Besluit van Gedeputeerde Staten van 13 december 2022 PZH-2022-819641766 DOS-2016-0005086) tot wijziging van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 in verband met het verstrekken van subsidie voor waterinfiltratiesystemen en verduurzamingsmaatregelen in veenweidegebieden (wijzigingsbesluit Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016)

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland;

 

Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

 

Overwegende dat het wenselijk om de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 aan te passen om

te voorzien in de mogelijkheid om subsidie te verstrekken voor waterinfiltratiesystemen in combinatie met verduurzamingsmaatregelen in veenweidegebieden, zodat de emissie van broeikasgassen door bodemdaling in die gebieden wordt verminderd en tegelijkertijd de kwaliteit van natuur en milieu wordt verbeterd;

 

Overwegende dat de te subsidiëren activiteiten in overeenstemming zijn met artikel 14 van de Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193);

 

Besluiten:

Artikel I  

De Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Na artikel 2.17.8 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

 

§ 2.18 Waterinfiltratiesystemen en verduurzamingsmaatregelen in veenweidegebieden

 

Artikel 2.18.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    bodemdaling: daling van de veenbodem door oxidatie van het veen met emissie van broeikasgassen als gevolg;

  • b.

    landbouwbedrijf: eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die voor de primaire landbouwproductie worden gebruikt;

  • c.

    Landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193);

  • d.

    monitoringssysteem: systeem dat wordt gebruikt om te kunnen verantwoorden in welke mate het waterinfiltratiesysteem bijdraagt aan de beperking van de emissie van broeikasgassen;

  • e.

    peilvak: geografisch afgebakend gebied waar het waterpeil door middel van sluizen, stuwen of gemalen op dezelfde hoogte wordt gehouden;

  • f.

    veenweidegebied: gebied zoals weergegeven op de kaart in bijlage 10 bij deze regeling;

  • g.

    verduurzamingsmaatregelen: maatregelen die een bijdrage leveren aan het verwezenlijken van agromilieuklimaatdoelstellingen, voor zover die geen aanzienlijke stijging van de waarde of rentabiliteit van het landbouwbouwbedrijf tot gevolg hebben;

  • h.

    waterinfiltratiesysteem: stelsel van buizen waarmee slootwater in een perceel kan worden gebracht door een rechtstreekse verbinding met het slootpeil of door middel van een pomp.

Artikel 2.18.2 Subsidiabele activiteiten en prestaties

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de aanleg, en monitoring van een waterinfiltratiesysteem in een veenweidegebied in combinatie met verduurzamingsmaatregelen.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3.

    De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, dragen bij aan het verminderen van bodemdaling en het verwezenlijken van agromilieuklimaatdoelstellingen.

Artikel 2.18.3 Doelgroep

Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 2.18.2, eerste lid, wordt uitsluitend verstrekt aan de penvoerder van een samenwerkingsverband.

 

Artikel 2.18.4 Subsidievereisten

  • 1.

    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.18.2, eerste lid, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de aanleg van het waterinfiltratiesysteem leidt tot in totaal gemiddeld een CO2-reductie effect van ten minste 25% berekend volgens de methode Somers;

    • b.

      ten minste 60% van de daarvoor geschikte percelen met agrarisch gebruik binnen een peilvak in het veenweidegebied wordt voorzien van een waterinfiltratiesysteem;

    • c.

      indien een stelsel van buizen wordt aangelegd waarmee slootwater in een perceel wordt gebracht door een rechtstreekse verbinding met het slootpeil, is het technisch mogelijk om deze op termijn te kunnen upgraden naar een systeem waarmee slootwater in een perceel wordt gebracht door middel van een pomp;

    • d.

      er is schriftelijke instemming van de grondeigenaren waar het waterinfiltratiesysteem wordt aangelegd en de verduurzamingsmaatregelen worden uitgevoerd;

    • e.

      de verduurzamingsmaatregelen dragen bij aan biodiversiteit, waterkwaliteit, waterkwantiteit, bodemkwaliteit, klimaatadaptatie, of klimaatmitigatie;

    • f.

      de verduurzamingsmaatregelen worden uitgevoerd in hetzelfde peilvak in een veenweidegebied als waar het waterinfiltratiesysteem wordt aangelegd.

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid, worden de activiteiten uitgevoerd door een samenwerkingsverband en geldt voor het samenwerkingsverband dat:

    • a.

      bij het samenwerkingsverband ten minste 5 landbouwbedrijven zijn aangesloten;

    • b.

      de penvoerder van het samenwerkingsverband rechtspersoonlijkheid heeft;

    • c.

      de deelnemers in het samenwerkingsverband zijn ingeschreven in het handelsregister;

    • d.

      de samenwerking is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die in ieder geval bevat:

      • i.

        de instemming van alle deelnemers over de aanwijzing van de penvoerder om de subsidieaanvraag in te dienen;

      • ii.

        de instemming van alle deelnemers met het project;

      • iii.

        de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen betreffende de baten en lasten van de deelnemers.

Artikel 2.18.5 Aanvraagperiode

  • 1.

    In afwijking van artikel 26, eerste lid, van de Asv kan een subsidieaanvraag worden ingediend van 1 april 2023 tot 1 april 2024.

  • 2.

    Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze binnen de in het eerste lid genoemde periode is ontvangen.

Artikel 2.18.6 Aanvraagvereisten

  • 1.

    Naast de gegevens die ingevolge het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Asv, worden verstrekt, gaat de aanvraag in ieder geval vergezeld van schriftelijke instemmingsverklaringen van de grondeigenaren en een projectplan.

  • 2.

    Het projectplan bevat ten minste:

    • a.

      een omschrijving van de activiteiten voor aanleg, eventuele upgrade en monitoring van het waterinfiltratiesysteem, inclusief:

      • i.

        het aantal voor het waterinfiltratiesysteem aan te leggen hectares;

      • ii.

        de deelnemende partijen;

      • iii.

        het type waterinfiltratiesysteem;

      • iv.

        een kaart met de locaties van de verschillende type systemen;

      • v.

        een doorrekening van de verwachte vermindering van de emissie van broeikasgassen;

      • vi.

        het percentage van de daarvoor geschikte percelen met agrarisch gebruik binnen het peilvak in het veenweidegebied dat met het waterinfiltratiesysteem wordt voorzien;

    • b.

      een omschrijving van de uit te voeren verduurzamingsmaatregelen;

    • c.

      een planning van de activiteiten en een begroting van de kosten;

    • d.

      de randvoorwaarden, afhankelijkheden, risico’s en beheersmaatregelen van de activiteiten;

    • e.

      een omschrijving van de wijze waarop de activiteiten worden georganiseerd en gefinancierd;

    • f.

      een omschrijving van de wijze van begeleiding van de activiteiten bij de uitvoering;

    • g.

      een overzicht van de vereiste meldingen of vergunningen;

    • h.

      een omschrijving van de wijze waarop voorafgaande aan het indienen van de aanvraag afstemming heeft plaatsgevonden met het waterschap en de gemeente.

Artikel 2.18.7 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.18.2, bedraagt:

    • a.

      ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten voor de aanleg van het waterinfiltratiesysteem en het monitoringssysteem, minus een eigen bijdrage van de aanvrager van € 500,- per gemeten hectare aangelegd waterinfiltratiesysteem;

    • b.

      ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten voor verduurzamingsmaatregelen, tot een maximum van € 1.000,- per gemeten hectare aangelegd waterinfiltratiesysteem.

  • 2.

    De subsidie bedraagt maximaal € 500.000,- per landbouwbedrijf.

  • 3.

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder dan € 10.000,- bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 2.18.8 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie als bedoeld in artikel 2.18.2 in aanmerking:

  • a.

    kosten voor aanleg van het waterinfiltratiesysteem en het monitoringssysteem;

  • b.

    kosten voor verduurzamingsmaatregelen;

  • c.

    voorbereidingskosten en planvormingskosten, inclusief het opstellen van een projectplan, voor ten hoogste 25 % van de totale subsidiabele kosten.

Artikel 2.18.9 Niet-subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.18.8, eerste lid, komen, voor zover het activiteiten gericht op een waterinfiltratiesysteem betreft, de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    de kosten van energie en beheer;

  • b.

    de kosten die voortvloeien uit verhoging van het oppervlaktewaterpeil;

  • c.

    de kosten voor certificering.

Artikel 2.18.10 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 tweede lid, en 4:35 van de Awb en artikel 11 van de Asv, wordt de subsidie geweigerd als:

  • a.

    het waterinfiltratiesysteem wordt aangelegd op natuurgronden, recreatieterreinen of tuinen bij woningen;

  • b.

    de subsidie voor de aanleg en monitoring van het waterinfiltratiesysteem niet wordt aangevraagd in combinatie met de verduurzamingsmaatregelen;

  • c.

    de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2 van de Landbouwvrijstellingsverordening;

  • d.

    de aanvrager een onderneming is die niet aan de in bijlage I van de Landbouwvrijstellingsverordening vastgestelde criteria voldoet;

  • e.

    er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de Landbouwvrijstellingsverordening;

  • f.

    de subsidieaanvrager of een van de deelnemers van het samenwerkingsverband reeds voor dezelfde activiteit subsidie op grond van deze of een andere subsidieregeling heeft aangevraagd of ontvangen.

Artikel 2.18.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 18 en 19 van de Asv heeft de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    de aanleg van het waterinfiltratie- en monitoringssysteem geschiedt door daartoe gecertificeerde bedrijven of op een wijze die in nader overleg wordt bepaald;

  • b.

    de aanleg van het waterinfiltratiesysteem geschiedt zoveel mogelijk in overeenstemming met de KIWA-richtlijn voor aanleg van waterinfiltratiesystemen. Indien aanleg overeenkomstig deze richtlijn niet geheel mogelijk is, wordt dit door de aanvrager met een toelichting onderbouwd;

  • c.

    de activiteiten, bedoeld in artikel 2.18.2, eerste lid, zijn uiterlijk 31 december 2025 gerealiseerd;

  • d.

    de opgedane kennis uit het project wordt gedeeld met de deelnemende partijen en de provincie.

Artikel 2.18.12 Staatssteun

Gelet op de toepasselijke Europese regelgeving is artikel 17, tweede tot en met vijfde lid, van de Asv niet van toepassing, en is artikel 23 van de Asv van overeenkomstige toepassing op alle verstrekte subsidies ongeacht het subsidiebedrag alsmede artikel 21, eerste lid, onder a en b, van de Asv.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Den Haag, 13 december 2022

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

ir. J.C. van Ginkel MCM

drs. J. Smit,

wnd. secretaris

voorzitter

Bijlage 10 bij artikel 2.18.1 van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016

 

Toelichting

I. Algemeen

 

1. Inleiding

Deze wijziging van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 (hierna: Srg) voegt een paragraaf in hoofdstuk 2 van de Srg in voor het verstrekken van subsidie voor waterinfiltratiesystemen in combinatie met verduurzamingsmaatregelen in veenweidegebieden.

 

In het Nationaal Klimaatakkoord is vastgelegd dat de broeikasgasuitstoot uit veenweidegebieden aanzienlijk teruggebracht moet worden, met als uiteindelijke ambitie een toekomstbestendige landbouw met (onder andere) minder uitstoot van broeikasgassen en stikstof en een hogere biodiversiteit en waterkwaliteit. Voor de uitvoering van de maatregelen om de broeikasgasuitstoot te reduceren uit de veenweidegebieden zijn door het Rijk middelen beschikbaar gesteld.

 

Een van de maatregelen waarvoor het Rijk middelen beschikbaar heeft gesteld betreft de aanleg van waterinfiltratiesystemen in veenweidegebieden. Op grond van landelijk onderzoek naar de uitstoot van broeikasgassen zijn waterinfiltratiesystemen in combinatie met verhoging van het slootwaterpeil of een pomp gestuurd druksysteem bewezen effectieve maatregelen om de broeikasgasuitstoot te reduceren. De veenweidegebieden staan weergegeven op de overzichtskaart in bijlage 10 bij de Srg.

 

Door Gedeputeerde Staten zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld om een koppeling te kunnen maken met andere verduurzamingsmaatregelen voor klimaat, water, bodem en biodiversiteit. Daarmee wordt invulling gegeven aan het bredere doelbereik uit het Klimaatakkoord. Dit biedt mogelijkheid voor de ontwikkeling naar een duurzame landbouw, verbetering van de biodiversiteit en waterkwaliteit of andere lokale opgaven. Omdat het belangrijk is dat er inzicht is in de effectiviteit van de aangelegde waterinfiltratiesystemen maakt de monitoring van de effectiviteit van de aangelegde waterinfiltratie een verplicht onderdeel uit van de subsidieaanvraag.

 

Deze paragraaf maakt een koppeling tussen de beperking van de uitstoot van broeikasgassen door de aanleg van waterinfiltratiesystemen en de maatregelen ten behoeve van het bredere doelbereik uit het Klimaatakkoord. Het gaat hierbij om maatregelen voor het verbeteren van biodiversiteit, waterkwaliteit, waterkwantiteit, bodemkwaliteit, klimaatadaptatie-, of klimaatmitigatie. Een van de voorwaarden is dat deze verduurzamingmaatregelen worden uitgevoerd in hetzelfde peilvak in een veenweidegebied als waar het waterinfiltratiesysteem wordt aangelegd.

 

Paragraaf 2.18 heeft betrekking op de Regeling specifieke uitkering Impulsgelden Veenweiden, waarvoor het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op 13 november 2020 gelden beschikbaar heeft gesteld aan de Provincie Zuid-Holland. Paragraaf 2.15 van de Srg heeft betrekking op andere specifieke uitkeringen van het Rijk (beschikkingsdatum 27 oktober 2020). Daarom is voor de specifieke uitkering Impulsgelden Veenweiden een nieuwe paragraaf in de Srg toegevoegd.

 

2. Verhouding tot bestaande regelgeving

Deze paragraaf maakt onderdeel uit van de Srg. De Srg is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013 (Asv). Een en ander betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in deze paragraaf is vastgelegd, maar in andere artikelen van de Srg en de Asv. In de Asv staat onder meer wat de beslistermijnen zijn voor gedeputeerde staten, algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht en de algemene weigeringsgronden. In de Srg staan onder meer regels over rangschikking, aanvullende subsidieverplichtingen, prestatieverantwoording, bevoorschotting, en deelplafonds. Ook de Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze paragraaf.

 

Deze paragraaf is ook in overeenstemming met Europese regelgeving over staatssteun. Geconstateerd is dat de subsidie die wordt verstrekt op grond van deze regeling kan worden aangemerkt als staatssteun. In deze paragraaf wordt gebruik gemaakt van de Landbouwvrijstellingsverordening. Hierdoor is er bij subsidieverstrekking op basis van deze paragraaf sprake van een geoorloofde vorm van staatssteun. De algemene en specifieke voorwaarden die voor deze subsidieverstrekking gelden zijn voor zover nodig in deze paragraaf opgenomen.

 

Voorafgaande aan de inwerkingtreding is deze paragraaf kennisgegeven bij de Europese Commissie.

 

II. Artikelsgewijs

 

Artikel 2.18.1 begripsbepalingen

Artikel 2.18.1 bevat diverse begripsbepalingen. Hieronder wordt enkele van deze bepalingen nader toegelicht:

 

Verduurzamingsmaatregelen

Deze paragraaf verstaat onder verduurzamingsmaatregelen maatregelen die een bijdrage leveren aan het verwezenlijken van agromilieuklimaatdoelstellingen, voor zover die geen aanzienlijke stijging van de waarde of rentabiliteit van het landbouwbouwbedrijf tot gevolg hebben. Het gaat hier om maatregelen die een bijdrage leveren aan het verbeteren van biodiversiteit, waterkwaliteit, waterkwantiteit, bodemkwaliteit, klimaatadaptatie, of klimaatmitigatie.

 

Voor het bepalen van de uit te voeren maatregelen kan bijvoorbeeld worden aangesloten bij het rapport Natuurbouwstenen van Arvalis Natuur & Landschap, te vinden via: https://www.vwnatuurenlandschap.nl/natuurbouwstenen/. In dit rapport zijn diverse praktisch uitvoerbare maatregelen om de biodiversiteit in het landelijk gebied te verhogen benoemd. Ook kan worden aangesloten bij de zogenoemde BOOT-lijst van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW), te vinden via https://agrarischwaterbeheer.nl/document/boot-lijst-maatregelen-agrarisch-waterbeheer. Deze lijst bevat 85 landbouwkundige maatregelen om waterkwaliteit, waterkwantiteit en bodemkwaliteit te verbeteren. Het merendeel van de maatregelen is gekoppeld aan een wetenschappelijke publicatie of onderzoeksgegevens uit de praktijk. De lijst is bedoeld als inspiratiebron voor agrariërs en maakt duidelijk welke maatregelen er genomen kunnen worden.

 

De verduurzamingsmaatregelen mogen echter geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van het landbouwbouwbedrijf tot gevolg hebben. Datzelfde geldt voor de aanleg van het waterinfiltratie- en monitoringssysteem. Het betreft hier zogenoemde niet-productieve investeringen als bedoeld in artikel 2 van de Landbouwvrijstellingsverordening. Reden hiervoor is dat op grond van deze paragraaf de aanleg van het waterinfiltratie- en monitoringsysteem en de verduurzamingsmaatregelen voor 100% voor subsidie in aanmerking komen. Dat kan op grond van artikel 14 van de Landbouwvrijstellingsverordening alleen voor niet-productieve investeringen. Het gaat hierbij over investeringen die zelf geen inkomsten genereren of niet direct inspelen op een verhoging van de productie. Met landbouwbedrijf wordt bedoeld een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die voor de primaire landbouwproductie worden gebruikt, als bedoeld in artikel 2 van de LVV.

 

Waterinfiltratiesysteem

Deze paragraaf verstaat onder een waterinfiltratiesysteem (hierna: WIS) een stelsel van buizen waarmee slootwater in een perceel kan worden gebracht door een rechtstreekse verbinding met het slootpeil of door middel van een pomp. Er zijn twee soorten WIS. Enerzijds een WIS met een stelsel van buizen waarmee slootwater in een perceel kan worden gebracht door een rechtstreekse verbinding met het slootpeil. Dit staat ook wel bekend als passieve WIS of onderwaterdrainage. Hierbij loopt het water vrij uit en in de drains. Anderzijds bestaat er een WIS met een pomp. Dat staat ook wel bekend als actieve WIS of drukdrainage. De drains in een perceel zijn dan met elkaar verbonden en gekoppeld aan een pomp. De pomp kan actief water uit de sloot in de buizen pompen. Daardoor is er meer zekerheid dat het perceel in de zomer nat genoeg blijft. Gelet op dit laatste is in artikel 2.18.4 als subsidievereiste opgenomen dat wanneer een passieve WIS wordt aangelegd, deze moet kunnen worden geüpgraded naar een actieve WIS.

 

Artikel 2.18.2 Subsidiabele activiteiten en prestaties

Artikel 2.18.2, eerste lid, bepaalt waarvoor subsidie kan worden verstrekt, te weten voor de aanleg en monitoring van een WIS in een veenweidegebied in combinatie met verduurzamingsmaatregelen. Er wordt geen subsidie verstrekt voor alleen activiteiten gericht op een WIS. Als subsidie voor de aanleg en monitoring van het waterinfiltratiesysteem niet wordt aangevraagd in combinatie met verduurzamingsmaatregelen, dan wordt de subsidie geweigerd (artikel 2.18.10). Het gaat hier om een samenhangend geheel van activiteiten overeenkomstig de definitie van projectsubsidie als bedoeld in artikel 1 van de Asv.

 

In artikel 2.18.4 is als subsidievereiste opgenomen dat verduurzamingsmatregelen worden uitgevoerd in hetzelfde peilvak in een veenweidegebied als waar het waterinfiltratiesysteem wordt aangelegd. In artikel 2.18.1 is peilvak omschreven als geografisch afgebakend gebied waar het waterpeil door middel van sluizen, stuwen of gemalen op dezelfde hoogte wordt gehouden. Een veenweidegebied is overeenkomstig artikel 2.18.1 een gebied zoals weergegeven op de kaart in 10 bij deze regeling.

 

Artikel 2.18.3 Doelgroep

Artikel 2.18.3 schrijft voor dat een aanvraag voor een subsidie uitsluitend wordt verstrekt aan de penvoerder van een samenwerkingsverband. De penvoerder is de ontvanger van de subsidie. Voor deze projecten moet er sprake zijn van een samenwerkingsverband, omdat een WIS niet door 1 partij kan worden aangelegd. De subsidieverstrekking richt zich daarom op samenwerkingsverbanden.

Om te kunnen toetsen of er sprake is van een samenwerkingsverband dat met voldoende waarborgen is omkleed zijn hierover in artikel 2.18.4, tweede lid, nadere vereisten opgenomen. Zo is de penvoerder een rechtspersoon die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband. Alle deelnemers uit het samenwerkingsverband zijn ingeschreven in het handelsregister. Verder moet er een samenwerkingsovereenkomst zijn gesloten waarin de samenwerking is vastgelegd. Deze overeenkomst is vormvrij.

 

Artikel 2.18.4 Subsidievereisten

In aanvulling op hiervoor reeds toegelichte subsidievereisten, schrijft artikel 2.18.4 onder meer ook voor dat, om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan het vereiste dat de aanleg van een WIS leidt tot in totaal gemiddeld een CO2-reductie effect van ten minste 25%, berekend volgens de methode Somers. De methode Somers (Subsurface Organic Matter Emission Registration System) is een breed geaccepteerde en afgesproken manier om uniform het effect van de maatregelen te bepalen. De methode is online te vinden via https://www.nobveenweiden.nl/rekenregels-somers/. Een ander subsidievereiste is dat er schriftelijke instemming van de grondeigenaren is waar het waterinfiltratiesysteem wordt aangelegd en de verduurzamingsmaatregelen worden uitgevoerd. Subsidie wordt op grond van artikel 2.18.3 uitsluitend verstrekt aan de penvoerder van een samenwerkingsverband. De penvoerder zal lang niet altijd de eigenaar zijn van de gronden waar de WIS wordt aangelegd. Instemming van alle grondeigenaren waar de WIS wordt aangelegd is daarom vereist.

 

Artikel 2.18.6 Aanvraagvereisten

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met een aanvraagformulier. De aanvraag gaat vergezeld van de gegevens die dat formulier vraagt. Daarnaast gaat de aanvraag ingevolge artikel 2.18.6 in ieder geval vergezeld van instemmingsverklaringen van de grondeigenaren en een projectplan. Artikel 2.18.6, tweede lid, schrijft voor wat dit projectplan in ieder geval dient te bevatten.

 

Artikel 2.18.7 Subsidiehoogte

Voor de aanleg van de WIS en het monitoringssysteem bedraagt de subsidie 100 % , minus een eigen bijdrage van de aanvrager van € 500,- per gemeten hectare aangelegd waterinfiltratiesysteem.

Voor verduurzamingsmaatregelen bedraagt de subsidie € 1.000,- per gemeten hectare aangelegd waterinfiltratiesysteem. Hiervoor geldt geen eigen bijdrage. De maximale subsidiehoogte per landbouwbedrijf bedraagt € 500.000,-.

 

Artikel 2.18.8 Subsidiabele kosten

Subsidiabel zijn de kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.18.2, eerste lid, alsook de voorbereidingskosten voor die activiteiten, inclusief het opstellen van het projectplan alsmede de planvormingskosten. Deze kosten komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie voor ten hoogste 25% van de totale subsidiabele kosten voor subsidie in aanmerking.

Het gaat hier om voorbereidingskosten en planvormingskosten als bedoeld in artikel 1.1, onder b en c van de Srg.

Voorbereidingskosten zijn volgens die omschrijving alle kosten om te komen tot uitvoering van een project zoals arbeidskosten en materiaalkosten voor het opstellen van een bestek, het opstellen van offertes voor de uitvoering, communicatie met de omgeving en andere belanghebbenden, aanbesteding en opdrachtverstrekking.

Planvormingskosten zijn volgens die omschrijving: alle kosten die nodig zijn voor het maken van een ontwerp zoals arbeidskosten en materiaalkosten voor de verkenning, het ontwerp, overleg met de omgeving en belanghebbenden.

 

Artikel 2.18.9 Niet-subsidiabele kosten

Specifiek voor deze paragraaf geldt dat de kosten van energie en beheer, de kosten die voortvloeien uit verhoging van het oppervlaktewaterpeil, en de kosten voor certificering niet voor subsidie in aanmerking komen.

 

Naar de kosten van energieverbruik, onderhoud en storingsgevoeligheid van een WIS is nog weinig onderzoek gedaan. Landelijk wordt momenteel onderzoek gedaan waarbij beschikbare gegevens worden verzameld en geduid. Zodra deze landelijke kerngetallen beschikbaar zijn vindt een heroverweging plaats of deze kosten als subsidiabele kosten in deze paragraaf worden opgenomen.

 

Meer in het algemeen is in de Asv (artikel 16) voorgeschreven dat ook geen subsidie wordt verstrekt voor kosten die niet in redelijke verhouding staan tot de gestelde doelen of redelijkerwijs te verwachten prestaties van de activiteit, omzetbelasting/BTW, voor zover deze verrekenbaar of compensabel is, en kosten van boetes en sancties alsmede gemeentelijke leges bij aanvragen van gemeenten.

 

2.18.10 Weigeringsgronden

De WIS dient te worden aangelegd op percelen die agrarisch in gebruik zijn. De aanleg van een WIS op natuurgronden, recreatiegronden of tuinen bij woningen worden niet gesubsidieerd.

 

2.18.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

In dit artikel staan in aanvulling op de artikelen 18 en 19 van de Asv enkele specifieke verplichtingen voor de subsidieontvanger die gelden bij de uitvoering van de activiteiten. Een van die vereisten is dat de WIS zoveel mogelijk dient te worden aangelegd in overeenstemming met de KIWA-richtlijn voor aanleg van waterinfiltratiesystemen. Deze richtlijn is vastgesteld en online te vinden via: https://www.kennisprogrammabodemdaling.nl/home/wp-content/uploads/2021/04/KIWA-richtlijn-aanleg-waterinfiltratiesystemen-vastgesteld-1.pdf.

 

Een ander vereiste is dat de activiteiten, bedoeld in artikel 2.18.2, uiterlijk 31 december 2025 zijn gerealiseerd. Dit betekent dat de aanleg van het WIS en het monitoringssysteem, alsook de verduurzamingsmaatregelen, voor die datum moeten zijn gerealiseerd.

 

2.18.12 Staatssteun

Op grond van artikel 23 van de Asv moeten de subsidiabele kosten worden gestaafd met bewijsstukken die duidelijk gespecificeerd en actueel zijn.

Naar boven