Provinciaal blad van Noord-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2023, 11532 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2023, 11532 | ander besluit van algemene strekking |
Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2024
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
Gelet op artikel 1.2 van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016 en op de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant;
Overwegende dat de basistekst van het Natuurbeheerplan wordt geactualiseerd naar de meest recente beleidsplannen en beleidsontwikkelingen die gelden voor de Provincie Noord-Brabant;
Overwegende dat jaarlijks op verzoek en ambtshalve wijzigingen plaatsvinden in de begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant (NNB), zoals die is vastgelegd in de Interim omgevingsverordening welke zijn doorwerking heeft in de begrenzing van het Natuurbeheerplan;
Overwegende dat jaarlijks verzoeken ingediend kunnen worden tot wijziging van het natuurbeheertype zoals dat voor een perceel is vastgelegd in het Natuurbeheerplan;
Overwegende dat jaarlijks fouten worden gecorrigeerd en dat periodiek de begrenzing van het Natuurbeheerplan wordt aangepast aan de wijzigingen die vanuit het ruimtelijke spoor hebben plaatsgevonden in het Natuurnetwerk Brabant (NNB);
Overwegende dat een deelbesluit in dit besluit gevolgen heeft voor de begrenzing van natte natuurparels. Dit gevolg is benoemd in artikel VI.
Overwegende dat jaarlijks verzoeken ingediend kunnen worden tot wijziging van agrarische zoekgebieden zoals opgenomen in het Natuurbeheerplan;
Artikel I Wijziging hoofdtekst Natuurbeheerplan 2023
Gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het algemene tekstgedeelte van het Natuurbeheerplan 2023 en de bijlagen met doelsoorten agrarisch natuur- en landschapsbeheer en de regio’s, instapcriteria en overige criteria voor effectiviteit van het Natuurbeheerplan 2023, als vastgesteld bij besluit van 11 oktober 2022:
1. Wat is het Natuurbeheerplan?
Voor u ligt het Natuurbeheerplan van de Provincie Noord-Brabant 2024. Dit plan beschrijft de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden voor de ontwikkeling en het beheer van natuurgebieden en agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) in de provincie. Het Natuurbeheerplan is verankerd in het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) 2016. Dit stelsel bestaat uit: de ‘Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer 2016’ (SNL2016) voor het beheer van (agrarische) natuur en landschap en de ‘Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant’, voor investeringen in natuur en landschap (omvorming, inrichting en kwaliteitsontwikkeling).
De provincie stelt de kaders voor de uitvoering van het natuur- en landschapsbeheer en het agrarische beheer door dit Natuurbeheerplan vast te stellen. Het Natuurbeheerplan geeft aan waar welke natuur aanwezig is en welke beheerdoelen hiervoor gelden. Daarnaast financiert de provincie een aanzienlijk deel van de kosten voor de ontwikkeling en het beheer van natuur door middel van subsidies. Het Natuurbeheerplan vormt de basis voor de aanvraag van deze subsidies.
Het plan is geen statisch document. De provincie kan de inhoud van de plantekst, indien nodig, jaarlijks aanpassen. Ook worden jaarlijks kaartaanpassingen doorgevoerd; grenswijzigingen van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) worden eenmaal per jaar doorgevoerd (in april), wijzigingen van natuurbeheertypen en/of ambitietypen en agrarische zoekgebieden worden driemaal per jaar doorgevoerd (in april, september en december).
1.2 Doel en status Natuurbeheerplan
Het Natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, Rijks- en Provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat daarbij om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden die worden beheerd volgens agrarisch natuur- en landschapsbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het Natuurbeheerplan beschrijft per (deel)gebied welke natuur- en landschapsdoelen nagestreefd worden. Het plan bevat de begrenzing van de natuurgebieden en agrarische zoekgebieden, toegespitst op de internationale biodiversiteitsdoelen en de internationale natuurgerichte agromilieu-, water- en klimaatdoelen. Het plan is het beleidskader voor het provinciale natuurbeleid en ook voor de implementatie van artikel 65 van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid- Nationaal Strategisch Plan (GLB-NSP). Het plan is verankerd in de SNL2016 en de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant en daarmee kaderstellend voor de SNL-subsidies.
In het Natuurpact en de overeenkomst met de Manifestpartijen zijn afspraken gemaakt om naast internationale soortendoelen ook internationale Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen op te nemen. Als waterschappen voor waterbeheerdiensten (Blauwe diensten) gebruik willen maken van EU-cofinanciering dan kan dit uitsluitend via gebiedsaanvragen van agrarische collectieven, het Natuurbeheerplan en de SNL2016. De waterschappen geven daarvoor aan voor welke waterdoelen welke waterbeheerdiensten nodig zijn, inclusief randvoorwaarden en prioriteiten.
In het GLB-NSP is afgesproken om naast de internationale soortendoelen en KRW-doelen ook klimaatdoelen op te nemen. Het kader hiervoor wordt gevormd door het Klimaatakkoord, de nationale klimaatadaptatiestrategie en de bossenstrategie. Er wordt ingezet op klimaatadaptatie en -mitigatie. Voorbeelden zijn het verminderen van effecten van extreme weersomstandigheden door water-, bodem- en teeltmanagement. En de reductie van uitstoot broeikasgassen.
Begrenzing van natuur en landschap
In het Natuurbeheerplan zijn de Natura 2000-gebieden, het Natuur Netwerk Brabant (het NNB, het Noord-Brabantse deel van het Natuurnetwerk Nederland, NNN), de ecologische verbindingszones en de agrarische zoekgebieden aangeduid (‘begrensd’). De begrenzing van de meeste Natura 2000-gebieden, het Natuur Netwerk Brabant en de ecologische verbindingszones is vastgelegd op de begrenzingenkaart. De begrenzing van NNB (inclusief de ecologische verbindingszones) is vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening (IOV).
Bepalen van huidige en gewenste beheerdoelen van natuurgebieden en agrarisch beheer
In het Natuurbeheerplan zijn de huidige en de gewenste beheerdoelen voor de Natura 2000-gebieden, het Natuur Netwerk Brabant en agrarische gebieden met natuurwaarden opgenomen. In dit plan begrenst en beschrijft de provincie de gebieden waar subsidiëring van beheer en ontwikkeling van natuur, agrarische natuur en landschapselementen plaats kan vinden. De begrenzing voor natuurgebieden is aangeduid op twee kaarten: de beheertypenkaart en de ambitiekaart. Voor het agrarisch beheer via het ANLb zijn er kaarten met agrarische zoekgebieden.
De vaststelling van het Natuur Netwerk Brabant in planologisch opzicht is opgenomen in de Interim Omgevingsverordening. Het betreft daarbij de ruimtelijk planologische borging. Doorwerking vindt plaats in het Natuurbeheerplan van Noord-Brabant. Gemeenten nemen de bescherming van het Natuur Netwerk Brabant over in bestemmingsplannen. Het Natuurbeheerplan heeft geen planologische consequenties of consequenties voor bestemmingsplannen en heeft dus geen invloed op eigenomsrechten of bestaande gebruiksmogelijkheden.
Het Natuurbeheerplan bevat geen bindende regels of verplichtingen voor burgers. Ook kunnen er geen rechten aan worden ontleend in die zin dat opname van een terrein in het Natuurbeheerplan dus niet vanzelfsprekend leidt tot een positief besluit over subsidiëring van het beheer. Het zorgt er alleen voor dat gecertificeerde beheerders en (agrarische) collectieven van de gronden die zijn begrensd als natuurgebied, als agrarische natuur of als landschapselement de mogelijkheid krijgen om subsidie aan te vragen voor het beheer van deze gronden.
1.3 Wijzigingen Natuurbeheerplan (2024)
Dit Natuurbeheerplan 2024 is op een aantal punten gewijzigd ten opzichte van het vorige Natuurbeheerplan:
In dit Natuurbeheerplan wordt achtereenvolgens beschreven:
Hoofdstuk 3: Subsidiestelsel Natuur en Landschap
Hoofdstuk 4: Natuur- en landschapsdoelen
Hoofdstuk 5: Subsidiemogelijkheden
2.1 Europees kader natuur en landschap
Het Natuurbeheerplan is gebaseerd op het vigerend beleid voor het landelijk gebied voor water, milieu en ruimtelijke ordening van de Europese Unie, het Rijk en de provincie. In dit hoofdstuk lichten wij de belangrijkste onderdelen van het vigerend beleid en de recente ontwikkelingen toe.
De lidstaten van de EU hebben gezamenlijk specifieke wetten en beleidsdoelen vastgesteld voor het instandhouden van bepaalde planten- en diersoorten en natuurlijke habitats van internationale betekenis via de Vogel- en Habitatrichtlijn (VR/HR) en Natura 2000, voor de instandhouding van gezonde watersystemen (Kaderrichtlijn water) en voor een schoon milieu (Nitraatrichtlijn). De Europese Commissie (EC) ziet erop toe dat de lidstaten deze afspraken nakomen.
Voor het platteland zijn door de EC beleidsdoelen en regels vastgesteld met betrekking tot de verduurzaming en vergroening van de landbouw. Dit wordt concreet geëffectueerd in de vorm van het GLB-NSP 2023-2027. Het Nationaal Strategisch Plan (NSP) betreft de Nederlandse invulling van het Europese beleidskader, welke aan de lidstaten een zekere vrijheid laat om keuzes te maken.
Het motto van het NSP is ‘Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) gaat toekomstbestendig boeren beter belonen’. Alle 9 doelen moeten in samenhang aan de orde komen, afhankelijk van de behoeften van de lidstaat. Daarin is de lidstaat niet helemaal vrij, het GLB kent een aantal Europese vereisten. Daarnaast zijn ook de nationale vereisten meegenomen in het GLB-NSP.
Het GLB-NSP staat in het teken van de noodzaak om een toekomstbestendige landbouw te realiseren, aan de hand van 9 Europese specifieke doelstellingen en een overkoepelende opgave tot innoveren, netwerken en digitaliseren. Het GLB-NSP moet ook ingezet worden voor de Green Deal, met in het bijzonder de strategieën Farm2Fork (Boer tot Bord) en Biodiversiteit.
Met het GLB-NSP zetten rijk, provincies en waterschappen samen de beleidslijnen uit voor beide subsidiefondsen van het GLB, zowel het Plattelandsfonds (pijler 2), als het Garantiefonds (pijler 1). Het Garantiefonds wordt deels ingezet via het nieuwe instrument ‘ecoregelingen’ en door budget over te hevelen naar het plattelandsfonds, waardoor meer ruimte ontstaat voor investeringen, innovatie, samenwerken en kennisoverdracht voor toekomstgerichte bedrijven en verbreding en optimalisatie van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb).
Duidelijk is inmiddels dat ecoregelingen en conditionaliteiten uit pijler 1 van het GLB-NSP en het agrarisch natuur- en landschapsbeheer uit pijler 2 van het GLB-NSP naast elkaar kunnen worden ingezet en elkaar kunnen versterken. Ook is het mogelijk om ze beide in te zetten, mits zogenaamde ‘double funding’ voorkomen wordt, wat betekent dat voor hetzelfde perceel niet twee keer subsidie voor dezelfde maatregel mag worden verleend. De ecoregelingen en conditionaliteiten hebben een meer nationale generieke invulling (met regionale gebiedsgerichte accenten). Het herstel en de instandhouding van habitats en landschappen vergt een integrale aanpak die past bij het gebied. Het ANLb richt zich op gebiedsgerichte activiteiten die boeren samen ondernemen om doelsoorten en doelen uit de opgave Water en Klimaat te ondersteunen.
De bijdrage die de Nederlandse lidstaat levert aan het agromilieu, water en klimaat is vastgelegd in het GLB-NSP-fiche, waarin de ambitie van Nederland is aangeduid. Het agrarisch natuurbeleid, het ecologisch waterbeheer en klimaatdoelen worden gekoppeld aan het ANLb en worden deels gefinancierd met Europees geld. Daarmee moet de uitvoering van het agrarisch natuurbeheer, inclusief natuur gerelateerde water- en klimaatdoelen, voldoen aan het GLB-NSP-fiche. In het fiche zijn drie leefgebieden (open grasland, open akkerland, dooradering) en de categorieën water en klimaat opgenomen.
2.2 Rijksbeleid natuur en landschap
Het Rijk stelt in het kader van de internationale verplichtingen op hoofdlijnen de ambities voor de agromilieu-, water- en klimaatdiensten vast en geeft de kaders aan waarbinnen die ambities gerealiseerd kunnen worden.
Het Rijksbeleid heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld langs twee lijnen: de eerste lijn betreft het versterken en verbeteren van het bestaande natuurbeleid. Dit richt zich op natuurgebieden en de directe omgeving daarvan. Denk hierbij aan de uitvoering van het Natuurpact (2013) door de provincies. Daarnaast heeft het Rijk verantwoordelijkheid voor het beheren en verbeteren van natuur in de grote wateren, duurzame bescherming van de Noordzee en het verder ontwikkelen van de Nationale Parken. Met het landelijke Programma Natuur is in het kader van de stikstofaanpak extra geld beschikbaar gesteld voor natuurherstel en -ontwikkeling met een focus op stikstofgevoelige natuurgebieden. De tweede lijn gaat over het verbreden van het natuurbeleid naar andere sectoren en domeinen. Hierin past de transitie naar een natuur inclusieve samenleving, waaronder de transitie in de landbouw richting kringlooplandbouw. Hierin werkt het Ministerie van LNV via o.a. de Agenda Natuurinclusief en het Deltaplan Biodiversiteitsherstel samen met provincies en maatschappelijke partijen aan de transitie naar een natuur inclusieve samenleving.
Met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) streeft het Rijk naar een rijke en veerkrachtige natuur, robuust watersysteem, vitaal platteland en ruimte voor een duurzame en sterke landbouw. Om dat te bereiken is een grote transitie nodig. In het NPLG worden de te behalen doelen op het gebied van natuur, stikstof, water, bodem en klimaat gezamenlijk en in samenhang aangepakt. Samen met provincies, waterschappen, gemeenten en maatschappelijke partners, (agrarische) ondernemers, grondeigenaren en grondgebruikers wordt gezocht naar gebiedsgerichte oplossingen. De provincie werkt dit uit in een provinciaal gebiedsprogramma (BPLG).
De uitvoering van het stimuleringsbeleid voor natuur en platteland is met ingang van 2014 gedecentraliseerd naar de provincies en vastgelegd in een decentralisatieakkoord 2014-2027 en een Natuurpact van overheden en maatschappelijke organisaties. Dit is op 18 september 2013 door staatssecretaris Dijksma aangeboden aan de Tweede kamer. In dit Natuurpact zijn de ambities vastgelegd met betrekking tot ontwikkeling en beheer van natuur in Nederland voor de periode tot en met 2027. Het Rijk draagt bij aan de realisatie van deze ambities door jaarlijks extra te investeren in natuur. De onderdelen van deze ambities zijn:
Ontwikkeling Robuust Natuurnetwerk Nederland (NNN) inclusief Natura 2000-gebieden. Het NNN moet een robuuste ruggengraat van de natuur in Nederland zijn. Dat gaat gebeuren door hem te vergroten, te verbeteren en belangrijke natuurlijke verbindingen te realiseren tussen natuurgebieden onderling en tussen natuurgebieden en hun omgeving.
Soortenbescherming; Bescherming van afzonderlijke plant- en diersoorten is nodig vanwege Europese verplichtingen en afspraken waaraan Nederland zich in internationaal verband heeft gecommitteerd (VR/HR). Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het NNN door het nemen van juridische en/of fysieke maatregelen, die vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren.
Agrarisch natuurbeheer; het ANLb kan buiten en binnen het NNN worden toegepast. De uitvoering van het agrarisch natuurbeheer moet eenvoudiger en met minder kosten, en zal een duidelijke meerwaarde voor natuur, landschap en agrarisch ondernemerschap moeten opleveren. Het ANLb moet vooral worden ingezet voor het beschermen en verbeteren van internationale soorten.
Natuur en water; Er zijn diverse mogelijkheden om de ontwikkeling van de natuur, de vergroting van het NNN en de aanpak van de Natura 2000-gebieden optimaal te laten samengaan met het verbeteren van de condities van de kwantiteit en de kwaliteit van het water. Er wordt daarbij maximale synergie gezocht met maatregelen om te voldoen aan de KRW en de Nitraatrichtlijn.
2.3 Provinciaal beleid natuur en landschap
De provincies zijn – op grond van het decentralisatieakkoord natuur – volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van het natuurbeleid. De doelen worden door de provincies vastgelegd in onder andere dit Natuurbeheerplan.
In dit provinciale Natuurbeheerplan, dat de kaders en ambities bevat waarbinnen een subsidieaanvraag kan worden ingediend, is aangegeven in welke gebieden bepaalde natuur-, agromilieu-, water- en klimaatdiensten ingezet kunnen worden.
Het provinciale beleid geeft invulling aan het Europese en Rijksbeleid en voegt daar provinciale doelen aan toe. Provincies houden bij de uitvoering van het natuurbeleid, conform de door Nederland geratificeerde Europese Landschapsconventie, rekening met beleidsdoelen van andere overheden en activiteiten in het landelijk gebied, zoals het waterbeleid, recreatiebeleid en milieubeleid, zodat synergie kan worden bereikt.
De waterdoelen zijn door de provincies vastgesteld in een omgevingsvisie (2018) en recent geactualiseerd in het Regionaal Water en Bodemprogramma 2022 – 2027 (2021). Als waterschappen voor waterbeheerdiensten gebruik willen maken van EU-cofinanciering dan kan dit uitsluitend via gebiedsaanvragen van agrarische collectieven, het Natuurbeheerplan en de SNL2016. De waterschappen geven daarvoor aan voor welke waterdoelen welke waterbeheerdiensten nodig zijn, inclusief randvoorwaarden en prioriteiten.
Voor de bepaling en beschrijving van de agrarische gebieden is onder andere geput uit:
Alterra rapport: "criteria voor leefgebieden en beheertypen" (2014)
Alterra rapport: "Naar effectief gebiedsgericht agrarisch natuurbeheer in Noord-Brabant" (2014) Data van: SOVON, tellingen provincie, data collectieven en NDFF-gegevens van de jaren 2017-2021.
De provincie Noord-Brabant heeft meerdere provinciale subsidie instrumenten naast de SNL2016, die elkaar wat betreft uitvoering, maatregelen en doelen aanvullen, maar gedeeltelijk ook vergelijkbaar zijn. Het betreft:
Dit instrument richt zich op groene en blauwe diensten buiten het NNB. De overeenkomst met SNL is groot, maar de reikwijdte is verschillend. Vrijwel alle gemeentes en waterschappen in Brabant participeren in de aanleg van groene en blauwe elementen. Bij deze subsidie is sprake van cofinanciering door gemeenten en waterschappen.
Deze subsidieregeling bevat meerdere paragrafen die elk een andere subsidieregeling omvatten. Zo wordt met paragraaf 3 bijvoorbeeld de aanleg van kleine landschapselementen buiten NNB gestimuleerd, en met paragraaf 9 kunnen subsidies worden verstrekt voor projecten gericht op de uitvoering van maatregelen ten behoeve van het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden.
Deze subsidieregeling bevat meerdere paragrafen die elk een andere subsidieregeling omvatten. Zo worden met paragraaf 1 projecten op het gebied van verwerving, functieverandering en inrichting van nieuwe natuur gesubsidieerd. Met paragraaf 2 wordt de verwerving, functieverandering en inrichting van terreinen voor Ecologische Verbindings Zones (EVZ’s) en zogenaamde stapstenen gesubsidieerd. En met paragraaf 5 wordt het versneld herstel van N-2000 gebieden gestimuleerd.
De ecologische verbindingszones (EVZ’s) verbinden de grote natuurgebieden van het natuurnetwerk. De EVZ’s kennen een aparte financiering. De provincie stelt subsidie beschikbaar via het Groen Ontwikkelfonds Brabant. De EVZ’s zijn, zolang deze nog niet zijn gerealiseerd, ruimtelijk geborgd als zoekgebied met een breedte van 25 of 50 meter (stedelijk gebied) in de Interim Omgevingsverordening. Na realisatie vervalt het zoekgebied en krijgen de concreet begrensde EVZ’s de functie NNB-EVZ. Dit betekent dat de EVZ’s dezelfde planologische bescherming hebben als het NNB, zij maken echter geen onderdeel uit van het NNB en er staat ook geen beheervergoeding voor open.
Met deze regeling kunnen projecten gericht op boscompensatie worden gesubsidieerd, in de vorm van inrichting van natuurbos of inrichting van natuurbos in combinatie met functiewijziging.
De basis van het provinciaal beleid voor natuur en landschap is vastgelegd in:
De Grondnota Ecologische Hoofdstructuur Noord-Brabant, vastgesteld 26 april 2013, en de Nota Grondbeleid Brabant 2022, vastgesteld op 24 juni 2022 geven de kaders voor verwerving van het NNB. Er wordt ingezet op een gebiedsgerichte aanpak, waarmee een gehele afronding via verwerving of functieverandering en vervolgens inrichting van het Natuurnetwerk Brabant en de EVZ’s, tot stand komt. Gronden worden verkocht via een procedure van gelijkberechtiging.
Brabantse bossenstrategie, vastgesteld 28 januari 2020. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat het Rijk en de provincies samen met een bossenstrategie komen. Provincie Noord-Brabant heeft een Brabantse bossenstrategie opgesteld met als doel het areaal bos in Brabant te vergroten, de kwaliteit ervan te verbeteren en de afzet te verduurzamen. Tot 2030 wordt 13.000 ha nieuw bos ontwikkeld. Hiervan kan 8.000 ha landen in het natuurnetwerk en 5.000 ha daarbuiten. Deze verdeling is een richtlijn; van belang is dat elke kans en mogelijkheid om bos aan te leggen, zowel binnen als buiten het netwerk, wordt aangegrepen. De belangrijkste opgave is echter het gezond maken van 60.000 ha bestaand bos, vooral op de drogere zandgronden. Dat is een opdracht met een looptijd tot 2050.
Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027, met daarin opgenomen de Kaderrichtlijn Water doelen. De waterschappen voeren het waterbeleid uit door middel van de waterbeheerplannen. Het NNB gerelateerde deel van het waterbeleid bestaat uit realisatie van N2000 gebieden, natte natuurparels, beek- en kreekherstel en waterkwaliteit. Rondom natte natuurparels is een hydrologische beschermingszone van kracht.
Sinds de provinciale structuurvisie 2010 bestaat de mogelijkheid om nieuwe landgoederen te ontwikkelen in het buitengebied via het principe rood-voor-groen. De groene kwaliteiten bleven echter achter bij de rode ontwikkelingen. Daarom zijn per 15 april 2022 nieuwe regels opgenomen in de IOV die een betere garantie geven voor de te ontwikkelen groene component. Deze nieuwe regeling in de IOV stuurt er sterker op dat de nieuwe landgoednatuur komt op plekken die vanuit het NNB wenselijk zijn.
PS hebben in 2013 de Grondstrategie voor de realisatie van de EHS vastgesteld en ingestemd met het instellen van het Groen Ontwikkelfonds Brabant. De constructie van het GOB is gebaseerd op de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de realisatie van het NNB en de EVZ’s door de provincie en de Brabantse Manifestpartners. Het GOB bv is als een zelfstandige bv ingesteld met de provincie Noord-Brabant als enige aandeelhouder. Doel van het GOB bv is het beoordelen van verwervings- en inrichtingsvoorstellen voor nieuwe natuur en het verlenen van subsidies, namens de provincie. Het ingestelde fonds heeft de beschikking over middelen (euro’s en grond) vanuit Rijk en provincie om het NNB te kunnen realiseren. De businesscase van het GOB bv geeft aan dat realisatie van het NNB voor een gemiddeld bedrag van 50% van de normkosten zal plaatsvinden. De Brabantse partijen in het realiseren van het NNB hebben zich verenigd tot de Manifestpartners en stellen mede financien beschikbaar om de doelstelling voor NNB-realisatie te behalen.
Op 5 december 2022 hebben GS besloten om met ingang van 15 december 2022 een (tijdelijke) subsidiestop in te stellen voor realisatie van het Provinciale deel van het natuurnetwerk. De focus ligt voor nu op initiatieven in het Rijksdeel van het natuurnetwerk en de realisatie van ecologische verbindingszones. Daarnaast is het per 1 januari 2023 niet meer mogelijk voor het GOB om subsidiebeschikkingen af te geven voor gronden die buiten het NNB zijn gelegen (en die later naar verwachting door de provincie toegevoegd worden aan het NNB). Verzoeken tot wijziging van de begrenzing van het NNB kunnen nog steeds worden ingediend, maar dienen eerst te worden voorgelegd aan GS. Met deze wijziging komt de regie m.b.t. de begrenzing van het NNB weer te liggen bij GS. In 2023 onderzoekt de provincie hoeveel, hoe en waar de laatste hectares van het natuurnetwerk het beste ontwikkeld kunnen worden.
In 2014 is een herziening van de ambitiekaart vastgesteld, waarbij een doorlichting heeft plaatsgevonden voor beoogde Nieuwe Natuur en de haalbaarheid van de natuurdoelen voor deze Nieuwe Natuur. Het resultaat is dat een flinke bezuiniging op de doelen heeft plaatsgevonden. Daardoor worden noodzakelijke bezuinigingen op inrichting en beheer van Nieuwe Natuur bereikt. De herziene ambitiekaart is op 22 september 2014 vastgesteld als onderdeel van het Natuurbeheerplan 2015.
Naast de provinciale beleidskaders is het van belang rekening te houden met de waterbeheerplannen van de waterschappen. In deze plannen komen de diverse doelen samen welke relevant zijn voor de uitwerking van de gebiedsaanvragen. Hierbij gaat het specifiek om:
3. Subsidiestelsel Natuur en Landschap
Het beschermen van dieren en planten is belangrijk voor de mens. Deze bescherming vindt plaats om ecologische, economische en ethische redenen. De diversiteit van dieren en planten verhoogt de spankracht van de natuur (ecologie). Daarnaast is de biodiversiteit een belangrijke productiefactor (economie). Ten slotte worden dieren en planten vanwege hun intrinsieke waarde beschermd (ethiek). De provincie hecht veel belang aan het behoud en de ontwikkeling van de provinciale natuur. Daarom verleent zij daarvoor subsidie via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Het SNL is een landelijk stelsel dat door alle provincies op een uniforme manier wordt uitgevoerd. De Brabantse SNL2016 is een afgeleide van de landelijke modelregeling.
De provincie bepaalt in het Natuurbeheerplan in welke gebieden natuurbeheerders, natuurcollectieven en agrarische collectieven subsidie kunnen krijgen voor (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer, blauwe diensten en klimaatdiensten. In het Natuurbeheerplan liggen de verschillende natuurbeheer- en landschapsbeheertypen van de Index Natuur en Landschap voor percelen en/of terreinen vast. Subsidie is alleen mogelijk voor het beheertype dat in het Natuurbeheerplan is aangegeven en begrensd, en op subsidiabel ‘ja’ staat.
Subsidie voor beheer en kwaliteitsimpulsen
In het Subsidiestelsel Natuur en Landschap wordt een onderscheid gemaakt tussen financiering van het beheer van de bestaande natuur en landschap en eenmalige investeringen ter verbetering van de natuurkwaliteit (kwaliteitsimpulsen) en functieverandering. De subsidie voor het beheer van natuur, agrarische natuur en landschapselementen is geregeld in de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer Noord-Brabant 2016 (SNL2016). De subsidie voor de kwaliteitsimpulsen en functieverandering is geregeld in de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant.
Voor meer informatie over de subsidieverordening- en regelingen en subsidiemogelijkheden zie www.brabant.nl of https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/verordeningen/
3.1. De Index Natuur en Landschap
De basis voor het Natuurbeheerplan wordt gevormd door de Index Natuur en Landschap. Deze Index is een landelijk uniforme en sterk gestandaardiseerde “natuurtaal” waarin de Nederlandse natuur- en landschapselementtypen worden vastgelegd. De Index is van belang voor de aanduiding van de natuur- en landschapsdoelen door de overheid en voor de monitoring en bevordert ook een goede afstemming tussen beheerders onderling en tussen beheerders en overheden.
De Index Natuur en Landschap bestaat uit de onderdelen natuur, agrarische natuur en landschapselementen. In de Index worden twee niveaus onderscheiden: de natuurtypen voor de sturing op landelijk niveau en de beheertypen voor de operationele aansturing van het beheer op regionaal en lokaal niveau. Voor de begrenzing in het Natuurbeheerplan en de subsidieverlening wordt voor het natuurbeheer het niveau van de beheertypen gebruikt. Voor het agrarisch natuurbeheer wordt het niveau van natuurtypen gebruikt.
De natuurtypen zijn bedoeld als sturings- en verantwoordingsinstrument op landelijk niveau. Daarbij valt te denken aan afspraken en rapportages tussen rijk en provincies. De beheertypen van de natuurgebieden zijn geschikt voor de aansturing van het natuurgebiedenbeheer op interprovinciaal, provinciaal en lokaal niveau. Zij vormen de basis voor afspraken over doelen en middelen tussen provincie en beheerder.
In de Index Natuur en Landschap worden de natuurtypen, landschapstypen en agrarische natuurtypen en beheertypen beschreven.
De beschrijving van de agrarische natuur- en beheertypen is gebaseerd op het advies dat is opgesteld door Alterra met beschrijvingen van de agrarische natuurtypen/leefgebieden en de daaronder vallende agrarische beheertypen. Zie https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/Alterra_Rapport-2585_Totaal_LR-criteria-voor-leefgebieden.pdf voor het advies van Alterra. Voor meer informatie over de Index Natuur en Landschap zie onderdeel thema ‘Index Natuur en Landschap’ op https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschaphttps://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap//.
3.2 Natuurbeheerplan: beheertypenkaart en ambitiekaart
Het Natuurbeheerplan kent een beheertypenkaart en een ambitiekaart voor het natuurbeheer. En voor het agrarisch natuurbeheer een leefgebiedenkaart t.b.v. agrarisch natuur- en landschapsbeheer, een kaart categorie Water en een kaart categorie Klimaat. Zij vormen met de beschrijving van de doelen de kern van het plan.
De beheertypenkaart geeft alle aanwezige natuur en landschap weer met de benamingen volgens de landelijk uniforme systematiek van de Index Natuur en Landschap. Met de beheertypenkaart stimuleert de provincie de instandhouding van de op die kaart aangegeven en begrensde beheertypen. Deze kaart vormt de basis voor het verlenen van beheersubsidies op grond van de SNL2016.
Voor een deel van de natuurgebieden en agrarische gebieden met natuurwaarden bestaat een ambitie om het huidige gebruik of beheer te veranderen. Het verschil tussen de beheertypenkaart en de ambitiekaart laat zien waar een verbetering van de natuurkwaliteit mogelijk en wenselijk is. De ambitiekaart vormt de basis voor de (subsidiëring) van omvorming van landbouwgrond naar natuur en/of verbetering van de natuurkwaliteit. De percelen waarvan het indertijd de wens was die om te vormen van landbouwgrond naar natuur worden over het algemeen aangeduid als ‘Nieuwe Natuur’. Uitzonderingen zijn enkele landbouwenclaves gelegen in Bestaande Natuur, deze noemen wij Bestaande Natuur Enclave. Een agrarisch perceel wordt na inrichting en functiewijziging naar natuur niet omgezet naar het label ‘Bestaande natuur’, het blijft dan Nieuwe Natuur heten.
Het verstrekken van subsidies voor beheer en voor kwaliteitsimpulsen draagt bij aan de realisatie van het in hoofdstuk 2 beschreven beleid en de in hoofdstuk 4 beschreven Provinciale natuur- en landschapsdoelen.
Zowel de beheertypenkaart als de ambitiekaart zijn afgestemd op de beheerplannen die in het kader van Natura 2000 zijn opgesteld.
3.2.1 Beheertypenkaart - Beheersubsidie natuur en landschap op grond van de SNL2016
Op de beheertypenkaart wordt alle bestaande en reeds gerealiseerde nieuwe natuur en landschapselementen aangegeven. Tevens wordt aangegeven of het terrein voor een subsidie in het kader van de SNL2016 in aanmerking komt. Als een terrein als ‘niet subsidiabel’ op kaart is aangegeven, dan komt het terrein niet voor subsidie in aanmerking, ook al is het onderdeel van het NNB. Per oppervlakte/natuurterrein is één beheertype toegekend. Een terreineigenaar komt alleen voor financiering van het aangewezen beheertype in aanmerking. Indien het perceel nog niet is omgevormd naar natuur en er nog geen bestaand beheertype aanwezig is, wordt het als type N00.01 aangegeven. Dit betekent dat hier ontwikkeling tot een gewenst beheertype uit de ambitiekaart nodig is. Deze gronden komen niet direct, maar pas na inrichting c.q. functieverandering voor beheersubsidie in aanmerking. Voor het bepalen van het dan gewenste beheertype moet vaak nog aanvullend onderzoek gedaan worden.
Op de aanwezige natuur kan ook subsidie voor landschapsbeheer worden verstrekt. Op de beheertypenkaart is aangegeven voor welke landschapselementen subsidies landschapsbeheer kunnen worden verstrekt.
In 2002 is de begrenzing van het natuurnetwerk vastgelegd, zowel de reeds aanwezige natuur als de toen nog te realiseren natuur, die nog geen natuurbestemming of -functie had. Om zicht te houden op die (rest)opgave van nog te realiseren natuur hebben alle delen van het netwerk een label gekregen. De reeds aanwezige natuur het label Bestaande Natuur en de rest het label Nieuwe Natuur.
Het NNB bestaat uit de volgende onderdelen:
Nieuwe Natuur: dit zijn alle gebieden binnen het NNB die zijn aangewezen om als natuur te realiseren. Natuur binnen het natuurnetwerk is onderverdeeld in NNB Provinciaal deel en NNB Rijksdeel. Het Rijksdeel betreft de afspraak die wij met het Rijk hebben gemaakt om Nieuwe Natuur te realiseren ter invulling van de Europese verplichting die het Rijk is aangegaan, voor de N2000 en KRW gebieden, het provinciaal deel betreft onze eigen ambitie voor de realisatie van nieuwe natuur. Nieuwe natuur wordt in het NNB onderverdeeld in:
Wij hanteren het volgende subsidiebeleid voor Bestaande Natuur en Nieuwe Natuur:
Er is een uitzondering voor Bestaande Natuur-natuurcompensatie. Hier geldt een aanloopperiode waarbij de initiatiefnemer zelf de beheerkosten voor de natuurcompensatie betaalt. In het natuurcompensatieplan is de periode van dit zogenaamde aanloopbeheer bepaald. Is dit niet zo dan geldt een periode van 6 jaar. Daarna gaan de beheerkosten over naar de eindbeheerder, die daarvoor een beheervergoeding kan aanvragen. De redenering daarbij is dat de vernietigde natuur naar verwachting ook beheervergoeding heeft gekregen. Bovendien wensen wij natuurcompensatiegebied na realisatie van de gewenste natuur goed te beheren.
Kwaliteitsverbetering in Bestaande of Nieuwe Natuur ontstaat ook door uitvoer van herstelmaatregelen vanuit de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant. Bijvoorbeeld bos dat wordt omgezet in heidecorridors ten behoeve van de gladde slang. De beheertypenkaart wordt vervolgens aangepast.
Landschapselementen die in de meest recente versie van het Natuurbeheerplan op de beheertypenkaart zijn ingetekend en subsidiabel zijn komen voor beheervergoeding in aanmerking. Aanvragen voor het intekenen van landschapselementen in Bestaande natuur wijzen wij af, omdat zij niet voor beheervergoeding in aanmerking komen. Aanvragen voor het intekenen van landschapselementen in Nieuwe natuur honoreren wij en wij stellen deze landschapselementen open voor beheervergoeding.
In 2007 is met het Rijk een overeenkomst gesloten voor het saneren van een aantal zogenaamde MOB complexen (voormalige mobilisatiecomplexen van Defensie). Een deel van de door Defensie afgestoten MOB complexen wordt omgevormd tot natuur, en is daarmee onderdeel van het NNB. Na doorlevering van de gronden aan een eindgebruiker komen deze in principe voor een beheervergoeding in aanmerking.
Beheervergoeding voor de volgende specifieke natuurbeheertypen in Bestaande of Nieuwe Natuur staat niet open. Bij deze typen is geen of te geringe ecologische waarde te verwachten. Het betreft L01.09 Hoogstamboomgaard, L02.01 Fortterrein, L02.02 Historisch bouwwerk en erf en L02.03 Historische tuin.
De Voorzieningen-, Monitoring-, Schapen- en vaarbijdrage is op kaart weergegeven. Om binnen het gebied waar een bijdrage mogelijk is, in aanmerking te kunnen komen voor de betreffende bijdrage, moet daarnaast worden voldaan aan de voorwaarden van de subsidieregeling. Het beleid ten aanzien van de bijdragen is in beginsel als volgt:
3.2.2 Ambitiekaart - Functieverandering en inrichting op grond van de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant
Landbouwgronden die voorkomen op de ambitiekaart, en op de beheertypenkaart beheertype N00.01 hebben, kunnen definitief worden omgezet in natuur, waarbij de waardevermindering van de grond wordt vergoed. Ook particulieren (of samenwerkingsverbanden van particulieren) komen voor deze vergoeding in de vorm van subsidie functieverandering in aanmerking. De particulieren zijn en blijven in dat geval eigenaar van de gronden. Voor deze functieverandering bestaat sinds 2005 een fiscale vrijstelling. Particulier natuurbeheer is een belangrijk middel voor de realisatie van het Natuur Netwerk Brabant.
Voor de specifieke voorwaarden met betrekking tot de verlening van een subsidie voor functiewijziging wordt verwezen naar de Subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant of naar www.groenontwikkelfondsbrabant.nl. De Werkeenheid, verbonden aan het GOB bv levert informatie over het opstellen van inrichtingsplannen. De werkeenheid is te bereiken onder werkeenheidnatuurnetwerk@brabant.nl
3.2.3 Agrarische zoekgebieden– leefgebieden, water en klimaat
Voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) onderscheiden de provincies de volgende drie leefgebieden: open grasland, open akkerland en dooradering. Deze drie leefgebieden zijn de drie agrarische natuurtypen van de Index Natuur en Landschap. Daarnaast wordt gewerkt met een categorie water en een categorie klimaat.
In het Natuurbeheerplan worden deze drie agrarische leefgebieden/natuurtypen en de categorieën water en klimaat als agrarische zoekgebieden op de natuurtypenkaart aangeduid. Alleen binnen de begrenzing van de zoekgebieden is subsidie voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer mogelijk. Zie de kaartbijlagen.
Voor de drie agrarische natuurtypen/leefgebieden en de categorieën water en klimaat worden subsidiecriteria meegegeven. Zie Hoofdstuk 4 en de bijlagen.
Bij de begrenzing van de zoekgebieden in het Natuurbeheerplan en de keuze op welke soorten wordt ingezet, houdt de provincie rekening met de naastgelegen provincies. Dit om een goed afgestemd soortenbeleid over de provincies te garanderen.
Er wordt naar gestreefd om het agrarisch natuur- en landschapsbeheer in te zetten in de meest kansrijke gebieden voor stabiele populaties. Hierbij is de versterking van en/of verbinding voor het Natuur Netwerk Nederland (NNN) een belangrijk uitgangspunt. Tevens is het gericht op de kansrijkheid voor soorten die (deels) afhankelijk zijn van het agrarische cultuurlandschap. Ten opzichte van het vorige Natuurbeheerplan worden enkele wijzigingen doorgevoerd. Dit is mede ingegeven door de ‘Tussenevaluatie van de stelselvernieuwing Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer’ (www.tweedekamer.nl).
Op de kaart met agrarische zoekgebieden worden de doelstellingen voor specifieke soorten of soortengroepen binnen de agrarische natuurtypen niet aangeduid. Welke specifieke doelstellingen de provincie heeft m.b.t. soorten of soortengroepen wordt beschreven in hoofdstuk 4 en/of de bijlagen.
Voor het zoekgebied water is in hoofdstuk 4 en/of de bijlagen aangegeven op welke blauwe diensten ingezet kan worden en welke criteria daarvoor gelden. Dit geldt ook voor het zoekgebied klimaat.
Monitoring is een essentieel onderdeel van de beheercyclus. De uitvoering van het natuurbeleid en beheer dient onderzocht te worden om te weten of de afgesproken doelen ook gehaald en zo nodig bijgesteld moeten worden. Behalve informatie over de gerealiseerde hectares en het daarvoor benodigde geld (kwantiteit), is ook informatie nodig over de resultaten in termen van bijv. aantallen dieren en planten (kwaliteit).
Voor de monitoring van het natuurbeheer is door de gezamenlijke provincies in overleg met de natuurbeheerders een methodiek vastgesteld, die is beschreven in de “Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerk en Natura 2000/PAS”, die te vinden is op de website van BIJ12 (https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/monitoring-en-natuurinformatie/). Hierin wordt per beheertype beschreven welke monitoring noodzakelijk is en hoe deze moet worden uitgevoerd. Op de website van BIJ12 zijn ook bijlagen en achtergronddocumenten te downloaden.
Gecertificeerde natuurbeheerders hebben het recht om de monitoring zelf uit te (laten) voeren en krijgen daarvoor een monitoringssubsidie gebaseerd op de monitoringstarieven zoals vastgesteld in het openstellingsbesluit. Voor de natuurbeheerders die de monitoring niet zelf willen uitvoeren, voert de provincie de monitoring uit.
Er wordt gewerkt aan het provinciaal monitoringplan SNL in samenwerking met de beheerders. Een belangrijk onderdeel daarvan is de rapportagecyclus. Op basis van dit plan wordt jaarlijks de monitoring voor natuur in de natuurgebieden uitgevoerd.
Agrarisch natuur- en landschapsbeheer
Voor de monitoring van het agrarisch natuurbeheer is in 2016 een systematiek ontwikkeld. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen beheermonitoring (het verzamelen van natuurgegevens die nodig zijn om het beheer (beter) uit te voeren) en beleidsmonitoring (het verzamelen van gegevens om de realisatie van de beleidsdoelen (op provinciaal, landelijk en Europees niveau) te evalueren). De verantwoordelijkheid voor de beheermonitoring bij het agrarisch natuurbeheer ligt bij de agrarische collectieven, de provincie is verantwoordelijk voor de beleidsmonitoring. Bij de beleidsmonitoring worden niet alleen de landelijke soorten meegenomen, maar ook de Brabantse soorten.
De blauwe diensten worden ingezet op een bijdrage aan de waterkwaliteit van de KRW-watergangen en het verhogen van het waterbergend vermogen. Hiervoor is een bestaand monitoringsprogramma van waterschappen en provincies (kwaliteit en kwantiteit) via welke lijn de toestand en ontwikkeling van de betreffende parameters worden gemonitord. Dit betekent dat voor blauwe diensten niet een apart monitoringsprogramma ontwikkeld hoeft te worden.
4. Natuur- en Landschapsdoelen
Dit Natuurbeheerplan geeft invulling aan het in hoofdstuk 2 beschreven natuur- en landschapsbeleid van de Europese Unie, het Rijk, de provincie en waterschappen. In hoofdstuk 4 en de genoemde Bijlagen worden de beleidsdoelen en criteria beschreven ten aanzien van de provinciale natuur-, landschaps-, klimaat- en waterdoelen. Hieraan zullen de subsidieaanvragen van natuurbeheerders en de gebiedsaanvragen van de agrarische collectieven worden getoetst.
Het hoofdstuk start met een integrale gebiedsomschrijving en een visie, gevolgd door de beleidsdoelen en criteria op het vlak van natuurgebiedenbeheer. Het vervolg van het hoofdstuk gaat over beheer op agrarisch gebied en de criteria en beleidsdoelen die daar gelden.
4.1 Integrale gebiedsbeschrijving en visie op behoud en ontwikkeling
We beogen het realiseren van het volledige Natuurnetwerk Brabant. We doen dit vanuit een aantal overwegingen.
We streven naar een goed leef- en vestigingsklimaat in onze provincie. Eén van de speerpunten hierbij is robuuste en veerkrachtige natuur.
Ook is maatschappelijk draagvlak essentieel. Dit is nodig voor het op peil houden van de natuur en landschapsambitie voor de langere termijn. Onderdeel is de nieuwe verantwoordelijkheidsverdeling tussen publiek en privaat, waarbij de overheid haar regulerende rol durft los te laten en de cross overs tussen economie en ecologie. In 2019 hebben de Manifestpartners de nota ‘De Brabantse aanpak: Ondernemend & Samen’ opgesteld waarin zij een oproep doen voor een gezamenlijke gebiedsgerichte aanpak van de transities van landbouw, natuur, klimaat en energie.
Verder uiteraard behoud van biodiversiteit. Hiervoor is een robuust Natuurnetwerk noodzakelijk. Niet alleen sterke natuurgebieden met het op orde brengen van de fysieke omstandigheden, maar ook de verbindingen met elkaar bepalen de robuustheid. Het waterbeleid is mede gericht op het herstellen van verdroogde gebieden en het uitvoeren van beek- en kreekherstel. De geformuleerde doelstellingen voor natuur bepalen de hydrologsiche eisen. Milieueisen zoals stikstof en fosfaat zijn eveneens sterk bepalend. Het natuurnetwerk wint aan kracht als er meer ruimte komt voor natuurlijke processen, zoals predatie, begrazing en het herstellen van kringlopen door toestaan van successie. Dit zogenaamde procesbeheer krijgt ruimte in een aantal gebieden. De klimaatbestendigheid neemt hierdoor toe. Andere gebieden hebben natuurwaarden als gevolg van specifiek beheer. Dit zogenaamde patroonbeheer zetten wij voort.
4.2 Beleidsdoelen en criteria natuur- en landschapsbeheer
De begrenzing van het NNB is tot stand gekomen in 2002, bij het vaststellen van de natuurgebiedsplannen in Noord-Brabant. De bezuinigingsopgave voor het NNB die in 2011 manifest werd, heeft in Noord-Brabant niet zoals elders geleid tot de keuze om NNB te verwijderen of bestaande natuur te verkopen. Daarmee ontstond een financieel tekort voor zowel verwerving/functieverandering als voor inrichting.
Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben een aanzienlijk financieel bedrag ter beschikking gesteld om het tekort aan te vullen. Daarnaast hebben de Brabantse Manifestpartners een bijdrage toegezegd.
De beleidsverantwoordelijkheid voor het NNB is met het decentralisatieakkoord in Brabant gesplitst in een deel Rijks NNB en een deel Provinciale NNB. Het Rijks NNB bestaat uit het deel van het NNB, waarvoor het Rijk een Europese verplichting is aangegaan, in casu N2000 en KRW gebieden (het soortenbeleid is niet rechtstreeks ruimtelijk aan het NNN te koppelen). Het Provinciale NNB is het overige NNB. Voor de financiering (cq subsidiering) van het Rijks- of Provinciale NNB is het onderscheid tevens van belang. Door bovenstaande is de omvang van het NNN niet gewijzigd, maar is de financiering aangepast.
De ambities met het natuurbeheer zijn vastgelegd op de ambitiekaart en de te realiseren beheerdoelen op de beheertypenkaart. In paragraaf 3.2.1 staat een toelichting op de interpretatie en werkwijze van de beheertypenkaart en de ambitiekaart.
4.3 Beleidsdoelen en criteria agrarisch natuur- en landschapsbeheer
Het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer kent 3 agrarische natuurtypen (A11, A12, A15) die ook wel de leefgebieden worden genoemd en twee categorieën (W01 en K01). Samen vormen zij de ‘agrarische zoekgebieden’. De 5 agrarische zoekgebieden zijn:
Brabant is ten behoeve van het ANLb ingedeeld in Regio’s. Deze zijn gebaseerd op geografische, landschappelijke en ecologische kenmerken, waarbij (zoveel mogelijk) rekening is gehouden met administratieve eenheden zoals werkgebieden van waterschappen en collectieven. De Regio’s hebben elk een schaalgrootte die van voldoende omvang is om samenhangend beheer uit te voeren.
Binnen de leefgebieden van de respectievelijke Regio’s wordt door de collectieven focus aangebracht. Die gebieden noemen collectieven vaak ‘werkgebieden’ of ‘kerngebieden’. Daar wordt door collectieven samenhangend beheer uitgevoerd, afgestemd op de eisen die doelsoorten stellen. In de Regio’s kunnen zich meerdere kerngebieden bevinden. Waar de beheermaatregelen daadwerkelijk landen wordt het ‘beheerde areaal’ dan wel ‘beheerareaal’ genoemd.
Voor de Regio’s zijn ‘criteria voor effectiviteit’ beschreven (Bijlage 4). De belangrijkste criteria daarvan worden ‘instapcriteria’ genoemd. Met name de instapcriteria zijn belangrijk voor de beoordeling van de gebiedsplannen.
De agrarische leefgebieden zijn gebieden die bijdragen aan de instandhouding en/of verbetering van een aantal soorten of soortengroepen uit de Vogel- en Habitat Richtlijn (VHR-soorten). Het doel is om de leefgebieden te behouden, verbeteren en versterken ten behoeve van soorten. Naast de bekende soorten streeft de provincie ook naar het behoud van aanvullende soorten, welke tot nu toe (te) weinig aandacht hebben gehad. Het gaat in alle gevallen om soorten die afhankelijk zijn van of in grote mate baat hebben bij agrarisch natuurbeheer. Op de website van BIJ12 is per agrarische natuurtype een aantal soorten genoemd. Duiding is eveneens te vinden via het rapport Rap_2013-65_kansrijke_gebieden_voor_agrarisch_natuurbeheer.pdf (bij12.nl). De doelsoorten staan in Bijlage 2 vermeld. Synergie wordt gezocht met kwaliteitsverbetering van het landschap en de doelen voor water en klimaat.
Selectie en begrenzing van de gebieden
Het is de bedoeling om maximale effectiviteit te bereiken door een geconcentreerde inzet van de juiste beheermaatregelen op de juiste locatie. Om de Brabantse leefgebieden per 2023 te bepalen is een analyse uitgevoerd. Hierbij zijn lagere selectiecriteria gehanteerd dan een aantal jaar geleden. Dit benadrukt de noodzaak om ANLb nog gerichter in te zetten en dat is het doel van de provincie Brabant, teneinde populaties van soorten beter te behouden en versterken.
In voorkomende gevallen zijn percelen begrensd als leefgebied, terwijl (nog) niet aan de minimale aantallen doelsoorten wordt voldaan. Het is mogelijk dat op die locaties aangepast of langer beheer nodig is, voordat de potentie van het beheerde gebied wordt bereikt. Deze locaties voldeden op basis van de gebruikte monitoringsdata niet aan de selectiecriteria, maar zijn toch als leefgebied aangewezen, zodat het agrarisch collectief een afweging kan maken over het beheer. De provincie vraagt in de gebiedsplannen extra aandacht voor de onderbouwing van de voortzetting van het beheer in relatie tot de doelen in het gebied.
Vanaf 2023 worden de landelijke termen gehanteerd om de agrarische zoekgebieden (waaronder de leefgebieden) te benoemen. Voorheen werkte Brabant met eigen benamingen, die goede onderbouwing hadden. Door voortaan de landelijke termen te gebruiken is het makkelijker de verbinding te leggen met de gebieden en activiteiten in de rest van het land.
De selectiecriteria van leefgebieden wijken op onderdelen af van de landelijke selectiecriteria (Alterra, 2014, https://edepot.wur.nl/328376). De provincie heeft soms andere criteria gehanteerd, welke beter aansluiten op de Brabantse situatie om te komen tot de begrenzing. Het gaat hier met name om criteria voor de aanwezigheid en dichtheden van doelsoorten. Collectieven kunnen voor begrensde leefgebieden een gebiedsaanvraag doen. Meer informatie over selectiecriteria staat in de Bijlagen.
In algemene zin zijn de leefgebieden ruim begrensd, op basis van hun ecologische waarde en het voorzetten van bestaand beheer. Het aantal doelsoorten (bijlage 2) is teruggebracht, om meer focus te krijgen op de ANLb inzet. Hierbij worden de landelijke soorten als doelsoorten gebruikt (https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/agrarisch-natuurbeheer-anlb/kennisbank/), met daarbij een aantal Brabantse soorten die als prioritair worden beschouwd.
In de Regio’s kunnen een of meerdere agrarische zoekgebieden liggen en deze kunnen overlappen. De essentiële randvoorwaarden voor het beheer binnen leefgebieden worden “instapcriteria” genoemd. De bredere criteria voor het slagen van een leefgebied worden “criteria voor effectiviteit” genoemd, zie Bijlage 4.
De collectieven hebben per definitie veel autonomie, omdat de inhoud van beheercontracten en de betaalde vergoedingen door hen zelf worden bepaald. Door frequente informatie-uitwisseling kunnen de collectieven de provincie meenemen in hun aanpak en resultaten. Voor een effectief ANLb is verder de samenwerking van agrarische collectieven, overheden, terrein beherende organisaties en kennisorganisaties belangrijk. Synergie moet worden nagestreefd voor ecologische doelen, agrarisch waterbeheer en agrarische klimaatbeheer (zie paragraaf 4.4 en de bijlage 4). In het gebiedsplan beschrijft een agrarisch collectief hoe zij de beschikbare middelen effectief en strategisch inzetten. De provincie toetst de gebiedsaanvraag op basis van paragraaf 4.3 en 4.4 en de bijlagen van het Natuurbeheerplan.
Algemene vereisten en soortenfiches
Voor het te beheren gebied wordt aan collectieven gevraagd dat ze een integraal gebiedsplan maken waarin de ecologische-, water- en klimaatdoelen worden gerealiseerd. Hierbij wordt er gekeken hoe er synergie wordt gevonden bij de verschillende doelen en opgaven in het gebied op het vlak van natuur, water en klimaat.
Verzocht wordt gebruik te maken van de Soortenfiches. De Soortenfiches vormen een verzameldocument met per soort specifieke leefgebiedeninformatie met inrichting- en beheermaatregelen. Deze informatie is bedoeld om de collectieven te helpen bij het onderbouwen van de gebiedsaanvragen, als men kiest voor inspanningen voor specifieke doelsoorten. Tegelijk helpt deze informatie de provincie om gebiedsaanvragen met beheer op specifieke doelsoorten goed te kunnen beoordelen.
In bijlage 4 staan per leefgebied, binnen elke Regio, de specifieke instapcriteria genoemd waar het gebiedsplan aan moet voldoen. Daarbij wordt verwacht dat er een onderbouwing wordt gegeven van het type beheer in relatie tot de aanwezige ecotopen en dat de beheerstrategie is afgestemd met het waterschap, andere collectieven en terrein beherende organisaties.
RVO.nl voert een controle uit op de (voorgenomen) subsidieverlening van de provincie aan agrarische collectieven, welke gebaseerd is op de gebiedsaanvragen. De criteria waar RVO.nl op toetst om te controleren of aan de nationale en Europese afspraken en regels vanuit het subsidiestelsel wordt voldaan, staan opgesomd in paragraaf 4.5.
4.4 Beleidsdoelen en criteria agrarisch water- en klimaatbeheer
In overleg met de waterschappen De Dommel, Aa en Maas, Rivierenland en Brabantse Delta zijn de waterdoelen opgenomen in dit Natuurbeheerplan. Zo kan er een bijdrage worden geleverd aan verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit en de grondwaterkwaliteit. Maatregelen voor het verhogen van het gehalte organische stof kunnen hier bijvoorbeeld een positieve rol spelen. Of er kan worden gedacht aan het verminderen van nitraat en bestrijdingsmiddelen in de bodem. Dit kan door bijvoorbeeld een onbemeste zone langs watergangen in te stellen, voor zover het hier niet reeds een verplichting uit de basis conditionaliteiten voor agrariërs betreft. Voor een optimale inzet van de middelen is het belangrijk dat synergie wordt gezocht met andere doelen. Gedacht kan worden aan: biodiversiteit op agrarische gebied en in natuurgebieden, klimaatdoelen, ecologische verbindingszones en grondwaterbeschermingsgebieden.
De mogelijke locaties om te werken aan de waterdoelen zijn middels het agrarische zoekgebied ‘Categorie Water’ weergegeven op de kaart Waterbeheergebieden in de bijlagen van dit Natuurbeheerplan. De beheerfuncties gekoppeld aan het agrarisch waterbeheer zijn te vinden in paragraaf 4.5. De beheerpakketten ANLb zijn te vinden via de website www.boerennatuur.nl .
Instapcriteria voor waterbeheergebieden
In de gebiedsaanvraag wordt een onderbouwing van de locatie en het type beheer gegeven. O.a. hoe deze samenhangt met het beheer in agrarische leefgebieden en hoe synergie wordt gevonden bij andere doelen als natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Dit dient te zijn afgestemd met het des betreffende waterschap.
De categorie Klimaat is gericht op klimaatbeheermaatregelen die CO2- vastlegging, het verminderen van broeikasgassen en het vasthouden en afvoeren van water als doelstelling hebben. Deze doelstelling is opgesplitst in klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Deze klimaatdoelen zijn tevens weergegeven op de kaarten bij het Natuurbeheerplan. Collectieven kunnen op basis van paragraaf 4.5 de toegestane beheerfuncties toepassen.
De kaart ‘Klimaatbeheergebied’ is het kader voor agrarische collectieven bij het opstellen van het gebiedsplan. De volgende klimaatmitigatie-maatregelen komen in aanmerking:
Bij deze maatregel staat het beheer van houtige landschapselementen centraal, voor zover deze een extra bijdrage leveren aan de opslag van CO2. Daarom wordt een peildatum van 1 januari 2019 gehanteerd voor nieuwe landschapselementen. Vanuit het ANLb kan slechts het beheer worden betaald. Voor de aanpassing van gewaskeuze kan bijvoorbeeld worden gekozen voor het telen van alternatieve gewassen in plaats van maïs. Aangepaste teelttechnieken kunnen helpen tegen ‘run off’ van overtollig water op het maaiveld maar ook ‘run off’ vanaf hellende percelen. Hierbij kan worden gedacht aan het ‘niet-haaks’ inzaaien op hellende percelen t.o.v. waterlopen.
Doordat veen verdroogt, klinkt het in. Dit proces veroorzaakt bodemdaling en hierbij komt CO2 vrij. De meest effectieve manier om dit tegen te gaan is het opzetten van het waterpeil en daarmee het grondwaterpeil in de (laag)veenweidegebieden. Dit betreft maatwerk en dient gebiedsgericht te gebeuren in nauw overleg met de waterschappen. Het gaat dan met name over het opzetten het peil in de droge maanden. Het voeren van natte teelten is een manier om in de laagstgelegen delen van een peilvak bij een verhoogd waterpeil bruikbare gewassen te telen. Voorbeelden van gewassen die hiervoor in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld riet en lisdodde
De volgende maatregelen vallen onder klimaatadaptatie:
Meer water vasthouden in beekdalen en in infiltratiegebieden
Het vasthouden van water in beekdalen wordt gezien als een maatregel die vooral door de waterschappen kan worden uitgevoerd, onder meer via hermeanderen van beken en het anders inrichten van beken. Water vasthouden in infiltratiegebieden is van belang voor het tegengaan van verdroging en het herstel van kwelstromen. Maatregelen die hiervoor in aanmerking komen zijn o.a. het verondiepen of dempen van sloten en het opzetten van slootpeilen. Voor begrenzing zie kaart Infiltratiegebieden.
Adaptatie aan de verwachte hogere frequentie van inundaties in beekdalen en in laaggelegen akker- en weidegebieden
Adaptatie aan de verwachte hogere frequentie van inundaties in beekdalen en in laaggelegen akker- en weidegebieden houdt in dat agrariërs in delen van hun gronden inundatie accommoderen, mogelijk maken of toelaten, zodat inundatie op de meer waardevolle landbouwgronden en in laaggelegen bewoonde gebieden wordt voorkomen of verminderd. Inundaties kunnen tevens bijdragen aan verhoging biodiversiteit aangezien zo tijdelijke plas-drasgebieden ontstaan. Daarnaast zorgt het toelaten van tijdelijke inundatie ervoor dat de noodzaak voor andere maatregelen, zoals water wegpompen en dijkverhogingen wordt verminderd.
Instapcriteria voor klimaatbeheergebieden: In de gebiedsaanvraag wordt een onderbouwing van de locatie en het type beheer gegeven. O.a. hoe deze samenhangt met het beheer in agrarische leefgebieden en hoe synergie wordt gevonden bij andere doelen als natuurgebieden, ecologische verbindingszones en de watertransitie.
4.5 Beoordelingscriteria gebiedsaanvragen
De in deze paragraaf geschetste leefgebieden en beheerfuncties worden door RVO gebruikt om de gebiedsaanvraag en de jaarlijkse beheerplannen te toetsen op EU-conformiteit. In een gebiedsaanvraag worden meerdere leefgebieden/zoekgebieden opgenomen. De toetsing vindt plaats op de begrenzing van de zoekgebieden/leefgebieden en beheerfuncties. De kaarten met de leefgebieden/zoekgebieden (voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer en agromilieu- en klimaatdiensten) zijn digitaal te raadplegen. De Agrarische zoekgebieden-kaart in de provinciale viewer laat de zoekgebieden en ‘deelgebieden’ zien, waarbij nadrukkelijk wordt opgemerkt dat zowel de ‘financiële regio's’ als de ‘gebieden met voorwaarden’ een alternatieve vorm van deelgebieden zijn en geen eigen min.max qua hectares hebben. Deze vormen van deelgebieden worden door de provincie gebruikt bij subsidie openstellingen en beoordelingen van gebiedsaanvragen/subsidieaanvragen, zie verder paragraaf 4.3, 4.4 en de Bijlagen.
|
Optimaliseren foerageer-, en broed- en opgroeimogelijkheden (F01.12) en/en |
|||
|
Optimaliseren foerageer-, en broed- en opgroei mogelijkheden (F01.12) en/of |
|||
|
Water vasthouden (F02.14) en/of |
|||
De neergaande trend van veel beschermde soorten van het agrarisch gebied is niet gekeerd. Vanwege de zorgwekkende toestand van de natuur in het agrarisch gebied wordt samen met de collectieven minimaal 3 keer per jaar ‘een goed gesprek’ gevoerd. Daarbij wordt gekeken naar de wijze waarop het beleid zich verhoudt tot de praktijk van uitvoering en waar aanpassingen nodig zijn ten behoeve van de effectiviteit van de uitvoering. Uitgangspunten hierbij zijn de hoofdtekst en bijlagen bij het Natuurbeheerplan en de ingediende gebiedsplannen. Indien op basis van de gesprekken het onvoldoende mogelijk is om beleid en praktijk beter bij elkaar te laten aansluiten, behoudt de provincie zich de mogelijkheid voor om (op basis van o.a. de doelen en criteria zoals opgenomen omschreven in 4.3, de bijlagen en het gebiedsplan), meetbare criteria op te nemen in paragraaf 4.5. Hierbij valt o.a. te denken aan een percentage plas-dras, zwaar beheer of wintervoedsel.
5.1 Subsidies voor natuur en landschap
In het SNL is subsidie mogelijk voor natuurbeheer, agrarisch natuurbeheer, landschapsbeheer en water- en klimaatdoelen. Natuurbeheerders en agrarische collectieven kunnen subsidie aanvragen voor een beheertype met een looptijd van zes jaar. Dit wordt ook wel een subsidieperiode genoemd.
5.2 Natuur- en landschapsbeheer
Beheersubsidie is een vergoeding voor het beheer van een beheertype. De Index beschrijft per beheertype aan welke terreinkenmerken het terrein moet voldoen. Beheertypen mogen elkaar niet overlappen. Op een oppervlakte kan één natuurbeheertype worden aangevraagd. De beheersubsidie is gebaseerd op de standaardkostprijs. De standaardkostprijs is een landelijke gemiddelde van de beheerkosten per beheertype. De beheersubsidie bedraagt 84% van de standaardkostprijs. Voor meer informatie zie: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/tarieven/standaardkostprijzen/
Naast beheervergoeding zijn er ook een aantal bijdragen mogelijk. Dit zijn:
In de SNL2016 is een vergoeding mogelijk voor de inzet van gescheperde schaapskuddes ten behoeve van het beheer van natuur- en landschapsbeheertypen. Vergoeding is mogelijk voor een aantal specifieke beheertypen en is qua oppervlakte naar verhouding verdeeld over de verschillende beheerders.
Sommige beheereenheden kunnen uitsluitend via het water worden bereikt. De beheerkosten voor dit ‘vaarland’ zijn vanwege de moeilijke bereikbaarheid hoger dan voor natuurterreinen die normaal bereikbaar zijn. Voor deze gebieden kan een vergoeding voor transportkosten in verband met het beheer van een natuurterrein worden aangevraagd. In Brabant betreft dit alleen de Biesbosch.
De voorzieningenbijdrage is een vergoeding voor het voor het recreatief toegankelijk maken en houden van een natuurterrein door middel van het onderhoud van voorzieningen. De voorzieningenbijdrage is alleen aan te vragen in combinatie met een aanvraag voor beheersubsidie. Om de voorzieningenbijdrage te krijgen moet het gebied in principe jaarrond vrij toegankelijk zijn. Er is een mogelijkheid tot uitzondering in het geval van tijdelijke afsluiting ter bescherming van natuurwaarden.
Deze bijdrage is in Noord-Brabant niet beschikbaar via de SNL. De provincie heeft besloten hierop in te zetten via de eerder opgezette organisatie Samen Sterk in Brabant (SSIB). Dit zorgt voor een efficiënte en gecoördineerde inzet van de middelen en voorkomt versnippering van geld en mankracht. Tegelijk is besloten dat dit niet ten laste van de begroting van het natuurbeheer komt. Achtergrond hiervan is het besef dat zowel de oorzaken als de aanpak van toezicht en handhaving in het buitengebied niet ligt, laat staan zich beperkt tot, de natuurterreinen waar beheersubsidie wordt verleend.
Sinds 2017 is er voor een subsidieaanvraag voor natuur- en landschapsbeheer een ondergrens van 200 ha. Beheerders met minder eigendom kunnen subsidie aanvragen via een collectief. Een collectief is een (coöperatieve) vereniging/een samenwerkingsverband die veelal bestaat uit particuliere natuurbeheerders en andere beheerders met eigendomsrecht. De aanvraag en uitbetaling van de subsidie verloopt via het collectief.
Beheerders met een beheeroppervlakte boven de ondergrens kunnen deelnemen aan een collectief of individueel subsidie aanvragen.
Daarnaast moeten beheerders gecertificeerd zijn om in aanmerking te komen voor subsidie. Dit kan door individueel een certificaat aan te vragen of door een aanvraag te doen via een gecertificeerd collectief.
Meer informatie over certificering is hier te vinden. Ook worden daar de laatste ontwikkelingen weergegeven.
5.3 Agrarisch natuur- en landschapsbeheer en blauwe diensten
Alleen gecertificeerde agrarische collectieven kunnen subsidie krijgen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Een agrarisch collectief is een (coöperatieve) vereniging/een samenwerkingsverband in een (zelfgekozen) begrensd gebied die bestaat uit agrariërs en andere beheerders met gebruiksrecht van landbouwgrond in een gebied. Het collectief is eindbegunstigde van de subsidie.
Voor het verkrijgen van subsidie is een samenhangende gebiedsaanvraag vereist. Dit is een in nauwe afstemming met gebiedspartners tot stand gekomen, samenhangend ecologisch effectief en economisch efficiënt plan van een agrarisch collectief voor het uitvoeren van agrarisch natuur- en landschapsbeheer in een bepaald gebied. Het aanvragen van subsidie voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer door een individuele agrariër is dus niet mogelijk. Per Regio wordt er 1 aanvraag gehonoreerd.
De eisen die gesteld worden aan de gebiedsaanvraag staan in de provinciale subsidieverordening.
5.4 Kwaliteitsimpuls: investeringen en functieverandering
De subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant is voor grondgebruikers die grond geschikt willen maken voor natuurbeheer en voor natuurbeheerders die de kwaliteit van de natuur verder willen ontwikkelen en verhogen. Deze subsidieregeling wordt namens Provincie Noord-Brabant door het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) uitgevoerd. Voor een kwaliteitsimpuls natuur en landschap zijn twee subsidiemogelijkheden: investeringssubsidie en subsidie functieverandering. Een combinatie hiervan is ook mogelijk.
Dit is subsidie voor maatregelen die het gebied geschikt maken voor natuurbeheer of voor een kwaliteitsverbetering van de natuur. Bij de kwaliteitsverbetering wordt de natuurkwaliteit van een bestaand natuurbeheertype verhoogd of wordt een bestaand beheertype omgezet naar een ander type.
Dit is subsidie voor de waardedaling van de grond door het veranderen van landbouwgrond in bos of andere natuur. Het gebied waar het om gaat moet met het beheertype N00.01 Nog om te vormen naar natuur zijn opgenomen op de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan
Meer informatie over het (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer vindt u op: www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/
Dit portaal is de verzamelplaats van alle (beleids)informatie over Natuur en Landschap in Nederland.
Op https://www.groenontwikkelfondsbrabant.nl/ is meer informatie te vinden over het realiseren van nieuwe natuur in Brabant.
Artikel II Wijziging NNB-begrenzing om ecologische redenen en wijziging natuurbeheertype op verzoek.
Gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het Natuurbeheerplan 2023, beheertypen- en ambitiekaart, als vastgesteld bij besluit van 11 oktober 2022, volgend op de Ontwerp Wijziging Interim Omgevingsverordening kaartaanpassingen 2023, overeenkomstig de bijbehorende stukken opgenomen als kaartbijlage:
Art. 2.1 (nr. 1) Algemeen. Bosgroep Zuid Nederland . Grenswijzigingen en wijzigingen beheertypen
Bosgroep Zuid Nederland verzoekt om een aantal wijzigingen van de beheertypenkaart en enkele herbegrenzingen van het NNB te willen doorvoeren.
Het betreft 157 wijzigingen. De wijzigingen zijn onder te verdelen in een aantal categorieën:
Ad a. Wij stemmen in met deze wijzigingsverzoeken.
Ad b. Dit verzoek wordt afgewezen. De provincie heeft als beleid dat er geen landschapselementen worden begrensd als er al sprake is van bestaande natuur.
Ad c. Dit verzoek wordt afgewezen. Lopende GOB-aanvragen moeten, voordat de beheertypenkaart wordt aangepast, eerst formeel door het GOB worden vastgesteld. Pas nadat de inrichtingsmaatregelen zijn vastgesteld kan de provincie op kaart een SNL beheersubsidie openstellen.
Ad d. Dit verzoek wordt afgewezen. Als er gebruik wordt gemaakt van een subsidie voor verwerving en inrichting bij het GOB wordt notarieel vastgelegd welke typen natuur gerealiseerd worden en in stand gehouden moeten worden. Deze typen kunnen niet zomaar worden veranderd. Mogelijk hebben wijzigingen namelijk financiële gevolgen voor de reeds uitbetaalde subsidie.
Ad e. Dit verzoek wordt afgewezen. Voor ONNB percelen is geen SNL beheervergoeding mogelijk.
Ad f. Dit verzoek wordt afgewezen. De provincie Noord-Brabant voegt bestaande natuur niet toe aan het NNB. Er is o.a. geen budget beschikbaar voor SNL beheervergoedingen. Er is geen SNL subsidie mogelijk op percelen die niet in het NNB zijn begrensd.
Ad g. Dit verzoek wordt afgewezen. Het betreft percelen die via bestemmingsplanwijzigingen uit het NNB zijn gehaald naar aanleiding van wijziging bestemmingsplannen. Bijvoorbeeld de Herbegrenzing Poortgebied Bergsche Heide en ontsluitingsweg, Aanwijzing infrastructuur omgeving Eindhoven, wijziging IOV N65 Vught.
Ad h. Dit verzoek wordt afgewezen. Het betreft percelen waarvoor in het verleden beheervergoedingen zijn afgegeven voor een van de typen natuurbos. Het is onwenselijk om het type beheer op deze percelen drastisch te wijzigen.
Ad i. Deze oppervlakten zijn te klein om in het NNB aan te passen. Het betreft de zogenaamde ‘slivers’ die door een GIS-analyse tot stand komen.
Tijdens de beoordeling van het wijzigingsverzoek zijn wij er op attent gemaakt dat enkele percelen geen natuurterrein betroffen. Deze overlapten bijvoorbeeld met een kinderboerderij, een parkeerplaats en horecagelegenheden. Deze hebben niet de bestemming natuur en zijn uit het Rijks NNB verwijderd. Het gaat in totaal om een oppervlakte van 1,3 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.2 (nr. 2) Algemeen. Bosgroep Zuid Nederland . Wijziging beheertypenkaart en ambitiekaart Hoogeindse beek en De Utrecht
Bosgroep Zuid Nederland verzoekt namens ASR om een aanpassing van de beheertypenkaart en de ambitiekaart van een aantal percelen. In de meeste gevallen gaat het om een aanpassing na de afronding van inrichtingsmaatregelen van N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur naar een gerealiseerd natuurtype. In één geval gaat het om een wijziging van het beheertype van een bestaand natuurterrein naar een type dat beter overeenkomt met de huidige situatie en realistischer is dan het ambitietype.
Wij stemmen in met dit wijzigingsvoorstel. Het betreft in totaal een wijziging van 15 percelen met een totale oppervlakte van 43,8 ha. De wijzigingen zijn onder te verdelen in een tweetal categorieën:
Wijziging van beheertypen en ambitietypen van percelen die zijn ingericht in het kader van het NNP-project Hoogeindse beek en NNP De Utrecht van waterschap De Dommel en provincie Noord-Brabant, na afronding van inrichtingsmaatregelen uitgevoerd door het waterschap De Dommel (43,2 ha). Het gaat om de percelen HVR00 F1216, F1242, I387, Q882, MDE02 A798, A801, A805, D888, D958, D959, H1203, H1204, H1772 en H93. In totaal is gerealiseerd door inrichting:
N10.02 Vochtig hooiland 8,9 ha
N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland 19,5 ha
N12.05 Kruiden- en faunarijke akker 4,3 ha
Wij hebben de ambitiekaart en beheertypenkaart aangepast
Art. 2.3 (nr.3) Algemeen. Staatsbosbeheer. Grenswijzigingen en wijzigingen beheertypen
Staatsbosbeheer verzoekt om een aantal wijzigingen van de beheertypenkaart en om enkele grenswijzigingen van het NNB door te voeren. Het betreft 37 wijzigingen. De wijzigingen zijn onder te verdelen in een aantal categorieën:
Ad a. Wij stemmen in met deze wijzigingsverzoeken. Door de aanvrager is in detail gekeken naar de haalbaarheid van de natuurbeheertypen waarbij zowel een wijziging naar lichtere als naar zwaardere natuurbeheertypen wordt voorgesteld. Hierdoor is er geen sprake van een significante toename of afname van beheerkosten.
Ad b. Dit verzoek wordt afgewezen. De provincie heeft als beleid dat er geen landschapselementen worden begrensd als er al sprake is van bestaande natuur.
Ad c. Dit verzoek wordt afgewezen. In dit geval betrof het percelen in het gebied Weijerkens waar sprake is van het procesnatuur N01.04 Zand en kalklandschap. Wij stellen het beheertype gelijk aan het ambitietype.
Ad d. Dit verzoek wordt niet toegekend. Het type L01.09 Hoogstamboomgaard is in Noord-Brabant niet opengesteld voor beheersubsidie.
Ad e. Het betreft nog te realiseren percelen die binnen het aangewezen gebied ‘Wijstgronden’ liggen. Hier zal het type N12.06 Ruigteveld worden gerealiseerd. Wij stemmen in met de toevoeging aan het Provinciale deel van het NNB.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 3,7 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Staatsbosbeheer heeft aangegeven dat de percelen GNK02 H2863, H2255, H2262, H2344, H2405, H2442, H2476, H2477, H2478, H2482, H2483 en I9030, allen gelegen in het Markdal gebied tussen het Kasteel Bouvigne en de Mark, niet zijn gewijzigd naar het juiste beheertype. Verzocht was deze te wijzigen van N10.02 Vochtig hooiland naar N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, omdat de percelen niet aan dit beheertype voldoen door de hogere ligging in het landschap en te droge situatie en dat er ook geen kans is op ontwikkeling naar N10.02 Vochtig hooiland. Ze waren echter gewijzigd naar N01.04 Kalk- en zandlandschap. Hierbij wijzigen wij alsnog de beheertypenkaart naar N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland.
Wij hebben de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.4 (nr. 4) Gemeente Alphen-Chaam. Agrifirm . Verwijderen NNB percelen Cauwelaerseweg 2
Agrifirm verzoek namens een van haar leden om aanpassing van de beheertypenkaart op de percelen CHA00 G 315 t/m 317, 354, 525, 549, 553, 554, 563, 852, 853, 855, 857, 858, 860, 863, 864, en 1094 in de omgeving rondom de Cauwelaerseweg 2 te Ulvenhout. Er worden op de percelen meerdere natuurtypen vermeld, terwijl het feitelijk landbouwgrond betreft. Er wordt daarom verzocht de beheertypen te verwijderen. Tevens zijn beheertypen opgenomen die een hoger grondwaterpeil nodig hebben. De aanvrager zegt hierdoor planschade te krijgen. Ook kunnen de gronden door de natuurbestemming niet opgegeven worden bij de gecombineerde opgave bij RVO. Het verzoek is om bij deze gronden het beheertype te verwijderen in het collectief beheersplan Ulvenhout.
De percelen liggen allen in het NNB. Echter staan deze niet als gerealiseerde natuur op de beheertypenkaart zoals de aanvrager aangeeft. Zij staan allen als landbouwgrond op de kaart met beheertype N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. De beheertypenkaart geeft namelijk het huidige gebruik weer. Vermoedelijk heeft de aanvrager naar de ambitiekaart gekeken. Hierop staan de uiteindelijke ambities die de provincie en het Rijk hebben geformuleerd in relatie tot de realisatie van nieuwe natuurterreinen. Van de 15 ha die het betreft in dit wijzigingsverzoek heeft 1,8 ha als ambitie N10.02 Vochtig hooiland. De rest heeft als ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en nader in te vullen typen. Momenteel zijn alle percelen geregistreerd als landbouwgrond bij RVO (dit is terug te vinden in de Basis Registratie perceelgewassen, bron: RVO). Indienen bij de gecombineerde opgave is dan ook geen probleem.
Er wordt naast verwijdering uit de beheertypenkaart ook om een verwijdering uit het collectief beheersplan Ulvenhout gevraagd. Dit heeft geen betrekking op het provinciale Natuurbeheerplan, dus hierover kunnen wij geen advies geven.
Wij hebben de ambitiekaart en beheertypenkaart niet aangepast.
Art. 2.5 (nr. 5) Gemeente Alphen-Chaam. Agrifirm . Verwijderen NNB percelen Vinkenbos
Agrifirm verzoek namens een van haar leden om aanpassing van de beheertypenkaart op de percelen CHA00 G372 en G562 in de omgeving rondom de Cauwelaerseweg te Ulvenhout. Er worden op de percelen meerdere natuurtypen vermeld, terwijl het feitelijk landbouwgrond betreft. Er wordt daarom verzocht de beheertypen te verwijderen. Tevens zijn beheertypen opgenomen die een hoger grondwaterpeil nodig hebben. De aanvrager zegt hierdoor planschade te krijgen. Ook kunnen de gronden door de natuurbestemming niet opgegeven worden bij de gecombineerde opgave bij RVO. Het verzoek is om bij deze gronden het beheertype te verwijderen in het collectief beheersplan Ulvenhout.
De percelen liggen allen in het NNB. Echter staan deze niet als gerealiseerde natuur op de beheertypenkaart zoals de aanvrager aangeeft. Zij staan allen als landbouwgrond op de kaart met beheertype N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. De beheertypenkaart geeft namelijk het huidige gebruik weer. Vermoedelijk heeft de aanvrager naar de ambitiekaart gekeken. Hierop staan de uiteindelijke ambities die de provincie en het Rijk hebben geformuleerd in relatie tot de realisatie van nieuwe natuurterreinen. Van de 1,6 ha die het betreft in dit wijzigingsverzoek heeft ongeveer de helft het ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. De andere helft kan vrij ingevuld worden door Kruiden- en faunarijk grasland, Ruigte of bos, er wordt hier geen natte natuur beoogd. Momenteel zijn alle percelen geregistreerd als landbouwgrond bij RVO (dit is terug te vinden in de Basis Registratie perceelgewassen, bron: RVO). Indienen bij de gecombineerde opgave is dan ook geen probleem.
Er wordt naast verwijdering uit de beheertypenkaart ook om een verwijdering uit het collectief beheersplan Ulvenhout gevraagd. Dit heeft geen betrekking op het provinciale Natuurbeheerplan, dus hierover kunnen wij geen advies geven.
Wij hebben de ambitiekaart en beheertypenkaart niet aangepast.
Art. 2.6 (nr. 6) Gemeente Alphen-Chaam. Staatsbosbeheer. Kaartopschoning Strijbeek
Staatsbosbeheer verzoekt om een aantal aanpassingen van het NNB binnen het projectgebied Strijbeek. Het gaat om mogelijke kaartfouten. Het verzoek betreft:
Ad a. De overlap met de bestemming wonen wordt uit het NNB verwijderd. Het restant van de nog te realiseren nieuwe natuur blijft in het NNB, omdat het om Rijks NNB gaat en een hoog ambitietype heeft (N10.02 Vochtig hooiland).
Ad b. CHA00 F37, F45 en F46 worden uit het NNB verwijderd, omdat deze overlappen met de bestemming agrarisch bedrijf of overlappen met een bestaande camping. De percelen zijn niet noodzakelijk voor de realisatie van het NNB in dit gebied.
Ad C. Wij verwijderen de overlap van het NNB van perceel CHA00 F288 met de bestemming horeca. Tevens wordt de speelweide/kinderboerderij uit het NNB verwijderd, omdat natuurterrein op deze locatie niet realiseerbaar is door de aanwezigheid van de horecagelegenheid.
Ad d. Wij veranderen de status van het NNB van nieuwe natuur naar bestaande natuur.
Ad e. Wij voegen een strookje van 0,4 ha toe om de buitengrens van het NNB logischer te maken.
Ad f. Wij verwijderen een oppervlakte van 0,5 ha waar het NNB overlapt met de bestemming wonen.
Ad g. Voor een oppervlakte van 0,2 ha veranderen we de status NNB van nieuwe natuur naar bestaande natuur. Zandpaden hebben ecologische waarden in Noord-Brabant en willen wij in ons netwerk behouden.
Ad h. Wij verwijderen een strook van een gezamenlijke oppervlakte van 0,3 ha van de percelen CHA00 F148 en F471. De intekening is niet logisch, mogelijk betreft het een intekenfout.
Ad i. CHA00 L617, 0,03 ha, kan verwijderd worden uit het NNB, het overlapt met de bestemming verkeer.
Ad j. CHA00 L564 kan uit het NNB verwijderd worden, omdat het overlapt met bestemming verkeer. Het betreft een oppervlakte van 0,5 ha.
Ad k. CHA00 L658, 0,0040 ha, kan verwijderd worden uit het NNB, het overlapt met de bestemming verkeer.
Ad l. Een opgave van 0,03 ha nieuwe natuur wordt omgezet naar bestaande natuur. Het betreft hier een bestaand bos.
Ad m. CHA00 F81, F89 en F460 kunnen verwijderd worden uit het NNB, samen 0,1 ha. De intekening van het NNB ligt hier niet op het kadaster. CHA00 F96 betreft een strook die omgezet wordt naar bestaande natuur, 0,3 ha.
Ad n. De overlap met de bestemming wonen wordt verwijderd, 0,2 ha en het zandpad wordt omgezet naar bestaande natuur, 0,1 ha.
Ad o. De overlap met bestemming agrarisch bedrijf en bestemming verkeer worden uit het NNB verwijderd, 0,2 ha.
Ad p. Om gaten in het NNB te voorkomen blijven deze in het NNB. Wel wordt het omgezet naar bestaande natuur omdat hier geen verwerving of inrichtingsopgave ligt, 1,5 ha.
Ad q. Om gaten in het NNB te voorkomen wordt de opgave nieuwe natuur omgezet naar bestaande natuur, 0,1 ha.
Door het verwijderen van de delen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe natuur af met 3,8 ha, 2,5 ha wordt omgezet naar bestaande natuur, en er wordt 0,4 ha Nieuwe natuur Rijksdeel toegevoegd aan het NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.7 (nr. 7) Gemeente Alphen-Chaam. Verwijderen NNB percelen Hoge Akker
De aanvrager geeft aan bezwaar te maken tegen de vermelding van gerealiseerde natuurterreinen op de percelen CHA00 G304, G305 en G294 in het collectief beheersplan Ulvenhout 2021, terwijl er in werkelijkheid sprake is van landbouwgrond in landbouwkundig gebruik. De aanvrager verzoekt het natuurtype te verwijderen, de percelen kunnen niet worden opgegeven bij de gecombineerde opgave bij RVO.
Omdat het perceel CHA00 G304 niet in het Kadaster is gevonden hebben wij naar alle percelen in eigendom van de aanvrager moeten kijken om zeker te zijn het bezwaar in zijn volledigheid te beoordelen. Alle percelen CHA00 G292, G293, G294, G305, G1343 en GNK01 D3820 zijn gelegen binnen het NNB. Echter staan deze niet als gerealiseerde natuur op de beheertypenkaart zoals de aanvrager aangeeft. Zij staan allen als landbouwgrond op de kaart met beheertype N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. De beheertypenkaart geeft namelijk het huidige gebruik weer. Vermoedelijk heeft de aanvrager naar de ambitiekaart gekeken. Hierop staan de uiteindelijke ambities die de provincie en het Rijk hebben geformuleerd in relatie tot de realisatie van nieuwe natuurterreinen. Momenteel zijn alle percelen geregistreerd als landbouwgrond bij RVO (dit is terug te vinden in de Basis Registratie perceelgewassen, bron: RVO). Indienen bij de gecombineerde opgave is dan ook geen probleem.
Er wordt naast verwijdering uit de beheertypenkaart ook om een verwijdering uit het collectief beheersplan Ulvenhout gevraagd. Dit heeft geen betrekking op het provinciale Natuurbeheerplan, dus hierover kunnen wij geen advies geven.
Wij hebben de ambitiekaart en beheertypenkaart niet aangepast.
Art. 2.8 (nr. 8) Gemeente Baarle-Nassau. Bosgroep Zuid Nederland . Landgoed Postel
Bosgroep Zuid Nederland verzoekt namens één van haar leden om de percelen BLE01 N412 en N423 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N15.02 Dennen-, eiken en beukenbos en een L01.07 Laan. In 2010 zijn de percelen ingericht met SN-gelden en zouden ze daarom opgenomen moeten worden binnen het Natuurnetwerk Brabant.
Wij stemmen niet in met dit wijzigingsverzoek. Het betreft hier bestaande natuur. Wij voegen geen bestaande natuurterreinen toe aan het NNB. Het Natuurbeheerplan vormt de basis voor het kunnen aanvragen van o.a. SNL beheervergoeding. De beschikbare middelen voor beheervergoeding zijn door Provinciale Staten gelimiteerd en laten het daarom niet toe om nieuwe beheercontracten af te sluiten in Bestaande Natuur. Er kan alleen verlenging van eerdere contracten plaatsvinden. Bij raadpleging van informatie verstrekt door RVO blijkt er sprake te zijn van SN functieverandering en inrichting van een basis bostype buiten de Ecologische Hoofdstructuur in 2010. Het was destijds mogelijk om een verwerving en inrichtingssubsidie te krijgen buiten de EHS, nu beter bekend als NNB. Er is ondanks dat het destijds mogelijk was door de aanvrager geen SN beheervergoeding aangevraagd en er is destijds en ook in de jaren erna geen verzoek tot toevoeging aan het NNB gedaan, ondanks dat de afgelopen jaren meerdere uitvoerige beoordelingen van de begrenzing hebben plaatsgevonden met openbare procedures.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart niet gewijzigd.
Art. 2.9 (nr. 9) Gemeente Bergen op Zoom. Kraggeloop
Gemeente Bergen op Zoom verzoekt, vanwege verkoop aan de toekomstige eigenaar Stichting het Brabants Landschap, om het nieuw gerealiseerde natuurgebied de Kraggeloop toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB Deels als ecologische verbindingszone en deels als NNB. Het betreft de percelen BGN01 L101, L102, L105, L157, L158, L164, L174, L175 (deels), L176, L178, L179, L676 en L698. De percelen zijn ingericht als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland met 3 L01.01 Poelen.
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen. Het doel van het project is het realiseren van circa 3 kilometer ecologische verbindingszone. Naast EVZ is de Kraggeloop ook aangemerkt als KRW-waterlichaam. De EVZ Kraggeloop vormt voor diverse diersoorten een geschikte verbinding tussen het Landgoed Zoomland (zuiden), De Heide en het Halsters Laag (noorden). Voor de optimale werking als verbindingszone voor de kamsalamander, vinpootsalamander en andere amfibieën zijn er drie poelen aangelegd. De poelen liggen geïsoleerd van de waterloop om kolonisatie door vis zoveel mogelijk te voorkomen. Naast de poelen en de natuurvriendelijke oevers is binnen de percelen aangrenzend aan de Kraggeloop Kruiden- en faunarijk grasland ingericht. Door het beheer kunnen deze percelen zich ontwikkelen tot natte of vochtige bloemrijke graslanden en droge bloemrijke graslanden met de diversen tussengradiënten. Verspreid is ook struweelbeplanting aangeplant. Struweel dient als belangrijke aanvullende component als overgang op de bosrand naar de EVZ-zone, aangezien hiermee schuilgelegenheid en geleiding voor diverse diersoorten ontstaat. Wij stellen de percelen die niet zijn aangeduid als ecologische verbindingszone, inclusief de landschapselementen open voor beheervergoeding. Realisatie als ecologische verbindingszone staat niet open voor beheervergoeding.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 6,2 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 2.10 (nr. 10) Gemeente Bergen op Zoom en gemeente Maashorst. Werkeenheid. Kaartopschoning
De Werkeenheid verzoekt om wijziging van Nieuwe natuur naar Bestaande natuur in een tweetal gebieden. Langs de beek ten noorden van de Verkorting bij Bergen op Zoom richting het Schelde rijnkanaal ligt geen opgave Nieuwe natuur meer. Tevens is er in het projectgebied ’t Oventje geen restantopgave Nieuwe natuur meer.
Wij stemmen in met de wijzigingen. Het betreft inderdaad bij Bergen op Zoom Bestaande natuur waarvoor geen restantopgave Nieuwe natuur meer ligt, namelijk de percelen HSR00 L32, L34, L55, L57, L136, L137, L161, L566 en L568. Bij het projectgebied ’t Oventje, deel van perceel ZLD02 H1716, blijkt de intekening niet op een kadastrale grens te zijn ingetekend, waardoor een verkeerd beeld is ontstaan. In beide projectgebieden wordt de opgave aan de aangrenzende Bestaande natuur uit het NNB toegevoegd met de corresponderende ambitie- en beheertypen.
Met het wijzigen van de percelen van Nieuwe naar Bestaande natuur neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur af met 1 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en het label gewijzigd.
Art. 2.11 (nr. 11) Gemeente Bernheze en gemeente Maashorst. Zienswijze. Verwijderen landbouwpercelen ten noorden van Rakt
Een particuliere eigenaar verzoekt om de NNB aanduiding als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland van de percelen NTR00 H133, H135 en UDN00 Q1642 te verwijderen. Het betreft hier landbouwgrond en geen natuurcompensatiegrond voor de aanleg van de A50. In een ingediende zienswijze op het ontwerp Natuurbeheerplan 2023 werd nogmaals aangegeven dat de percelen nooit onderdeel hebben uitgemaakt van natuurcompensatie en dat de percelen altijd in eigen bezit zijn geweest en landbouwkundig in gebruik zijn geweest.
Wij stemmen in met deze wijziging en verwijderen het NNB van de 3 percelen. Uit de akte van ruiling van 23-10-2003 blijkt dat de percelen UDN00 Q630 en een deel van NTR00 H82 (het huidige perceel NTR00 H133) door de Staat geruild zijn tegen de percelen NTR00 H83, H90 en UDN00 Q626. Deze laatste 3 percelen zijn gebruikt voor natuurcompensatie ten behoeve van de aanleg van de A50 tussen Oss en Eindhoven. De percelen NTR00 H135 en UDN00 Q1642 hebben nooit deel uitgemaakt van de compensatiegronden.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.12 (nr. 12) Gemeente Bladel. Waterschap de Dommel. Herbegrenzing Groote Beerze fase 2
Waterschap de Dommel verzoekt om perceel HGL04 K504 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N00.01 Zoekgebied 4 Beekbegeleidende natuur. De gemeente Bladel wil het perceel inzetten als waterbuffer en gebruiken voor natuureducatie.
Wij stemmen niet in met dit wijzigingsverzoek. Het betreffende perceel werd in het Ontwerp Natuurbeheerplan 2023 naar aanleiding van een herbegrenzingsverzoek al toegevoegd aan het Provinciale deel van het NNB. Waterschap de Dommel heeft voor het verstrijken van de inzagetermijn echter verzocht het perceel niet aan het NNB toe te voegen in verband met het niet doorgaan van een geplande zelfrealisatie door een particuliere eigenaar. Het ontwerpbesluit Natuurbeheerplan 2023 is in september definitief vastgesteld zonder de toevoeging van dit perceel. Omdat er geen sprake was van een kaartfout, maar een formeel verzoek tot verwijdering, hebben wij het huidige verzoek opnieuw moeten beoordelen met de aangepaste onderbouwing. Wij zijn van mening dat de aanwijzing als waterbuffer een hydrologische maatregel betreft. Ecologisch gezien is de toevoeging van een waterbuffer op deze locatie niet noodzakelijk voor het functioneren van het huidige NNB. Hetzelfde geldt voor de activiteit natuureducatie. Wij voegen het perceel niet toe aan het NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart niet gewijzigd.
Art. 2.13 (nr. 13) Gemeente Breda. Verwijderen EVZ aanduiding
De gemeente Breda heeft ons gewezen op een verkeerde begrenzing van een gerealiseerde EVZ op het perceel PCH00 L2424. Op deze locatie is namelijk geen EVZ gerealiseerd door de gemeente Breda. De gemeente verzoekt dan ook om de verwijdering van de status EVZ.
Wij hebben geconstateerd dat hier inderdaad sprake is van een kaartfout. De gerealiseerde EVZ blijkt veel te ruim om de bestaande beek te zijn ingetekend, waardoor het gehele perceel als gerealiseerde EVZ is aangegeven terwijl hier geen sprake van is. Wij hebben voor de volledigheid ook de foutieve status EVZ verwijderd van de percelen PCH00 N3892, L2532, L2340 en T1.
Door de verwijdering verminderd de begrenzing van de EVZ met 2,3 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.14 (nr. 14) Gemeente Cranendonck. Bosgroep Zuid Nederland . Kaartfout Buulder Aa
Bosgroep Zuid Nederland verzoekt om het deel van perceel MHZ00 E814 dat nog geen deel uitmaakt van het NNB als ingericht N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland toe te voegen aan het Rijksdeel van het NNB. Het ambitietype is hier N10.02 Vochtig hooiland. Voor het gehele perceel is in het kader van Project Herinrichting Buulder Aa in 2017 door het GOB subsidie voor functiewijziging en inrichting beschikt.
Wij stemmen in met de toevoeging van het ingerichte perceel aan het Rijksdeel van het NNB. Wij herstellen deze kaartfout door het ontbrekende deel van perceel MHZ00 E814 toe te voegen met beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en ambitietype N10.02 Vochtig hooiland. Wij stellen het toegevoegde deel open voor beheervergoeding.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,5 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 2.15 (nr. 15) Gemeente Cranendonck. Werkeenheid. Kaartopschoning EVZ Buulder Aa
De Werkeenheid verzoekt om aanpassing van het huidige kaartbeeld met betrekking tot het gerealiseerde deel van de ecologische verbindingszone Buulder Aa vanaf de Molenheide Kleine bruggen tot aan Raadbroek. Het betreft hoofdzakelijk de restantopgave nog te verwerven en in te richten NNB, met daarnaast enkele aanpassingen of toevoegingen met betrekking tot het natuurbeheertype.
Wij stemmen in met de wijzigingen. Het betreft zowel toevoegingen aan het NNB, omdat (delen van) percelen onderdeel zijn van de EVZ, als verwijderingen uit het NNB, omdat deze delen niet meer relevant zijn voor (realisatie van) de EVZ. Maar ook wijzigingen van beheertypen, omzetting van nieuwe naar bestaande natuur, zoals bijvoorbeeld een schouwpad langs de waterloop en gereedmelding van inrichting, waarna een beheertype is toegekend en het label subsidiabel is aangebracht.
Met het toevoegen en verwijderen van (delen van) percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur af met 2,9 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.16 (nr.16) Gemeente Deurne. Verwijderen NNB Liessel
De eigenaar van de percelen DNE00 R190 en R189 verzoekt om verwijdering van het NNB op de 2 percelen. Het betreft N16.03 Droog bos met productie, maar in werkelijkheid is het grotendeels in gebruik als weiland voor paarden. Het oostelijk deel is bebouwd met een voormalige varkensschuur en er zijn nog 2 agrarische gebouwen aanwezig. Bovendien vormen de percelen slechts een zeer beperkt snippertje van het totale aaneengesloten areaal NNB en is daarmee een zwaarwegend belang voor realisatie van natuur op deze percelen niet aan de orde.
Wij stemmen deels in met de verwijdering van de percelen uit het NNB. Het beleid van de provincie is dat alleen NNB verwijderd wordt op basis van goed onderbouwde ecologische of hydrologische gronden of als er sprake is van een kaartfout of een zwaarwegend maatschappelijk belang. In dit geval overlapt een deel van het NNB, bestaande natuur, met de bestemming wonen uit het vigerende bestemmingsplan. Dat deel, met een omvang van 0,4 ha, verwijderen wij uit het NNB. Het restant blijft onderdeel van het NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.17 (nr. 17) Gemeente Drimmelen. Waterschap Brabantse Delta. Lacunes Terheijden
Het Waterschap Brabantse Delta verzoekt, vanwege een dijkverzwaringstraject, het perceel THD00 I1154 uit het NNB te verwijderen.
Wij stemmen in met het verwijderen van het NNB op het perceel. Het betreft een klein geïsoleerd gelegen bosperceel (N16.04 Vochtig bos met productie) van slechts 1120m2. Door de aantasting van dit bosperceel als gevolg van dijkverzwaring kan het resterende bos niet meer als NNB-waardig worden gezien en dient het geheel gecompenseerd te worden op een perceel in eigendom van SSB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.18 (nr. 18) Gemeente Drimmelen. Werkeenheid. Wijzigingen De Worp
De Werkeenheid verzoekt delen van de percelen MDE01 T37, T59 en T469 van het gebied De Worp uit het NNB te verwijderen. Er zou sprake zijn van conflicterende bestemmingen.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Er is hier inderdaad sprake van overlap van het NNB met de bestemming verkeer. Wij herstellen deze kaartfout en verwijderen de betreffende delen, ter grootte van 0,1 ha, uit het NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.19 (nr. 19) Gemeente Eersel. Herbegrenzing NNB gebiedsontwikkeling Levende Beerze FASE 2C
De Gemeente Eersel verzoekt, in samenwerking met de gebiedspartners, om 24,5 ha toe te voegen aan het NNB nabij de Kleine Beerze. Dit gebeurt namens de uitvoeringscommissie gebiedsontwikkeling Levende Beerze. Het verzoek betreft fase 2C. Met deze uitbreiding wordt inzichtelijk welke percelen in de afgelopen periode beschikbaar zijn gekomen voor natuurontwikkeling. Een deel van de nu toe te voegen percelen zal gebruikt worden voor Ondernemend Natuur Netwerk (ONNB). Voor een ander deel van de percelen kunnen hogere natuurdoelen bereikt worden. Fase 2C is een nadere uitwerking van het verzoek dat de gemeente en het waterschap in 2019 hebben gedaan voor het op termijn realiseren van 248 ha extra NNB in het beekdal van de Kleine Beerze.
Het verzoek om herbegrenzing betreft vier clusters die gelegen zijn binnen de zogenaamde 2e fase. Vanuit de grondportefeuille de Kempen betreft dit een tweetal percelen aan de westzijde van de Stroomkesberg, een drietal percelen aan de westzijde van de Donk en aan Meerven. Vanuit het deelgebied Dorp aan de beek zijn een aantal beekdalpercelen toegevoegd. Ook is verzocht de percelen VSM01 K1234 en L488 toe te voegen. Deze worden toegevoegd met dit besluit. Echter wordt dit verzoek behandeld bij het GOB-project Korstbroeken.
1. Percelen ten westen van de Stroomkesberg (3,3 ha)
2. Percelen bij buurtschap de Donk (10 ha)
3. Percelen bij Meerven (2,5 ha)
4. Percelen Dorp aan de Beek (6,9 ha)
Wij stemmen in met de gevraagde uitbreiding van het NNB. De aangegeven wens tot het realiseren van 248 ha extra NNB is met het besluit Natuurbeheerplan 2020 van 24 september 2019 vastgesteld en destijds voor 87 ha gerealiseerd. Met het besluit Natuurbeheerplan 2021 is daar 23 ha bijgekomen, met het besluit Natuurbeheerplan 2023 25 ha en nu wordt opnieuw bijna 23 ha toegevoegd. Wij hebben ingestemd met de fasegewijze toevoeging van NNB. Met deze uitbreiding is weer een goede stap gezet in de realisatie van een stevig Netwerk bij de Kleine Beerze in goed overleg tussen alle partijen en bewoners.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 22,7 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
De partners van de Levende Beerze hebben aangegeven dat het Ontwerp Natuurbeheerplan op een aantal percelen afwijkt van het ingediende wijzigingsverzoek. Verzocht wordt deze herbegrenzing af te stemmen op de aanvraag. Verzocht wordt om delen van de percelen VSM01 K448 en K447, ter grootte van 1,1 ha, uit het Provinciale ONNB te verwijderen. Op deze percelen ligt een bestemming wonen. Daarnaast wordt verzocht om een deel van perceel VSM01 K1233 ter grootte van 0,3 ha uit het Provinciale ONNB te verwijderen vanwege woningbouwontwikkeling.
Wij stemmen in met de aanpassing van de begrenzing en hebben de betreffende percelen weer uit het NNB verwijderd. Met het verwijderen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur door het totale project netto toe met 21,3 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.20 (nr. 20) Gemeente Eersel. Vuurkuil binnen NNB
Stichting Scouting Oost, West en Middelbeers verzoekt om de kampvuurkuil op perceel MDB03 F387 uit het NNB te verwijderen, zodat het dezelfde aanduiding heeft als de blokhut en het bijgebouw.
Het is niet nodig om de kampvuurkuil uit het NNB te verwijderen. Het betreft een dusdanig klein oppervlakte en het gebruik van de kampvuurkuil past binnen de toegestane ‘vervuiling’ van het natuurbeheertype binnen een perceel.
Wij hebben de ambitiekaart en beheertypenkaart niet gewijzigd.
Art. 2.21 (nr. 21) Gemeente Gemert-Bakel. Ecologische verbindingszone Snelle Loop, locatie Tereijken
Gemeente Gemert-Bakel heeft een zienswijze ingediend over de toevoeging van de gerealiseerde Ecologische verbindingszone Snelle Loop op locatie Tereijken bij De Mortel. Op de percelen BKL02 K1487, K1489 en K1476 loopt de begrenzing van de EVZ over de perceelsgrenzen, terwijl hier de EVZ niet loopt. Verzocht wordt de EVZ aanduiding van deze percelen te verwijderen. Ook valt de aanduiding EVZ ter plaatse van het kadastrale perceel K469 deels over het aangrenzende kadastrale perceel. Ook hier wordt verzocht de begrenzing aan te passen. Op perceel BKL02 K1475 is ten slotte niet het gehele perceel begrensd als EVZ, verzocht wordt de aanduiding EVZ aan het gehele perceel te geven.
Het klopt dat de grens samen moet vallen met de begrenzing van de kadastrale percelen. Wij passen dit aan en verwijderen de EVZ aanduiding van de percelen. Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.22 (nr. 22) Gemeente Gemert-Bakel. Verwijderen NNB Steenoven en Weijer
Een particuliere eigenaar verzoekt om op een aantal locaties aan de Steenoven 2a en Weijer 10 N16.03 Droog bos met productie en N16.04 Vochtig bos met productie te verwijderen. Het betreft bomen van de buren die over het perceel heen hangen en een mestput die als NNB is aangeduid.
Wij stemmen deels in met het wijzigingsverzoek. Wij verwijderen alleen die delen die overlappen met de bestemming wonen of verkeer uit het vigerende bestemmingsplan. De rest van het bosje blijft binnen de begrenzing van het NNB, zodat op deze manier een verbinding met de naastgelegen ecologische verbindingszone blijft bestaan. De overlap tussen het NNB en de mestput verwijderen wij uit het NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.23 (nr. 23) Gemeente Goirle. Zienswijze. Verzoek tot verwijderen uit het NNB
Twee particuliere eigenaren hebben een zienswijze ingediend op het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2023. Het betreft de percelen GLE01 K367, K372, K390, K397, K655, K711 en K1098. Op deze percelen ligt een smalle strook N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur, welke tevens als zoekgebied bos is aangeduid. Verzocht wordt om verwijdering van deze delen uit het NNB. Het betreft aantasting van eigendomsrechten, waardoor bedrijfsmatig schade wordt geleden, omdat de percelen na uitvoering van de provinciale plannen te klein zijn voor agrarische activiteiten. Bovendien is er in het verleden al een ruilverkaveling geweest, waardoor er reeds een ruime bufferzone van 15 meter bestaat. Het plaatsen van bomen op de strook grond zorgt er daarnaast voor dat het open landschappelijke karakter van het gebied verdwijnt en daarmee het uitzicht en het woongenot. Ook is dit nadelig voor de diverse nestelende beschermde vogels op het perceel, waaronder de kievit.
Wij stemmen niet in met dit wijzigingsverzoek. De Werkeenheid is bij de particuliere eigenaren langs geweest. Tijdens dit bezoek is verduidelijkt dat het uit de begrenzing halen van deze percelen, die gelegen zijn in Natte Natuurparel Leij/Regte Heide en grenzen aan N2000 gebied Regte Heide & Riels Laag, niet mogelijk is. Een aanduiding als NNB met beheertype N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur, alsmede de aanduiding zoekgebied bos houdt echter niet in dat hier ook NNB gerealiseerd gaat worden of bos wordt aangeplant. Het betreft een reservering voor NNB, omdat het is aangewezen als waardevol gebied of als een gebied dat ervoor zorgt dat een Natte Natuurparel beter afgerond kan worden. Inrichting vindt alleen plaats op vrijwillige basis van de eigenaren van de percelen.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart niet gewijzigd.
Art. 2.24 (nr. 24) Gemeente Heeze-Leende. Bosgroep Zuid Nederland . Herinrichting Strijper Aa
Bosgroep Zuid Nederland verzoekt om de percelen LDE01 H605, H936, H954 en H976 als ingericht op de beheertypenkaart aan te geven. De percelen zijn ingericht als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland.
Wij stemmen in met het wijzigingsverzoek. Vanuit de herinrichting van de Strijper Aa zijn deze percelen ingericht. Vanwege de ligging binnen Natte Natuurparel Strijper Aa/Het Goor is deze afronding van de inrichting een goede stap voor het herstel van de Natte Natuurparel en voor natuurontwikkeling bovenstrooms. Wij stellen de percelen open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 2.25 (nr. 25) Gemeente Heeze-Leende. De Meelakkers
Na de afronding van de GOB Investeringsaanvraag De Meelakkers vraagt een particulier om toevoeging van delen van de percelen HZE00 E602 en E603 aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N10.02 Vochtig hooiland. Beide perceeldelen zijn overgedragen door de gemeente Heeze-Leende aan de Stichting Nieuwe Natuur om de aanleg van twee zandlichamen mogelijk te maken. Er heeft afstemming plaatsgevonden met de Werkeenheid.
Wij stemmen in met de toevoeging van de delen van de percelen. Het doel van de toevoeging is het borgen van de natuurbestemming.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,05 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.26 (nr. 26) Gemeente Heeze-Leende. Werkeenheid. Sterkselse Aa
De Werkeenheid verzoekt om aanpassing van de begrenzing van het NNB in projectgebied de Sterkselse Aa, waarvan zij de trekker is. Verzocht wordt om perceel HZE00 H616 en het onderste deel van perceel HZE00 H614 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB als ONNB met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Daarnaast wordt verzocht om aanpassing van het NNB op de percelen HZE00 H1422, HZE00 H1035, HZE00 H559 en HZE00 H561. In het Natuurbeheerplan 2023 is op deze percelen reeds Provinciale NNB toegevoegd. Er wordt nu verzocht om de begrenzing hier op ongeveer 100 meter van de Sterkselse Aa te leggen, zodat er overal evenveel afstand is tot de beek, mede met het oog op het 7e Addendum op de Nitraatrichtlijn. Hiervoor wordt verzocht een deel toe te voegen aan het Provinciale (O)NNB met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en om een deel te verwijderen.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Er ontstaat een brede strook NNB rondom de Sterkselse Aa. Hierdoor kan de beekherstelopgave in het kader van de KRW worden gerealiseerd door het waterschap. Bovendien wordt een aaneengesloten deel uit landbouwkundig gebruik gehaald en beheerd vanuit het ONNB concept. Hiermee wordt uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen richting de beek voorkomen.
Door het toevoegen en verwijderen van de (delen van) percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 7,5 ha.
Art. 2.27 (nr. 27) Gemeente Heusden. Bosgroep Zuid Nederland . De Oosters
Bosgroep Zuid Nederland verzoekt namens VOF de Oosters om een strook van ongeveer 40 meter breed van het aanwezige bos op perceel HDN02 F1249 uit de begrenzing van het NNB te verwijderen, zodat deze verwijderde strook kan dienen als buffer tussen een nieuw te realiseren woonwijk en het resterende bos binnen het NNB. Doelstelling is om de bewoners van de nieuwe woonwijk te laten genieten van de natuurwaarden in de bufferzone. De zone kan samen met de bewoners worden uitgewerkt, maar zal geen afbreuk doen aan het bos, want de bestemming blijft N16.04 Vochtig bos met productie. Het biedt echter meer mogelijkheden voor (en met) de nieuwe bewoners. Daarnaast wordt verzocht om het ambitietype van het bos op perceel HDN02 F1249 te wijzigen van N14.03 Haagbeuken- en essenbos naar N16.04 Vochtig bos met productie. Er vindt houtproductie plaats, die nodig is voor financiering van het onderhoud van het bos en dit blijft de komende jaren ook zo. Tot slot wordt verzocht om een deel van perceel HDN02 F1249 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB. Het gebied zal worden ingericht als N10.02 Vochtig hooiland en N04.02 Zoete plas.
Wij stemmen deels in met de voorgestelde wijziging. Wij wijzigen het ambitietype van het bosperceel naar N16.04 Vochtig bos met productie conform de beheertypenkaart. Ook voegen wij het noordelijke deel van perceel HDN02 F1249 toe aan het Provinciale deel met beheertype N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur en ambitietype N10.02 Vochtig hooiland. Tot 2020 maakte dit toe te voegen gedeelte reeds deel uit van het NNB. In een kaartopschoningsronde is dit echter van de kaart verwijderd, omdat inrichting uitbleef. Dit was een fout van ons en herstellen wij bij deze. Met het verzoek om een deel van het bos uit het NNB te verwijderen voor gebruik als bufferzone stemmen wij niet in. Het uit de begrenzing halen gebeurt alleen op basis van goed onderbouwde ecologische of hydrologische gronden of als er sprake is van een kaartfout of een zwaarwegend maatschappelijk belang. Daarvan is hier geen sprake. Op eigen initiatief verwijderen wij 589 m2 nieuwe natuur N16.04 Vochtig bos met productie van perceel HDN02 F1248 vanwege ligging op het perceel van een andere eigenaar en 132 m2 Bestaande natuur op perceel HDN02 F1277 vanwege overlap met een verkeersbestemming.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 2,3 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
De indiener van het wijzigingsverzoek geeft aan dat de begrenzing van het toegevoegde NNB op perceel HDN02 F1249 onjuist is aangeleverd. Verzocht wordt de nieuw aangeleverde begrenzing te gebruiken.
Wij hebben de begrenzing uit het Ontwerp Natuurbeheerplan aangepast. Ten opzichte van de begrenzing in het Ontwerpplan is 160 m2 verwijderd, is 1375 m2 toegevoegd als Provinciaal NNB met ambitietype N10.02 Vochtig hooiland en is van een heel klein deel het label gewijzigd van beheertype N16.04 naar N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur met ambitietype N10.02 Vochtig hooiland.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.28 (nr. 28) Gemeente Hilvarenbeek. Verwijderen NNB bedrijventerrein
Van Doornmaal advies verzoekt namens de particuliere eigenaar om perceel HVR00 N1343 uit het NNB te verwijderen. Het begrensde deel van het perceel staat als N16.04 Vochtig bos met productie op de beheertypenkaart, maar is sinds jaar en dag in gebruik als bedrijventerrein.
Aanvankelijk hadden wij ingestemd met de verwijdering van het deel van het NNB op het betreffende perceel. Maar na een controle door de afdeling Ruimtelijke Ordening van de provincie Noord-Brabant blijkt er op deze locatie een groenbestemming te liggen. Er is ook geen plangrens van een omgevingsvergunning aanwezig. Daarom zijn wij genoodzaakt te wachten tot wij aanvullende informatie via de gemeente hebben ontvangen voordat wij definitief uitsluitsel kunnen geven. De status NNB wordt vooralsnog niet verwijderd.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart niet gewijzigd.
De gemeente heeft aangegeven akkoord te zijn met het verwijderen van het NNB op deze locatie. In de herziening van het komplan Diessen wordt de bedrijfsbestemming uitgebreid n.a.v. de feitelijke, vergunde situatie en komt de bestemming natuur hier te vervallen. Wij passen het Natuurbeheerplan aan na vaststelling van het herziene komplan .
Art. 2.29 (nr. 29) Gemeente Hilvarenbeek. Waterschap de Dommel. Beektraject Baarschot Diessen
Waterschap de Dommel verzoekt om diverse wijzigingen van de beheertypenkaart en ambitiekaart door te voeren binnen het beektraject Baarschot Diessen. De wijzigingen zijn onder te verdelen in een aantal categorieën:
Ad a. Wij stemmen deels in met deze wijzigingsverzoeken. Met het verzoek dat betrekking heeft op aanpassing van de beheer- en ambitietypen vanwege hermeandering van de Reusel op o.a. perceel HVR00 Q596 en omgeving stemmen wij in. Hier wijzigen wij de beheertypen van de oude loop van de Reusel van N03.01 Beek en bron naar N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en ambitietype N05.04 Dynamisch moeras. De nieuwe loop geven wij aan met N03.01 Beek en bron. Wij stemmen niet in met het verzoek om een aantal percelen om te zetten naar N10.02 Vochtig hooiland of N12.05 Kruiden- en faunarijke akker. Deze percelen zijn in eigendom van Brabants Landschap en hebben afgelopen december reeds een wijziging van beheertype ondergaan naar N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland of N10.01 Nat schraalland. Deze zijn dus recent al bekeken op haalbaarheid van natuurbeheertypen door de beheerder zelf.
Ad b. Wij stemmen in met deze wijzigingsverzoeken. Delen van de percelen HVR00 Q1526, Q1245, DSN02 E774, E775, HVR00 N2150 en HVR00 Q1601 zijn ingericht als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Wij stellen deze percelen open voor beheervergoeding.
Ad c. Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Middenin Natte Natuurparel de Turkaa , op de percelen HVR00 Q1265, Q1264 en Q1290, is een rechthoek van 0,6 ha niet als NNB begrensd, terwijl het wel tot de Natte Natuurparel behoort. Hier zijn ook inrichtingsmaatregelen genomen zoals afgraven van het maaiveld met 40 cm om het in te kunnen richten als vochtig hooiland. Wij voegen deze percelen toe aan het Rijks NNB als bestaande natuur met beheertype N10.02 Vochtig hooiland. Het deel van de waterloop voegen wij toe als N03.01 Beek en bron.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.30 (nr. 30) Gemeente Hilvarenbeek. Waterschap de Dommel. Gereedmelding inrichting Hoogeindse Beek
Waterschap de Dommel verzoekt om een wijziging van het natuurbeheertype en het ambitietype van 2 gebieden binnen perceel HVR00 I387. Het betreft een wijziging van N12.02 Kruiden- en faunarijke grasland naar N10.01 Nat schraalland.
Wij stemmen in met de wijziging. Inrichting heeft plaatsgevonden in het kader van projectplan Waterwet ‘ Hoogeindsebeek ’. De gebieden zijn 30 cm afgegraven en daarmee zijn goede uitgangspunten gecreëerd voor de ontwikkeling van nat schraalland.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.31 (nr. 31) Gemeente Hilvarenbeek. Werkeenheid. Kaartopschoning Spruitenstroompje
De Werkeenheid verzoekt om een kleine aanpassing van de NNB begrenzing in het uitnodigingsgebied Spruitenstroompje en om diverse delen van percelen om te zetten van Nieuwe natuur naar Bestaande natuur in het kader van kaartopschoning.
Wij stemmen in met het wijzigingsvoorstel. Het betreft met name schouwpaden langs de beek of zandpaden die als, al dan niet nog in te richten, Nieuwe natuur op de beheertypenkaart staan. Hier zal echter niets veranderen aan inrichting. Wij hebben 2,2 ha Nieuwe natuur omgezet naar Bestaande natuur. Daarnaast hebben wij 0,7 ha NNB toegevoegd, omdat deze percelen verworven zijn of ingesloten zijn door reeds ingerichte NNB en onderdeel uitmaken van dit natuurgebied. Tot slot hebben wij 0,6 ha Nieuwe natuur en 0,3 ha Bestaande natuur uit het NNB verwijderd, vanwege overlap met de bestemming verkeer uit het vigerende bestemmingsplan of omdat het onderdeel uitmaakt van een tuin.
Met het toevoegen en verwijderen van de percelen en het omzetten van nieuwe naar bestaande natuur neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur netto af met 2 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.32 (nr. 32) Gemeente Land van Cuijk. Natuur Collectief Brabant. Wijziging beheertypenkaart
Het Natuurcollectief Brabant verzoekt namens een particuliere eigenaar om een aanpassing van de beheertypenkaart van de percelen BMR00 M548, M501, M467, M4, M11, M12 en M500 in Sambeek, de percelen MIL00 M341, M342, M324, M1136 en M322 in Langenboom en de percelen OLO00 I10 en I11 in Ledeacker van N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland naar N10.02 Vochtig hooiland en voor (delen van) de percelen OLO00 I452, I453,I7 en I827 in Ledeacker van N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland naar N10.01 Nat schraalland. Voor al deze percelen moet gemaaid worden met een wetlandtrack vanwege de hoge grondwaterstand.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Voor alle percelen is aangetoond dat maaien en afvoeren met gewone maai apparatuur niet meer mogelijk is vanwege de aanwezigheid van water op het maaiveld of een grondwaterstand tot aan het maaiveld. Hierdoor kan alleen gemaaid worden met een wetlandtrack. Door omzetting van het beheertype naar vochtig hooiland en nat schraalland kunnen de kosten voor de huur van de speciale maaimachine worden bekostigd.
Wij hebben de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.33 (nr. 33) Gemeente Land van Cuijk. SBB. Kavelruil Maasheggen
Staatsbosbeheer verzoekt om in het kader van de kavelruil Maasheggen de percelen BMR00 Z3704, Z3740 en Z3745 toe te voegen aan het Rijks NNB met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Dit geeft goede mogelijkheden om het natuurgebied de Oeffelter Meent te vergroten.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Perceel BMR00 Z3745 ligt binnen het N2000 gebied de Oeffelter Meent en de andere 2 percelen grenzen eraan. Perceel BMR00 Z3704 is zoekgebied voor de aanleg van extra poelen voor de duurzame instandhouding van de kamsalamander. Bovendien maakt toevoeging van het perceel integraler beheer mogelijk en vergroot het de robuustheid van het N2000 gebied. Ook met de toevoeging van de andere 2 percelen wordt een vergroting van de robuustheid van het N2000 gebied verkregen. Ook kan een belangrijke bijdrage aan verhoging van de biodiversiteit worden verkregen door de aanleg van heggen.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 3,9 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.34 (nr. 34) Gemeente Land van Cuijk. Verborgen Raamvallei
Vanuit het gebiedsproces Verborgen Raamvallei wordt verzocht om een deel bestaande natuur N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland op perceel GVE00 N81 uit het NNB te verwijderen.
Wij stemmen in met het verwijderen van dit gedeelte ter grootte van 0,06 ha uit het NNB. Het betreft eigendom van Staatsbosbeheer, maar is al jaren ingericht als tuin. Vanuit het gebiedsproces Verborgen Raamvallei zal dit perceel niet ingericht worden.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.35 (nr. 35) Gemeente Land van Cuijk. Werkeenheid. Hoenderstraat Ledeacker
De Werkeenheid verzoekt om verwijdering van het NNB van perceel OLO00 I822 ter hoogte van de Hoenderstraat 13 te Ledeacker. Het perceel heeft de bestemming wonen en is ingericht als tuin.
Wij stemmen in met dit verzoek. Wij constateren dat hier inderdaad sprake is van een verkeerde begrenzing van het NNB.
Met het verwijderen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur af met 0,4 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en beheertypenkaart aangepast.
Art. 2.36 (nr. 36) Gemeente Land van Cuijk en gemeente Tilburg. Brabants Landschap. Wijziging beheertypenkaart
Stichting het Brabants Landschap verzoekt om een wijziging van de beheertypenkaart en de ambitiekaart voor enkele percelen. In voorbereiding op de nieuwe aanvraagperiode beheersubsidie SNL is geconstateerd dat enkele percelen niet voldoen aan de beheertypen op de beheertypenkaart. Verzocht wordt om aanpassing van beheertypen van een 8-tal percelen in Udenhout, Cuijk en Boxmeer. Het gaat met name om Kruiden- en faunarijk grasland dat is omgevormd naar bos.
Wij stemmen in met dit wijzigingsvoorstel
De volgende percelen worden gewijzigd:
Wij hebben de ambitiekaart en beheertypenkaart aangepast.
Art. 2.37 (nr. 37) Gemeente Loon op Zand. Natuurmonumenten. Kaartopschoning Huis ter Heide en Kraanven
Natuurmonumenten verzoekt enkele aanpassingen van de status van de restopgave nieuwe natuur en enkele herbegrenzingen van het NNB in het gebied Huis ter Heide en het Kraanven voor de percelen LOO00 I2099, I2142, I2414, I2631, I2657, I2687 en I2775. Er werd opgemerkt dat de begrenzingen niet klopte met de situatie in het veld.
Na een analyse blijkt dat enkele delen van percelen al uit natuurterrein bestaan en geen opgave meer zijn (LOO00 I2099, I2631, I2657 en I2687). Deze delen hebben wij omgezet van Nieuwe natuur naar Bestaande natuur.
In enkele gevallen blijkt de opgave nog te realiseren Nieuwe natuur te overlappen met de bestemming verkeer of wonen of blijkt de intekening niet op een kadastrale grens te zijn ingetekend (LOO00 I2142, I2414 en I2775). Wij hebben deze delen uit het NNB verwijderd.
Door het verwijderen van de delen van de percelen en het omzetten van Nieuwe naar Bestaande natuur neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur af met 0,2 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.38 (nr. 38) Gemeente Loon op Zand. Tent Landgoed Witte Kasteel
Gemeente Loon op Zand verzoekt om het NNB van perceel LOO00 E4674 op Landgoed Witte Kasteel te verwijderen ten behoeve van het plaatsen van een evenemententent.
Wij stemmen niet in met dit verzoek. Een dergelijke ontwikkeling in het NNB gaat niet samen met de bescherming van de ecologische waarden- en kenmerken van het NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart niet gewijzigd.
Art. 2.39 (nr. 39) Gemeente Meierijstad. Bosgroep Zuid Nederland . Terugbrengen intekening knotbomen
Bosgroep Zuid Nederland verzoekt namens een particuliere eigenaar om een aanpassing van de beheertypenkaart en de ambitiekaart. Op perceel ODR01 P285 is in het verleden zonder medeweten van de eigenaar een L01.08 Knotbomenrij uit het Natuurbeheerplan verwijderd. Verzocht wordt deze weer terug te plaatsen, zodat de kaart weer klopt met de actuele situatie in het veld.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. De knotbomen zijn inderdaad in het veld aanwezig en zijn abusievelijk in het Natuurbeheerplan 2023 met een kaartopschoning verwijderd en vervangen door N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos. Wij voegen de knotbomenrij weer toe en stellen deze open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 2.40 (nr. 40) Gemeente Meierijstad. Kaartopschoning Het Hurkske
De Werkeenheid verzoekt om de percelen ERP00 S177 en S181 in uitnodigingsgebied Het Hurkske in Erp uit het NNB te verwijderen. De gemeente is bezig met de natuurontwikkeling van S184 en op S182 wordt momenteel een voedselbos gerealiseerd door een particuliere eigenaar. Zowel de gemeente als het Waterschap hebben geen bezwaar tegen de verwijdering van NNB op deze percelen.
Wij stemmen niet in met dit wijzigingsverzoek. De restopgave in het gebied is in totaal 17 ha. De Werkeenheid stelt voor om bijna 11 ha van deze opgave te verwijderen. Omdat de opgave voor een groot deel uit hoogwaardige natuurtypen bestaat, het type N10.02 Vochtig hooiland en omdat de voorgestelde percelen als een spie tot in de kern van het gebied gestrekt liggen is er een kans dat continuatie van regulier landbouwkundig gebruik op deze locatie de potenties van de resterende opgave op de lange termijn tegen gaan werken. Ook hebben specialisten aangegeven dat de in het voorstel resterende 6 ha van het gebied hoge potenties hebben. Een deel van de aangrenzende opgave is reeds door de provincie Noord-Brabant aangekocht en zal ontwikkeld worden tot een zwak gebufferd ven. Wij begrijpen dat de aankoop van deze percelen een knelpunt zijn maar sluiten mogelijkheden in de (verre) toekomst niet uit. Daarom besluiten wij de NNB-status op betreffende percelen te handhaven.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart niet gewijzigd.
Art. 2.41 (nr. 41) Gemeente Meierijstad. Kavelruil Wijboschbroek
Binnen het projectgebied Wijboschbroek is een project gestart om te komen tot een inrichtings- en herstelplan van deze Natte natuurparel. Het project richt zich, naast aankoop van nieuwe natuur en uitruilen van landbouwgrond van binnen het gebied naar buiten het NNB, ook specifiek op een kavelruil van enkele eigenaren van natuurpercelen binnen de kern naar natuurpercelen in de rand van de Natte natuurparel. Deze laatste ruilingen (natuur tegen natuur) maken het mogelijk een zo groot mogelijke beheerseenheid in de kern te realiseren waar Staatsbosbeheer verantwoordelijk zal zijn voor het beheer van deze kwetsbare natuur en potentierijke percelen. Bij het ruilen naar de rand wordt op de percelen een kwalitatieve verplichting notarieel vastgelegd. Voor enkele ruilpercelen wordt om een wijziging verzocht van het ambitietype en het beheertype van bostypen naar N12.02 Kruiden en faunarijk grasland. Reden hiervoor is dat het de voor het gebied karakteristieke bomenweiden betreft waarbij enige begrazing noodzakelijk is om deze in stand te houden. Voor een aantal percelen wordt een wijziging verzocht voor een beheertype dat beter past bij de feitelijke situatie in het veld.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. De ambitietypen bos of vochtig hooiland voor de boomweiden van percelen blijken bij navraag bij de afdeling Cultuur en Samenleving inderdaad niet passend of haalbaar in dit deel van het randgebied. Voor de instandhouding van de boomweiden is beweiding noodzakelijk, alleen is dit niet toegestaan in de huidige beheertypen N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos. De percelen zijn tevens gelegen in een gebied dat is aangeduid als Kampenlandschap (Landschapsvisie Elings, in opdracht van waterschap Aa en Maas). Dit betekent dat naast landschapsherstel en behoud van de karakteristieke boomweiden door beweiding er ook aandacht moet zijn voor randbeplanting. Daarom krijgen de percelen het ambitietype en beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland met de verplichting tot het realiseren van een randbeplanting van landschapselementen van 5% van het totale oppervlak van de betreffende percelen. In de overige gevallen komen de voorgestelde beheertypen beter overeen met het huidige beheer, zie tabel.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.42 (nr. 42) Gemeente Mill en St. Hubert. Staatsbosbeheer. Grensgeschil Raamvallei
Staatsbosbeheer verzoekt om 2 delen N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur, ter grootte van 2337 m2, op de percelen MIL00 M1174 en M890 uit het NNB te verwijderen. De provincie heeft door het zeer langjarig bezit door deze particulier verjaring toegewezen en gaat het eigendom van deze stukjes, die in gebruik zijn als tuin en weg, overdragen aan de betreffende particulier. Voor perceel MIL00 M7 wordt verzocht een deel bestaande natuur N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos ter grootte van 227 m2 uit het NNB te verwijderen. Hier is sprake van een aantal bouwwerken in het bosperceeltje. De grond waarop de bouwwerken staan gaat Staatsbosbeheer (juridische overmacht) verkopen.
Wij stemmen in met het wijzigingsverzoek. Het betreft een grensgeschil in het proces van kavelruil Raamvallei waaruit blijkt dat een particulier onrechtmatig gebruik maakt van stukjes grond in eigendom van de provincie en Staatsbosbeheer. Door deze delen uit het NNB te verwijderen is het geschil opgelost.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.43 (nr. 43) Gemeente Nuenen. Zienswijze. Overlap NNB met horeca
De eigenaar van de percelen NNN00 C3376 en C4182 heeft een zienswijze ingediend op de begrenzing van delen van deze percelen als NNB met beheertype N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Dit als reactie op het Ontwerp besluit Natuurbeheerplan 2023. De zienswijze houdt in dat de eigenaar de aanduiding NNB van die delen van de percelen verwijderd wil hebben waar de bestemming horeca op ligt, vanwege de verwachting dat de aanduiding als NNB belemmerend werkt op de uitvoering van plannen hier.
Wij stemmen in met het verwijderen van het NNB op de betreffende percelen waar dit overlapt met de bestemming horeca uit het vigerende bestemmingsplan. Ook hebben wij overlap met de bestemming verkeer uit het NNB verwijderd.
Met het verwijderen van de delen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur af met 0,4 ha. Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.44 (nr. 44) Gemeente Oirschot. Herbegrenzing NNB Ekerschotweg
Van Doornmaal Advies verzoekt namens de eigenaar om perceel OST00 L1371 uit het NNB te verwijderen. Het bestaande populierenbos is in 2017 gekapt en de herplantplicht is op verzoek verplaatst naar perceel OST00 M325 (Liempsedijk). Dit is goedgekeurd en beschikt door de Omgevingsdienst Noord-Brabant in maart 2017. De locatie waar de herplantplicht naartoe is verplaatst is een deel van een perceel in eigendom van Brabants Landschap. Inmiddels heeft de herplant plaatsgevonden.
Wij stemmen in met het verzoek en verwijderen de NNB-status van perceel OST00 L1371, omdat het besluit door de Omgevingsdienst Noord-Brabant reeds werd genomen in 2017. Ook stemmen wij in met de verplaatsing van de compensatie en herplantplicht naar perceel OST00 M325.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.45 (nr. 45) Gemeente Oirschot. Zienswijze. Kaartfout bouwblok
De eigenaar van een perceel aan de Westelbeersedijk In Middelbeers heeft een zienswijze ingediend op de begrenzing van (een deel) van perceel MDB03 E2448 als reactie op het Ontwerp besluit Natuurbeheerplan 2023. Het bouwblok en de weide zijn hier aangeduid als NNB, terwijl andere woonpercelen niet zijn opgenomen in het NNB.
Wij stemmen in met het verzoek. De begrenzing van het NNB op perceel MDB03 E2448 komt niet overeen met de begrenzing van het bouwvlak uit het vigerende bestemmingsplan. Wij herstellen deze kaartfout door het deel van het genoemde perceel dat overlapt met het bouwvlak uit het NNB te verwijderen.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 2.46 (nr. 46) Gemeente Oisterwijk. Bosgroep Zuid Nederland . Kaartfout
Bosgroep Zuid Nederland verzoekt om een deel van perceel MGT01 B3535, dat nog geen deel uitmaakt van het NNB, als ingericht N10.02 Vochtig hooiland toe te voegen aan het Rijksdeel van het NNB. Het ambitietype is hier eveneens N10.02 Vochtig hooiland. In 2021 is hiervoor reeds een verzoek gedaan tot bijbegrenzing.
Wij stemmen in met de toevoeging van het ingerichte perceel aan het Rijksdeel van het NNB. Wij herstellen deze kaartfout door het ontbrekende deel van perceel MGT01 B3535 toe te voegen met beheertype en ambitietype N10.02 Vochtig hooiland. Wij stellen het toegevoegde deel open voor beheervergoeding.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,07 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 2.47 (nr. 47) Gemeente Oisterwijk. Projectgebied Kampina en Oisterwijkse vennen
De projectleider realisatie NNB van gebied Kampina en Oisterwijkse vennen geeft aan dat er in dit projectgebied minder opgave van te verwerven en in te richten Nieuwe natuur ligt dan op de subsidiekaart van het GOB is aangegeven. De percelen OTW01 C42, C43, C1272 en C1273 bestaan uit bestaand natuurterrein. Verzocht wordt het label te wijzigen van Nieuwe natuur naar Bestaande natuur.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. De betreffende percelen zijn inderdaad al geruime tijd in gebruik als natuurterrein, namelijk N14.01 Rivier- en beek begeleidend bos, conform de lopende SNL beheersubsidie op de percelen. Het voorstel is om het bestaande natuurterrein dan ook als zodanig op de kaart te zetten. Dit heeft geen nadelige gevolgen voor de SNL beheersubsidie , omdat deze al op de percelen is beschikt. Er wordt voldaan aan de eis dat er sprake moet zijn van continuerend beheer in bestaande natuur. Het gaat om een totale oppervlakte van 1,3 ha.
Met het wijzigen van de percelen van Nieuwe naar Bestaande natuur neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur af met 1,3 ha.
Wij hebben het label gewijzigd.
Art. 2.48 (nr. 48) Gemeente Oisterwijk. Verwijderen NNB bestemming wonen
Van Doornmaal advies verzoekt om het NNB te verwijderen van perceel OTW01 L567. Er staat hier een woning en het perceel heeft de bestemming wonen.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Het betreft een kaartfout. Wij verwijderen het NNB waar overlap met de bestemming wonen plaatsvindt.
Door het verwijderen van een deel van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe natuur af met 0,5 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.49 (nr. 49) Gemeente Reusel-de Mierden. Waterschap de Dommel. Gereedmelding inrichting project NNP De Utrecht
Waterschap de Dommel verzoekt om een gebied ter grootte van 130 ha in Natte Natuurparel de Utrecht als ingericht op de beheertypenkaart op te nemen. De percelen zijn ingericht als
N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland 2 ha
N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos 5 ha
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos 20 ha
Wij stemmen in met de inrichting. De hydrologische en ecologische maatregelen voor deze gebieden zijn afgerond, zoals het beekherstel van de Reusel, en de inrichting heeft plaatsgevonden. Wij stellen de percelen open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 2.50 (nr. 50) Gemeente Roosendaal. Verwijderen bosjes
De eigenaar van de percelen RSDOO R867 en R1087 verzoekt om het verwijderen van NNB op beide percelen. Op perceel RSDOOR867 gaat het om een bosje met natuurbeheertype N16.03 droog bos met productie en op perceel RSDOOR1087 om een laanbeplanting met natuurbeheertype N16.03 droog bos met productie.
Wij stemmen in met het wijzigingsverzoek om het NNB te verwijderen van perceel RSDOO R867. Het betreft hier een bosje gelegen op de huiskavel binnen het bouwblok. Het bosje vertegenwoordigt een lage ecologische waarde. Er is daarom geen reden om dit bosje binnen het NNB te houden. De laanbeplanting op perceel RSDOO R1087 is verbonden met een nabijgelegen bosgebied dat ook onderdeel uitmaakt van het NNB. De laanbeplanting verbindt twee bosgebieden met elkaar. Wij zien de laanbeplanting als een verbindingsschakel tussen beide bosgebieden en kunnen daarom niet instemmen met het verwijderen van deze strook NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypekaart voor perceel RSDOO R867 gewijzigd. Voor perceel RSDOO R1087 hebben wij geen wijziging doorgevoerd.
Art. 2.51 (nr. 51) Gemeente Rucphen. Brabants Landschap. Wijziging begrenzing bosperceel
Het coördinatiepunt Landschap van Brabants Landschap wijst ons erop dat een deel van perceel RPN00 Q77 nog steeds als N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos op de beheertypenkaart staat, terwijl in het Natuurbeheerplan 2022 is aangegeven dat een gedeelte aangetaste fijnsparrenopstand op het perceel naar een ander deel van het perceel is verplaatst. Verzocht wordt dit deel alsnog uit het NNB te verwijderen en het ambitietype van het naastgelegen bos aan te passen van N16.03 Droog bos met productie naar N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos.
Wij stemmen in met het verzoek. Wij hebben ten onrechte het gedeelte kerstbomenopstand niet uit het NNB verwijderd. Wij herstellen dat bij deze. Tevens passen wij de ambitiekaart aan naar hetzelfde type als het beheertype, N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.52 (nr. 52) Gemeente Son en Breugel. Verwijderen NNB huisperceel
Een particuliere eigenaar verzoekt om de strook N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur op perceel SONOO F161 uit het Rijks NNB te verwijderen. Het perceel is het huisperceel waar de waterbuffels jaarrond toegang tot hebben. Zoals de grens van het NNB nu ligt wordt het huisperceel te klein om op duurzame wijze de waterbuffels te kunnen houden. Een tegenvoorstel is om een strook van 3 meter langs de Breugelse Beek uit te rasteren en deze strook te ontwikkelen door aanplant van een bloemenstrook of bomen, zodat de beek ook vanuit het huisperceel wordt beschermd tegen uitspoeling en vermesting en komt er ruimte voor natuurontwikkeling langs de Breugelse Beek.
Wij stemmen niet in met dit verzoek om het NNB op het betreffende perceel te verwijderen. Het Brabants Landschap geeft aan dat het voor deze aanpassing van de begrenzing nu nog te vroeg is. Zij zijn nu nog bezig met de grondverwerving in het gebied. De benodigde ruimte voor beekherstel en de effecten van maatregelen ten behoeve van natuurontwikkeling worden pas inzichtelijk bij de planvorming. De strook NNB langs de beek willen zij voor nu ongewijzigd laten, maar mogelijk zijn er in de toekomst wel mogelijkheden voor uitbegrenzing.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart niet gewijzigd.
Art. 2.53 (nr. 53) Gemeente Tilburg. Bosgroep Zuid Nederland . Landgoed Sparrenhof
Bosgroep Zuid Nederland verzoekt namens Landgoed Sparrenhof om een aanpassing van de beheertypenkaart en de ambitiekaart van N16.03 Droog bos met productie naar N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos. Het voorziene beheer en doelstellingen van onderstaande bosgebieden van het landgoed past niet meer bij de huidige ambitietypen en beheertypen.
Wij stemmen in met dit wijzigingsvoorstel. Landgoed Sparrenhof is een landgoed met oude dennenbossen, jonge dennenpercelen en loofhoutpercelen. De oude dennenpercelen zijn reeds aan het mengen met loofboomsoorten zoals beuk, berk en zomereik. Het landgoed wil de komende jaren de uitheemse naaldhoutpercelen omvormen en diverser maken door inheems loofhout aan te planten. Daarnaast wil het landgoed meer structuur krijgen in zijn bossen door een variabele dunning en kleinschalig in te grijpen. Landgoed Sparrenhof ligt ten noorden van de Gilzerbaan Tilburg, naast Heidepark-Vredelust van Gemeente Tilburg. Daarnaast ligt het ten noorden van TWM Gronden een belangrijk bosgebied met een hoge soortenrijkdom. Gemeente Tilburg en Landgoed Sparrenhof hebben de intentie om het beheer in de toekomst samen uit te voeren met dezelfde doelen en beheermaatregelen. Hierdoor kan een groot aaneengesloten bosgebied gecreëerd worden met hetzelfde beheer en doelstellingen naar natuur en biodiversiteit.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.54 (nr. 54) Gemeente Tilburg. Bosgroep Zuid Nederland . Vredelust-Heidepark, Wilmabos, De Gaas en Oude Draaiboom
Bosgroep Zuid Nederland verzoekt namens gemeente Tilburg om een aanpassing van de beheertypenkaart en de ambitiekaart van de bosgebieden Vredelust-Heidepark, het Wilmabos, de Gaas, Oude Draaiboom, boscomplex Reeshof en het bos van de Drijflanen van hoofdzakelijk N16.03 Droog bos met productie en N16.04 Vochtig bos met productie naar N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos en N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Hierdoor kan een groot boscomplex gevormd worden met een focus op biodiversiteit en natuurwaarde.
Wij stemmen in met de voorgestelde wijziging. Het voorziene beheer en de doelstellingen van de bosgebieden van de gemeente past niet meer bij de huidige ambitietypen en beheertypen. Het beheer en de doelstellingen van de gemeente voor de bosgebieden is de afgelopen jaren gericht op het behouden en versterken van de natuurwaarden. Daarnaast wil de gemeente voor het klimaatbestendig maken van hun bosgebieden de veerkracht van de bossen verhogen, de CO2-vastlegging verbeteren en ook de hydrologie van de bosgebieden verbeteren. Wij merken daarnaast op dat er binnen het gebied vrij veel overlap met de bestemming verkeer aanwezig is. Op eigen initiatief verwijderen wij 4,1 ha bestaande natuur vooral N16.03 Droog bos met productie wat binnen de bestemming verkeer valt.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.55 (nr. 55) Gemeente Veldhoven, gemeente Eersel en gemeente Bergeijk. Waterschap de Dommel. Herbegrenzing de Run
Waterschap de Dommel verzoekt om meerdere herbegrenzingen in het deelgebied De Run van de Grenscorridor N69.
Toe te voegen aan het Provinciale ONNB
Toe te voegen aan het Rijks NNB
Wij stemmen in met het toevoegen en verwijderen van de percelen. Binnen het Grenscorridor N69 gebied de Run wordt gewerkt aan het realiseren van de water- en natuuropgaven en maatregelen vanuit de gebiedsimpuls. Om de deelgebieden Run Stevert en Run Heers te kunnen realiseren is het nodig om de begrenzing van het natuurnetwerk aan te passen, zodat een robuuste natuurzone langs de beek wordt gerealiseerd en het beekdal kan worden hersteld. Dit gebeurt in samenwerking met de omgeving, waaronder diverse agrariërs in de nabijheid van het projectgebied. De voorgestelde uitbreiding past binnen de resterende hectares (‘reserve’) die in 2017/2018 uit het NNB langs de Run gehaald zijn. Daarnaast wordt voorgesteld om een aantal percelen met agrarische functies om te zetten in ondernemend natuurnetwerk. Hiermee ontstaat een bufferzone tussen de (gerealiseerde) natuur en de landbouwgronden die in intensief gebruik zijn. Ook worden een aantal hooggelegen percelen uit het NNB gehaald. Met de herbegrenzing van het NNB en ONNB ontstaan, naast een robuuste natuurzone langs de beek, ook kansen voor agrariërs en andere initiatieven om op een extensieve wijze het land te gaan beheren (NNB) en deels nog te exploiteren (ONNB). Hierover heeft het waterschap met diverse partijen al afspraken gemaakt en is het met diverse partijen hieromtrent in gesprek.
Met het toevoegen en verwijderen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur netto toe met 22 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Wij merken op dat wij vergeten zijn om perceel ESL00 K1408 toe te voegen aan het Rijks NNB als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur met ambitietype N12.06 Ruigteveld. Daarnaast is het vanwege de splitsing van het kadastrale perceel VHV01 B3531 in VHV01 B3746 en B3745, waar reeds een deel van perceel B3746 is toegevoegd aan het NNB, logisch dat ook het resterende deel van perceel B3746 wordt toegevoegd aan het Rijks NNB met ambitietype N12.06 Ruigteveld.
Met het toevoegen van deze delen van percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 1,3 ha tot totaal 23,3 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 2.56 (nr. 56) Gemeente Vught. Natuur Collectief Brabant. Wijziging beheertypenkaart en ambitiekaart
Het Natuurcollectief Brabant verzoekt namens een particuliere eigenaar om een aanpassing van de beheertypenkaart en de ambitiekaart. Op perceel HRN02 B2886 is de grondwaterstand inmiddels dusdanig hoog dat alleen met speciale machines gemaaid kan worden. Verzocht wordt om het beheertype en het ambitietype te wijzigen van N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland naar N10.02 Vochtig hooiland.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Het perceel betreft een dalvormige laagte en kan alleen zonder speciale apparatuur gemaaid worden door de stuw omlaag te zetten. Dit is niet wenselijk voor de ontwikkeling van het vochtig hooiland. Door omzetting naar vochtig hooiland kunnen de kosten voor de huur van een speciale maaimachine worden bekostigd en kan de waterstand hoog blijven.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 2.57 (nr. 57) Gemeente Vught. Verwijderen NNB Landgoed Zionsberg
Een particuliere eigenaar verzoekt om perceel VUG00 L3588 N16.03 Droog bos met productie uit het Provinciale NNB te verwijderen. Het perceel maakt deel uit van het Landgoed Zionsburg. De eigenaar heeft geen ambities om hier Droog bos met productie te realiseren, omdat dit strijdig is met de uitstraling van het landgoed en daarmee ook met de cultuurhistorische waarden die op het Landgoed Zionsburg aanwezig zijn. De duiding binnen het Natuurnetwerk werkt belemmerend voor de toekomstige en huidige ontwikkeling van deze cultuurhistorische waarden.
Wij stemmen niet in met het verwijderen van het perceel uit het NNB. Uit de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna blijkt dat in het bos recent de Rode Lijstsoort wilde gagel is waargenomen. Daarnaast zijn er veel vogelsoorten waargenomen, waaronder de Groene, Grote bonte en Middelste bonte specht en de Bosuil. Bescherming en behoud van dit bos is dan ook belangrijk.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart niet gewijzigd.
Art. 2.58 (nr. 58) Gemeente Vught. Verwijderen NNB Vijverberg
Een particuliere eigenaar verzoekt om de percelen VUG00 E4296, E4297, E4394, E4395, E4396, E4397, E4398, E4426 en E4427 N16.03 Droog bos met productie uit het Provinciale NNB van gebied Vijverberg te verwijderen. De gronden zijn gelegen in een overwegend groen en bebouwd gebied met veelal woningbouw in de hogere segmenten. De percelen vormen in het geheel genomen een beperkt aandeel waarbij geen sprake is van aansluiting bij het Natuurnetwerk Brabant – Rijksdeel. Op de percelen zijn daarnaast geen specifieke natuurdoelen gerealiseerd en werkt de aanduiding als NNB belemmerend voor de toekomstige en huidige ontwikkeling van het gebied waarbij ook stedelijke functies nadrukkelijk aanwezig zijn. Ook zijn de gronden in eigendom van particulieren die geen kennis en kunde (en ambitie) hebben om de gewenste natuurdoeltypen te realiseren.
Wij stemmen niet in met het verwijderen van de percelen uit het NNB. In het Natuurbeheerplan 2015 hebben wij reeds de vlakken met de bestemming wonen uit het NNB verwijderd. Uit de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna blijkt dat in het bos recent de rode lijstsoort Zwarte mees is waargenomen. Daarnaast zijn diverse vogelsoorten van oude bossen waargenomen, zoals de bosuil, de bonte vliegenvanger en de zwarte specht. Bescherming en behoud van dit bos is dan ook belangrijk.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart niet gewijzigd.
Art, 2.59 (nr. 59) Gemeente Waalre. Kaartfout
Een particuliere eigenaar verzoekt om het deel N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur op perceel WRE02 A6035 uit het NNB te verwijderen. Door de aanduiding als NNB is een aanvraag in het kader van de Stimuleringsregeling Landschap (Stila) niet mogelijk.
Wij stemmen in met het wijzigingsverzoek. Het betreft hier een (te) ruime begrenzing van het NNB. Wij verwijderen het NNB op dit perceel ter grootte van 240 m2 uit het NNB. Het betreft Nieuwe natuur.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art, 2.60 (nr. 60) Gemeente Zundert. Bosgroep Zuid Nederland . Bosperceel ingericht
Bosgroep Zuid Nederland verzoekt om perceel ZDT02 U54 als ingericht op de beheertypenkaart aan te geven. Het perceel is ingericht als N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos.
Wij stemmen in met de inrichting. Er stond een ambitie van N07.01 Droge heide voor het perceel, maar door jarenlange bemesting is het moeilijk om hier droge heide te realiseren. Dennen-, eiken- en beukenbos is hier realistischer en sluit ook goed aan bij bestaand bos op het landgoed de Moeren. Wij stellen het perceel open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art, 2.61 (nr. 61) Gemeente Zundert. Bosgroep Zuid Nederland . Terugbrengen intekening laan
Bosgroep Zuid Nederland verzoekt namens een particuliere eigenaar om een aanpassing van de beheertypenkaart en de ambitiekaart. Op perceel ZDT02 U111 is in het verleden zonder medeweten van de eigenaar een L01.07 Laan uit het Natuurbeheerplan verwijderd. Verzocht wordt deze weer terug te plaatsen, zodat de kaart weer klopt met de actuele situatie in het veld.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. De laan is inderdaad in het veld aanwezig en is abusievelijk in het Natuurbeheerplan 2018 verwijderd en vervangen door N16.03 Droog bos met productie. Op foto’s is echter te zien dat de laan nog steeds aanwezig is. Bovendien zijn er recent herstelmaatregelen uitgevoerd. Wij voegen de laan weer toe en stellen deze open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 2.62 (nr. 62) Gemeente Zundert. Verwijderen watergang uit EVZ
De eigenaar van perceel RBG01 I317, waarbij in het Natuurbeheerplan 2023 een gerealiseerde Ecologische Verbindingszone, welke niet aanwezig was, van zijn perceel is verwijderd, wijst ons erop dat het naastliggende deel van perceel RBG01 I1301 als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland op de beheertypenkaart staat. Dit lijkt onjuist, aangezien het een watergang betreft.
Wij stemmen in met het verzoek. Het klopt dat een deel van perceel RBG01I301 als Kruiden- en faunarijk grasland op de beheertypenkaart is opgenomen. Dit is inderdaad niet juist. Aangezien de rest van de watergang ook geen onderdeel uitmaakt van het NNB verwijderen wij dit deel van de ecologische verbindingszone uit het NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Artikel III Wijziging NNB-begrenzing om ecologische redenen en wijziging natuurbeheertype op verzoek van het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB).
Gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het Natuurbeheerplan 2023, beheertypen- en ambitiekaart, als vastgesteld bij besluit van 11 oktober 2022, volgend op de Ontwerp Wijziging Interim Omgevingsverordening kaartaanpassingen 2023, overeenkomstig de bijbehorende stukken opgenomen als kaartbijlage:
Art. 3.1 (nr. 63) Gemeente Asten. Project Gedenkbos Asten Uitbereiding en Herinrichting
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel ATN01 P2171 en delen van de percelen ATN01 P2170 en P138 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N16.03 Droog bos met productie en L01.01 Poel. De poelen zijn al ingericht.
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen aan het Provinciale deel van het NNB. De percelen versterken de Ecologische Verbindingszone Eeuwelse Loop. Het is wenselijk om aan de noordzijde een geleidelijke robuuste overgang te krijgen, hiervoor biedt het gedenkbos een goede kans. Toevoeging van deze percelen is een belangrijke bijdrage aan de realisering van natuur aan de noordrand van het landschap, er ontstaat een robuuste strook van zoom, mantel en bos. De bijdrage van het gedenkbos is voor veel soorten van belang. Het struweel is belangrijk als foerageergebied en nestgelegenheid voor struweelvogels, de poelen en de oevers voor de amfibieën, en libellen. Veel andere soorten zullen er ook van profiteren, beginnend lager in de voedselketen met insecten en hogerop tal van vlinders en vogels. Van veel van de al aanwezige zeldzame soorten zal de populatie toenemen. De robuuste natuurlijke noordrand zal daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan de toename van de biodiversiteit in het gehele plangebied.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 3,8 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 3.2 (nr. 64) Gemeente Altena. Project Het Zand, Sleeuwijk
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om een deel van perceel WKD00 S678 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met als ambitietypen N10.02 Vochtig hooiland en N16.04 Vochtig bos met productie.
Wij stemmen in met het toevoegen van het perceel aan het Provinciale NNB. Het perceel grenst niet direct aan bestaand NNB, maar ligt zo dichtbij een losliggend bos dat toevoeging waardevol is. Het vormt een nieuwe verbinding met de Groesplaat in het noorden, het geïsoleerde bosje in het zuiden en landgoed Kraaiveld in het oosten. Het perceel heeft nu al een hoge natuurwaarde met vochtig grasland en verlande oude poelen. Dit zal nog verder verbeteren door verschraling en het dempen van de 2 sloten, waardoor meer kwel in het perceel komt. Daarnaast wordt de aanwezige poel vergroot. Ook worden diverse landschapselementen toegevoegd, zoals knotbomen en een bosje. Dit maakt het gebied geschikt voor marterachtigen, de rugstreeppad en weidevogels zoals de grutto, de kluut, de tureluur en de lepelaar die nu regelmatig op de Groesplaat aanwezig zijn. Omdat het perceel nog niet is ingericht voegen wij deze toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van het perceel zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 2,8 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.3 (nr. 65) Gemeente Bernheze. Project GOB-aanvraag Loo 26 Nistelrode
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel NTR00 L177 en een deel van perceel NTR00 L360 toe te voegen aan het Provinciale NNB en als ingericht op de beheertypenkaart aan te geven. Het betreft een perceel in wijstgebied Het Loo dat is ingericht als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland met de landschapselementen L01.01 Poel, L01.02 Houtwal en houtsingel en een L01.06 Struweelhaag.
Wij stemmen in met de toevoeging van het ingerichte perceel aan het Provinciale deel van het NNB. Het perceel is gelegen in wijstgebied Het Loo. De breuklijn is zichtbaar in het landschap en er is kwel zichtbaar in de sloten. Toevoeging en inrichting van de percelen zorgen voor het zichtbaar worden van het wijstverschijnsel , versterking van het kleinschalige landschap, het vinden van aansluiting met de natuurwaarden in de omgeving en de bijbehorende unieke landschappelijke structuur en het terugbrengen van hoge natuurwaarden. Bij deze ontwikkeling staat het vergroten van de soortenrijkdom centraal. Door het planten en zaaien van gebiedseigen soorten wordt de biodiversiteit versterkt. Door goed onderhoud en beheer zal het terrein verschralen, wat kansen biedt aan zeldzamere soorten. De broed- en foerageermogelijkheden voor (struweel) vogels worden vergroot door de aanleg van struweel en houtsingels. Dankzij de poelen en natuurvriendelijke oevers hebben zwaluwen en andere vogels toegang tot modder dat dient als bouwmateriaal voor hun nesten. Ook de aanwezigheid van insecten zal meer vogelsoorten aantrekken. Wij stellen het perceel en de landschapselementen open voor beheervergoeding.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 1,3 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 3.4 (nr. 66) Gemeente Bernheze. Project GOB-subsidieaanvraag – Donzel 65, Nistelrode
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om een deel van perceel NTR00 I770 toe te voegen aan het Provinciale NNB en als ingericht op de beheertypenkaart aan te geven. Het betreft een perceel in wijstgebied ‘ Donzel 3’ dat is ingericht als N10.01 Nat schraalland, N10.02 Vochtig hooiland, inclusief een L01.01 Poel, L01.03 Elzensingel en een L01.16 Bossingel.
Wij stemmen in met de toevoeging van het ingerichte perceel aan het Provinciale deel van het NNB. Het perceel is gelegen in het wijstgebied Donzel 3. De breuk is niet zichtbaar aan de oppervlakte, maar wel in de vegetatie en in de kwelverschijnselen in de sloten. De provincie heeft beleid vastgesteld om de diverse breukzones in Oost-Brabant verder te ontwikkelen en te herstellen. Daarnaast bestaat er een subsidieregeling Wijstherstel . Daarvoor kan het instrument van toevoegen van NNB gebruikt worden. Het perceel grenst niet aan bestaand NNB. Wij maken hier een uitzondering op ons beleid dat nieuw te begrenzen NNB moet grenzen aan ander NNB. In de directe omgeving wordt ook herstel uitgevoerd om wijstverschijnselen te bevorderen. Daarmee ligt het perceel niet als een eiland in het landschap. De wijstgebieden zijn een aardkundig monument. Met de omvorming van dit perceel wordt het wijstverschijnsel hersteld en worden de bijbehorende unieke kenmerken, landschappelijke structuur en hoge natuurwaarden teruggebracht. Over het gehele perceel is de voedselrijke bouwvoor 30 centimeter afgegraven om het perceel te verschralen en om de kwel dichter aan de oppervlakte te laten komen. De gekozen natuurdoeltypen passen goed bij de abiotische omstandigheden. Daarnaast is gekozen voor het aanleggen van een wilgenvloedstruweel aan de westelijke kant. Dit struweel zorgt voor een gradiënt van de lage vegetatie rond de poel naar een dubbele elzensingel. Deze landschapselementen versterken de kleinschalige landschapsstructuur van De Donzel en passen bij de visie van gemeente Bernheze over de ontwikkeling van het gebied. De landschapselementen stellen wij, evenals het perceel, open voor beheervergoeding.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 3,4 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 3.5 (nr. 67) Gemeente Bernheze. GOB. Wijst bus 8 Nistelrode
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om een deel van perceel NTR00 L365 toe te voegen aan het Provinciale NNB en als ingericht op de beheertypenkaart aan te geven. Het perceel is ingericht als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland met L01.05 Knip- of scheerheggen, N12.05 Kruiden- en faunarijke akker en N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos.
Wij stemmen in met de toevoeging van het ingerichte perceel aan het Provinciale deel van het NNB. Het plangebied ligt tussen de 2 wijstgebieden Slabroek en het Loo. Over het perceel lopen 2 breuklijnen. Deze zijn weliswaar niet zichtbaar in het landschap, maar er komt in het zuidwesten van het perceel wel kwel aan de oppervlakte, wat te zien is aan het voorkomen van zwarte elzen. Het perceel wordt omsloten door reeds bestaand NNB aan de zuid-oostzijde en noordzijde. Door de diverse landschappelijke elementen binnen en aangrenzend aan het plangebied zorgt het perceel voor een robuuste verbinding met de aangrenzende percelen. De kleinschaligheid van het perceel wordt opnieuw aangebracht door een structuur van gemengde hagen en houtsingels. Deze verschillende elementen geven ook diverse natuurwaarden. Dit komt de soortenrijkdom van zowel flora als fauna ten goede. Om de diversiteit van het perceel verder te vergroten is zowel Kruiden- en faunarijk grasland als een Kruiden- en faunarijke akker gerealiseerd. De akker wordt gebruikt voor het extensief verbouwen van soorten zoals luzerne en gerst. Dit soort akkers zijn een belangrijk leefgebied voor akkervogels zoals patrijzen en fazanten. Ook voor struweelvogels bieden dergelijke percelen een belangrijke voedselvoorziening. Vanuit het gemeentelijk bestemmingsplan is dit gebied een leefgebied voor struweelvogels. Daarom is bij de inrichting ook gekeken hoe deze soorten zoveel mogelijk versterkt kunnen worden. Wij stellen het perceel en de landschapselementen open voor beheervergoeding.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 1,9 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 3.6 (nr. 68) Gemeente Bladel. GOB. Project De Uitgang 29
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om het middelste deel van perceel BDL01 K89 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met als ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N16.04 Vochtig bos met productie, een L01.01 Poel, struweel en bomenrijen. Ook wordt verzocht het ambitietype van het reeds als NNB begrensde deel van het perceel te wijzigen van Zoekgebied 4 Beekbegeleidende natuur naar N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N16.04 Vochtig bos met productie.
Wij stemmen in met de voorgestelde wijzigingen. Het perceel grenst aan de zuidoostkant aan de Goorloop, die in de toekomst als meanderende beek zal worden ingericht. Aan de noordoostkant ligt Natte natuurparel Groote Beerze. De huidige begrenzing van het NNB op het perceel is erg smal. Een bredere natuurbuffer is een meerwaarde voor de kwaliteit van het grondwater richting de beek. Ook wordt een robuustere verbinding tussen de Kroonvense heide in het zuiden en de Neterselse heide in het noorden gerealiseerd. De combinatie van het vochtige tot natte Kruiden- en faunarijke grasland, hier en daar een stukje ruigte en de landschapselementen zorgt onder andere voor nectar en zonnige windluwe plekjes waar insecten zoals vlinders een voorkeur voor hebben. Het grasland met het bosje, besdragend struweel en bomenrijen zorgt voor foerageergebied met dekking voor zoogdieren zoals reeën en diverse vogelsoorten en de poel met struweel in de buurt zorgt voor een goed leefgebied voor diverse amfibieën. Als er in de toekomst meer poelen worden aangelegd in de omgeving dan zou dit perceel een van de stapstenen kunnen zijn tussen de poelen in de Natte natuurparel en het bestaande netwerk van poelen in de Kroonvense heide en de Cartierheide. Hierdoor zouden amfibieën zoals de alpenwatersalamander, vinpootsalamander , heikikker en poelkikker zich beter kunnen verspreiden. Omdat dit deel van het perceel nog niet is ingericht voegen wij deze toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van het perceel zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 1 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.7 (nr. 69) Gemeente Bladel. Project GOB Ganzenhof
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel BDL01 H65 toe te voegen aan het Rijks NNB met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland met landschapselementen. Daarnaast wordt verzocht om de ambitiekaart van (delen van) de percelen BDL01H64, H65 en H993 te wijzigen van N10.02 Vochtig hooiland naar N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. De grondwatertrap in het westelijke deel is te laag en er zijn te weinig mitigerende maatregelen mogelijk om vochtig hooiland te realiseren.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Rijks NNB en de aanpassing van het ambitietype. Het perceel ligt binnen Complex PAS-gebied Kempenland West en de Natte Natuurparel Groote Beerze. De Ganzenhof is omgeven door natuur en ook op het bedrijf zelf zijn diverse natuurelementen aanwezig. Soorten zoals de torenvalk en de steenuil hebben hun plekje dan ook gevonden op deze locatie. Met de herinrichting van de Grote Beerze die door Waterschap De Dommel geïnitieerd is zien de initiatiefnemers een mooie kans om de natuur meer ruimte te geven binnen hun bedrijf. Om de herinrichting van de Grote Beerze mogelijk te maken worden diverse percelen die direct aan de beek liggen en in eigendom zijn van de initiatiefnemer geruild voor andere percelen. Op deze manier kunnen beide partijen optimaal gebruik maken van de kansen die de percelen bieden. Het perceel vormt een waardevolle toevoeging op deze locatie als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. De locatie van de landschapselementen worden na de vaststelling van de inrichting ingetekend.
Door het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 1,4 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.8 (nr. 70) Gemeente Boekel. Project "de Burgt "
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om (delen van) de percelen BKL05 I2120, I3254, M1140, M1500, M1562, M1563, M1707, M1839, M1943, M1970, M360, M366 en M489 in het kader van wijstherstel toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met als ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland.
Wij stemmen in met de voorgestelde wijzigingen. De percelen worden beschikt in het kader van wijst. De gronden zijn gelegen aan de peelrandbreuk. Aan weerszijden van deze breuk zal een strook nieuwe natuur ingericht worden, zodat de breuk en de wijstverschijnselen goed tot hun recht komen. De breuklijn gaat het groene hart van de nieuwbouwwijk De Burgt vormen en wordt een belangrijk onderdeel van het Geopark Peelhorst en Maasvallei. In wijstgebieden zijn van oudsher ook bomen en (natte) bosjes aanwezig. Er zullen daarom solitaire bomen, bosjes en struweel worden aangeplant in het projectgebied. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de reeds bestaande bomen en bos. Door een gevarieerde aanplant ontstaat een opgaande begroeiing die voor struweelvogels voedsel, nestgelegenheid en bescherming biedt. Insecten profiteren van de mantel-zoom overgang en de luwten die ontstaan door de begroeiing. Het unieke aan de locatie is dat in het projectgebied naast droge gebieden ook natte gebieden aanwezig zijn (ten oosten van de breuklijn). Die gradiënten in het vochtgehalte geven belangrijke meerwaarde aan de kwaliteit van het kruiden- en faunarijke grasland. Doordat binnen korte afstand verschillende milieus en beplantingssoorten aanwezig zijn, is de wijstzone geschikt voor veel struweelvogels, insecten en vlinders.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 3,7 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.9 (nr. 71) Gemeente Boekel. Project Wijstherstel Putakker Boekel
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel BKL05 O708 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB in het kader van wijstherstel met als ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N16.03 Droog bos met productie.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Provinciale deel van het NNB. Het doel van de herinrichting van het gebied is om het wijstverschijnsel en de breuk die over het perceel loopt zichtbaar te maken, de natuurwaarde te vergroten en een goede aansluiting te maken op de aangrenzende percelen. Om de natuurwaarden te vergroten worden zoveel mogelijk gradiënten aangebracht van hoge naar lage begroeiing en droge naar natte natuur. Daarom is aan de westzijde van het perceel gekozen voor een robuuste mantelzoom vegetatie. Zo ontstaat een geleidelijke overgang van het droge productiebos ten westen van het plangebied naar het overige deel dat wordt ingericht als Kruiden- en faunarijk grasland. Er wordt een waardevolle en geleidelijke overgang gecreëerd tussen de dichtere bossen en het open agrarische landschap. Op deze overgang leven veel insectensoorten zoals bijen en vlinders. Daarnaast maakt de overgang ook een belangrijk onderdeel uit van het leefgebied voor diverse zoogdieren zoals reeën, dassen en egels. Er worden als landschapselementen 2 poelen aangelegd. Hiermee worden ook vochtige elementen toegevoegd. Dit zal een belangrijk onderdeel zijn voor het leefgebied van de diverse soorten, maar zorgt ook voor het zichtbaar worden van de wijstverschijnselen. De kans is groot dat de poelen onder invloed komen te staan van wijstwater. Hierdoor worden typische eigenschappen zoals de roestkleur, een olielaagje op het water en minder snel dichtvriezen in de winter zichtbaar voor de omgeving. Deze poelen zijn ook een mooie aanvulling op de poel en natuurvriendelijke oever die op circa 150 meter ten zuiden van het projectgebied ligt langs de Landmeersche Loop. Ze vormen zo een ecologische stapsteen voor migrerende soorten. Ook zullen er hydrologische maatregelen worden genomen om het perceel te vernatten. Greppels worden gedempt, waardoor de grondwaterstand wordt verhoogd wat het wijstverschijnsel en de ecologische waarde zal versterken.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 1,7 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.10 (nr. 72) Gemeente Boxtel. Project 9 Verbinding De Scheeken – Dommel
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen LDE01 G292 en G366 toe te voegen aan het Rijks NNB met de ambitietypen N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos en N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Daarnaast wordt verzocht om wijziging van de ambitietypen voor de percelen ODR01 L325, L326, L521, L522, N391 en N905 van met name N10.02 Vochtig hooiland en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland naar met name N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos, N10.01 Nat schraalland.
Wij stemmen in met het wijzigingsverzoek. ARK realiseert in deelgebied Ooiendonk de ambitietypen rivier- en beekbegeleidend bos en haagbeuken-essenbos. Voor deze beide bostypen gaat ARK uit van natuurlijke bosontwikkeling: binnen natuurlijk bos is ook ruimte voor open plekken, boszomen en graslandjes. ARK typeert de inrichting in zijn geheel als leembos. Dit sluit aan bij de ambitietypen die het Natuurbeheerplan noemt voor de directe omgeving van dit deelgebied. De leembossen zijn zeldzaam en vanuit nationale optiek is uitbreiding en bescherming hard nodig. Leembos is een Europees beschermd bostype, waarvan in Nederland minder dan 20% een beschermde status heeft. Dit bostype is van internationaal belang en uitbreiding van dit bostype heeft een zeer hoge prioriteit. In Nederland zijn rivier- en beekbegeleidende en andere natte bossen met hun kenmerkende soorten sterk achteruitgegaan. Behoud, versterking en uitbreiding van de resterende leembosoppervlakten is dan ook van groot belang.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 4,9 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.11 (nr. 73) Gemeente Boxtel. Project Natuurontwikkeling perceel Postelstraat
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om een deel van perceel ESC00 A1291 toe te voegen aan het Rijksdeel van het NNB als stapsteen met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland met landschapselementen L01.08 Knotbomen, L01.01 Poel, L01.02 Houtsingels en L01.06 Struweelhagen.
Wij stemmen in met het toevoegen van het perceel aan het NNB. Wij voegen de stapsteen echter toe aan het provinciale deel van het NNB. Gedeputeerde Staten hebben in 2019 besloten dat het noodzakelijk is voor het optimaal functioneren van Ecologische verbindingszones om voor bepaalde prioritaire soorten stapstenen aan te leggen om de migratie van deze soorten te bevorderen. Voor dergelijke stapstenen voorziet de subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant in 85% waardedaling. Dit is vergelijkbaar met wijstgronden die we (ook) als Provinciaal NNB op de kaart aangeven. De stapsteen wordt ingericht voor de prioritaire soort de hermelijn. De inrichting zal bestaan uit N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland met laagtes. De verschillende laagtes zorgen voor verschillende abiotische omstandigheden, die zorgen voor een grote diversiteit aan niches. De afgegraven gedeeltes worden omgevormd tot een poel (L01.01) en nattere laagtes. Deze laagtes dragen naast de functie tot ecologische verbindingszone ook bij aan de waterbergingsfunctie van het gebied. De ontwikkeling van de vegetatie zal divers zijn en het perceel een divers karakter geven. Dit komt ten goede aan het leefgebied van de hermelijn. Ook is het van belang voor vlinders en andere insecten, vogels en kleine zoogdieren. Het aantal insecten zorgt voor veel kleine carnivoren, welke weer het hoofdvoedsel vormen voor de hermelijn. Om verder het aantal geschikte verblijfplaatsen te vergroten worden er takkenbossen en overhoekjes gecreëerd. Landschapselementen worden als lijnstructuren in het gebied aangelegd, zodat de hermelijn van het gehele gebied gebruik kan maken als leefgebied om te foerageren en te verblijven.
Omdat de percelen nog niet zijn ingericht voegen wij deze toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van het perceel zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 1,9 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Abusievelijk hebben wij aangegeven dat stapstenen voor prioritaire soorten als Provinciale NNB worden toegevoegd aan het NNB, zij worden, volgens een eerder gemaakte bestuurlijke afspraak, echter toegevoegd aan het Rijks NNB.
Wij hebben het label gewijzigd.
Art. 3.12 (nr. 74) Gemeente Boxtel. Project Verbinding De Geelders – Dommel
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel BTL00 P4 toe te voegen aan het Rijks NNB met ambitietype N10.02 Vochtig hooiland en om perceel BTL00 P566 deels toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB (het deel met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland) en deels toe te voegen aan het Rijks NNB (de delen met de ambitietypen N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos en N14.03 Haagbeuken- en essenbos). Tevens wordt verzocht om het ambitietype van perceel ODR01 P329 te wijzigen van N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos naar N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Dit sluit aan bij het ambitietype van de naastgelegen percelen.
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen aan het NNB. Wij voegen echter beide percelen toe aan het Rijks NNB. Via natuurontwikkeling op de percelen wordt een belangrijk onderdeel van het NNB gerealiseerd, namelijk de verbinding tussen de hoogwaardige leembossen in de kern van het Groene Woud. Dit betreft de leembossen Velder, Heerendonk, Mortelen, Scheeken die via het Dommeldal verbonden worden met De Geelders. De vochtige bossen met hun karakteristieke ondergroei zijn van landelijk en Europees (Natura 2000) van belang voor de populaties van Wespendief, Zwarte specht, Middelste bonte specht en Houtsnip. Belangrijke soorten zoals Slanke sleutelbloem, Bosanemoon en Waterviolier zullen op korte termijn van de inrichting profiteren. Later zullen de soorten in de oude boskernen zoals Gewone salomonszegel en Muskuskruid zich laten zien, waarna langzaam maar zeker de ontwikkeling naar een totaal leembossysteem zichtbaar zal worden. Met de inrichting van Rivier- en beekbegeleidend bos, Haagbeuken- en essenbos en Dennen- eiken en beukenbos wordt aangesloten bij de ambitietypen van de naastliggende percelen. Voor de inrichting als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland is gekozen, omdat de grondeigenaar de zichtlijnen op zijn perceel wil behouden.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 5,2 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.13 (nr. 75) Gemeente Boxtel en gemeente Meierijstad. Project Natuurontwikkeling Geelders (+ Wolfsdreef )
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen ODR01 P21 (deels) en P24 toe te voegen aan het Rijks NNB met ambitietype N10.02 Vochtig hooiland en P91 (deels) met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Daarnaast wordt verzocht om een aanpassing van de ambitiekaart voor perceel ODR01 P91 van N10.02 Vochtig hooiland naar N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en LDE02 A842 t/m A848 van N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos naar N10.02 Vochtig hooiland.
Wij stemmen in met het wijzigingsverzoek. Het plangebied bestaat uit een aantal afzonderlijke agrarische percelen gelegen binnen of grenzend aan een groot natuurgebied ‘de Geelders’. De gronden zijn agrarisch in gebruik maar lenen zich vanwege de ligging voor natuurontwikkeling. In de nabijheid van de percelen zijn natuurterreinen gelegen, voornamelijk bestaande uit houtopstanden. Ook zijn veel landschapselementen gelegen in de open terreinen. Door de percelen in te richten als natuurlijke graslanden ontstaat een gevarieerd gebied met open en dichte structuren. Een gebied wat met name voor de aanwezige flora en fauna een grote verrijking zal zijn. Door de hogere ligging en voedselrijkdom van perceel ODR01 P91 is daar ontwikkeling tot vochtig hooiland niet mogelijk. Wijziging van het ambitietype naar Kruiden- en faunarijk grasland is dan ook het meest logisch. De percelen LDE02 A842 t/m A848 zijn al jaren extensief beheerde graslanden en hebben de potentie om zich vanwege abiotische factoren en ligging te ontwikkelen tot vochtige hooilanden. Wijziging van het ambitietype ligt dan ook voor de hand.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 2,7 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.14 (nr. 76) Gemeente Breda. GOB. Project natuur Ulvenhout
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel GNK01 E2768 als ingericht op de beheertypenkaart aan te geven. Het perceel is ingericht als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland met als landschapselementen 2 poelen (L01.01), struweel (L01.16) en een knotbomenrij (L01.08).
Wij stemmen in met de inrichting. Het gebied is ingericht om de boomkikker het gebied te laten koloniseren. De sloten zijn haaks op de beek verondiept en hebben een flauw talud gekregen. Er zijn twee poelen gegraven. Deze poelen zijn met hun flauwe oevers, behalve voor de Boomkikker ook uitermate geschikt voor diverse amfibieën. Soorten als vinpootsalamander en alpenwatersalamander zitten volop in de omgeving en op een iets grotere afstand zijn ook kamsalamanders te vinden. Onder andere vanwege deze soorten maar ook voor diverse vlinders en andere insecten zijn diverse stukken struweel aangelegd. Uiteraard zijn deze ook voor vogels zeer interessant zeker ook in combinatie met wat grotere solitaire bomen in het gebied, die hun een mooi uitzichtplek geven. Wij stellen het perceel open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 3.15 (nr. 77) Gemeente Cranendonk . GOB. Project Keunenhoek 2
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de delen van de percelen BDL02 K629 en K631 die nog niet tot het NNB behoren toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met als ambitietype N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos. Ook wordt verzocht om het ambitietype van de reeds als N16.04 Vochtig bos met productie ingerichte delen van de percelen te wijzigen naar N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos.
Wij stemmen in met de voorgestelde wijzigingen. De provincie Noord-Brabant zoekt partners die bos willen aanplanten. De stichting Beekenbos wil de provincie helpen om die ambitie waar te maken. Met de inrichting als bos kan CO2 uitstoot worden gecompenseerd en kan de ecologische voetafdruk worden verkleind. Ook vergroot het de biodiversiteit in het gebied. Het plangebied ligt vlakbij watergang Weergraaf, die ten oosten van het plangebied ligt. De Weergraaf vormt een Ecologische Verbindingszone tussen het Natura2000-gebied Weerter - en Budelerbergen & Ringselven met de Boschloop en het beekdal van de Buulder Aa. De natuurontwikkeling op korte afstand van de Weergraaf kan bijdragen aan deze verbindende functie. Met de toevoeging aan het NNB en inrichting als Rivier- en beekbegeleidend bos wordt aangesloten bij de natuurambities van naastgelegen provinciale NNB. Het doel is een gevarieerde bosstructuur met dood hout, een weelderige struiklaag en bodemvegetatie en veel verschillende loofboomsoorten met de daarbij behorende insecten, schimmels en vogelsoorten. Gelijktijdig met deze wijziging verwijderen wij 0,04 ha Bestaand N16.04 Vochtig bos met productie van het aangrenzende perceel BDL02 K633. Dit perceel is van een andere eigenaar. Omdat de percelen nog niet zijn ingericht voegen wij deze toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van het perceel zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,4 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.16 (nr. 78) Gemeente Eersel. Project Korstbroeken
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen VSM01 K1234 en L488 toe te voegen aan het Provinciale NNB met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. De percelen maken deel uit van het project Kleine Beerze samen met Dorp aan de beek Vessem, Spekdonken Molenbroek en Hoogeind.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Provinciale NNB. Waterschap De Dommel streeft samen met gebiedspartners naar een meer natuurlijke, robuuste en klimaatbestendige inrichting van het beekdal van de Kleine Beerze. Toevoeging van de percelen zorgt ervoor dat het beekdal hier robuuster wordt en het bestaande NNB beter op elkaar aansluit. De inrichting als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland aangevuld met bomenrijen en een vochtig bos zorgt er onder andere voor dat het leefgebied voor soorten als bruin zandoogje, gekraagde roodstaart en kleine ijsvogelvlinder wordt vergroot en versterkt. Uiteindelijk kunnen deze doelsoorten voorkomen langs het gehele beekdal van de Kleine Beerze waardoor de toe te voegen percelen in het noorden en zuiden van het gebied een belangrijke schakel zijn naar de overige delen van het beekdal. Een kruiden- en faunarijk grasland van goede kwaliteit bevat niet alleen grasland, maar een variatie in structuren als ruigtes, plaatselijk struweel en hoge en lage vegetatie. Veel fauna heeft deze variatie en overgangen tussen leefgebieden nodig. Door het omvormen van de percelen ontstaat een hydrologische verbetering die ook voor het omliggende NNB, natte natuurparel en ecologische verbindingszones een positief effect heeft.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 7,8 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.17 (nr. 79) Gemeente Eersel en gemeente Oirschot. Project Molenbroek Kleine Beerze
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om (delen van) de percelen VSM01 K1393, K1392 en K20 toe te voegen aan het Rijksdeel van het NNB met ambitietype N10.02 Vochtig hooiland. Daarnaast wordt verzocht om perceel MDB03 G2994 uit het NNB te verwijderen. Hiermee ontstaat een beter verkoopbare woonlocatie, geheel gelegen in de gemeente Oirschot, waarbij de woning mooi centraal op de woonkavel komt te liggen.
Wij stemmen in met de toevoeging en verwijdering van de percelen. Toevoeging van de percelen zorgen ervoor dat het NNB beter op elkaar aansluit en dat het beekdal breder en dus robuuster wordt. Bij deze ontwikkeling staat naast het hermeanderen van de beek, vooral het vergroten van de soortenrijkdom centraal. Door het omvormen naar vochtig hooiland wordt niet alleen de hydrologische situatie verbeterd, maar ook de ecologische waarde van het gebied, de biodiversiteit en de verbindende functie van het gebied. De hermeandering en natuurontwikkeling rond de Kleine Beerze maken onderdeel uit van een groter geheel van verbonden natuurgebieden, EVZ’s, natuurparels en het Natura 2000-gebied Kempenland-West. Door het omvormen van de percelen ontstaat een hydrologische verbetering die ook voor het omliggende NNB, natte natuurparel en ecologische verbindingszones een positief effect heeft. Bovendien verbindt het project delen van bestaande natuurgebieden aan elkaar en leidt het tot een robuuster natuurgebied rond de Kleine Beerze.
Met het toevoegen van de percelen en het verwijderen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 2,1 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Vanwege aanpassing van de kadastrale grens van perceel MDB03 G2994, die nog niet verwerkt was in het Ontwerp Natuurbeheerplan, zijn kleine aanpassingen aangebracht in de begrenzing van het NNB. Een klein deel ter grootte van 15 m2 op perceel MDB03 G2994 is verwijderd uit het Rijksdeel van het NNB. Op de percelen MDB03 G2993 en VSM01 K1511 is juist 11 m2 toegevoegd aan het Rijks NNB met ambitietype N10.02 Vochtig hooiland.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.18 (nr. 80) Gemeente Etten-Leur. GOB. Project C2254922 Kwekerij Pannenhoef
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel ETN01 Q1976 als ingericht op de beheertypenkaart aan te geven. Het perceel is ingericht als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland met een L01.02 Houtwal en een L01.08 Knotbomenrij.
Wij stemmen in met de inrichting. De ecologische waarden binnen natuurgebied de Pannenhoef worden verder versterkt. Er wordt aangesloten bij de inrichting van de omliggende percelen die voornamelijk bestaan uit bos afgewisseld met kleinere oppervlakten kruiden- en faunarijk grasland. Hierdoor vindt uitbreiding van het leefgebied van de hier voorkomende soorten plaats zoals vleermuizen en vlinders. Wij stellen het perceel open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 3.19 (nr. 81) Gemeente Etten-Leur. GOB. Project GOB Kwekerijweg Pannenhoef
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel ETN01 Q1955 als ingericht op de beheertypenkaart aan te geven. Het perceel is ingericht als N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos.
Wij stemmen in met de inrichting. Het perceel vormt een samenhangend geheel met de omliggende percelen van Brabants Landschap. Inrichting versterkt het NNB van natuurgebied Pannenhoef en geeft invulling aan de opgave van de bossenstrategie. Wij stellen het perceel open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 3.20 (nr. 82) Gemeente Gilze en Rijen. Kaartopschoning Molenschotse heide
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om enkele strookjes Nieuwe natuur die overlappen met de bestemming verkeer te verwijderen in de omgeving Molenschotse heide.
De wijziging van de status van de realisatie van de nieuwe natuur is reeds in een eerder besluit doorgevoerd. Er bleken echter enkele randen van restantopgave nieuwe natuur NNB te overlappen met de bestemming verkeer. Deze randen worden verwijderd uit het NNB. Het gaat slechts om 0,001 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.21 (nr. 83) Gemeente Heeze-Leende. Project GOB Investeringsaanvraag De Else Beemden
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om (delen van) de percelen HZE00 C3436 en C3724 toe te voegen aan het Rijksdeel van het NNB met ambitietype N10.02 Vochtig hooiland.
Wij stemmen in met het toevoegen van de percelen aan het Rijks NNB. De oostzijde van de percelen grenst aan de Groote Aa. De Strabrechtse heide en het Leenderbos (twee Natura 2000 gebieden) worden door de Groote Aa met elkaar verbonden. Door het toevoegen van de percelen aan het NNB wordt de ecologisch robuuste schakel van de beekdal Groote Aa verder versterkt. De afwisseling van vochtig hooiland, poelen, houtkanten en bossen zorgt voor een mozaïek van vochtige terreindelen aan de beek. Dit in combinatie met de in te richten landschapselementen zorgt voor een hoge structuurdiversiteit. Deze afwisseling zal zorgen voor een meerwaarde voor verschillende soortgroepen, waaronder dagvlinders, sprinkhanen, zoogdieren (met name marterachtigen en vleermuizen), struweelvogels, weekdieren, reptielen en amfibieën. Als hydrologische maatregel wordt het grondwaterpeil opgezet door het verondiepen van de watergangen. Dit maakt het perceel vochtiger. Zelfs nu komt in het voorjaar al ijzerrijke kwel tot in de wortelzone en treedt deze kwel plaatselijk uit in de grasmat: een goed uitgangspunt voor de ontwikkeling van vochtig hooiland.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 1,3 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.22 (nr. 84) Gemeente Heeze-Leende. Project GOB Investeringsaanvraag De Meelakkers
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel HZE00 E552 als ingericht op de beheertypenkaart aan te geven. Het perceel is ingericht als N10.02 Vochtig hooiland.
Wij stemmen in met de inrichting. Het perceel is vrijwel naast N2000 gebied de Groote Heide gelegen. Voor de omliggende percelen van gemeente Heeze-Leende bestaat de intentie om deze ook in de toekomst aan het NNB toe te voegen. Hierdoor ontstaat een robuuster NNB. Daarnaast is de inrichting van het perceel als vochtig hooiland met een grote poel belangrijk, omdat het voorziet in de uitvoering van een gebiedsgerichte aanpak om te komen tot het grootste leefgebied voor de voorkomende amfibieën in Noord-Brabant. Het perceel vormt de verbinding met het aan de noordzijde gelegen leefgebied van de knoflookpad en de aan de westzijde aanwezige boomkikkerpopulatie. Samen met de andere poelen en natte laagten vormt het perceel een leefgebied met stapstenen richting de Strabrechtse Heide voor deze soorten. De grondwaterstand op het perceel is tot in de zomer voldoende hoog gebleken voor de ontwikkeling van vochtig hooiland.
Wij hebben de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 3.23 (nr. 85) Gemeente Heeze-Leende. Project Groote Aa
Het GOB wijst ons erop dat perceel HZE00 C3124, inclusief de aanwezige landschapselementen en de poel op perceel HZE00 C4137 als Provinciaal NNB op de beheertypenkaart staan. In het kader van project Groote Aa zijn deze percelen in 2020 beschikt als Rijks NNB. Verzocht wordt de percelen te wijzigen naar Rijks NNB
Wij hebben ten onrechte deze percelen als Provinciale NNB opgenomen. Wij herstellen dat bij deze. Daarnaast merken wij op dat een klein deel van perceel HZE00 C3443 ten onrechte als ingerichte nieuwe natuur N10.02 Vochtig hooiland is aangegeven, terwijl het bestaande natuur N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos betreft. Wij wijzigen dit hierbij. Aan de andere kant merken wij op dat juist een deel van perceel HZE00 C3124 als bestaande natuur N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos op de kaart staat, terwijl dat nieuwe natuur N10.02 Vochtig hooiland betreft. Ook dat passen wij aan.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.24 (nr. 86) Gemeente Heeze-Leende. GOB. Project Heezerenbosch
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om het deel van perceel HZE00 E483, dat nog geen deel uitmaakt van het NNB, toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N12.05 Kruiden- en faunarijke akker en N16.04 Vochtig bos met productie. Ook wordt verzocht het ambitietype van het zuidelijk deel van het perceel te wijzigen van N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos naar N16.04 Vochtig bos met productie.
Wij stemmen in met het toevoegen van het perceel aan het Provinciale NNB en aanpassing van de ambitiekaart voor het vochtige bos met productie. De gekozen natuurdoeltypen sluiten goed aan op de huidige situatie en de ambitiekaart. Door te kiezen voor Kruiden- en faunarijk grasland worden de twee percelen ten westen en oosten van de projectlocatie op elkaar aangesloten. Het vochtig bos met productie sluit, gebaseerd op de locatie, grondwaterstanden en bodemtype, goed aan op het al bestaande vochtige bos en zorgt via een mantelzoomvegetatie voor een mooie overgang naar het kruidenrijke grasland. De combinatie van de verschillende natuurdoeltypen en landschapselementen en de overgang van nat naar droog zorgt voor een hoge diversiteit en een kleinschalig landschap waarin vogels zoals patrijs, kleine en middelste bonte specht, groene specht, havik, roodborsttapuit, geelgors en blauwborst kunnen voorkomen. Ook voor diverse soorten vleermuizen, zoals de baardvleermuis is de combinatie van bos (met wellicht oude spechtenholen), water en open plekken met veel insecten (nectar van kruidenrijk grasland en struweelrand) erg geschikt habitat. De kamsalamander en boomkikker zijn doelsoorten voor het moerasbos. De omgeving met lange houtwallen en bomenrijen zorgt ervoor dat het gebied ook makkelijk te bereiken is voor veel soorten waaronder vleermuizen, die vaak langs lijnvormige elementen vliegen. Omdat dit deel van het perceel nog niet is ingericht voegen wij deze toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van het perceel zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast. Tegelijkertijd met deze wijziging begrenzen wij perceel HZE00 E482 conform de kadastrale grenzen.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,5 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.25 (nr. 87) Gemeente Helmond. Groene Punt. B5 bod
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om delen van de percelen HMD00 S114 en S120 en de gehele percelen HMD00 S158, S159, S49, Z749, Z88 en Z979 toe te voegen aan het Provinciale NNB met de ambitietypen N05.02 Gemaaid rietland, N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos, N14.03 Haagbeuken- en essenbos, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N12.06 Ruigteveld. Het verzoek wordt gedaan in het kader van het B5 bod van de gemeente.
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen aan het Provinciale NNB. Dankzij het stroomgebied van de Nieuwe Aa bestaat er de kans om de Groene Punt te verbinden met het natuurgebied Groot Goor in het westen. Wanneer het traject van de Nieuwe Aa en de Aa, evenals de oostzijde van de Goorloop ecologisch wordt ingericht, met oog voor hydrologisch herstel, ontstaat hier een gecombineerde droge en natte verbindingszone, welke vanuit de Astensche Aa tot de Goorloop kan reiken. Voor het beekdal van de Nieuwe Aa zijn doelsoorten aangewezen. Dit betreffen o.a. struweelvogels en de kamsalamander. Het gebied is momenteel rijk aan de meer algemene dagvlinder- en libellensoorten, waaronder landkaartje, kleine vuurvlinder, grote keizerlibel en weidebeekjuffer. Door het beheer te richten naar meer bloem- en kruidenrijke vegetaties en inrichting van nattere habitats wordt ruimte geboden aan meer (specifieke) soorten. Daarnaast is de ijsvogel hier een gevestigde soort en zijn ook kleine karekiet, rietgors en bosrietzanger veel geziene soorten. Door kleinschaligheid terug te brengen in de vorm van singels en bosjes verbetert het leefgebied voor struweelvogels. Omdat de percelen nog niet zijn ingericht worden deze als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur opgenomen op de beheertypenkaart. Op de ambitiekaart wordt aan de percelen de gevraagde ambitietypen toegekend.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 26,6 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.26 (nr. 88) Gemeente Heusden. GOB. Project Giersbergse Middel Akker
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel DNN00 D3565 toe te voegen aan het Rijksdeel van het NNB met als ambitietypen N11.01 Droog schraalgrasland en de landschapselementen L01.01 Poel, L01.02 Houtwal en L01.08 Knotbomen. De landschapselementen zijn al ingericht.
Wij stemmen in met het toevoegen van de percelen aan het Rijks NNB. Het perceel grenst voor een deel aan N2000 gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. Er ontwikkelt zich hier een groter geheel van natuurpercelen. Toevoeging aan het NNB garandeert dat er in het gebied geen landbouw of recreatie meer uitgeoefend kan worden en dat daarmee ook geen schade aan de natuur meer kan worden toegebracht. Daarnaast zorgt het perceel voor een verbinding voor de das, die hier voorkomt. Toevoeging van het perceel zorgt ook voor een toename aan variatie. De aanwezige landschapselementen komen in het omliggende gebied niet voor en het droge schraalgrasland is positief voor de biodiversiteit. Het deel van het perceel dat ontwikkeld wordt tot droog schraalgrasland is nog niet ingericht. Wij voegen dit toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van het perceel zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast. De landschapselementen zijn al wel ingericht en nemen we op op de beheertypenkaart en stellen deze open voor beheervergoeding.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,9 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en deels het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 3.27 (nr. 89) Gemeente Heusden. Project Natuurontwikkeling Heidijk
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen DNN00 L742 en L746 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met als ambitietype N12.02 Kruiden- en faunrijk grasland.
Wij stemmen in met de toevoeging aan het Provinciale deel van het NNB. Door toevoeging van deze percelen wordt het aangrenzende NNB op de Heidijk robuuster en daarmee wordt de ecologische samenhang van het NNB hier versterkt, alsmede het leefgebied van de Kamsalamander. Het robuuster inrichten van de Heidijk versterkt de ecologische verbinding tussen Vlijmens Ven en de Loonse en Drunense duinen.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 8,3 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.28 (nr. 90) Gemeente Heusden. Verkoop cluster 5 Drunen
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel DNN00 D3564 toe te voegen aan het Rijks NNB met als ambitietype N11.01 Droog schraalgrasland.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Rijks NNB. Het perceel grenst aan N2000 gebied de Loonse en Drunense Duinen en is er ook door omgeven. Daarnaast grenst het aan ingericht NNB van Natuurmonumenten en ten zuiden van het perceel ligt een perceel dat al in eigendom is van de Stichting Giersbergse Middelakker. De Stichting realiseert schrale natuur met een grote diversiteit aan landschapselementen. Een waardevolle aanvulling voor dit gebied.
Met het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 1,1 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.29 (nr. 91) Land van Cuijck . Project Stapsteen EVZ Drogesestraat Sint Agatha
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen CUI00 H305 en H306 toe te voegen aan het Rijksdeel van het NNB als stapsteen met ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland met L01.01 Poelen, struweel en een wilgengriend.
Wij stemmen in met het toevoegen van de percelen aan het NNB. Wij voegen de stapsteen toe aan het Rijksdeel van het NNB. Gedeputeerde Staten hebben in 2019 besloten dat het noodzakelijk is voor het optimaal functioneren van Ecologische verbindingszones om voor bepaalde prioritaire soorten stapstenen aan te leggen om de migratie van deze soorten te bevorderen. Voor dergelijke stapstenen voorziet de subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant in 85% waardedaling en wordt daarom toegevoegd aan het Rijks NNB. De stapsteen wordt ingericht voor de prioritaire soorten kamsalamander in de Broeksewielen en Tongelaar en sleedoornpage in de Kraaijenbergse Plassen, als onderdeel van EVZ Laarakkerse Waterleiding- Drogesestraat in de Verborgen Raamvallei. De inrichting zal bestaan uit N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, struweel met sleedoorn voor de sleedoornpage en poelen als landschapselement voor de kamsalamander. Omdat de percelen nog niet zijn ingericht voegen wij deze toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van het perceel zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 4,6 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.30 (nr. 92) Gemeente Land van Cuijk. Limosa Maasheggen
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om op perceel BMR00 Z5106 2 poelen op te nemen. Deze zijn extra aangelegd, nadat de rest van het gebied als ingericht op de kaart is aangegeven.
Wij stemmen in met de intekening van de 2 L0.01 Poelen. Deze zijn gegraven in het kader van het project herintroductie Boomkikker. Met de aanleg van deze poelen is het waterbiotoop van de boomkikker in het gebied vergroot.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 3.31 (nr. 93) Gemeente Land van Cuijck . Project Natuurontwikkeling Graafse Raam
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de delen van de percelen GVE00 H1793 en H1866, die nog niet tot het NNB behoren, toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met als ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, struweelhagen, hoogstamfruitbomen, knotbomen en een poel. Ook wordt verzocht de reeds met N12.02 ingerichte delen van de percelen te wijzigen van Bestaande natuur naar Bestaande natuur enclave, dit betreft een kaartfout.
Wij stemmen in met de voorgestelde wijzigingen. De percelen grenzen aan bestaand NNB Haagbeuken- en essenbos. Met de omvorming tot Kruiden- en faunarijk grasland zal door inrichting en beheer het bodemleven en de flora en fauna van betere kwaliteit zijn. De inrichting zorgt voor beschutte migratiemogelijkheden voor de das tussen droge en natte delen. Het versterken van de struweelranden in combinatie met de extensief beteelde graslanden zorgen voor een verbetering van het dassenleefgebied. Daarnaast zal het beheer en aanleg van houtopstanden zoals bomen, heggen en wilgentunnels in combinatie met de graslanden betere en beschutte broedplaatsen opleveren voor vogels. Deze nieuwe inrichting verbindt aangrenzende NNB-stroken waardoor veel soorten beter migreren en een groter en meer divers leefgebied krijgen. Met het voorgenomen beheer en inrichting draagt de initiatiefnemer actief bij aan het versterken van het landschap langs de Graafse Raam. De houtopstanden, poel en het grasland met begrazing door schapen versterken het beeld van fraaie landschappelijke inpassing. De inrichting zal worden uitgevoerd door Waterschap Aa en Maas als onderdeel van het project ‘beekherstel Graafsche Raam’ binnen de Verborgen Raamvallei. Omdat dit deel van het perceel nog niet is ingericht voegen wij deze toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van het perceel zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,5 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.32 (nr. 94) Gemeente Land van Cuijk. Project Natuurontwikkeling Uilweg
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel MIL00 N918 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Provinciale deel van het NNB als Kruiden- en faunarijk grasland. Het om te vormen perceel grenst aan drie zijden aan bestaand NNB en aan natuurgebied De Kuilen in Mill. De inrichting ligt in een dassenleefgebied. Het versterken van de hakhoutwal in combinatie met de extensief beteelde graslanden zorgen voor een verbetering van het dassenleefgebied. Verder zal het beheer en aanleg van de hakhoutwallen in combinatie met de graslanden voor vogels betere en beschutte broedplaatsen opleveren. Amfibieën, waaronder de kamsalamander vinden een goed leefgebied in de aan te leggen poel. Deze nieuwe inrichting verbindt aangrenzende NNB-vlakken waardoor veel soorten beter migreren en een groter en meer divers leefgebied krijgen. Een andere doelsoort is de sleedoornpage. Door aanleg van struweelbeplanting en extensief graslandbeheer verbetert de aanvrager het leefgebied voor deze soort. Hiermee kan die soort in de toekomst zich beter vestigen in het gebied tussen de Maashorst en de Raamvallei.
Met het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 1,7 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.33 (nr. 95) Gemeente Land van Cuijk. Project Stapsteen EVZ Broekkant Beers
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen CUI00 N231 en N692 toe te voegen aan het Rijksdeel van het NNB als stapsteen met ambitietypen N10.02 Vochtig hooiland en N05.04 Dynamisch moeras met een poel, houtwallen, een bossingel en een struweelhaag.
Wij stemmen in met het toevoegen van de percelen aan het NNB. Wij voegen de stapsteen echter toe aan het provinciale deel van het NNB. Gedeputeerde Staten hebben in 2019 besloten dat het noodzakelijk is voor het optimaal functioneren van Ecologische verbindingszones om voor bepaalde prioritaire soorten stapstenen aan te leggen om de migratie van deze soorten te bevorderen. Voor dergelijke stapstenen voorziet de subsidieregeling realisering Natuurnetwerk Noord-Brabant in 85% waardedaling. Dit is vergelijkbaar met wijstgronden die we (ook) als Provinciaal NNB op de kaart aangeven. De stapsteen wordt ingericht voor de prioritaire soorten sleedoornpage en kamsalamander. De stapsteen ligt binnen de Verborgen Raamvallei. Hier ligt een extra opgave vanuit de Wet Natuurbescherming voor de sleedoornpage en de kamsalamander, omdat deze soorten in hun voortbestaan worden bedreigd en er dus de verplichting bestaat maatregelen te nemen. Na inrichting ontstaat er een stapsteen als onderdeel van de ecologische verbindingszone tussen landgoed Tongelaar en de Kraaijenbergse plassen. De aan te leggen struweelhagen, vochtige graslanden, houtopstand en moerasland versterken de landschappelijke en ecologische waarden van het perceel. Dit nieuwe deel verbindt bestaande EVZ en NNB-stroken met elkaar is een aanvulling op de EVZ. Daarnaast komt de inrichting overeen met het heersende landschappelijke karakter en versterkt het daarmee het kenmerkende Broekse wielen gebied. Omdat de percelen nog niet zijn ingericht voegen wij deze toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van het perceel zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 2,5 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Abusievelijk hebben wij aangegeven dat stapstenen voor prioritaire soorten als Provinciale NNB worden toegevoegd aan het NNB, zij worden, volgens een eerder gemaakte bestuurlijke afspraak, echter toegevoegd aan het Rijks NNB.
Wij hebben het label gewijzigd.
Art. 3.34 (nr. 96) Gemeente Land van Cuijk. Project Verborgen Raamvallei/ Hooge Raam Halsche Beek
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel GVE00 N265 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N10.02 Vochtig hooiland.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Provinciale deel van het NNB. Het perceel grenst aan twee zijden aan bestaand NNB. Dit aangrenzende NNB heeft eveneens het ambitietype vochtig hooiland. Omzetten van het perceel naar NNB vult de reeks percelen aan die, gelegen aan de oostzijde van de Zeisweg het beekdal van de Graafsche Raam vormen. Hierdoor ontstaat er een groter, bij elkaar horende eenheid van vochtige hooilanden. De inrichting van een hagenstructuur in combinatie met de extensief beteelde graslanden zorgen voor een verbetering van het dassenleefgebied en van het leefgebied van de sleedoornpage, een doelsoort in dit gebied. Verder zal de aanleg en het beheer van houtwal en hagen voor vogels betere en beschutte broedplaatsen opleveren. Deze nieuwe inrichting verbindt aangrenzende NNB-percelen waardoor veel soorten beter migreren en een groter en er een diverser leefgebied ontstaat.
Door het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 2,3 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.35 (nr. 97) Gemeente Loon op Zand. Project S Velthoven Kasteellaan 26 Loon op Zand
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel LOO00 E6072 toe te voegen aan het Provinciale NNB met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Provinciale NNB. Door de toevoeging van het perceel wordt de verbinding tussen Natura 2000 gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen en natuurgebied Huis ter Heide versterkt en vergroot. Hierdoor wordt versnippering van het natuurnetwerk voorkomen en wordt er ten oosten van de Midden-Brabantweg een aaneengesloten strook NNB gevormd. Het doel van de herinrichting van het projectgebied is om het kleinschalige landschap te versterken, aansluiting te vinden met de natuurwaarden in de omgeving en hoge natuurwaarden terug te brengen. Door het projectgebied toe te voegen aan het Provinciale NNB wordt er een “gat” in het NNB opgevuld waardoor een groter aaneengesloten areaal ontstaat van verschillende natuurdoeltypen. Aangrenzend aan de projectlocatie komt een verscheidenheid aan habitats voor. Door het toevoegen van Kruiden- en faunarijk grasland met bijbehorende landschapselementen herbergt dit mozaïek een hogere natuurwaarde dan één geïsoleerd beheertype. De kans dat meer kritische soorten zich vestigen wordt door deze kwaliteitstoename een stuk groter. De das, grauwe klauwier (en andere bosrandstruweelvogels) en bruine eikenpage behoren tot doelsoorten van de projectlocatie. Op eigen initiatief voegen wij op de percelen LOO00 E3339 en E3960 NNB toe als bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie om een aaneengesloten NNB te krijgen.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 2,8 ha.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 3.36 (nr. 98) Gemeente Maashorst. Project Hooge Burcht II Uden
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel UDN00 Q1572 toe te voegen aan het Rijksdeel van het NNB met als ambitietypen N10.02 Vochtig hooiland en N14.03 Haagbeuken- en essenbos, inclusief de aanleg van enkele elzensingels.
Wij stemmen in met het toevoegen van het perceel aan het NNB. Wij voegen het echter toe aan het Provinciale deel van het NNB, conform ons beleid op het gebied van wijstgronden. Het perceel is gelegen in het Wijstgebied boven de Peelrandbreuk. De inrichting en beheer van dit perceel draagt bij aan het herstel van ecologische waarden die samenhangen met herstel van Wijst in dit gebied, bovendien wordt het kleinschalige landschap van voor 1970 herstelt door middel van de aanleg van elzensingels.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 1,1 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.37 (nr. 99) Gemeente Maashorst. Project Wijst Waterzuiverende Boerderij
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen ZLD02 K245, K785, K790, K812, K813, K1193, K1198, K1218, K1304, K1310, K1311, K1314, K1322, K1329, K1330, K1334, K1335, K1342, K1343 en K1344 toe te voegen aan het Provinciale NNB in het kader van wijstherstel. Het gebied zal ingericht worden met een diversiteit aan ambitietypen N10.01 Nat schraalland, N10.02 Vochtig hooiland, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N12.05 Kruiden- en faunarijke akker en N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos.
Wij stemmen in met deze toevoeging aan het Provinciale NNB. Het gebied wordt doorsneden door 2 breuklijnen en in het gebied komt ijzerrijke kwel voor. Dit is een gunstig uitgangspunt voor wijstherstel. Ook grenst het aan de noordkant aan de natte ecologische verbindingszone langs de Hooge Raam. Er worden inrichtingsmaatregelen genomen waardoor vernatting van de percelen zal optreden, zoals de aanleg van poelen en het dichtmaken van greppels en sloten. Hierdoor blijft het wijstwater langer in het gebied, wat goed is voor de biodiversiteit. Bovendien zorgt het tegelijkertijd voor aanvulling van de grondwaterstanden in de omgeving. Het gebied zal een afwisselend geheel worden. Aan de oostkant van de breuk, op het drogere deel zal het oorspronkelijke landschap van 1950 worden teruggebracht met kleine akkers en weilanden, omzoomd door heggen en struwelen. Aan de westkant van de breuk, op het natte deel, worden vooral natte landschappen aangelegd, zoals vochtige hooilanden en enkele poelen. Hier kunnen op termijn diverse orchideeën gaan voorkomen die nu al in de omgeving aanwezig zijn. Er ontstaat een divers en waardevol natuurgebied van behoorlijke omvang.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 35,4 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.38 (nr. 100) Gemeente Meierijstad. Project GOB 11 Geelders -Wijboschbroek Molenheide
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen SDL00 N837, N100, N95, N93 en N99 toe te voegen aan het Provinciale NNB en in te richten als stapsteen tussen de Geelders en Wijboschbroek Molenheide met de ambitietypen N14.01 Rivier- en Beekbegeleidend bos en N14.03 Haagbeuken- en Essenbos.
Wij stemmen in met toevoegen van deze percelen aan het Provinciale deel van het NNB. Het is een belangrijke stapsteen in de ecologische verbinding tussen Geelders en Wijboschbroek om de kern van Schijndel heen. De inrichting van deze ecologische stapsteen draagt bij aan het vergroten van het areaal van leembossen en draagt bij aan het versterken van de ecologische verbinding tussen reeds bestaande kernen van Leembossen de Geelders en Wijboschbroek. Dieren als boommarter en boomkikker kunnen op termijn migreren via deze ecologische verbindingszone, maar ook soorten als knikkend nagelkruid, zwartblauwe rapunzel, kleine ijsvogelvlinder en grote weerschijnvlinder zullen gebruik maken van deze ecologische verbindingszone. Kortom een flinke versterking van de ecologische samenhang in het NNB met een stimulans voor een verdere versterking van de toch al hoge biodiversiteit in de leembossen.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe natuur toe met 4,9 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.39 (nr. 101) Gemeente Oirschot. Project Aardbossen en Veteka
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel MDB03 F290 toe te voegen aan het Provinciale NNB met als ambitietype N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos. Daarnaast wordt verzocht de gehele percelen MDB03 H973 en H976 op te nemen als Rijks NNB met resp. als ambitietype N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Nu zijn deze slechts deels begrensd als NNB.
Wij stemmen in met de toevoegingen aan het NNB. Perceel F290 is in eigendom gekomen van het Brabants Landschap door een grondruil waarbij ook percelen uit het NNB in het beekdal van de Groote Beerze in eigendom zijn gekomen. Op het perceel was een beregeningsput aanwezig die naar een ander perceel is verplaatst. Hierdoor zal het perceel minder verdrogend werken op de Natte Natuurparel Landschotse Heide. Daarnaast zorgt de omvorming naar natuur ervoor dat er een sterkere verbinding ontstaat tussen de Landschotse Heide en de Kleine Beerze en werkt het, in het kader van de gebiedsgerichte aanpak, als een robuustere zone rondom de Natura 2000-gebieden van de Landschotse heide en Kleine Beerze. Ook helpt het aanplanten van bos op geschikte percelen met het behalen van de Bossenstrategie.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 2,1 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.40 (nr. 102) Gemeente Oirschot. GOB. Project Schutskuil Mortelen
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om namens Brabants Landschap perceel OST00 M8 toe te voegen aan het Rijksdeel van het NNB met als ambitietypen N10.02 Vochtig hooiland, N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos, N14.03 Haagbeuken- en essenbos en N04.02 Zoete plas.
Wij stemmen in met het toevoegen van het perceel aan het Rijks NNB. Het perceel grenst aan bestaand Rijks NNB en aan Natte natuurparel De Mortelen/ Velderbosch . Het maakt deel uit van natuurgebied de Mortelen. Toevoeging van het perceel zorgt voor gunstige hydrologische en ecologische effecten in het gebied. Daarnaast zorgt de inrichting voor versterking van de ecologische verbindingszone in het deel van de Heerenbeekloop door de verbinding die het vormt tussen ’t Hemeltje en Smalzij . Hierdoor kunnen onder andere de kamsalamander en de boomkikker zich makkelijker verplaatsen tussen voortplantingswateren en landhabitats . Voor realisatie van vochtig hooiland zal het maaiveld worden afgegraven. De verwachting is dat hierdoor een zeer bloemrijk hooiland ontstaat met gradiënten naar blauwgrasland en heischraal grasland. Soorten als de boomkikker, waterspitsmuis, bont dikkopje en moerassprinkhaan profiteren hiervan. De zoete plas wordt het basisbiotoop voor de boomkikker. Daarnaast wordt nog bos aangelegd wat gunstig is voor soorten als de grote weerschijnvlinder en de wezel. Brabants Landschap zet verder in op het verwerven van aangrenzende en omliggende percelen om de verbinding en hydrologische omstandigheden in de omgeving nog verder te versterken en te verbeteren. In combinatie met de EVZ langs de Heerenbeekloop ontstaat zo in alle windrichtingen een robuuste verbinding tussen gronden die deel uitmaken van het NNB en wordt het leefgebied van kenmerkende en vele andere soorten verder vergroot. Het perceel is een belangrijke schakel in dit proces. Omdat het perceel nog niet is ingericht voegen wij deze toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van het perceel zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 3,5 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.41 (nr. 103) Gemeente Reusel-de Mierden. Natuurontwikkeling Landgoed De Utrecht
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om delen van de percelen MDE02 A802 en K57 toe te voegen aan het Rijksdeel van het NNB met als ambitietype N10.02 Vochtig hooiland.
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen. De percelen liggen tegen Natte Natuurparel de Utrecht en tegen het Natura2000-gebied Kempenland-West aan. Met de toevoeging van de percelen aan de overzijde van de Dunsedijk van Landgoed Wellenseind, eveneens in deze kaartaanpassings-ronde, ontstaat hier een aaneengesloten robuust Natuurnetwerk wat goed aansluit bij het hydrologisch en ecologisch herstel van N2000 gebied Kempenland-West. Er worden maatregelen genomen om de grondwaterstand te verhogen en daarmee de omstandigheden voor de ontwikkeling van vochtig hooiland te verbeteren.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 5,1 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.42 (nr. 104) Gemeente Roosendaal. Project Gienderwijdte
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel RSD00 S1455 uit het Provinciale deel van het NNB te verwijderen. De initiatiefnemers willen binnen hun landgoed Gienderwijdte op dit perceel een paar functies vestigen die bijdragen aan het duurzame beheer van het landgoed, maar die niet binnen de doelstellingen van het NNB passen, zoals een aantal zonnepanelen en mogelijk op termijn ook enkele tiny houses.
Wij stemmen niet in met dit wijzigingsverzoek. Het betreft een klein perceel (1476 m2) middenin het NNB. Dit perceel uit de begrenzing halen betekent dat er een gat in het NNB ontstaat. Dit doen wij alleen als er overlap is tussen de bestemming wonen en het NNB. Daarvan is hier geen sprake.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart niet gewijzigd.
Wij hebben van de eigenaar van het landgoed een zienswijze op het besluit ontvangen met het verzoek perceel RSD00 S1455 alsnog uit het NNB te verwijderen. Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) en niet de eigenaren hebben het verzoek tot verwijdering gedaan, omdat het betreffende perceel onderdeel is van een groter plan om 11,5 ha landbouwgrond om te vormen naar nieuwe natuur. Om dit mogelijk te maken heeft de provincie het hele plangebied in het verleden toegevoegd aan het NNB. Het GOB vergoedt echter maar een deel van de afwaarderings- en inrichtingskosten en om toch het hele plan te kunnen uitvoeren is, in lijn met de Brabantse Bossenstrategie, gekeken of een toekomstig verdienmodel zou kunnen worden geïntegreerd in het plan. Hiervoor is een klein perceel in het projectgebied afgesplitst met het verzoek dit niet op te nemen in het NNB om hier in de toekomst andere activiteiten mogelijk te kunnen maken. Het perceel binnen de begrenzing van het NNB houden zou de mogelijkheid van compensatie voor ontbrekende kosten wegnemen. In de motivatie van de Provincie zijn deze overwegingen niet terug te vinden en het zou jammer zijn als de ontwikkeling van nieuwe natuur niet door kan gaan door de aanpassing niet te zien als onderdeel van het integrale plan.
Het betreft hier op dit moment nog landbouwgrond die in 2018 op verzoek van de inspreker via het GOB is begrensd binnen het NNB als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Daardoor hebben zich hier nog geen planten- of diersoorten gevestigd waar rekening mee gehouden moet worden bij verwijdering uit het NNB. Iets dat wel het geval is bij bestaand NNB. Na een voorbereiding van enkele jaren ligt er nu een goed plan dat bij uitvoering zal leiden tot een waardevolle versterking van het NNB ter plekke, ondanks dat nu verzocht wordt om de begrenzing van een klein perceel van ongeveer 0,15 ha terug te draaien. Het hele plan als geheel beschouwend heeft ons toch doen besluiten het perceel uit het NNB te verwijderen.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.43 (nr. 105) Gemeente Rucphen. GOB. Project Lange Matenloop Pannenhoef
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel RPN00 T2109 als ingericht op de beheertypenkaart aan te geven. Het perceel is ingericht als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland.
Wij stemmen in met de inrichting. Met de ontwikkeling van Kruiden- en faunarijk en de aanplant van meer dan 5% struweel wordt, gezien de abiotische omstandigheden, een goede invulling gegeven aan het NNB. Het perceel is aan de zuid- en oostzijde omgeven door natuurgebieden in bezit van Brabants Landschap die zijn gelegen in de Natte Natuurparel Pannenhoef. Door inrichting is een robuust aan elkaar gekoppeld natuurgebied ontstaan. Wij stellen het perceel open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 3.44 (nr. 106) Gemeente Sint-Michielsgestel. Project Beeksche Waterloop- Kaatsche Hoeven
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om (delen van) de percelen MCG00 O307, O308, O900 en O316 toe te voegen aan het Provinciale NNB met als ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos en N14.03 Haagbeuken- en essenbos.
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen aan het Provinciale NNB. Het plangebied maakt deel uit van het Nationaal Landschap Het Groene Woud. Met de ontwikkeling van Kruiden- en faunarijk grasland met landschapselementen, Rivier- en beekbegeleidend bos en Haagbeuken- en essenbos wordt gezien de abiotische omstandigheden een goede invulling gegeven aan het NNB en worden de Natte Natuurparels Geelders en Wijboschbroek verbonden. Met het toevoegen aan het NNB wordt de eerder gesubsidieerde naastgelegen stapsteen ten behoeve van de Waterspitmuis verder versterkt. Deze stapsteen wordt ook met het voorliggende Natuurbeheerplan 2024 toegevoegd aan het NNB. De motivatie hiervoor is te lezen bij artikel 3.28.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 5,4 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.45 (nr. 107) Gemeente Sint-Michielsgestel. Project EVZ-Stapsteen Waterspitsmuis
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om (delen van) de percelen MCG00 O312, O313 en O667 als stapsteen toe te voegen aan het Provinciale NNB met als ambitietypen N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos en N14.03 Haagbeuken- en essenbos.
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen aan het Provinciale NNB. De stapsteen wordt ingericht voor de prioritaire soort de waterspitsmuis. Bij de inrichting van de stapsteen Waterspitsmuis wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de beschreven natuurtypen die nodig zijn voor het habitat van de waterspitsmuizen of kenmerkend zijn voor de leembossen en de bijbehorende overgangssituaties. Deze natuurtypen horen bij dit beekdallandschap en dragen bij aan een langdurig behoud van de waterspitsmuispopulaties. De habitateisen (bij voorkeur stromend water zoals de Beeksche waterloop) van de Waterspitsmuis komen met name voor in de leembossen Wijboschbroek, De Scheeken, Heerenbeek en Velder. Omdat de percelen nog niet zijn ingericht voegen wij deze toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van het perceel zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 4,6 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Abusievelijk hebben wij aangegeven dat stapstenen voor prioritaire soorten als Provinciale NNB worden toegevoegd aan het NNB, zij worden, volgens een eerder gemaakte bestuurlijke afspraak, echter toegevoegd aan het Rijks NNB.
Wij hebben het label gewijzigd.
Art. 3.46 (nr. 108) Gemeente Tilburg. Verwijderen containerplaatsen
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om delen van de percelen UDH00 B3032, B3292 en B3293 uit het NNB te verwijderen. Er zijn problemen met de gemeente vanwege overlap van de aanduiding NNB met een containerveld.
Wij stemmen in met dit verzoek. De luchtfoto laat zien dat aan de linkerkant van de betreffende percelen inderdaad een containerveld ligt. Wij corrigeren dit bij deze en passen de intekening van het NNB aan aan de werkelijke situatie.
Met het verwijderen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur af met 0,5 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.47 (nr. 109) Gemeente Valkenswaard. PIP Tongelreep
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen VKW00 I680, I682, I684 t/m I689 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met als ambitietype ‘Zoekgebied I’. Dit houdt in dat er nog invulling gegevens zal worden welke typen uiteindelijk gerealiseerd worden zodra duidelijk is hoe het gebied zal worden ingericht.
Wij stemmen in met het toevoegen van de percelen aan het Provinciale deel van het NNB. De aanleiding is de vaststelling van het PIP Tongelreep op 21 juni 2021.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 2,6 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Het provinciaal inpassingsplan Tongelreep (Valkenswaard) is op 11 juni 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Op verschillende locaties is het NNB uitgebreid met de bestemming natuur conform het provinciaal inpassingsplan. Op één locatie is de bestemming in het NNB echter niet goed verwerkt. Het gaat om de percelen VKW00 K986, K992, K996, K1000 en K1019 die in het oorspronkelijke plan de bestemming “Agrarisch met waarden” hadden, maar ondertussen in het bestemmingsplan de bestemming natuur hebben gekregen. Dit omdat er binnen het project Tongelreep een aparte overeenkomst is gesloten met de grondeigenaar over het omvormen naar natuur op deze locatie (met kwalitatieve verplichting via het GOB). Wij herstellen deze kaartfout en voegen de percelen alsnog toe aan het Provinciale NNB conform de PIP Tongelreep met ambitietype Zoekgebied 1.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,3 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.48 (nr. 110) Gemeente Veldhoven. GOB. Project Dommeldal De Hogt Veldhoven
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om een aanpassing van de ambitiekaart voor perceel VHV01 B2752. Verzocht wordt om het ambitietype N10.02 Vochtig hooiland te wijzigen naar N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos. Tevens wordt verzocht om een aanpassing van de huidige status als NNB bestaande natuur naar bestaande natuur enclave.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. Uit een in opdracht van aanvrager uitgevoerd hydro -ecologisch onderzoek naar ontwikkelpotentie van nieuwe natuur in het Dommeldal ten zuiden van Eindhoven blijkt dat dit perceel ook in een vernattingsscenario geen potentie heeft om zich te ontwikkelen tot een nat schraalland/vochtig hooiland. Daarnaast blijkt uit de Basis Registratie Gewaspercelen (BRP) van RVO dat het perceel doorlopend in gebruik is geweest als landsbouwgrond en er nooit een omvorming naar natuur heeft plaatsgevonden. Wij passen de ambitie aan naar N14.01 Beekbegeleidend bos en veranderen de status NNB van Bestaande natuur naar Bestaande natuur enclave.
Wij hebben de ambitiekaart gewijzigd en het label gewijzigd.
Art. 3.49 (nr. 111) Gemeente Vught. GOB. Project Helvoirts Broek - Oude Loonsebaan
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen HVT02 E946 en E947 als ingericht op de beheertypenkaart aan te geven. De percelen zijn ingericht als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland.
Wij stemmen in met de inrichting. De percelen liggen in Natte Natuurparel het Helvoirts Broek aan de flanken van het beekdal Broekleij waar het natuurtype Kruiden- en faunarijk grasland typerend is voor de hogere delen van een beekdal. Aan de verplichting van de aanleg van 5% landschapselementen wordt niet voldaan, omdat aan de zuid- en westzijde al een brede houtsingel aanwezig is met een goede ecologische waarde. Wel zijn er aanvullende meidoorns aangeplant aan de randen van de houtsingel en is er tevens een solitaire meidoorn in het grasland geplaatst. Een verdere opdeling van de percelen met een houtwal zou de openheid van het beekdallandschap beperken en voor de aanleg van een poel zijn de percelen niet geschikt vanwege de hogere ligging. Wij stellen de percelen open voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 3.50 (nr. 112) Gemeente Vught. GOB. Project Integrale Kavelruil Brokkenbroek
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om een wijziging van bestaande natuur naar bestaande natuur enclave voor de percelen HVT02 D4728 en HVT02 D4601.
Wij stemmen in met dit wijzigingsvoorstel. Het betreft een tweetal percelen uit de aanvraag Project Integrale Kavelruil Brokkenbroek waarvoor een beschikking is afgegeven in 2019. De percelen bleken voor een deel onterecht als bestaande natuur te zijn begrensd. Na inzage in het agrarisch gebruik zoals geregistreerd bij RVO in de Basis Registratie Gewaspercelen (BRP) en de destijds recente taxatiewaarde en aankoopprijs van perceel HVT02 D4728, concluderen wij dat het hier subsidiabele landbouwgrond betreft. De aanpassing op kaart heeft echter nog niet plaatsgevonden. Wij corrigeren dit bij deze. Wij hebben het label gewijzigd.
Art. 3.51 (nr. 113) Gemeente Vught. Verkoop cluster 6 Helvoirt
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel HVT02 B987 toe te voegen aan het Rijks NNB met als ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Rijks NNB. Het perceel is al ‘aangewezen’ als N2000 gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen en is het enige perceel in de omgeving dat nog niet binnen de begrenzing van het NNB ligt. Het perceel wordt ingericht en beheerd als N12.02 kruiden- en faunarijk grasland met aan de rand een struweelrand, evenals het naastgelegen perceel. Op eigen initiatief hebben wij 2 kleine gebieden als ingerichte bestaande natuur N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos en N16.03 Droog bos met productie opgenomen als Rijks NNB om een aaneengesloten NNB te krijgen
Met het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,4 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.52 (nr. 114) Gemeente Waalre. Elshouters – ’t Heike
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om (delen van) de percelen WRE02 C299, C1624, C1625 en VKW00 A2879 toe te voegen aan het Rijks NNB met ambitietype zoekgebied N00.01 Zoekgebied 4 beekbegeleidende natuur. Tevens wordt verzocht om een deel van perceel WRE02 C1624 uit het NNB te verwijderen, omdat het overlapt met het bouwblok.
Wij stemmen in met de toevoeging en verwijdering. Met de toevoeging van de percelen binnen het Complex PAS-gebied Elshouters - t Heike wordt het Natura2000 gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux versterkt. Inrichting vindt plaats door Waterschap De Dommel in het kader van N2000-project Dommeldal. Conform de rapportage ‘Natuurinrichtingsplan Dommelkwartier’ passen graslandachtige natuurtypen op deze plek. Inrichting zal dan ook plaatsvinden met een hoog ambitietype, waarschijnlijk N10.02 Vochtig hooiland. Het te verwijderen deel overlapt inderdaad met het woonvlak uit het vigerende bestemmingsplan.
Met het toevoegen en verwijderen van de delen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 1,5 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 3.53 (nr. 115) Gemeente Waalre. Project natuurontwikkeling landgoed Zuiderveld
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen AAL01 A451 en A2998 als ingericht op de beheertypenkaart aan te geven. De percelen zijn ingericht als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland met L01.02 Houtwal en houtsingel, bessen- en fruitstruiken en L01.05 Knip- en scheerheggen.
Wij stemmen in met de inrichting. Met de ontwikkeling van het Kruiden- en faunarijk grasland komt een verhoging van de diversiteit aan planten- en dierenleven tot stand en is regulier agrarisch land omgevormd tot botanisch waardevolle grasland, rijk aan soorten. Er zijn rondom knip- en scheerheggen geplant en diverse struiken met fruit en bessen. Naast de verrijking van het aantal kruiden en bloemen is juist de combinatie van het kruidenrijk grasland, de heggen, struiken en bestaande bossen van grote waarde voor diverse diersoorten. Diverse vogels vinden hier hun broedgelegenheid, en veel kleine zoogdieren gedijen goed in een combinatie van genoemde biotopen. Het kleinschalige gebied zal ook een trekpleister vormen voor vlinders en andere insecten. De inrichting van de gronden is een versterking van de biodiversiteit en aanvulling op het in het nabij gelegen Natura 2000 gebied “Leenderbos Groote Heide & De Plateaux” en de direct aangrenzende Natte Natuurparel Waalre/Valkenswaardse bossen. Daarnaast kan de inrichting als buffer functioneren voor de meer kwetsbare natuurwaarden in het aangrenzende beekdal De Tongelreep. Wij stellen de percelen en de landschapselementen open voor beheervergoeding. Wel constateren wij dat de 2 percelen niet volledig als NNB zijn begrensd. Daarom voegen wij 91 m2 toe als ingerichte Provinciale NNB. Ook is er een gering oppervlakte NNB (61 m2) op perceel AAL01 A2999 begrensd, dit is niet gewenst. Dit verwijderen wij uit het NNB. Een gedeelte N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur op perceel AAL01A1749 betreft in werkelijkheid bestaande natuur N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos, zoals de rest van het perceel. Dit wijzigen wij van nieuwe naar bestaande natuur.
Wij hebben de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 3.54 (nr. 116) Gemeente Woensdrecht. Inrichting Openbare verkoop natuurgrond Cluster 6 Ossendrecht Project aanleg Meerbos
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om wijziging van de beheertypenkaart voor de percelen OSD00 D2948, D2949 en D2675 van N12.05 Kruiden- en faunarijke akker naar N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos.
Wij stemmen in met de wijziging. De voormalige akker is heringericht als natuurbos ter versterking van het leefgebied van de doelsoorten van het N2000 gebied Brabantse Wal, met name de zwarte specht en de wespendief. Het zorgt ook voor een verbetering van de bodemkwaliteit door in te zetten op het ontwikkelen van een bosbodem die meer water vasthoudt en uitspoeling van nutriënten minimaliseert. Op deze manier ontstaat een volwaardig bosecosysteem dat de aansluitende bosgebieden robuuster zal maken.
Artikel IV Wijziging NNB-begrenzing om ecologische redenen en wijziging natuurbeheertype op verzoek van het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) met als doel realisatie Ondernemend Natuurnetwerk (ONNB)
Gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het Natuurbeheerplan 2023, beheertypen- en ambitiekaart, als vastgesteld bij besluit van 11 oktober 2022, volgend op de Ontwerp Wijziging Interim Omgevingsverordening kaartaanpassingen 2023, overeenkomstig de bijbehorende stukken opgenomen als kaartbijlage:
Art. 4.1 (nr. 117) Gemeente Alphen-Chaam. Project Natuurontwikkeling Wijngaard Dassemus
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen CHA00 K825, K908 (deels) en K1016 toe te voegen aan het Provinciale NNB en als ingericht ONNB op de kaart aan te geven. De percelen zijn ingericht als B12.02 Kruiden- en faunarijk grasland met diverse landschapselementen, zoals L01.01 poelen en L01.02 houtwallen.
Wij stemmen in met de toevoeging en inrichting. Met de inrichting van de biologische wijngaard, in de vorm van Ondernemende Natuurnetwerk, wordt zoveel mogelijk aangesloten op aangrenzende natuurdoeltypen. De inrichting met landschapselementen zoals robuuste houtsingels en poelen en de vlakdekkende delen ‘Kruiden- en faunarijk grasland’ in en om de biologisch dynamische wijngaard sluit aan op het bestaande NNB. Het voorziet in een ecologische aaneenschakeling tussen de Laagheiveldse beek (EVZ) in het westen en de Groote Heikantsche Beek in het noorden. Hiermee ontstaat een robuust blok NNB. De brede strook met voornamelijk wilgen en essen op de perceelsrand tussen het beekdal en de wijngaard is aangemerkt als Houtwal en houtsingel. De binnen het plangebied te realiseren houtsingel aan de westzijde sluit hierop aan en versterkt dit bestaande landschapselement. De poelen en het natte grasland hebben een grote aantrekkingskracht op allerlei vogels zoals de reeds gespotte kemphaan en grutto. De vochtige graslanden rondom de poelen hebben de wijngaard bijzonder aantrekkelijk gemaakt voor verschillende kikker- en salamandersoorten. Met het herstel van de ruige stroken wordt het insectenleven gestimuleerd en daarmee ook het leefmilieu van broedvogels. Het perceel vormt een geheel met het naastgelegen natuurgebied ‘t-Broek’ en heeft zich ontwikkeld tot een natuurgebied van formaat, befaamd om zijn amfibieënsoorten en zangvogels. Realisatie als ONNB staat niet open voor beheervergoeding.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 7,3 ha.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd en het raster voor ONNB aangebracht.
Art. 4.2 (nr. 118) Gemeente Alphen-Chaam. Project OERgroen
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om een deel van perceel CHA00 K223 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N16.03 Droog bos met productie. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Provinciale deel van het NNB. Het perceel is gelegen langs de Groote Heikantschebeek. Deze beek heeft een belangrijke verbindingsfunctie tussen de bovenloop van het Chaamse bekenstelsel en het bosgebied. Van het Chaamse bekenstelsel heeft alleen de tak Laagheiveltsebeek de officiële status van EVZ. De Heikantsche beek kan zeker ook als zodanig gaan functioneren. De doelsoorten van de Laagheiveltsebeek zijn daarmee ook te noemen als de doelsoorten voor de Heikantse beek. Deze beken dienen een verbinding te vormen tussen de Chaamse bossen en het Broek/Strijbeekse heide. De doelsoorten zijn: vinpootsalamander, bont dikkopje, bosbeekjuffer, levendbarende hagedis, roodborsttapuit en hermelijn. Dit zijn vrij kritische soorten, waarbij heel veel andere, meer algemene soorten kunnen meeliften. De nieuw aan te leggen gevarieerde natuur met een natuurlijke kwekerij en kruidenrijke paden en stroken met een extra struweelhaag aan de zijkanten creëren veel mogelijkheden om de biodiversiteit in de omgeving te versterken
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,5 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.3 (nr. 119) Gemeente Alphen-Chaam. GOB. Project Voedelbos Oosterwijksestraat 2 Alphen NB
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen APN03 L649, L825 en L826 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N16.03 Droog bos met productie. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met het toevoegen van de percelen aan het Provinciale NNB ten behoeve van invulling van ONNB. De gemeente zet in op versterking van het Bels Lijntje als ecologische verbindingszone en bijenlint voor insecten, amfibieën en kleine zoogdieren. Voedselbos De Laagstraat, met zijn ligging aan het Bels Lijntje, sluit hier goed op aan. Met de inrichting van een voedselbos met daarbij de aanleg van een bijenlint, vlinderweide, meanderende sloot en nieuwe boomstructuren wordt gelegenheid geboden om voor de diverse soorten, zoals reeën, hazen, vogels, insecten, bijen en vleermuizen, een leefomgeving te bieden die garant staat voor verdere ontwikkeling van deze populaties. Omdat de percelen nog niet zijn ingericht voegen wij deze toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van de percelen zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 2 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.4 (nr. 120) Gemeente Baarle-Nassau. GOB. Project Inrichting Landgoed Postel
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel BLE01 N419 en delen van de percelen BLE01 N886 en N887 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met de ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N12.05 Kruiden- en faunarijke akker, N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos en de landschapselementen L01.01 Poel en L01.02 Houtwal en houtsingel. De initiatiefnemer wil op de Kruiden- en faunarijke akkers (3,6 ha) starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB. De resterende 1,7 ha wordt ingericht met een natuurdoel.
De percelen maken deel uit van het landgoed Postel. De eigenaren hebben de ambitie om landbouw en natuur duurzaam te integreren. Op termijn willen ze de landbouw loslaten en het gehele terrein als natuur beheren. Het gebruik van de percelen met de functie ONNB en natuur past hier nu dan ook goed. Het gebied sluit aan op een smalle strook natuur van Staatsbosbeheer bestaande uit grasland, poelen en struweel, ingericht voor de boomkikker en verbindt het noordelijk gelegen Withagen en Den Rooy met het in het zuiden gelegen Merkske . Landgoed Postel sluit halverwege aan op deze smalle verbinding en maakt het NNB robuuster en meer divers. Het plangebied vormt een stapsteen voor diverse doelsoorten. Het grootste deel van het gebied blijft een landbouwfunctie houden, maar de akkers hebben een toegevoegde waarde door de inrichting tot bloemrijke akkers. De openheid van akkergewassen biedt een ideaal leefgebied voor insecten, muizen en vogels. De rest van de percelen wordt ingericht als een kleinschalig coulissenlandschap , met bos, houtkanten, solitaire bomen, een bomenrij en een poel. Het bos en struweel trekt vogels als appelvink en roodborsttapuit aan en de graslanden en akkers worden soortenrijk (met o.a. gewone brunel , grote ratelaar) ingericht waardoor ze een leefgebied vormen voor vlinders en bijensoorten (o.a. bruin blauwtje, bruin zandoogje). Door de poel profiteren ook amfibieën als boomkikker en kamsalamander. Omdat de percelen nog niet zijn ingericht voegen wij deze toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van de percelen, inclusief aan te leggen landschapselementen, zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 5,2 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.5 (nr. 121) Gemeente Bergeijk. Project De Kuilaard
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om een deel van perceel BEK00 A1134 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N16.03 Droog bos met productie. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met het toevoegen van de percelen aan het Provinciale NNB ten behoeve van invulling van ONNB. Het natuurdoeltype sluit aan op de reeds bestaande aangrenzende natuurterreinen in de omgeving. De voorgenomen inrichting biedt mogelijkheden voor de versterking van het leefgebied van verschillende soorten zoogdieren en vogels.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,6 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.6 (nr. 122) Gemeente Etten-Leur. GOB. Project Voedselbos ‘s Heeren Vrunten
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel RBG01 I265 en delen van de percelen ETN01 R47 en R60 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N16.03 Droog bos met productie. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen aan het Provinciale deel van het NNB. Natuurgebied ’s Heeren Vrunten (waar dit perceel onderdeel van uitmaakt) is gelegen in een verder te ontwikkelen ‘groene corridor’. Deze groene corridor wordt ontwikkeld om de ecologische relaties tussen de verspreid gelegen natuurgebieden te versterken (Pannenhoef – gemeentebossen – Rondgors – Schuitvaartjaagpad en Kogelvanger – Vloeiweide - Liesbos – Hooiberg). Zo worden bosgebieden met elkaar verbonden, waarbij het landschap een landschappelijke, recreatieve en ecologische meerwaarde aan het gebied geeft. ln algemene zin zal het plan een meerwaarde hebben voor de biodiversiteit ter plaatse. Doelstelling van het voedselbos is een combinatie van bijdragen aan meer diversiteit in de natuur en het experimenteren met oogstdrones met behulp van drones en raaprobots. Op het Kruiden- en faunarijke grasland zullen struweelhagen worden aangeplant. Deze hagen bieden voedsel- en nestelmogelijkheden voor struweelvogels en tegelijk beschutting. Er zullen meer dan 5% landschapselementen worden aangeplant. Langs het bovenste perceel loopt de EVZ "Zijtak Bleekloop". De inrichting van dit perceel sluit aan bij de doelsoorten voor deze EVZ. Omdat de percelen nog niet zijn ingericht voegen wij deze toe aan de beheertypenkaart als N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Na inrichting van de percelen zal de beheertypenkaart overeenkomstig worden aangepast.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 6,3 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.7 (nr. 123) Gemeente Heeze-Leende. Klimaatbuffer Leende
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel LDE01 G806 toe te voegen aan het Provinciale NNB met de ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N16.03 Droog bos met productie. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Provinciale NNB. Op het perceel wordt een klimaatbuffer ontwikkeld in combinatie met natuur. De ontwikkeling van een klimaatbuffer op deze plek is op verzoek van gemeente Heeze-Leende die de hemelwaterafvoer uit Leende wil afkoppelen van het riool en op verzoek van Waterschap de Dommel die aangeeft dat het hemelwater bij voorkeur moet infiltreren in de bodem en niet direct in de Groote Aa terecht mag komen.
Met het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 5,2 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.8 (nr. 124) Gemeente Heeze-Leende. Project Voedselbos Sterksel
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel HZE00 H197 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N16.03 Droog bos met productie. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Provinciale deel van het NNB. Het vrijkomen van dit perceel voor de natuur biedt de mogelijkheid om het NNB hier te vervolledigen en het natuurgebied compleet te maken. Daarbij heeft het omliggende bos een redelijk eenzijdige beplanting met voornamelijk eiken. Het voedselbos kan een positieve bijdrage leveren aan het bos omdat deze de biodiversiteit zal vergroten. Dit komt deels door de zeer diverse beplanting met veel en divers voedsel voor dieren, maar ook doordat een voedselbos opener is dan het omliggende bos. Hierdoor kunnen vegetatielagen onder de kruinen zich beter ontwikkelen. Dit is interessant voor o.a. insecten, vogels en kleine zoogdieren die hierdoor meer voeding hebben.
Door het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,9 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.9 (nr. 125) Gemeente ’s-Hertogenbosch. Project Investeringsplan ONNB Engelermeer
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de delen van de percelen HTG00 R488 en R1248 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N16.04 Vochtig bos met productie. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Provinciale deel van het NNB. Het voedselbos maakt onderdeel uit van het nog verder te ontwikkelen Natuurgebied Engelermeer. De gemeente is voornemens de omliggende percelen (graslanden), die wel nauw aansluiten op het bestaand Natuurgebied Engelermeer (NNB), ten zuiden van het plangebied, in een vroeg stadium van 2022 in te richten als nieuwe natuur. Hiermee wordt de aansluiting van het Voedselbos met het NNB een feit. Het huidige plangebied, Voedselbos Haverleij, zal een overvloed aan insecten en bessen geven voor onder andere broedvogels in de lente, maar ook voor overwinteraars. Daarnaast is het voedselbos aan de westkant bij de oever van het Engelenmeer een mooi habitat voor onder andere de brede wespenorchis die reeds in deze rand groeit en bloeit en zich mooi zal kunnen vestigen in het voedselbos onder de hogere bomen. Andere belangrijke doelsoorten zijn onder meer struweelvogels, zoals de grasmus en cetti’s zanger. Daarnaast zal het poeltje in en aan de rand van het voedselbos aantrekkelijk worden gemaakt voor amfibieën, zoals de kamsalamander en de poelkikker. Verder doelsoorten zijn dagvlinders, zoals het zandoogje en verschillende uit het blauwtjes familie, bijen, sprinkhanen en kleine marterachtigen, zoals de hermelijn en de wezel. Het gebied is ook zeker geschikt als foerageergebied van vleermuizen.
Door het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 4,4 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.10 (nr. 126) Gemeente ’s-Hertogenbosch. Project ONNB Maliskamp Buiten
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om (delen van) de percelen RML00 D2104, D2368, D2590, D3006, D3008, D2117, D2984, D3000, D2105, D2661 en D2658 toe te voegen aan het Provinciale NNB met als ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N12.05 Kruiden- en faunarijke akker. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de ecologische verbindingszone Groote Wetering. Momenteel bestaat het plangebied grotendeels uit graslanden met een relatief soortenarme vegetatie. Het oorspronkelijke kleinschalige Kampenlandschap is met name in het noordelijk deel en in het zuidwestelijk deel van het plangebied nog duidelijk herkenbaar door de aanwezigheid van boom- en struiksoorten als de zomereik, zwarte els, ruwe berk, meidoorn en grauwe wilg. Tevens zijn in het veld hoogteverschillen waarneembaar. Afgezien van de functie als foerageergebied voor een aantal diersoorten is de actuele natuurwaarde en diversiteit in het plangebied niet bijzonder hoog. Door de natuurontwikkeling op Maliskamp Buiten met kruiden- en faunarijk grasland en historische akkers met hakhoutsingels en poelen met natuuroevers van nat grasland wordt de ecologische, landschappelijke en recreatieve functie van de Groote Wetering versterkt. Het plangebied vormt bovendien een verbindende schakel tussen omliggende natuurgebieden, zoals het Vinkelsebos, Eikenbrug, Hooghei en Engelenstede en Landgoed De Wamberg. De ontwikkeling van natuur en landschap in Maliskamp Buiten heeft dan ook niet alleen een positief effect op de ecologische waarde van het plangebied, maar vormt ook een versterking van de ecologische waarden in de bestaande omliggende bos- en natuurgebieden. De percelen verbinden als het ware het geïsoleerde NNB in het noorden en oosten met het zuiden.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 25 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.11 (nr. 127) Gemeente Hilvarenbeek. Project Natuurboerderij Baarschot
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel HVR00 Q1714 toe te voegen aan het Rijks NNB met ambitietype N15.02 Dennen-, eiken en beukenbos en om perceel Q858 deels toe te voegen aan het Rijks NNB (het deel met ambitietype N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos) en deels als Provinciaal NNB in het kader van ONNB (het deel met ambitietype N16.03 Droog bos met productie).
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen als Rijks en als Provinciaal NNB. De percelen grenzen aan N2000 gebied Kempenland-west en aan Natte Natuurparel de Utrecht. Waterschap de Dommel trekt hier een project om het hydrologisch systeem en de ecologie van de Reusel te verbeteren. Omzetting van de percelen van landbouwkundig gebruik naar natuur (voor het niet ONNB deel) zorgt voor een buffer tussen de percelen met gangbare landbouw en natuurgebied de Utrecht. Het deel dat aansluit aan de Utrecht wordt ingericht als natuurbos. Hierbij wordt rekening gehouden met de nota Bossenstrategie van Provincie Noord-Brabant. Hierin pleit men voor toevoeging van bomen die de bodem minder verzuren en klimaatbestendig zijn, zoals winterlinde, gewone esdoorn en ruwe berk. In het deel dat als bos wordt ingericht worden bovendien hydrologische maatregelen genomen. De drainage in dit deel wordt onklaar gemaakt. Hierdoor zal er meer kwelwater in het gebied blijven.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 10,8 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.12 (nr. 128) Gemeente Land van Cuijk. Project ONNB An t Hoag
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen WRJ00 H505, H745, H506, H330 en H676 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met als ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N12.05 Kruiden- en faunarijke akker en N16.04 Vochtig bos met productie. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met het toevoegen van de percelen aan het Provinciale deel van het NNB. De percelen grenzen aan zowel EVZ Tovensche Beek als EVZ De Lage Raam. Door ecologische inrichting van de, in combinatie met de al ingerichte percelen van de EVZ’s, ontstaat een 11 ha aaneengesloten gebied en de mogelijkheid om een dergelijke landschapszone te realiseren, met (voedsel)bosjes, houtsingels, poelen en kruidenrijke akkers/graslanden. Door de omvang en variatie in structuurelementen draagt dit gebied niet alleen bij als foerageergebied en/of migratieroute, maar ook als leefgebied voor doelsoorten als das, struweelvogels en kamsalamander. Daarnaast zullen meeliftende soortgroepen als dagvlinders, libellen en amfibieën hiervan profiteren. Door met de inrichting een variatie in boom- en struiksoorten te gebruiken wordt ook de bloeiboog (nectaraanbod) verlengd voor insecten, evenals foerageergelegenheid (vruchten/bessen) voor struweelvogels en zoogdieren als das. Dit gebied kan daarom gezien worden als een robuuste “stapsteen” en vormt daarmee een belangrijke schakel voor het ecologisch functioneren van beide verbindingszones.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 8,5 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.13 (nr. 129) Gemeente Loon op Zand. Project Annahoeve
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen LOO00 Q300 en Q744 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen aan het Provinciale deel van het NNB. Natuurmonumenten, waar het aangrenzende natuurgebied eigendom van is, stimuleert agrariërs in de directe omgeving van haar natuurgebieden om de weg in te slaan naar natuurinclusieve landbouw. In dit geval zal de flora en fauna van het natuurgebied Huis ter Heide profiteren van de omschakeling van het melkveebedrijf. Insecten uit het natuurgebied profiteren van omliggende flora- en faunarijke graslanden, dit wordt met name gezien aan de toename van een aantal broedvogels als roodborsttapuit en grauwe klauwier in en nabij de flora- en faunarijke graslanden rondom het natuurgebied. Met de inzet van De Annahoeve zal deze ontwikkeling voortgezet kunnen worden aan de westzijde van het natuurgebied Huis ter Heide. Het vergroten van de soortenrijkdom staat centraal bij de ontwikkeling van de percelen tot ONNB. Door het kruiden- en faunarijke grasland wordt een divers leefgebied gecreëerd voor insecten en daarmee voor broedvogels. Door gebruik te maken van oude elementen, lijnen en patronen wordt de regionaal landschappelijke identiteit, cultuurhistorie en biodiversiteit herstelt. Zo wordt een landschap gecreëerd waar meer recht gedaan wordt aan de natuur zonder dat er geen aandacht meer wordt besteed aan economische en andere functies.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 18,8 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.14 (nr. 130) Gemeente Oss. Verkoop cluster 8 Berghem Leeijen VOF
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel OSS00 T178 als ingerichte ONNB B12.02 Kruiden- en faunarijk grasland toe te voegen aan het Provinciale NNB.
Wij stemmen in met de toevoeging van het ingerichte perceel aan het Provinciale NNB. Dit perceel vormt een waardevolle aanvulling aan een verder vrij arm bosgebied met een kruidenrijk grasland dat alleen via vlinderbloemigen verrijkt wordt met stikstof (verder geen bemesting). Er is een ruigte-struweelstrook midden op het perceel aangeplant met inheemse soorten. ONNB is niet opengesteld voor beheervergoeding.
Met het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,2 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en het raster voor ONNB aangebracht.
Art. 4.15 (nr. 131) Gemeente Reusel-de Mierden. Landgoed Wellenseind
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om delen van de percelen MDE02 A771 en A798 en de gehele percelen MDE02 A806 en H2001 op Landgoed Wellenseind toe te voegen aan het Rijks NNB als ONNB met het ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Hier zullen ongeveer 30 Brandrode runderen gaan grazen. Voor het andere deel van perceel MDE02 A798 en voor perceel MDE02 A795 wordt toevoeging aan het Rijks NNB verzocht met de ambitietypen N10.01 Nat schraalland en N11.01 Droog schraalgrasland. Voor perceel MDE02 A762 wordt verzocht om een wijziging van het ambitietype van N05.04 Dynamisch moeras naar N10.01 Nat schraalland en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Voor het deel dat wordt ingericht als N12.02 wordt tevens verzocht om dit op te nemen als ONNB.
Wij stemmen in met deze toevoeging aan het Rijks NNB. Een deel van de percelen ligt binnen het N2000 gebied Kempenland-west en de resterende percelen grenzen aan het N2000 gebied en aan Natte Natuurparel De Utrecht. Door de percelen om te vormen naar percelen met extensief beheer en percelen met hoge natuurwaarden wordt een belangrijke buffer gecreëerd tussen waardevolle, stikstofgevoelige natuur en het agrarische gebied ten zuiden van het landgoed. Door de omzetting van de oostelijke percelen naar natuur wordt directe aansluiting gerealiseerd bij de Mispeleindse heide met het Goorven en de Flaes. De omliggende natuur is voor een aantal zeldzame en kwetsbare soorten erg belangrijk. Zo bevinden zich hier populaties van de vinpootsalamander, levendbarende hagedis, hazelworm, bont dikkopje, blauwvleugelsprinkhaan en de moerassprinkhaan. Hun leefgebied wordt met de omzetting van de bestemming en het beheer sterk uitgebreid, met een grotere en meer toekomstbestendige populatie als gevolg. Ook mobiele soorten kunnen zich hier op termijn gaan vestigen. Realistisch zijn in dat opzicht de veldparelmoervlinder (met uitbreidende bronpopulaties in het grensgebied 15 – 25 km zuidelijker), bruin blauwtje, heivlinder, boszandloopkever, veldkrekel en diverse zeldzame soorten bijen en wespen. Met name voor soorten van het schaarse heischrale biotoop zal het gebied tevens als een belangrijke stepping stone gaan fungeren. Met de realisatie van natte hooilanden, zoals blauwgrasland, is de verwachting dat ook diverse soorten orchideeën en andere zeldzame planten zich op het landgoed zullen vestigen.
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 21,2 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.16 (nr. 132) Gemeente Reusel-de Mierden. Project Pilot Voedselbossen deel 2
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel MDE02 H10 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N16.03 Droog bos met productie. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Provinciale deel van het NNB. Het perceel ligt tegen Natte Natuurparel De Utrecht, deelgebied Broekkant. Door dit perceel toe te voegen aan het NNB en in te richten als natuur wordt geborgd dat goede invulling wordt gegeven aan de bufferende functie van het perceel voor de naastgelegen Natte Natuurparel. In de kwalitatieve verplichting is opgenomen dat veranderingen in het grondwaterpeil geaccepteerd dienen te worden. Verder is geen bemesting toegestaan op het perceel, wat de waterkwaliteit van de A-watergang die uiteindelijk op de Reusel uit komt, ten goede komt. Gezien de inrichting als voedselbos is ONNB (gelijkend op N16.03 droog bos met productie) het meest passend.
Door het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 1,9 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.17 (nr. 133) Gemeente Roosendaal. Project De Beeksprong
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel WOU00 Q426 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met als voornaamste ambitietypen N12.02 Kruiden- en faunrijk grasland en N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB, waarbij een voedselbos wordt ingericht langs EVZ de smalle beek.
Wij stemmen in met het toevoegen van het perceel aan het provinciale deel van het NNB. Met dit initiatief wordt een voedselbos gerealiseerd langs de EVZ Smalle beek. Hiermee kan deze locatie ook functioneren als een stapsteen in de EVZ. Wij wijken echter af van het verzoek om het voedselbos op te nemen als N15.02 Dennen, eiken- en beukenbos. Dit bostype betreft een natuurbostype en dit vinden wij niet passend voor een voedselbos dat wij zien als een bos met een productiedoelstelling. Om die reden nemen wij het voedselbos op als N16.03 Droog bos met productie. De moerasstrook zien wij als invulling van inrichting van de EVZ en nemen wij nu niet op als natuurbeheertype bij dit initiatief.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 2,3 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd
Art. 4.18 (nr. 134) Gemeente Sint-Michielsgestel. Akkercomplex Westakkers
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om perceel BLC00 L393 toe te voegen aan het Provinciale NNB met als ambitietype N12.05 Kruiden- en faunarijke akker. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met de toevoeging van het perceel aan het Provinciale NNB. Het gaat om een klein perceel dat op de rand ligt van het beekdal van de Aa. Op deze plek is van oudsher een akkercomplex aanwezig. De gemeente Sint-Michielsgestel wil in samenwerking met Stichting landschapsbeheer Aa-dal het oude ‘akkeren’ weer in ere herstellen. Dit houdt in ondiep ploegen, ruim zaaien van granen om zo ruimte te bieden aan akkerkruiden, gebruik maken van inheemse akkerkruiden, lichte bemesting (max 15 ton/ha/jr met ruige mest) en een deel van het gewas in de winter laten staan. Een waardevolle toevoeging voor de biodiversiteit in dit beekdal.
Met het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 0,8 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.19 (nr. 135) Gemeente Someren. Verkoop cluster 7 Someren
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen SMR02 O1293, O1080, O1081 en O1001 toe te voegen aan het Provinciale NNB met als ambitietypen N12.05 Kruiden- en faunarijke akker en N10.02 Vochtig hooiland. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen aan het Provinciale NNB. De percelen grenzen aan bestaand NNB en liggen in de buurt van N2000 gebied Strabrechtse Heide & Beuven en Natte natuurparel Strabrechtse Heide. De percelen worden ingericht als ONNB bestaande uit Kruiden- en faunarijke akkers, vochtig hooiland, voedselbos en verschillende landschapselementen. Geborgd wordt dat een zone van 25 meter beschikbaar blijft voor mogelijk beekherstel van de aangrenzende Vleutloop.
Met het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 3,5 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.20 (nr. 136) Gemeente Son en Breugel. Project Uitbreiding ONNB tbv ontwikkeling NiL
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen SON00 F110 en F206 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
Wij stemmen in met de toevoeging van de percelen aan het Provinciale deel van het NNB. Het plan is om op landbouwgrond, die direct grenst aan het provinciale deel van het Natuurnetwerk Brabant, aan de slag te gaan met het ‘Ondernemend Natuurnetwerk Brabant’. Concreet betekent dit de realisatie van kruiden- en faunarijk grasland in combinatie met het in stand houden van de landschapselementen L01.01 Poel en L01.02 Houtwal en houtsingel. Beëindiging van het intensieve agrarisch gebruik van de percelen draagt bij aan verbetering van de water- en bodemkwaliteit mede omdat niet langer kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden toegepast. Hierdoor wordt de verbinding tussen de aanwezige NNB-gebieden versterkt. De subsidie zal worden aangewend om het businessplan Natuurinclusieve landbouw Boerderij de Hofstad volledig ten uitvoer te brengen. Met de ontwikkeling van Kruiden- en faunarijk grasland wordt gestreefd de flora en de kleine fauna en het weidevogelgebied te vergroten
Door het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 5,5 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 4.21 (nr. 137) Gemeente Steenbergen. Project GOB-aanvraag Landbouwbedrijf van Eert
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen SBG02 AC792, AC866 en AC794 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met als ambitietype N12.02 Kruiden- en faunrijk grasland. De initiatiefnemer wil hier starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB, waarbij een extensief, biologisch agrarisch bedrijf omschakelt naar een melkveebedrijf.
Wij stemmen in met de toevoeging aan het Provinciale deel van het NNB. Met dit initiatief, grenzend aan bestaand NNB, wordt de ecologische samenhang van het NNB versterkt. De kruiden- en faunarijke graslanden worden aangekleed met landschapselementen zoals een bosje, een poel, elzensingels en een houtsingel. Een oude waterloop wordt in ere hersteld en krijgt natuurvriendelijke oevers. Kortom een stevige impuls aan de versterking van de biodiversiteit in dit gebied.
Met het toevoegen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 18,3 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd
Art. 4.22 (nr. 138) Gemeente Vught en gemeente Sint-Michielsgestel. Project Landgoed Bleijendijk
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) verzoekt om de percelen MCG00 E4611, VUG00 C1419, C2550, C529, C530, C531, C532 en C533 toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met de ambitietypen N10.02 Vochtig hooiland, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos. Voor de percelen VUG00 C1090, C1415, C1416, C1417, C1421, C2222, C2345, C2346, C2548, C2551, C2552, C2602, C517, C518, C521, C537, C538 en C539 wordt verzocht deze (deels) toe te voegen aan het Provinciale deel van het NNB met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N12.05 Kruiden- en faunarijke akker. Hier wil de ondernemer starten met Ondernemend Natuurnetwerk, ONNB.
In het beleidsoverleg van de provincie van 15 november 2021 is ingestemd met de toevoeging van deze percelen aan het NNB. Het NNB langs de Essche Stroom is recent door het waterschap ingericht met hermeandering en faciliteiten voor waterberging. Hiermee is de ecologische kwaliteit sterk verbeterd. Toch is het beekdal smal begrensd ter hoogte van landgoed Bleijendijk. Een versterking in een zone langs de beek die ligt op het grondgebied van het landgoed is hier op zijn plaats. Met name de gradiënten voegen ecologische kwaliteit toe aan het NNB. Aan de oostzijde van de beek zal voor het grootste deel vochtig hooiland worden ingericht en twee kleinere delen Rivier- en beekbegeleidend bos. Op de flanken wordt ONNB gerealiseerd. Dit ONNB moet leiden tot een versterking van de huidige aanwezige ecologische waarden door de aanleg van minstens 5% oppervlakte met nieuwe, robuuste landschapselementen. Ook is toestemming gegeven tot het toevoegen van 2,2 ha bestaand bos aan het NNB. Hiervoor wordt geen beheervergoeding opengesteld. Toevoeging van dit gebied aan het NNB vormt een substantiële ecologische en hydrologische versterking van het Natuurnetwerk Brabant.
Door het toevoegen van het perceel neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur toe met 41,2 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Artikel V Ambtshalve wijzigingen
Gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het Natuurbeheerplan 2023, beheertypen- en ambitiekaart, als vastgesteld bij besluit van 11 oktober 2022, volgend op de Ontwerp Wijziging Interim Omgevingsverordening kaartaanpassingen 2023, overeenkomstig de bijbehorende stukken opgenomen als kaartbijlage:
Art. 5.1 (nr. 139) Gemeente Altena. Verwijderen NNB vanwege splitsing perceel
In afstemming met Brabants Landschap is de kadastrale begrenzing van perceel ABG00 A1070 gewijzigd. Dit perceel is gesplitst in de percelen ABG00 A1236 en A1237, waarbij A1236 wordt verkocht aan derden en perceel A1237 wordt overgedragen aan het Brabants Landschap. Het deel N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur ter grootte van 206 m2 verwijderen wij van perceel A1236.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.2 (nr. 140) Gemeente Baarle-Nassau. Kaartopschoning Hollandse bossen
Wij zijn door de trekker van het gebied Hollandse bossen opmerkzaam gemaakt op een restopgave nieuwe natuur in het gebied. De trekker gaf aan dat er geen opgave nieuwe natuur meer ligt in dit gebied. Er staat nog een restopgave van 0,07 ha nieuwe natuur in het Provinciale deel van het NNB. Wij hebben dit oppervlak bijgetrokken bij de aangrenzend natuurtypen die op dit moment aanwezig zijn op dezelfde kadastrale percelen. Hoofdzakelijk gaat de opgave van nieuwe natuur naar bestaande natuur van het type N03.01 Beek en bron, N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos, N14.03 Haagbeuken- en essenbos en N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
Wij hebben de ambitiekaart en beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.3 (nr. 141) Gemeente Bergeijk. Kaartopschoning Barrière 9a
Wij hebben geconstateerd dat een deel van het NNB nabij Barrière 9a te Bergeijk op perceel BEK00 C2123 overlapt met de bestemming wonen uit het vigerende bestemmingsplan. Wij herstellen deze kaartfout en verwijderen 841 m2 ha bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie uit het Provinciale NNB. Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.4 (nr. 142) Gemeente Bergeijk. Verwijderen NNB vanwege verkoop
De eigenaar van de percelen WTH00 D846 en D862 wenst het recht van weg te verkrijgen naar de openbare weg genaamd “Oude Weerderdijk” over de percelen D848, D849 en D81, in eigendom van de gemeente Westerhoven en het waterschap. De erfdienstbaarheid omvat het recht van weg/overpad over een strook grond ter breedte van ongeveer 4 meter. Dit deel is echter begrensd binnen het NNB. Wij herstellen dat bij deze en verwijderen de strook N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur ter grootte van 264 m2 uit het Rijks NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.5 (nr. 143) Gemeente Bernheze. Kaartfout Landgoed de Berkt
Wij merken op dat niet het gehele perceel HEE02 F297 is begrensd binnen het NNB, terwijl dit wel in de GOB-beschikking is aangevraagd en gehonoreerd. Daarom voegen wij 2 kleine delen toe aan het provinciale NNB als ingerichte nieuwe natuur N10.02 Vochtig hooiland en L01.02 Houtwal. Wij stellen deze 2 delen open voor beheervergoeding. Daarnaast verwijderen wij 2 kleine delen op het naastgelegen perceel HEE02 F296. Deze horen niet binnen het NNB. Netto wordt er 160 m2 nieuwe natuur bijbegrensd.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 5.6 (nr. 144) Gemeente Boxtel. Percelen project ARK-Groot Velder nog niet ingericht
Wij constateren dat in het Natuurbeheerplan 2023 onterecht delen van de percelen BTL00 P444, P443 en P476 als ingericht N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos of N14.03 Haagbeuken- en essenbos op de beheertypenkaart zijn aangegeven. Deze delen van de percelen zijn echter nog niet in het kader van het GOB-project ARK-Groot Velder ingericht. Wij wijzigen het beheertype daarom naar N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur.
Wij hebben de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.7 (nr. 145) Gemeente Eersel. GOB. Gebied van de Run, omzetten Provinciaal naar Rijks NNB
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) wijst ons erop dat op de percelen ESL00 K903, K1444 en K1446 een streep Provinciaal NNB door Rijks NNB loopt. Dit betreft een kaartfout. Wij passen dit aan, zodat alle percelen hier in het gebied van de Run Rijks NNB zijn conform de beekdalen rondom andere KRW waterlichamen . Op eigen initiatief wijzigen wij ook de delen van het bestaande NNB die gelegen zijn binnen de percelen ESL00 K1048, K1047, RHV00 D437, D434 en D867 van Provinciaal naar Rijks NNB
Wij hebben het label gewijzigd.
Art. 5.8 (nr. 146) Gemeente Gemert-Bakel. Te ruime NNB-begrenzing
Wij constateren dat wij op perceel HMD00 Q563 ten onrechte delen als NNB hebben begrensd terwijl het NNB niet aanwezig is op deze percelen. Dit veroorzaakt nu problemen met het aanvragen van subsidie in het kader van de Stimuleringsregeling Landschap (Stila). Wij herstellen dat bij deze en verwijderen deze delen ter grootte van 0,2 ha uit het NNB. Het betreft Bestaande natuur N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.9 (nr. 147) Gemeente Heeze-Leende. IOV. Verwijderen NNB Kloostervelden
Wij constateren dat binnen het woongebied Kloostervelden in Sterksel overlap is met het NNB. In totaal gaat het om 0,5 ha bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie. Wij verwijderen dit uit het NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.10 (nr. 148) Gemeente Helmond. Kaartfout gerealiseerde EVZ
Wij constateren dat wij op perceel HMD00 A4598 ten onrechte een groot deel van het perceel als ecologische verbindingszone hebben begrensd. Dit veroorzaakt nu problemen met het aanvragen van subsidie in het kader van de Stimuleringsregeling Landschap (Stila). Wij herstellen dat bij deze en verwijderen het NNB met de aanduiding EVZ ter grootte van 0,8 ha van het perceel.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.11 (nr. 149) Gemeente ’s-Hertogenbosch. Bosgroep Zuid Nederland . Overlap bestemming verkeer
Wij constateren dat delen van de percelen RML00 G4376 en G3910 ten onrechte zijn begrensd als NNB. Er ligt een verkeersbestemming op delen van de percelen. Wij verwijderen de percelen, met een omvang van 0,9 ha, uit het NNB. Het gaat om Bestaande natuur.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.12 (nr. 150) Gemeente s-Hertogenbosch . Project C2274515 Kanaalparken 2e fase ’s-Hertogenbosch
Wij constateren dat op de percelen HTG00 U1338 en RML00 H6295 kleine delen als gerealiseerde Ecologische verbindingszone staan aangegeven. Dit betreft echter geen EVZ, maar Nieuwe natuur die nog niet ingericht is, met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Op perceel HTG00 U1335 is juist een deel aangeduid als Nieuwe natuur, nog om te vormen landbouwgrond naar natuur, N00.01. Dit moet gerealiseerde EVZ zijn.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.13 (nr. 151) Gemeente Land van Cuijk. Verwijderen huiskavel uit NNB
De eigenaar van de percelen CUI00 N683 en N699 heeft opgemerkt dat er deels overlap is tussen het bouwblok en het NNB en heeft dit bij de gemeente Land van Cuijk aangegeven. In totaal gaat het om 712 m2 Nieuwe natuur N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur met ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Dit betreft een kaartfout. Wij verwijderen dit uit het NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.14 (nr. 152) Gemeente Maashorst. Kaartopschoning Kooldert
Wij zijn door de trekker van gebied De Kooldert opmerkzaam gemaakt op een restopgave nieuwe natuur in het gebied. De trekker gaf aan dat er geen opgave meer ligt in dit gebied. Het betreft dan ook een zeek kleine opgave, 64 m2. Een deel (63 m2) hebben wij bijgetrokken bij het aangrenzend bostype N16.03 Droog bos met productie, dat aanwezig is op hetzelfde kadastrale perceel in eigendom van de gemeente Maashorst. Het andere deel, dat overlapt met de bestemming verkeer, hebben wij verwijderd uit het Provinciale deel van het NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.15 (nr. 153) Gemeente Maashorst. Kaartopschoning Maashorst
Wij hebben geconstateerd dat een deel van het NNB nabij de Kuilenweg 1 bij Loo op perceel UDN00 Q446 overlapt met een schuur die voor de vaststelling van de Ecologische Hoofdstructuur in 2002 reeds aanwezig was. Wij herstellen deze kaartfout en verwijderen 150 m2 ha Nieuwe natuur N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur uit het Provinciale NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.16 (nr. 154) Gemeente Maashorst. Verwijderen NNB vanwege overlap bestemming verkeer
Wij constateren dat een smalle strook van perceel UDN00 D1720 overlapt met de bestemming verkeer van de N264 uit het vigerende bestemmingsplan. Wij verwijderen dit deel van het perceel, met een omvang van 0,02 ha, uit het NNB. Het gaat om Bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.17 (nr. 155) Gemeente Meierijstad. Verwijderen EVZ vanwege snelfietsroute Veghel – Uden, deelgebied Mariaheide
Gemeente Meierijstad heeft ons erop gewezen dat op de percelen VHL00 L148 en L2855 overlap aanwezig is tussen de begrenzing van het NNB (een gerealiseerde ecologische verbindingszone) en het bestemmingsplan ‘Snelfietsroute Veghel – Uden, deelgebied Mariaheide’. Dit betreft een kaartfout die wij hierbij herstellen. Wij verwijderen de overlap ter grootte van 1691 m2 uit het NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.18 (nr. 156) Gemeente Oirschot. Project De Willekus
Wij merken op dat de inrichting van perceel MDB03 F184, zoals in de 1e partiële wijziging van het Natuurbeheerplan 2023 is aangegeven, niet juist is. Een gedeelte dat is ingericht als N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos stond ten onrechte als ingericht N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland op de kaart. Dat herstellen wij bij deze. Daarnaast merken wij op dat niet het gehele perceel in het NNB is opgenomen. Ook dat herstellen wij. Wij voegen 62 m2 ingericht Rivier- en beekbegeleidend bos toe aan het Rijks NNB als nieuwe natuur en stellen dit open voor beheervergoeding.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en het label subsidiabel ja aangebracht.
Art. 5.19 (nr. 157) Gemeente Oosterhout. Verwijderen NNB Vuurvlinderhof
Wij constateren dat er bij de Vuurvlinderhof in Oosterhout overlap is tussen het woonvlak en het NNB. In totaal gaat het om 1045 m2 bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie. Wij verwijderen dit uit het NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.20 (nr. 158) Gemeente Roosendaal. Kaartopschoning Nispen/ Everland
Wij zijn door de trekker van gebied Nispen/Everland opmerkzaam gemaakt op een restopgave nieuwe natuur in het gebied. De trekker gaf aan dat er geen opgave nieuwe natuur meer ligt in dit gebied. Er staat nog een restopgave van 0,2 ha nieuwe natuur in het Provinciale deel van het NNB. Omdat het gaat om een zeer smalle rand NNB op een groot landbouwperceel waar geen NNB-status op ligt gaan wij uit van een intekenfout.
Met het verwijderen van de percelen neemt de oppervlakte Nieuwe Natuur af met 0,2 ha.
Wij hebben de ambitiekaart en beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.21 (nr. 159) Gemeente St. Michielsgestel. Project Oud Herlaer
Wij merken op dat op de percelen MCG00 N152 en N153 kleine delen als Rijks NNB staan aangegeven, terwijl het gehele perceel als Provinciaal NNB door het Groen Ontwikkelfonds Brabant is beschikt. Wij wijzigen deze delen naar Provinciaal NNB.
Wij hebben het label gewijzigd.
Art. 5.22 (nr. 160) Gemeente Someren. Kaartfout EVZ
Wij constateren dat wij op perceel SMR02 S224 ten onrechte een deel van het perceel als ecologische verbindingszone hebben begrensd. Dit veroorzaakt nu problemen met het aanvragen van subsidie in het kader van de Stimuleringsregeling Landschap (Stila). Wij herstellen dat bij deze en verwijderen het NNB ter grootte van 0,6 ha van het perceel.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.23 (nr. 161) Gemeente Son en Breugel. Project Dommel uit de Verf Dommeloever achter Leeuweriklaan
Wij constateren dat delen van de percelen SON00 E2098, E521, E522, E2046 en E2239 ten onrechte zijn opgenomen binnen het Rijks NNB als Nieuwe natuur. Wij herstellen deze kaartfout bij deze en verwijderen het NNB ter grootte van 186 m2 van deze percelen. Daarnaast constateren wij dat perceel SON00 E304 juist niet volledig als NNB is begrensd. Wij voegen een deel Nieuwe natuur ter grootte van 196 m2 toe aan het Rijks NNB met ambitietype N00.01 Zoekgebied 2.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Art. 5.24 (nr. 162) Gemeente Tilburg. Elisabeth ziekenhuis
In de 1e partiële wijziging van het Natuurbeheerplan 2023 is een wijziging doorgevoerd in verband met het bestemmingsplan ‘St Elisabethziekenhuis e.o. 2009 1e herz (Zorgcampus)’. De herontwikkeling van het ziekenhuis valt samen met het NNB. Hiervoor is in december 2022 715 m2 uit het NNB verwijderd en als compensatie is op een strook grond ten westen van de Hilvarenbeekseweg een ecologische verbindingszone gepland. Hiervoor is destijds een gebied ter grootte van 1,2 ha aan het NNB toegevoegd. Nu merken wij op dat er tussen de toegevoegde ecologische verbindingszone en waterloop de Leij een onderbreking van het NNB is ontstaan. Dit vinden wij onwenselijk. Daarom voegen wij op perceel TBG01 W952 0,6 ha bestaande natuur toe aan het NNB als ecologische verbindingszone met beheertype N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur en ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 5.25 (nr. 163) Gemeente Veldhoven. Volmolenweg. NNB ligt ter plaatse van verkeersbestemming
Wij merken op dat op de percelen RHV00 A1694, A1696, VHV01 B3125 en B3132 een gedeelte van het NNB samenvalt met de bestemming verkeer uit het vigerende bestemmingsplan. Wij werken de kaart bij op basis van de bestemmingsplangegevens en verwijderen deze delen van 735 m2 N16.04 Vochtig bos met productie uit het NNB.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Artikel VI Periodieke aanpassing Natuurbeheerplan aan grenswijzigingen in het ruimtelijke spoor
Gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het Natuurbeheerplan 2023, beheertypen- en ambitiekaart, als vastgesteld bij besluit van 11 oktober 2022, volgend op de Ontwerp Wijziging Interim Omgevingsverordening kaartaanpassingen 2023, overeenkomstig de bijbehorende stukken opgenomen als kaartbijlage:
Art. 6.1 (nr. 164) Gemeente Alpen-Chaam. Wijziging Interim omgevingsverordening ivm plan Heistraat 16-18 Ulvenhout
Gemeente Alphen-Chaam wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Heistraat 16-18, Ulvenhout AC’. Het bestemmingsplan is een herziening van het geldende bestemmingsplan voor landgoed Ulvenhart in Alphen-Chaam. De vervallen bebouwing van het landgoed is opgeknapt en er zijn diverse dag- en verblijfsrecreatieve functies op het landgoed toegevoegd. Het bestemmingsplan voorziet in een actuele juridisch-planologische regeling waarin diverse verleende vergunningen zijn verwerkt en zorgt gedeeltelijk voor legalisatie van strijdig gebruik/bebouwing. Het bestemmingsplan maakt onder meer de realisatie van een parkeerplaats mogelijk. De ontsluiting van deze parkeerplaats is echter gelegen in het NNB en leidt tot een beperkte aantasting van het NNB. Er verdwijnt 54 m2 bestaande natuur N15.02 Dennen-, eiken en beukenbos. Er wordt voorzien in een financiële compensatie om het verlies van NNB-areaal te compenseren. Wij hebben hiermee ingestemd.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 6.2 (nr. 165) Gemeente Bladel. Troprijt 10
Gemeente Bladel wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘ Troprijt 10, Bladel’. In het bestemmingsplan ‘Uitbreiding Achterste Hoef’ (vastgesteld op 2 februari 2012) was een 25 meter brede bestemming Natuur opgenomen tussen de golfbaan en de Aa of Goorloop. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk in het NNB. Bij de aanleg van de golfbaan is echter een deel van de golfbaan gerealiseerd binnen deze natuurstrook. Om deze delen van de golfbaan correct te bestemmen als Recreatie is herbegrenzing van het NNB nodig. Er verdwijnt 0,7 ha NNB, N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Omdat alleen de gronden binnen de 25-meterstrook van de Aa of Goorloop in het bestemmingsplan ‘Uitbreiding Achterste Hoef’ en het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bladel 2014’ bestemd zijn als Natuur en de resterende strook van 25 meter als Recreatie en Groen, mag hier een golfbaan worden aangelegd. Compensatie vindt plaats door toevoeging van 0,4 ha ingerichte natuur aan het NNB en inrichting van 0,6 ha natuur binnen de reeds begrensde NNB. Inrichting heeft plaatsgevonden als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N12.06 Ruigteveld en L01.16 Bossingel.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 6.3 (nr. 166) Gemeente Eindhoven en Nuenen, Gerwen en Nederwetten. IOV. Fietspad Eindhoven-Nuenen-Helmond
De Gemeenten Eindhoven en Nuenen, Gerwen en Nederwetten wensen een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Fietspad Eindhoven-Helmond’. Het verkeers- en vervoerbeleid in Eindhoven en in de regio is erop gericht de vraag naar mobiliteit te faciliteren op een zodanige wijze dat betrouwbare reistijden worden gerealiseerd met behoud van een prettig en gezond leefmilieu. De fiets wordt als een steeds aantrekkelijker alternatief gezien voor de auto. De concurrentiepositie van de fiets wordt onder andere verbeterd door het aanleggen van snelle en comfortabele (regionale) snelfietsroutes. Omdat naast snelheid en comfort ook directheid en veiligheid belangrijke aspecten zijn spreken we bij voorkeur over doorfietsroute. Een van die fietsroutes is de route Eindhoven – Nuenen C.A. – Geldrop-Mierlo - Helmond, gelegen aan de noordzijde van het spoor. De gewenste ontwikkeling past niet binnen de geldende bestemmingsplannen van de gemeenten Eindhoven en Nuenen. Om het fietspad te kunnen realiseren dient daarom een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Het fietspad overlapt voor ongeveer 1 ha met het NNB. Hiervan is 0,3 ha Nieuwe natuur Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur (N00.01) en 0,7 ha bestaand bos (N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos en N16.04 Vochtig bos met productie) in het dal van de Kleine Dommel. Aangezien de leeftijd van het bos als ouder dan 25 jaar wordt geschat, is voor de compensatie een toeslag van 2/3 van toepassing in verband met de ontwikkelingsduur van de vegetatie. De compensatieoppervlakte bedraagt 7.762 m2 (4.648 m2 x 1,67). Deze compensatie kan nabij de locatie niet fysiek gecompenseerd worden. Om deze reden wordt gekozen voor een financiële compensatie. Wij hebben hiermee ingestemd.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 6.4 (nr. 167) Gemeente Geertruidenberg. Verwijdering NNB vanwege nieuw bestemmingsplan
Gemeente Geertruidenberg wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘ Veerse Toren Raamsdonksveer’. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van een hotel met 150 kamers, een parkeerplaats en de restauratie van de monumentale watertoren. Bij de werkzaamheden gaat het NNB binnen het plangebied verloren. Het betreft hier 5390 m2 N16.04 Vochtig bos met productie. Het te verwijderen NNB bestaat uit twee vlakken. Het westelijke vlak betreft een smalle strook die de Nionplas van de afrit scheidt. Het bestaat uit een eikenbos van circa 20 jaar oud, welke zeer dicht beplant is. De ondergroei is hierdoor beperkt tot enkele jonge heesters. Ook is er door de beperkte ontwikkeltijd weinig dood hout aanwezig. Ten oosten van de strook ligt de afrit en ten westen een veel gebruikt wandelpad. Hierdoor is verstoring door aanwezigheid van geluid vrij hoog. Gezien de ligging aan de rand van de plas is het plangebied wel een belangrijke verbinding rondom de Nionplas . Hierdoor wordt een groenstructuur doorbroken. Door de herinrichting van de A59 wordt het groen langs de noordoever van de Nionplas echter al verwijderd, waarvoor het NNB hier reeds is herbegrensd . Het oostelijke vlak NNB bestaat uit een berm met kruidenrijk grasland met hierop enkele aangeplante bomen (eiken en populieren). De locatie ligt sterk versnipperd en is zeer beperkt van grootte. De huidige kenmerken en waarden van dit deelgebied zijn daarmee minimaal. Er wordt voorzien in een financiële compensatie om het verlies van NNB-areaal te compenseren. Wij hebben hiermee ingestemd.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 6.5 (nr. 168) Gemeente Land van Cuijk. Herinrichting N321 Grave-Beers tussen 3.8 en 6.750
Gemeente Land van Cuijk wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Herinrichting N321 Grave-Beers tussen 3.8 en 6.750’. De N321 ter hoogte van Gassel is toe aan groot onderhoud en de weg moet veiliger worden. Directe aansluitingen met het onderliggende wegennet komen zoveel mogelijk te vervallen en onveilige kruisingen worden vervangen door rotondes. Deze herinrichting past niet overal binnen de ter plaatse geldende bestemmingplannen. Daarom is er een nieuw bestemmingsplan opgesteld voor de locaties waar het ontwerp niet past binnen het geldende bestemmingsplan binnen de gemeente Land van Cuijk. De herinrichting valt voor een deel samen met het NNB. In totaal verdwijnt 1 ha N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos, N16.03 Droog bos met productie en N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur uit het Provinciale NNB. Deze aan te tasten delen worden gecompenseerd door de aanleg van 2,6 ha N16.03 Droog bos met productie op de percelen GVE00 C1352 en GVE00 C1630 aan de Cuykchesteeg . Compensatie op deze locatie draagt bij aan een robuuster NNB, omdat de huidige locatie agrarisch in gebruik is. Door het realiseren van bos wordt het oppervlakte vergroot en wordt het leefgebied van de bij het bos behorende soorten vergroot. Verder grenst het te realiseren bos aan een reeds bestaand bos waardoor de diversiteit aan soorten, en daarmee de robuustheid, toe zal nemen. Door middel van kleinwildrasters en tunnels kan de N321 worden overbrugd waardoor het leefgebied wordt vergroot, wat zal bijdragen aan een beter functionerend en robuuster NNB.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 6.6 (nr. 169) Gemeente Meierijstad. Kremselen 12. Verwijdering NNB ter plaatse van uitbreiding bedrijf ( nav bestemmingsplan)
Gemeente Meierijstad wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12’. Bomenrooibedrijf Gebroeders Peters exploiteert op de bedrijfslocatie Kremselen 12 te Sint-Oedenrode reeds 30 jaar een bomenrooibedrijf . Om de continuïteit en de toekomstbestendigheid van het bedrijf te waarborgen zijn initiatiefnemers voornemens de bedrijfslocatie uit te breiden met een gedeelte van het agrarisch perceel dat aan de oostzijde aan de bedrijfslocatie grenst. Een zeer klein deel van het perceel waarop de voorgenomen uitbreiding plaatsvindt (57 m2) is gelegen binnen het NNB. Deze zeer beperkte aantasting van het NNB kan worden gecompenseerd met een kleinschalige herbegrenzing . Er wordt voorzien in een financiële compensatie om het verlies van NNB-areaal te compenseren. Wij hebben hiermee ingestemd. Daarnaast overlapt een deel van het NNB met het bestaande bouwvlak met bestemmingsvlak ‘Bedrijf’. Dit is al langere tijd het geval. Op dit deel is sprake van een kaartfout. Deze correctie wordt daarom ook meegenomen in de herbegrenzing . Hiervoor is geen compensatie nodig.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 6.7 (nr. 170) Gemeente Oirschot. Verbindingsweg Kempenweg- Eindhovensedijk
Gemeente Oirschot wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Verbindingsweg Kempenweg- Eindhovensedijk ’. In de huidige situatie ondervinden de inwoners van Oirschot hinder door sluipverkeer van en naar de A58. Met name bij files op de A58 is de kern van Oirschot een populaire sluiproute voor automobilisten. Dit leidt tot onveilige verkeerssituaties op de wegen in het zuidelijke deel van Oirschot. De gemeenteraad heeft daarom besloten een verbindingsweg aan te leggen tussen de rotonde Kempenweg/De Kemmer en de Eindhovensedijk , ongeveer ter hoogte van De Kriekampen . Hiervoor is een wijziging van het bestemmingsplan nodig. De nieuwe weg overlapt voor 13.544 m² met het NNB. Een deel hiervan is N16.03 Droog bos met productie en een deel is N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Het ambitietype van de gehele locatie is N16.03 Droog bos met productie. Omdat het deel van het NNB met beheertype N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur reeds uit bos bestaat, kan dit deel niet meer gebruikt worden ter compensatie en dient dat ook gezien te worden als te compenseren bos. Compensatie zal plaatsvinden op perceel OST00 N57.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 6.8 (nr. 171) Gemeente Roosendaal. Snelfietsroute F58 Oostelijk deel Roosendaal Wouwse baan
Gemeente Roosendaal wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Snelfietsroute F58 – deel oost’. Er is op dit moment geen directe, korte en snelle fietsroute tussen Roosendaal en Bergen op Zoom. Het realiseren van een kwalitatief hoogwaardige snelfietsroute tussen beide steden biedt kansen om het aantal fietsers tussen beide steden te vergroten. Omdat de snelfietsroute niet geheel binnen de geldende bestemmingsplannen past is voor een gedeelte (oostelijk deel) van het tracé een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Voor het westelijke deel wordt op een later tijdstip een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het fietspad is voor 1571 m2 gelegen binnen nog in te richten NNB (N00.01) met als ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Omdat het hier niet om bestaande NNB gaat is er geen sprake van versnippering. Als later het omliggende deel omgevormd wordt naar Kruiden- en faunarijk grasland zal er wel enigszins sprake zijn van versnippering, maar gezien de te verwachten soorten van een open landschap zal deze versnippering niet van wezenlijke waard zijn. Het nog in te richten NNB ter grootte van 3,3 ha is de fysieke compensatie voor de aanleg van de snelfietsroute. Op eigen initiatief verwijderen wij een deel bestaande natuur N16.04 Vochtig bos met productie ter grootte van 900 m2 bij een rotonde. Hier vindt overlap plaats tussen de bestemming verkeer en het NNB.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 6.9 (nr. 172) Gemeente Rucphen. Herbegrenzing Jachthuis Schijf
Gemeente Rucphen wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020, Landgoed Jachthuis Schijf’. Het bestemmingsplan is een herziening van het geldende bestemmingsplan voor het landgoed Jachthuis Schijf. Het plan voorziet in het toevoegen van enkele economische dragers in de vorm van woningen en een bedrijfsgebouw met bedrijfswoning. Tevens voorziet het plan in herbegrenzing van het Natuur Netwerk Brabant waardoor per saldo het NNB in oppervlakte toeneemt. De gronden aan de Achtmaalsebaan en de Hoeksestraat , waar de woningen en het bedrijfsgebouw zijn voorzien, vallen samen met het NNB. Er wordt dan ook 0,7 ha bestaande Provinciale NNB N16.03 Droog bos met productie verwijderd. Het bos zal hoogstwaarschijnlijk een leeftijd hebben van ongeveer 60-80 jaar. Dit betekent dat het bosareaal gecompenseerd moet worden met een toeslag van 2/3 van de inbreuk. In totaal is de compensatieopgave 1,4 ha. De gemeente Rucphen kiest ervoor om de compensatieopgave te realiseren in een gebied dat aansluit op het bestaande NNB. Daarbij is gekeken welke versterkingen en verbindingen vanuit het oogpunt van ecologie in het gebied tot een meerwaarde leiden. Aan de zuidoostzijde van de landbouwenclave De Sneider is een deel van het landgoed niet opgenomen binnen het Natuur Netwerk Brabant. Het terrein bestaat voornamelijk uit opslag van Amerikaanse vogelkers, een overjarige boomkwekerij en Amerikaanse eik. Op dit gedeelte van het landgoed zal de compensatie worden gerealiseerd. Het geheel tot en met de landbouwgronden zal aan het NNB worden toegevoegd. Het gaat hierbij om een toevoeging van 2,8 ha bestaande uit 1 ha N07.01 Droge heide en 1,8 ha N16.03 Droog bos met productie. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de gestelde compensatieopgave.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 6.10 (nr. 173) Gemeente Tilburg. Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 9e herziening ( Dongenseweg 75)
Gemeente Tilburg wenst een wijziging door te voeren in verband met het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 9e herziening ( Dongenseweg 75)’. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het vastleggen van een reguliere woonbestemming voor de bestaande woning op het perceel Dongenseweg 75 in Tilburg. Het plangebied is reeds jaren in gebruik als woning met aangrenzende tuin. Deze functie zal met de wijziging van de bestemming gecontinueerd worden. Het plangebied ligt in het NNB en betreft 1199 m2 N16.03 Droog bos met productie. Door de reeds bestaande situatie en gebruik, zijn negatieve en externe effecten op het Natuurnetwerk Brabant redelijkerwijs uit te sluiten. Er wordt voorzien in een financiële compensatie om het verlies van NNB-areaal te compenseren. Wij hebben hiermee ingestemd.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 6.11 (nr. 174) Gemeente Tilburg. IOV. Gerealiseerde EVZ door de Oostkamer
Gemeente Tilburg wijst ons erop dat een Ecologische verbindingszone door het gebied de Oostkamer niet meer opgenomen is in de Interim Omgevingsverordening (IOV) en verzoekt deze weer toe te voegen. Deze EVZ heeft betrekking op het bestemmingsplan ‘Oostkamer 2015’. Het plan voorziet in de realisatie van een landelijk woonmilieu in het gebied Oostkamer met de bouw van ongeveer 165 woningen. Verbinding van natuur en landschapsbeleving is een belangrijk aspect van het plan. Door het gebied loopt een ecologische verbindingszone tussen het Schaapsven en Zwaluwenbunders. Deze ecologische verbindingszone stond tot de geconsolideerde versie van de IOV van 2021 nog op de kaart als zoekgebied EVZ, in 2022 was deze echter van de kaart verdwenen. In deze periode is de EVZ gerealiseerd met de restopgave. Daarmee is de zone van 25 meter rondom een gerealiseerde EVZ vervallen in de IOV. Tegelijkertijd had de EVZ als gerealiseerde EVZ in het Natuurbeheerplan moeten worden opgenomen. Dit is echter niet gebeurd. Wij voegen de gerealiseerde EVZ nu alsnog toe aan het Natuurbeheerplan.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd.
Art. 6.12 (nr. 175) Gemeente Uden. Vliegbasis Volkel
Het Rijksvastgoedbedrijf wenst een wijziging door te voeren op vliegbasis Volkel. In verband met de komst van F-35 straaljagers vinden op de vliegbasis Volkel verschillende ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Bij 2 van deze ontwikkelingen verdwijnen bosgebieden (N16.03 Droog bos met productie en N16.04 Vochtig bos met productie) uit het NNB ter grootte van 0,9 ha. De compensatieverplichting is vastgesteld op 1,9 ha. In verband met de urgente realisatie van de 2 ontwikkelingen is gekozen voor financiële compensatie. Wij hebben hiermee ingestemd.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd.
Artikel VII Wijzigingen Ecologische Verbindingszones
Gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het Natuurbeheerplan 2023, beheertypen- en ambitiekaart, als vastgesteld bij besluit van 11 oktober 2022, volgend op de Ontwerp Wijziging Interim Omgevingsverordening kaartaanpassingen 2023, overeenkomstig de bijbehorende stukken opgenomen als kaartbijlage:
Art. 7.1 (nr. 176) Algemeen. EVZ trajectwijzigingen
Ruim twintig jaar geleden heeft de provincie Noord-Brabant ecologische verbindingszones (EVZ’s) aangewezen met indicatieve lijnen op de kaart. De provincie wil met EVZ’s de uitwisseling van soorten tussen de belangrijke natuur- en leefgebieden van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) versterken. In de Interim Omgevingsverordening (IOV) zijn instructieregels opgenomen voor gemeenten.
De provincie is in 2018 gestart met het actualiseren van het netwerk van EVZ’s. In de loop der jaren zijn veel EVZ’s gerealiseerd. Er is behoefte om de nog uit te voeren opgave duidelijk in beeld te houden en de ligging van de gerealiseerde EVZ’s goed op kaart te zetten. Bij het actualiseren van de kaart verdwijnen EVZ’s, zijn nieuwe EVZ’s toegevoegd en is de ligging op een aantal plekken gewijzigd. Uitgangspunt bij de mutaties is dat er een sterk NNB ontstaat waarbij de EVZ’s primair bedoeld zijn als verbindingen waarin soorten in staat zijn te migreren naar andere populaties in het NNB. EVZ’s zijn ook goed voor het landschap, biodiversiteit, recreatie, waterhuishouding, enz. Echter voor het toekennen van de EVZ-functie aan een vlak moet sprake zijn van migratie van soorten tussen belangrijke natuur- en leefgebieden van het NNB.
Bij wijzigingsvoorstellen vraagt de provincie advies aan betrokken waterschappen en gemeenten, de Brabantse Milieufederatie en Natuurmonumenten. Dit jaar zijn er zestien EVZ-wijzigingsvoorstellen die de provincie in procedure brengt.
In onderstaande tekst zijn de EVZ-wijzigingsvoorstellen 2023 per gemeente toegelicht. De EVZ-mutaties zijn zichtbaar op een WebViewer. Een EVZ-traject heeft een uniek nummer. In de tekst en in de WebViewer komen de EVZ-nummers met elkaar overeen. Het nummer van de EVZ wordt zichtbaar in de WebViewer door de EVZ aan te raken. De rode-trajecten zijn de EVZ-trajecten die komen te vervallen. De blauwe-trajecten zijn de EVZ-trajecten die worden toegevoegd.
Het EVZ-traject Keersop (382c) verdwijnt van de kaart omdat de indicatieve lijn samenvalt met het NNB.
Het EVZ-traject Strijper Aa en Knoflookpad (388a, b, c) verdwijnt van de kaart. Ten noorden van deze EVZ is in 2010 een natuurontwikkelingsproject uitgevoerd voor de knoflookpad. Het leefgebied voor de knoflookpad is hierdoor verbonden met het NNB waarmee migratiemogelijkheden zijn gewaarborgd.
Het EVZ-traject Groote Wetering – West (466a) verdwijnt van de kaart omdat de indicatieve lijn samenvalt met het NNB.
Het EVZ-traject Vossenbergse Vaart (099e) gaat van de kaart. Dit traject verbindt geen NNB-gebieden met elkaar. Het zuidelijke deel van de EVZ is NNB en blijft op de kaart.
Het EVZ-traject Luchense Wetering – Zuid (366, 363c) gaat van de kaart. Dit traject verbindt geen NNB-gebieden met elkaar. De situatie is ontstaan door de verstedelijking ter plekke. Ten oosten van het gebied zijn NNB-gebieden onderling met elkaar verbonden zodat migratie van soorten tussen natuurgebieden mogelijk is.
EVZ Groote Leij (214d t/m 214g) krijgt een nieuwe invulling. Het volledig realiseren van EVZ Groote Leij op de indicatieve lijn in het natuurbeheerplan lukt niet op vrijwillige basis. De gemeente en het waterschap krijgen de benodigde grond voor een EVZ niet verworven. Daarom is in samenwerking tussen gemeente Gilze en Rijen, gemeente Tilburg, waterschap Brabantse Delta en Staatsbosbeheer gezocht naar een alternatief traject voor dit EVZ-traject. Het huidige traject vervalt en een nieuw traject voegt de provincie toe op de kaart.
EVZ-traject Oeffeltse Raam – Zuid (567a, 567b) verdwijnt van de kaart omdat de indicatieve lijn samenvalt met het NNB.
EVZ Hapseweg / Hapsedijk (547a, 567b). De indicatieve lijn voor de EVZ ligt op de Hapseweg. In het gebiedsproces verborgen raamvallei is voorgesteld de EVZ te verplaatsen naar de Hapsedijk. De provincie neemt het voorstel over.
EVZ Sambeekse Uitwatering (575). De indicatieve lijn verbindt EVZ Oeffeltse Raam met de Sint Jansbeek. Omdat in de nabijheid EVZ Oeffeltse Raam met de Sont Jansbeek verbonden is, is de EVZ langs de Sambeekse Uitwatering voor de migratie van soorten niet noodzakelijk.
EVZ Oeffeltse Raam – Zuid (574a) verdwijnt van de kaart omdat de indicatieve lijn samenvalt met het NNB.
EVZ Molenheide – Ullingse Bergen (551a) gaat van de kaart. Na onderzoek door de gemeente Land van Cuijk heeft de gemeente het voorstel de EVZ Molenheide- Ullingse Bergen te laten vervallen. De indicatieve lijn in het Natuurbeheerplan van de provincie ligt langs openbare wegen (Peelkant, Noord) geprojecteerd op huiskavels waaronder particuliere tuinen. Na gesprekken met de grondeigenaren is duidelijk geworden dat op de geprojecteerde lijn een EVZ niet te realiseren is.
Het zuidelijke deel van EVZ Molenheide – Ullingse Bergen ligt in het NNB en kan komen te vervallen.
Even richting het westen, parallel aan EVZ Molenheide – Ullingse Bergen, heeft de provincie de EVZ Zoetendaal opgenomen in het Natuurbeheerplan. Het voorstel van de gemeente is de deels gerealiseerde EVZ Zoetendaal te versterken zodat de migratie van de doelsoort: ‘das’, zo goed mogelijk wordt gefaciliteerd.
EVZ Soeterbeekseweg (360) wordt richting het oosten en het westen verlengd om te waarborgen dat de EVZ twee NNB-gebieden met elkaar verbindt.
EVZ Ruiting verdwijnt van de kaart. EVZ Ruiting loopt parallel aan de Esche Stroom. Bij de Esche Stroom vindt beekherstel plaats en ligt geheel in het NNB. Het aanleggen van EVZ Ruiting geeft geen meerwaarde voor het functioneren van het NNB en kan daarom vervallen.
EVZ Maasoeverdijk Dieden; Maasdijk gaat van de kaart omdat de indicatieve lijn samenvalt met het NNB.
EVZ Postbaan (79) gaat van de kaart. EVZ Molenbaan (080) is gerealiseerd door het aanleggen van natuur op de percelen RPN00 U 1395 en 1396 en het opnemen van de bestemming natuur in het bestemmingsplan. Hiermee zijn de omliggende NNB-gebieden met elkaar verbonden. EVZ Postbaan (079) voegt geen waarde toe voor migratie van soorten tussen NNB-gebieden en kan daarom vervallen.
EVZ Gilzerbaan is een nieuwe EVZ die het NNB verbindt met EVZ Hultense Leij (205a).
Art. 7.2 (nr. 177) Algemeen. Opnemen gerealiseerde EVZ’s
In de 1e partiële wijziging Natuurbeheerplan 2022 zijn gerealiseerde ecologische verbindingszones opgenomen in het Natuurbeheerplan. Sindsdien zijn er opnieuw EVZ’s gerealiseerd. Voor deze EVZ’s vervalt het zoekgebied in de Interim Omgevingsverordening (IOV) en vervalt de lijn in het Natuurbeheerplan. Wij nemen de gerealiseerde EVZ op binnen het NNB onder de klasse ‘Ecologische verbindingszone’ of ‘Ecologische verbindingszone Natuurcompensatie’ met een natuurdoeltype. Er is 20,6 ha EVZ gerealiseerd. Het betreft onderstaande EVZ’s
EVZ Hertogswetering-oost (502j)
EVZ Den Polder – ’s Gravenhorst (077c)
EVZ Oud Kerkpad richting Schijfse Vaart (083)
De gerealiseerde EVZ’s zijn opgenomen als provinciaal NNB en komen niet in aanmerking voor beheervergoeding.
Wij hebben de beheertypenkaart en de ambitiekaart gewijzigd en het label subsidiabel nee aangebracht.
Artikel VIII Wijziging van de begrenzing van de natte natuurparels
Gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het Natuurbeheerplan 2023, beheertypen- en ambitiekaart, als vastgesteld bij besluit van 11 oktober 2022, volgend op de Ontwerp Wijziging Interim Omgevingsverordening kaartaanpassingen 2023, overeenkomstig de bijbehorende stukken opgenomen als kaartbijlage:
Art. 8.1 (nr. 178) Algemeen. Doorwerking van grenswijzigingen NNB voor natte natuurparels
De begrenzingen van de natte natuurparels worden als volgt gewijzigd:
Ad. 1. Toegevoegde percelen aan het NNB worden soms natte natuurparel. Hier wijzigt in het Natuurbeheerplan de arcering van de percelen. Percelen worden alleen toegevoegd als ze een logische en hydrologische eenheid met de rest van de natte natuurparel vormen. Toevoegingen hebben geen gevolgen voor de ligging van de attentiezone waterhuishouding in en rondom de natte natuurparels.
Ad. 2. Natte natuurparels zijn altijd Rijks NNB, uitgezonderd de natte natuurparels in het beheergebied van waterschap Aa en Maas, niet zijnde Natura 2000 gebied. De wijziging naar Rijks NNB wordt toegevoegd.
Artikel IX Wijzigingen begrenzingen in het kader van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb)
Gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het Natuurbeheerplan 2023, leefgebiedenkaart en kaart categorie Klimaat, als vastgesteld bij besluit van 11 oktober 2022, overeenkomstig de bijbehorende stukken opgenomen als kaartbijlage:
Art. 9.1 (nr. 179) Algemeen. ANLb . Aanpassing klimaatkaart
Klimaat is een nieuwe categorie welke naar verwachting later dit jaar voor het eest wordt opengesteld. De klimaatkaart uit het Natuurbeheerplan 2023 was een kaart op hoofdlijnen. De wijzigingen die nu zijn gemaakt zorgen ervoor dat ook de geografische locatie van de sub-opgaven voor Brabant, welke corresponderen met de beheerfuncties uit art 4.5, worden weergegeven.
Wij hebben de kaart voor agrarisch natuurbeheer gewijzigd.
Art. 9.2 (nr. 180) Gemeente Gemert-Bakel. ANLb . Collectief Oost-Brabant. Randen verwijderen uit NNB, toevoegen aan leefgebied Open akker
Collectief Oost-Brabant verzoekt om kleine delen bestaande natuur N16.03 Droog bos met productie op de percelen GMT00 C4263 en C4267 te verwijderen uit het NNB en toe te voegen aan het leefgebied open akker. De randen van percelen zijn hier niet als leefgebied opgenomen terwijl de rest van het perceel dat wel is.
Wij stemmen in met dit wijzigingsverzoek. De perceelsranden maken deel uit van het Agrarisch Areaal Nederland en grenzen aan gebieden die reeds deel uitmaken van het leefgebied open akker. Zij hebben dus een agrarische functie en geen natuurfunctie. Wij verwijderen 952 m2 Droog bos met productie uit het NNB en voegen het toe aan het leefgebied open akker van het ANLb , zodat het Collectief Oost-Brabant in staat wordt gesteld hier agrarisch natuurbeheer af te sluiten.
Wij hebben de ambitiekaart en de beheertypenkaart gewijzigd en de kaart voor agrarisch natuurbeheer gewijzigd.
Art. 9.3 (nr. 181) Gemeente Land van Cuijk. Toevoegen percelen aan open akker
Collectief Oost-Brabant verzoekt om de percelen OLO00 N102, N103, N125, N125, N129, N327, N332, VLB00 V50, V51, V52 en V53 toe te voegen aan het leefgebied open akker.
Wij stemmen in met toevoeging van de percelen. De percelen dragen bij aan de versterking van het leefgebied open akker door de gunstige ligging ten opzichte van bestaand leefgebied en bestaande natuur. Door deze percelen op te nemen als leefgebied wordt het Collectief Oost-Brabant in staat gesteld hier agrarisch natuurbeheer af te sluiten.
Wij hebben de kaart voor agrarisch natuurbeheer gewijzigd.
Art. 9.4 (nr. 182) Gemeente Nuenen. ANLb . Collectief Midden-Brabant, uitbreiden leefgebied Open akker
Collectief Midden-Brabant verzoekt om (delen van) de percelen NNN00 G70, G75, G76, G77, G90 en G105 toe te voegen aan het leefgebied open akker.
Wij stemmen in met toevoeging van de percelen. De percelen grenzen aan reeds bestaand leefgebied open akker. Ze passen wat betreft landschapsopbouw van grootschalige verkaveling met landschapselementen nabij goed bij de percelen in de omgeving. Door deze percelen op te nemen als leefgebied wordt het Collectief Midden-Brabant in staat gesteld hier agrarisch natuurbeheer af te sluiten.
Bezwaren tegen dit besluit kunnen binnen zes weken na de bekendmaking van dit besluit worden ingediend bij:
Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
Secretariaat van de hoor- en adviescommissie
Wij vragen u om op de linkerbovenhoek van de envelop het woord "bezwaarschrift" te vermelden.
Het bezwaarschrift moet zijn voorzien van een handtekening, naam en adres van de indiener, de dagtekening en ons kenmerk van het besluit. Ook dient u een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is en de gronden van het bezwaar hierin op te nemen.
Daarnaast vragen wij u vriendelijk om een kopie van dit besluit bij te voegen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer geven? De provincie kan dan, mocht dit nodig zijn, u bellen om samen de beste aanpak van behandeling van uw bezwaarschrift te bespreken.
Meer informatie over de behandeling van bezwaarschriften vindt u op www.brabant.nl/bezwaar.
U kunt het secretariaat van de Hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e mailadres bezwaar@brabant.nl.
Bovenstaand besluit treedt in werking, ook al wordt een bezwaarschrift ingediend. Het is daarom mogelijk om gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een zogenaamde “voorlopige voorziening” te vragen bij: de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's Hertogenbosch.
Een voorlopige voorziening is in feite het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het schorsen van het besluit gedurende de tijd die nodig is om de bezwaren te behandelen en daarop een besluit te nemen. Voorwaarde om zo’n voorlopige voorziening te vragen is, dat er sprake is van spoedeisend belang.
Voor het vragen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.
’s-Hertogenbosch, 25 september 2023
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. P.J. Buijtels
Bijlage 1 Toelichting wijzigingsverzoeken NNB
Wij toetsen wijzigingsverzoeken aan de meerwaarde voor de kwaliteit van het Natuur Netwerk Brabant (NNB, voorheen EHS). Een eventueel nieuw verzoek tot uitbreiding van het NNB zal in principe vergezeld moeten gaan van een evenredig verzoek tot vermindering elders. Daarbij valt het toevoegen van NNB in principe in de categorie Provinciale NNB. Uitbreiding van het Rijksdeel van het NNB is maar beperkt mogelijk. Verder toetsen wij wijzigingsverzoeken op de hoogte van de (toekomstige) beheerkosten. Deze zullen realistisch dienen te zijn. De beschikbare middelen voor beheer dienen efficiënt door ons ingezet te worden.
Het Natuurbeheerplan omschrijft de actuele waarde en het kwaliteitsstreefbeeld voor de bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden binnen de provincie Noord-Brabant. Dit plan vormt de basis voor verwerving en inrichting van het NNB en het gesubsidieerde Natuurbeheer in de provincie. Ook geeft het Natuurbeheerplan inzicht in de mogelijkheden voor het gesubsidieerde agrarisch natuur- en landschapsbeheer in onze provincie. Door middel van regelmatige wijzigingen passen wij met name de bijbehorende kaarten van het Natuurbeheerplan aan.
Het provinciale beleid voor subsidies voor behoud en ontwikkeling van natuurgebieden en landschappen is te vinden in de “Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016” (SNL 2016 van 11 november 2017). Het algemene beleid voor het natuurbeheer is te vinden in Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2024. Onderdelen van dit Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2024 zijn de volgende:
De beheertypenkaart bevat de actueel voorkomende natuur in Brabant in het veld en vormt de grondslag voor de beheersubsidie in het kader van het subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Aangezien veranderingen optreden door beheer en ontwikkeling moet de beheertypenkaart periodiek worden geactualiseerd. Het verkrijgen van beheervergoeding is mogelijk via collectieven of een individuele aanvraag van minimaal 200 ha.
De ambitiekaart geeft het gewenste eindbeeld (ambitie) van het NNB in Brabant aan. Ook in deze kaart kunnen wijzigingen optreden. Zoekgebieden zijn een onderdeel van de ambitiekaart. In dergelijke zoekgebieden bestaat de keuze uit (meestal) 3 mogelijke ambitietypen.
Het algemene beleid voor het agrarisch natuurbeheer is ook te vinden in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2024. Per 2023 geeft de provincie nieuwe subsidiebeschikkingen af aan agrarische collectieven voor de uitvoering van het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2024 geeft via teksten en kaarten kaders aan het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Voor agrarisch natuurbeheer bestaan er diverse kaartlagen die aangeven welke subsidiemogelijkheden in welk gebied beschikbaar kunnen zijn. Deze mogelijkheden verlopen allen via een Agrarisch natuurcollectief.
Tot 15 december 2022 verleende het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) functieveranderings- en inrichtingssubsidie ten behoeve van de realisatie van Nieuwe Natuur in het NNB. Het Groen Ontwikkelfonds Brabant had de bevoegdheid binnen een vastgesteld kader functieveranderings- en inrichtingssubsidie te mogen verlenen voor een perceel met gewijzigde ambitie ten opzichte van het geldende Natuurbeheerplan. Tevens was het Groen Ontwikkelfonds Brabant bevoegd dergelijke subsidie te verlenen voor percelen tot 5 ha. aansluitend aan het Rijksdeel van het NNB en voor percelen tot 25 ha. aansluitend aan het Provinciale deel van het NNB. Wij voerden de wijzigingen volgend op de subsidieverlening door het Groen Ontwikkelfonds Brabant na beoordeling door in het Natuurbeheerplan (en in de Interim Omgevingsverordening (IOV). Op 5 december 2022 hebben GS echter besloten om met ingang van 15 december 2022 een (tijdelijke) subsidiestop in te stellen voor realisatie van het Provinciale deel van het natuurnetwerk. De focus ligt voor nu op initiatieven in het Rijksdeel van het natuurnetwerk en de realisatie van ecologische verbindingszones. Daarnaast is het per 1 januari 2023 niet meer mogelijk voor het GOB om subsidiebeschikkingen af te geven voor gronden die buiten het NNB zijn gelegen. Verzoeken tot wijziging van de begrenzing van het NNB kunnen nog steeds worden ingediend, maar dienen eerst te worden voorgelegd aan GS. Met deze wijziging komt de regie m.b.t. de begrenzing van het NNB weer te liggen bij GS. De wijzigingsverzoeken in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2024 zijn allemaal ingediend voor 1 januari 2023.
Indienen wijzigingsverzoek en subsidie voor beheer
De kaarten van het Natuurbeheerplan worden 3 keer per jaar aangepast. Het is voor eenieder mogelijk wijzigingsverzoeken in te dienen. De wijzigingsverzoeken zullen een ecologische of hydrologische onderbouwing moeten hebben.
De perioden van indienen zijn als volgt:
Het GS besluit van september van ieder jaar is de basis voor het verlenen van beheersubsidie voor natuurbeheer in het daaropvolgende kalenderjaar. Het is mogelijk nog een latere wijziging door GS te laten vaststellen in december (met doorwerking voor de te verlenen subsidie), maar de samenloop met de aanvraagperiode voor beheersubsidie van half november tot eind december maakt het in dit geval nodig in vooroverleg met de provincie te treden.
Het verlenen van subsidie is afhankelijk van o.a. cumulatie van beheervergoeding, continuatie van beheervergoeding en het op subsidiabel ja staan van het perceel in het Natuurbeheerplan (een zogenaamd label). De regelgeving voor continuatie en cumulatie is te vinden in het genoemde SNL 2016 van de provincie.
Samenhang met de procedure Interim Omgevingsverordening
De Interim Omgevingsverordening biedt ons de mogelijkheid de begrenzing van het NNB aan te passen ten einde de ecologische samenhang te verbeteren, ("wijziging op basis van ecologische gronden"). De ecologische beoordeling van verzoeken van derden die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op een wijziging (lees: uitbreiding of verkleining) van de begrenzing van het NNB vindt plaats in het Natuurbeheerplan. Daar waar aanleiding bestaat aan de verzoeken tegemoet te komen, wordt gelijktijdig besloten tot aanpassing van de grenzen van het NNB in de Interim Omgevingsverordening. Deze grenzen zijn te vinden op de themakaart “natuur en landschap” in deze Verordening en in de viewer van het Natuurbeheerplan in de map Overige kaarten en daarbinnen de kaartlaag Natuur Netwerk Brabant. Omdat aan het besluit tot wijziging van de Interim Omgevingsverordening vanuit wetgeving andere eisen worden gesteld is dit een apart besluit met een eigen procedure. De besluiten zijn inhoudelijk geheel op elkaar afgestemd. De wijzigingen in de NNB-begrenzing in de Interim Omgevingsverordening zijn dan ook direct overgenomen c.q. gehanteerd in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2024.
Voor alle duidelijkheid is in deze toelichting op de kaartwijzigingen ook steeds vermeld of er sprake is van een wijziging in de Interim Omgevingsverordening. Dit biedt duidelijkheid aan belanghebbenden doordat er een op elkaar afgestemd standpunt in het kader van beide besluiten is. Het besluit tot wijziging van de NNB grens heeft daardoor zowel ruimtelijke betekenis als een bindende werking voor subsidie aanvragen. Het besluit leidt tot een grenswijziging op de themakaart “natuur en landschap”, behorende bij de Interim Omgevingsverordening en op de ambitiekaart in het Natuurbeheerplan.
Ondernemend Natuur Netwerk Brabant (ONNB)
Er is voor percelen ook functieveranderingssubsidie en inrichtingssubsidie verleend binnen het door de provincie vastgestelde kader voor Ondernemend Natuur Netwerk Brabant (ONNB). Een belangrijk onderdeel van dit kader is dat de functie van de grond in het NNB agrarisch blijft, met de toevoeging “natuur en landschapswaarden” en dus niet wordt omgezet naar de functie natuur. Een ander belangrijk aspect is dat de ONNB status bij het Kadaster in een Kwalitatieve Verplichting op het perceel wordt vastgelegd. Na het inrichten van het perceel bestaat geen mogelijkheid voor beheersubsidie. Doel van het ONNB dat er voor 50% natuurwaarden ontstaan en voor 50% landbouwkundige of andere economische productie plaatsvindt. De natuurwaarden geven wij aan in het passende natuurbeheertype op de ambitiekaart en de beheertypenkaart. Op de beheertypenkaart wordt een B-nummer opgenomen in plaats van een N-nummer. Door een B-nummer te gebruiken blijft recht bestaan op agrarische subsidies.
De overeenkomsten die voor percelen worden afgesloten onder de aanduiding ONNB registreren wij in een aparte aanduiding in het Natuurbeheerplan, zie hiervoor de legenda. Daarmee zijn de percelen ingericht voor het NNB en is realisatie een feit.
Vrijwel alle toekenningen van Ondernemend Natuurnetwerk werden gerealiseerd buiten de bestaande NNB begrenzing. Met dit dossier wordt 206 ha Ondernemend Natuurnetwerk toegevoegd. De totale omvang Ondernemend Natuurnetwerk bedraagt daarmee momenteel 550 ha.
Tijdelijk ruimere begrenzing NNB
Door de toevoeging van NNB in dit dossier is de tijdelijk ruimere begrenzing van het NNB met 410 ha toegenomen tot 2.000 ha.
Bijlage 2 Doelsoorten Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer
De soorten zijn overgenomen van de landelijke lijsten ( https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/agrarisch-natuurbeheer-anlb/kennisbank/l ). Waar extra soorten die prioritair zijn voor Brabant zijn toegevoegd, staat dit aangegeven.
De volgende soorten zijn soorten die voorkomen in het natuurtype open grasland, welke door agrarisch natuurbeheer worden ondersteund en waarvoor Nederland een internationale verantwoordelijkheid heeft. Niet alle soorten zijn (vaak) voorkomend in Brabant, zoals rotgans, noordse woelmuis, kwartelkoning en kemphaan.
De volgende soorten zijn soorten die voorkomen in het natuurtype open akker, welke door agrarisch natuurbeheer worden ondersteund en waarvoor Nederland een internationale verantwoordelijkheid heeft. Niet alle soorten zijn (vaak) voorkomend in Brabant, zoals de grauwe kiekendief, ruigpootbuizerd, grauwe gors, kwartelkoning en hamster.
De volgende soorten zijn soorten die voorkomen in het natuurtype dooradering, welke door agrarisch natuurbeheer worden ondersteund en waarvoor Nederland een internationale verantwoordelijkheid heeft. Niet alle soorten zijn (vaak) voorkomend in Brabant, zoals vroedmeesterpad, geelbuikvuurpad, grote vuurvlinder, grauwe gors, vliegend hert en hazelmuis. De soorten Patrijs t/m Steenuil worden vaak gekoppeld aan dooradering in drogere biotopen, de soorten Watersnip t/m Heikikker aan dooradering in nattere biotopen.
Achillea soorten, Blauw glidkruid, Blauwe knoop, Boerenwormkruid, Bosanemoon, boterbloemsoorten m.u.v. blaartrekkende boterbloem. Brunel, Campanulasoorten, Cichorei, Dopheide, Dotterbloem, Echte koekoeksbloem, Echte valeriaan, Ereprijssoorten, Gagel, Gele lis, Gele morgenster, Gewone engelwortel, Gewone margriet, Gewone reigersbek, Gewoon biggenkruid, Grasmuur, Grote kattenstaart, Hertshooisoorten, Hondsdraf, Hoornbloemsoorten, Hopklaver, Kale jonker, Karwij, Kervel, Klaversoorten, Klein vogelpootje, Knikkende distel, Knoopkruid, Koninginnekruid, Kruipwilg, Kruisdistel, Leeuwentandsoorten, Lidrus, Madeliefje, Moerasandoorn, Moerasspirea, Muizenoor, Ooievaarsbeksoorten, Orchissoorten, Paardenbloem, Pijptorkruid, Pinksterbloem, Poelruit, Potentilla soorten, primula-soorten, Ratelaarsoorten, Rolklaversoorten, Silenesoorten, Slangenkruid, Smalle weegbree, Streepzaadsoorten, Varkenskarwij, Veenwortel, Veldlathyrus, Veldsalie, Vergeet-mij-nietje soorten, Vleugeltjesbloem, Walstrosoorten, Watermunt, Wederiksoorten, Wikkesoorten, m.u.v voederwikke, Wilde marjolein, Wilde peen, Wilde tijm, Zandblauwtje, zuring soorten m.u.v. ridderzuring
Bijlage 3 De bepaling van agrarische zoekgebieden
Aan de hand van het voorkomen van soorten en/of dichtheden van soorten zijn de Brabantse leefgebieden bepaald. Voor heel Brabant is vervolgens een opdeling in Regio’s gemaakt. De Regio’s zijn afgebakende gebieden die op een of meerdere vlakken samenhang hebben (ecologisch, geologisch, landschappelijk, historisch). Voor de verschillende onderdelen is ingevuld welke beheerfuncties de provincie nastreeft, zie paragraaf 4.5.
Tabel - Selectiecriteria agrarische zoekgebieden
Bijlage 4 Regio’s, instapcriteria en overige criteria voor effectiviteit
De provincie heeft Regio’s samengesteld aan de hand van de ‘gebiedspaspoorten’ en de input uit het rapport ‘Naar effectief gebiedsgericht agrarisch natuurbeheer in Noord-Brabant’ (Alterra, 2014). Per Regio wordt een algemene omschrijving gegeven en worden doelsoorten en doel beschreven. Tevens zijn de verschillende ecotopen uitgewerkt.
|
Het Land Altena ligt in het rivierengebied en maakt onderdeel uit van het jonge rivierkleilandschap met hogere meer zandige oeverwallen langs de rivieren en lagergelegen open rivierkommen in het binnenland. Het buitendijkse uiterwaardengebied overstroomt jaarlijks. Het gebied valt binnen het Waterschap Rivierenland en wordt aan drie zijden begrensd door rivieren; Nieuwe Merwede, Bergsche Maas en Afgedamde Maas. Het Land van Altena is voor een belangrijk deel een landschap met rationeel ingerichte grootschalige en open rivierkleipolders en langgerekte meer besloten oeverwallen. De natte moerassige komgronden werden na de Tweede Wereldoorlog ontwaterd en ingericht voor de landbouw. Kenmerkende landschapselementen zijn grienden en eendenkooien. De oeverwallen waren van oudsher geschikte plekken voor landbouw en bebouwing. Het rivierenlandschap is rijk aan plant- en diersoorten van open weide- en akkergebieden, het halfopen oeverwallenlandschap, sloten, dijken, wegbermen en uiterwaarden. De rivierkleipolders vormen een rationeel ingericht accentgebied agrarische ontwikkeling. Kenmerkend is de grondgebonden landbouw, ten dienste waarvan ruilverkaveling en ontwatering plaatsvindt en waardoor grasland in een deel van het gebied over is gegaan in akkerbouw. Hierdoor komen de agrarische natuurwaarden onder druk te staan. Een belangrijk kenmerk is de openheid in de oostwest gerichte polders. De graslanden zijn in wezen komkleigronden van de Maas. Het is zaak in het graslandgebied, in verband met de predatiedruk op weidevogels, zoveel mogelijk de openheid te bewaren en de opgaande begroeiing niet toe te laten nemen. Een ander kenmerk van het landschap is dat het sterk is doorsneden door weteringen en andere watergangen. De gebieden hebben zich ontwikkeld tot intensief gebruikte landbouwbouwgebieden. De weidevogels konden zich slechts deels handhaven, mede dankzijn het stelsel voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. |
|
|
De doelsoorten per leefgebied staan in Bijlage 2. Voor de regio worden benadrukt: Open grasland – broedvogels: patrijs, veldleeuwerik, grutto Open grasland – overwinteraars: rietganzen; Open akker: kievit, scholekster Dooradering: kleine modderkruiper, grote modderkruiper, bittervoorn, spotvogel |
|
|
Synergie van doelen wordt behaald door opgaven voor agrarische biodiversiteit, waterdoelen en klimaatdoelen te combineren. Het primaat ligt bij het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden en de populaties van soorten versterken. Met de focus om de kwaliteit van het huidige weidevogelgebied en waterkwaliteit te verbeteren door in te zetten op een toename in zwaar beheer. Hierbij wordt er gekeken naar mogelijkheden voor plasdras voor weidevogels en/of inundatiezones voor de grote modderkruiper waarmee tevens wordt aangesloten bij het doel om water langer vast te houden. |
|
|
Aan de buitenrand liggen rivierdijken. Deze dijken hebben over het algemeen geen interessante vegetatie. In de winter verblijven er kleine zwanen en ganzen in het gebied. Graslanden voor kritische weidevogels Graslanden met voldoende dekking, rust en foerageermogelijkheden geven kansen aan kritische weidevogels. Kleine zwanen en ganzen foerageren op de rijkste graslanden en hebben vooral behoefte aan een zone waar geen verstoring door recreatie of bejaging plaatsvindt. De graslandgebieden in dit leefgebied zijn polders met een peil beneden NAP, dat optimaal op de landbouwkundige functie wordt afgestemd. Lokaal is in overleg met het waterschap door het oppompen van water in afgesloten peilvakken een hoger slootpeil mogelijk, bijvoorbeeld ten behoeve van plasdras voor weidevogels. Ook kunnen door het graven van watergangen of plassen, eenheden met water- en moerasvegetatie aangelegd worden die tevens dienst kunnen doen als waterberging. Wat betreft natte dooradering kan met natuuroevers en sloten gewerkt worden aan bijvoorbeeld het biotoop voor de kleine – en grote modderkruiper. Kijk naar aansluiting bij ecologische verbindingszones. In de drogere delen vindt akkerbeheer plaats. In dit leefgebied gaat het niet om echte akkersoorten. Zo kan tijdelijke braak worden ingezet om de overleving van weidevogelkuikens op akkers, vooral kievit en scholekster te bevorderen. Mogelijke beheervormen zijn vogelakker, kruidenrijke akkerrand en braakstrook. Verspreid in het gebied liggen er bosjes en voormalige eendenkooien. Het halfopen oeverwallenlandschap en biotopen als sloten, dijken, wegbermen kunnen een biodiverse dooradering opleveren. Indien er geïnvesteerd zou worden in houtwallen, hoogstam fruitbomen, lanen en bosjes dan kan het mogelijk agrarisch beheerd worden. Denk bij droge dooradering bijvoorbeeld aan de steenuil. Op dijken met een door deskundigen beoordeelde rijke vegetatie binnen dit leefgebied en in beheer bij agrariërs kunnen overeenkomsten voor botanisch beheer worden afgesloten. Hier zal ook de argusvlinder van profiteren. |
|
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
• Voor het te beheren gebied wordt een integraal beheerplan gemaakt waarin verschillende ecotopen in dit leefgebied aan bod komen. Hierin wordt ook vermeld hoe aan de instapcriteria voldaan wordt. • In de gebiedsaanvraag wordt een onderbouwing van de locatie en het type beheer gegeven. O.a. hoe deze samenhangt met het beheer in agrarische leefgebieden en hoe synergie wordt gevonden bij andere doelen als natuurgebieden en ecologische verbindingszones |
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
• Minimum schaal waarop de maatregelen worden genomen is een kerngebied van 100 ha in een zeer open landschap waar geen onnodige verstoring is; • Het aandeel golfplatenplasdras of greppelplasdras is tenminste 3%, op te voeren naar 10% binnen de beheerperiode van zes jaar van de totale oppervlakte beheer in het werkgebied minus de oppervlakte legselbeheer; Uitzondering hierop zijn de Heesbeense Uiterwaarden, aangezien plasdras hier natuurlijk voorkomt. • Tenminste 20% van de totale oppervlakte beheer in het werkgebied minus de oppervlakte legselbeheer, of 1,4 ha per broedpaar van de kritische weidevogels, bestaat uit ‘zwaar beheer’ dat ‘kuikenland’ oplevert in de kuikenperiode: - Grasland met een rustperiode tenminste tot 1 juni. - Rust na voorweide, tot tenminste 15 juni. • Het aandeel kruidenrijk grasland binnen de totale oppervlakte beheer in het werkgebied minus de oppervlakte legselbeheer is niet kleiner dan 10% met een streven naar 20%; • In de kerngebieden wordt eventueel aanwezige opgaande begroeiing verwijderd, elders is het niet nodig het landschap nog opener te maken; • Voor het te beheren gebied wordt een integraal beheerplan gemaakt waarin verschillende ecotopen in dit leefgebied aan bod komen; • De weidevogeldichtheid is tenminste 10 paren kritische weidevogels of 50 paren per 100 ha voor alle weidevogels samen; • De bemesting van de beheerpercelen gebeurt met ruige mest, zodanig dat in de kuikenperiode voldoende voedsel en een open structuur voor weidevogelkuikens aanwezig is; • De percelen met beheerovereenkomsten zijn, naar het inzicht van de gezamenlijke beheerders, meestal onder leiding van een coördinator, optimaal verspreid in een mozaïek, afgewisseld met legselbeheer, waarbij zwaar beheer in eenheden van 2-5 ha voorkomt met een niet te grote onderlinge afstand (< 200 m) en spreiding in maaidata; • In het gehele mozaïek wordt een zo hoog mogelijke nest- en kuikenoverleving nagestreefd door nestbescherming, lastminute beheer op percelen waar nog gezinnen aanwezig zijn of het plaatsen van verjaagstokken; • Op bouwlandpercelen binnen het kerngebied worden randen (al dan niet ingezaaid) aangelegd om de overleving van aanwezige kuikens te verhogen (zie ecotoop akkerranden). • Het rustgebied voor de kleine zwaan is tenminste 100 ha groot, er verblijven minstens 50 exemplaren en er bevinden zich geen verstorende elementen (opgaande begroeiing, infrastructuur) binnen een straal van 150 meter van beheerde gebieden; • Er is genoeg voedselrijk gras aanwezig. Indien de ‘weidevogelrustzoneregeling’ (www.brabantslandschap.nl) actief is kan deze een nuttige extra toepassing zijn om kritische weidevogels te helpen overleven en opgroeien. |
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
• Minimum schaal waarop de maatregelen worden genomen is een kerngebied van 200 ha in een min of meer open landschap; Voor de Grote Struikwaard geldt een uitzondering, omdat de doelsoorten van het ANLb hier goed aansluiten op het natuurgebied. De totale oppervlakte aan beheer beslaat tenminste 5% van het werkgebied, met een streven naar 10% binnen de zesjarige beheerperiode; • De braak(strook) wordt alleen ingezet op percelen waar echt weidevogels nestelen en bij clusters (cirkelstraal 200 meter) van tenminste vijf broedparen of vijf per perceel; • Kruidenrijke graslandranden worden alleen ingezet als onderdeel van een kerngebied voor kritische weidevogelsoorten. • Het werkgebied waar de maatregelen worden ingezet is al rijk aan de doelsoorten of maximaal 2 kilometer verwijderd van andere werkgebieden; • Binnen het werkgebied dient minimaal 1 ha wintervoedselgewas of graanranden per 100 ha aanwezig te zijn; • De bloemrijke graslandranden met een extensief (1x per jaar) of zeer extensief (1x per 3 jaar) maaibeheer worden alleen gerealiseerd aan de zuidzijde van rustig gelegen opgaande begroeiing of langs sloten en zandwegen; • De totale oppervlakte aan randen inclusief extensief beheerde ruige bermen en ruigtes is tenminste 5% van het beheerde areaal. Tenminste twee kilometer extensief beheerde ruige bermen en greppels per 100 ha kerngebied. |
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
• Maatregelen voor de doelsoorten worden alleen genomen op plekken waar de soort al aanwezig is, aansluitend op een verspreidingskern of aansluitend op EVZ’s voor deze soort; • Minimum schaal waarop de maatregelen worden genomen is een aaneengesloten netwerk van sloten binnen een gebied van 100 ha; • Voor zover maatregelen voor natte dooradering niet genomen worden in het kader van een beheerplan voor een gebied met kritische weidevogels wordt een apart beheerplan gemaakt; • (Doodlopende) watergangen ten behoeve van de grote modderkruiper zijn voorzien van: - Randen om inspoelen van meststoffen te voorkomen. - Een dichte gevarieerde waterplanten- en oeverplanten (helofyten)vegetatie. - Kleinschalig in ruimte en tijd gefaseerd onderhoud waarbij steeds slootvakken afgesloten blijven voor ander vissoorten die jonge grote modderkruipers eten. - Een zo natuurlijk mogelijk waterpeil. • Binnen een kerngebied voor kritische weidevogels, wordt 10% van de brede (> 2 m) sloten, van tenminste 50 cm diep, voorzien van natuurvriendelijke oevers, bijvoorbeeld: eenzijdig maximaal 6 meter breed, alternerend aangelegd. Tweezijdig maximaal 3 meter breed en dan niet alternerend, maar doorlopend langs de sloot; • Sloten met natuurvriendelijke oevers zijn schoon en helder door maatregelen om instroom van meststoffen te beperken en worden uitgerasterd bij begrazing; • Sloten met natuurvriendelijke oevers hoeven niet jaarlijks te worden gemaaid maar worden planmatig, cyclisch en gefaseerd in ruimte en tijd onderhouden. Indien de vegetatiegroei dit toelaat niet vaker dan eens in de ongeveer vier jaren; • In sloten waarin de bittervoorn voorkomt worden bij het baggeren grote zwanenmossels teruggezet in de sloot. In de sloot houdt in dat dit op dezelfde hoogte is als waar de betreffende zoetwatermossel langs de sloot is gevonden. De zoetwatermossels mogen niet worden verzameld om vervolgens op het eind van de sloot te worden teruggegooid. Dit om te voorkomen dat de zoetwatermossels in een keer gepredeerd worden en er toch te weinig grote mossels overblijven. |
|
In de gebiedsaanvraag wordt een onderbouwing van de locatie en het type beheer gegeven. O.a. hoe deze samenhangt met het beheer in agrarische leefgebieden en hoe synergie wordt gevonden bij andere doelen als natuurgebieden en ecologische verbindingszones. |
|
Maaskant maakt onderdeel uit van het jonge rivierkleilandschap van de Maas met hogere meer zandige oeverwallen en lagergelegen open komgronden. Het betreft hier het rivierengebied. Aan de zuidzijde wordt het gebied begrensd door een brede dekzandrug ten hoogte van Heeseind, die de overgang met het Brabant van het zand markeert. Vanaf de middeleeuwen zijn de rivierkleigronden systematisch bedijkt. Door de aanleg van dijken resteerde minder ruimte voor het water van de Maas en is een complex stelsel van overlaten ontwikkeld. Zo kon het water ook ten tijde van hoge piekafvoeren in goede banen worden geleid. Cultuurhistorisch karakteristiek zijn de Beerse en Baardwijkse Overlaat. De komgronden waren vanwege de slechte ontwatering en de functie als overlaat lang als extensieve weidegronden in gebruik. In de kommen zijn meerdere eendenkooien ontstaan. Na de Tweede Wereldoorlog werden de komgebieden goed ontwaterd en ingericht voor de landbouw. Kenmerkend voor de ontwatering van de oostelijke Maaskant is het stelsel van oostwest lopende weteringen. De Hertogswetering is een ecologische verbindingszone, waar ruimte is voor moerasnatuur. |
|
|
De doelsoorten per leefgebied staan in Bijlage 2. Voor deze regio’s worden benadrukt: Open grasland – broedvogels: Grutto, blauwe kiekendief Open grasland - overwinteraars: Rietganzen en kleine zwanen Open akkerland: Veldleeuwerik, roodborsttapuit, blauwe kiekendief Dooradering: poelkikker, kleine modderkruiper, grote modderkruiper, wezel en hermelijn |
|
|
Synergie van doelen wordt behaald door opgaven voor agrarische biodiversiteit, waterdoelen en klimaatdoelen te combineren. Het primaat ligt bij het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden en de populaties van soorten te versterken en te doen groeien. In het graslandgebied de openheid bewaren (tegen predatie). Zoveel mogelijk inzetten op zwaar beheer en vernatting, voor zowel de ecologische- als de klimaatopgaven, waarbij ook in open akkergebied wordt gezocht naar mogelijkheden. |
|
|
In de Beerse overlaat liggen nog enkele dijken met interessante vegetatie. Graslanden voor kritische weidevogels Graslanden met voldoende, rust en foerageermogelijkheden geven kansen aan kritische weidevogels. Kleine zwanen en ganzen foerageren op de rijkste graslanden en hebben vooral behoefte aan een zone waar geen verstoring door recreatie of bejaging plaatsvindt. In de drogere delen vindt akkerbeheer plaats. In dit leefgebied gaat het niet sec om echte akkersoorten. Zo kan tijdelijke braak worden ingezet om de overleving van weidevogelkuikens op akkers, vooral kievit en scholekster te bevorderen. Mogelijke beheervormen zijn vogelakker, kruidenrijke akkerrand en braakstrook. Verspreid in het gebied liggen er bosjes en voormalige eendenkooien. Het halfopen oeverwallenlandschap en biotopen als sloten, dijken, wegbermen kunnen een biodiverse dooradering opleveren. Indien er geïnvesteerd zou worden in houtwallen, hoogstam fruitbomen, lanen en bosjes dan kan het mogelijk agrarisch beheerd worden. Denk bij droge dooradering bijvoorbeeld aan de steenuil. Op dijken met een door deskundigen beoordeelde rijke vegetatie binnen dit leefgebied en in beheer bij agrariërs kunnen overeenkomsten voor botanisch beheer worden afgesloten. Hier kunnen ook insecten van profiteren. Wat betreft natte dooradering kan met natuurvriendelijke oevers en sloten gewerkt worden aan bijvoorbeeld het biotoop voor grote en/of kleine modderkruiper. Kijk naar aansluiting bij ecologische verbindingszones. |
|
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
• Voor het te beheren gebied wordt een integraal beheerplan gemaakt waarin verschillende ecotopen in dit leefgebied aan bod komen. Hierin wordt ook vermeld hoe aan de instapcriteria voldaan wordt; • In de gebiedsaanvraag wordt een onderbouwing van de locatie en het type beheer gegeven. O.a. hoe deze samenhangt met het beheer in agrarische leefgebieden en hoe synergie wordt gevonden bij andere doelen als natuurgebieden en ecologische verbindingszones |
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
• Minimum schaal waarop de maatregelen worden genomen is een kerngebied van 100 ha in een zeer open landschap waar geen onnodige verstoring is; • Het aandeel golfplatenplasdras of greppelplasdras is tenminste 3%, op te voeren naar 10% van de totale oppervlakte beheer in het werkgebied minus de oppervlakte legselbeheer; • Tenminste 20% van de totale oppervlakte beheer in het werkgebied minus de oppervlakte legselbeheer, of 1,4 ha per broedpaar van de kritische weidevogels, bestaat uit ‘zwaar beheer’ dat ‘kuikenland’ oplevert in de kuikenperiode: - Grasland met een rustperiode tenminste tot 1 juni. - Rust na voorweide, tot tenminste 15 juni. • Het aandeel kruidenrijk grasland binnen de totale oppervlakte beheer in het werkgebied minus de oppervlakte legselbeheer is niet kleiner dan 10% met een streven naar 20%; • In de kerngebieden wordt eventueel aanwezige opgaande begroeiing verwijderd, elders is het niet nodig het landschap nog opener te maken; • De bemesting van de beheerpercelen gebeurt met ruige mest, zodanig dat in de kuikenperiode voldoende voedsel en een open structuur voor weidevogelkuikens aanwezig is; • De percelen met beheerovereenkomsten zijn, naar het inzicht van de gezamenlijke beheerders, meestal onder leiding van een coördinator, optimaal verspreid in een mozaïek, afgewisseld met legselbeheer, waarbij zwaar beheer bij voorkeur in eenheden van 2-5 ha voorkomt met een niet te grote onderlinge afstand (< 200 m) en spreiding in maaidata; • In het gehele mozaïek wordt een zo hoog mogelijke nest- en kuikenoverleving nagestreefd door nestbescherming, lastminute beheer op percelen waar nog gezinnen aanwezig zijn of het plaatsen van verjaagstokken; • Op bouwlandpercelen binnen het kerngebied worden randen (al dan niet ingezaaid) aangelegd om de overleving van aanwezige kuikens te verhogen (zie ecotoop akkerranden). • Het rustgebied voor de kleine zwaan is tenminste 100 ha groot, er verblijven minstens 50 exemplaren en er bevinden zich geen verstorende elementen (opgaande begroeiing, infrastructuur) binnen een straal van 150 meter van beheerde gebieden; • Er is genoeg voedselrijk gras aanwezig. Indien de ‘weidevogelrustzoneregeling’ (www.brabantslandschap.nl) actief is kan deze een nuttige extra toepassing zijn om kritische weidevogels te helpen overleven en opgroeien. |
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
• Minimum schaal waarop de maatregelen worden genomen is een kerngebied van 100 ha in een zeer open landschap waar geen onnodige verstoring is; De maatregelen voor akkervogels dragen bij aan het weidevogelbeheer en worden specifiek beschreven in het integrale beheerplan; De totale oppervlakte aan beheer beslaat tenminste 5% van het werkgebied, met een streven naar 10% binnen de zesjarige beheerperiode; • Het kerngebied waar de maatregelen worden ingezet is al rijk aan de doelsoorten of maximaal 2 kilometer verwijderd van andere kerngebieden; • Binnen het kerngebied dient minimaal 1 ha wintervoedselgewas of graanranden per 100 ha aanwezig te zijn; • De bloemrijke graslandranden met een extensief (1x per jaar) of zeer extensief (1x per 3 jaar) maaibeheer worden alleen gerealiseerd aan de zuidzijde van rustig gelegen opgaande begroeiing of langs sloten en zandwegen; • De totale oppervlakte aan randen inclusief extensief beheerde ruige bermen en ruigtes is tenminste 5% van het beheerde areaal. • Tenminste twee kilometer extensief beheerde ruige bermen en greppels per 100 ha kerngebied. • De braak(strook) wordt alleen ingezet op percelen waar echt weidevogels nestelen en bij clusters (cirkelstraal 200 meter) van tenminste vijf broedparen of vijf per perceel; • Kruidenrijke graslandranden worden alleen ingezet als onderdeel van een kerngebied voor kritische weidevogelsoorten. |
|
Instap criteria dikgedrukt, overige criteria zijn een advies |
• Maatregelen voor de doelsoorten worden alleen genomen op plekken waar de soort al aanwezig is, aansluitend op een verspreidingskern of aansluitend op EVZ’s voor deze soort; • Minimum schaal waarop de maatregelen worden genomen is een aaneengesloten netwerk van sloten binnen een gebied van 100 ha; • Voor zover maatregelen voor natte dooradering niet genomen worden in het kader van een beheerplan voor een gebied met kritische weidevogels wordt een apart beheerplan gemaakt; • Maatregelen voor de grote modderkruiper worden alleen genomen op plekken waar de soort al aanwezig is, aansluitend op natuurgebieden of EVZ’s voor deze soort; • (Doodlopende) watergangen ten behoeve van de grote modderkruiper zijn voorzien van: - Randen om inspoelen van meststoffen te voorkomen. - Een dichte gevarieerde waterplanten- en oeverplanten (helofyten)vegetatie. - Kleinschalig in ruimte en tijd gefaseerd onderhoud waarbij steeds slootvakken afgesloten blijven voor ander vissoorten die jonge grote modderkruipers eten. - Een zo natuurlijk mogelijk waterpeil. • Binnen een kerngebied voor kritische weidevogels, wordt 10% van de brede (> 2 m) sloten, van tenminste 50 cm diep, voorzien van natuurvriendelijke oevers, bijvoorbeeld: eenzijdig maximaal 6 meter breed, alternerend aangelegd. Tweezijdig maximaal 3 meter breed en dan niet alternerend, maar doorlopend langs de sloot;• Sloten met natuurvriendelijke oevers zijn schoon en helder door maatregelen om instroom van meststoffen te beperken en worden uitgerasterd bij begrazing; • Sloten met natuurvriendelijke oevers hoeven niet jaarlijks te worden gemaaid maar worden planmatig, cyclisch en gefaseerd in ruimte en tijd onderhouden. Indien de vegetatiegroei dit toelaat niet vaker dan eens in de ongeveer vier jaren; • In sloten waarin de bittervoorn voorkomt worden bij het baggeren grote zwanenmossels teruggezet in de sloot. In de sloot houdt in dat dit op dezelfde hoogte is als waar de betreffende zoetwatermossel langs de sloot is gevonden. De zoetwatermossels mogen niet worden verzameld om vervolgens op het eind van de sloot te worden teruggegooid. Dit om te voorkomen dat de zoetwatermossels in een keer gepredeerd worden en er toch te weinig grote mossels overblijven. |
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2023-11532.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.