Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 187 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 187 | andere beschikking |
Beschikking aanvraag omgevingsvergunning en melding Activiteitenbesluit voor de verandering van de kaasrijping en OASIS, vestiging in Workum
Op 2 november 2021 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van FrieslandCampina Nederland B.V. Het betreft de verandering van de kaasrijping en het project OASIS.
De aanvraag heeft betrekking op de locatie aan de Spoardyk 21 in Workum. De aanvraag is geregistreerd onder het OLO-nummer 6345499.
De volgende activiteiten zijn aangevraagd:
Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan FrieslandCampina Nederland B.V. een omgevingsvergunning:
op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor de verandering van de kaasrijping en OASIS en alle daar bij horende en aangevraagde activiteiten. Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden. Deze staan in de bijlage bij dit besluit.
En tevens besluiten wij dat de volgende documenten deel uit maken van de omgevingsvergunning (*):
(*) Omdat de bovengenoemde bijlagen bij u bekend zijn, worden deze niet gewaarmerkt en niet met de beschikking meegezonden. U kunt deze stukken eventueel ook raadplegen via Omgevingsloket online. De bovengenoemde bijlagen kunnen ten opzichte van de ingediende stukken hernoemd zijn. Aanvragen en meldingen worden verwijderd uit Omgevingsloket online wanneer ze langer dan een jaar niet zijn gewijzigd. Wij adviseren u dan ook, voor uw eigen administratie, de stukken te downloaden van Omgevingsloket online.
De aanvraag omvat tevens een melding voor het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Op grond van het Activiteitenbesluit accepteren we de melding.
De inrichting waarvoor de melding is ingediend, is een type C inrichting op basis van het Activiteitenbesluit. De bedrijfsvoering moet voldoen aan de van toepassing zijnde voorschriften van het Activiteitenbesluit.
De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door verzending van deze beschikking. De dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. Het indienen van een bezwaarschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking is in afwachting van de bezwaarprocedure, kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gedaan bij de Rechtbank Noord-Nederland.
Definitieve constructieve berekeningen en (werk)tekeningen en de sonderingen dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. In de praktijk blijkt dat de periode van drie weken kort is. Als de FUMO fouten ontdekt leidt dit al snel tot vertraging in de bouw. Wij raden u daarom aan om een periode van zes weken aan te houden. U mag pas bouwen als het bevoegd gezag (FUMO) de berekeningen en tekeningen heeft goedgekeurd.
Voor aanvang van de bouw dienen testrapporten van de brandscheiding ter plaatse van de corridor ter beoordeling aan brandweer Fryslân worden overlegd. Kijk nog wel even goed naar de verwijzing naar detail 11 die echt op tekening B-42 staat. 120 minuten is meer dan 60 dus voldoet in de basis wel, maar het komt niet met elkaar overeen.
Het bouwtoezicht dient ten minste drie dagen van tevoren in kennis te worden gesteld van het storten van beton.
De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, Postbus 3347, 8901 DHLEEUWARDEN of info@fumo.nl.
Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen
Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van de bouwverordening en het Bouwbesluit 2012 nodig acht.
De hierboven bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, Postbus 3347, 8901 DHLEEUWARDEN of info@fumo.nl.
De geluidsisolerende maatregelen voor het gebouw ‘technische ruimte NH3’ in paragraaf 3.1 van het akoestisch onderzoek ‘FrieslandCampina melding Kaasrijping in Workum, Geluidonderzoek Kaasrijping 2021’, uitgevoerd door LBP Sight, kenmerk R085400ap.2108IGO.rvw, versie 01_001, van 7 juli 2021, moeten toegepast worden voor het gebouw in gebruik genomen wordt.
Zodra de nieuwe NH3-installatie (ammoniakkoelinstallatie) in gebruik genomen wordt, kunnen enkele bestaande koelcondensors op het dak van de kaasrijping minder in werking worden gesteld. De bedrijfstijden van volcontinu (12 uur in de dagperiode, 4 uur in de avondperiode en 8 uur in de nachtperiode) moeten op dat moment aangepast zijn en voldoen aan de bedrijfstijden opgenomen in tabel 3.2 uit dit akoestisch onderzoek.
Op 2 november 2021 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van FrieslandCampina Nederland B.V.
Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:
Gevraagd wordt om alleen de statische onderdelen van de aanvraag aan de beschikking te verbinden en de dynamische informatie in voorschriften vast te leggen. Hier kunnen wij niet mee instemmen. De aanvraag en de daarbij horende bijlagen waarvan wij vinden dat deze onderdeel uit moeten maken van de beschikking, worden hieraan verbonden.
Wij zijn het bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3 eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 9.3, onder a, van het Bor.
1.3. Beoordeling van de aanvraag
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 23 november 2021 in de gelegenheid gesteld om tot vier weken na de hiervoor genoemde datum de aanvraag aan te vullen. Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 7 december 2021. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. De aanvraag is niet volledig. Wij hebben de aanvrager op 21 december in de gelegenheid gesteld om tot vier weken na de hiervoor genoemde datum de aanvraag aan te vullen. De aanvullende gegevens hebben wij op 21 december 2021 ontvangen, dit maakt dat de procedure niet opschort door dit tweede verzoek. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen. De termijn voor het nemen van het besluit is met twee weken opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld.
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 13 november 2021 overeenkomstig artikel 3.8 Wabo van de aanvraag kennisgegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad.
Wij hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn van 8 weken te verlengen met zes weken als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid van de Wabo. Van deze verlenging is kennisgegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad.
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan de burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân, Brandweer Fryslân en Wetterskip Fryslân.
Het advies van de gemeente Súdwest-Fryslân hebben wij per mail op ontvangen en gaat over de onderdelen “Bouwen van een bouwwerk” en “Het handelen in strijd met het bestemmingsplan”.
Dit wordt behandeld bij de inhoudelijke overwegingen. Over het onderdeel ‘Milieuneutraal veranderen van de inrichting’ heeft de gemeente geen aanleiding gezien om advies uit te brengen.
Het advies van Brandweer Fryslân hebben wij per brief van 15 december 2021 en per e-mail van 3 januari 2022 ontvangen en behandelen wij in de overwegingen.
Het Wetterskip Fryslân heeft ten tijde van het vooroverleg, per brief van 23 november 2021, kenmerk WFRL-395997811-32935-RA, laten weten dat de wijziging niet leidt tot een hoger waterverbruik of en toename van het afvalwater en dat daarom geen aanleiding wordt gezien tot het geven van een inhoudelijk advies.
In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer:
Het aanhaken van de Wnb bij de Wabo is niet van toepassing wanneer al toestemming op basis van de Wnb is verkregen of gevraagd. De aanvraag voor de Wnb is op 6 maart 2020 ingediend. De beoogde verandering van de kaasrijping en project OASIS zijn hierin reeds meegenomen. Op 1 juni 2021 heeft de provincie een positieve weigering van deze Wnb-aanvraag afgegeven (kenmerk 01881655, zaaknummer PF-2020/206459). Dit betekent dat de Wnb niet bij de Wabo-procedure aanhaakt.
De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de in artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.
Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.
De aanvraag is op 15 november 2021 beoordeeld door de onafhankelijke welstandscommissie Hûs en Hiem Welstandsadvisering en Monumentenzorg (verder: de commissie). De commissie is van mening dat de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand (W21SWF307-3).
Wij nemen dit advies van de commissie over. De aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Bouwbesluit 2012 – constructief
Over de ingediende stukken is op hoofdlijn voldoende aannemelijk gemaakt dat voldaan gaat worden aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De uitgewerkte constructieve tekeningen en detail berekeningen ontbreken nog. Definitieve constructieve berekeningen en tekeningen (dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden) ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.
Op grond van de overige ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de voorschriften van de Bouwverordening van de gemeente Súdwest-Fryslân. De aanvraag voldoet aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening.
De gegevens en bescheiden die horen bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Workum - Bedrijventerrein Horsa en Burevaart”.. De gronden zijn voorzien van bestemming “Bedrijfsdoeleinden’ met aanduiding “klasse II’ en ‘zuivelfabriek” (artikel 3 van de regels).
In artikel 3, lib B, sub 2, onder d van het geldende bestemmingsplan is bepaald dat de hoogte van een gebouw ten hoogste de op de kaart in het bouwvlak aangegeven hoogte mag bedragen. In dit bouwvlak is een maximale hoogte van 10 meter aangegeven.
De luchtbehandelingskasten (LBK’s) hebben een hoogte van circa 12,45 meter.
Gelet op het bovenstaande, is het bouwplan in strijd met regels van het geldende bestemmingsplan.
In gevallen waarvoor afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk is, wordt de aanvraag omgevingsvergunning tevens aangemerkt als verzoek tot afwijking van het geldende bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c van de Wabo. De aanvraag omgevingsvergunning wordt slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 (afwijking bestemmingsplan) niet mogelijk is.
Zie ook onderdeel: “Toetsingkader handelen in strijd met het bestemmingsplan”.
2.2. Overige toetsing(en) en adviezen
Het bodemonderzoek bij uw aanvraag omgevingsvergunning is beoordeeld aan de hand van de wet- en regelgeving omtrent bodem.
In het kader van de geplande activiteiten is de bodemkwaliteit geen beperkende factor. Wel dient bij grondverzet en met name daar waar grond moet worden afgevoerd een partijkeuring (AP04) te worden uitgevoerd.
U gaat sloopwerkzaamheden verrichten. Als daarbij asbest wordt verwijderd of de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 m3 zal bedragen, dient u op grond van het Bouwbesluit 2012 een sloopmelding in te dienen. De sloopmelding dient u vier weken voor de voorgenomen aanvang van sloopwerkzaamheden in te dienen.
De melding brandveilig gebruik dient nog aangepast te worden. Voor deze wijziging moet nog een melding brandveilig gebruik ingediend worden.
Een melding brandveilig gebruik dient u vier weken voor de aanvang van het gebruik in te dienen.
OVERWEGINGEN HANDELEN IN STRIJD MET HET BESTEMMINGSPLAN
3. TOETSINGSKADER HANDELEN IN STRIJD MET HET BESTEMMINGSPLAN
De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo), is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
Op grond van het artikel 2.10, tweede lid van de Wabo, is een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen die in strijd is met het geldende bestemmingsplan, ook een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het geldende bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo). De aanvraag omgevingsvergunning kan slechts worden geweigerd indien vergunningverlening voor afwijking van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.12 van de Wabo, niet mogelijk is.
Gelet op het voorgaande genoemd onder 1 (Toetsingskader Bouwen) onder het onderdeel “bestemmingsplan" is het bouwplan in strijd met de regels van het geldende bestemmingsplan.
Voor zover sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c van de Wabo) kan de vergunning op grond van artikel 2.12 van de Wabo alleen worden verleend:
Ad. a. Toetsing binnenplanse afwijking
Het bestemmingsplan voorziet niet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor de geconstateerde strijdigheid.
Ad. b. Toetsing buitenplanse afwijking - kruimelgeval
Op grond van artikel 2.12 eerste lid, onder a, sub 2° van de Wabo, samen met artikel 4, onderdeel 4 van bijlage II van het Bor, kan medewerking worden verleend aan een buitenplanse afwijking – kruimelgeval voor een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw dan wel de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard.
Ad. c. Toetsing buitenplanse afwijking - projectafwijkingsbesluit
Aan een buitenplanse afwijking voor een omgevingsvergunning die is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing (projectafwijkingsbesluit) wordt niet toegekomen, omdat een buitenplanse afwijking - kruimelgeval tot de procedurele mogelijkheden behoort.
Afwijking van het bestemmingsplan is alleen wenselijk indien na een afweging van diverse belangen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Om de navolgende redenen is onzes inziens sprake van een goede ruimtelijke ordening. Wij zijn van mening dat het afwijken van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het afwegingskader vanuit het bestemmingsplan. Onze motivering daarvoor is hierna beschreven.
Planologisch afwijkingenbeleid gemeente Súdwest-Fryslân
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 14 mei 2019 het “Planologisch afwijkingenbeleid” vastgesteld. In deze beleidsnotitie zijn regels opgenomen voor de wijze waarop binnen de gemeente Súdwest-Fryslân planologisch mag worden afgeweken. Het zijn de afwijkingsmogelijkheden die de wetgever het college heeft gegeven op grond van de zogenaamde ‘kruimellijst’. Deze regeling is neergelegd in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.
Wij hebben aan de hand van het beleid beoordeeld of we voor uw plan kunnen afwijken van deze regels. In artikel 3.8.5 van het “Planologisch afwijkingenbeleid staat het volgende vermeld:
Gelijksoortige uitbreidingen van een gebouw en overige uitbreidingen van een bouwwerk met een bouwonderdeel van ondergeschikte aard:
Tot slot heeft de wetgever een restcategorie opgenomen voor gelijksoortige uitbreidingen van een gebouw en voor uitbreidingen van een bouwwerk met een ondergeschikt bouwdeel.
Bij gelijksoortige uitbreidingen kan gedacht worden aan een loggia in een schuin dakvlak.
Onder bouwdelen van ondergeschikte aard vallen onder andere liftopbouwen, schoorstenen, ventilatiekanalen, airco-units en brandtrappen.
De aanvraag voldoet voor het grootste deel aan het geldende bestemmingsplan. Het gebruik en de te realiseren bebouwing past binnen de regels. Echter, de hoogte van de luchtbehandelingskasten is hoger dan de toegestane hoogte van gebouwen.
De luchtbehandelingskasten zijn noodzakelijk voor de uitvoering van het bedrijf. Het is een logisch gevolg dat deze op het dak van het gebouw zijn geplaatst. Ten opzichte van het gebouw zijn deze units ondergeschikt.
De aanvraag voldoet aan de uitgangspunten om af te wijken van het bestemmingsplan, omdat wij de luchtbehandelingskasten als ondergeschikt onderdeel kunnen beoordelen.
Er kan dus medewerking worden verleend middels een buitenplanse afwijking - kruimelgeval.
Gelet op bovenstaande overwegingen is het college van mening dat er geen beletsel is voor het verlenen van de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:
|
a. een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 1,5 kW, met dien verstande, dat bij de berekening van het gezamenlijk vermogen een elektromotor met een vermogen van 0,25 kW of minder buiten beschouwing blijft; c. een of meer voorzieningen of installaties aanwezig zijn voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 130 kW. |
|
|
Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van gassen of gasmengsels, al of niet in samengeperste tot vloeistof verdichte of onder druk in vloeistof opgeloste toestand. |
|
|
Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van de volgende stoffen, preparaten of producten: a. stoffen en preparaten die zijn ingedeeld krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten in een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer. |
|
|
Als categorieën vergunningplichtige inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van dit besluit, worden inrichtingen aangewezen voor de opslag van polyesterhars en stoffen van ADR klasse 5.1 of klasse 8, verpakkingsgroepen II en III, zonder bijkomend gevaar, in bovengrondse opslagtanks met een inhoud van meer dan 10 m3. |
|
|
Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontvlambare of brandbare vloeistoffen. |
|
|
Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van harsen, dierlijke of plantaardige oliën of vetten. |
|
|
Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken of verwerken van voedingsmiddelen, genotmiddelen of grondstoffen daarvoor. |
|
|
Gedeputeerde Staten zijn bevoegd te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning ten aanzien van inrichtingen, behorende tot deze categorie, voor zover het betreft inrichtingen voor het vervaardigen van melkpoeder, weipoeder of andere gedroogde zuivelproducten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.500 kg per uur of meer. |
|
|
Gedeputeerde Staten zijn bevoegd te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning ten aanzien van inrichtingen, behorende tot deze categorie, voor zover het betreft inrichtingen voor het vervaardigen van consumptiemelk, consumptiemelkproducten of geëvaporiseerde melk of melkproducten met een melkverwerkingscapaciteit ten aanzien daarvan van 55.000.000 kg per jaar of meer. |
|
|
Gedeputeerde Staten zijn bevoegd te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning ten aanzien van inrichtingen, behorende tot deze categorie, voor zover het betreft inrichtingen voor het concentreren van melk of melkproducten door middel van indamping met een waterverdampingscapaciteit ten aanzien daarvan van 20.000 kg per uur of meer. |
Op grond van categorie 4.4, onder c, van Bijlage I onderdeel C van het Bor, is sprake van een vergunningplichtige activiteit.
Daarnaast valt het bedrijf onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Op basis van het Bor, bijlage I, onderdeel B, onder 1, onder a, is sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 6.4.c, van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Deze categorie betreft de bewerking en verwerking van uitsluitend melk, met een hoeveelheid ontvangen melk van meer dan 200 ton per dag (gemiddelde waarde op jaarbasis). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:
In de huidige situatie is de kaasrijping reeds vergund maar in meerdere gebouwdelen aanwezig en bestaat het grotendeels uit een losstaand gebouw waardoor transport en verplaatsing niet efficiënt zijn. De kaasrijping wordt daarom verbonden aan de kaasproductie. Daarnaast wordt de laadplaats gecentraliseerd, zodat het transport van gerijpte kaas efficiënter is.
Het project OASIS betreft de aanleg van een nieuwe ijswaterinstallatie voorzien van elektrische warmtepompen om de condensatiewarmte te benutten voor het productieproces. De condensatiewarmte van de ijswaterinstallatie wordt door middel van de warmtepompen opgewerkt naar ±85°C. Dit warme water wordt vervolgens in plaats van stoom ingezet in het productieproces. Door de elektrische uitvoering van de warmtepompen en het verminderde gebruik van stoom in het productieproces wordt het gasverbruik binnen de inrichting beperkt. Project OASIS wordt gerealiseerd ter plaatse van de nieuwe melkontvangst. Voor de bouwkundige activiteiten van project OASIS is al een omgevingsvergunning onderdeel bouw in de veranderingsvergunning van 26 oktober 2021, kenmerk 2021-FUMO-0051680, opgenomen.
Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.
4.1.3. Huidige vergunningsituatie
Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend:
De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunningen zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde veranderingen, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.
In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.
De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor een vergunningplicht (type C inrichting) geldt.
Binnen de gevraagde wijzigingen vinden de volgende activiteiten plaats die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit:
Er moet worden voldaan aan de volgende paragrafen uit het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende Activiteitenregeling, voor zover deze betrekking hebben op de genoemde (deel)activiteiten:
Voor het overige is per hoofdstuk of afdeling aangegeven of deze op een type C inrichting van toepassing is. Dit betekent dat ook hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit van toepassing kunnen zijn. Van belang voor deze vergunning is, of de inrichting ook voor de activiteiten die onder het Activiteitenbesluit vallen voldoet aan de best beschikbare technieken. Voor de overwegingen per milieuthema wordt verwezen naar de desbetreffende paragraaf.
Gelet op artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit dient voor deze activiteiten een melding te worden ingediend. De informatie uit de aanvraag beschouwen wij als deze melding.
4.2. Inleiding toetsingskader milieu
De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt:
De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.
4.3.1. Toetsing gevolgen voor milieu
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:
Geluid: Bij de aanvraag is een akoestisch onderzoek gevoegd (‘FrieslandCampina melding Kaasrijping in Workum, Geluidonderzoek Kaasrijping 2021’, uitgevoerd door LBP Sight, kenmerk R085400ap.2108IGO.rvw, versie 01_001, van 7 juli 2021). Uit het onderzoek blijkt dat er met de gevraagde wijzigingen geen toename van geluid is ten opzichte van het onderzoek uit november 2020 dat ten grondslag ligt aan de geldende veranderingsvergunning van 26 oktober 2021. Voorwaarde is wel dat geluidsisolerende maatregelen aan de technische ruimte NH3, worden getroffen en dat een aantal bestaande bronnen minder gebruikt worden. Wij hebben dit opgenomen in een voorschrift. De geluidbronnen van project OASIS zijn meegenomen in het akoestisch onderzoek behorend bij de veranderingsvergunnning van 26 oktober 2021. Uit dit onderzoek blijkt dat deze bronnen geen gevolgen voor het aspect geluid hebben. Het onderzoek is gekoppeld aan de onderliggende vergunning. Daarom zijn hiervoor geen voorschriften aan de onderhavige beschikking opgenomen vanuit dit onderzoek;
Bodem: Bij de aanvraag zijn meerdere bodemonderzoeken gevoegd. Alle zijn juist uitgevoerd. Het uitgevoerde bodemonderzoek ten behoeve van de wijzigingen van de kaasrijping kan niet dienen als nulsituatieonderzoek. Een groot deel van de locatie is onderzocht maar een deel van de locatie niet. Nu het gaat om een bestaande locatie is geen nieuw nulsituatieonderzoek voor milieu nodig. Het bodemonderzoek dat uitgevoerd is aan de zuidoost zijde van de bestaande locatie (bestemd voor onder andere de melkontvangst en project OASIS) kan wel dienen als nulsituatieonderzoek. Omdat de bouw van het gebouw voor project OASIS in de onderliggende veranderingsvergunning is verleend, hoeft dit niet nogmaals vastgelegd te worden in deze beschikking.
Energie: De beoogde verandering van de kaasrijping wordt volgens de best beschikbare technieken uitgevoerd waarbij de kaasrijping verbeterd wordt op kwaliteit en efficiëntie. Oude installaties worden vervangen voor nieuwe installaties. Het veranderen van de kaasrijping zal hiermee resulteren in een vermindering van het energieverbruik.
Project OASIS heeft als doel het gasverbruik binnen de inrichting te beperken. De nieuwe ijswaterinstallatie van project OASIS is voorzien van elektrische warmtepompen om de condensatiewarme te benutten voor het productieproces. Het warme water wordt in plaats van stoom ingezet in het productieproces. Het opwekken van stoom door het verbranden van aardgas wordt vervangen door het opwekken van warm water door elektrische warmtepompen waarmee het gasverbruik binnen de inrichting wordt beperkt. Het vervangen van de oude ijswaterinstallaties door een nieuwe ijswaterinstallatie, zorgt voor een lager elektriciteitsverbruik. Voor het gebruik van de warmtepompen is meer elektriciteitsverbruik nodig.
De Europese Unie heeft een systeem van CO2-emissiehandel (ETS) ingevoerd dat bepaalde energie-intensieve inrichtingen met een aanzienlijke CO2-uitstoot verplicht CO2 rechten te kopen en de mogelijkheid geeft het teveel aan rechten eventueel te verkopen. De vergunninghouder is verplicht om aan CO2-emissiehandel deel te nemen. De inrichting valt onder ETS. Artikel 5.12 van het Besluit omgevingsrecht verbiedt het bevoegd gezag om voor deze installaties voorschriften te verbinden aan de vergunning ter bevordering van een zuinig gebruik van energie. Daarom wordt voor de inrichting geen voorschriften voor energie opgenomen.
Externe veiligheid: Bij de aanvraag is de Notitie ‘FrieslandCampina B.V. te Workum – Toetsing Bevi en Brzo’, opgesteld door Tauw bv, kenmerk N001-127699FHB-V04-ssc-NL, van 28 oktober 2021, gevoegd. Bij de aanvraag is ook een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) gevoegd: ‘FrieslandCampina Workum – Kwantitatieve risicoanalyse’, opgesteld door Tauw bv, kenmerk R006-1271699FHB-V03-ssc-NL, van 28 oktober 2021. Uit deze bijlagen en de projecttoelichting komen wij tot de volgende beoordeling:
De ijswaterinstallatie bevat een warmtewisselaar (falling film cooler) die water naar de gewenste temperatuur koelt en hiermee de koeling binnen de inrichting regelt. Het ammoniak, hetgeen onderdeel uitmaakt van het totale gesloten systeem, is een warmte dragend medium tussen Falling Film en de warmtepompen. Hierdoor wordt met behulp van de warmtepompen water met een temperatuur van ±85°C opgewekt. Dit warme water wordt vervolgens via een warmwaterleiding (heating grid) door de inrichting verspreid naar diverse verbruikers.
De ijswaterinstallatie heeft een inhoud van maximaal 2.500 kg ammoniak aan koelmiddel. Met de gevraagde veranderingen is dus geen sprake van een toename van de hoeveelheid ammoniak.
De bestaande koelinstallaties 030, 040, 050 wijzigen niet.
Deze nieuwe koelinstallatie dient te worden ogenomen in het risicoregister gevaarlijke stoffen en dient te worden getoetst aan de afstanden van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi).
In de aanvraag is aangegeven dat het ontwerp (opstellingsuitvoering) nog niet bekend is.
Dit heeft echter wel gevolgen voor de toetsing van de hiervoor relevante PR 10-6 afstand uit het Revi en de afstand tot objecten buiten de inrichting.
In de QRA is het volgende aangegeven:
Omdat het exacte ontwerp van de beoogde installatie nog niet bekend is, kan er nog geen uitspraak gedaan worden over de opstellingsuitvoering van deze installatie. Bij het ontwerp en de plaatsing van de installatie zal FrieslandCampina Workum daarom de afstanden uit het RIVM rapport in ogenschouw nemen, om te voorkomen dat de installatie (bij een volledige vulling van 2.800 kg ammoniak) een PR 10-6- contour buiten de inrichting zal krijgen.
Noot: Alleen een opstellingsuitvoering 1 en 2 heeft volgens het Revi geen PR 10-6 afstand die in acht moet worden genomen. Bij opstellingsuitvoering 3 is dit 45 meter.
Het energiegebouw komt te liggen op een afstand < 10 meter tot de grens van de inrichting. Het energiegebouw bevindt zich op gronden met de bestemming “bedrijf” zoals vastgelegd in het bestemmingsplan “Wijzigingsplan Workum- uitbreiding Friesland Campina” , vastgesteld d.d. 13-7-2021.Aan de Spoardyk 25 bevindt zich een woon- en bijeenkomstfunctie. De afstand tussen het energiegebouw en dit gebouw is ca. 30 meter. Er wordt voldaan aan de PR 10-6 afstand voor opstellingsuitvoering 1 en 2 maar niet voor opstellingsuitvoering 3. Wij zullen daarom in de voorschriften opnemen dat alleen een ammoniakkoelinstallatie met opstellingsuitvoering 1 of 2 is toegestaan.
Koelinstallatie cellen 2, 4 en 5
Dit betreft een bestaande koelinstallatie die nu wordt gevuld met ammoniak met een inhoud van1200 liter. Deze koelinstallatie valt niet onder het Revi. Hiervoor gelden de voorschriften van het Activiteitenbesluit.
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)
Op grond van artikel 2, eerste lid onder g, valt de inrichting onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dit betreft de bestaande koelinstallatie DE010 met een inhoud van 2173 kg ammoniak.
Op grond van artikel 4, vijfde lid, betreft het een zogenaamde categoriale inrichting. Dit betekent dat door ons is getoetst aan de in de Revi genoemde afstanden tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.
Bij de aanvraag is een QRA opgenomen, document “Friesland Campina Workum – Kwantitatieve risicoanalyse” d.d. 28-10-2021. De nu aangevraagde koelinstallatie is niet in de modellering opgenomen, omdat deze geen RP 10-6 contour buiten de inrichtingsgrens zal opleveren. Vanwege de beperkte inhoud en het vastleggen van de opstellingsuitvoering kunnen wij hiermee instemmen. De in de QRA berekende PR 10-6 contour ligt binnen de inrichtingsgrens. Wij hebben de reeds vergunde activiteiten die in de modellering zijn meegenomen als zodanig dan ook niet inhoudelijk beoordeeld. Deze beoordeling dient plaats te vinden bij een eerstvolgende revisie van de vergunning.
De voorgenomen verandering heeft betrekking op de vervanging van de bestaande koelinstallatie door een nieuwe koelinstallatie OASIS met een inhoud van 2500 kg. Voor de bestaande installatie geldt geen vaste PR 10-6 afstand.
De nieuwe koelinstallatie wordt gesitueerd in het energiegebouw 80 op het nieuwe terreingedeelte aan de Parallelwei. Voor de beoordeling of met de voorgenomen verandering sprake is van nadelige gevolgen voor het plaatsgebonden risico, hebben wij de aangevraagde opstellingsuitvoering getoetst aan de afstanden van de regeling.
In de aanvraag is aangegeven dat de exacte opstellingsuitvoering van de installatie nog niet is bepaald en dat nieuwe koelinstallatie niet resulteert in een PR 10-6 contour buiten de inrichtingsgrens.
In de nabijheid van de nieuwe installatie bevindt zich een beperkt kwetsbaar object aan de Spoardyk 25. Dit object ligt op ca. 30 meter van het energiegebouw. Voor de nu aangevraagde koelinstallatie geldt voor een opstellingsuitvoering 3 bij een werktemperatuur van > -5°C- 0°C zoals bedoeld in bijlage 1 tabel 6 van het Revi een afstand van 35 meter tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Bij een opstellingsuitvoering 1 of 2 geldt geen PR 10-6 afstand. Wij zien daarom aanleiding om de opstellingsuitvoering 1 of 2 in deze vergunning vast te leggen. Hiermee heeft de aangevraagde verandering geen nadelige gevolgen voor het plaatsgebonden risico. Op grond van artikel 4, derde lid en artikel 12, eerste lid van het Bevi is geen beoordeling van het plaatsgebonden risico nodig.
Ten aanzien van het groepsrisico merken wij het volgende op. In de vigerende vergunning d.d. 16-8-2011 is het groepsrisico niet verantwoord omdat de vergunde ammoniakkoelinstallaties niet zijn gewijzigd. Brandweer Fryslân heeft voor onderhavige aanvraag op 15 december 2021 advies uitgebracht ten aanzien van de bereikbaarheid ven bluswatervoorzieningen. Wij zien daarom aanleiding om deze aspecten alsnog te betrekken bij het groepsrisico ongeacht dat dat voor de aangevraagde wijziging geen sprake is van een invloedsgebied zoals bedoeld in bijlage 2 tabel 3 van de Revi.
Het Registratiebesluit externe veiligheid geeft aan welke inrichtingen en welke informatie opgenomen moet worden in het Risicoregister. Daarnaast moeten ook inrichtingen die vallen onder de reikwijdte van de Regeling provinciale risicokaart worden opgenomen in het register. De criteria van het besluit en de regeling zijn samengevoegd in de drempelwaardentabel die is opgenomen in de Leidraad Risico Inventarisatie. De inrichting valt onder de criteria van het Registratiebesluit en/of de Regeling; na afronding van de vergunningprocedure worden de gegevens in het risicoregister geactualiseerd. Het id-nummer van de inrichting is 18379.
In de QRA is aangegeven dat de nieuwe koelinstallatie voldoet aan PGS 13.
Voor de beoordeling of voor de nu aangevraagde koelinstallatie de voorschriften uit de vigerende vergunning nog toereikend zijn, is de vigerende vergunning geraadpleegd. Ten tijde van dit besluit was PGS 13:2009 het actuele BBT-document. Dit is nu ook nog steeds de actuele versie. PGS 13:2021 NS is inmiddels vastgesteld. In principe kan deze PGS voor de nu aangevraagde koelinstallatie worden toegepast. Wij hebben besloten om voor de nieuwe koelinstallatie OASIS aan te sluiten bij de PGS 13:2021 NS. Dit hebben wij opgenomen in de voorschriften.
Brandweer Fryslân heeft per brief van 15 december 2021, voor het milieudeel van de aanvraag, geadviseerd om:
Na te gaan of de conclusie in de QRA ten aanzien van het modelleren van de ammoniakkoelinstallaties correct is en zo nodig aan te laten passen.
Reactie: Zie onze overwegingen hierboven. De QRA valt buiten de beoordeling van deze aanvraag. Wij zijn akkoord om de nieuwe installatie niet op te nemen in het rekenmodel en te toetsen aan de vaste afstanden van het Revi;
Reactie: Dit is voorgeschreven in de PGS13:2021 NS . Deze maatregelen zijn opgenomen in de voorschriften. Daarnaast is de aanwezigheid van noodstopknoppen een verplichting op grond van het Warenwetbesluit machines, zoals ook is aangegeven in de PGS 13. Dit besluit is rechtstreeks werkend, daarom kunnen en hoeven wij dit niet op te nemen in de voorschriften.
De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting.
De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.
Hiermee is er sprake van een milieuneutrale wijziging.
In deze beschikking zijn voorschriften opgenomen. Aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.
4.3.2. Toetsing andere inrichting
Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
4.3.3. Toetsing milieueffectrapport
De activiteit van de inrichting wordt als zodanig genoemd in bijlage D van het Besluit m.e.r.
D 36: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie van een zuivelfabriek waarbij de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 30.000 ton per jaar of meer.
De aanvraag heeft betrekking op het veranderen van de kaasrijping en het project OASIS. De verandering betreft niet de uitbreiding of wijziging van de productie of een nieuwe installatie van een zuivelfabriek. Er is dan ook geen sprake van het oprichten van een nieuwe installatie of het wijzigen van een installatie dan wel het uitbreiden van een nieuwe installatie als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Er is daarom geen sprake van een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer of een m.e.r.-beoordeling.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
In deze beschikking zijn de voor deze activiteit relevante voorschriften opgenomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2023-187.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.