Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 206 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 206 | andere beschikking |
Wijzigen van de inrichting met de opslag van AdBlue aan Spelt afvalinzameling Heerenveen B.V.
Op 13 mei 2022 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Spelt afvalinzameling Heerenveen B.V. De aanvraag heeft betrekking op de Denemarkendreef 5 te Heerenveen. Het betreft het wijzigen van de inrichting met de opslag van AdBlue. De aanvraag is geregistreerd onder olo-nummer 6968689.
Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan Spelt afvalinzameling Heerenveen B.V. een omgevingsvergunning:
op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor de opslag van AdBlue. Aan de verlening van de vergunning zijn geen voorschriften verbonden.
En tevens besluiten wij dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uit maken van deze vergunning:
Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
Een kopie van deze vergunning is naar de volgende instanties en personen gestuurd:
De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door publicatie in de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en in het Provinciaal blad van Fryslân via www.officielebekendmakingen.nl. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. Het indienen van een bezwaarschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking is in afwachting van de bezwaarprocedure, kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gedaan bij de Rechtbank Noord-Nederland.
Op 13 mei 2022 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Spelt afvalinzameling Heerenveen B.V. aan de Denemarkendreef 5 te Heerenveen voor de opslag en afleveren van AdBlue.
Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:
De aanvraag bestaat uit de volgende onderdelen:
Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3 eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 28.4 van het Bor en categorie 5.5 van de IPPC richtlijn.
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 13 juli 2022 in de gelegenheid gesteld om tot zes weken na de hiervoor genoemde datum de aanvraag aan te vullen. Op verzoek van de aanvrager hebben wij deze termijn op 10 augustus 2022 met 8 weken verlengd. Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 12 oktober 2022. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij overeenkomstig artikelen 3.8 Wabo en 12 Bekendmakingswet de aanvraag digitaal gepubliceerd op internet via www.officielebekendmakingen.nl.
Wij hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn van 8 weken te verlengen met 6 weken als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid van de Wabo. Van deze verlenging is overeenkomstig artikel 12 Bekendmakingswet digitaal kennis gegeven op internet via www.officielebekendmakingen.nl.
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag niet ter advies gezonden.
In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer:
De gevraagde veranderingen zijn geen project waarvoor op grond van de Wnb een vergunningplicht bestaat. Dit blijkt uit de resultaten van de bij de aanvraag behorende Aerius berekening. Een omgevingsvergunning natuur en daarmee vragen van een verklaring van geen bedenkingen voor Natura 2000-activiteiten is daarom niet van toepassing.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I onderdeel C van het Bor. Op grond van categorie 28.10 is sprake van een vergunningplichtige activiteit. De activiteiten zijn niet genoemd in een van de uitzonderingen.
Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I categorie van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:
De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.
De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.
In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.
De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt.
De verandering dient te voldoen aan de volgende paragrafen uit het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende Activiteitenregeling:
Voor het overige is per hoofdstuk of afdeling aangegeven of deze op een type C inrichting van toepassing is. Dit betekent dat ook hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit van toepassing kunnen zijn. Van belang voor deze vergunning is, of de inrichting ook voor de activiteiten die onder het Activiteitenbesluit vallen voldoet aan de best beschikbare technieken. Voor de overwegingen per milieuthema wordt verwezen naar de desbetreffende paragraaf.
Gelet op artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit dient voor deze activiteit een melding te worden ingediend. De informatie uit de aanvraag beschouwen wij als deze melding.
De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt
De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:
Uit de aanvraag blijkt dat het aantal verkeersbewegingen gelijk blijft. De extra hoeveelheid diesel en de opslag van AdBlue is voor het tanken van eigen voertuigen bestemd voor het wegverkeer, welke anders elders moeten tanken. Het gaat om het tanken van voertuigen die ook al de inrichting bezoeken voor aan- en afvoer van afvalstoffen, omdat het aantal vervoersbewegingen niet wijzigt zal het geluid van verkeer niet toenemen.
AdBlue wordt toegepast bij voertuigen die diesel gebruiken als toevoeging om de uitlaatgassen minder schadelijk te maken. Door het ureum in de hete uitlaatgassen te spuiten, worden de stikstofoxiden omgezet in stikstof en water. De totale verkeersbewegingen zullen niet toenemen. Het gaat om het tanken van voertuigen die ook al de inrichting bezoeken voor aan- en afvoer van afvalstoffen, alleen worden ze nu ook getankt.
Dit leidt niet tot een toename in aard en /of omvang van milieugevolgen.
Bij het afleveren van AdBlue en diesel kan mogelijk wat verdringingslucht vrijkomen. De geur van de verdringingslucht is op korte afstand, waar deze verdringingslucht vrijkomt, waar te nemen. Buiten de grenzen van de inrichting is deze geur niet waar te nemen. De verandering is voor wat betreft het milieuaspect geur milieuneutraal.
AdBlue is een bodembedreigende vloeistof. Uit de aanvraag blijkt dat de opslag van AdBlue plaatsvindt in een dubbelwandige tank. Verder vindt de opslag en aflevering plaats boven een gekeurde vloeistofdichte vloer. Hiermee is voldoende bescherming geboden voor het feit dat gelekte vloeistof niet in de bodem kan dringen.
De dieselolie wordt ook opgeslagen in een dubbelwandige tank met lekdetectie.
De verplichting voor het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico volgt uit afdeling 2.4 en paragraaf 3.3.1 van het Activiteitenbesluit welke rechtstreeks werkend zijn. Hiervoor zijn dan ook geen voorschriften opgenomen in deze vergunning.
De wijzigingen hebben geen effect op het aspect afvalstoffen.
Geconcludeerd kan worden dat de verandering niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.
Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen niet zijn vermeld in de eerste kolom van onderdeel C en/of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2023-206.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.