Beschikking Wet algemene bepalingen omgevingsrecht RWZI Greunsweg 78 te Leeuwarden

Onderwerp

Op 13 april 2022 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Wetterskip Fryslân. Het betreft het actualiseren van de te accepteren Euralcodes. De aanvraag heeft betrekking op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) aan de Greunsweg 78 te Leeuwarden. De aanvraag is geregistreerd onder kenmerk 2022-FUMO-0064120 en olo-nummer 6902541.

Besluit

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen, aan Wetterskip Fryslân een (omgevings)vergunning:

  • -

    op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor het actualiseren van de te accepteren Euralcodes. Aan de vergunning zijn geen voorschriften verbonden.

Tevens besluiten wij:

  • -

    dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning:

    • o

      Aanvraagformulier met aanvraagnummer 6902541, van 13 april 2022;

    • o

      Bijlage Toelichting wijziging te accepteren afvalstoffen Leeuwarden;

    • o

      Bijlage AV-beleid 2022.

Procedure

Deze omgevingsvergunning is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

S.G.C. Boender

Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Kopie:

Gemeente Leeuwarden

Afdeling Bouwen, Wonen en Milieu

Postbus 21000

8900 JA Leeuwarden

Wetterskip Fryslân

Team vergunningverlening

Postbus 36

8900 AA LEEUWARDEN

Antea Group

de heer [Naam]

[Naam]@anteagroup.nl

Overwegingen

Procedurele aspecten

Gegevens aanvraag

Op 13 april 2022 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Wetterskip Fryslân. De aanvraag heeft betrekking op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) aan de Greunsweg 78 te Leeuwarden.

Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:

  • Het milieuneutraal veranderen van de inrichting of van de werking van de inrichting (artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° en artikel 2.14, vijfde lid, juncto artikel 3.10, derde lid).

Bevoegd gezag

Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C, categorie 27.3 en categorie 28.4 van het Bor.

Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.

Procedure

Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 23 april 2022 overeenkomstig artikel 3.8 Wabo van de aanvraag kennis gegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad. Ook is kennis gegeven in het Provinciaal Blad Fryslân via https://www.officielebekendmakingen.nl.

Adviezen

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan de volgende instanties:

  • -

    Burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden;

  • -

    Wetterskip Fryslân;

  • -

     

Zij hebben vervolgens geen aanleiding gezien om advies uit te brengen.

Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer:

  • 1.

    een activiteit plaatsvindt in of om een Natura 2000-gebied en deze activiteit de kwaliteit van de habitats en de habitats van soorten verslechtert (handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden), en/of;

  • 2.

    een activiteit plaatsvindt waarbij in onvoldoende mate sprake is van het beschermen van inheemse plant- en diersoorten en het bewaken van de biodiversiteit tegen invasieve uitheemse plant- en diersoorten (handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten).

De aanvrager van de omgevingsvergunning is zelf verantwoordelijk om vooraf na te gaan of een activiteit invloed heeft op Natura 2000-gebieden en/of beschermde flora en fauna.

De gevraagde veranderingen zijn geen project waarvoor op grond van de Wnb een vergunningplicht bestaat. Een omgevingsvergunning natuur voor Natura 2000-activiteiten is daarom niet van toepassing.

Overwegingen Milieu

Vergunningplicht

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:

 

Categorie

Omschrijving

27.3

inrichtingen voor het reinigen van afvalwater door middel van waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, onderdeel a, van de Waterwet.

28.4, onder c

Inrichtingen voor het:

    • 1°.

      het ontwateren, microbiologisch of anderszins biologisch of chemisch omzetten, agglomereren, deglomereren, mechanisch, fysisch of chemisch scheiden, mengen, verdichten of thermisch behandelen – anders dan verbranden – van van buiten de inrichting afkomstige huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 15.000.000 kg per jaar of meer;

    • 2°.

      het verwerken of vernietigen – anders dan verbranden –van buiten de inrichting afkomstige gevaarlijke afvalstoffen;

28.10

Inrichtingen voor nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen. De inrichting valt niet onder de uitzonderingen:

Op grond van categorie 28.10 is sprake van een vergunningplichtige activiteit.

Het betreft ook een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 5.3.b van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.

Projectbeschrijving

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:

Het actualiseren van het A&V-beleid en AO/IC van Wetterskip Fryslân en het wijzigen van de te accepteren Euralcodes.

Bij de actualisatie van het A&V-beleid is gebleken dat het vergunde overzicht met te accepteren euralcodes niet meer actueel is.

De nieuwe euralcodes die worden aangevraagd betreffen:

Voor verwerking in de vergisting:

02 02 04 Slib van afvalwaterbehandeling van de bereiding en verwerking van vlees, vis en ander voedsel van dierlijke oorsprong, zijnde roostergoed of flotatie slachterijen

03 03 04 Voor consumptie of verwerking ongeschikt materiaal afkomstig van de bereiding en verwerking van fruit, groente, granen, spijsolie, cacao, koffie, thee en tabak, de productie van conserven, de productie van gist en gistextract en de bereiding en fermentatie van melasse;

02 06 01 Voor consumptie ongeschikt materiaal van bakkerijen en de banketbakkersindustrie, bijvoorbeeld afgekeurd roggebrood;

02 07 04 Voor consumptie ongeschikt materiaal van de productie van alcoholische en niet-alcoholische dranken, bijvoorbeeld afgekeurde berenburg.

Voor verwerking in de waterlijn:

16 10 02 zijnde hoekbakwater (verontreinigd (hemel)water afkomstig van boorlocaties, na doorlopen van een olie/benzine-afscheider);

19 06 04 Digestaat van de anaërobe behandeling van stedelijk afval;

19 06 06 Digestaat van de anaërobe behandeling van dierlijk en plantaardig afval;

20 03 99 Niet elders genoemd stedelijk afval, zijnde huishoudelijk afvalwater, per as aangevoerd (dixi/septic tanks), bluswater of water van persleidingcalamiteiten.

Voor verwerking in de waterlijn of in de vergisting:

02 05 99 Afval uit zuivelindustrie, zijnde afvalwater voorzuivering Workum, melkafvalwater en pekelwater van kaasfabrieken;

19 05 99 Niet elders genoemd afval, zijnde percolaat van composteerinstallaties.

In de aanvraag is ook een lijst opgenomen met 20 vergunde euralcodes die vervallen.

De afvalstoffen worden direct in het proces verwerkt. De afvalstoffen worden niet opgeslagen.

Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.

Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

Revisievergunning*

10 december 2007

735617

Rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Wm-melding *

19 mei 2009

829236

Kantoor.

Wm-melding*

7 september 2009

848334

Bijplaatsen onderzoekscontainer, voor demosite.

Milieuneutrale wijziging

13 februari 2013

1043048

Plaatsen van een AdBlue- en dieseltank.

Milieuneutrale wijziging

19 mei 2015

2015-FUMO-0003761

Realisatie ven een biogasdrooginstallatie voor de afzet van biogas buiten de inrichting.

Milieuneutrale wijziging

25 september 2018

2018-FUMO-0029366

Het opstellen van ruim 3.900 zonnepanelen op het terrein van de RWZI.

Ambtshalve wijziging

19 februari 2020

2019-FUMO-0036206

Actualisatie n.a.v. LAP3

Melding activiteitenbesluit

12 augustus 2020

2020-FUMO-0043889

Plaatsen huur-Wkk (tijdelijk)

Milieuneutrale verandering

23 februari 2021

2020-FUMO-0045806

Vervanging Wkk, cv-installatie en ijzerchloridetank en plaatsen afdekking slibbuffer

Ambtshalve wijziging

19 januari 2022

2021-FUMO-0051453

Wijzigen energievoorschriften

De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.

De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.

Activiteitenbesluit

In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.

De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C-inrichting) geldt.

De nu aangevraagde verandering betreft geen activiteiten uit hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit.

Voor het overige is per hoofdstuk of afdeling aangegeven of deze op een type C-inrichting van toepassing is. Dit betekent dat wel bepalingen uit hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit van toepassing kunnen zijn.

Toetsingskader milieu neutraal veranderen

Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt

  • 1.

    tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;

  • 2.

    tot een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;

  • 3.

    tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.

Toetsing

Toetsing gevolgen voor milieu

Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:

Afvalstoffen

De afvalstoffen met de nieuwe euralcodes worden verwerkt in de vergistingsinstallatie of in de waterlijn van RWZI Leeuwarden. De afvalstoffen moeten biologisch goed afbreekbaar zijn. De aard van de nieuw aangevraagde afvalstoffen komt grotendeels overeen met de reeds vergunde afvalstoffen.

Bij de aanvraag is een gewijzigd Acceptatie- en verwerkingsbeleid (A&V-beleid) gevoegd.

In het A&V-beleid is voor de afvalstoffen beschreven of de bewerking plaats zal vinden in de vergistingsinstallatie of in de waterlijn van de RWZI.

De verwerking van de afvalstoffen is getoetst aan de minimumstandaard uit de betreffende sectorplannen 3, 7, 58 en 65.

Het nieuwe bij de aanvraag gevoegde A&V-beleid is gebaseerd op LAP3. Het beschreven A&V-beleid en de AO/IC voldoen aan de minimale onderdelen zoals die in het LAP zijn beschreven. Het beleid voldoet ook aan het gestelde in voorschrift 5.1.6 van de vergunning van 10 december 2007 (kenmerk 00735617), zoals die op 19 februari 2020 (2019-FUM0-0036206) ambtshalve is geactualiseerd in verband met LAP3.

De nieuwe euralcodes leiden niet tot andere of grotere gevolgen voor het aspect afvalstoffen.

Overige milieuaspecten

De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de aangevraagde wijziging geen gevolgen heeft voor de milieubelasting van de overige milieuaspecten.

De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.

Tevens is er geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.

Toetsing andere inrichting

Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.

Toetsing milieueffectrapport

Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen niet zijn vermeld in de eerste kolom van onderdeel C en/of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.

Naar boven