Beschikking Wet algemene bepalingen omgevingsrecht RWZI/SOI Heerenveen Wetterwille 4 te Heerenveen

Onderwerp

Op 31 januari 2022 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Wetterskip Fryslân. Het betreft het realiseren en in bedrijf nemen van een installatie voor het opslaan en doseren van metaalzouten voor het binden van fosfaat in het afvalwater. Dit ter vervanging van de bestaande ijzersulfaatdoseerinstallatie. Ook wordt de bestaande Eurallijst aangevuld met twee nieuwe Euralcodes. De aanvraag heeft betrekking op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) aan de Wetterwille 4 te Heerenveen. De aanvraag is geregistreerd onder kenmerk 2022-FUMO-0061196 en olo-nummer 6507089.

Besluit

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan Wetterskip Fryslân een (omgevings)vergunning te verlenen:

  • op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a (het bouwen van een bouwwerk) voor een bovengrondse opslagtank met doseerinstallatie voor opgeloste metaalzouten;

  • op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) voor het vervangen van de bestaande ijzersulfaatdoseerinstallatie door een een nieuwe opslag- en doseerinstallatie voor ijzerchloride (FeCl3), of vergelijkbaar metaalzout en het aanvullen van de bestaande eurallijst met twee nieuwe euralcodes.

Tevens besluiten wij:

  • dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning:

    • o

      Aanvraagformulier met aanvraagnummer 6507089, van 31 januari 2022;

    • o

      Bijlage 1 Toelichting bij aanvraag milieuneutrale wijziging Vervanging defosfateringsinstallatie RWZI Heerenveen (d.d. 1 februari 2022);

    • o

      Tekening bijlage 3 - Overzichtstekening leidingen terrein (nr. 1.2.15.176 R) d.d. 19-01-2022;

    • q

      Tekening bijlage 4a - Overzichtstekening bestaand-sloop en nieuw (nr. 1.2.15.36) d.d. 24-01-2022;

    • o

      Tekening bijlage 4b - Aanzichten bestaand en nieuw (nr.1.2.15.137) d.d. 24-01-2022;

    • o

      Tekening bijlage 4c - Aanzichten-doorsnede en details (nr. 1.2.15.139) d.d. 18-08-2021;

    • o

      Bijlage 5a - Luchtfoto te slopen defosfateringsstation in rode cirkel ongedateerd;

    • o

      Tekening bijlage 5b - Oude situatie + sloop (nr. 1.2.15.138) d.d. 16-07-2021;

    • o

      Bijlage 6a – Berekening Fundering ijzerchloridestation d.d. 09-09-2021;

    • o

      Tekening bijlage 6b - Betonplaat opstelplaats tankwagen FeCl3 (nr. 1-2-15-187) d.d. 15-12-2021;

    • o

      Tekening bijlage 6c - Betonplaat FeCl3 aanzichten-doorsnede (nr. 1-2-15-188) d.d. 15-12-2021;

    • o

      Bijlage 12 – Rapport Opslag van stoffen (ongedateerd);

    • o

      Bijlage 13 – Rapport Instructie 422 astransporten - AV beleid ongedateerd.

Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden voor de activiteit bouwen en milieu. Deze staan in de bijlage bij dit besluit.

Procedure

Deze beschikking tot verlenen van de omgevingsvergunning is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.

Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân

S.G.C. Boender

Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies

Bijlage(n):

Voorschriften bouwen

Voorschriften milieuneutrale verandering

Overwegingen

Kopie:

Gemeente Heerenveen

Postbus 15.000

8440 GA HEERENVEEN

 

Wetterskip Fryslân

Team vergunningverlening

Postbus 36

8900 AA LEEUWARDEN

 

Brandweer Fryslân

Postbus 612

8901 BK LEEUWARDEN

 

Koopmans Technoconsult

De heer [naam]

[naam@kpnmail.nl

Voorschriften

Bouwen

  • 1

    Het (ver)bouwen van een bouwwerk

    • 1.1

      Van toegepaste materialen en bouwdelen dienen productcertificaten, die aantonen dat de betreffende materialen en bouwdelen voldoen aan de voorschriften in het Bouwbesluit 2012, op de bouwplaats aanwezig te zijn.

       

      Kennisgeving aanvang.

    • 1.2

      Het bouwtoezicht dient ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden gesteld:

      • a)

        De aanvang van de werkzaamheden.

    • Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden.

      • a)

        Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.

    • De hierboven bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, Postbus 3347, 8901 DH LEEUWARDEN of info@fumo.nl.

       

      Verbod tot ingebruikneming.

    • 1.3

      Na de bouw van een bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning is verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet:

      • a)

        het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het bouwtoezicht;

      • b)

        er is niet gebouwd overeenkomstig de omgevingsvergunning.

Voorschriften

Milieu

  • 1.1

    Opslag van metaalzouten in bovengrondse tankinstallaties (PGS 31)

  • 1.1.1

    De tankinstallatie voor de opslag van metaalzouten moet met inbegrip van alle direct daaraan gerelateerde activiteiten voldoen aan de volgende voorschriften van de richtlijn PGS 31 (2018, versie 1.1):

    • a.

      Constructie en installatie van de tankinstallatie

      2.2.1 tot en met 2.2.21, met uitzondering van 2.2.3, 2.2.12, 2.2.13 en 2.2.14;

    • b.

      Bereikbaarheid van de opslagtank

      2.2.22 en 2.2.23;

    • c.

      Gebruik van de tankinstallatie

      3.1.1, 3.1.2 en 3.2.1 tot en met 3.2.4;

    • d.

      Vullen van de opslagtank vanuit een tankwagen

      3.2.5 tot en met 3.2.8, 3.2.14 tot en met 3.2.19 met uitzondering van 3.2.16 en 3.2.17;

    • e.

      Keuring, controle, onderhoud, registratie en documentatie, Installatiecertificaat

      5.2.1 tot en met 5.2.3;

    • f.

      Periodieke keuring tankinstallaties

      5.3.1, 5.3.4 en 5.3.5;

    • g.

      Onderhoud aan de tankinstallatie

      5.3.6 en 5.3.7;

    • h.

      Registratie en documentatie

      5.6.1 tot en met 5.6.3;

    • i.

      Het reinigen van de opslagtank

      5.7.1;

    • j.

      Buiten gebruik stellen van de opslagtank

      5.8.1;

    • k.

      Veiligheids- en beheersmaatregelen

      6.2.1 en 6.2.3;

    • l.

      Bereikbaarheid

      6.3.1 en 6.3.2;

    • m.

      Maatregelen voor brandveiligheid, Interne veiligheidsafstanden

      6.4.1 tot en met 6.4.6 met uitzondering van 6.4.4 en 6.4.5;

    • n.

      Incidenten met gemorste gevaarlijke stoffen

      6.8.1 tot en met 6.8.3.

Overwegingen

Procedurele aspecten

Gegevens aanvraag

Op 31 januari 2022 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Wetterskip Fryslân. De aanvraag heeft betrekking op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) aan de Wetterwille 4 te Heerenveen.

Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:

  • Het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, lid 1, onder a);

  • Het milieuneutraal veranderen van de inrichting of van de werking van de inrichting (artikel 2.1, lid 1, onder e, onder 2° en artikel 2.14, lid vijfde juncto artikel 3.10, derde lid).

Bevoegd gezag

Wij zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3 eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 28.4.c van het Bor. Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 5.3.b van de Richtlijn industriële emissies.

Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.

Procedure

Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 5 februari 2022 overeenkomstig artikel 3.8 Wabo van de aanvraag kennis gegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad. Ook is kennis gegeven in het Provinciaal Blad Fryslân via https://www.officielebekendmakingen.nl.

Wij hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn van 8 weken te verlengen met 6 weken als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid van de Wabo. Van deze verlenging is kennis gegeven in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad. Ook is kennis gegeven in het Provinciaal Blad Fryslân via https://www.officielebekendmakingen.nl.

Adviezen

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan de volgende instanties:

  • -

    Burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen;

  • -

    Wetterskip Fryslân;

  • -

    Brandweer Fryslân.

Wij hebben op 3 maart 2022 per e-mail een advies van Brandweer Fryslân ontvangen. Brandweer Fryslân adviseert:

  • -

    voor bouwen: voor het onderdeel brandveiligheid akkoord te gaan met de aanvraag;

  • -

    voor milieu: de voorschriften van de PGS 31 van toepassing te laten zijn op deze aanvraag. De brandweer ziet op voorhand geen belemmeringen

Voor onze reactie op dit onderdeel van het advies verwijzen naar bladzijde 10 van deze beschikking.

Wij hebben op 28 maart 2022 per e-mail een advies ontvangen van Wetterskip Fryslân. Wetterskip Fryslân adviseert:

  • In de onderhavige situatie valt de lozing van de rioolwaterzuiveringsinstallatie Heerenveen onder het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling activiteitenbesluit. Wij zijn van mening dat de wijzigingen niet leiden tot een mogelijk te veroorzaken verontreiniging van het oppervlaktewater en schade aan de doelmatige werking van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Verontreinigingen kunnen in voldoende mate worden tegengegaan en voorkomen door de algemene regels zoals gesteld in het Activiteitenbesluit. De toe te passen metaalzouten zijn echter nog niet getoetst aan de Algemene Beoordelings Methodiek. Voorafgaand aan het gebruik van deze hulpstoffen dient toetsing plaats te vinden en daarom adviseren wij om hiervoor een voorschrift op te nemen.

Onze reactie hierop is:

De RWZI loost rechtstreeks op het oppervlaktewater. Het door het Wetterskip bedoelde voorschrift gaat over de lozing van stoffen op het oppervlaktewater, de lozing valt onder de Waterwet en niet onder de Wabo. De lozing van de RWZI valt onder het Activiteitenbesluit (AB). Ook het gebruik van stoffen in de RWZI valt onder het AB. Het AB zijn geen regels gesteld over de ABM. Mogelijk kan het Wetterskip dit zelf regelen in een maatwerkvoorschrift op grond van de zorgplichtbepaling van het AB.

Wij nemen het advies van het Wetterskip niet over.

Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer:

  • 1.

    een activiteit plaatsvindt in of om een Natura 2000-gebied en deze activiteit de kwaliteit van de habitats en de habitats van soorten verslechtert (handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden), en/of;

  • 2.

    een activiteit plaatsvindt waarbij in onvoldoende mate sprake is van het beschermen van inheemse plant- en diersoorten en het bewaken van de biodiversiteit tegen invasieve uitheemse plant- en diersoorten (handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten).

De aanvrager van de omgevingsvergunning is zelf verantwoordelijk om vooraf na te gaan of een activiteit invloed heeft op Natura 2000-gebieden en/of beschermde flora en fauna.

De gevraagde veranderingen zijn geen project waarvoor op grond van de Wnb een vergunningplicht bestaat. Een omgevingsvergunning natuur voor Natura 2000-activiteiten is daarom niet van toepassing.

Overwegingen Bouwen

Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de daarvoor gestelde toetsingscriteria.

Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.

Toetsing

  • a.

    Toetsing Bouwbesluit 2012

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de relevante voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Op grond van de ingediende stukken ten behoeve van deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat er wordt voldaan aan het Bouwbesluit 2012.

  • b.

    Toetsing gemeentelijke bouwverordening

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de relevante voorschriften van de gemeentelijke Bouwverordening. Wij zijn van mening dat de aanvraag voldoet aan de voorschriften van de bouwverordening.

  • c.

    Toetsing beheersverordening

Het kadastrale perceel Gemeente Tjalleberd, sectie F, nummer 1268 plaatselijk bekend Wetterwille 4 te Heerenveen is gelegen in een gebied waarvoor de beheersverordening ‘Kanaal-Oost van toepassing is. In deze beheersverordening hebben de gronden de bestemming ‘Bedrijf ‘ (artikel 4 van de regels).

Op grond van artikel 2 van de beheersverordening geldt ten aanzien van het gebruik, het bouwen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden ter plaatse van het besluitvlak '2' de regels zoals opgenomen in Bijlage B.

Op basis van artikel 4, lid 4.1 van bijlage B zijn de voor ‘Bedrijf ‘ aangewezen gronden bestemd voor bedrijven genoemd in bijlage 2, onder categorie categorieën 1, 2, 3.1, 3.2, 4.1, 4.2, 5.1 en 5.2, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de klasse-aanduiding 'II'.

Het bouwplan is in overeenstemming met de regels van de beheersverordening.

  • d.

    Toetsing welstandsnota

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.

De aanvraag is op 4 april 2022 beoordeeld door de onafhankelijke welstandscommissie Hûs en Hiem Welstandsadvisering en Monumentenzorg (verder: de commissie). De commissie is van mening dat de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand (zie welstandsadvies met kenmerk W22HRC052-1).

Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op ‘bouwen van een bouwwerk’ zijn er ten aanzien van deze activiteit geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.

Overwegingen Milieu

Vergunningplicht

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I, onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:

Categorie

Omschrijving

27.3

inrichtingen voor het reinigen van afvalwater door middel van waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, onderdeel a, van de Waterwet.

28.4, onder c

Inrichtingen voor het:

    • 1°.

      het ontwateren, microbiologisch of anderszins biologisch of chemisch omzetten, agglomereren, deglomereren, mechanisch, fysisch of chemisch scheiden, mengen, verdichten of thermisch behandelen – anders dan verbranden – van van buiten de inrichting afkomstige huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 15.000.000 kg per jaar of meer;

    • 2°.

      het verwerken of vernietigen – anders dan verbranden –van buiten de inrichting afkomstige gevaarlijke afvalstoffen.

28.10

Inrichtingen voor nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen. De inrichting valt niet onder de uitzonderingen.

Op grond van categorie 28.10 van het Bor is sprake van een vergunningplichtige activiteit.

Het betreft ook een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 5.3.b van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.

Projectbeschrijving

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:

Het realiseren en in bedrijf nemen van een installatie voor het opslaan en doseren van metaalzouten t.b.v. het binden van fosfaat in het afvalwater. Tevens wordt de bestaande Eurallijst voor de inrichting aangevuld met twee nieuwe Euralcodes.

De nieuwe defosfateringsinstallatie bestaat uit een bovengrondse dubbelwandige, kunststof opslagtank met een nuttige inhoud van ca. 25 m3. De opslagtank wordt voorzien van een nieuwe, bijbehorende vulkast, doseerinstallatie en veiligheidsvoorzieningen De bestaande oplosinstallatie voor ijzersulfaat zal volledig worden gesloopt.

De nieuwe euralcodes die worden aangevraagd betreffen:

  • -

    19 05 99 niet elders genoemd afval, zijnde percolaat van een composteerinstallatie;

  • -

    20 03 99 niet elders genoemd stedelijk afval, zijnde overig huishoudelijk afvalwater, per as aangevoerd (dixi/septic tanks), bluswater en water van persleidingcalamiteiten.

Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.

Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

Revisievergunning*

23 januari 2008

00742672

Rioolwaterzuiveringsinstallatie en slibontwateringsinstallatie

Milieuneutrale wijziging

13 september 2011

00970009

Aanleg twee weegbruggen

Wijzigingsvergunning

23 januari 2012

00989113

Diverse wijzigingen

Milieuneutrale wijziging

13 mei 2014

2014-FUMO-0000607

Uitbreiden beluchtingscapa-citeit met bellenbeluchting

Milieuneutrale wijziging

9 maart 2015

2014-FUMO-0003173

Proef met het toepassen van kolengruis op de slibontwateringsinstallatie

Milieuneutrale wijziging

9 juni 2016

2016-FUMO-0016504

Toepassen van kolengruis(slurry) op de Slibontwateringsinstallatie

Ambtshalve wijziging

18 februari 2020

2019-FUM0-0036207

Actualisatie LAP3

Milieuneutrale wijzging

8 december 2021

2021-FUMO-0055743

Plaatsen grondgebonden zonnepanelen

Veranderingsvergunning (in 2 fasen)

27 januari 2022

2021-FUMO-0053740

2021-FUMO-0055398

Vervangen slibontwateringsinstallatie

Milieuneutrale wijziging voor een termijn van 2 jaar

22 maart 2022

2021-FUMO-0058233

Tijdelijk plaatsen van een mobiele decanter ten behoeve van het optimaliseren van de slibontwatering

De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.

De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunningen zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten. Voor de nieuwe opslagtank voor ijzerzouten zijn bij deze beschikking voorschriften opgenomen. De voorschriften 7.6.1 tot en met 7.6.10 uit de revisievergunning van 23 januari 2008 zijn niet van toepassing op de nu aangevraagde opslagtank.

Activiteitenbesluit

In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.

De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt.

De nu aangevraagde veranderingen betreffen geen activiteiten die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit kunnen wel van toepassing zijn.

Toetsingskader milieuneutraal veranderen

Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt:

  • 1.

    tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;

  • 2.

    tot een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;

  • 3.

    tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.

De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.

Toetsing

Toetsing gevolgen voor milieu

Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen:

Geluid

De opslag- en doseerinstallatie voor metaalzouten vormt geen relevante geluidsbron. Het aantal transportbewegingen blijft vrijwel gelijk.

De verandering heeft geen invloed op het aspect geluid.

Lucht en geur

De opslag- en doseerinstallatie voor metaalzouten vormt geen relevante bron voor geur- of luchtemssies.

De verandering heeft geen invloed op het aspect lucht en geur.

Afvalwater

Op de lozing van het effluent van de RWZI is de Waterwet van toepassing. De lozingsvoorschriften voor RWZI’s staan in het Activiteitenbesluit. De lozing van afvalwater valt daarom niet onder de omgevingsvergunning. Ondanks dat kunnen we hierbij ook vermelden dat de verandering eerder zal leiden tot een verbetering van het verwijderingsrendement van fosfor (P) dan een vermindering. Dit komt volgens het Wetterskip doordat de nieuwe defosfateringsinstallatie de mogelijkheid biedt om de hoeveelheid ijzer nauwkeuriger te doseren.

Bodem

De opslag van metaalzouten is een potentieel bodembedreigende activiteit. De activiteit moet voor wat betreft het aspect bodem voldoen aan Afdeling 2.4 van het Activiteitenbesluit. Op basis van een combinatie van voorzieningen en maatregelen moet een verwaarloosbaar bodemrisico volgens de NRB worden gerealiseerd. Op basis van de gegevens in de aanvraag kunnen we concluderen dat aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit kan worden voldaan.

De verandering leidt niet tot een toename van de risico’s voor de bodem.

Externe veiligheid

Voor het aspect externe veiliheid zijn er geen gevolgen. De opslag van metaalzouten is ook al vergund in de revisievergunning van 23 januari 2008.

Voor opslagtanks van metaalzouten is in 2018 de nieuwe richtlijn PGS-31 vastgesteld. De voorschriften van de onderliggende vergunning zijn nog niet op deze richtlijn gebasseerd. Voor de nieuwe tank is het beter is om deze te controleren op de nieuwe voorschriften. Daarom hebben we bij deze beschikking nieuwe voorschriften opgenomen voor de opslag van metaalzouten. Hierdoor zal de opslag voldoen aan de meest recente milieu- en veiligheidsvoorschriften.

Hiermee wordt tevens tegemoetgekomen aan het advies van de brandweer.

De nieuwe opslag van metaalzouten leidt niet tot grotere risico’s voor de omgeving.

Energie

Het energieverbruik van de nieuwe de fosfateringsinstallatie beperkt zich tot het verbruik van de doseerpompen. Dit is vergelijkbaar met het verbruik van de doseerpompen van de bestaande defosfateringsinstallatie. Bij de aanschaf van de pompen moet rekening worden gehouden met een zo laag mogelijk energieverbruik.

De verandering leidt voor het aspect energie niet tot grotere milieugevolgen.

Afvalstoffen

De aard van de nieuw aangevraagde afvalstoffen met euralcodes:

  • -

    19 05 99 niet elders genoemd afval, zijnde percolaat van een composteerinstallatie;

  • -

    20 03 99 niet elders genoemd stedelijk afval, zijnde overig huishoudelijk afvalwater, per as aangevoerd (dixi/septic tanks), bluswater en water van persleiding-calamiteiten.

komt grotendeels overeen met de reeds vergunde afvalstoffen.

Bij de aanvraag is een gewijzigd Acceptatie- en verwerkingsbeleid (A&V-beleid) gevoegd.

In het A&V-beleid is voor beide bovengenoemde afvalstoffen beschreven dat bewerking plaats zal vinden in de waterlijn van de RWZI.

Het betreft afvalwater van bedrijven van particulieren die niet zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering, waarvan de kwaliteit vergelijkbaar is met het communale afvalwater.

Het nieuwe bij de aanvraag gevoegde A&V-beleid is gebaseerd op LAP3. Het beschreven A&V-beleid en de AO/IC voldoen aan de minimale onderdelen zoals die in het LAP zijn beschreven. Het beleid voldoet ook aan het gestelde in voorschrift 5.1.10 van de ambtshalve wijziging in verband met de Actualisatie over LAP3 van 18 februari 2020 (2019-FUM0-0036207).

De nieuwe euralcodes leiden niet tot andere of grotere gevolgen voor het aspect afvalstoffen.

De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting.

De verandering leidt tot geen andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.

Toetsing andere inrichting

Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.

Toetsing milieueffectrapport

Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen niet zijn vermeld in de eerste kolom van onderdeel C en/of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.

In deze beschikking zijn voor de opslag van ijzerchloride voorschriften opgenomen. De voorschriften 7.6.1 tot en met 7.6.10 in de revisieverguning van 23 januari 2008 gelden voor de bestaande en vergunde opslag van ijzerchloride bij de slibontwateringsinstallatie. Deze bestaande opslagtanks zullen binnenkort buiten gebruik worden gesteld. Voor opslagtanks van ijzerchloride is in 2018 een nieuwe richtlijn PGS-31 vastgesteld. De voorschriften van de onderliggende vergunning zijn nog niet op deze richtlijn gebaseerd.

De voorschriften in de onderliggende beschikking bieden een uitstekend beschermingsniveau voor de bestaande opslagtanks. Voor de nieuwe tank is het beter is om deze te controleren op de nieuwe voorschriften.

Naar boven