Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 184 | andere beschikking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2023, 184 | andere beschikking |
Beschikking Wet algemene bepalingen omgevingsrecht RWZI/SOI Heerenveen Wetterwille 4 te Heerenveen
Op 31 januari 2022 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Wetterskip Fryslân. Het betreft het realiseren en in bedrijf nemen van een installatie voor het opslaan en doseren van metaalzouten voor het binden van fosfaat in het afvalwater. Dit ter vervanging van de bestaande ijzersulfaatdoseerinstallatie. Ook wordt de bestaande Eurallijst aangevuld met twee nieuwe Euralcodes. De aanvraag heeft betrekking op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) aan de Wetterwille 4 te Heerenveen. De aanvraag is geregistreerd onder kenmerk 2022-FUMO-0061196 en olo-nummer 6507089.
Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan Wetterskip Fryslân een (omgevings)vergunning te verlenen:
op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) voor het vervangen van de bestaande ijzersulfaatdoseerinstallatie door een een nieuwe opslag- en doseerinstallatie voor ijzerchloride (FeCl3), of vergelijkbaar metaalzout en het aanvullen van de bestaande eurallijst met twee nieuwe euralcodes.
Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden voor de activiteit bouwen en milieu. Deze staan in de bijlage bij dit besluit.
Deze beschikking tot verlenen van de omgevingsvergunning is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.
Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân
Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies
Het (ver)bouwen van een bouwwerk
De hierboven bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, Postbus 3347, 8901 DH LEEUWARDEN of info@fumo.nl.
Op 31 januari 2022 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Wetterskip Fryslân. De aanvraag heeft betrekking op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) aan de Wetterwille 4 te Heerenveen.
Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:
Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3 eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 28.4.c van het Bor. Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 5.3.b van de Richtlijn industriële emissies.
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.
Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 5 februari 2022 overeenkomstig artikel 3.8 Wabo van de aanvraag kennis gegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad. Ook is kennis gegeven in het Provinciaal Blad Fryslân via https://www.officielebekendmakingen.nl.
Wij hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn van 8 weken te verlengen met 6 weken als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid van de Wabo. Van deze verlenging is kennis gegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad. Ook is kennis gegeven in het Provinciaal Blad Fryslân via https://www.officielebekendmakingen.nl.
In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan de volgende instanties:
Wij hebben op 3 maart 2022 per e-mail een advies van Brandweer Fryslân ontvangen. Brandweer Fryslân adviseert:
Voor onze reactie op dit onderdeel van het advies verwijzen naar bladzijde 10 van deze beschikking.
Wij hebben op 28 maart 2022 per e-mail een advies ontvangen van Wetterskip Fryslân. Wetterskip Fryslân adviseert:
In de onderhavige situatie valt de lozing van de rioolwaterzuiveringsinstallatie Heerenveen onder het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling activiteitenbesluit. Wij zijn van mening dat de wijzigingen niet leiden tot een mogelijk te veroorzaken verontreiniging van het oppervlaktewater en schade aan de doelmatige werking van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Verontreinigingen kunnen in voldoende mate worden tegengegaan en voorkomen door de algemene regels zoals gesteld in het Activiteitenbesluit. De toe te passen metaalzouten zijn echter nog niet getoetst aan de Algemene Beoordelings Methodiek. Voorafgaand aan het gebruik van deze hulpstoffen dient toetsing plaats te vinden en daarom adviseren wij om hiervoor een voorschrift op te nemen.
De RWZI loost rechtstreeks op het oppervlaktewater. Het door het Wetterskip bedoelde voorschrift gaat over de lozing van stoffen op het oppervlaktewater, de lozing valt onder de Waterwet en niet onder de Wabo. De lozing van de RWZI valt onder het Activiteitenbesluit (AB). Ook het gebruik van stoffen in de RWZI valt onder het AB. Het AB zijn geen regels gesteld over de ABM. Mogelijk kan het Wetterskip dit zelf regelen in een maatwerkvoorschrift op grond van de zorgplichtbepaling van het AB.
Wij nemen het advies van het Wetterskip niet over.
In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer:
De aanvrager van de omgevingsvergunning is zelf verantwoordelijk om vooraf na te gaan of een activiteit invloed heeft op Natura 2000-gebieden en/of beschermde flora en fauna.
De gevraagde veranderingen zijn geen project waarvoor op grond van de Wnb een vergunningplicht bestaat. Een omgevingsvergunning natuur voor Natura 2000-activiteiten is daarom niet van toepassing.
De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de daarvoor gestelde toetsingscriteria.
Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de relevante voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Op grond van de ingediende stukken ten behoeve van deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat er wordt voldaan aan het Bouwbesluit 2012.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de relevante voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. Wij zijn van mening dat de aanvraag voldoet aan de voorschriften van de bouwverordening.
Het kadastrale perceel Gemeente Tjalleberd, sectie F, nummer 1268 plaatselijk bekend Wetterwille 4 te Heerenveen is gelegen in een gebied waarvoor de beheersverordening ‘Kanaal-Oost van toepassing is. In deze beheersverordening hebben de gronden de bestemming ‘Bedrijf ‘ (artikel 4 van de regels).
Op grond van artikel 2 van de beheersverordening geldt ten aanzien van het gebruik, het bouwen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden ter plaatse van het besluitvlak '2' de regels zoals opgenomen in Bijlage B.
Op basis van artikel 4, lid 4.1 van bijlage B zijn de voor ‘Bedrijf ‘ aangewezen gronden bestemd voor bedrijven genoemd in bijlage 2, onder categorie categorieën 1, 2, 3.1, 3.2, 4.1, 4.2, 5.1 en 5.2, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de klasse-aanduiding 'II'.
Het bouwplan is in overeenstemming met de regels van de beheersverordening.
De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.
De aanvraag is op 4 april 2022 beoordeeld door de onafhankelijke welstandscommissie Hûs en Hiem Welstandsadvisering en Monumentenzorg (verder: de commissie). De commissie is van mening dat de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand (zie welstandsadvies met kenmerk W22HRC052-1).
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op ‘bouwen van een bouwwerk’ zijn er ten aanzien van deze activiteit geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:
Op grond van categorie 28.10 van het Bor is sprake van een vergunningplichtige activiteit.
Het betreft ook een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 5.3.b van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.
Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:
Het realiseren en in bedrijf nemen van een installatie voor het opslaan en doseren van metaalzouten t.b.v. het binden van fosfaat in het afvalwater. Tevens wordt de bestaande Eurallijst voor de inrichting aangevuld met twee nieuwe Euralcodes.
De nieuwe defosfateringsinstallatie bestaat uit een bovengrondse dubbelwandige, kunststof opslagtank met een nuttige inhoud van ca. 25 m3. De opslagtank wordt voorzien van een nieuwe, bijbehorende vulkast, doseerinstallatie en veiligheidsvoorzieningen De bestaande oplosinstallatie voor ijzersulfaat zal volledig worden gesloopt.
De nieuwe euralcodes die worden aangevraagd betreffen:
Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.
Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:
De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.
De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunningen zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten. Voor de nieuwe opslagtank voor ijzerzouten zijn bij deze beschikking voorschriften opgenomen. De voorschriften 7.6.1 tot en met 7.6.10 uit de revisievergunning van 23 januari 2008 zijn niet van toepassing op de nu aangevraagde opslagtank.
In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.
De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt.
De nu aangevraagde veranderingen betreffen geen activiteiten die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit kunnen wel van toepassing zijn.
Toetsingskader milieuneutraal veranderen
De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt:
De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.
Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:
De opslag- en doseerinstallatie voor metaalzouten vormt geen relevante geluidsbron. Het aantal transportbewegingen blijft vrijwel gelijk.
De verandering heeft geen invloed op het aspect geluid.
De opslag- en doseerinstallatie voor metaalzouten vormt geen relevante bron voor geur- of luchtemssies.
De verandering heeft geen invloed op het aspect lucht en geur.
Op de lozing van het effluent van de RWZI is de Waterwet van toepassing. De lozingsvoorschriften voor RWZI’s staan in het Activiteitenbesluit. De lozing van afvalwater valt daarom niet onder de omgevingsvergunning. Ondanks dat kunnen we hierbij ook vermelden dat de verandering eerder zal leiden tot een verbetering van het verwijderingsrendement van fosfor (P) dan een vermindering. Dit komt volgens het Wetterskip doordat de nieuwe defosfateringsinstallatie de mogelijkheid biedt om de hoeveelheid ijzer nauwkeuriger te doseren.
De opslag van metaalzouten is een potentieel bodembedreigende activiteit. De activiteit moet voor wat betreft het aspect bodem voldoen aan Afdeling 2.4 van het Activiteitenbesluit. Op basis van een combinatie van voorzieningen en maatregelen moet een verwaarloosbaar bodemrisico volgens de NRB worden gerealiseerd. Op basis van de gegevens in de aanvraag kunnen we concluderen dat aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit kan worden voldaan.
De verandering leidt niet tot een toename van de risico’s voor de bodem.
Voor het aspect externe veiliheid zijn er geen gevolgen. De opslag van metaalzouten is ook al vergund in de revisievergunning van 23 januari 2008.
Voor opslagtanks van metaalzouten is in 2018 de nieuwe richtlijn PGS-31 vastgesteld. De voorschriften van de onderliggende vergunning zijn nog niet op deze richtlijn gebasseerd. Voor de nieuwe tank is het beter is om deze te controleren op de nieuwe voorschriften. Daarom hebben we bij deze beschikking nieuwe voorschriften opgenomen voor de opslag van metaalzouten. Hierdoor zal de opslag voldoen aan de meest recente milieu- en veiligheidsvoorschriften.
Hiermee wordt tevens tegemoetgekomen aan het advies van de brandweer.
De nieuwe opslag van metaalzouten leidt niet tot grotere risico’s voor de omgeving.
Het energieverbruik van de nieuwe de fosfateringsinstallatie beperkt zich tot het verbruik van de doseerpompen. Dit is vergelijkbaar met het verbruik van de doseerpompen van de bestaande defosfateringsinstallatie. Bij de aanschaf van de pompen moet rekening worden gehouden met een zo laag mogelijk energieverbruik.
De verandering leidt voor het aspect energie niet tot grotere milieugevolgen.
De aard van de nieuw aangevraagde afvalstoffen met euralcodes:
komt grotendeels overeen met de reeds vergunde afvalstoffen.
Bij de aanvraag is een gewijzigd Acceptatie- en verwerkingsbeleid (A&V-beleid) gevoegd.
In het A&V-beleid is voor beide bovengenoemde afvalstoffen beschreven dat bewerking plaats zal vinden in de waterlijn van de RWZI.
Het betreft afvalwater van bedrijven van particulieren die niet zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering, waarvan de kwaliteit vergelijkbaar is met het communale afvalwater.
Het nieuwe bij de aanvraag gevoegde A&V-beleid is gebaseerd op LAP3. Het beschreven A&V-beleid en de AO/IC voldoen aan de minimale onderdelen zoals die in het LAP zijn beschreven. Het beleid voldoet ook aan het gestelde in voorschrift 5.1.10 van de ambtshalve wijziging in verband met de Actualisatie over LAP3 van 18 februari 2020 (2019-FUM0-0036207).
De nieuwe euralcodes leiden niet tot andere of grotere gevolgen voor het aspect afvalstoffen.
De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting.
De verandering leidt tot geen andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.
Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.
Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen niet zijn vermeld in de eerste kolom van onderdeel C en/of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
In deze beschikking zijn voor de opslag van ijzerchloride voorschriften opgenomen. De voorschriften 7.6.1 tot en met 7.6.10 in de revisieverguning van 23 januari 2008 gelden voor de bestaande en vergunde opslag van ijzerchloride bij de slibontwateringsinstallatie. Deze bestaande opslagtanks zullen binnenkort buiten gebruik worden gesteld. Voor opslagtanks van ijzerchloride is in 2018 een nieuwe richtlijn PGS-31 vastgesteld. De voorschriften van de onderliggende vergunning zijn nog niet op deze richtlijn gebaseerd.
De voorschriften in de onderliggende beschikking bieden een uitstekend beschermingsniveau voor de bestaande opslagtanks. Voor de nieuwe tank is het beter is om deze te controleren op de nieuwe voorschriften.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2023-184.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.