Provinciale Staten van Zuid-Holland,
Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 24 januari 2023, met het besluitnummer PZH-2023-824554335;
Gelet op artikel 2.6 en artikel 2.8 van de Omgevingswet en artikel 143 van de Provinciewet;
Overwegende dat het vigerende Omgevingsbeleid wordt gewijzigd door de Module Soortenbeleid;
Overwegende dat effectief en goed georganiseerd faunabeheer van belang is, onder meer ter voorkoming van veiligheidsrisico’s en schade aan landbouw en natuur;
Overwegende dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen naast bedreigingen ook kansen dienen te bieden voor biodiversiteit;
Besluiten:
Bijlage I behorende bij artikel I van het besluit van provinciale staten tot wijziging van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in verband met de Herziening Omgevingsbeleid Module Soortenbeleid
De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 3.188, tweede lid, vervalt onderdeel m, onder vervanging van een puntkomma aan het slot van onderdeel l. door een punt.
B.
In artikel 3.190, eerste lid, worden twee onderdelen toegevoegd, onder vervanging van een punt aan het slot van onderdeel e. door een puntkomma:
- f.
- g.
middelen waarmee lokgeluiden kunnen worden gemaakt.
C.
In artikel 3.191 vervalt het tweede lid, onder vernummering van het derde lid tot het tweede lid.
D.
Er wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 7.45ca (kansen voor biodiversiteit)
Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit.
E.
In artikel 8.1 wordt een lid toegevoegd, luidende:
- 6.
De faunabeheereenheid legt de door haar uit te voeren werkzaamheden vast in een werkplan voor minimaal drie en maximaal 6 jaren.
F.
In artikel 8.2 wordt een lid toegevoegd, luidende:
- 4.
De voorzitter van de faunabeheereenheid wordt benoemd door het bestuur van de faunabeheereenheid, op voordracht van gedeputeerde staten.
G.
Artikel 8.10 komt te luiden:
Artikel 8.10 (geldigheidsduur faunabeheerplan)
Een faunabeheerplan heeft een geldigheidsduur van ten hoogste tien jaren.
Den Haag, 8 maart 2023
Provinciale Staten van Zuid-Holland,
Griffier
B.S.M. Sepers
Voorzitter
drs. J. Smit