Provinciaal blad van Zuid-Holland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2023, 15815 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2023, 15815 | ander besluit van algemene strekking |
Besluit aanwijzing toezichthouders Omgevingsdienst Haaglanden 2024
Het hoofd van de afdeling Toezicht & Handhaving Milieu van Omgevingsdienst Haaglanden (ODH),
de mandaatbesluiten van het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland, de colleges van Burgemeester en wethouders van de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer houdende de verlening van mandaat aan de directeur van de Omgevingsdienst Haaglanden, zoals deze met ingang van inwerkingtreding van de Omgevingswet komen te luiden;
Het Besluit aanwijzing toezichthouders ODH 2024
Met toepassing van artikel 18.7 van de Omgevingswet zijn de onder II. aangewezen toezichthouders tevens bevoegd om, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner, indien en voor zover het toezicht op de naleving van een bij of krachtens de Omgevingswet gesteld voorschrift dit vereist, gelet op de door dat voorschrift beschermde belangen.
Aan de onder II. genoemde personen wordt, ten behoeve van de uitoefening van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de onder I. genoemde wetten of regelingen, een legitimatiebewijs verstrekt als bedoeld in artikel 5:12 Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de daarop gebaseerde “Regeling model legitimatiebewijs toezichthouders Awb”.
Op basis van dit aanwijzingsbesluit zijn ambtenaren die in de functie van Toezichthouder Milieu (A, B, C, of D) werkzaam zijn bij de ODH belast met het uitoefenen van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de onder I. genoemde wetten en regelingen. Aanleiding voor het nieuwe aanwijzingsbesluit is de komst van de Omgevingswet, waarin veel wet- en regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving wordt geïntegreerd.
Voor de uitoefening van bevoegdheden op grond van de wetten en regelingen genoemd onder I. hebben de colleges van de deelnemende gemeenten en provincie mandaat verleend aan de directeur van de ODH. De directeur heeft de bevoegdheid tot het aanwijzen van toezichthouders in ondermandaat gegeven aan het afdelingshoofd van de afdeling Toezicht & Handhaving Milieu.
In punt I, sub j, van dit aanwijzingsbesluit zijn wetten opgenomen die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet geheel of gedeeltelijk vervallen. Reden om deze wetten desondanks op te nemen in dit besluit, is dat de Omgevingswet overgangsrecht kent, waardoor besluiten die op grond van de bedoelde wetten zijn genomen blijven gelden ook nadat de Omgevingswet in werking is getreden. Hierbij kan met name worden gedacht aan sanctiebesluiten, zoals een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom waarin staat dat de overtreder moet voldoen bij of krachtens de Waterwet gestelde voorschriften. Om toezicht te kunnen uitoefenen op de naleving van de last onder dwangsom is vereist dat de toezichthouder ook toezicht kan uitoefenen op de onderliggende wet- en regelgeving.
In punt III. is aan de aangewezen toezichthouders de bevoegdheid toegekend tot het, met medeneming van de benodigde apparatuur, betreden van een woning zonder toestemming van de bewoners. Deze bevoegdheid mag uitsluitend worden uitgeoefend indien en voor zover het toezicht op de naleving van een bij of krachtens de Omgevingswet gesteld voorschrift dit vereist, gelet op de door dat voorschrift beschermde belangen. Hierbij kan, bijvoorbeeld, worden gedacht aan het betreden van een woning omdat moet worden onderzocht of als gevolg van milieubelastende activiteiten of sloopwerkzaamheden gevaarlijke stoffen (zoals asbest) in de woning aanwezig zijn. Voorafgaand aan het binnentreden is in beginsel een voorafgaande machtiging op grond van de Algemene wet op het binnentreden vereist, tenzij sprake is van een spoedeisende situatie.
Uit het bepaalde onder IV. volgt dat de toezichthouders beschikken over een legitimatiebewijs als bedoeld in artikel 5:12 Awb. Op dit legitimatiebewijs moet onder meer staan welke regelingen aan het toezicht van de toezichthouder onderwerpen zijn. Volstaan kan worden met een globale aanduidingen van de regelgeving, die onder het toezicht van de toezichthouder begrepen is. Hiermee wordt voorkomen dat de op het legitimatiebewijs vermelde informatie door de hoeveelheid regelingen onleesbaar wordt of het legitimatiebewijs in verband met wijzigingen in de wettelijke regelingen vaak vervangen moet worden.
Punten V. en VI. regelen de bekendmaking en publicatie van het Aanwijzingsbesluit.
Met de inwerkingtreding van het onderhavige Aanwijzingsbesluit wordt het generieke Aanwijzingsbesluit toezichthouders Omgevingsdienst Haaglanden van 3 oktober 2013 ingetrokken, zo volgt uit punt VII.
Het besluit treedt in werking op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet, 1 januari 2024.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2023-15815.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.