Verzoek om onteigening tbv realisatie inpassingsplannen ‘Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (Oost en West)’

Provinciale Staten van Noord-Brabant;

 

Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 10 mei 2022, nr. 22/22 A;

 

Gelet op artikel 78 van de Onteigeningswet;

 

Overwegende dat:

  • -

    de op 29 juni 2018 door Provinciale Staten vastgestelde Provinciale Inpassingsplannen ‘Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (Oost en West)’ voorafgaand aan dit besluit gewijzigd worden vastgesteld;

  • -

    voor de realisatie van deze inpassingsplannen een aantal onroerende zaken, ondanks gevoerde onderhandelingen daartoe, nog niet minnelijk is verworven;

  • -

    zonder deze verwerving de beoogde realisatie geen doorgang kan vinden;

  • -

    volgens planning, voornoemde realisatie volgens afspraken met de aannemerscombinatie zo spoedig mogelijk moet worden uitgevoerd;

  • -

    derhalve om tijdige verwezenlijking van het werk te (kunnen) bewerkstelligen parallel aan de doorlopende minnelijke onderhandelingen de inzet van het onteigeningsinstrument noodzakelijk is geworden;

  • -

    voor de onteigening voor dit project op 16 juli 2020 een Koninklijk Besluit (nr. 2020001560) is verkregen, dat per 16 juli 2022 vervalt vóórdat de inpassingsplannen ‘Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (Oost en West)’ onherroepelijk zullen zijn;

  • -

    het dagvaarden voor onteigening van de belanghebbenden door de provincie (de gerechtelijke fase) niet kan plaatsvinden zolang de inpassingsplannen nog niet onherroepelijk zijn;

  • -

    het verkregen Koninklijk Besluit niet kan worden verlengd en in verband daarmee een nieuw verzoek om onteigening bij de Kroon moet worden ingediend;

  • -

    het verzoek aan de Kroon tot het opstarten van de onteigeningsprocedure op grond van artikel 78 van de Onteigeningswet, door het algemeen bestuur van de provincie moet worden gedaan;

Besluiten:

 

  • 1.

    Ter realisatie van de inpassingsplannen ‘Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (Oost en West)’, de Kroon te verzoeken om ten name van de pro­vincie Noord-Brabant en op de grondslag van Titel IV van de Onteigeningswet (artikelen 77 e.v.) over te gaan tot de aanwijzing ter onteigening van (de gedeelten van) de onroerende zaken, zoals deze zijn weergegeven op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte grondtekeningen en zoals deze zijn omschreven in de eveneens bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte onteigeningslijst.

  • 2.

    De uitvoering van dit (verzoek)besluit, waaronder de inzending aan de Kroon na het vervallen van het Koninklijk Besluit nr. 2020001560, te mandateren aan Gedeputeerde Staten, met inachtneming van de termijnen en voorwaarden van artikel 79 van de Onteigeningswet en met inbegrip van de bevoegdheid tot het (binnen drie maanden na het besluit) verbeteren of aanvullen van dit besluit alsmede de bevoegdheid tot het gedurende de administratieve onteigeningsprocedure aan de Kroon doorgeven van wijzigingen ten opzichte van dit besluit, met betrekking tot afspraken over zelfrealisatie en/of tussentijdse minnelijke verwerving van de onroerende zaken, als gevolg waarvan aanwijzing ter onteigening achterwege kan blijven.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten alle overige handelingen te laten verrichten, die noodzakelijk zijn om het beoogde Koninklijk Besluit te verkrijgen.

’s-Hertogenbosch, 15 juli 2022

Provinciale Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de griffier,

mr. K.A.E. ten Cate

1. Onteigeningslijst zonder namen (gewaarmerkt)

2. Grondtekening in 4 bladen (gewaarmerkt)

Naar boven