energie-efficiëntie (EED)

De Europese richtlijn Energy Efficiency Directive (ook wel EED genoemd) is in Nederland omgezet in artikel 18 en artikel 18a van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie. De Europese richtlijn heeft als doel 20 procent besparing op het energiegebruik in 2020 (ten opzichte van 2010). De belangrijkste verplichting uit de Europese richtlijn energie-efficiëntie is het uitvoeren van een vierjaarlijkse energie-audit. In het Besluit energie-audit zijn de eisen die worden gesteld aan energie-audits en de verslaglegging hiervan nader gegeven.

De auditplicht geldt voor ondernemingen met meer dan 250 medewerkers (fte) of een jaaromzet groter dan € 50 miljoen en een jaarlijks balanstotaal groter dan € 43 miljoen. Uit de verstrekte informatie (d.d. 20 en 25 oktober 2021) blijkt dat de inrichting als onderdeel van M. Westra B.V. niet onder de Richtlijn energie-efficiëntie (EED) valt.

Initiatieven energie en duurzaamheid

Uit de verstrekte informatie blijkt dat de inrichting als onderdeel van M. Westra B.V. deelnemer is aan de CO2-PL op niveau 5 en gecertificeerd is voor het managementsysteem NEN-EN-ISO 9001:2015. Daarnaast is de inrichting betrokken bij de volgende initiatieven op het gebied van energie en duurzaamheid:

  • -

    Koplopersproject;

  • -

    Het nieuwe rijden;

  • -

    Het nieuwe draaien;

  • -

    Boerderijstroom;

  • -

    Sturen op CO2 (vanuit branchevereniging Cumela).

3.3 Beoordeling

Uit recent door uw bedrijf verstrekte informatie over het energieverbruik is gebleken dat geen sprake is van een energierelevante inrichting. Er hoeft daarom geen energieonderzoek te worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de inrichting de beste beschikbare technieken (BBT) toepast om tot een zuinig energieverbruik te komen. In deze ambtshalve wijziging zijn enkele nieuwe energievoorschriften aan de oprichtingsvergunning van 5 oktober 2004 toegevoegd. Deze nieuwe voorschriften zijn met name gericht zijn op het verder vergroten van de energie-efficiëntie van de inrichting. Daarnaast is het bestaande energievoorschrift 5.1.3 uit deze vergunning ingetrokken.

3.4 Conclusie

Gezien het vorenstaande hebben wij besloten om ambtshalve enkele nieuwe energievoorschriften aan de oprichtingsvergunning van 5 oktober 2004 toe te voegen en voorschrift 5.1.3 uit deze vergunning in te trekken.

BIJLAGE BEGRIPPEN

BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN (BBT):

Voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende

technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die - kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld.

BOR: Besluit omgevingsrecht

CO2-prestatieladder

De CO2-Prestatieladder is een instrument dat bedrijven helpt bij het permanent reduceren van CO2-uitstoot. De CO2-Prestatieladder is voor alle niveaus geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie.

Het keurmerk wordt beheerd en doorontwikkeld door SKAO, Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen.

Richtlijn energie efficientie (EED):

De Europese richtlijn Energy Efficiency Directive (ook wel EED genoemd) is in Nederland omgezet in artikel 18 en artikel 18a van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie. De Europese richtlijn heeft als doel 20 procent besparing op het energiegebruik in 2020 (ten opzichte van 2010). De belangrijkste verplichting uit de Europese richtlijn energie-efficiëntie is het uitvoeren van een energie-audit. In het Besluit energie-audit zijn de eisen die worden gesteld aan energie-audits en de verslaglegging hiervan nader gegeven.

IPPC: Integrated Pollution Prevention and Control.

WABO: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Naar boven