Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 202 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 202 | andere beschikking |
Beschikking Wet algemene bepalingen omgevingsrecht RWZI/SOI Heerenveen Wetterwille 4 te Heerenveen
Op 2 november 2021 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Wetterskip Fryslân. Het betreft het tijdelijk plaatsen van een mobiele decanter ten behoeve van het optimaliseren van de slibontwatering. De aanvraag heeft betrekking op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) aan de Wetterwille 4 te Heerenveen. De vergunning wordt aangevraagd voor een termijn van 2 jaar. De aanvraag is geregistreerd onder kenmerk 2021-FUMO-0058233 en olo-nummer 6486839.
Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan Wetterskip Fryslân een (omgevings)vergunning te verlenen:
Wij besluiten deze vergunning, overeenkomstig de aanvraag, te verlenen voor een termijn van 2 jaar.
Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden. Deze staan in de bijlage bij dit besluit.
Deze beschikking tot verlenen van de omgevingsvergunning is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.
Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân
S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
1 Het (ver)bouwen van een bouwwerk
Het bouwtoezicht dient ten minste drie dagen van tevoren in kennis te worden gesteld van het storten van beton.
Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen.
Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden.
De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, Postbus 3347, 8901 DH LEEUWARDEN of info@fumo.nl.
1.1 Opslag van ijzerchloride in bovengrondse tankinstallaties (PGS 31)
Vergunninghouder mag in afwijking van bovenstaande andere gelijkwaardige maatregelen treffen. Onder gelijkwaardig wordt verstaan dat de alternatieve maatregelen minstens evenveel bijdragen aan een arbeidsveilige, milieuveilige en brandveilige opslag in de bovengrondse tankinstallatie. De gelijkwaardigheid moet schriftelijk aantoonbaar zijn.
Op 2 november 2021 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Wetterskip Fryslân voor de slibontwateringsinstallatie op het terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) aan de Wetterwille 4 te Heerenveen..
Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:
Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3 eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 28.4.c van het Bor. Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 5.3.b van de Richtlijn industriële emissies.
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 16 november 2021 en op 21 januari 2022 in de gelegenheid gesteld om tot 6 weken na de hiervoor genoemde datums de aanvraag aan te vullen. Op 21 februari 2022 hebben wij aanvullende gegevens ontvangen. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen. De termijn voor het nemen van het besluit is 13 weken en 6 dagen opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld.
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 6 november 2021 overeenkomstig artikel 3.8 Wabo van de aanvraag kennis gegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad. Ook is kennis gegeven in het Provinciaal Blad Fryslân via https://www.officielebekendmakingen.nl.
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan de volgende instanties:
Wij hebben op 17 januari 2022 per e-mail een advies van Brandweer Fryslân ontvangen. Brandweer Fryslân adviseert:
Brandweer Fryslân voorziet op de locatie een knel-/aandachtspunt met betrekking tot de opkomsttijd bij brand. Brandweer Fryslân adviseert daarom om:
Wij hebben op 18 januari 2022 een advies ontvangen van Wetterskip Fryslân. Wetterskip Fryslân adviseert:
Wij zijn van mening dat het plaatsen van een tijdelijke centrifuge niet leidt tot nadelige gevolgen op de bestaande lozingssituatie dan wel de huidige (afval)waterkwaliteit. Wetterskip Fryslân kan blijven voldoen aan de gestelde vigerende lozingsvoorschriften. Er is voor ons dan ook geen aanleiding om verder inhoudelijk advies te geven.
In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer:
De aanvrager van de omgevingsvergunning is zelf verantwoordelijk om vooraf na te gaan of een activiteit invloed heeft op Natura 2000-gebieden en/of beschermde flora en fauna.
De gevraagde veranderingen zijn geen project waarvoor op grond van de Wnb een vergunningplicht bestaat. Een omgevingsvergunning natuur voor Natura 2000-activiteiten is daarom niet van toepassing.
De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de daarvoor gestelde toetsingscriteria.
Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de relevante voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Op grond van de ingediende stukken ten behoeve van deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat er wordt voldaan aan het Bouwbesluit 2012.
b. Toetsing gemeentelijke bouwverordening
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de relevante voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. Wij zijn van mening dat de aanvraag voldoet aan de voorschriften van de bouwverordening.
c. Toetsing beheersverordening
Het kadastrale perceel Gemeente Tjalleberd, sectie F, nummer 1268 plaatselijk bekend Wetterwille 4 te Heerenveen is gelegen in een gebied waarvoor de beheersverordening ‘Kanaal-Oost van toepassing is. In deze beheersverordening hebben de gronden de bestemming ‘Bedrijf ‘ (artikel 4 van de regels).
Op grond van artikel 2 van de beheersverordening geldt ten aanzien van het gebruik, het bouwen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden ter plaatse van het besluitvlak '2' de regels zoals opgenomen in Bijlage B.
Op basis van artikel 4, lid 4.1 van bijlage B zijn de voor ‘Bedrijf ‘ aangewezen gronden bestemd voor bedrijven genoemd in bijlage 2, onder categorie categorieën 1, 2, 3.1, 3.2, 4.1, 4.2, 5.1 en 5.2, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de klasse-aanduiding 'II'.
Het bouwplan is in overeenstemming met de regels van de beheersverordening.
In artikel 2.10, eerste lid onder d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is bepaald dat een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is niet wordt getoetst aan welstandseisen. Het betreft hier een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is. De aanvraag is om die reden niet getoetst aan de welstandsnota.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op ‘bouwen van een bouwwerk’ zijn er ten aanzien van deze activiteit geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:
Op grond van categorie 28.10 van het Bor is sprake van een vergunningplichtige activiteit.
Het betreft ook een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 5.3.b van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:
Het tijdelijk plaatsen van een mobiele decanter ten behoeve van het optimaliseren van de slibontwatering. Bij de mobiele decanter wordt ook een nieuwe ijzerchloride-doseerinstallatie geplaatst. De vergunning wordt gevraagd voor een termijn van 2 jaar.
Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.
Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:
De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.
De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunningen zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten. Voor de nieuwe opslagtank voor ijzerchloride zijn bij deze beschikking voorschriften opgenomen. De voorschriften 7.6.1 tot en met 7.6.10 uit de revisievergunning van 23 januari 2008 zijn niet van toepassing op de nu aangevraagde opslagtank.
In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.
De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt.
De nu aangevraagde verandering betreft geen activiteiten die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit kunnen wel van toepassing zijn.
Toetsingskader milieuneutraal veranderen
De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt:
De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:
Bij de aanvraag is een memo met een akoestisch onderbouwing gevoegd. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de bijdrage van de decanter in de geluidbelasting niet leidt tot een overschrijding van de geldende vergunningvoorschriften. Wij hebben de memo beoordeeld en zijn van mening dat er voor het asepct geluid sprake van een milieuneutrale verandering.
De mobiele decanter is een gesloten proces en staat bovendien in een geïsoleerde behuizing. Het slib wordt aangevoerd via een dichte leiding en de slibkoek wordt afgevoerd door een afgedekte afvoervijzel. De verandering heeft geen invloed op de het aspect lucht en geur.
Het water dat vrijkomt bij het ontwateren van het slib wordt afgevoerd naar de op het terrein aanwezige RWZI. In de huidige situatie wordt het water ook afgevoerd naar de RWZI. Dit leidt niet tot een wijziging van de afvalwatersituatie.
Het ontwateren van slib en de opslag van ijzerchloride zijn potentieel bodembedreigende activiteiten.
De activiteiten moeten voor wat betreft het aspect bodem voldoen aan Afdeling 2.4 van het Activiteitenbesluit. Op basis van een combinatie van voorzieningen en maatregelen moet een verwaarloosbaar bodemrisico volgens de NRB worden gerealiseerd. Op basis van de gegevens in de aanvraag kunnen we concluderen dat aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit kan worden voldaan.
De verandering leidt niet tot een toename van de risico’s voor de bodem.
Voor het aspect externe veiliheid zijn er geen gevolgen. De opslag van ijzerchloride is ook al vergund in de revisievergunning van 23 januari 2008.
Voor opslagtanks van ijzerchloride is in 2018 de nieuwe richtlijn PGS-31 vastgesteld. De voorschriften van de onderliggende vergunning zijn nog niet op deze richtlijn gebasseerd. Voor de nieuwe tank is het beter is om deze te controleren op de nieuwe voorschriften. Daarom hebben we bij deze beschikking nieuwe voorschriften opgenomen voor de opslag van ijzerchloride.
De nieuwe opslag van ijzerchloride leidt niet tot grotere risico’s voor de omgeving
De mobiele decanter wordt tijdelijk, voor een termijn van hooguit 2 jaar, binnen de inrichting geplaatst. Dit omdat de huidige persen aan het einde van hun levensduur zijn en de nieuwe (vergunde) slibontwateringsinstallatie nog niet operationeel is. Het verbruik van de mobiele decanter zal wel hoger zijn dan de huidige persen. De al vergunde nieuwe slibontwateringsinsallatie heeft ook een hoger energieverbruik dan de huidige persen. Voor het aspect energie is daarom sprake van een milieuneutrale verandering.
De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting.
De verandering leidt tot geen andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.
Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen niet zijn vermeld in de eerste kolom van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. De in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen zijn alleen vermeld in de eerste kolom van onderdeel D18.1 van de bijlage. In de vierde kolom van categorie D18.1 is aangegeven dat deze categorie niet van toepassing is bij besluiten die tot stand komen met een reguliere procedure. Voor deze wijziging kan de reguliere procedure worden gevolgt.
De aangevraagde wijziging heeft alleen betrekking op de slibontwatering en niet op de binnen de inrichting aanwezige rioolwaterzuiveringsinstallatie. Om die reden is categorie D18.4 hier niet van toepassing.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
In deze beschikking zijn voor de opslag van ijzerchloride voorschriften opgenomen. De voorschriften 7.6.1 tot en met 7.6.10 in de revisieverguning van 23 januari 2008 gelden voor de bestaande en vergunde opslag van ijzerchloride. Deze bestaande opslagtanks zullen binnenkort buiten gebruik worden gesteld. Voor opslagtanks van ijzerchloride is in 2018 een nieuwe richtlijn PGS-31 vastgesteld. De voorschriften van de onderliggende vergunning zijn nog niet op deze richtlijn gebasseerd.
De voorschriften in de onderliggende beschikking bieden een uitstekend beschermingsniveau voor de bestaande tanks. Voor de nieuwe tank is het beter is om deze te controleren op de nieuwe voorschriften.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2023-202.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.