Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben van K3Delta B.V. een aanvraag om een vergunning op grond van de Ontgrondingenwet ontvangen. De aanvraag heeft betrekking op het ontgrondingsproject Hemelrijkse Waard (ondergrond depot, gelegen op de percelen kadastraal bekend gemeente Lith, sectie H, nummers 353, 354, 355, 356, 357, 358 en 370.
De besluitvorming op deze aanvraag is door het college van Gedeputeerde Staten van NoordBrabant gemandateerd aan de directeur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.
De directeur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant maakt namens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant bekend dat zij op grond van de Ontgrondingenwet de vergunning voor de aanvraag verlenen.
De definitieve beschikking is niet gewijzigd ten opzichte van de ontwerpbeschikking.
Wat houdt het project in?
Over een oppervlakte van circa 3,8 hectare wordt het gebied (na verwijdering van het depot) verlaagd tot vlak onder stuwpeil. De maximale ontgrondingsdiepte bedraagt op het diepste punt zo’n 1,5 meter onder het oorspronkelijke maaiveld. In totaal wordt er 56.250 m3 klei (voor een deel door uitwisseling geoptimaliseerd) en 21.000 m3 dekgrond ontgraven. De beoogde herinrichting van het gebied sluit aan bij de in 2016 uitgevoerde herinrichting van de Hemelrijkse Waard.
Waar en wanneer kunt u de stukken inzien?
Vanaf het moment van de ter inzagelegging zijn de definitieve beschikking en de aanvraag met bijbehorende stukken via officiëlebekendmakingen.nl in te zien.
Het is ook mogelijk om de stukken in te zien bij de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, Wal 28 in Eindhoven. U kunt daar telefonisch een afspraak voor maken via 088 369 03 69.
Wanneer, door wie en hoe kan beroep worden ingesteld?
Als u het niet eens bent met dit besluit, kunt u een beroepschrift indienen. Er kan tot zes weken na de publicatie van dit besluit, en wel tot en met ”24 oktober 2023”, beroep worden ingesteld door belanghebbenden die:
- redelijkerwijs niet kunnen worden verweten geen zienswijzen naar voren te hebben gebracht over de ontwerpbeschikking.
Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat: a. de naam en het adres van de indiener;
- 1.
- 2.
een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht;
- 3.
de gronden van het beroep.
Zo mogelijk wordt een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, door u overgelegd.
Het beroepschrift kunt u richten aan: de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Postbus 20019
2500 EA in Den Haag.
Het instellen van beroep schorst de werking van de beschikking niet op. Als tijdig een beroepschrift is ingediend kan bij een spoedeisend belang een voorlopige voorziening worden gevraagd. Deze kunt u richten aan:
de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Postbus 20019
2500 EA Den Haag.
Er zijn kosten verbonden aan het vragen van een voorlopige voorziening (griffierecht).
De verleende vergunning treedt in werking de dag na afloop van de beroepstermijn. Indien gedurende deze periode door belanghebbenden bij de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt de vergunning niet in werking voordat op dat verzoek is beslist.
Aan deze procedure is het kenmerk Z-2023-000538 gekoppeld. Wij vragen u bij correspondentie dit kenmerk te vermelden.