Beschikking Wet algemene bepalingen omgevingsrecht RWZI/SOI Heerenveen Wetterwille 4 te Heerenveen

Onderwerp

Op 2 november 2021 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Wetterskip Fryslân. Het betreft het tijdelijk plaatsen van een mobiele decanter ten behoeve van het optimaliseren van de slibontwatering. De aanvraag heeft betrekking op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) aan de Wetterwille 4 te Heerenveen. De vergunning wordt aangevraagd voor een termijn van 2 jaar. De aanvraag is geregistreerd onder kenmerk 2021-FUMO-0058233 en olo-nummer 6486839.

Besluit

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan Wetterskip Fryslân een (omgevings)vergunning te verlenen:

  • op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a (het bouwen van een bouwwerk) voor een traverse en mobiele decanter in een zeecontainer;

  • op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) voor het plaatsen van een tijdelijke mobiele decanter.

Wij besluiten deze vergunning, overeenkomstig de aanvraag, te verlenen voor een termijn van 2 jaar.

Tevens besluiten wij:

  • dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning:

    • o

      Aanvraagformulier met aanvraagnummer 6486839, van 2 november 2021;

    • o

      Bijlage Toelichting milieuneutrale melding en omgevingsvergunning voor bouwen mobiele decanter SOI 2022-2023 (d.d. 27-1-2022);

    • o

      Bijlage 20 ft container met IJzerchloride Doseerunit (Servis);

    • o

      Bijlage Tekening Heerenveen traverse wegoverspanning, 3210691 (dd28-102021);

    • o

      Terreintekening met mobiele decanter, 1 2 15 201 B (d.d. 20-02-2014);

    • o

      Tekening Container 30 ft, 2149-12-09 (d.d. 13-12-2021);

    • o

      Tekening BG1866-RHD-9090 – vervanging SOI Heerenveen - tijdelijke installatie – tijdelijke slibontwatering;

    • o

      Tekening Schets decanter opstelling RWZI Heerenveen (d.d. 6-1-2022);

    • o

      Tekening Layout SOI-2 2022-2023.

Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden. Deze staan in de bijlage bij dit besluit.

Procedure

Deze beschikking tot verlenen van de omgevingsvergunning is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân

S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Bijlage(n):

Voorschriften bouwen

Voorschriften milieuneutrale verandering

Overwegingen

Kopie:

Gemeente Heerenveen

Postbus 15.000

8440 GA HEERENVEEN

Wetterskip Fryslân

Team vergunningverlening

Postbus 36

8900 AA LEEUWARDEN

Brandweer Fryslân

Postbus 612

8901 BK LEEUWARDEN

Antea Nederland B.V.

De heer [Naam]

Postbus 10044

1301 AA Almere

VOORSCHRIFTEN

BOUWEN

1 Het (ver)bouwen van een bouwwerk

  • 1.1

    Van toegepaste materialen en bouwdelen dienen productcertificaten, die aantonen dat de betreffende materialen en bouwdelen voldoen aan de voorschriften in het Bouwbesluit 2012, op de bouwplaats aanwezig te zijn.

Kennisgeving aanvang.

  • 1.2

    Het bouwtoezicht dient ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden gesteld:

    • a)

      De aanvang van de werkzaamheden, ontgravingwerkzaamheden, daaronder begrepen;

    • b)

      De aanvang van het inbrengen van de funderingspalen, het slaan van proefpalen daaronder begrepen;

    • c)

      De aanvang van de grondverbetering werkzaamheden.

Het bouwtoezicht dient ten minste drie dagen van tevoren in kennis te worden gesteld van het storten van beton.

Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen.

  • 1.3

    Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van de bouwverordening en het Bouwbesluit 2012 nodig acht.

Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden.

  • 1.4

    Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.

De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, Postbus 3347, 8901 DH LEEUWARDEN of info@fumo.nl.

Verbod tot ingebruikneming.

  • 1.5

    Na de bouw van een bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning is verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet:

    • a)

      het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het bouwtoezicht;

    • b)

      er is niet gebouwd overeenkomstig de omgevingsvergunning.

 

VOORSCHIFTEN 

MILIEU

1.1 Opslag van ijzerchloride in bovengrondse tankinstallaties (PGS 31)

  • 1.1.1

    De tankinstallatie voor de opslag van ijzerchloride moet met inbegrip van alle direct daaraan gerelateerde activiteiten voldoen aan de volgende voorschriften van de richtlijn PGS 31 (2018, versie 1.1):

    • a.

      Constructie en installatie van de tankinstallatie

      2.2.1 tot en met 2.2.21, met uitzondering van 2.2.3, 2.2.12, 2.2.13 en 2.2.14;

    • b.

      Bereikbaarheid van de opslagtank

      2.2.22 en 2.2.23;

    • c.

      Gebruik van de tankinstallatie

      3.1.1, 3.1.2 en 3.2.1 tot en met 3.2.4;

    • d.

      Vullen van de opslagtank vanuit een tankwagen

      3.2.5 tot en met 3.2.8, 3.2.14 tot en met 3.2.19 met uitzondering van 3.2.16 en 3.2.17;

    • e.

      Keuring, controle, onderhoud, registratie en documentatie, Installatiecertificaat

      5.2.1 tot en met 5.2.3;

    • f.

      Periodieke keuring tankinstallaties

      5.3.1, 5.3.4 en 5.3.5;

    • g.

      Onderhoud aan de tankinstallatie

      5.3.6 en 5.3.7;

      Registratie en documentatie

      5.6.1 tot en met 5.6.3;

    • h.

      Het reinigen van de opslagtank

      5.7.1;

    • i.

      Buiten gebruik stellen van de opslagtank

      5.8.1;

    • j.

      Veiligheids- en beheersmaatregelen

      6.2.1 en 6.2.3;

    • k.

      Bereikbaarheid

      6.3.1 en 6.3.2;

    • l.

      Maatregelen voor brandveiligheid, Interne veiligheidsafstanden

      6.4.1 tot en met 6.4.6 met uitzondering van 6.4.4 en 6.4.5;

    • m.

      Incidenten met gemorste gevaarlijke stoffen

      6.8.1 tot en met 6.8.3.

  • 1.1.2

    Vergunninghouder mag in afwijking van bovenstaande andere gelijkwaardige maatregelen treffen. Onder gelijkwaardig wordt verstaan dat de alternatieve maatregelen minstens evenveel bijdragen aan een arbeidsveilige, milieuveilige en brandveilige opslag in de bovengrondse tankinstallatie. De gelijkwaardigheid moet schriftelijk aantoonbaar zijn.

 

OVERWEGINGEN

Procedurele aspecten

Gegevens aanvraag

Op 2 november 2021 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Wetterskip Fryslân voor de slibontwateringsinstallatie op het terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) aan de Wetterwille 4 te Heerenveen..

Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:

  • Het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, lid 1, onder a);

  • Het milieuneutraal veranderen van de inrichting of van de werking van de inrichting (artikel 2.1, lid 1, onder e, onder 2° en artikel 2.14, lid vijfde juncto artikel 3.10, derde lid).

Bevoegd gezag

Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3 eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 28.4.c van het Bor. Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 5.3.b van de Richtlijn industriële emissies.

Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 16 november 2021 en op 21 januari 2022 in de gelegenheid gesteld om tot 6 weken na de hiervoor genoemde datums de aanvraag aan te vullen. Op 21 februari 2022 hebben wij aanvullende gegevens ontvangen. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen. De termijn voor het nemen van het besluit is 13 weken en 6 dagen opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld.

Procedure

Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 6 november 2021 overeenkomstig artikel 3.8 Wabo van de aanvraag kennis gegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad. Ook is kennis gegeven in het Provinciaal Blad Fryslân via https://www.officielebekendmakingen.nl.

Adviezen

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan de volgende instanties:

  • -

    Burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen;

  • -

    Wetterskip Fryslân;

  • -

    Brandweer Fryslân.

Wij hebben op 17 januari 2022 per e-mail een advies van Brandweer Fryslân ontvangen. Brandweer Fryslân adviseert:

Brandweer Fryslân voorziet op de locatie een knel-/aandachtspunt met betrekking tot de opkomsttijd bij brand. Brandweer Fryslân adviseert daarom om:

  • -

    de initiatiefnemer te informeren over het knelpunt, zodat de verwachtingen van de aanvrager over de opkomstijd van de brandweer bij brand realistisch zijn.

Wij hebben op 18 januari 2022 een advies ontvangen van Wetterskip Fryslân. Wetterskip Fryslân adviseert:

Wij zijn van mening dat het plaatsen van een tijdelijke centrifuge niet leidt tot nadelige gevolgen op de bestaande lozingssituatie dan wel de huidige (afval)waterkwaliteit. Wetterskip Fryslân kan blijven voldoen aan de gestelde vigerende lozingsvoorschriften. Er is voor ons dan ook geen aanleiding om verder inhoudelijk advies te geven.

Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer:

  • 1.

    een activiteit plaatsvindt in of om een Natura 2000-gebied en deze activiteit de kwaliteit van de habitats en de habitats van soorten verslechtert (handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden), en/of;

  • 2.

    een activiteit plaatsvindt waarbij in onvoldoende mate sprake is van het beschermen van inheemse plant- en diersoorten en het bewaken van de biodiversiteit tegen invasieve uitheemse plant- en diersoorten (handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten).

De aanvrager van de omgevingsvergunning is zelf verantwoordelijk om vooraf na te gaan of een activiteit invloed heeft op Natura 2000-gebieden en/of beschermde flora en fauna.

De gevraagde veranderingen zijn geen project waarvoor op grond van de Wnb een vergunningplicht bestaat. Een omgevingsvergunning natuur voor Natura 2000-activiteiten is daarom niet van toepassing.

OVERWEGINGEN BOUWEN

Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de daarvoor gestelde toetsingscriteria.

Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.

Toetsing

a. Toetsing Bouwbesluit 2012

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de relevante voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Op grond van de ingediende stukken ten behoeve van deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat er wordt voldaan aan het Bouwbesluit 2012.

b. Toetsing gemeentelijke bouwverordening

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de relevante voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. Wij zijn van mening dat de aanvraag voldoet aan de voorschriften van de bouwverordening.

c. Toetsing beheersverordening

Het kadastrale perceel Gemeente Tjalleberd, sectie F, nummer 1268 plaatselijk bekend Wetterwille 4 te Heerenveen is gelegen in een gebied waarvoor de beheersverordening ‘Kanaal-Oost van toepassing is. In deze beheersverordening hebben de gronden de bestemming ‘Bedrijf ‘ (artikel 4 van de regels).

Op grond van artikel 2 van de beheersverordening geldt ten aanzien van het gebruik, het bouwen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden ter plaatse van het besluitvlak '2' de regels zoals opgenomen in Bijlage B.

Op basis van artikel 4, lid 4.1 van bijlage B zijn de voor ‘Bedrijf ‘ aangewezen gronden bestemd voor bedrijven genoemd in bijlage 2, onder categorie categorieën 1, 2, 3.1, 3.2, 4.1, 4.2, 5.1 en 5.2, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de klasse-aanduiding 'II'.

Het bouwplan is in overeenstemming met de regels van de beheersverordening.

d. Toetsing welstandsnota

In artikel 2.10, eerste lid onder d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is bepaald dat een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is niet wordt getoetst aan welstandseisen. Het betreft hier een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is. De aanvraag is om die reden niet getoetst aan de welstandsnota.

Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op ‘bouwen van een bouwwerk’ zijn er ten aanzien van deze activiteit geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.

OVERWEGINGEN MILIEU

Vergunningplicht

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:

Categorie

Omschrijving

27.3

inrichtingen voor het reinigen van afvalwater door middel van waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, onderdeel a, van de Waterwet.

28.4, onder c

Inrichtingen voor het:

  • 1°. het ontwateren, microbiologisch of anderszins biologisch of chemisch omzetten, agglomereren, deglomereren, mechanisch, fysisch of chemisch scheiden, mengen, verdichten of thermisch behandelen – anders dan verbranden – van van buiten de inrichting afkomstige huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 15.000.000 kg per jaar of meer;

2°. het verwerken of vernietigen – anders dan verbranden –van buiten de inrichting afkomstige gevaarlijke afvalstoffen.

28.10

Inrichtingen voor nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen. De inrichting valt niet onder de uitzonderingen.

Op grond van categorie 28.10 van het Bor is sprake van een vergunningplichtige activiteit.

Het betreft ook een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 5.3.b van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.

Projectbeschrijving

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:

Het tijdelijk plaatsen van een mobiele decanter ten behoeve van het optimaliseren van de slibontwatering. Bij de mobiele decanter wordt ook een nieuwe ijzerchloride-doseerinstallatie geplaatst. De vergunning wordt gevraagd voor een termijn van 2 jaar.

Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.

Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

Revisievergunning*

23 januari 2008

00742672

Rioolwaterzuiveringsinstallatie en slibontwateringsinstallatie

Milieuneutrale wijziging

13 september 2011

00970009

Aanleg twee weegbruggen

Wijzigingsvergunning

23 januari 2012

00989113

Diverse wijzigingen

Milieuneutrale wijziging

13 mei 2014

2014-FUMO-0000607

Uitbreiden beluchtingscapa-citeit met bellenbeluchting

Milieuneutrale wijziging

9 maart 2015

2014-FUMO-0003173

Proef met het toepassen van kolengruis op de slibontwateringsinstallatie

Milieuneutrale wijziging

9 juni 2016

2016-FUMO-0016504

Toepassen van kolengruis(slurry) op de Slibontwateringsinstallatie

Ambtshalve wijziging

18 februari 2021

2019-FUM0-0036207

Actualisatie LAP3

Milieuneutrale wijzging

8 december 2021

2021-FUMO-0055743

Plaatsen grondgebonden zonnepanelen

Veranderingsvergunning (in 2 fasen)

27 januari 2022

2021-FUMO-0053740

2021-FUMO-0055398

Vervangen slibontwateringsinstallatie

De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.

De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunningen zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten. Voor de nieuwe opslagtank voor ijzerchloride zijn bij deze beschikking voorschriften opgenomen. De voorschriften 7.6.1 tot en met 7.6.10 uit de revisievergunning van 23 januari 2008 zijn niet van toepassing op de nu aangevraagde opslagtank.

Activiteitenbesluit

In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.

De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt.

De nu aangevraagde verandering betreft geen activiteiten die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit kunnen wel van toepassing zijn.

Toetsingskader milieuneutraal veranderen

Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt:

  • 1.

    tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;

  • 2.

    tot een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;

  • 3.

    tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.

De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.

Toetsing

Toetsing gevolgen voor milieu

Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:

Geluid

Bij de aanvraag is een memo met een akoestisch onderbouwing gevoegd. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de bijdrage van de decanter in de geluidbelasting niet leidt tot een overschrijding van de geldende vergunningvoorschriften. Wij hebben de memo beoordeeld en zijn van mening dat er voor het asepct geluid sprake van een milieuneutrale verandering.

Lucht en geur

De mobiele decanter is een gesloten proces en staat bovendien in een geïsoleerde behuizing. Het slib wordt aangevoerd via een dichte leiding en de slibkoek wordt afgevoerd door een afgedekte afvoervijzel. De verandering heeft geen invloed op de het aspect lucht en geur.

Afvalwater

Het water dat vrijkomt bij het ontwateren van het slib wordt afgevoerd naar de op het terrein aanwezige RWZI. In de huidige situatie wordt het water ook afgevoerd naar de RWZI. Dit leidt niet tot een wijziging van de afvalwatersituatie.

Bodem

Het ontwateren van slib en de opslag van ijzerchloride zijn potentieel bodembedreigende activiteiten.

De activiteiten moeten voor wat betreft het aspect bodem voldoen aan Afdeling 2.4 van het Activiteitenbesluit. Op basis van een combinatie van voorzieningen en maatregelen moet een verwaarloosbaar bodemrisico volgens de NRB worden gerealiseerd. Op basis van de gegevens in de aanvraag kunnen we concluderen dat aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit kan worden voldaan.

De verandering leidt niet tot een toename van de risico’s voor de bodem.

Externe veiligheid

Voor het aspect externe veiliheid zijn er geen gevolgen. De opslag van ijzerchloride is ook al vergund in de revisievergunning van 23 januari 2008.

Voor opslagtanks van ijzerchloride is in 2018 de nieuwe richtlijn PGS-31 vastgesteld. De voorschriften van de onderliggende vergunning zijn nog niet op deze richtlijn gebasseerd. Voor de nieuwe tank is het beter is om deze te controleren op de nieuwe voorschriften. Daarom hebben we bij deze beschikking nieuwe voorschriften opgenomen voor de opslag van ijzerchloride.

De nieuwe opslag van ijzerchloride leidt niet tot grotere risico’s voor de omgeving

Energie

De mobiele decanter wordt tijdelijk, voor een termijn van hooguit 2 jaar, binnen de inrichting geplaatst. Dit omdat de huidige persen aan het einde van hun levensduur zijn en de nieuwe (vergunde) slibontwateringsinstallatie nog niet operationeel is. Het verbruik van de mobiele decanter zal wel hoger zijn dan de huidige persen. De al vergunde nieuwe slibontwateringsinsallatie heeft ook een hoger energieverbruik dan de huidige persen. Voor het aspect energie is daarom sprake van een milieuneutrale verandering.

De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting.

De verandering leidt tot geen andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.

Toetsing andere inrichting

Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.

Toetsing milieueffectrapport

Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen niet zijn vermeld in de eerste kolom van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. De in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen zijn alleen vermeld in de eerste kolom van onderdeel D18.1 van de bijlage. In de vierde kolom van categorie D18.1 is aangegeven dat deze categorie niet van toepassing is bij besluiten die tot stand komen met een reguliere procedure. Voor deze wijziging kan de reguliere procedure worden gevolgt.

De aangevraagde wijziging heeft alleen betrekking op de slibontwatering en niet op de binnen de inrichting aanwezige rioolwaterzuiveringsinstallatie. Om die reden is categorie D18.4 hier niet van toepassing.

Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.

In deze beschikking zijn voor de opslag van ijzerchloride voorschriften opgenomen. De voorschriften 7.6.1 tot en met 7.6.10 in de revisieverguning van 23 januari 2008 gelden voor de bestaande en vergunde opslag van ijzerchloride. Deze bestaande opslagtanks zullen binnenkort buiten gebruik worden gesteld. Voor opslagtanks van ijzerchloride is in 2018 een nieuwe richtlijn PGS-31 vastgesteld. De voorschriften van de onderliggende vergunning zijn nog niet op deze richtlijn gebasseerd.

De voorschriften in de onderliggende beschikking bieden een uitstekend beschermingsniveau voor de bestaande tanks. Voor de nieuwe tank is het beter is om deze te controleren op de nieuwe voorschriften.

Naar boven