Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 5 december 2023 tot wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant in verband met het opnieuw openstellen van de paragrafen 1, 2, 9, 11 en 12, het aanbrengen van enkele wijzigingen in de paragrafen 4, 15 en 16 en het ophogen van het plafond van paragraaf 17 (Tweeëndertigste wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant)

[Dit wijzigingsbesluit zal vanwege de verschillende data van inwerkingtreding in 3 verschillende publicaties verwerkt worden. In dit Provinciaal blad zullen de wijzigingen van artikel I onderdelen A tot en met FF verwerkt worden.]

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant te wijzigen in verband met nieuwe aanvraagtijdvakken voor de paragrafen 1, 2, 9, 11 en 12, het aanbrengen van enkele wijzigingen in de paragrafen 4, 15 en 16 en het ophogen van het plafond van paragraaf 17;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijziging Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

De Subsidieregeling natuur Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 1.9, onder c, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d.

    4 januari 2024 tot en met 17 december 2024.

B.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 1.10, onder c, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d.

    € 750.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder d.

C.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 2.9, onder e, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • f.

    4 januari 2024 tot en met 17 december 2024.

D.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 2.10, onder e, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • f.

    € 1.500.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder f.

E.

Artikel 4.1 komt te luiden:

Artikel 4.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

aanpassen faunavoorziening: het wijzigen van een reeds bestaande faunavoorziening teneinde de werking van de voorziening te verbeteren dan wel deze geschikt te maken voor een andere faunasoort;

ecologische verbindingszone: gebied van groene schakels die natuurgebieden in het Natuurnetwerk Brabant verbinden, welk gebied is opgenomen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;

faunavoorziening: voorziening bij een gemeentelijke weg, niet zijnde een ecoduct, om de uit de weg voortvloeiende negatieve gevolgen voor de fauna zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken;

herstel faunavoorziening: in zodanige staat brengen van een reeds bestaande faunavoorziening dat deze gedurende tenminste tien jaar in stand kan worden gehouden;

ontsnippering: aanleg, aanpassing of herstel van faunavoorzieningen bij gemeentelijke wegen met als doel het opheffen van de barrièrewerking van deze wegen voor de fauna;

voorbereidingskosten: kosten derden, ten behoeve van het opstellen en uitwerken van een plan voor een project als bedoeld in artikel 4.4, en gemaakt voorafgaand aan de uitvoering van dat project.

 

F.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 4.4, onder b, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c.

    herstel van faunavoorzieningen.

G.

Artikel 4.5 komt te luiden:

Artikel 4.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd:

  • a.

    indien met de uitvoering van het project is begonnen voor 1 juli 2023;

  • b.

    de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 7.500.

H.

Artikel 4.6 komt te luiden:

Artikel 4.6 Subsidievereisten

  • 1.

    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      het project wordt uitgevoerd in Noord-Brabant;

    • b.

      de te realiseren, aan te passen dan wel te herstellen faunavoorziening is geschikt voor de desbetreffende faunasoort;

    • c.

      het onderhoud van de voorziening wordt geborgd voor een periode van minimaal 10 jaar;

    • d.

      aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:

      • 1°.

        op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

      • 2°.

        een sluitende begroting, waarbij de kosten zijn uitgesplitst per faunavoorziening.

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan een van de volgende vereisten:

    • a.

      het project wordt uitgevoerd in of nabij een gebied dat als knelpunt is opgenomen op de Knelpuntenkaart ontsnippering provincie Noord-Brabant, opgenomen in bijlage 4a bij deze regeling;

    • b.

      het project heeft betrekking op een bestaande weg of waterloop, in beheer bij gemeente of waterschap, die een ecologische verbindingszone kruist of raakt;

    • c.

      het project heeft betrekking op een bestaande weg of waterloop, in beheer bij gemeente of waterschap, in de provincie Noord-Brabant, waar aantoonbaar sprake is van een situatie waar fauna frequent ten prooi valt aan het verkeer; of

    • d.

      uit een onderbouwing door een ecologisch deskundige blijkt dat de faunavoorziening noodzakelijk is.

I.

Artikel 4.7 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onderdeel a komt te luiden:

    • a.

      kosten voor aanleg, aanpassing of herstel van een faunavoorziening;

  • 2.

    De onderdelen b, d en e, vervallen, onder verlettering van onderdeel c tot onderdeel b en onderdeel f tot onderdeel c.

J.

Artikel 4.8 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In onderdeel b, vervalt “wettelijke taken,”.

  • 2.

    In onderdeel d, wordt na “voor” ingevoegd “onderhoud en andere”.

K.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 4.9, onder d, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e.

    4 januari 2024 tot en met 17 december 2024.

L.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 4.10, onder d, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e.

    € 1.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder e.

M.

In artikel 4.11 wordt “per subsidieaanvraag” vervangen door “per faunavoorziening”.

 

N.

Artikel 4.12 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    De leden 3 tot en met 5 komen te luiden:

    • 3.

      Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

    • 4.

      De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.

    • 5.

      De subsidie wordt overeenkomstig de rangschikking verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.

  • 2.

    De leden 6 tot en met 8 vervallen.

O.

Artikel 4.13 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid, onder b, komt te luiden:

    • b.

      het project wordt binnen zes maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening gestart;

  • 2.

    In het tweede lid wordt “twee weken” vervangen door “een dag”.

P.

In artikel 4.14 vervalt in het eerste lid, onder b, en in het tweede lid, onder b, “indien van toepassing”.

 

Q.

Artikel 4.15 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het tweede lid wordt na “subsidiebedrag” toegevoegd “en betalen het in een keer uit”.

  • 2.

    Het derde lid vervalt.

[De wijziging onder Q bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: 1. In het derde lid wordt na “subsidiebedrag” toegevoegd “en betalen het in een keer uit.” en 2. Het vierde lid vervalt.]

 

R.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 9.9, onder c, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d.

    11 januari 2024 tot en met 17 december 2024.

S.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 9.10, onder c, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d.

    artikel 9.9, onder d, vast op:

    • 1°.

      € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a;

    • 2°.

      € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b;

    • 3°.

      € 1.200.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c.

T.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 11.9, onder c, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d.

    4 januari 2024 tot en met 17 december 2024.

U.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 11.10, onder c, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d.

    € 300.000 voor de periode, genoemd in artikel 11.9, onder d.

V.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 12.9, onder c, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d.

    van 4 januari 2024 tot en met 17 december 2024.

W.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 12.10, onder c, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d.

    € 175.000 voor de periode, genoemd in artikel 12.9, onder d.

X.

Artikel 15.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In alfabetische volgorde wordt het volgende begrip ingevoegd:

    Diergezondheidswetgeving: Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid, PBEU 2016 L84/1;

    Identificatie- en Registratiesysteem van dieren: het door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beheerde Identificatie- en Registratiesysteem van elke Nederlandse landbouwhuisdierenhouder met een uniek Bedrijfsnummer (UBN);

  • 2.

    Het begrip “landbouwhuisdieren” komt te luiden:

    landbouwhuisdieren: schapen, geiten, paardachtigen, runderen, varkens, alpaca’s en lama’s, opgenomen in het Identificatie en Registratie systeem van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, dan wel geregistreerd op grond van de Diergezondheidswetgeving, met uitzondering van grote wilde of semi-wilde grazers die in sociaal kuddeverband leven in natuurgebieden;

  • 3.

    In het begrip “urgentie” wordt “dier” vervangen door “landbouwhuisdier”.

Y.

In artikel 15.2, onder b, wordt “schapen of geiten” vervangen door “landbouwhuisdieren”.

 

Z.

Artikel 15.5 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het eerste lid, onder g en onder h wordt “over een periode van drie belastingjaren” vervangen door “, berekend over het lopende belastingjaar en de twee daaraan voorafgaande belastingjaren”.

  • 2.

    Het tweede lid alsmede de aanduiding “1.” voor het eerste lid vervallen.

AA.

De artikelen 15.6 en 15.7 komen te luiden:

Artikel 15.6 Subsidievereisten

  • 1.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de maatregelen zijn gericht op vermindering en voorkoming van schade aan landbouwhuisdieren veroorzaakt door wolven:

      • 1°.

        in het Aangewezen leefgebied; of

      • 2°.

        buiten het Aangewezen leefgebied in geval van urgentie;

    • b.

      de vaste en verplaatsbare wolfwerende afrastering en bijbehorende onderdelen of materialen voldoen aan de specificaties die staan beschreven in paragraaf 2.2. van de Faunaschade Preventiekit module wolven;

    • c.

      het geregistreerd aantal landbouwhuisdieren van de houder van de landbouwhuisdieren die worden ingezet op het terrein waarop het project wordt uitgevoerd, wordt aangetoond:

      • 1°.

        voor alpaca’s en lama’s door een recent afschrift van de registratie op basis van de Diergezondheidswetgeving;

      • 2°.

        voor overige landbouwhuisdieren door vier uitdraaien van het Identificatie- en Registratiesysteem voor landbouwhuisdieren met de peildata 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november, in het jaar voorafgaand aan de aanschaf van wolfwerende maatregelen;

    • d.

      aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:

      • 1°.

        een gespecificeerde factuur of facturen van de gerealiseerde maatregelen en bijbehorende betaalwijzen;

      • 2°.

        het geregistreerd aantal landbouwhuisdieren, aangetoond op de wijze, genoemd in onderdeel c;

      • 3°.

        een afschrift van het contract met de houder van landbouwhuisdieren waaruit het aantal landbouwhuisdieren blijkt dat wordt ingezet op het terrein waarop het project zal worden uitgevoerd, indien een aanvrager als bedoeld in artikel 15.2, onder b, de aanvraag indient;

      • 4°.

        fotomateriaal van de gerealiseerde wolfwerende afrastering;

      • 5°.

        een overzichtskaart met daarop aangegeven de locatie waar de vaste wolfwerende afrastering is gerealiseerd;

      • 6°.

        het kadastraal nummer van de locatie waar de vaste wolfwerende afrastering is gerealiseerd.

      • 7°.

        het aantal strekkende meters afrastering;

      • 8°.

        een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid wordt een:

    • a.

      vaste wolfwerende afrastering met toebehoren ingezet in het Aangewezen leefgebied dan wel daarbuiten in geval van urgentie;

    • b.

      verplaatsbare wolfwerende afrastering met toebehoren ten minste twee weken per kalenderjaar ingezet in het Aangewezen leefgebied dan wel zo vaak als noodzakelijk in geval van urgentie.

  • 3.

    Onverminderd de voorgaande leden, is voor een subsidie voor een draad-opwindsysteem of een systeem waarmee een verplaatsbare wolfwerende afrastering op- en afgewonden kan worden, vereist dat het aantal landbouwhuisdieren bedraagt:

    • a.

      minimaal 10 paardachtigen en runderen;

    • b.

      gemiddeld minimaal 100 schapen, geiten, lama’s en alpaca’s.

Artikel 15.7 Subsidiabele kosten

Voor subsidie gelden lumpsumbedragen.

 

BB.

Artikel 15.8 vervalt.

 

CC.

In artikel 15.9 wordt “1 februari 2024” vervangen door “17 december 2024”.

 

DD.

Artikel 15.11 komt te luiden:

Artikel 15.11 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie bedraagt in totaal maximaal € 20.000.

  • 2.

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 15.4, onder a, bedraagt:

    • a.

      € 570; en

    • b.

      € 3,40 per strekkende meter vaste wolfwerende afrastering met een maximum van € 680,- per dier voor paardachtigen en runderen en € 114,- per dier voor andere soorten, waarbij voor het totale aantal dieren wordt uitgegaan van het geregistreerde aantal landbouwhuisdieren, berekend op de wijze, genoemd in artikel 15.6, eerste lid, onder c;

  • 3.

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 15.4, onder b, bedraagt:

    • a.

      € 34 per dier, waarbij het totale aantal dieren wordt uitgegaan van het geregistreerd aantal landbouwhuisdieren, berekend op de wijze, genoemd in artikel 15.6, eerste lid, onder c;

    • b.

      € 4.500 voor een draad-opwindsysteem of systeem waarmee verplaatsbare wolfwerende afrastering op- en afgewonden kan worden, mits de verplaatsbare wolfwerende afrastering een wolfwerende afrastering met draden is.

  • 4.

    De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 15.4, onder c, bedraagt 50% van de bedragen bedoeld in het tweede lid respectievelijk het derde lid, onder a, voor aanpassing van een vaste respectievelijk een verplaatsbare afrastering.

  • 5.

    In afwijking van de voorgaande leden, wordt aan de subsidieaanvrager maximaal een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het plafond voor de-minimissteun niet wordt overschreden, berekend over het lopende belastingjaar en de twee belastingjaren daaraan voorafgaand.

EE.

In artikel 15.13 worden onder verlettering van de onderdelen a tot en met c tot c tot en met e, twee onderdelen ingevoegd, luidende:

  • a.

    zet de vaste wolfwerende afrastering met toebehoren in binnen het Aangewezen leefgebied dan wel daarbuiten in geval van urgentie;

  • b.

    zet verplaatsbare wolfwerende afrastering met toebehoren ten minste twee weken per kalenderjaar in binnen het Aangewezen leefgebied dan wel zo vaak als noodzakelijk in geval van urgentie;

FF.

In artikel 15.15 wordt na “artikel 20, eerste lid, onder a,” ingevoegd “Algemene subsidieverordening Noord-Brabant”.

 

GG.

Artikel 16.2 komt te luiden:

Artikel 16.2 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door organisaties of particulieren die deelnemen aan de stuurgroep of de brede ambtelijke werkgroep van een GGA.

 

HH.

In artikel 17.10 wordt “€ 8.000.000” vervangen door “€ 9.680.000.”.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en werkt ten aanzien van onderdeel GG terug tot en met 22 maart 2023 en ten aanzien van onderdeel HH terug tot en met 20 mei 2022.

’s-Hertogenbosch, 5 december 2023

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. P.J. Buijtels

Toelichting behorende bij de Tweeëndertigste wijziging van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant

I. Algemeen

De Subsidieregeling natuur Noord-Brabant is op onderdelen aangepast. Voor de paragrafen 1 (Herstel en behoud vennen; uitvoering en onderzoek), 2 (Instandhouding Natura 2000), 9 (Biodiversiteit en leefgebieden; uitvoering), 11 (Biodiversiteit en leefgebieden; onderzoek) en 12 (Bestrijding invasieve exoten) betekent dit uitsluitend het opnieuw openstellen van de verder ongewijzigde regelingen voor 2024.

Voor de paragrafen 4 (Aanleg faunavoorzieningen gemeentewegen) en 15 (Preventieve maatregelen wolvenschade) worden enkele inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd (zie hierna onder II artikelsgewijze toelichting). In paragraaf 16 (Regievoering GGA landelijk programma natuur) wordt uitsluitend de doelgroep verduidelijkt. Voor paragraaf 17 (Boscompensatie buiten Natuurnetwerk Brabant) geldt dat het plafond wordt opgehoogd met de middelen die nog beschikbaar zijn.

 

II. Artikelsgewijze toelichting

 

Onder E en F (artikelen 4.1 en 4.4)

Er is een subsidiabele activiteit toegevoegd: ook het herstel van faunavoorzieningen wordt gesubsidieerd. Daarmee is het ook mogelijk om faunavoorzieningen die beschadigd of defect zijn, opnieuw in een zodanige staat te brengen dat deze weer functioneren. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om het reguliere onderhoud dat gepleegd moet worden op de faunavoorziening. Reguliere onderhoudskosten zijn immers uitgezonderd van subsidiëring (zie artikel 4.8, onder d).

Om het verschil met het ‘aanpassen’ van een voorziening duidelijk te maken, is eveneens een definitie opgenomen van ‘aanpassen faunavoorziening’. Een ‘aanpassing’ ziet niet zozeer op een voorziening die beschadigd of defect is, maar op een voorziening die ofwel verkeerd is aangelegd ofwel een andere of bredere functie krijgt.

 

Onder H (artikel 4.6)

De subsidievereisten zijn op onderdelen aangepast, zodat deze ook aansluiten bij de nieuwe subsidiabele activiteit ‘herstel van faunavoorzieningen’. Vereist is dat de voorziening die bekostigd is met subsidie, minimaal 10 jaar onderhouden wordt (zie eerste lid, onder b). Daarnaast is de mogelijkheid om aan te tonen dat een faunavoorziening noodzakelijk is, verruimd. Ook indien niet is voldaan aan de onderdelen a tot en met c van het tweede lid, is subsidiëring mogelijk indien een ecologische onderbouwing duidelijk maakt dat de faunavoorziening noodzakelijk is. Zo kan deze nieuwe bepaling bijvoorbeeld uitkomst bieden In geval van nieuw aan te leggen wegen.

 

Onder J (artikel 4.8)

In onderdeel d van artikel 4.8 wordt verduidelijkt dat onderhoud van de faunavoorziening wordt gerekend tot de reguliere activiteiten van de gemeente. Onderhoudskosten zijn daarmee uitgesloten van de subsidie.

 

Onder M (artikel 4.11)

Op grond van paragraaf 4 kan een gemeente in één subsidie aanvragen voor meerdere faunavoorzieningen. De hoogte van de subsidie per faunavoorziening is echter beperkt tot € 57.500. In de begroting dienen de kosten te worden uitgesplitst per faunavoorziening (zie artikel 4.6, eerste lid, onder c, zoals gewijzigd door onderdeel H).

 

Onder O (artikel 4.13)

Voor de afronding van het project staat twee jaar. Voor herstel en aanpassing van een bestaande faunavoorziening zal deze termijn ruim zijn. Om die reden is ervoor gekozen de verplichting op te nemen om in elk geval binnen 6 maanden een aanvang te maken met de uitvoering van het project.

 

Onder X en Y (artikelen 15.1 en 15.2)

De reikwijdte van paragraaf 15 is aangepast. Niet alleen wordt het mogelijk met subsidie preventieve maatregelen te treffen ter bescherming van schapen en geiten, maar ook ter bescherming van andere landbouwhuisdieren. De begrippen in artikel 15.1 en 15.2 zijn op deze ruimere categorie aangepast.

 

Onder AA en BB (artikelen 15.6, 15.7 en 15.8)

De vereisten in artikel 15.6 zijn aangepast aan de nieuwe categorieën landbouwhuisdieren (gehouden alpaca’s, lama’s, runderen, paardachtigen en buiten gehouden varkens). Onder andere is in het derde lid opgenomen over hoeveel landbouwhuisdieren de aanvrager moet beschikken, wil hij in aanmerking komen voor een subsidie voor een opwindsysteem. Daarbij kunnen de aantallen paardachtigen en runderen bij elkaar opgeteld worden. Hetzelfde geldt voor de aantallen schapen, geiten, alpaca’s en lama’s.

Om de regeling te vereenvoudigen wordt gewerkt met vaste bedragen (per dier, per meter en per opwindsysteem). De artikelen 15.7 en 15.8 zijn daarop aangepast.

 

Onder DD (artikel 15.11)

De subsidiebedragen zijn verhoogd op grond van indexatie. Voor de subsidiehoogte voor de nieuwe categorieën landbouwhuisdieren is aangesloten bij het advies van de Adviescommissie preventie wolvenschade Noord-Brabant. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten ervoor gekozen de bedragen te halveren indien de subsidieaanvraag slechts de aanpassing betreft van bestaande vaste of verplaatsbare afrasteringen (zie lid 4).

 

Onder GG (artikel 16.2)

De doelgroep van paragraaf 16 is verbreed. Ook vertegenwoordigers van andere organisaties dan verenigingen en ook particulieren die een belang hebben binnen een van de GGA-gebieden, komen in aanmerking voor subsidie. Voorwaarde is dat zij deelnemen aan de stuurgroep of aan de brede ambtelijke werkgroep die de stuurgroep voorbereidt. Een deelname die beperkt is tot een of meer themagroepen binnen een GGA, komt niet in aanmerking voor subsidie.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

 

de secretaris,

drs. P.J. Buijtels

Naar boven