PZH-2023-839930004/ DOS-2023-0004888
Inleiding
De N217 in de Hoeksche Waard tussen Oud-Beijerland en Nieuw-Beijerland betreft een provinciale gebiedsontsluitingsweg met een snelheidsregime van 80 km/h, waarop de middenas is uitgevoerd met een 9-1 markering.
Deze markering is op het wegdek aangebracht om inhalen zoveel mogelijk te ontmoedigen, maar dit niet onmogelijk te maken voor o.a. het inhalen van landbouwverkeer. Gezien de grote snelheidsverschillen tussen landbouwvoertuigen en overige motorvoertuigen is het inhalen van deze categorie voertuigen wenselijk.
De keuze voor de markering heeft echter ook het nadelige gevolg dat automobilisten andere voertuigen, op hoge snelheid, inhalen. Deze inhaalacties kunnen zorgen voor gevaarlijke situaties. Vanuit het landelijk risicogestuurde verkeersveiligheidsbeleid is het ongewenst deze risicovolle inhaalacties toe te blijven staan.
Daarnaast zijn vanuit de directe omgeving van de N217 diverse geluiden gekomen dat inhaalacties tot (bijna-)ongevallen leiden. Dit gebeurt zowel op de wegvakken als rondom de diverse in- en uitritten.
Om dit risico weg te nemen is de Provincie Zuid-Holland voornemens een inhaalverbod – uitgezonderd landbouwvoertuigen – in te stellen op de N217 tussen de rotonde Polderlaan (Oud-Beijerland) en de rotonde Buitenom (Nieuw-Beijerland). Voor deze verkeersmaatregel is een verkeersbesluit verplicht.
Bevoegdheid
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben de bevoegdheid om op grond van artikel 18, eerste lid, sub b van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) verkeersbesluiten te nemen voor wegen die bij haar in beheer zijn. Krachtens het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten voor de opgavengerichte organisatie van de provincie Zuid-Holland, is deze bevoegdheid door de Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gemandateerd aan het hoofd van de eenheid Advies Beheer Assets.
Overwegingen ten aanzien van het besluit
Krachtens artikel 15, eerste lid, van de WVW dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het BABW inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.
Motivering
Uit het oogpunt van (zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van de WVW):
- •
het verzekeren van de veiligheid op de weg;
- •
het beschermen van weggebruikers en passagiers;
- •
het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
- •
het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.
is het gewenst om op de N217 tussen de rotonde Polderlaan (Oud-Beijerland) en de rotonde Buitenom (Nieuw-Beijerland) een inhaalverbod (uitgezonderd landbouwvoertuigen) in te stellen.
Belangenafweging
Op de N217 wordt een inhaalverbod ingesteld om de kans op gevaarlijke situaties te verminderen. Dit draagt bij aan de verkeersveiligheid op de N217. Hierdoor wordt ook de bruikbaarheid van de weg en de vrijheid van het verkeer gewaarborgd. Om de doorstroming op de N217 te borgen, wordt een uitzondering gemaakt voor het inhalen van landbouwvoertuigen. Het snelheidsverschil tussen landbouwvoertuigen en het overige verkeer is hoger. Om wachtrijvorming en daaruit volgende onveilige verkeermanoeuvres te voorkomen, blijft het toegestaan het landbouwverkeer in te halen. Alles tegen elkaar afgewogen zijn de te nemen maatregelen dus in ieders belang.
Overleg
Overeenkomstig artikel 24 van het BABW is er overleg gepleegd met de korpschef. Deze heeft ingestemd met de maatregel(en).
Besluit
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, gelet op het voorgaande, besluiten:
- 1.
Alle eerder genomen verkeersbesluiten in te trekken die strijdig of gelijk zijn met de hieronder beschreven verkeersmaatregelen die betrekking hebben op het instellen c.q. aanwijzen van verkeersmaatregelen aan desbetreffende wegen of weggedeelten opgenomen in dit besluit;
- 2.
Op de N217 tussen de rotonde Polderlaan (Oud-Beijerland) en de rotonde Buitenom (Nieuw-Beijerland) een inhaalverbod in te stellen middels de plaatsing van borden F1 uit bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) en OB101 (inhalen tractoren toegestaan) uit bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) overeenkomstig bij dit besluit bijgevoegde tekeningen.
- 3.
Te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant.
Bezwaar en voorlopige voorziening
Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden ingevolge artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij ons een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dit bezwaarschrift moet binnen zes weken na de dag van bekendmaking van dit besluit worden toegezonden, onder vermelding van “Awb-Bezwaar” in de linkerbovenhoek van enveloppe en bezwaarschrift. Het bezwaar moet worden gericht aan: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, t.a.v. het Awb-secretariaat, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.
Krachtens artikel 6:16 van de Awb schorst het bezwaar de werking van dit besluit niet. Gelet hierop kan – als tegen dit besluit bezwaar wordt gemaakt – ingevolge artikel 8:81 van de Awb bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag, sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag (bezoekadres: Prins Clauslaan 60 te Den Haag), een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend. Voor het verzoek zal griffierecht worden geheven.
Wij verzoeken u een kopie van dit verzoek om een voorlopige voorziening toe te zenden aan: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.