Besluit ambtshalve wijziging energievoorschriften Van der Wiel Infra en Milieu B.V., Tolhekbuurt 1 te Nij Beets

  • I.

    Onderwerp

Op 24 mei 2006 is met kenmerk 640547 een revisievergunning verleend aan Van der Wiel Infra en Milieu B.V. voor de locatie Tolhekbuurt 1 te Nij Beets. De vergunning betreft een zandwinput en composteerinrichting.

Nadien zijn er nog diverse vergunningen verleend.

Reden voor de wijziging is dat de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu en de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, aanleiding geven om voorschriften voor energiebesparing aan de vergunning toe te voegen. De inrichting is energierelevant en is een grootverbruiker. Van der Wiel Infra en Milieu B.V. is als onderdeel van Van der Wiel Holding B.V. deelnemer aan meerdere kwaliteit- en milieutrajecten, waaronder de CO2-prestatieladder op niveau 5 (hierna CO2-PL), het kwaliteitsmanagementsysteem ISO 9001:2015 en het milieumanagementsysteem ISO 14001:2015. Met deze ambtshalve wijziging voegen wij energievoorschriften toe aan de vergunning van 24 mei 2006, die zijn afgestemd op de genoemde trajecten en initiatieven.

  • II.

    Besluit

Wij besluiten, gelet op artikel 2.31, lid 1, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo):

  • -

    de voorschriften 5.1.1 tot en met 5.1.3 van de vergunning van 24 mei 2006 met kenmerk 640547 in te trekken en de voorschriften 5.1.1 tot en met 5.1.11, zoals opgenomen in deze ambtshalve wijziging, toe te voegen aan de vergunning van 24 mei 2006 met kenmerk 640547.

  • III.

    Ondertekening en verzending

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

Hoogachtend,

S.G.C. Boender

Hoofd afdeling Vergunningverlening en Specialistisch advies

Een kopie van deze beschikking is naar de volgende instanties gestuurd:

College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Opsterland

Postbus 10.000

9244 ZP BEETSTERZWAAG

Brandweer Fryslân

Postbus 612

8901 BK Leeuwarden

Wetterskip Fryslân

Postbus 36

8900 AA Leeuwarden

VOORSCHRIFTEN EN OVERWEGINGEN

1 Energievoorschriften

De nummering van onderstaande voorschriften sluit aan op de nummering van de voorschriften in de vergunning van 24 mei 2006 met kenmerk 640547.

  • 5.1.1

    Vergunninghouder dient uiterlijk 1 juni 2022 en vervolgens elke vier jaar vóór 1 juni de rapportage van een energieonderzoek ter goedkeuring in bij het bevoegd gezag. Het energieonderzoek heeft tot doel om de rendabele en technisch haalbare energie-efficiënte maatregelen te identificeren. De rapportage van het onderzoek moet de volgende gegevens bevatten:

    • a.

      een beschrijving van de processen, faciliteiten en gebouwen (per bedrijfsonderdeel);

    • b.

      een beschrijving van de energiehuishouding, dat wil zeggen een overzicht van de energiebalans van de totale inrichting, met daarin:

      • het energieverbruik van de hele inrichting, waarvan ten minste 90% is toebedeeld aan individuele installaties en (deel)processen;

      • de uitgaande energiestromen, waarbij ten minste 90% van de uitgaande hoeveelheid energie wordt benoemd. Per energiestroom wordt het vermogen, temperatuurniveau en het medium aangegeven;

      • een overzicht van intern hergebruikte energiestromen, waarbij ten miste 90% van de hergebruikte energie wordt benoemd;

    • c.

      voor de hierboven onder b. bedoelde individuele installaties en (deel)processen, de relevante uitgaande energiestromen en de intern hergebruikte energiestromen: een overzicht van alle maatregelen (technieken en voorzieningen) die in de branche als beste beschikbare techniek kunnen worden beschouwd en mogelijk rendabel zijn. Als er dergelijke maatregelen zijn die niet zijn onderzocht, dan wordt de reden daarvan in de rapportage gemotiveerd.

       

      Per maatregel wordt een berekening van de terugverdientijd opgesteld volgens de methodiek zoals beschreven in bijlage 10a van de Activiteitenregeling milieubeheer, tenzij vergunninghouder onderbouwt waarom het niet noodzakelijk is om voor deze maatregel een terugverdientijd te bepalen. Op basis van deze berekening wordt per maatregel de conclusie getrokken dat de maatregel rendabel of niet rendabel is;

    • d.

      een overzicht van mogelijke organisatorische (waaronder bedieningsinstructies) en good housekeeping maatregelen (waaronder onderhoud) die leiden tot energiebesparing;

    • e.

      een energie-uitvoeringsplan waarin het volgende is opgenomen:

      • een omschrijving van de maatregel, waaruit blijkt wat de maatregel inhoudt en in welk deel van de inrichting deze wordt toegepast;

      • voor alle rendabele maatregelen en mogelijke organisatorische (waaronder bedieningsinstructies) en good-housekeepingmaatregelen (waaronder onderhoud), wanneer die zullen worden getroffen;

      • als er rendabele maatregelen niet worden uitgevoerd, een motivering waarom dit niet gebeurt;

    • f.

      de verrichte en voorgenomen inspanningen wat betreft verduurzaming van het energieverbruik van de inrichting en de barrières die daarbij geslecht moeten worden. Deze inspanningen zijn erop gericht uiterlijk in 2050 het energieverbruik volledig te hebben verduurzaamd.

       

      Toelichting bij het energieonderzoek:

      Voor de rapportage van dit onderzoek kan waar mogelijk gebruik worden gemaakt van actuele informatie en gegevens uit de rapportage in het kader van de CO2-PL en/of andere energie-rapportages. Met uw deelname of betrokkenheid bij dergelijke initiatieven op het gebied van energie en duurzaamheid, kan uw bedrijf mogelijk deels invulling geven aan het gevraagde energieonderzoek.

  • 5.1.2

    De inrichtinghouder kan een gemotiveerd verzoek tot het afwijken van de in voorschrift 5.1.1 genoemde vierjaarlijkse datum bij het bevoegde gezag indienen.

     

    Toelichting:

    Om voor de vierjaarlijkse rapportage uit voorschrift 5.1.1 waar mogelijk gebruik te kunnen maken van actuele informatie en gegevens uit de rapportage in het kader van de CO2-PL en/of andere energie-rapportages kan de inrichtinghouder verzoeken om de vierjaarlijkse rapportagedatum aan te laten sluiten bij andere rapportageverplichtingen.

  • 5.1.3

    Als de installaties niet zijn gewijzigd, kan voor de actualisatie van het energieonderzoek volstaan worden met een actualisatie van de onderdelen c. tot en met f. uit het energieonderzoek als bedoeld in voorschrift 5.1.1.

  • 5.1.4

    Indien uit het energieonderzoek blijkt dat er geen rendabele maatregelen zijn te treffen, dan vervalt de verplichting voor het aanwezig hebben van een energie-uitvoeringsplan voor de betreffende vierjaarlijkse onderzoeksperiode van het energieonderzoek.

  • 5.1.5

    Vergunninghouder verbetert de energie-efficiëntie van de inrichting door alle rendabele maatregelen en organisatorische en good-housekeepingmaatregelen die leiden tot energiebesparing uit het energie-uitvoeringsplan uit te voeren, binnen de termijn die per maatregel in het plan is aangegeven.

  • 5.1.6

    Vergunninghouder mag een maatregel uit het energie-uitvoeringsplan vervangen door een gelijkwaardig alternatief, op voorwaarde dat de gelijkwaardigheid in het energiedeel van het milieujaarverslag of anderszins richting het bevoegd gezag wordt gemotiveerd. Onder gelijkwaardig wordt verstaan dat de alternatieve maatregel minstens evenveel bijdraagt aan de verbetering van de energie-efficiëntie en geen stijging geeft van de milieubelasting ten opzichte van de te vervangen maatregel.

  • 5.1.7

    Binnen de inrichting moet het energieonderzoek met het energie-uitvoeringsplan aanwezig zijn voor het uitvoeren van de in de bovenstaande voorschriften genoemde energiemaatregelen.

  • 5.1.8

    Vergunninghouder registreert de voortgang van de uitvoering van de maatregelen uit het energie-uitvoeringsplan. Deze registratie is op verzoek beschikbaar voor het bevoegd gezag.

  • 5.1.9

    Vergunninghouder moet vanaf 2023 jaarlijks, voor 1 juni, aan het bevoegd gezag rapporteren over ontwikkelingen op energiegebied binnen de inrichting.Deze rapportage moet ten minste de volgende onderwerpen omvatten:

    • a.

      een energiebalans van de inrichting van het voorgaande kalenderjaar, met daarin zowel de ingekochte hoeveelheden energie per energiedrager, de opgewekte en hergebruikte hoeveelheden energie als de uitgaande energiestromen, inclusief vermogens en temperatuurniveaus;

    • b.

      energiemaatregelen die in het kader van het energie-uitvoeringsplan zijn genomen;

    • c.

      (indien van toepassing) wijzigingen in de tijdsplanning van de activiteiten uit het energie-uitvoeringsplan, vergezeld van motivering;

    • d.

      (indien van toepassing) vervanging van maatregelen door een gelijkwaardige energiebesparende maatregel, vergezeld van motivering;

    • e.

      (indien van toepassing) de energierelevante investeringsbeslissingen zoals bedoeld in voorschrift 5.1.10, vergezeld van motivering.

  • 5.1.10

    Bij het nemen van energierelevante investeringsbeslissingen moet vergunninghouder energiezuinigere alternatieven onderzoeken, tenzij deze beslissing betrekking heeft op maatregelen die al in het energieonderzoek zijn opgenomen. Indien een energiezuiniger alternatief in vijf jaar of korter terug te verdienen is, moet voor dat alternatief gekozen worden.

    De gemaakte keuzes moeten worden gemeld en onderbouwd in de jaarlijkse rapportage, zoals beschreven in voorschrift 5.1.9.

  • 5.1.11

    In het geval dat de deelname aan de CO2-PL wordt beëindigd dan wel het niveau ervan wordt gewijzigd, stelt de vergunninghouder het bevoegd gezag hiervan onverwijld in kennis.

2 PROCEDURELE OVERWEGINGEN 

2.1 Projectbeschrijving

Het project is als volgt te omschrijven.

De inrichting aan Tolhekbuurt 1 te Nij Beets is energierelevant en is een grootverbruiker. Van der Wiel Infra en Milieu B.V. is als onderdeel van Van der Wiel Holding B.V. deelnemer aan meerdere kwaliteit- en milieutrajecten, waaronder de CO2-PL op niveau 5, het kwaliteitsmanagementsysteem ISO 9001:2015 en het milieumanagementsysteem ISO 14001:2015.

In de vigerende vergunningen is hier geen rekening mee gehouden en zijn over energie-efficiëntie alleen in beperkte mate voorschriften opgenomen. Deze voorschriften geven bovendien onvoldoende concreet aan wat het bedrijf moet doen ter verbetering van de energie-efficiëntie.

Daarom voegen wij dergelijke voorschriften aan de vergunning van 24 mei 2006 toe. De nieuwe voorschriften betreffen onder meer het periodiek uitvoeren van een energieonderzoek en het opstellen van een energie-uitvoeringsplan, die uiterlijk op 1 juni 2022 voor het eerst bij ons ingediend moeten worden.

2.2 Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn de onderstaande vergunningen verleend:

SOORT VERGUNNING

DATUM

KENMERK

ONDERWERP

Revisievergunning (Wm) #

24-05-2006

640547

Zandwin- en composteerinrichting

Melding 8.19 (Wm) #

14-01-2008

00741195

Aanleg tijdelijke transportbaan

Ambtshalve wijziging #

04-02-2008

00745464

Wijziging voorschriften, deze voorschriften zijn ook weer ingetrokken dmv de vergunning van 2013

Melding 8.19 (Wm) #

09-07-2008

00774069

Aanleg van lichtinstallatie

Ambtshalve wijziging #

03-09-2008

00776649

Verladen van brandstof, deze vergunning is ook weer ingetrokken dmv de vergunning van 2013

Melding 8.19 (Wm) #

02-10-2008

00785508

Proef digestaat

Ambtshalve wijziging Wabo

29-10-2013

2013-09135

Ambtshalve wijziging voorschriften

Veranderingsvergunning (Wabo)

23-01-2017

2016-FUMO-0018314

Verruimen aanvoertijden groenafval

Tijdelijke vergunning voor milieuneutraal veranderen, bouw en

handelen in strijd met

bestemmingsplan (Wabo)

02-04-2020

2020-FUMO-

0038521

Tijdelijk drijvend zonnepark, vergunning ingetrokken d.m.v. de vergunning van 30-6-2021

Milieuneutraal veranderen, bouw en handelen in strijd met bestemmingsplan (Wabo)

23-7-2020

2019-FUMO-0034271

Drijvend zonnepark (vergunning voor onbepaalde tijd)

Intrekking omgevingsvergunning

30-06-2021

2021-FUMO-0053944

Intrekking tijdelijke vergunning drijvend zonnepark

De hierboven genoemde vergunningen waar een # bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.

2.3 Vergunningplicht en bevoegd gezag

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 11.1, onder h, 11.4, onder k, 20.1, onder a, sub 4, 28.4, onder c, sub 1 en 28.10, van het Bor.

Op grond van categorie 28.10 en 11.4 is sprake van een vergunningplichtige activiteit.

Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort, omdat de activiteiten genoemd zijn in Bijlage I, categorie 5.3, onder b, lid i van de Richtlijn industriële emissies. Op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor is ook om die reden sprake van een vergunningplichtige inrichting.

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo, juncto artikel 3.3, eerste lid van het Bor.

2.4 Uitgebreide procedure

De op 24 mei 2006 met kenmerk 640547 verleende omgevingsvergunning is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet op artikel 3.15, lid 3 van de Wabo dient de ambtshalve wijziging eveneens te worden voorbereid met deze uitgebreide voorbereidingsprocedure.

2.5 Advies

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor), hebben wij de ambtshalve wijziging ter advisering aan het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland gezonden. De gemeente heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om advies uit te brengen.

2.6 Zienswijzen op de ontwerpbeschikking

Van het ontwerp van de beschikking hebben wij kennisgegeven in de Leeuwarder Courant, het Friesch dagblad en op www.mijnoverheid.nl.

Van 15 november t/m 27 december 2021 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

2.7 Wijzigingen ten opzichte van de ontwerpvergunning

Ten opzichte van de ontwerpvergunning is de volgende wijziging aangebracht:

De datum voor het jaarlijkse verslag in voorschrift 5.1.9. is gewijzigd van 1 april naar 1 juni zodat deze datum aansluit bij de datum van het vierjaarlijkse onderzoek in voorschrift 5.1.1.

3 INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN MILIEU

3.1 Toetsingskader bij ambtshalve wijziging

Artikel 2.30, lid 1 van de Wabo verplicht het bevoegd gezag regelmatig te bezien of voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden, nog toereikend zijn gezien de ontwikkelingen op het gebied van technische mogelijkheden tot de bescherming van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.

Op basis van artikel 2.31, lid 1, onder b van de Wabo, wijzigt het bevoegd gezag aan een omgevingsvergunning verbonden voorschriften indien blijkt dat de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu veroorzaakt, gezien de ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu, verder kunnen, of, gezien de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, verder moeten worden beperkt.

Voor deze actualisatie hebben wij de eerder verleende omgevingsvergunningen getoetst.

In de vergunning van 24 mei 2006 is in de voorschriften 5.1.1 tot en met 5.1.3 voorgeschreven dat:

  • -

    jaarlijks gerapporteerd moet worden over de energieverbruiken;

  • -

    de jaarverbruiksgegevens drie jaren moeten worden bewaard;

  • -

    aandacht besteed moet worden aan het terugdringen van het energieverbruik;

  • -

    energiebesparingen zoveel mogelijk moeten worden doorgevoerd;

  • -

    voorkomen moet worden dat motoren van voer- en werktuigen onnodig in werking zijn.

Wij zijn van mening dat deze voorschriften onvoldoende concreet aangeven wat de inrichtinghouder moet doen ter verbetering van de energie-efficiëntie.

Er zijn aan de omgevingsvergunningen verder geen voorschriften verbonden voor onder meer:

  • a.

    een energie-efficiëntieonderzoek met bijbehorende maatregelen-uitvoeringsplan voor de gehele inrichting;

  • b.

    het periodiek (om de vier jaar) actualiseren van een energiebesparingsonderzoek en uitvoeringsplan;

  • c.

    het nemen van energiebesparingsmaatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of korter;

  • d.

    het onderzoeken en overwegen van alternatieven bij energierelevante investeringsbeslissingen;

  • e.

    het melden van eventuele beëindiging van deelname aan de CO2-PL;

  • f.

    het jaarlijks rapporteren over genomen energiemaatregelen, eventuele wijzigingen in tijdsplanning of vervanging van maatregelen in het uitvoeringsplan en over energierelevante investeringsbeslissingen.

3.2 Overwegingen

Landelijk beleid

In het landelijke beleid zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer worden inrichtingen aan de hand van het jaarlijkse energieverbruik als volgt ingedeeld:

  • -

    Kleinverbruikers: minder dan 25.000 m³ aan aardgasequivalenten én minder dan 50.000 kWh elektriciteitsverbruik;

  • -

    Middelgrote verbruikers: tussen 25.000 en 75.000 m³ aan aardgasequivalenten en/of tussen 50.000 en 200.000 kWh elektriciteitsverbruik;

  • -

    Grootverbruikers: meer dan 75.000 m³ aan aardgasequivalenten en/of meer dan 200.000 kWh elektriciteitsverbruik.

Voor andere energiebronnen dan elektriciteit en aardgas wordt het verbruik uitgedrukt in aardgasequivalenten door de omrekenfactoren te hanteren zoals opgenomen in artikel 2.16d van de Activiteitenregeling.

Uit een opgave van uw bedrijf per e-mail van 18 oktober 2021 blijkt het volgende energiejaarverbruik van de inrichting:

  • -

    150.940,16 m³ aardgasequivalenten (locatiegebonden brandstofverbruik);

  • -

    0 m³ aardgas;

  • -

    12.079,00 kWh elektriciteit;

De aanwezige zonnepanelen hebben een jaaropbrengst van 12.800,00 kWh (12,80 MWh).

Hieruit blijkt dat sprake is van een energierelevante inrichting en van een energiegrootverbruiker.

Voorschriften voor vergunningplichtige bedrijven

Voor vergunningplichtige bedrijven geldt dat de energievoorschriften uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet rechtstreeks werkend zijn. Regels voor energiebesparing worden dan ook via voorschriften in de vergunning geregeld op basis van artikel 5.7 van het Bor. Dat artikel verplicht het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning te verbinden met betrekking tot een doelmatig gebruik van energie en grondstoffen. Dit betekent dat moet worden getoetst of de inrichting de beste beschikbare technieken (BBT) toepast om tot een zuinig energieverbruik te komen.

Een energiebesparende maatregel moet genomen worden als de terugverdientijd vijf jaar of korter is. Welke maatregelen dit zijn, moet blijken uit een vierjaarlijks energieonderzoek. Verder moeten grootverbruikers een uitvoeringsplan voor de maatregelen opstellen en moeten ze jaarlijks rapporteren over het energieverbruik van de inrichting en welke energiebesparende maatregelen zijn getroffen.

Daarnaast moet bij het nemen van energierelevante investeringsbeslissingen die niet zijn opgenomen in het meest recente energieonderzoek, voorafgaand aan het investeringsbesluit worden nagegaan of er energiezuinigere alternatieven zijn. Als dat het geval is en een alternatief binnen vijf jaar terug te verdienen is, moet voor dat alternatief gekozen worden. Investeringen die energierelevant zijn, zijn bijvoorbeeld aanschaf, renoveren of grootschalig onderhouden van verwarmingstoestellen, machines en apparaten, maar ook het vervangen van verlichting.

In het licht van de verdragen, afspraken en doelstellingen die op alle niveaus, van internationaal tot lokaal, bestaan, is het noodzakelijk om de energievoorziening en het energieverbruik verder te verduurzamen. Daartoe moet in een vierjaarlijks onderzoek worden gekeken naar de maatregelen die noodzakelijk zijn om de energievoorziening van de inrichting volledig te verduurzamen, met als streefjaar 2050. Door een vierjaarlijkse onderzoeksverplichting wordt BBT voor het onderdeel energie periodiek in kaart gebracht. De inrichting neemt geen deel aan het Europese Emissiehandelssysteem (ETS). Aan de omgevingsvergunning kunnen daarom voorschriften worden verbonden met betrekking tot energiebesparing.

Richtlijn energie-efficiëntie (EED)

De Europese richtlijn Energy Efficiency Directive (ook wel EED genoemd) is in Nederland omgezet in artikel 18 en artikel 18a van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie. De belangrijkste verplichting uit de Europese richtlijn energie-efficiëntie is het uitvoeren van een energie-audit. In het Besluit energie-audit zijn de eisen die worden gesteld aan energie-audits en de verslaglegging hiervan nader gegeven. De auditplicht geldt voor ondernemingen met meer dan 250 medewerkers (fte) of een jaaromzet groter dan € 50 miljoen en een jaarlijks balanstotaal groter dan € 43 miljoen.

In de e-mail van 18 oktober 2021 geeft u niet aan dat de status ‘’niet EED-auditplichtig bedrijf’’, zoals eerder door u aangegeven, is gewijzigd. Wij gaan er daarom van uit dat uw bedrijf niet EED-auditplichtig is.

Initiatieven energie en duurzaamheid

Uw bedrijf is als onderdeel van Van der Wiel Holding B.V. deelnemer aan de CO2-PL op niveau 5 en in het bezit van certificaten voor ISO 9001:2015 en ISO 14001:2015. Daarnaast beschikt uw bedrijf over een energie-actieplan conform NEN 50001.

De CO2-PL is een instrument dat bedrijven helpt bij het reduceren van hun CO2-uitstoot. Deelnemende bedrijven worden gestimuleerd de uitstoot van CO2 te reduceren, doordat een hogere trede op de ladder een fictieve korting (gunningvoordeel) oplevert in het aanbestedingsproces van opdrachtgevers. Er bestaat echter onzekerheid of met de CO2-PL alle maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of korter worden geïmplementeerd. Dat komt omdat de belangrijkste drijfveer voor het treffen van maatregelen bij de CO2-PL de impact op de CO2-reductie is.

De keurmerken ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 zijn primair gericht op respectievelijk kwaliteitsmanagement en milieumanagement en kunnen elementen over energie-efficiëntie bevatten.

Samenhang energieonderzoek met initiatieven energie en duurzaamheid

Er bestaat naar verwachting inhoudelijke overlap tussen het energieonderzoek dat in deze ambtshalve wijziging wordt geëist en de bovengenoemde initiatieven op het gebied van energie en duurzaamheid. Het is dan ook raadzaam om deze informatie te betrekken bij het gevraagde energieonderzoek in voorschrift 5.1.1.

Deze overlap is (mogelijk) niet volledig. Zo worden er in deze ambtshalve wijziging eisen gesteld die bijvoorbeeld niet in de CO2-PL staan. Het gaat dan onder andere om de verplichting om de rendabele energiemaatregelen te identificeren en in een energie-uitvoeringsplan te zetten, met vermelding van de fasering in de uitvoering van deze maatregelen. Het gevraagde energieonderzoek zal dus aan alle gestelde eisen in voorschrift 5.1.1 moeten voldoen.

Voor de goede orde wordt opgemerkt dat ook een energie-actieplan conform NEN 50001 en het managementsysteem ISO 9001:2015 en ISO 14001:2015 elementen kunnen bevattenen die (mogelijk geheel of deels) invulling geven aan het gevraagde energieonderzoek. Hetzelfde geldt ook voor eventuele andere (beleids-)plannen en maatregelen met betrekking tot energie-efficiency binnen uw inrichting.

Om de vierjaarlijkse rapportage uit voorschrift 5.1.1 te kunnen combineren met eventuele andere duurzaamheids- of energiebesparingsrapportages (bijvoorbeeld CO2-PL) kan de inrichtinghouder verzoeken om de vierjaarlijkse rapportage-datum aan te laten sluiten bij andere rapportage-verplichtingen. Dit is vastgelegd in voorschrift 5.1.2.

3.3 Beoordeling 

Uit recent door uw bedrijf verstrekte informatie over het energieverbruik binnen de onderhavige inrichting, is gebleken dat sprake is van een energierelevante inrichting en van een energiegrootverbruiker. De aan de vigerende vergunningen verbonden energievoorschriften zijn niet volledig. Ook is in die vergunningen nog geen rekening gehouden met de deelname van uw bedrijf aan de CO2-PL en andere initiatieven op het gebied van energie en duurzaamheid. Wij trekken daarom de bestaande voorschriften 5.1.1, 5.1.2 en 5.1.3 in en verbinden nieuwe voorschriften met betrekking tot energie-efficiëntie, zoals opgenomen in deze ambtshalve wijziging, aan de vergunning van 24 mei 2006 met kenmerk 640547, die zijn afgestemd op deze initiatieven. Het is raadzaam om informatie uit dergelijke initiatieven te betrekken bij het gevraagde energieonderzoek in voorschrift 5.1.1. Verder is een meldingsplicht opgenomen in geval de deelname aan de CO2-PL niet langer aan de orde zou zijn voor uw bedrijf.

3.4 Conclusie

Gezien het vorenstaande hebben wij besloten om ambtshalve de bestaande voorschriften 5.1.1, 5.1.2 en 5.1.3 van de vergunning van 24 mei 2006 met kenmerk 640547 in te trekken en nieuwe voorschriften met betrekking tot energie-efficiëntie, zoals opgenomen in deze ambtshalve wijziging, aan de vergunning van 24 mei 2006 met kenmerk 640547 te verbinden.

BIJLAGE BEGRIPPEN

BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN (BBT):

Voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die - kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld.

BOR: Besluit omgevingsrecht

CO2-prestatieladder

De CO2-Prestatieladder is een instrument dat bedrijven helpt bij het permanent reduceren van CO2-uitstoot. De CO2-Prestatieladder is voor alle niveaus geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie.

Het keurmerk wordt beheerd en doorontwikkeld door SKAO, Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen.

EED: De Europese richtlijn Energy Efficiency Directive (ook wel EED genoemd) is in Nederland omgezet in artikel 18 en artikel 18a van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie. De belangrijkste verplichting uit de Europese richtlijn energie-efficiëntie is het uitvoeren van een energie-audit. In het Besluit energie-audit zijn de eisen die worden gesteld aan energie-audits en de verslaglegging hiervan nader gegeven.

ENERGIE-UITVOERINGSPLAN:

Het plan van aanpak waarin de drijver van de inrichting de termijn aangeeft waarin zij de rendabele maatregelen toe zal passen binnen de inrichting, waarbij:

Rendabele maatregelen: Maatregelen die een terugverdientijd hebben van vijf jaar of korter.

Terugverdientijd:

De verhouding tussen het investeringsbedrag voor de maatregel en de jaarlijkse opbrengsten door besparingen, die met de maatregel samenhangen. Een en ander berekend volgens de methodiek beschreven in bijlage 10a van de Activiteitenregeling milieubeheer.

ENERGIEBALANS

De energiebalans is een overzicht (inclusief de grootte) van alle energiestromen die het bedrijf in en uit gaan. Het geeft per combinatie van de energiedrager en energiefunctie inzicht in het energieverbruik van de achterliggende installaties, technieken en technologieën. Dit gebeurt aan de hand van de eerder verkregen verbruiksgegevens van de apparatuur of metingen van het verbruik, bedrijfsuren, temperatuurmetingen en energienota's.

Begrip Energiedrager: bijvoorbeeld elektriciteit, gas, olie, hout, biomassa of warmte.

Begrip Energiefunctie: de toepassing of activiteit die energie verbruikt. Bijvoorbeeld verwarmen, ventileren, koelen, verlichten, etc.

ENERGIERELEVANTE INVESTERINGSBESLISSING:

Elke investeringsbeslissing binnen de inrichting die een relevant effect heeft op het energieverbruik. Hieronder vallen onder meer aanschaf, renoveren of grootschalig onderhouden van verwarmingstoestellen, machines en apparaten, maar bijvoorbeeld ook het vervangen van verlichting.

IPPC: Integrated Pollution Prevention and Control.

RENDABELE MAATREGELEN: Maatregelen die een terugverdientijd hebben van vijf jaar of korter

WABO: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

 

Naar boven