Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 196 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 196 | andere beschikking |
Omgevingsvergunning voor het milieuneutraal veranderen van de Reststoffen Energie Centrale te Harlingen
Op 19 januari 2022 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Omrin/ Reststoffen Energie Centrale (hierna REC). Het betreft het uitbreiden van de gasblusinstallatie.
Aanvullend op het bestaande gasblussysteem wordt in een aantal ruimten van de REC een gasblussysteem aangelegd. Deze wijziging wordt doorgevoerd op advies van de verzekeraar en heeft tot doel om het risico op schade aan de besturingsinstallatie en het risico op bedrijfsstilstand te verminderen.
In de volgende ruimte zal een gasblussysteem worden aangelegd:
De aanvraag heeft betrekking op de Reststoffen Energie Centrale (REC) aan de Lange Lijnbaan 14 te Harlingen. De aanvraag is geregistreerd onder nummer 2022-FUMO-0060759 (OLO nr. 6666713).
Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen, aan Reststoffen Energie Centrale (REC) een (omgevings)vergunning:
op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor de uitbreiding van het gasblussysteem. Aan de verlening van de vergunning zijn geen voorschriften verbonden.
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.
Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,
Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies.
Een kopie van dit besluit is naar de volgende instanties gestuurd:
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Harlingen
Op 19 januari 2022 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van de Reststoffen Energie Centrale (REC) te Harlingen.
Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:
Het aanleggen van een aanvullend gasblussysteem op het bestaande gasblussysteem.
Deze wijziging wordt doorgevoerd op advies van de verzekeraar van de REC en heeft tot doel om het risico op schade aan de besturingsinstallatie en het risico op bedrijfsstilstand te verminderen.
In de volgende ruimten zal een blusgassysteem worden aangelegd:
Een uitgebreide projectomschrijving met tekeningen is opgenomen in de aanvraag om vergunning.
Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:
De aanvraag bestaat uit de volgende delen:
Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:
De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.
De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.
Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo juncto artikel 3.3, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 28.4, onder e, van het Bor. Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 5.2, onder a, van de Richtlijn Industriële Emissies.
Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.
In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.
De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C-inrichting) geldt. De nu aangevraagde verandering betreft geen activiteiten die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit.
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij overeenkomstig artikel 3.8 Wabo van de aanvraag digitaal gepubliceerd op de landelijke website www.overheid.nl.
Wij hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn van 8 weken te verlengen met 6 weken als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid van de Wabo tot uiterlijk 13 april 2022. Van deze verlenging is digitaal kennis gegeven op het internet.
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan:
De gemeente Harlingen heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een advies uit te brengen.
Op 16 februari 2022, kenmerk UIT/19704 Z/22/00007785, hebben wij een advies ontvangen. De brandweer heeft geadviseerd over de volgende aspecten:
Het advies gaat over het aanleggen van een gasblussysteem in 4 MCC/MRA-ruimten.
Het UPD te laten beschrijven dat op de toegangsdeuren middels tekstborden wordt aangegeven wat de minimale tijdsduur is waarin de ruimte gesloten moet blijven. Dit kan door op de toegangsdeur naar de ruimte met gasblusinstallatie een bordje aan te brengen met een tekst zoals: ‘VANAF ACTIVATIE BLUSGASINSTALLATIE RUIMTE MINIMAAL ? MINUTEN NIET BETREDEN’. Dit ter voorkoming dat brandweer en/ of BHV de ruimte met gasblusinstallatie vroegtijdig betreedt.
Op grond van de ontvangen gegevens wordt onvoldoende duidelijk waar de ruimten zich in het totale gebouw bevinden. Volgens de tekening van Hi-Safe m.b.t. de MCC (Centraal), d.d. 05-21-21, blad 03 is de ruimte MCC (Centraal) bijvoorbeeld gesitueerd op de begane grond, terwijl de ruimte volgens bijlage 1 op de 2e verdieping ligt. Ook is van de overige ruimten o.b.v. de aanvraag niet duidelijk waar deze zijn gesitueerd. Het advies is om de aanvraag aan te laten vullen met een overzichtstekening van het totale gebouw waarop alle betreffende MCC/ MRA-ruimten zijn aangegeven.
De brandweer adviseert ons om het advies over te nemen.
Naar aanleiding van dit advies hebben wij op 24 februari 2022 een overleg gehad met de brandweer. Tijdens dit overleg zijn nieuwe of aanvullende afspraken gemaakt. Deze zijn op 28 februari 2022 en 9 maart 2022 bevestigd en dienen als aanvulling op het eerdere advies van 16 februari 2022.
De volgende aanpassing moest nog gerealiseerd worden:
Op 10 maart 2022 is het aangepaste aanvraag opnieuw ingediend overeenkomstig dit advies aangepast en akkoord bevonden.
De gevraagde verandering is geen project waarvoor op grond van de Wet natuurbescherming een vergunningplicht bestaat. Een omgevingsvergunning natuur en daarmee vragen van een verklaring van geen bedenkingen voor Natura 2000-activiteiten is daarom niet van toepassing.
De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt:
De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:
Er komen geen afvalstoffen vrij bij deze activiteit.
Gelet op het vorenstaande en de beschrijving van de aanvraag zijn wij van mening dat de activiteit geen gevolgen heeft voor het aspect afvalstoffen.
Bij de uitbreiding van het gasblussysteem wordt geen afvalwater geproduceerd of geloosd.
Gelet op het vorenstaande zijn wij van mening dat de aangevraagde activiteit geen gevolgen heeft voor het aspect afvalwater.
Het betreft alleen een uitbreiding van het aantal aanwezige gasflessen met een inert blusgas. Deze stoffen vormen geen risico voor de bodem.
Het (nationale) preventieve bodembeschermingsbeleid is vastgelegd in de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten (NRB). In de bijlage bij de Regeling omgevingsrecht is de NRB opgenomen als BBT-document. Uitgangspunt van de NRB is dat door een doelmatige combinatie van bodembeschermende maatregelen en voorzieningen een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd. Het aanleggen van een aanvullend gasblussysteem op het bestaande gasblussysteem heeft geen gevolgen voor de bodem. De voorziening voldoet aan een verwaarloosbaar bodemrisico zoals bedoeld in de NRB 2012.
Op grond van het Bouwbesluit 2012, art. 6.32 lid 1, kunnen wij voor de automatische blusgasinstallatie in genoemde ruimte geen inspectiecertificaat afdwingen. De nieuwe installatie heeft wel een certificatie maar die geeft geen garantie dat de installatie voldoet aan de normen en uitgangspunten zoals die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Het certificaat gaat niet volledig in op de bouwkundige en organisatorische aspecten, die mede bepalend zijn voor een goede beveiliging. In de vigerende vergunning is certificering op basis van vorenstaande artikel niet opgenomen omdat de vergunning voor 2012 is verleend en het toen geen verplichting was. Wij kunnen een inspectiecertificaat in deze procedure niet verlangen.
Bouwkundige en organisatorische aspecten
Over het bouwkundige deel merken wij het volgende op: als er geen verandering van de draagconstructie, verandering van de brandcompartimentering of beschermde subbrandcompartimentering, uitbreiding van de bebouwde oppervlakte en geen uitbreiding van het bouwvolume plaatsvindt, is de activiteit ‘Bouw’ niet van toepassing.
De REC heeft op verzoek van de brandweer wel een Uitgangspunten document (UPD) bij de aanvraag gevoegd (Uitgangsdocument Brandveiligheid d.d. 21-12-2021).
Daarnaast moet de REC haar brandpreventieplan (voorschrift 10.2.1), eigen veiligheidsbeheers-systeem (voorschrift 10.3) en onderhoudssysteem (voorschrift 1.2.3) inclusief plattegronden (voorschrift 1.3.1) e.d. actualiseren. Deze verplichting vloeit voort uit de vigerende vergunning (kenmerk 0907403 d.d.5 oktober 2010).
Ondanks alle preventieve beschreven maatregelen zijn risico's niet uit te sluiten en blijven er restrisico's bestaan. Op basis van de restrisico’s zijn bestrijdingsplannen opgesteld waarin de wijze van bestrijding verder wordt uitgewerkt.
Op verzoek van de brandweer is op 28 februari 2022 en op 10 maart 2022 informatie over brandscheiding met een WBDBO van 30 minuten rondom de ruimte MCC (I.D.Fan) beschreven in de aanvraag. In de toelichting op de aanvraag is opgenomen dat de WBDBO van 30 dan wel 60 minuten rondom de MCC-ruimten is bedoeld conform de destijds, met het verlenen van de bouwvergunning, geldende NEN 6068. Op de tekening voor de 1ste en 2de verdieping is de WBDBO aangegeven. Verder zijn 2 extra tekeningen toegevoegd van de 1ste en 2de verdieping waarop is aangegeven waar de betreffende MCC/MRA-ruimten zich bevinden.
Gelet op het vorenstaande zijn wij van mening dat door de uitbreiding van het gasblussysteem, het risico op schade aan de besturingsinstallatie en het risico op bedrijfsstilstand verminderd wordt.
De aangevraagde activiteit heeft geen gevolgen voor het aspect brandveiligheid.
De blusgasinstallatie wordt elektrisch aangesloten om te kunnen worden ingeschakeld, maar verbruikt normaliter geen energie. Het aspect energie is daardoor niet relevant.;
Gelet op het vorenstaande zijn wij van mening dat de aangevraagde activiteit geen gevolgen heeft voor het aspect energie.
Het aantal flessen (62 stuks = 4.960 liter) op de tweede verdieping in het ketelhuis en (5 stuks = 400 liter) nabij de ID-fan in het RGR-gebouw vallen niet onder het toepassingsgebied van PGS 14 en 15 en zijn daarbij expliciet uitgesloten. Genoemde PGS zijn van toepassing bij de opslag van gevaarlijke stoffen.
Gelet op het vorenstaande zijn wij van mening dat de aangevraagde activiteit geen gevolgen heeft voor het aspect externe veiligheid.
De gasblusinstallatie produceert geen geluid, waardoor de emissie van geluid van de REC niet zal toenemen. Verder blijft het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie onveranderd. Er is derhalve geen effect op de luchtkwaliteit als gevolg van de verkeersbewegingen.
De voorgenomen wijziging leidt niet tot wijziging van de akoestische situatie van de inrichting.
De gevolgen van het uitbreiden van de gasblusinstallatie zijn akoestisch niet relevant. De verwachting is dat de verplaatsing geen invloed heeft op het maximale geluidsniveau.
Gelet op het vorenstaande zijn wij van mening dat de aangevraagde activiteit geen invloed heeft op het maximale geluidsniveau.
Op de locatie wordt het aantal gasflessen uitgebreid (+67 stuks). Het blusgas bestaat voor 50% uit
argon en voor 50% uit stikstof. Dit zijn beide inerte gassen en normale bestanddelen van lucht.
Daardoor heeft het vrijkomen van blusgas in de buitenlucht geen nadelige gevolgen voor de
luchtkwaliteit. Verder blijven alle luchtemissies onveranderd. In het proces zelf vinden geen
Gelet op het vorenstaande zijn wij van mening dat de aangevraagde activiteit geen gevolgen heeft voor het aspect luchtkwaliteit.
Overige milieuaspecten (natuur)
Gezien de aard van de wijziging (inerte blusgassen) heeft de voorgenomen wijziging geen effect op de natuur. Er is geen toename van transportbewegingen ten opzichte van de vigerende vergunning. In het proces vinden geen veranderingen plaats.
De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting.
De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.
Tevens is er geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.
Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen niet zijn vermeld in de eerste kolom van onderdeel C en/of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
Voor zover een DIN-, DIN-ISO, NEN-, NEN-EN-, NEN-ISO-, NVN-norm, AI-blad, BRL, PGS of NPR, waarnaar in een voorschrift verwezen wordt, betrekking heeft op de uitvoering van constructies, toestellen, werktuigen en installaties, wordt bedoeld de norm, BRL, PGS, NPR of het AI-blad die voor de datum waarop de vergunning is verleend het laatst is uitgegeven met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen dan wel -voor zover het op voornoemde datum reeds bestaande constructies, toestellen, werktuigen en installaties betreft -de norm, BRL, PGS, NPR of het AI-blad die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen, werktuigen en installaties is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald.
publicaties zijn in ieder geval verkrijgbaar bij de onderstaande instanties:
BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN (BBT):
Voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die - kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld.
Gedeputeerde Staten van de provincie
Integrated Pollution Prevention and Control
Ministeriële regeling omgevingsrecht
Een door het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) uitgegeven norm.
Document waarin uitgangspunten worden vastgelegd van een brandblusinstallatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2023-196.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.