Besluit ambtshalve wijziging energievoorschriften Van der Wal Joure Holding B.V. Haskerveldweg 2 te Joure

  • I.

    Onderwerp

Op 9 mei 2018, met kenmerk 2016-FUM0-0019330, is een revisievergunning verleend aan Van der Wal Joure Holding B.V. voor de locatie Haskerveldweg 2 te Joure. De vergunning heeft betrekking op de op- en overslag, sortering, scheiding en verwerking van beton- en metselpuin, asfalt en bouw- en sloopafval. De inrichting is gecertificeerd volgens ISO 9001:2015. De inrichting is niet-energierelevant (kleinverbruiker). Met deze ambtshalve wijziging voegen wij nieuwe energievoorschriften toe aan de revisievergunning van 9 mei 2018.

  • II.

    Besluit

Wij besluiten, gelet op artikel 2.31, lid 1, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo):

  • -

    de voorschriften 2.9.1 tot en met 2.9.3 zoals opgenomen in deze ambtshalve wijziging, toe te voegen aan de vergunning van 9 mei 2018, met kenmerk 2016-FUM0-0019330.

  • III.

    Ondertekening en verzending

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

Hoogachtend,

S.G.C. Boender

Hoofd afdeling Vergunningverlening en Specialistisch advies

Bijlagen: voorschriften en overwegingen

Een kopie van deze beschikking is naar de volgende instanties gestuurd:

College van Burgemeester en Wethouders

van de gemeente De Fryske Marren

Postbus 1018500 AC Joure

Brandweer Fryslân

Postbus 612

8901 BK Leeuwarden

Wetterskip Fryslân

Postbus 36

8900 AA Leeuwarden

 

VOORSCHRIFTEN EN OVERWEGINGEN

1. Energievoorschriften 

De nummering van onderstaande voorschriften sluit aan op de nummering van de voorschriften in de vergunning van 9 mei 2018, met kenmerk 2016-FUM0-0019330.

  • 2.9

    Energie

  • 2.9.1

    Vergunninghouder registreert het jaarlijks energieverbruik (zoals elektriciteit (in kWh), aardgas (in m³), olieproducten/brandstoffen (in liters en aardgasequivalenten), biomassa en andere energiedragers) binnen de inrichting. Voor het berekenen van de hoeveelheid aardgas- equivalenten dienen de omrekenfactoren voor energiedragers te worden gehanteerd zoals opgenomen in artikel 2.16d van de Activiteitenregeling.

  • 2.9.2

    Vergunninghouder voorkomt zoveel mogelijk het onnodig in werking zijn van installaties, werktuigen, transportmiddelen en voorzieningen binnen de inrichting.

  • 2.9.3

    Bij het nemen van investeringsbeslissingen die een relevant effect hebben op het energiegebruik moet vergunninghouder aantoonbaar energiezuinigere alternatieven onderzoeken.

 

2 PROCEDURELE OVERWEGINGEN 

2.1 Projectbeschrijving

De inrichting is in het bezit van het certificaat volgens managementsysteem ISO 9001:2015 en is bezig met het certificeringstraject voor de CO-2 prestatieladder (CO-2 PL), niveau 3.

In deze ambtshalve wijziging voegen wij nieuwe energievoorschriften aan de vergunning van 9 mei 2018 toe. Deze nieuwe voorschriften zijn gericht op het verder vergroten van de energie-efficiëntie binnen de inrichting. Verder zijn in deze ambtshalve wijziging de genoemde trajecten opgenomen.

2.2 Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting is de onderstaande vergunning verleend:

SOORT VERGUNNING

DATUM

KENMERK

ONDERWERP

Revisievergunning

9 mei 2018

2016-FUMO-0019330

Samenvoeging twee inrichtingen en bouwen keermuur

2.3 Vergunningplicht en bevoegd gezag

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 28.4, onder a, 6° van het Bor. Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I categorie 5.5. van de Richtlijn industriele emissie (RIE). Daarmee en gelet op artikel 2.1, lid 2 van het Bor is de inrichting aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (inrichting type C) geldt.

2.4 Uitgebreide procedure

De op 9 mei 2018, met kenmerk 2016-FUMO-0019330, verleende omgevingsvergunning is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet op artikel 3.15, lid 3 van de Wabo dient de ambtshalve wijziging eveneens te worden voorbereid met deze uitgebreide voorbereidingsprocedure.

2.5 Advies

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor), hebben wij de ambtshalve wijziging ter advisering aan het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente De Fryske Marren gezonden.

De gemeente heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om advies uit te brengen.

Daarnaast is de ambtshalve wijziging verzonden aan Brandweer Fryslân en Wetterskip Fryslân. Brandweer Fryslân heeft per e-mail op 11 december 2021 aangegeven geen reden te zien tot het maken van opmerkingen danwel het opstellen van een advies.

2.6 Zienswijzen op de ontwerpbeschikking

Van het ontwerp van de beschikking hebben wij kennisgegeven in de Leeuwarder Courant, het Friesch dagblad en op www.mijnoverheid.nl. Van 29 november 2021 tot en met 10 januari 2022 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

2.7 Wijzigingen ten opzichte van de ontwerpbeschikking

Ten opzichte van de ontwerpbeschikking zijn geen wijzigingen aangebracht.

3 INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN MILIEU

3.1 Toetsingskader bij ambtshalve wijziging

Artikel 2.30, lid 1 van de Wabo verplicht het bevoegd gezag regelmatig te bezien of voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden, nog toereikend zijn gezien de ontwikkelingen op het gebied van technische mogelijkheden tot de bescherming van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.

Op basis van artikel 2.31, lid 1, onder b van de Wabo, wijzigt het bevoegd gezag aan een omgevingsvergunning verbonden voorschriften indien blijkt dat de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu veroorzaakt, gezien de ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu, verder kunnen, of, gezien de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, verder moeten worden beperkt.

De inrichting neemt geen deel aan het Europese Emissiehandelssysteem (ETS). Aan de omgevingsvergunning kunnen daarom voorschriften worden verbonden met betrekking tot het aspect energie.

3.2 Overwegingen Energie-efficiëntie

Voor deze ambtshalve wijziging hebben wij de eerder verleende omgevingsvergunning (revisievergunning) van 9 mei 2018, met kenmerk 2016-FUMO-0019330, getoetst. Hieruit blijkt dat in de vergunning geen energievoorschriften zijn opgenomen.

In deze ambtshalve wijziging voegen wij nieuwe energievoorschriften aan de vergunning van 9 mei 2018 toe. De nieuwe voorschriften zijn onder meer gericht op het verder vergroten van de energie-efficiëntie binnen de inrichting. In paragraaf 3.4 wordt dit nader toegelicht.

3.3 Landelijk beleid

In het landelijke beleid zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer worden inrichtingen met een jaarlijks verbruik van minimaal 25.000 m³ aan aardgasequivalenten of een jaarlijks elektriciteitsverbruik van minimaal 50.000 kWh als energierelevant bestempeld. Voor andere energiebronnen dan elektriciteit en aardgas wordt het verbruik uitgedrukt in aardgasequivalenten door de omrekenfactoren te hanteren zoals opgenomen in artikel 2.16d van de Activiteitenregeling.

Uit een per e-mail (d.d. 4 en 11 november 2021) ontvangen opgave van uw bedrijf blijkt het volgende jaar-energieverbruik binnen de inrichting:

  • -

    2.719 m³ aardgas;

  • -

    32.403 kWh elektriciteit;

  • -

    6.244 liter dieselolie (7.056 m³ aardgasequivalenten).

Hieruit blijkt dat geen sprake is van een energierelevante inrichting. Er hoeft daarom geen energieonderzoek te worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de inrichting de beste beschikbare technieken (BBT) toepast om tot een zuinig energieverbruik te komen.

3.4 Energievoorschriften 

Zoals vermeld in paragraaf 3.2 worden in deze ambtshalve wijziging enkele nieuwe energievoorschriften aan de omgevingsvergunning van 9 mei 2018 toegevoegd.

Doel hiervan is onder meer het verder vergroten van de energie-efficiëntie van de inrichting.

In de omgevingsvergunning uit 2018 zijn geen voorschriften gesteld over jaarlijkse registratie van het energieverbruik binnen de inrichting, het voorkomen van het onnodig in werking zijn van energieverbruikers en het afwegen van energiezuinigere alternatieven bij het nemen van investeringsbeslissingen. Met de voorschriften 2.9.1, 2.9.2 en 2.9.3 zoals opgenomen in deze ambtshalve wijziging voegen wij dergelijke voorschriften aan de vergunning van 9 mei 2018 toe.

3.5 Richtlijn energie-efficiëntie (EED)

De Europese richtlijn Energy Efficiency Directive (ook wel EED genoemd) is in Nederland omgezet in artikel 18 en artikel 18a van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie. De belangrijkste verplichting uit de Europese richtlijn energie-efficiëntie is het uitvoeren van een energie-audit. In het Besluit energie-audit zijn de eisen die worden gesteld aan energie-audits en de verslaglegging hiervan nader gegeven. De auditplicht geldt voor ondernemingen met meer dan 250 medewerkers (fte) of een jaaromzet groter dan € 50 miljoen en een jaarlijks balanstotaal groter dan € 43 miljoen.

Uit de e-mails van 4 en 11 november 2021 van uw bedrijf blijkt dat uw bedrijf niet behoort tot deze categorie van bedrijven.

3.6 Initiatieven energie en duurzaamheid

Keurmerk ISO 9001

De inrichting is in het bezit van het certificaat voor keurmerk ISO 9001:2015. Het keurmerk ISO 9001:2015 is primair gericht op kwaliteitsmanagement, maar kan elementen over energie-efficiëntie bevatten.

Voorgenomen deelname aan CO2-PL

De inrichtinghouder heeft het voornemen om te gaan deelnemen aan een CO2-PL op niveau 3.

De CO2-PL is een instrument dat bedrijven helpt bij het reduceren van hun CO2-uitstoot.

3.7 Beoordeling 

Uit per e-mail (d.d. 4 en 11 november 2021) door uw bedrijf verstrekte informatie over het energieverbruik is gebleken dat geen sprake is van een energierelevante inrichting. Er hoeft daarom geen energieonderzoek te worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de inrichting de beste beschikbare technieken (BBT) toepast om tot een zuinig energieverbruik te komen. Omdat in de vergunning van 9 mei 2018 geen energievoorschriften zijn opgenomen, zijn in deze ambtshalve wijziging enkele energievoorschriften aan die vergunning toegevoegd. Deze voorschriften zijn met name gericht zijn op het verder vergroten van de energie-efficiëntie van de inrichting.

3.8 Conclusie

Gezien het vorenstaande hebben wij besloten om ambtshalve enkele voorschriften over energie-efficiëntie toe te voegen aan de revisievergunning van 9 mei 2018.

4 BIJLAGE BEGRIPPEN 

BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN (BBT):

Voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die - kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld.

BOR: Besluit omgevingsrecht

RICHTLIJN ENERGIE EFFICIENTIE (EED):

De Europese richtlijn Energy Efficiency Directive (ook wel EED genoemd) is in Nederland omgezet in artikel 18 en artikel 18a van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie. De belangrijkste verplichting uit de Europese richtlijn energie-efficiëntie is het uitvoeren van een energie-audit. In het Besluit energie-audit zijn de eisen die worden gesteld aan energie-audits en de verslaglegging hiervan nader gegeven.

INVESTERINGSBESLISSING MET RELEVANT EFFECT OP HET ENERGIEGEBRUIK:

Elke investeringsbeslissing binnen de inrichting die een relevant effect heeft op het energieverbruik. Hieronder vallen onder meer aanschaf, renoveren of grootschalig onderhouden van verwarmingstoestellen, machines en apparaten, maar bijvoorbeeld ook het vervangen van verlichting.

IPPC: Integrated Pollution Prevention and Control.

WABO: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

CO2-prestatieladder

De CO2-Prestatieladder is een instrument dat bedrijven helpt bij het permanent reduceren van CO2-uitstoot. De C02 -Prestatieladder is voor alle niveaus geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie.

Het keurmerk wordt beheerd en doorontwikkeld door SKAO, Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen.

Naar boven