Besluit ambtshalve wijziging energievoorschriften Fripel B.V., De Meerpaal 3 te Drachten

  • I.

    Onderwerp

Op 1 september 2014 met kenmerk 2014-FUMO-0000063 is een revisievergunning verleend aan TN Sloopwerken, gevestigd aan De Meerpaal 3 te Drachten. Eind 2019 heeft Fripel B.V. de inrichting (en de omgevingsvergunning) van TN Sloopwerken overgenomen. De vergunning heeft betrekking op de op- en overslag van primaire en secundaire bouwstoffen, alsmede op- en overslag en bewerking van afvalstoffen. Nadien is in 2021 een veranderingsvergunning verleend. Met deze ambtshalve wijziging voegen wij nieuwe energievoorschriften toe aan de revisievergunning van 1 september 2014.

  • II.

    Besluit

Wij besluiten, gelet op artikel 2.31, lid 1, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo):

  • -

    de voorschriften 11.1.1 tot en met 11.1.5, zoals opgenomen in deze ambtshalve wijziging, toe te voegen aan de vergunning van 1 september 2014 met kenmerk 2014-FUMO-0000063.

  • III.

    Ondertekening en verzending

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân,

Hoogachtend,

S.G.C. Boender

Hoofd afdeling Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Bijlage: voorschriften en overwegingen

Een kopie van deze beschikking is naar de volgende instanties gestuurd:

College van Burgemeester en Wethouders

van de gemeente Smallingerland

Postbus 10.0009200 HA Drachten

Brandweer Fryslân

Postbus 612

8901 BK Leeuwarden

Wetterskip Fryslân

Postbus 36

8900 AA Leeuwarden

VOORSCHRIFTEN EN OVERWEGINGEN

1. Energievoorschriften

De nummering van onderstaande voorschriften sluit aan op de nummering van de voorschriften in de revisievergunning van 1 september 2014 met kenmerk 2014-FUMO-0000063.

  • 11.1.1

    De inrichtinghouder neemt alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Voor het bepalen van de terugverdientijd dient gebruik gemaakt te worden van de methode in bijlage 10a van de Activiteitenregeling.

  • 111.2

    In bijlage 10 van de Activiteitenregeling zijn voor activiteiten binnen diverse bedrijfstakken energiebesparende maatregelen aangewezen en uitgewerkt (erkende maatregelenlijsten).

    Binnen de inrichting kunnen dergelijke activiteiten aan de orde zijn. Indien hiervoor alle in bijlage 10 van de Activiteitenregeling aangewezen maatregelen zijn getroffen, wordt voor die activiteiten voldaan aan voorschrift 11.1.1.

  • 11.1.3

    De inrichtinghouder kan een gemotiveerd verzoek tot het afwijken van de in voorschrift 11.1.1 bedoelde verplichting ter goedkeuring bij het bevoegd gezag indienen.

  • 11.1.4

    De inrichtinghouder rapporteert uiterlijk op 1 mei 2022 en daarna eenmaal per vier jaar uiterlijk voor 1 mei aan het bevoegd gezag welke energiebesparende maatregelen binnen de inrichting zijn getroffen. Deze rapportage bevat in ieder geval de gegevens zoals opgenomen in artikel 2.16b van de Activiteitenregeling. Daarnaast dient voor de getroffen maatregelen de volgende informatie in de rapportage te worden opgenomen:

    • a.

      per maatregel een omschrijving, en in welk deel van de inrichting deze is toegepast;

    • b.

      wanneer de maatregel is uitgevoerd;

    • c.

      indien gebruik is gemaakt van de erkende maatregelenlijsten in bijlage 10 van de Activiteitenregeling:

      • de bedrijfstak(ken) waarvan de maatregelenlijsten zijn gebruikt en voor welke delen van de inrichting deze zijn gebruikt;

      • een verwijzing naar het nummer van de maatregel/variant;

      • als een maatregel niet is uitgevoerd omdat niet wordt voldaan aan een bijbehorende randvoorwaarde: een vermelding van de randvoorwaarde waaraan niet wordt voldaan.

  • De in dit voorschrift genoemde te rapporteren gegevens moeten betrekking hebben op de voorgaande vier jaren.

  • 11.1.5

    Bij de opgave van het energieverbruik van de inrichting dient voor het berekenen van de jaarlijkse hoeveelheid aardgasequivalenten de omrekenfactoren voor energiedragers te worden gehanteerd zoals opgenomen in artikel 2.16d van de Activiteitenregeling.

 

2 PROCEDURELE OVERWEGINGEN 

2.1 Projectbeschrijving

Het project is als volgt te omschrijven.

De inrichting Fripel B.V. (hierna: de inrichting) aan De Meerpaal 3 te Drachten is energierelevant en is aan te merken als een middenverbruiker. In de revisievergunning van 1 september 2014 (kenmerk 2014-FUMO-0000063) zijn geen voorschriften met betrekking tot energiebesparing opgenomen. Daarom voegen wij ambtshalve nieuwe voorschriften over energiebesparing aan die vergunning toe. De nieuwe voorschriften hebben onder meer betrekking op het nemen van alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder, waarover eenmaal per vier jaar gerapporteerd moet worden aan het bevoegd gezag. De inrichting is niet betrokken bij trajecten op het gebied van energie en duurzaamheid.

2.2 Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend:

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

omgevingsvergunning

1 september 2014

2014-FUMO-0000063

revisievergunning

omgevingsvergunning

27 januari 2021

2020-FUMO-0040453

bouwen van romneyloodsen, sleufsilo’s en trafostation, in gebruik nemen van installaties voor productie van pellets en intrekken van de representatieve bedrijfssituatie 1 uit het akoestisch rapport dat deel uitmaakt van de revisievergunning van 1 september 2014

2.3 Bevoegd gezag en vergunningplicht

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo, juncto artikel 3.3, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C, categorie 28.4 van het Bor. Daarnaast zijn de activiteiten genoemd in Bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies in categorie 5.5. Hierdoor is sprake van een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort. Daarmee en gelet op artikel 2.1, lid 2 van het Bor is de inrichting aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (inrichting type C) geldt.

2.4 Uitgebreide procedure

De op 1 september 2014 verleende revisievergunning is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Gelet op artikel 3.15, lid 3 van de Wabo dient deze ambtshalve wijziging eveneens te worden voorbereid met deze uitgebreide voorbereidingsprocedure.

2.5 Advies

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor), hebben wij de ambtshalve wijziging ter advisering aan het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland gezonden. De gemeente heeft per e-mail op 7 januari 2022 aangegeven geen aanleiding te zien om advies uit te brengen. Daarnaast is de ambtshalve wijziging verzonden aan Brandweer Fryslân en Wetterskip Fryslân. Brandweer Fryslân heeft per e-mail op 11 december 2021 aangegeven geen reden te zien tot het maken van opmerkingen danwel het opstellen van een advies.

2.6 Zienswijzen op de ontwerpbeschikking

Van het ontwerp van de beschikking hebben wij kennisgegeven in de Leeuwarder Courant, het Friesch dagblad en op www.mijnoverheid.nl. Van 29 november 2021 tot en met 10 januari 2022 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

2.7 Wijzigingen ten opzichte van de ontwerpbeschikking

Ten opzichte van de ontwerpbeschikking zijn geen wijzigingen aangebracht.

3 INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN MILIEU

3.1 Toetsingskader bij ambtshalve wijziging

Artikel 2.30, lid 1 van de Wabo verplicht het bevoegd gezag regelmatig te bezien of voorschriften die aan een omgevingsvergunning zijn verbonden, nog toereikend zijn gezien de ontwikkelingen op het gebied van technische mogelijkheden tot de bescherming van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.

Op basis van artikel 2.31, lid 1, onder b van de Wabo, wijzigt het bevoegd gezag aan een omgevingsvergunning verbonden voorschriften indien blijkt dat de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu veroorzaakt, gezien de ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu, verder kunnen, of, gezien de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, verder moeten worden beperkt.

Voor deze ambtshalve wijziging hebben wij de eerder verleende revisievergunning van 1 september 2014 getoetst. In voorschrift 1.4.1 is de aanwezigheid van een centraal registratiesysteem voor onder meer de registratie van het energie- en waterverbruik genoemd. Er zijn aan de revisievergunning geen voorschriften over energie-efficiëntie verbonden. Wij voegen daarom ambtshalve dergelijke voorschriften aan deze vergunning toe.

3.2 Overwegingen

Landelijk beleid

In het landelijke beleid zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer worden inrichtingen aan de hand van het jaarlijkse energieverbruik als volgt ingedeeld:

  • -

    kleinverbruikers: minder dan 25.000 m³ aan aardgasequivalenten én minder dan 50.000 kWh elektriciteitsverbruik;

  • -

    middelgrote verbruikers: tussen 25.000 en 75.000 m³ aan aardgasequivalenten en/of tussen 50.000 en 200.000 kWh elektriciteitsverbruik;

  • -

    grootverbruikers: meer dan 75.000 m³ aan aardgasequivalenten en/of meer dan 200.000 kWh elektriciteitsverbruik.

Voor andere energiebronnen dan elektriciteit en aardgas wordt het verbruik uitgedrukt in aardgasequivalenten door de omrekenfactoren te hanteren zoals opgenomen in artikel 2.16d van de Activiteitenregeling.

Midden- en grootverbruikers worden als energierelevant bestempeld en moeten de beste beschikbare technieken (BBT) toepassen om tot een zuinig energieverbruik te komen. Een energiebesparende maatregel moet genomen worden als de terugverdientijd vijf jaar of korter is. Verder moeten midden- en grootverbruikers vierjaarlijks rapporteren over het energieverbruik van de inrichting en welke energiebesparende maatregelen zijn getroffen (informatieplicht energiebesparing).

Uit een per e-mail d.d. 15 november 2021 van uw bedrijf ontvangen opgave blijkt het volgende energieverbruik van de inrichting:

  • -

    2.200 m³ aardgas;

  • -

    75.000 kWh elektriciteit;

  • -

    1.000 liter dieselolie (1.130 Nm³ aan aardgasequivalenten);

  • -

    2.000 liter LPG (1.900 Nm³ aan aardgasequivalenten).

Bovengenoemd verbruik aan dieselolie en LPG heeft alleen betrekking op installaties, werktuigen en/of transportmiddelen binnen de inrichting.

Uit bovengenoemde opgave blijkt dat sprake is van een middenverbruiker. De inrichting is daardoor energierelevant. Hierbij wordt opgemerkt dat het bovengenoemde energieverbruik niet het volledige verbruik op jaarbasis betreft. Het jaarverbruik zal naar verwachting in beperkte mate hoger liggen, zodat nog steeds sprake zal zijn van een middenverbruiker

Voor vergunningplichtige inrichtingen geldt dat de energievoorschriften uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet rechtstreeks werkend zijn. Regels voor energiebesparing worden dan ook via voorschriften in de vergunning geregeld op basis van artikel 5.7 van het Bor. Dat artikel verplicht het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning te verbinden met betrekking tot een doelmatig gebruik van energie en grondstoffen. De inrichting aan De Meerpaal 3 te Drachten neemt geen deel aan het Europese Emissiehandelsysteem (ETS). Aan de omgevingsvergunning kunnen daarom voorschriften worden verbonden met betrekking tot het aspect energie.

Voorschriften energiebesparing

Wij hebben de voorschriften over energiebesparing uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling geïmplementeerd in vergunningvoorschriften over energiebesparing in deze ambtshalve wijziging. Daarmee zijn de energiebesparingsverplichtingen voor de inrichting aan De Meerpaal 3 te Drachten op hetzelfde niveau als de verplichtingen die gelden voor niet-vergunningplichtige inrichtingen (middenverbruikers) waarvoor de energievoorschriften uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling gelden.

Voor het selecteren van energiebesparende maatregelen kan gebruik worden gemaakt van de erkende maatregelenlijsten (EML’s) die zijn opgenomen in bijlage 10 van de Activiteitenregeling. Indien alle vermelde maatregelen bij een geselecteerde activiteit zijn getroffen, wordt voor die activiteit voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of korter. Voor de goede orde merken wij op dat ook voor activiteiten waarin de EML’s niet voorzien, moet worden voldaan aan de bepaling dat maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of korter moeten worden getroffen.

Richtlijn energie-efficiëntie (EED)

De Europese richtlijn Energy Efficiency Directive (ook wel EED genoemd) is in Nederland omgezet in artikel 18 en artikel 18a van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie. De Europese richtlijn heeft als doel 20 procent besparing op het energiegebruik in 2020 (ten opzichte van 2010). De belangrijkste verplichting uit de Europese richtlijn energie-efficiëntie is het uitvoeren van een vierjaarlijkse energie-audit. In het Besluit energie-audit zijn de eisen die worden gesteld aan energie-audits en de verslaglegging hiervan nader gegeven.

De auditplicht geldt voor ondernemingen met meer dan 250 medewerkers (fte) of een jaaromzet groter dan € 50 miljoen en een jaarlijks balanstotaal groter dan € 43 miljoen. Uit de informatie van 15 november 2021 blijkt dat de inrichting aan de Meerpaal 3 in Drachten niet onder de Richtlijn energie-efficiëntie (EED) valt.

Initiatieven energie en duurzaamheid

Uit de informatie van 15 november 2021 blijkt dat de inrichting niet betrokken is bij initiatieven en trajecten op het gebied van energie en duurzaamheid.

3.3 Beoordeling

Uit de informatie van 15 november 2021 is gebleken dat de inrichting aan De Meerpaal 3 te Drachten een energierelevante inrichting is (middenverbruiker). Aan de revisievergunning van 1 september 2014 zijn geen voorschriften over energie-efficiëntie verbonden. Wij verbinden daarom nieuwe voorschriften over energiebesparing aan de vergunning. Hiertoe hebben wij de voorschriften over energiebesparing in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling geïmplementeerd in vergunningvoorschriften. Daarmee zijn de energiebesparingsverplichtingen voor de inrichting op hetzelfde niveau als de verplichtingen die gelden voor niet-vergunningplichtige inrichtingen (middenverbruikers) waarvoor de energievoorschriften uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling gelden.

3.4 Conclusie

Gezien het vorenstaande hebben wij besloten om ambtshalve voorschriften over energiebesparing te verbinden aan de vergunning van 1 september 2014 met kenmerk 2014-FUMO-0000063.

BIJLAGE BEGRIPPEN

BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN (BBT):

Voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende

technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die - kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld.

BOR: Besluit omgevingsrecht

Richtlijn energie efficientie (EED):

De Europese richtlijn Energy Efficiency Directive (ook wel EED genoemd) is in Nederland omgezet in artikel 18 en artikel 18a van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie. De Europese richtlijn heeft als doel 20 procent besparing op het energiegebruik in 2020 (ten opzichte van 2010). De belangrijkste verplichting uit de Europese richtlijn energie-efficiëntie is het uitvoeren van een energie-audit. In het Besluit energie-audit zijn de eisen die worden gesteld aan energie-audits en de verslaglegging hiervan nader gegeven.

IPPC: Integrated Pollution Prevention and Control.

WABO: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

 

Naar boven