Besluit ambtshalve wijziging energievoorschriften Energiekenniscentrum Leeuwarden B.V., Ynduksjewei 4 te Leeuwarden

  • I.

    Onderwerp

Op 20 september 2018 met kenmerk 2017-FUMO-0025688 is een oprichtingsvergunning verleend aan Energiekenniscentrum Leeuwarden B.V. voor de locatie Ynduksjewei 4 te Leeuwarden.

De vergunning heeft betrekking op het oprichten van een kantoorgebouw c.q. energiekenniscentrum.

Wij wijzigen de vergunning van 20 september 2018 ambtshalve door nieuwe voorschriften aan de vergunning toe te voegen.

Reden voor de wijziging is dat de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu en de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, aanleiding geven om voorschriften voor energiebesparing aan de vergunning toe te voegen. De inrichting wordt aangemerkt als energierelevant en middenverbruiker. Met deze ambtshalve wijziging voegen wij dan ook nieuwe energievoorschriften aan de vergunning van 20 september 2018 toe.

  • II.

    Besluit

Wij besluiten, gelet op artikel 2.31, lid 1, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo):

  • -

    de voorschriften 1.5.1 tot en met 1.5.5 zoals opgenomen in deze ambtshalve wijziging, toe te voegen aan de vergunning van 20 september 2018 met kenmerk 2017-FUMO-0025688.

  • III.

    Ondertekening en verzending

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

Hoogachtend,

S.G.C. Boender

Hoofd afdeling Vergunningverlening en Specialistisch advies

Bijlagen: voorschriften en overwegingen

Een kopie van deze beschikking is naar de volgende instanties gestuurd:

College van Burgemeester en Wethouders

van de gemeente LeeuwardenPostbus 210008900 JA Leeuwarden

Brandweer Fryslân

Postbus 612

8901 BK Leeuwarden

Wetterskip Fryslân

Postbus 36

8900 AA Leeuwarden

VOORSCHRIFTEN EN OVERWEGINGEN

1 Energievoorschriften

De nummering van onderstaande voorschriften sluit aan op de nummering van de voorschriften in de vergunning van 20 september 2018 met kenmerk 2017-FUMO-0025688.

1.5 ENERGIE

  • 1.5.1

    De inrichtinghouder neemt alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Voor het bepalen van de terugverdientijd dient gebruik gemaakt te worden van de methode in bijlage 10a van de Activiteitenregeling.

  • 1.5.2

    In bijlage 10 van de Activiteitenregeling zijn voor activiteiten binnen diverse bedrijfstakken energiebesparende maatregelen aangewezen en uitgewerkt (erkende maatregelenlijsten).

    Binnen de inrichting kunnen dergelijke activiteiten aan de orde zijn. Indien hiervoor alle in bijlage 10 van de Activiteitenregeling aangewezen maatregelen zijn getroffen, wordt voor die activiteiten voldaan aan voorschrift 1.5.1.

  • 1.5.3

    De inrichtinghouder kan een gemotiveerd verzoek tot het afwijken van de in voorschrift 1.5.1 bedoelde verplichting ter goedkeuring bij het bevoegde gezag indienen.

  • 1.5.4

    De inrichtinghouder rapporteert uiterlijk op 31 juli 2022 en daarna eenmaal per vier jaar uiterlijk voor 1 augustus aan het bevoegd gezag welke energiebesparende maatregelen binnen de inrichting zijn getroffen. Deze rapportage bevat in ieder geval de gegevens zoals opgenomen in artikel 2.16b van de Activiteitenregeling.

    Daarnaast dient voor de getroffen maatregelen de volgende informatie in de rapportage te worden opgenomen:

    • a.

      per maatregel een omschrijving, en in welk deel van de inrichting deze is toegepast;

    • b.

      wanneer de maatregel is uitgevoerd;

    • c.

      indien gebruik is gemaakt van de erkende maatregelenlijsten in bijlage 10 van de Activiteitenregeling;

      • de bedrijfstak(ken) waarvan de maatregelenlijsten zijn gebruikt en voor welke delen van de inrichting deze zijn gebruikt;

      • een verwijzing naar het nummer van de maatregel/variant;

      • als een maatregel niet is uitgevoerd omdat niet wordt voldaan aan een bijbehorende randvoorwaarde: een vermelding van de randvoorwaarde waaraan niet wordt voldaan.

  • De in dit voorschrift genoemde te rapporteren gegevens moeten betrekking hebben op de voorgaande vier jaren.

  • 1.5.5

    Bij de opgave van het energieverbruik van de inrichting dienen voor het berekenen van de jaarlijkse hoeveelheid aardgasequivalenten de omrekenfactoren voor energiedragers te worden gehanteerd zoals opgenomen in artikel 2.16d van de Activiteitenregeling.

 

2 PROCEDURELE OVERWEGINGEN 

2.1 Projectbeschrijving

Het project is als volgt te omschrijven.

De inrichting Energiekenniscentrum Leeuwarden B.V. aan de Ynduksjewei 4 te Leeuwarden is energierelevant en is een middenverbruiker op basis van het energieverbruik binnen de inrichting. De inrichting is als onderdeel van Ekwadraat Advies BV deelnemer aan Zelfverklaring ISO 26000:2010, dat primair gericht is op maatschappelijke verantwoordelijkheid van organisaties en ook elementen over energie-efficiëntie kan bevatten.

In de vergunning van 20 september 2018 zijn geen voorschriften voor energie-efficiëntie opgenomen. Ook is bovengenoemd initiatief niet in die vergunning opgenomen. Daarom voegen wij dit initiatief en voorschriften over energie-efficientie aan die vergunning toe. De nieuwe voorschriften hebben onder meer betrekking op het nemen van alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder, waarover eenmaal per 4 jaar gerapporteerd wordt aan het bevoegd gezag.

2.2 Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting is eerder de onderstaande vergunning verleend:

SOORT VERGUNNING

DATUM

KENMERK

ONDERWERP

Omgevingsvergunning

20 september 2018

2017-FUM0-0025688

Oprichten van een kantoorgebouw cq energiekenniscentrum

2.3 Bevoegd gezag en vergunningplicht

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo

juncto artikel 3.4 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel B, categorie 1.c van het Bor en daarmee aangewezen als vergunningplichtige activiteit (inrichting in, op, onder of over een plaats waar de in artikel 8.49 van de Wet milieubeheer bedoelde zorg met betrekking tot een gesloten stortplaats wordt uitgevoerd).

2.4 Uitgebreide procedure

De op 20 september 2018 verleende omgevingsvergunning is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet op artikel 3.15, lid 3 van de Wabo dient de ambtshalve wijziging eveneens te worden voorbereid met deze uitgebreide voorbereidingsprocedure.

2.5 Advies

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de ambtshalve wijziging ter advisering aan Burgemeester en wethouders van gemeente Leeuwarden gezonden. De gemeente heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om advies uit te brengen.

2.6 Zienswijzen op de ontwerpbeschikking

Van het ontwerp van de beschikking hebben wij kennisgegeven in de Leeuwarder Courant, het Friesch dagblad en op www.mijnoverheid.nl. Van 7 februari t/m 21 maart 2022 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

2.7 Wijzigingen ten opzichte van de ontwerpbeschikking

Ten opzichte van de ontwerpbeschikking zijn geen wijzigingen aangebracht.

3 INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN MILIEU

3.1 Toetsingskader bij ambtshalve wijziging

Artikel 2.30, lid 1 van de Wabo verplicht het bevoegd gezag regelmatig te bezien of voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden, nog toereikend zijn gezien de ontwikkelingen op het gebied van technische mogelijkheden tot de bescherming van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.

Op basis van artikel 2.31, lid 1, onder b van de Wabo, wijzigt het bevoegd gezag aan een omgevingsvergunning verbonden voorschriften indien blijkt dat de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu veroorzaakt, gezien de ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu, verder kunnen, of, gezien de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, verder moeten worden beperkt.

Voor deze ambtshalve wijziging hebben wij de eerder verleende omgevingsvergunning van 20 september 2018 getoetst. Er zijn aan die omgevingsvergunning geen voorschriften over energie-efficiëntie verbonden. Wij voegen daarom dergelijke voorschriften aan de vergunning toe.

3.2 Overwegingen 

Landelijk beleid

In het landelijke beleid zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer worden inrichtingen aan de hand van het jaarlijkse energieverbruik als volgt ingedeeld:

  • -

    kleinverbruikers: minder dan 25.000 m³ aan aardgasequivalenten én minder dan 50.000 kWh elektriciteitsverbruik;

  • -

    middenverbruikers: tussen 25.000 en 75.000 m³ aan aardgasequivalenten en/of tussen 50.000 en 200.000 kWh elektriciteitsverbruik;

  • -

    grootverbruikers: meer dan 75.000 m³ aan aardgasequivalenten en/of meer dan 200.000 kWh elektriciteitsverbruik.

Voor andere energiebronnen dan elektriciteit en aardgas wordt het verbruik uitgedrukt in aardgasequivalenten door de omrekenfactoren te hanteren zoals opgenomen in artikel 2.16d van de Activiteitenregeling.

Midden- en grootverbruikers worden als energierelevant bestempeld en moeten de beste beschikbare technieken (BBT) toepassen om tot een zuinig energieverbruik te komen. Een energiebesparende maatregel moet genomen worden als de terugverdientijd vijf jaar of korter is. Verder moeten midden- en grootverbruikers vierjaarlijks rapporteren over het energieverbruik van de inrichting en welke energiebesparende maatregelen zijn getroffen (informatieplicht energiebesparing).

Uit een opgave (per e-mail d.d. 20 januari 2022) blijkt het volgende energieverbruik van de inrichting over 2021:

  • -

    166.543 kWh elektra.

Hieruit blijkt dat sprake is van een middenverbruiker en dus een energierelevante inrichting.

Voor vergunningplichtige bedrijven geldt dat de energievoorschriften uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet rechtstreeks werkend zijn. Regels voor energiebesparing worden dan ook via voorschriften in de vergunning geregeld op basis van artikel 5.7 van het Bor. Dat artikel verplicht het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning te verbinden met betrekking tot een doelmatig gebruik van energie en grondstoffen. De inrichting neemt geen deel aan het Europese Emissiehandelssysteem (ETS). Aan de omgevingsvergunning kunnen daarom voorschriften worden verbonden met betrekking tot het aspect energie.

Voorschriften energiebesparing

Wij hebben de voorschriften over energiebesparing in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling vertaald naar vergunningvoorschriften over energiebesparing in deze ambtshalve wijziging. Daarmee zijn de energiebesparingsverplichtingen voor uw inrichting op hetzelfde niveau als de verplichtingen die gelden voor niet-vergunningplichtige middenverbruikers waarvoor de energie-voorschriften uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling gelden.

Voor het selecteren van energiebesparende maatregelen kan gebruik worden gemaakt van de erkende maatregelenlijsten (EML’s) die zijn opgenomen in bijlage 10 van de Activiteitenregeling. Indien alle vermelde maatregelen bij een geselecteerde activiteit zijn getroffen, wordt voor die activiteit voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of korter. Voor de goede orde merken wij op dat ook voor activiteiten waarin de EML’s niet voorzien, moet worden voldaan aan de bepaling dat maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of korter moeten worden getroffen.

Richtlijn energie-efficiëntie (EED)

De Europese richtlijn Energy Efficiency Directive (ook wel EED genoemd) is in Nederland omgezet in artikel 18 en artikel 18a van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie. De belangrijkste verplichting uit de Europese richtlijn energie-efficiëntie is het uitvoeren van een energie-audit. In het Besluit energie-audit zijn de eisen die worden gesteld aan energie-audits en de verslaglegging hiervan nader gegeven. De auditplicht geldt voor ondernemingen met meer dan 250 medewerkers (fte) of een jaaromzet groter dan € 50 miljoen en een jaarlijks balanstotaal groter dan € 43 miljoen.

In de e-mail van 20 januari 2022 is aangegeven dat de Richtlijn energie-efficiëntie (EED) niet van toepassing is op de inrichting te Leeuwarden.

Initiatief energie en duurzaamheid

De inrichting is als onderdeel van Ekwadraat Advies BV deelnemer aan Zelfverklaring ISO 26000:2010, dat primair gericht is op maatschappelijke verantwoordelijkheid van organisaties en ook elementen over energie-efficiëntie kan bevatten.

3.3 Beoordeling 

Uit informatie over het energieverbruik binnen de inrichting aan de Ynduksjewei 4 te Leeuwarden blijkt dat sprake is van een energierelevante inrichting (middenverbruiker). Er zijn aan de vergunning van 20 september 2018 echter geen voorschriften over energie-efficiëntie verbonden. Wij voegen daarom dergelijke voorschriften aan de vergunning toe. Hiertoe hebben wij de voorschriften over energiebesparing in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling geïmplementeerd in vergunningvoorschriften. Daarmee zijn de energiebesparingsverplichtingen voor de inrichting op hetzelfde niveau als de verplichtingen die gelden voor niet-vergunningplichtige inrichtingen (middenverbruikers) waarvoor de energievoorschriften uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling gelden. Het is raadzaam om bovengenoemd initiatief voor maatschappelijke verantwoordelijkheid alsmede eventuele bestaande plannen en maatregelen binnen uw bedrijf over het aspect energie, te betrekken bij de invulling van de nieuwe voorschriften met betrekking tot energie-efficiëntie.

3.4 Conclusie

Gezien het vorenstaande hebben wij besloten om ambtshalve voorschriften over energie-efficiëntie toe te voegen aan de vergunning van 20 september 2018 met kenmerk 2017-FUMO-0025688.

BIJLAGE BEGRIPPEN

BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN (BBT):

Voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende

technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die - kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld.

BOR: Besluit omgevingsrecht

RICHTLIJN ENERGIE-EFFICIËNTIE: De Europese richtlijn Energy Efficiency Directive (ook wel EED genoemd) is in Nederland omgezet in artikel 18 en artikel 18a van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie. De belangrijkste verplichting uit de Europese richtlijn energie-efficiëntie is het uitvoeren van een energie-audit. In het Besluit energie-audit zijn de eisen die worden gesteld aan energie-audits en de verslaglegging hiervan nader gegeven.

WABO: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Naar boven