Besluit Van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland; van 10 december 2018, nr. 1151928, Wet natuurbescherming ex. Artikel 3.18 om de omvang van de populatie van de nijlgans (Alopochen aegyptiacus) in de provincie Noord-Holland te beperken

Gelet op

  • de Wet natuurbescherming (hierna Wnb):

    • artikelen 3.17, 3.18;

    • artikelen 3.24, 3.25, 3.26.

  • het Besluit natuurbescherming (hierna: Bnb):

    • artikelen 3.9 tot en met 3.16.

Overwegende dat

  • met plaatsing van de nijlgans (Alopochen aegyptiacus) op de Unielijst (EU-verordening 1143/2014) is komen vast te staan dat het noodzakelijk is de populatie uit te roeien, te beheersen of in te dammen;

  • de beperking van de omvang van de populatie van de nijlgans (Alopochen aegyptiacus) noodzakelijk is om de redenen genoemd in artikel 3.17, lid 1, onder a. van de Wnb.

Besluiten

  • 1.

    ingevolge artikel 3.18, lid 1 juncto lid 4 van de Wnb aan Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland te Haarlem de opdracht te geven om de omvang van de populatie van de nijlgans (Alopochen aegyptiacus) op het grondgebied van de provincie Noord-Holland te beperken;

  • 2.

    daartoe op grond van artikel 3.26, lid 3 van de Wnb aan Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland ontheffing te verlenen van het verbod van artikel 3.16, lid 1, sub a van het Bnb om het geweer te gebruiken voor zonsopgang en na zonsondergang;

  • 3.

    daartoe op grond van artikel 3.25, lid 1 van de Wnb als middelen en methoden voor de uitvoering van deze opdracht aan te wijzen:

    • geweren zoals bedoeld in artikel 3.9, lid 1, sub a van het Bnb;

    • honden, niet zijnde lange honden, zoals bedoeld in artikel 3.9, lid 1, sub b van het Bnb;

    • het vangen met gebruikmaking van lokvogels zoals bedoeld in artikel 3.9, lid 2, sub c van het Bnb;

    • het vangen met gebruikmaking van een middel waarmee lokgeluiden kunnen worden gemaakt zoals bedoeld in artikel 3.9, lid 2, sub d van het Bnb;

    • het gebruik van het geweer voor zonsopgang en na zonsondergang zoals bedoeld in artikel 3.9, lid 2, sub e onder 4 van het Bnb;

  • 4.

    op grond van artikel 5.3, lid 4 van de Wet natuurbescherming aan dit besluit de navolgende voorschriften, beperkingen en geldigheid te verbinden.

Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland blijft als opdrachtnemer verantwoordelijk voor het naleven van de bepalingen en voorschriften die aan dit besluit zijn verbonden.

  • 2.

    Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland laat jachtaktehouders op hun verzoek, door middel van een machtiging, gebruik maken van deze opdracht. De aldus gemachtigde ontvangt daarom –tezamen met de machtiging- van de Faunabeheereenheid een kopie van deze opdracht.

  • 3.

    Het gebruik van het geweer vindt uitsluitend plaats vanaf 1 uur voor zonsopkomst tot 1 uur na zonsondergang.

  • 4.

    Op de naleving van het in of krachtens de wet gestelde wordt toezicht gehouden door de toezichthouders van de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord. De gebruiker van de opdracht moet op of nabij het veld waar hij gerechtigd is tot uitvoering, ter plaatse waar hij de handelingen verricht waartoe de opdracht strekt, aan genoemde toezichthouders op eerste aanvrage een kopie van de opdracht tonen. Deze kopie dient hiertoe aantoonbaar aanwezig te zijn op of nabij het veld waar de gebruiker gerechtigd is tot uitvoering. Deze kopie mag langs elektronische weg, leesbaar worden getoond.

  • 5.

    Gedode dieren dienen ter voorkoming van de verspreiding van ziekten zo spoedig mogelijk te worden opgeruimd.

  • 6.

    Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland rapporteert jaarlijks in haar jaarverslag aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland over de, op basis van deze opdracht, uitgevoerde maatregelen. Deze rapportage wordt digitaal opgestuurd naar postbus@rudnhn.nl of per post aan de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord (RUD NHN), Postbus 2095, 1620 EB Hoorn.

Geldigheid

Deze opdracht geldt vanaf de dag na verzending tot 30 november 2024.

Dierenwelzijn

Wellicht ten overvloede wijzen wij op de zorgplichtartikelen zoals deze zijn opgenomen in de Wnb en in het bijzonder op artikel 3.24, lid 1 waarin is bepaald: “Een ieder die een in het wild levend dier doodt of vangt voorkomt dat het dier onnodig lijdt”. Deze zorgplicht geldt ook voor de nijlgans.

Haarlem, 26 juli 2022

Namens Gedeputeerde Staten

directeur Beleid

dhr. H.J. Schartman

Naar boven