Besluit van provinciale staten van Zuid-Holland van 14 december 2022 (kenmerk PZH-2022-816062052) tot wijziging van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in verband met het realiseren van de energietransitie (Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Module Energietransitie)

[Een deel van de tekst van deze bekendmaking is overeenkomstig artikel 7 lid 2 Bekendmakingswet bekendgemaakt en hier beschikbaar: https://ro.zuid-holland.nl/NL.IMRO.9928.ZHOV-V041/NL.IMRO.9928.ZHOV-V041.gml en https://ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl/ZHOV-besluiten.]

 

Provinciale staten van Zuid-Holland,

 

Gelezen het voorstel van gedeputeerde staten van 4 oktober 2022, met het besluitnummer PZH-2022-816062052;

 

Gelet op artikel 2.6 en artikel 2.8 van de Omgevingswet en artikel 143 van de Provinciewet;

 

Overwegende dat het mogelijk maken van de bijdragen aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord in Zuid-Holland noodzakelijk is;

 

Overwegende dat duidelijke kaders geboden moeten worden voor de realisatie van de ambities en doorontwikkeling van de regionale energiestrategieën;

 

Besluiten:

Artikel I  

De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wordt gewijzigd zoals is aangegeven in bijlage 1 behorende bij dit besluit.

Artikel II  

De toelichting bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wordt gewijzigd zoals is aangegeven in bijlage 2 behorende bij dit besluit.

Artikel III  

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na uitgifte van het Provinciaal blad waarin dit besluit is bekendgemaakt.

  • 2.

    Als dit besluit voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wordt bekendgemaakt, dan treedt dit besluit in werking op het tijdstip dat de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking treedt.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid treedt dit besluit op een bij besluit van gedeputeerde staten te bepalen tijdstip in werking, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel IV  

  • 1.

    Gedeputeerde staten kunnen, indien dit noodzakelijk is voor de bekendmaking op grond van artikel 6 van de Bekendmakingswet en de beschikbaarstelling op grond van artikel 14.5 van het Omgevingsbesluit ondergeschikte technische wijzigingen aanbrengen, zonder de aard, bedoeling of werking van de regels te veranderen.

  • 2.

    Als toepassing is gegeven aan het eerste lid brengen gedeputeerde staten samenhangende besluiten, waaronder voorbereidingsbesluiten en het Delegatiebesluit Zuid-Hollandse Omgevingsverordening met de technische wijzigingen in overeenstemming.

Artikel V  

Dit besluit wordt aangehaald als: Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Module Energietransitie.

Den Haag, 14 december 2022

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

griffier,

B.S.M. Sepers

voorzitter,

drs. J. Smit

 

De bekendmaking van de geo-informatieobjecten is beschikbaar in een IMRO-GML bestand (NL.IMRO.9928.ZHOV-V041.gml) op grond van Artikel 11.1, eerste lid van het Besluit elektronische publicaties via TAM-IMRO. Het authentieke bronbestand is beschikbaar via https://ro.zuid-holland.nl/NL.IMRO.9928.ZHOV-V041/NL.IMRO.9928.ZHOV-V041.gml. De geo-informatieobjecten zijn raadpleegbaar op https://ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl/ZHOV-besluiten.

Bijlage 1 behorende bij artikel I van het besluit van provinciale staten van Zuid-Holland tot vaststelling van de Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening module energietransitie

 

De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

Artikel 7.76 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Het tweede lid komt te luiden:

     

    • 2.

      In het omgevingsplan kan de begrenzing van de in het eerste lid bedoelde locaties worden aangepast, waarbij rekening wordt gehouden met de lokale omstandigheden, ten behoeve van de ruimtelijke inpassing van de locatie in de omgeving, of ten behoeve van de uitbreiding van deze locatie mits de locatie een samenhangende eenheid vormt in het landschap. Daarbij geldt dat de locatie voor windenergie kan worden uitgebreid met een capaciteit van:

      • a.

        maximaal 5 MW; of

      • b.

        meer dan 5 MW in het geval gedeputeerde staten op grond van artikel 9c, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 van oordeel zijn dat het project met toepassing van artikel 5.55 van de Omgevingswet kan worden uitgevoerd door het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente, en dat bevoegde bestuursorgaan daarmee heeft ingestemd.

  • 2.

    Het vierde lid komt te luiden:

    • 4.

      Een omgevingsplan dat een bouwactiviteit toelaat voor een windturbine en andere bouwwerken gericht op de opwekking van energie uit wind verzekert de sloop van de bouwwerken na het beëindigen van die opwekking.

B

 

Na artikel 7.76 wordt het de volgende artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 7.76a (zonnevelden)

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op een nieuw zonneveld buiten bestaand stads- en dorpsgebied.

  • 2.

    Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een nieuw zonneveld, laat het omgevingsplan dit alleen toe op de volgende locaties:

    • a.

      agrarische bouwpercelen;

    • b.

      locaties met een functie verkeersinfrastructuur of een locatie ten dienste daarvan;

    • c.

      slibdepots, waterbassins, spaarbekkens, bergingsgebieden en voormalige stortplaatsen;

    • d

      glastuinbouwgebied mits er sprake is van meervoudig ruimtegebruik en aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied;

    • e.

      een locatie waar een stedelijke functie is toegedeeld, maar waar die functie nog niet is gerealiseerd;

    • f.

      een windpark.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid kan een omgevingsplan in zoekgebieden voor zon uit Regionale Energie Strategieën die door Provinciale Staten zijn vastgesteld zonnevelden toelaten mits het zoekgebied verder is uitgewerkt en regionaal is afgestemd.

  • 4.

    Het omgevingsplan dat voorziet in het toelaten van een nieuw zonneveld, als bedoeld in het tweede en derde lid, bevat, in aanvulling op paragraaf 7.3.7, een motivering over:

    • a.

      de bijdrage die wordt geleverd aan het behouden en versterken van de biodiversiteit en een zorgvuldige landschappelijke inpassing;

    • b.

      het combineren met andere relevante opgaven.

  • 5.

    Een omgevingsplan dat voorziet in het toelaten van een nieuw zonneveld, als bedoeld in het tweede en derde lid, verzekert:

    • a.

      de realisatie en de instandhouding van inrichtingsmaatregelen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke inpassing en het behouden en versterken van de biodiversiteit;

    • b.

      dat het zonneveld en de bijbehorende andere bouwwerken na afloop van de opwekking van energie worden gesloopt.

C

 

In bijlage 1 worden in de alfabetische rangschikking en vervanging van de punt achter de begripsbepaling van “zichtlijn voor de scheepvaart” door een puntkomma de volgende begripsbepalingen ingevoegd:

 

voormalige stortplaats: stortplaats als bedoeld in artikel 8.52 van de Wet Milieubeheer;

zonneveld: samenstel van voorzieningen waarmee elektriciteit of warmte met behulp van zon wordt geproduceerd.

 

D

 

In Bijlage II wordt de tabel als volgt gewijzigd:

In categorie Artikel 7.75, komt in kolom 2 de derde rij te luiden:

/join/id/regdata/pv28/2022/locatie_voor_windenergie@2022-10-04;4

Naar boven