Mandaatbesluit (milieu)taken directeur RUD Drenthe

Gedeputeerde Staten van Drenthe;

 

gelet op:

- de artikelen 158, 176 en 227a Provinciewet;

- de Algemene wet bestuursrecht, in het bijzonder artikel 10.4, inzake mandaat aan niet-

ondergeschikten;

- de Gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (hierna: RUD Drenthe);

 

 

overwegende dat het gezien de inwerkingtreding van de Omgevingswet wenselijk is het mandaatbesluit, waarmee taken en bevoegdheden aan de directeur van de RUD Drenthe zijn gemandateerd, aan te passen;

 

BESLUITEN:

 

het Mandaatbesluit (milieu) taken directeur RUD Drenthe vast te stellen.

 

 

Mandaatbesluit (milieu) taken directeur RUD Drenthe

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In dit besluit wordt verstaan onder:

    • a.

      Mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Onder mandaat wordt ook begrepen volmacht voor het verrichten van privaatrechtelijke handelingen en machtiging voor het verrichten van feitelijke handelingen;

    • b.

      Directeur: de directeur RUD Drenthe;

    • c.

      College: het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe;

    • d.

      De Gemeenschappelijke regeling: de Gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe;

    • e.

      Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling;

    • f.

      Heffingsambtenaar: de door het college aangewezen provincieambtenaar belast met de heffing van provinciale belastingen als bedoeld in artikel 227a, tweede lid, onderdeel b, van de Provinciewet;

    • g.

      Invorderingsambtenaar: de door het college aangewezen provincieambtenaar belast met de invordering van provinciale belastingen als bedoeld in artikel 227a, tweede lid, onderdeel c, van de Provinciewet.

Artikel 2 Mandaat en ondermandaat

 

  • 1.

    De directeur heeft mandaat overeenkomstig de in de bijlage bij dit besluit opgenomen mandaatlijst.

  • 2.

    Het mandaat betreft alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen. Daaronder valt ook het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten voortvloeiend uit de gemandateerde bevoegdheden.

  • 3.

    De directeur kan voor de in de mandaatlijst genoemde bevoegdheden ondermandaat verlenen aan medewerkers van de RUD Drenthe.

  • 4.

    De directeur draagt zorg voor de bekendmaking van verleende ondermandaten en informeert het college en het Dagelijks Bestuur hierover.

Artikel 3 Reikwijdte

 

  • 1.

    Onder het in de bijlage bij dit besluit opgenomen begrip “regels die betrekking hebben op het milieu” wordt verstaan: technische milieu- of door milieubelangen ingegeven regels die in de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Asbestverwijderingsbesluit, hoofdstuk 22 van het tijdelijk deel van het omgevingsplan (de bruidsschat), voorbeschermingsregels of in een omgevingsplan, al dan niet ter invulling van art. 4.6 van de Omgevingswet, de instructieregels in de provinciale omgevingsverordening of paragraaf 5.1.2 en 5.1.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zijn opgenomen.

  • 2.

    Onder het begrip milieu wordt in dit mandaatbesluit ook de bescherming van de bodem, het belang van energiebesparing en de bescherming tegen asbest verstaan.

Artikel 4 Voorschriften bij gebruik mandaat: algemeen

 

Uitoefening van mandaat vindt plaats binnen:

  • a.

    het wettelijk kader;

  • b.

    beleid en regelgeving van de mandaatgever;

  • c.

    afspraken in de dienstverleningsovereenkomsten;

  • d.

    binnen dit mandaatbesluit gestelde kaders;

  • e.

    het vastgestelde jaarprogramma voor uitvoeringstaken zoals bedoeld in artikel 22, eerste lid onder n van de Gemeenschappelijke regeling.

Artikel 5 Vooraf bespreken met bevoegd gezag bij uitoefening mandaat; couleur locale

 

  • 1.

    In onderstaande gevallen bespreekt de directeur voorgenomen beslissingen met het college:

    • a.

      bij politiek-bestuurlijke en financiële risico’s;

    • b.

      indien het voornemen afwijkt van het tot dan toe gevoerde beleid;

    • c.

      als de vereiste (interne en of externe) adviezen niet op elkaar aansluiten;

    • d.

      als het voornemen of het ontwerpbesluit ter visie heeft gelegen en daartegen zienswijzen in de zin van artikel 3:15 of artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht kenbaar zijn gemaakt;

    • e.

      indien het college dit heeft aangegeven;

    • f.

      bij twijfel omtrent de reikwijdte/toepassing van het mandaatbesluit.

  • 2.

    Het niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid leidt niet tot een onbevoegd genomen besluit.

Artikel 6 Wijze van ondertekening bij mandaat

 

  • 1.

    De bevoegdheid om op grond van lid 2 beslissingen te nemen impliceert de bevoegdheid tot ondertekening namens het bestuursorgaan.

  • 2.

    Bij een in mandaat genomen besluit vindt ondertekening als volgt plaats:

 

‘Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe’

 

‘naam’

‘functie’

 

of

 

‘Namens de provincieambtenaar belast met de heffing van de provinciale belastingen’,

 

‘naam’

‘functie’

 

of

 

‘Namens de provincieambtenaar belast met de invordering van de provinciale belastingen’,

 

‘naam’

‘functie’

 

  • 3.

    Een privaatrechtelijke rechtshandeling wordt ondertekend met:

 

‘Namens de commissaris van de Koning van de provincie Drenthe’

 

‘naam’

‘functie’

 

  • 4.

    Onder een handtekening in de zin van dit besluit wordt mede verstaan een bevoegdelijk geplaatste digitale kopie van de handtekening van de mandaathouder, indien de besluitvorming elektronisch navolgbaar is.

  • 5.

    Indien een brief – niet zijnde een besluit – niet van een handtekening wordt voorzien, wordt het volgende onderschrift geplaatst: ‘Deze brief is digitaal aangemaakt en daarom niet ondertekend’.

Artikel 7 Inwerkingtreding en citeertitel

 

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt.

  • 2.

    Het Mandaatbesluit milieutaken directeur RUD Drenthe zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten (Provinciaal Blad 2013, 58 en Provinciaal Blad 2015, 6026) wordt ingetrokken. De regeling blijft van toepassing op gevallen die onder het overgangsrecht van de Omgevingswet vallen.

  • 3.

    Dit mandaatbesluit kan worden aangehaald als: “Mandaatbesluit (milieu) taken directeur RUD Drenthe”.

Instemming verleend door de directeur d.d. 12 april 2023

Instemming verleend door het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke regeling in de vergadering van d.d. 12 april 2023

BIJLAGE

Mandaatlijst als bedoeld in artikel 2 Mandaatbesluit (milieu) taken directeur RUD Drenthe

 

Algemeen

 

Bevoegdheden, besluiten en taken

A01

Vertegenwoordiging in rechte bij bezwaar, beroep, hoger beroep en verzoeken om voorlopige voorziening; het voeren van verweer in relatie tot de elders in de mandaatlijst genoemde bevoegdheden.

A02

Besluiten op bezwaarschriften, voor zover in overeenstemming met het advies van de Commissie rechtsbescherming, inclusief inzet premediation in relatie tot de elders in de mandaatlijst genoemde bevoegdheden.

A03

Aangaan en ondertekenen van mediationovereenkomsten, voeren van gesprekken onder leiding van een mediator, aangaan en ondertekenen van vaststellingsovereenkomsten als resultaat van deze gesprekken alsmede aanwijzen van functionarissen om namens Gedeputeerde Staten gesprekken onder leiding van een mediator te voeren in relatie tot de elders in de mandaatlijst genoemde bevoegdheden.

A04

Besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen waaronder het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten in relatie tot de elders in de mandaatlijst genoemde bevoegdheden.

A05

Het ondertekenen van overeenkomsten ter uitvoering van besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen (volmacht) in relatie tot de elders in de mandaatlijst genoemde bevoegdheden

A06

Alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen op basis van de Algemene wet bestuursrecht en de Provinciewet in relatie tot de elders in de mandaatlijst genoemde bevoegdheden.

A07

De bevoegdheid leges te heffen voor het in behandeling nemen van ingediende aanvragen om vergunning c.q. ontheffing en in bij de legesverordening bepaalde gevallen leges terug te geven in relatie tot de elders in de mandaatlijst genoemde bevoegdheden

A08

De bevoegdheid leges in te vorderen die op grond van het mandaat van de heffingsambtenaar worden geheven in relatie tot de elders in de mandaatlijst genoemde bevoegdheden.

A09

De bevoegdheid tot het verlenen van autorisatie aan medewerkers in verband met wettelijke informatieverplichting en inschrijving in registers als bedoeld in A10.

A10

De taken op het gebied van wettelijke informatieverplichtingen en inschrijving in registers waaronder in elk geval de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, het Register Externe Veiligheid (REV) als bedoeld in paragraaf 10.8.1 van het Omgevingsbesluit, werkzaamheden met betrekking tot de PRTR-verordening als bedoeld in paragraaf 10.8.6 van het Omgevingsbesluit en werkzaamheden op de e-MJV applicatie en IPPC applicatie inzake PRTR-verslagen, EEP-rapportages en IPPC-gegevens.

Toelichting

De hier genoemde werkzaamheden werden voor een groot deel al uitgevoerd door de RUDD op

grond van de algemeen geformuleerde mandaten in het eerdere mandaatbesluit zoals

bijvoorbeeld “alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en

handhaving in het kader van de Wet milieubeheer en bij of krachtens uitvoeringsregelingen voor

zover opgedragen aan genoemde bestuursorganen”. In het licht van de Omgevingswet leek het

raadzaam om dit soort taken apart te benoemen.

A11

Alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en handhaving in het kader van de Wet luchtvaart en bij of krachtens uitvoeringsregelingen voor zover opgedragen aan het college, met uitzondering van het vaststellen van luchthavenregelingen zoals bedoeld in artikel 8.64 Wet luchtvaart.

 

 

Uitvoering

 

Bevoegdheden en besluiten

 

Omgevingswet

U01a

Alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen met betrekking tot aanvragen om omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten bij of krachtens artikel 5.1, lid 1 onder a van de Omgevingswet alsmede toezicht en handhaving daarvan.

Toelichting

Het gaat hier om één van de opvolgers op grond van de Omgevingswet van de bepaling: alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en handhaving in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij of krachtens uitvoeringsregelingen voor zover opgedragen aan genoemde bestuursorganen.

U01b

Alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen met betrekking tot aanvragen om omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten bij of krachtens artikel 5.1, lid 2 onder a van de Omgevingswet alsmede toezicht en handhaving daarvan.

Toelichting

Het gaat hier om één van de opvolgers op grond van de Omgevingswet van de bepaling: alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en handhaving in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij of krachtens uitvoeringsregelingen voor zover opgedragen aan genoemde bestuursorganen.

U02

Alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen met betrekking tot enkelvoudige aanvragen om omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten zoals verplicht gesteld in de bruidsschat, een omgevingsplan of bij of krachtens artikel 5.1, lid 2, onder b van de Omgevingswet, alsmede toezicht en handhaving daarvan.

Toelichting

Het gaat hier om één van de opvolgers op grond van de Omgevingswet van de bepaling: alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en handhaving in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij of krachtens uitvoeringsregelingen voor zover opgedragen aan genoemde bestuursorganen.

 

Het gaat hier om de milieubelastende activiteiten die op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving een omgevingsvergunning nodig hebben.

 

Sommige bestaande vergunningplichten zijn opgenomen in de zogenaamde bruidsschat. Nieuw is dat gemeenten in hun omgevingsplan eventueel ook nog regels voor milieubelastende activiteiten opnemen, bijvoorbeeld omdat ze de vergunningplicht uit de bruidsschat willen continueren.

U03

Alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen inzake het actualiseren van omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.38, lid 1, onder b van de Omgevingswet.

Toelichting

Het gaat hier om één van de opvolgers op grond van de Omgevingswet van de bepaling: alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en handhaving in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij of krachtens uitvoeringsregelingen voor zover opgedragen aan genoemde bestuursorganen.

 

Het gaat hier om het actualiseren van de omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten die op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving een omgevingsvergunning nodig hebben.

U04

Alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen met betrekking tot het intrekken en/of wijzigen van (de voorschriften van) omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten als bedoeld in de artikelen 4.5 leden 1, 5.39, 5.40, 5.41 en 18.10 van de Omgevingswet.

 

Toelichting

Het gaat hier om één van de opvolgers op grond van de Omgevingswet van de bepaling: alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en handhaving in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij of krachtens uitvoeringsregelingen voor zover opgedragen aan genoemde bestuursorganen en voor zover het betreft enkelvoudige aanvragen die betrekking hebben op de component milieu.

 

Het gaat hier om het intrekken en/of het wijzigen van omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten die op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving een omgevingsvergunning nodig hebben.

 

U05

Alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen met betrekking tot het ambtshalve verlenen van revisievergunningen voor milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.43 van de Omgevingswet.

Toelichting

Het gaat hier om één van de opvolgers op grond van de Omgevingswet van de bepaling: alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en handhaving in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij of krachtens uitvoeringsregelingen voor zover opgedragen aan genoemde bestuursorganen en voor zover het betreft enkelvoudige aanvragen die betrekking hebben op de component milieu.

 

Het gaat hier om het ambtshalve reviseren / consolideren van omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten die op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving een omgevingsvergunning nodig hebben.

U06

Alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en handhaving met betrekking tot maatwerkvoorschriften aangaande regels met betrekking tot het milieu als bedoeld in artikel 4.5, lid 1 van de Omgevingswet.

Toelichting

Het gaat hier om één van de opvolgers op grond van de Omgevingswet van de bepaling: alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en handhaving in het kader van de Wet milieubeheer en bij of krachtens uitvoeringsregelingen voor zover opgedragen aan genoemde bestuursorganen

 

Het gaat hier om maatwerk, zoals dat vroeger mogelijk was ten opzichte van de algemene regels in het Activiteitenbesluit. Maar nu is er veel meer maatwerk mogelijk, niet alleen ten opzichte van het Besluit activiteiten leefomgeving, maar ook ten opzichte van de bruidsschat en mogelijk ook ten opzichte van het omgevingsplan (als dat in het omgevingsplan is geregeld). Ook kan maatwerk verschillend van aard zijn: afwijken van een norm, het opleggen van een middelvoorschrift, maar zelfs de verplichting om onderzoek te doen.

 

U07

Besluiten inzake het treffen van gelijkwaardige maatregelen aangaande regels met betrekking tot het milieu als bedoeld in artikel 4.7, lid 1 van de Omgevingswet, alsmede toezicht en handhaving daarvan.

Toelichting

Het gaat hier om één van de opvolgers op grond van de Omgevingswet van de bepaling: alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en handhaving in het kader van de Wet milieubeheer en bij of krachtens uitvoeringsregelingen voor zover opgedragen aan genoemde bestuursorganen.

 

Het gaat hier om een gelijkwaardigheidsbesluit zoals dat vroeger mogelijk was ten opzichte van de algemene regels in het Activiteitenbesluit (vgl. artikel 8.40a Wm).

U08

Besluiten omtrent m.e.r.- beoordelingsplicht zoals bedoeld in artikel 16.43, lid 2 van de Omgevingswet en de uitvoering van de milieueffectrapportages en voorbereiden van besluiten inzake milieueffectrapportages voor mer-plichtige projecten als bedoeld in paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet.

Toelichting

Het gaat hier om één van de opvolgers op grond van de Omgevingswet van de bepaling: alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en handhaving in het kader van de Wet milieubeheer en bij of krachtens uitvoeringsregelingen voor zover opgedragen aan genoemde bestuursorganen.

 

Hoewel strikt genomen deze bevoegdheid al gemandateerd is met de mandaten over het toepassen van algemene wetten en de algemene bevoegdheid om omgevingsvergunningen af te geven is er, om misverstanden te voorkomen, voor gekozen om deze bevoegdheid expliciet te mandateren.

U09

Besluiten inzake afdeling 19.1 van de Omgevingswet over ongewone voorvallen, alsmede toezicht en handhaving daarvan.

Toelichting

Het gaat hier om één van de opvolgers op grond van de Omgevingswet van de bepaling: alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en handhaving in het kader van de Wet milieubeheer en bij of krachtens uitvoeringsregelingen voor zover opgedragen aan genoemde bestuursorganen.

 

Het betreft de regels die moeten worden toegepast als er binnen een bedrijf sprake is van een ongewoon voorval (denk aan: storing, brand, etc.).

U10

Besluiten inzake afdeling 19.2a van de Omgevingswet over toevalsvondsten van verontreiniging op of in de bodem, alsmede toezicht en handhaving daarvan.

Toelichting

Het betreft één van de opvolgers in de Omgevingswet van de bepaling: “Alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen,

alsmede toezicht en handhaving in het kader van de Wet

bodembescherming en bij of krachtens uitvoeringsregelingen

(bijvoorbeeld het Besluit bodemkwaliteit) en Besluit financiële bepalingen Bodemsanering voor zover opgedragen aan genoemde bestuursorganen.

U11

Besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen in het kader van de Omgevingswet, het Asbestverwijderingsbesluit en Besluit bouwwerken leefomgeving en bij of krachtens uitvoeringsregelingen alsmede toezicht en handhaving.

 

 

Toelichting

Het betreft één van de opvolgers in de Omgevingswet van de bepaling:

“Alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen in het kader van de Woningwet, Asbestverwijderingsbesluit en Bouwbesluit en bij of krachtens uitvoeringsregelingen”. Het betreft asbest en zorgplicht, asbestverwijdering en asbestsloop en voor zover deze betrekking hebben op de bevoegdheden van het college.

 

U12

Ontheffingen als bedoeld in artikel 10.63 lid 2 van de Wet milieubeheer alsmede toezicht en handhaving daarvan.

 

 

Toelichting

Het gaat hier om één van de opvolgers de bepaling: alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, alsmede toezicht en handhaving in het kader van de Wet milieubeheer en bij of krachtens uitvoeringsregelingen voor zover opgedragen aan genoemde bestuursorganen. Deze bepaling is (in iets gewijzigde vorm) in de Wet milieubeheer blijven staan.

U13

Het toepassen van de bevoegdheid als bedoeld in art ikel 16.16 , lid 4 van de Omgevingswet.

 

Toelichting

Het gaat hier om het recht om te bepalen dat instemming (bedoeld als opvolger van de verklaring van geen bedenkingen) niet is vereist (zie voor een verdere uitleg van dit instrument de categorie hieronder).

 

U14

Het al dan niet instemmen met een voorgenomen besluit als bedoeld in artikel 4.25, lid 3 Omgevingsbesluit juncto artikel 4.25, lid 1, onder c-1 Omgevingsbesluit.

 

 

Toelichting

Dit instrument houdt in dat bij het uitbrengen van het advies wordt gevraagd om de voorgenomen beslissing terug te zien voordat deze definitief wordt gemaakt. Hierbij kan worden bezien of het advies goed in het voorgenomen besluit is overgenomen. Als dat niet zo is verleent de adviseur geen instemming en moet de vergunning geweigerd worden.

U15

Het opleggen van financiële zekerheid (artikel 13.5 Omgevingswet)

 

 

 

Toelichting

Voor bepaalde categorieën milieubelastende activiteiten kan, of moet er via de omgevingsvergunning worden geregeld dat er financiële zekerheid moet worden gesteld (bijvoorbeeld voor het opruimen van achtergebleven afvalstoffen in het geval van een faillissement). Hoewel strikt genomen deze bevoegdheid al gemandateerd is met de algemene bevoegdheid om omgevingsvergunningen af te geven is er, om misverstanden te voorkomen, voor gekozen om deze bevoegdheid expliciet te mandateren. Let wel: het betreft hier alleen het via de vergunning opleggen van de verplichting. De feitelijke en meer financieel getinte handelingen die hieruit voortvloeien (denk aan vestigen hypotheekrecht) en het daadwerkelijk inwinnen van de financiële zekerheid, is niet gemandateerd.

U16

Het opleggen van gedoogplichten als bedoeld in art ikel 10.13a Omgevingswet.

 

Toelichting

Artikel 10.13a geeft de mogelijkheid om gedoogplichten op te leggen om onderzoek te kunnen uitvoeren op andermans grond naar de mate van verontreiniging van de bodem.

 

 

U17

Het uitoefenen van toezicht en handhaving op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet en het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 9 en 10 van de Wet milieubeheer voor zover het betreft regels die betrekking hebben op het milieu.

 

 

Toelichting

Het uitoefenen van toezicht en handhaving op de naleving van algemene milieugerelateerde regels o.g.v. de Omgevingswet (als opvolger van onder meer de Wet milieubeheer) spreekt voor zich. Enkele afvalgerelateerde regels blijven echter achter in de Wet milieubeheer, zodat het mandaat zich ook daarop zal moeten richten.

 

U18

Het aanwijzen van toezichthouders als bedoeld in artikel 18.6 Omgevingswet voor zover het betreft de elders in dit besluit gemandateerde toezicht- en handhavingstaken.

 

Bijzonder mandaat (in geval van meervoudige toestemmingen)

BZ1

Alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen met betrekking tot meervoudige aanvragen om omgevingsvergunningen die betrekking hebben op één of meer van de volgende onderdelen: artikel 5.1, lid 1, onder c Omgevingswet (ontgrondingsactiviteit), artikel 5.1, lid 2, onder g (flora en fauna-activiteit), artikel 5.1, lid 1, onder e (Natura 2000-activiteit) en artikel 5.1, lid 1 onder f (een beperkingengebiedactiviteit) alsmede toezicht en handhaving daarvan, onder de voorwaarde dat het college met betrekking tot deze onderdelen inclusief toezicht en handhaving daarvan om advies wordt gevraagd. Bij een voornemen om af te wijken van het advies, wordt het college daarover vooraf geïnformeerd.

 

Overgangsrecht

O1

Het mandaatbesluit zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten (Provinciaal Blad 2013, 58 en Provinciaal Blad 2015, 6026) blijft van toepassing voor zover het mandaat in het licht van het in de Omgevingswet opgenomen overgangsrecht noodzakelijk blijft.

Toelichting

Ook als de Omgevingswet in werking treedt blijft het oude recht in bepaalde gevallen gelden (bijvoorbeeld bij lopende vergunningaanvragen, maar ook bij de sanering van bodemverontreinigingen). Om ook dergelijke gevallen in mandaat af te kunnen doen, blijft zekerheidshalve de oude mandaatregeling van toepassing.

 

 

Toelichting Mandaatbesluit (milieu)taken directeur RUD Drenthe

 

Algemeen

De (aanstaande) inwerkingtreding van de Omgevingswet vraagt ook om een aanpassing van de mandaatbesluiten waarmee taken en bevoegdheden aan de RUD Drenthe zijn gemandateerd. Het uitgangspunt bij het opstellen van dit mandaatbesluit is dat er geen verschuiving plaatsvindt van de uit te voeren werkzaamheden tussen de diverse betrokken organisaties. Dit betekent dat op een paar (hierna toe te lichten) wijzigingen na de gemandateerde taken de opvolgers zijn van soortgelijke bepalingen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo).

 

Een op het oog grotere wijziging vindt plaats doordat er in de bijlage bij het mandaatbesluit méér toestemmingsstelsels worden gemandateerd dan eerder het geval was op grond van de Wabo. Ook hier geldt echter dat het niet de bedoeling is dat er een verschuiving plaatsvindt van de uit te voeren werkzaamheden tussen de diverse betrokken organisaties. De brede(re) mandaatverlening maakt het slechts mogelijk om een meervoudige omgevingsvergunningen door de directeur van de RUD Drenthe te laten ondertekenen. Op dit onderdeel wordt verderop in de toelichting, onder het kopje “Enkelvoudige en meervoudige besluiten”, uitvoerig ingegaan.

 

Artikelsgewijs

In de artikelen van het mandaatbesluit zijn kleine wijzigingen doorgevoerd, die hieronder wordt toegelicht.

 

Artikel 2 (oud), artikel 2 (nieuw)

Bij alle bepalingen is voorzien in de mogelijkheid van ondermandaat (in de eerdere mandaatbesluit was maar bij één bepaling geregeld dat ondermandaat was uitgesloten). Op grond van het vierde lid wordt het college op de hoogte gebracht van eventueel verleende ondermandaten. Wanneer dit in voorkomende gevallen toch als problematisch zou worden ervaren kan er op dat moment alsnog en opnieuw naar de (on)mogelijkheid van ondermandaat worden gekeken.

 

Artikel 5 (artikel 4 oud)

Dit artikel is opnieuw opgenomen. Het is conform de provinciale werkwijze, waarbij de beperkingen/instructies bij het mandaatbesluit zelf worden opgenomen.

 

Artikel 6,(oud), artikel 6 (nieuw)

Deze artikelen zijn deels aangevuld met verduidelijkende zinnen.

 

Bijlage (nieuw), artikel 6 (oud)

De mandaatlijst is niet meer als apart artikel opgenomen, maar toegevoegd als bijlage.

 

Artikel 7 (oud)

Dit artikel is niet meer opgenomen. Ook zonder toevoeging van dit artikel wordt het mandaat via werkafspraken of anderszins nader ingevuld.

 

Bijlage

De Omgevingswet heeft niet geleid tot aanpassingen in de meer algemene wetten, zoals de Gemeentewet, de Provinciewet en de Algemene wet bestuursrecht. In het algemene deel van de bijlage bij het mandaatbesluit zijn daarom dezelfde taken en bevoegdheden gemandateerd als die waren opgenomen in de huidige mandaatbesluiten.

 

Voor wat betreft de taken en bevoegdheden die zijn opgenomen in het deel “Uitvoering” van de bijlage bij het mandaatbesluit geldt dat dit de “opvolgers” zijn van dat wat eerder was gemandateerd. In een specifieke toelichting bij elke bepaling is in de bijlage zelf aangegeven van welke eerder gemandateerde taak of bevoegdheid de nieuwe taak of bevoegdheid de opvolger is.

 

Enkelvoudige besluiten en meervoudige besluiten

Huidige situatie

Op grond van Wabo en de huidige mandaatbesluiten van de gemeenten is het zo dat de RUD Drenthe in de gemeentelijke mandaatbesluiten alleen gemandateerd is om zogenaamde enkelvoudige aanvragen voor een milieutoestemming in mandaat af te doen. Als er sprake is van een meervoudige aanvraag (voor meerdere toestemmingen op grond van de Wabo) wordt bij de deelnemende gemeente het besluit door de gemeente zelf genomen, waarbij er aan de RUD Drenthe advies wordt gevraagd over de toestemming voor het onderdeel milieu (als deze tot de aangevraagde toestemmingen behoort). Hetzelfde geldt voor de situaties waarin sprake is van een samengestelde handhavingszaak (overtreding milieu-, maar ook bouw en bestemmingplanregels). Bij de provincie zijn wel alle omgevingsvergunningen, ook de meervoudige, aan de RUD gemandateerd. In de huidige situatie is de “front-office”, die nodig is om meervoudige zaken af te doen, belegd bij de gemeenten en voor zover het provinciale omgevingsvergunningen op grond van de Wabo betreft bij de RUD.

 

Vraagstuk: hoe om te gaan het verbreden van de reikwijdte van de Omgevingswet?

Omdat de reikwijdte van de Omgevingswet is vergroot zullen er meer toestemmingen dan voorheen onder het regime van de omgevingsvergunning komen te vallen. In dit licht is opnieuw de vraag aan de orde wat de provincie wil met de meervoudige aanvragen. Vragen die hierbij gesteld zijn luiden: wil de provincie deze voortaan, net als de gemeenten, zelf afdoen en dus deze front-office-taken overnemen? Of wil de provincie de front-office-functie van de RUD Drenthe laten bestaan en uitbreiden met de nieuwe toestemmingsstelsels die onder de Omgevingswet onder de omgevingsvergunning zijn gebracht?

 

Keuze: behoud de front-office-functie van de RUD

Besloten is om voor het laatste te kiezen: behoud (en mogelijk) uitbreiding van de front-office-functie van de RUD Drenthe.

 

Omdat het tegelijkertijd niet de bedoeling is dat de RUD Drenthe al deze nieuwe toestemmingsstelsel ook inhoudelijk ten uitvoer gaat leggen is hieronder in grote lijnen weergegeven hoe de werkzaamheden in de toekomst zullen worden uitgevoerd. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen enkel- en meervoudige aanvragen.

Enkelvoudige aanvragen die momenteel door de provincie zelf worden afgegeven, denk aan vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming (zowel de gebieds- als de soortenvariant) en de ontgrondingsvergunning, zullen in de toekomst door de provincie zelf worden be- en afgehandeld.

Enkelvoudige aanvragen waarvoor de provincie bevoegd is en die vallen onder het milieutakkenpakket zoals gedefinieerd en gemandateerd in de gemeentelijke mandaatbesluiten worden door RUD Drenthe inhoudelijk behandeld en in mandaat uitgedaan.

Enkelvoudige aanvragen waarvoor de provincie bevoegd is en die niet vallen onder het milieutakkenpakket worden (net als nu het geval is) door RUD Drenthe in mandaat uitgedaan, nadat op basis van back-office-afspraken met bijvoorbeeld de gemeenten de inhoud van deze besluiten elders is opgehaald. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsvergunning voor een niet-milieu-gerelateerde omgevingsplanactiviteit. Denkbaar is dat dit ook een toestemming is die nu nog niet door de front-office van de RUD Drenthe wordt afgehandeld (bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit). De inschatting is echter dat dit niet of nauwelijks zal voorkomen.

Meervoudige aanvragen worden door de front-office binnen de RUD gecoördineerd en in mandaat afgedaan. De inhoudelijke werkzaamheden worden uitgevoerd als waren de verschillende onderdelen enkelvoudig aangevraagd. Bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op milieu, bouwen, buitenplans afwijken van het omgevingsplan en natuur, zijn dus achtereenvolgens de RUD Drenthe, de gemeente (2x) en de provincie aan zet voor de inhoud. Het is overigens denkbaar dat een meervoudige aanvraag helemaal inhoudelijk door de RUD Drenthe kan worden afgedaan (als er meerdere toestemmingen worden aangevraagd die onder het milieutakenpakket vallen zoals omschreven en gemandateerd in de gemeentelijke mandaatbesluiten), maar vaker zal er sprake zijn van een combinatie van een milieu- en een niet-milieuactiviteit.

Nb. In dit verband moet overigens benadrukt worden dat er op grond van de Omgevingswet geen verplichting meer bestaat om onlosmakelijk samenhangende activiteiten in één omgevingsvergunning aan te vragen. De inschatting is dat het hierdoor weer vaker voor zal komen dat de verschillende benodigde toestemmingen apart worden aangevraagd.

 

Keuze geldt ook voor beslissingen op bezwaar en procedures

De voorgaande werkwijze geldt vanzelfsprekend ook voor beslissingen op bezwaar en de vertegenwoordiging in rechte, wanneer de betreffende omgevingsvergunning wordt aangevochten.

 

 

Consequenties in handhavingsspoor

Met betrekking tot omgevingsvergunningen is het toezicht en handhaving in algemene zin gemandateerd. Conform de uitgangspunten die gelden bij enkelvoudige omgevingsvergunningen zal steeds moeten worden nagegaan waar het overtreden voorschrift inhoudelijk betrekking op heeft.

 

Toezicht en handhaving van een door Gedeputeerde Staten zelf afgegeven vergunning wordt door Gedeputeerde Staten zelf ter hand genomen.

Toezicht – en handhaving van een door de RUD Drenthe in mandaat afgegeven vergunning die valt onder het milieutakkenpakket wordt door de RUD Drenthe ter hand genomen.

 

Toezicht- en handhaving van een door de RUD Drenthe in mandaat afgegeven vergunning waarvoor de provincie bevoegd gezag is en die niet vallen onder het milieutakkenpakket wordt door de RUD Drenthe ter hand genomen, nadat op basis van back-office-afspraken met bijvoorbeeld de gemeenten de inhoud van deze besluiten elders is opgehaald. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsvergunning voor een niet-milieu-gerelateerde omgevingsplanactiviteit.

Toezicht en handhaving van een door de RUD Drenthe in mandaat afgegeven meervoudige omgevingsvergunning wordt door de RUD Drenthe ter hand genomen. De inhoudelijke werkzaamheden worden uitgevoerd als waren de verschillende onderdelen enkelvoudig aangevraagd. Bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op milieu, bouwen, buitenplans afwijken van het omgevingsplan en natuur, zijn dus achtereenvolgens de RUD Drenthe, de gemeente (2x) en de provincie aan zet voor de inhoud.

Gelet op de achtergrond van dit mandaatbesluit (geen toedeling extra inhoudelijke taken aan de RUD Drenthe) heeft het mandaat waar het toezicht en handhaving betreft alleen betrekking op algemene milieugerelateerde regels (niet ook op bijvoorbeeld regels over op het gebied van natuur- en soortenbescherming).

 

Verhuizen milieuregels naar omgevingsplan

Een andere categorie waar kleine wijzigingen zijn doorgevoerd betreft de milieuregels die zijn, of zullen worden, verhuisd van algemene Rijksregels naar regels in eerst de gemeentelijke bruidsschat en later het gemeentelijke omgevingsplan. Deze vielen in de eerdere mandaatbesluiten onder het algemeen geformuleerde mandaat om bijvoorbeeld toezicht te houden op de Wet milieubeheer. Een soortgelijk algemeen mandaat om toezicht te houden op de bruidsschat of het omgevingsplan zou echter beslist niet beleidsneutraal zijn, omdat de RUD Drenthe dan een mandaat zou krijgen om bijvoorbeeld toezicht te houden op het hele omgevingsplan.

 

Daarom is in artikel 3 van het mandaatbesluit het begrip “regels die betrekking hebben op het milieu” opgenomen en is in de verschillende mandaatcategorieën waar deze problematiek speelt een verbinding gelegd met dit begrip. Het begrip is met opzet breed gedefinieerd: “technische milieu- of door milieubelangen ingegeven regels die in de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Asbestverwijderingsbesluit, hoofdstuk 22 van het tijdelijk deel van het omgevingsplan (de bruidsschat), voorbeschermingsregels of in een omgevingsplan, al dan niet ter invulling van art. 4.6 van de Omgevingswet, de instructieregels in de provinciale omgevingsverordening of paragraaf 5.1.2 en 5.1.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zijn opgenomen.” Hierdoor is het mandaat wel toegesneden op het bestaande takenpakket van de RUD Drenthe. Bijvoorbeeld: hierdoor geldt er wel een mandaat voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als hiermee wordt afgeweken van een milieuregel, maar geldt er geen mandaat als de omgevingsplanregel waarvan wordt afgeweken een bouwtechnische achtergrond heeft. Wel geldt er mandaat voor bijvoorbeeld toezicht en handhaving op de maximale geluidgrenswaarde die geldt voor warmtepompen, de regels over het mobiel breken van puin, maar ook bijvoorbeeld de energiebesparingsverplichting (die nu in het Activiteitenbesluit milieubeheer staat, maar in het nieuwe stelsel wordt verdeeld over het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving). Het gaat hier nadrukkelijk niet om de bouwregels (ook al zouden deze een milieubelang als achtergrond hebben). Ook geldt er wel een mandaat voor het houden van toezicht op een milieuregel in het omgevingsplan, maar niet voor het houden van toezicht op bijvoorbeeld een planregel die cultuurhistorische waarden wil beschermen. Onder een technische milieuregel wordt bijvoorbeeld een regel verstaan waarin een technische norm is opgenomen (“de geluidsbelasting in dB(A) mag niet meer bedragen dan 50 dB(A)”). Een door milieubelangen ingegeven regel kan bijvoorbeeld een vanuit het bestrijden van geurhinder ingegeven afstandsregel zijn Wanneer er in de toekomst behoefte zou bestaan om tot een nadere specificering te komen dan kan ervoor gekozen worden om dit in DVO’s of uiteindelijk het mandaatbesluit zelf te verduidelijken.

 

Toezicht en handhaving

In het mandaatbesluit is bij elk gemandateerd besluit in de betreffende mandaat ook het toezicht hierop en de handhaving hiervan gemandateerd. Omdat er ook een regels gehandhaafd moeten kunnen worden die niet in vergunningen vastliggen is er ook mandaat verleend voor het uitoefenen van toezicht en handhaving op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet voor zover het betreft regels die betrekking hebben op het milieu. Waar over toezicht en handhaving wordt gesproken wordt gedoeld op alle vormen van handhaving, bijvoorbeeld ook spoedeisende bestuursdwang.

 

Wob/Woo-verzoeken

Het afhandelen van Wob-verzoeken en de opvolger daarvan, de Wet open overheid (Woo), komt niet terug in het mandaatbesluit. Uit de wetenschap blijkt namelijk dat, anders dan eerder werd aangenomen, de RUD Drenthe niet zelf de bevoegdheid heeft om een beslissing te nemen op tot de RUD Drenthe gerichte Woo-verzoeken. Deze moeten, omdat het om gemandateerde taken gaat, altijd door de mandaatgevers worden afgehandeld. Omdat de RUD Drenthe deze “eigen Woo-verzoeken” dus niet meer af zal afhandelen, is het ook niet logisch om Woo-verzoeken die tot de mandaatgevers zelf zijn gericht in mandaat af te handelen (iets wat voorheen wel door enkele gemeenten was gemandateerd). Uiteraard berust veel informatie wel bij de RUD Drenthe en zullen er in DVO-verband/ anderszins duidelijke afspraken gemaakt moeten worden over het vergaren en eventueel (voor-) bewerken van informatie.

 

BIBOB

Besloten is om het mandaat voor BIBOB-werkzaamheden te schrappen. De huidige werkwijze is al dat de RUD Drenthe geen rol heeft bij de daadwerkelijke toepassing van dit instrument. Gelet op een recente wetswijziging is de benodigde samenwerking en gegevensuitwisseling met de RUD Drenthe ook mogelijk als er geen mandaat voor Bibob-werkzaamheden geldt.

 

 

Gedeputeerde Staten voornoemd,

 

drs. J. Klijnsma, voorzitter

W.F. Brenkman MSc, secretaris

 

De Commissaris van de Koning voornoemd

 

De provincieambtenaar belast met de heffing van de provinciale belastingen voornoemd

 

De provincieambtenaar belast met de invordering van de provinciale belastingen voornoemd

 

 

Assen, 28 november 2023

Kenmerk 4.4/2023001623

 

Uitgegeven: 29 december 2023

 

Naar boven