Besluit aanvraag omgevingsvergunning tijdelijke opslag lak in PGS 15-voorziening

Onderwerp

Op 11 april 2022 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van FrieslandCampina Nederland B.V. (verder FCNL). De aanvraag heeft betrekking op de tijdelijke opslag van lak in een PGS 15-voorziening op de locatie Pieter Stuyvesantweg 1 te Leeuwarden. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 6894857.

Besluit

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen:

  • aan FrieslandCampina Nederland B.V. een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid, juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor de tijdelijke opslag van lak in een PGS 15-voorziening;

  • dat de volgende stukken deel uitmaken van de vergunning:

    • -

      aan FrieslandCampina Nederland B.V. een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid, juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor de tijdelijke opslag van lak in een PGS 15-voorziening;

    • -

      dat de volgende stukken deel uitmaken van de vergunning:

Procedure

Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.

Namens Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

Hoogachtend,

S.G.C. Boender

Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Kopie

College van Burgemeester en Wethouders

van de gemeente Leeuwarden

Postbus 21000

8900 JA Leeuwarden

 

Brandweer Fryslân

Postbus 612

8901 BK Leeuwarden

 

Wetterskip Fryslân

Postbus 36

8900 AA Leeuwarden

Rechtsbeschermingsmiddelen

De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door verzending van deze beschikking. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van de beschikking niet. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking treedt tijdens de bezwaarprocedure, kan gelijktijdig of na het indienen van het bezwaarschrift een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de Rechtbank Noord-Nederland.

Overwegingen

Procedurele aspecten

Gegevens aanvraag

Op 11 april 2022 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van FrieslandCampina Nederland B.V. (verder FCNL). De aanvraag heeft betrekking op de tijdelijke opslag van lak in een PGS 15-voorziening op de locatie Pieter Stuyvesantweg 1, 8937 AC te Leeuwarden. De aanvraag is geregistreerd onder OLO-nummer 6894857.

Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:

  • Het milieuneutraal veranderen van de inrichting of van de werking van de inrichting (artikel 2.1, lid 1, onder e, onder 2° en artikel 2.14, lid 5 juncto artikel 3.10, lid 3).

Bevoegd gezag

De activiteiten van de inrichting vallen onder de volgende in Bijlage I, onderdeel C van het Bor genoemde categorieën:

  • cat. 1, onderdeel 1.3 onder b (voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen van 50 MW of meer);

  • cat. 9, onderdeel 9.3 onder a (voor het vervaardigen van melkpoeder, weipoeder of andere gedroogde zuivelproducten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1,5 ton per uur of meer);

  • cat. 9, onderdeel 9.3 onder b (het vervaardigen van consumptiemelk, consumptiemelkproducten of geëvaporiseerde melk of melkproducten met een melkverwerkingscapaciteit ten aanzien daarvan van 55.000.000 kg per jaar of meer);

  • cat. 9, onderdeel 9.3 onder c (het concentreren van melk of melkproducten door middel van indamping met een waterverdampingscapaciteit ten aanzien daarvan van 20.000 kg per uur of meer);

  • cat. 12, onderdeel 12.1 (voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van metalen, metalen voorwerpen of schroot dan wel behandelen van de oppervlakte van metalen of metalen voorwerpen).

De activiteiten van de inrichting vallen onder één of meerdere categorieën van bijlage I, onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor) waarvoor geldt dat Gedeputeerde Staten bevoegd gezag kunnen zijn. Aangezien de inrichting een inrichting is waartoe een IPPC-installatie behoort (bijlage I, categorie 6.4.c van de Richtlijn industriële emissies), zijn wij op grond van artikel 2.4 Wabo in samenhang met artikel 3.3 en bijlage I, onderdeel C van het Bor bevoegd om te beslissen op de aanvraag. Wij zijn er procedureel en inhoudelijk voor verantwoordelijk dat in ons besluit alle aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving aan de orde komen.

Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.

Procedure

Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 16 april 2022 overeenkomstig artikel 3.8 Wabo van de aanvraag kennis gegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad.

Adviezen

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan Wetterskip Fryslân, Brandweer Fryslân en de gemeente Leeuwarden.

Naar aanleiding van de mogelijkheid om advies uit te brengen, heeft het Wetterskip Fryslân op

19 maart 2022 aangegeven dat de aanvraag niet van invloed is op de hoeveelheid of samenstelling van het afvalwater. Daarom was er voor het Wetterskip geen aanleiding om inhoudelijk op de vergunningaanvraag te reageren. Op 12 mei 2022 hebben wij van Brandweer Fryslân een reactie ontvangen dat er geen aanleiding is om inhoudelijk op de aanvraag te reageren.

Van de gemeente Leeuwarden hebben wij geen advies ontvangen.

Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat een vergunning in het kader van deze wet nodig is wanneer als gevolg van het realiseren van een project, of het verrichten van handelingen, nadelige effecten kunnen ontstaan voor:

  • natuurlijke habitats,

  • de habitats in een natura 2000-gebied,

  • beschermde planten of

  • beschermde dieren.

De aanvraag heeft betrekking op het plaatsen van 4 opslagkasten voor lak. In deze opslagkasten worden per kast 4 IBC’s geplaatst met lak. De aan- en afvoer van de lak kan plaatsvinden binnen de vergunde verkeersbewegingen. De aangevraagde wijziging van de inrichting heeft geen hogere emissies of depositie van stikstofverbindingen tot gevolg. Het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk.

Overwegingen Milieu

Vergunningplicht

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel B en C van het Bor. Er is sprake van een vergunningplicht op basis van het volgende:

  • a.

    De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage 1, onderdeel C van het Bor, categorie 1.4, sub c. Er is daarmee sprake van een vergunningplichtige activiteit.

  • b.

    Tot de inrichting behoort een IPPC-installatie op grond van Bijlage 1 van de Rie, categorie 6.4, sub c. Dit betreft de bewerking en verwerking van uitsluitend melk, met een hoeveelheid ontvangen melk van meer dan 200 t per dag (gemiddelde waarde op jaarbasis). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.

  • c.

    Omdat de inrichting valt onder het Besluit externe veiligheid (Bevi) is, volgens het bepaalde in Bijlage 1, onderdeel B artikel 1, onderdeel a van het Bor, sprake van een vergunningplichtige inrichting.

Projectbeschrijving

De voorliggende aanvraag beschrijft het voornemen van FCNL om tijdelijk 16 IBC’s met lak op te slaan in 4 opslagkasten. Per kast worden 4 IBC’s opgeslagen. Omdat de aanvraag op dit punt niet geheel duidelijk was, is hierover voor de zekerheid contact geweest met FCNL. Toen is bevestigd dat het gaat om het plaatsen van in totaal 4 kasten voor in totaal 16 IBC’s. Elke kast voldoet aan de PGS 15 en heeft een WBDBO van 60 minuten. De tijdelijke opslag is aangevraagd tot en met 31 december 2022.

In de vergunde situatie wordt lak opgeslagen in 2 ondergrondse tanks van 25 m3. Omdat er problemen zijn met de kwaliteit van de blikverpakkingen waarvoor de lak wordt gebruikt, wil FCNL onderzoeken of met een andere lak de problemen verholpen kunnen worden. Voor dat onderzoek is de tijdelijke opslag in van de alternatieve lak in IBC’s nodig. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.

Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen gedaan:

Vergunningen en meldingen:

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

Revisievergunning (Wet milieubeheer)

16 december 2008

790713

Revisie van de vergunning

Melding 8.19 (Wet milieubeheer)

10 februari 2009

00809561

Centraliseren opslag gevaarlijke stoffen en nieuwe opslag

Ambtshalve wijziging (Wet milieubeheer)

8 oktober 2009

854555

Aanpassing voorschriften bodembescherming en opslag van K3-vloeistoffen boven lekbakken

Melding 8.19 (Wet milieubeheer)

15 juli 2010

00905168

Uitbreiding opslagcapaciteit

Melding 8.19 (Wet milieubeheer)

14 september 2010

00913835

Uitbreiding magazijnen

Omgevingsvergunning (Wabo) (veranderen en ambtshalve wijziging)

16 januari 2013

01036453

Uitbreiding capaciteit en ambtshalve wijziging voorschriften

Melding Activiteitenbesluit

20 oktober 2013

WFN1311827

Lozen koelwater

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

23 juli 2014

2014-FUMO-0001669

Milieustraat

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

10 september 2014

2014-FUMO-0001773

Sprinkler

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

1 april 2015

2014-FUMO-0003625

Lactose gebouw en leidingbrug

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

1 mei 2015

2015-FUMO-0004142

Cip 1 gebouw

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

9 juni 2015

2015-FUMO-0004924

Cip 2 / ijswaterinstallatie

Melding Activiteitenbesluit

31 januari 2020

a8yze4umni4

Intrekken ketel 11

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

13 maart 2020

Z2019-00012890

Dichtmaken luifel gebouw 13A

Omgevingsvergunning (Wabo) (veranderen)

9 september 2020

Z2020-00001601

Tijdelijke indirecte lozing

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

30 oktober 2020

Z2020-00008977

Plaatsen elektrische boiler

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

21 april 2021

Z2021-002328

Plaatsen nieuwe pompput

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

8 juli 2021

Z2021-005660

Plaatsen tijdelijke PGS 15 opslag voor de opslag van lak

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

23 september 2021

Z2021-006607

Het verlagen van de opslaghoeveelheid salpeterzuur in tank E5A1TO1

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

11 november 2021

Z2021-007343

Het vervangen van ammoniakkoelinstallaties

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

4 januari 2022

Z2021-011532

Het wijzigen van de toepassing van salpeterzuur naar zwavelzuur voor afvalwaterneutralisatie

Omgevingsvergunning (Wabo) (milieuneutraal veranderen)

16 maart 2022

2022-FUMO-0061628

Uitbreiden opslag zwavelzuur

De voorschriften van de onderliggende omgevingsvergunningen zijn tevens van toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunningen en/of de aard van de verandering zich daartegen verzet.

Activiteitenbesluit 

De inrichting is een inrichting type C als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het Activiteitenbesluit is deels rechtstreeks van toepassing op de inrichting. De vergunninghouder moet, naast aan de voorschriften van de verleende omgevingsvergunningen, voldoen aan bepaalde artikelen uit het Activiteitenbesluit. Ook bepaalde artikelen uit de Activiteitenregeling milieubeheer (verder: Activiteitenregeling) zijn rechtstreeks van toepassing. De aangevraagde verandering heeft betrekking op de opslag van lak. Afdeling 2.4 van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende delen uit de Activiteitenregeling zijn op deze opslagen van toepassing op grond van artikel 2.8b, lid 1, onder a, van het Activiteitenbesluit. De delen van de vergunningaanvraag die betrekking hebben op bodembescherming beschouwen wij als een melding in het kader van het Activiteitenbesluit.

Toetsingskader milieu

Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt

  • tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;

  • tot een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;

  • tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.

De aanvraag is getoetst aan deze criteria. In het onderstaande gaan wij hierop in.

Toetsing

Andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu

Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:

Opslag gevaarlijke stoffen

Binnen de inrichting wordt lak opgeslagen in een tweetal ondergrondse tanks van 25 m3. FCNL wil nu tijdelijk, tot en met 31 december 2022, uitpandig 4 opslagkasten plaatsen. In elke kast kunnen 4 IBC’s worden geplaatst met per stuk circa 1000 kg lak. De opslagkasten voldoen aan de PGS 15 en hebben een WBDBO van 60 minuten. Daardoor is sprake van 4 separate opslagvoorzieningen die kleiner zijn dan 10 ton.

Op de opslag van lak in de opslagkasten zijn van rechtswege de voorschriften van de onderliggende vergunning van 16 december 2008 van toepassing. In deze vergunning van 2008 is de PGS 15 van toepassing verklaard op de opslag van gevaarlijke stoffen.

De uitbreiding van de opslag van gevaarlijke stoffen is daarmee milieuneutraal en voldoet aan BBT. Het is niet nodig om aanvullende voorschriften aan de vergunning te verbinden.

Bodem

Het voorkomen van eventuele lekkages is geborgd, omdat afdeling 2.4 van het Activiteitenbesluit rechtstreeks op de inrichting van toepassing is. Daarin is bepaald dat moet worden voldaan aan een verwaarloosbaar bodemrisico. Gezien de beschreven maatregelen in de vergunningaanvraag voldoet de activiteit aan een verwaarloosbaar risico voor de bodem.

Overige milieuaspecten

De aanvrager heeft in de vergunningaanvraag voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten (energie, afval, geluid, externe veiligheid en lucht) geen verandering is of geen toename zal zijn van de milieubelasting.

De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.

Tevens is er geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.

Toetsing andere inrichting

Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.

Toetsing milieueffectrapport

De activiteit van de inrichting (zuivelfabriek) zelf wordt als zodanig genoemd in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.):

  • -

    D 36. De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie van een zuivelfabriek waarbij de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 30.000 ton per jaar of meer.

De huidige aanvraag heeft echter uitsluitend betrekking op het tijdelijk opslaan van lak. De verandering betreft niet de oprichting, de uitbreiding of wijziging van de productie of een nieuwe installatie ten behoeve van een zuivelfabriek in de zin van D 36 van het Besluit m.e.r. Dat betekent dat er geen sprake is van een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer of van een m.e.r.-beoordeling.

Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.

Naar boven