Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 201 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 201 | andere beschikking |
Besluit aanvraag omgevingsvergunning tijdelijke opslag lak in PGS 15-voorziening
Op 11 april 2022 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van FrieslandCampina Nederland B.V. (verder FCNL). De aanvraag heeft betrekking op de tijdelijke opslag van lak in een PGS 15-voorziening op de locatie Pieter Stuyvesantweg 1 te Leeuwarden. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 6894857.
Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen:
aan FrieslandCampina Nederland B.V. een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid, juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor de tijdelijke opslag van lak in een PGS 15-voorziening;
dat de volgende stukken deel uitmaken van de vergunning:
aan FrieslandCampina Nederland B.V. een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid, juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor de tijdelijke opslag van lak in een PGS 15-voorziening;
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.
Namens Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door verzending van deze beschikking. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van de beschikking niet. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking treedt tijdens de bezwaarprocedure, kan gelijktijdig of na het indienen van het bezwaarschrift een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de Rechtbank Noord-Nederland.
Op 11 april 2022 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van FrieslandCampina Nederland B.V. (verder FCNL). De aanvraag heeft betrekking op de tijdelijke opslag van lak in een PGS 15-voorziening op de locatie Pieter Stuyvesantweg 1, 8937 AC te Leeuwarden. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 6894857.
Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:
De activiteiten van de inrichting vallen onder de volgende in Bijlage I, onderdeel C van het Bor genoemde categorieën:
De activiteiten van de inrichting vallen onder één of meerdere categorieën van bijlage I, onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor) waarvoor geldt dat Gedeputeerde Staten bevoegd gezag kunnen zijn. Aangezien de inrichting een inrichting is waartoe een IPPC-installatie behoort (bijlage I, categorie 6.4.c van de Richtlijn industriële emissies), zijn wij op grond van artikel 2.4 Wabo in samenhang met artikel 3.3 en bijlage I, onderdeel C van het Bor bevoegd om te beslissen op de aanvraag. Wij zijn er procedureel en inhoudelijk voor verantwoordelijk dat in ons besluit alle aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving aan de orde komen.
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 16 april 2022 overeenkomstig artikel 3.8 Wabo van de aanvraag kennis gegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad.
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan Wetterskip Fryslân, Brandweer Fryslân en de gemeente Leeuwarden.
Naar aanleiding van de mogelijkheid om advies uit te brengen, heeft het Wetterskip Fryslân op
19 maart 2022 aangegeven dat de aanvraag niet van invloed is op de hoeveelheid of samenstelling van het afvalwater. Daarom was er voor het Wetterskip geen aanleiding om inhoudelijk op de vergunningaanvraag te reageren. Op 12 mei 2022 hebben wij van Brandweer Fryslân een reactie ontvangen dat er geen aanleiding is om inhoudelijk op de aanvraag te reageren.
Van de gemeente Leeuwarden hebben wij geen advies ontvangen.
In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat een vergunning in het kader van deze wet nodig is wanneer als gevolg van het realiseren van een project, of het verrichten van handelingen, nadelige effecten kunnen ontstaan voor:
De aanvraag heeft betrekking op het plaatsen van 4 opslagkasten voor lak. In deze opslagkasten worden per kast 4 IBC’s geplaatst met lak. De aan- en afvoer van de lak kan plaatsvinden binnen de vergunde verkeersbewegingen. De aangevraagde wijziging van de inrichting heeft geen hogere emissies of depositie van stikstofverbindingen tot gevolg. Het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel B en C van het Bor. Er is sprake van een vergunningplicht op basis van het volgende:
Tot de inrichting behoort een IPPC-installatie op grond van Bijlage 1 van de Rie, categorie 6.4, sub c. Dit betreft de bewerking en verwerking van uitsluitend melk, met een hoeveelheid ontvangen melk van meer dan 200 t per dag (gemiddelde waarde op jaarbasis). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.
De voorliggende aanvraag beschrijft het voornemen van FCNL om tijdelijk 16 IBC’s met lak op te slaan in 4 opslagkasten. Per kast worden 4 IBC’s opgeslagen. Omdat de aanvraag op dit punt niet geheel duidelijk was, is hierover voor de zekerheid contact geweest met FCNL. Toen is bevestigd dat het gaat om het plaatsen van in totaal 4 kasten voor in totaal 16 IBC’s. Elke kast voldoet aan de PGS 15 en heeft een WBDBO van 60 minuten. De tijdelijke opslag is aangevraagd tot en met 31 december 2022.
In de vergunde situatie wordt lak opgeslagen in 2 ondergrondse tanks van 25 m3. Omdat er problemen zijn met de kwaliteit van de blikverpakkingen waarvoor de lak wordt gebruikt, wil FCNL onderzoeken of met een andere lak de problemen verholpen kunnen worden. Voor dat onderzoek is de tijdelijke opslag in van de alternatieve lak in IBC’s nodig. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.
Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen gedaan:
De voorschriften van de onderliggende omgevingsvergunningen zijn tevens van toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunningen en/of de aard van de verandering zich daartegen verzet.
De inrichting is een inrichting type C als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het Activiteitenbesluit is deels rechtstreeks van toepassing op de inrichting. De vergunninghouder moet, naast aan de voorschriften van de verleende omgevingsvergunningen, voldoen aan bepaalde artikelen uit het Activiteitenbesluit. Ook bepaalde artikelen uit de Activiteitenregeling milieubeheer (verder: Activiteitenregeling) zijn rechtstreeks van toepassing. De aangevraagde verandering heeft betrekking op de opslag van lak. Afdeling 2.4 van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende delen uit de Activiteitenregeling zijn op deze opslagen van toepassing op grond van artikel 2.8b, lid 1, onder a, van het Activiteitenbesluit. De delen van de vergunningaanvraag die betrekking hebben op bodembescherming beschouwen wij als een melding in het kader van het Activiteitenbesluit.
De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt
De aanvraag is getoetst aan deze criteria. In het onderstaande gaan wij hierop in.
Andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:
Binnen de inrichting wordt lak opgeslagen in een tweetal ondergrondse tanks van 25 m3. FCNL wil nu tijdelijk, tot en met 31 december 2022, uitpandig 4 opslagkasten plaatsen. In elke kast kunnen 4 IBC’s worden geplaatst met per stuk circa 1000 kg lak. De opslagkasten voldoen aan de PGS 15 en hebben een WBDBO van 60 minuten. Daardoor is sprake van 4 separate opslagvoorzieningen die kleiner zijn dan 10 ton.
Op de opslag van lak in de opslagkasten zijn van rechtswege de voorschriften van de onderliggende vergunning van 16 december 2008 van toepassing. In deze vergunning van 2008 is de PGS 15 van toepassing verklaard op de opslag van gevaarlijke stoffen.
De uitbreiding van de opslag van gevaarlijke stoffen is daarmee milieuneutraal en voldoet aan BBT. Het is niet nodig om aanvullende voorschriften aan de vergunning te verbinden.
Het voorkomen van eventuele lekkages is geborgd, omdat afdeling 2.4 van het Activiteitenbesluit rechtstreeks op de inrichting van toepassing is. Daarin is bepaald dat moet worden voldaan aan een verwaarloosbaar bodemrisico. Gezien de beschreven maatregelen in de vergunningaanvraag voldoet de activiteit aan een verwaarloosbaar risico voor de bodem.
De aanvrager heeft in de vergunningaanvraag voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten (energie, afval, geluid, externe veiligheid en lucht) geen verandering is of geen toename zal zijn van de milieubelasting.
De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.
Tevens is er geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.
Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
De activiteit van de inrichting (zuivelfabriek) zelf wordt als zodanig genoemd in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.):
De huidige aanvraag heeft echter uitsluitend betrekking op het tijdelijk opslaan van lak. De verandering betreft niet de oprichting, de uitbreiding of wijziging van de productie of een nieuwe installatie ten behoeve van een zuivelfabriek in de zin van D 36 van het Besluit m.e.r. Dat betekent dat er geen sprake is van een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer of van een m.e.r.-beoordeling.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2023-201.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.