Besluit omgevingsvergunning Newtonweg 5(a) Leeuwarden

  • I.

    Onderwerp

Op 4 juni 2021 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van KruisVeld Exploitatie Leeuwarden B.V. Het betreft het bouwen van een loods en het milieuneutraal veranderen van de inrichting voor het actualiseren van de terreinindeling. De aanvraag heeft betrekking op het adres kadastraal bekend gemeente Huizum, sectie E, nummers 2115 en 2116. De aanvraag is geregistreerd onder nummer 2021-FUMO-0055500 (Olonummer 6137373).

  • II.

    Besluit

Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan KruisVeld Exploitatie Leeuwarden B.V. een (omgevings)vergunning:

  • 1)

    op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a (bouwen van een bouwwerk) te verlenen voor de realisatie van een loods. Aan de verlening van deze vergunning zijn voorschriften verbonden. Deze staan in de bijlage van dit besluit.

  • 2)

    op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting) en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid (milieuneutrale wijziging) te verlenen voor:

    • de inpandige opslag van maximaal 1.000 ton (landbouw)folie met Euralcode 020104;

    • de inpandige opslag van maximaal 6.600 ton grond met Euralcode 170504;

    • inpandig stallen van materieel.

  • Aan de verlening van deze vergunning zijn geen voorschriften verbonden.

En tevens:

dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uit maken van deze vergunning:

  • aanvraagformulier activiteit bouwen met aanvraagnummer 6137373, datum 4 juni 2021;

  • tekening BuildConsult, Omgevingsvergunning project Nieuwbouw loods, Werk 2140, blad OV-01, datum 04/06/2021, laatst gewijzigd 30/08/2021;

  • bijlage aanvraagformulier milieuneutraal veranderen, met aanvraagnummer 6478509, datum 18 januari 2022;

  • Aanvulling onderdeel Milieu bij aanvraag bouwvergunning Loods Leeuwarden, Newtonweg 5, Bos milieuadvies, 220118_2.

  • III.

    Procedure

Deze beschikking tot verlenen van de omgevingsvergunning is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo.

  • IV.

    Ondertekening en verzending 

Namens het college van Gedeputeerde Staten van Fryslân,

  S.G.C. Boender Afdelingshoofd Vergunningverlening en Specialistisch Advies  

afschrift:

  • -

    Gemeente Leeuwarden, Postbus 21000, 8900 JA Leeuwarden;

  • -

    BuildConsult, t.a.v. de heer [Naam], Klimroos 8, 2761 JT Zevenhuizen (info@buildconsult.nl).

Rechtsbeschermingsmiddelen

De bekendmaking van deze beschikking gebeurt door toezending aan de aanvrager. Op de dag na de bekendmaking treedt de beschikking in werking. Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen zowel u als belanghebbenden bezwaar maken bij Gedeputeerde Staten van Fryslân, postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden. Het indienen van een bezwaarschrift stelt de werking van de beschikking niet uit. Als u of belanghebbenden niet willen dat de beschikking in werking is in afwachting van de bezwaarprocedure, kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gedaan bij de Rechtbank Noord-Nederland.

VOORSCHRIFTEN EN OVERWEGINGEN

1. Voorschriften

1.1. Voorschriften bouwen 

  • 1.1

    Constructieve veiligheid. Wat moet u 6 tot 3 weken vóór de bouw aanleveren?

  • De definitieve constructieve berekeningen en tekeningen dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. In de praktijk blijkt de periode van drie weken te kort. Als de FUMO fouten ziet leidt dit al snel tot vertragingen in de bouw. Wij raden daarom aan om een periode van zes weken aan te houden. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.

  • 1.2

    In de plattegrond op tekening OV-01 d.d. 30-08-2021 worden een drietal brandslanghaspels aangegeven. Door de aanwezigheid van de brandslanghaspels is er een oneindige hoeveelheid bluswater aanwezig. Echter zoals wij ook al in onze eerste advisering hebben aangegeven is het belangrijk dat de loods niet vorstgevoelig is.

    Indien dit wel het geval is, is de kans aanwezig dat de leidingen kunnen bevriezen.

    Indien er vanwege de vorstgevoeligheid wordt gekozen om draagbare blusmiddelen toe te passen, dienen er ten minste zeven aanwezig te zijn in de loods. Indien de draagbare blusmiddelen worden uitgevoerd als sproeischuimblussers dienen deze vorstbestendig worden uitgevoerd. Inhoud van de blussers dienen minimaal 6 liter te zijn.

    De definitieve keuze van de blusmiddelen dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.

  • 1.3

    Kennisgeving aanvang.

    Het bouwtoezicht dient ten minste twee dagen voor de aanvang van elk van de hierna te noemen onderdelen van het bouwproces in kennis te worden gesteld:

    • a)

      De aanvang van de werkzaamheden, ontgravingwerkzaamheden, daaronder begrepen;

    • b)

      De aanvang van het inbrengen van de funderingspalen, het slaan van proefpalen daaronder begrepen;

    • c)

      De aanvang van de grondverbeteringwerkzaamheden.

  • Het bouwtoezicht dient ten minste drie dagen van tevoren in kennis te worden gesteld van het storten van beton.

     

    De hiervoor bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, Postbus 3347, 8901 DH LEEUWARDEN of info@fumo.nl.

     

    Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen.

  • 1.4

    Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van de bouwverordening en het Bouwbesluit 2012 nodig acht.

     

    Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden.

  • 1.5

    a) Van het gereedkomen van putten en van grond- en huisaansluitleidingen van de riolering, en van leidingdoorvoeren en mantelbuizen door wanden en vloeren beneden straatpeil moet het bouwtoezicht onmiddellijk na die voltooiing in kennis worden gesteld.

    b) Onderdelen van het bouwwerk, waarop lid a betrekking heeft, mogen niet zonder toestemming van het bouwtoezicht aan het oog worden onttrokken gedurende twee dagen na het tijdstip van de kennisgeving.

    c) Het bepaalde in lid b) is van overeenkomstige toepassing op die onderdelen van het

    bouwwerk, waarvoor in de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften een plicht tot kennisgeving van voltooiing is bepaald.

    d) Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.

  •  

    De hierboven bedoelde kennisgevingen moeten schriftelijk worden gericht aan de FUMO, Postbus 3347, 8901 DH LEEUWARDEN of info@fumo.nl.

     

     

    Verbod tot ingebruikneming.

  • 1.6

    Na de bouw van een bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning is verleend, is het verboden dit bouwwerk in gebruik te geven of te nemen indien één van de volgende omstandigheden zich voordoet:

    • a)

      het bouwwerk is niet gereed gemeld bij het bouwtoezicht;

    • b)

      er is niet gebouwd overeenkomstig de omgevingsvergunning.

2. OVERWEGINGEN

2.1. PROCEDURELE ASPECTEN

2.1.1. Gegevens aanvraag

Op 4 juni 2021 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Kruisveld Exploitatie Leeuwarden B.V.voor de locatie Newtonweg 5(a) te Leeuwarden.

Er wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:

  • bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, lid 1, onder a);

  • het milieuneutraal veranderen van de inrichting of van de werking van de inrichting (artikel 2.1, lid 1, onder e, onder 2° en artikel 2.14, vijfde lid juncto artikel 3.10, derde lid).

2.2. Bevoegd gezag

Wij zijn het bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4, tweede lid van de Wabo juncto artikel 3.3 eerste lid van het Bor, op grond van de activiteiten van de inrichting, genoemd in Bijlage I onderdeel C categorie 28.4, onder a 6o van het Bor en daarnaast betreft het een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort. De inrichting valt onder Bijlage I, categorie 5.1, 5.3 en categorie 5.5 van de Richtlijn Industriële emissies.

2.3. Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. In verband met het ontbreken van een aantal gegevens hebben wij de aanvrager op 11 augustus 2021 in de gelegenheid gesteld om tot acht weken na de hiervoor genoemde datum de aanvraag aan te vullen. Op verzoek van de aanvrager is de termijn verlengd tot en met 31 december 2021.

Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 18 januari 2022. Na ontvangst van de aanvullende gegevens hebben wij de aanvraag opnieuw getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag met de aanvullende gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.

2.4. Procedure

Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Gelet hierop hebben wij op 6 augustus 2021 overeenkomstig artikel 3.8 Wabo van de aanvraag kennis gegeven in het Friesch Dagblad en de Leeuwarder Courant en op de website https://officielebekendmakingen.nl.

Wij hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de beslistermijn van 8 weken te verlengen met zes weken als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, van de Wabo. Van deze verlenging is kennis gegeven in de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en op de website https://officielebekendmakingen.nl .

2.5. Adviezen

In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies gezonden aan burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden.

Zij hebben vervolgens geen aanleiding gezien om advies uit te brengen.

2.6. Wet natuurbescherming

De gevraagde veranderingen zijn geen project waarvoor op grond van de Wnb een vergunningplicht bestaat. Een omgevingsvergunning natuur en daarmee vragen van een verklaring van geen bedenkingen voor Natura 2000-activiteiten is daarom niet van toepassing.

De realisatie van de loods vindt plaats binnen het bestaande bouwvlak van de inrichting. Het terrein waar de loods wordt gerealiseerd is al verhard. Niet is gebleken dat beschermde soorten aanwezig (kunnen) zijn. Voor de verandering hoeft geen ontheffing op grond van de Wnb te worden aangevraagd.

3. OVERWEGINGEN BOUWEN

3.1. Inleiding

De aanvraag omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a van de Wabo) kan alleen worden verleend als deze voldoet aan de in artikel 2.10, eerste lid van de Wabo gestelde toetsingscriteria.

Een toetsing aan deze criteria heeft plaatsgevonden.

3.2. Welstand

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zoals gesteld in de gemeentelijke welstandsnota.

De aanvraag is op 10 augustus 2021 beoordeeld door de onafhankelijke welstandscommissie Hûs en Hiem Welstandsadvisering en Monumentenzorg (verder: de commissie). De commissie is van mening dat de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand (W21LWD464-1).

Wij nemen dit advies van de commissie over. De aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand.

3.3. Bouwbesluit 2012 – constructief

Met de ingediende stukken is op hoofdlijn voldoende aannemelijk gemaakt dat voldaan gaat worden aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De uitgewerkte constructieve tekeningen en detailberekeningen ontbreken nog. Definitieve constructieve berekeningen en tekeningen dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden ter goedkeuring aan de FUMO te worden voorgelegd. Met de werkzaamheden mag pas na goedkeuring worden gestart.

Op grond van de overige ingediende stukken bij deze aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.

3.4. Bouwverordening

De gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan de voorschriften van de Bouwverordening gemeente Leeuwarden. De aanvraag voldoet aan de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening.

3.5. Bestemmingsplan

De gegevens en bescheiden die horen bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst aan het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Leeuwarden – Newtonpark 1-2-3- e.o.” met de functieaanduiding “bedrijf tot en met categorie 5.1”. De gronden zijn voorzien van bestemming “Bedrijventerrein“ (artikel 7 van de regels).

Tevens zijn de gegevens en bescheiden die horen bij de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Partiele herziening Archeologie”. De gronden zijn voorzien van bestemming “Waarde -Archeologie 6” (artikel 8 van de regels).

Wij zijn van mening dat het bouwen van loods voldoet aan de regels van de geldende bestemmingsplannen.

3.6. Overige toetsing(en) en adviezen 

Bodem

Uw bouwplan is door onze bodemspecialist beoordeeld. De bodemspecialist heeft heet volgende opgemerkt:

  • het overlegde bodemonderzoek geeft geen aanleiding tot nader onderzoek en is geschikt om te worden gebruikt in het kader van het bouw- en milieudeel van een omgevingsvergunningaanvraag;

  • bij afvoer van grond zal rekening gehouden moeten worden met de eisen vanuit het Besluit bodemkwaliteit. 

AERIUS-berekeningen

Met ingang van 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. Deze wet voorziet in een nieuwe structurele aanpak van de stikstofproblematiek. Met de inwerkingtreding van de Wsn worden de tijdelijke gevolgen van de door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie buiten beschouwing gelaten bij de natuurvergunning. Hierdoor is het aanleveren van een AERIUS-berekening voor de tijdelijke stikstofemissie tijdens de bouw, sloop en aanleg niet langer meer relevant.

Gelet op bovenstaande overwegingen is het college van mening dat er geen beletsel is voor het verlenen van de omgevingsvergunning.

4. OVERWEGINGEN MILIEU

4.1. Vergunningplicht

De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing:

Categorie

Omschrijving

1.1

een of meer verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een vermogen of een gezamenlijk vermogen groter dan 1,5 kW, met dien verstande, dat bij de berekening van het gezamenlijk vermogen een verbrandingsmotor met een vermogen van 0,25 kW of minder buiten beschouwing blijft.

5.1

Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontvlambare of brandbare vloeistoffen.

28.1, 28.4

Inrichtingen voor het opslaan en overslaan van bedrijfsafvalstoffen en het verwerken van (gevaarlijke) afvalstoffen.

Op grond van categorie 28.10 is sprake van een vergunningplichtige activiteit.

Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I, categorie 5.1, 5.3 en 5.5 van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Om die reden is op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting.

4.2. Projectbeschrijving

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven:

De realisatie van een loods ten behoeve van de reeds vergunde activiteiten opslag en overslag van (landbouw)folie met euralcode 020104 (maximaal 1000 ton op 500 m2) en grond met Euralcode 170504 (maximaal 6.600 ton op 1000 m2) en de stalling van materieel (shovel en kraan). In de loods zijn geen installaties (zoals bijvoorbeeld verwarmingsinstallatie, luchtbehandelingsinstallaties) aanwezig. De inname- en opslagcapaciteit van bovengenoemde afvalstoffen blijft gelijk aan de vergunde capaciteit (omgevingsvergunning 15 juli 2011 met kenmerk 00961507). Daarnaast veranderd de grens van de inrichting (verkleining oppervlakte inrichting).

Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning.

4.3. Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen verleend dan wel meldingen geaccepteerd:

Soort

Datum

Kenmerk

Onderwerp

Revisievergunning Wet milieubeheer *

20 april 2009

00821511

Beschikking Wet milieubeheer, voor de inrichting op het adres Newtonweg 5/5b te Leeuwarden

Omgevingsvergunning milieuneutraal veranderen inrichting

15 juli 2011

00961507

Beschikking Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Newtonweg 5, Leeuwarden

De hierboven genoemde vergunningen waar een * bij staat, zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.

De milieuvoorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering, tenzij de aard van de vergunning en/of de aard van de verandering zich daartegen verzetten.

4.4. Activiteitenbesluit 

In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen.

De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt.

De nu aangevraagde verandering betreft de volgende activiteiten die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit:

  • lozen van hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembedreigende voorziening.

De verandering dient te voldoen aan de volgende paragrafen uit het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende Activiteitenregeling:

  • paragraaf 3.1.3 Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening.

Voor het overige is per hoofdstuk of afdeling aangegeven of deze op een type C inrichting van toepassing is. Dit betekent dat ook hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Activiteitenbesluit van toepassing kunnen zijn.

Gelet op artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit dient voor deze activiteiten een melding te worden ingediend. De informatie uit de aanvraag beschouwen wij als deze melding.

4.5. Toetsingskader milieu

4.5.1. Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op een milieu neutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, onder 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid van de Wabo. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt:

  • 1.

    tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;

  • 2.

    tot een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;

  • 3.

    tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend.

De aanvraag is getoetst aan deze criteria en wij komen tot de volgende afweging.

4.5.2. Toetsing gevolgen voor milieu

Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering aan bovenstaande voorwaarden voldoet, om de volgende redenen.

Geluid

Voor de inrichting gelden de geluidnormen zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van de voorschriften behorend bij de vergunning van 20 april 2009 met kenmerk 00821511.

De vergunde activiteiten vinden allemaal in de buitenlucht plaats. De onderhavige aanvraag voorziet in de realisatie van een loods waarin een deel van vergunde activiteiten inpandig zullen gaan plaatsvinden. De aanvraag heeft geen betrekking op nieuwe installaties, nieuwe machines of nieuw materieel. Ook wijzigt de opslagcapaciteit en verwerkingscapaciteit niet.

Gelet op het bovenstaande, de locatie van de loods en de ligging van de geluidimmissiepunten zoals opgenomen in de geluidvoorschriften van de vergunning van 20 april 2009, is het voldoende aannemelijk dat aan de geldende geluidvoorschriften blijft worden voldaan.

Afvalstoffen.

Er worden geen andere afvalstoffen geaccepteerd dan op grond van de vergunning van 15 juli 2011 met kenmerk 00961507 is toegestaan. Ook wijzigt de opslagcapaciteit en verwerkingscapaciteit niet ten opzichte van deze vergunning.

Bodembescherming

Met betrekking tot bodembescherming is afdeling 2.4 van het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. Met de aangevraagde verandering wordt daaraan voldaan.

Lucht

Doordat een deel van de vergunde activiteiten inpandig plaatsvindt wordt de verspeiding van stof beperkt.

Overige milieuaspecten

De aanvrager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er voor de overige milieuaspecten geen toename zal zijn van de milieubelasting.

De verandering leidt niet tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu.

Tevens is er geen reden om milieuvoorschriften aan deze milieuneutrale verandering te verbinden, aangezien aan de voorschriften in de onderliggende vergunningen moet en kan worden voldaan.

4.5.3. Toetsing andere inrichting

Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering is het aannemelijk, dat de verandering niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.

4.5.4. Toetsing milieueffectrapport

Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend. De reden hiervoor is dat de in de aanvraag beschreven voorgenomen veranderingen niet zijn vermeld in de eerste kolom van onderdeel C en/of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

4.6. Conclusie

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting wordt de gevraagde vergunning verleend. Er zijn geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.

Naar boven