Verkeersbesluit VRI N214 - Veerweg

PZH-2021-792689252 / DOS-2021-0008099

Inleiding

De capaciteit van de huidige aansluiting van de N3 en N214 op de A15, ten noorden van Papendrecht in de gemeente Molenlanden, is te klein voor het verkeersaanbod. Omdat dit vaak tot lange files leidt, verbetert Rijkswaterstaat de aansluiting. Dit zorgt voor een betere doorstroming, verkeersveiligheid en bereikbaarheid van de regio. Eén van de maatregelen is het verwijderen van de enkelstrookrotonde N214 – Veerweg – Parallelweg (aan de noordzijde van de A15) en deze vervangen door een nieuw kruispunt geregeld met een verkeersregelinstallatie. Verder wordt aan de zuidoostzijde van het kruispunt een nieuw carpoolplein gerealiseerd dat bereikbaar is vanuit de Parallelweg. Dit carpoolplein is gelegen op grondgebied van de gemeente Papendrecht. Voor de bijbehorende verkeersmaatregelen is een verkeersbesluit verplicht.

Bevoegdheid

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben de bevoegdheid om op grond van artikel 18, eerste lid, sub b van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) verkeersbesluiten te nemen voor wegen die bij haar in beheer zijn. Krachtens het ambtelijk mandaatbesluit voor de provinciale organisatie 2021, is deze bevoegdheid door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gemandateerd aan het hoofd van de eenheid Advies Beheer Assets.

Overwegingen ten aanzien van het besluit

Krachtens artikel 15, eerste lid, van de WVW dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het BABW inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

Motivering

Uit het oogpunt van (zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van de WVW):

  • het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • het instandhouden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

  • het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

is het gewenst om de enkelstrooksrotonde te verwijderen en te vervangen door een kruispunt met een verkeersregelinstallatie.

Belangenafweging

Het belangrijkste doel van de maatregelen is het waarborgen van de doorstroming van het verkeer en de verkeersveiligheid ter hoogte van het kruispunt. Door de ombouw van een rotonde naar een kruispunt met verkeersregelinstallatie heeft het kruispunt meer capaciteit waardoor de kans op filevorming afneemt. Dit zorgt ook voor een verbetering van de verkeersveiligheid, omdat de kans op stilstaand verkeer op het wegvak voor het kruispunt (met een hogere snelheidslimiet) kleiner wordt. Daarmee wordt de kans op kop-staartbotsingen en eventueel letsel beperkt. De oversteek voor het langzaam verkeer wordt eveneens geregeld met de verkeersregelinstallatie, waardoor het wegverkeer op de N214 en (brom)fietsverkeer in tijd van elkaar gescheiden wordt. Ter waarborging van de verkeersveiligheid van het overstekende langzaam verkeer wordt op de hoofdrijbaan van de N214 voor het kruispunt een snelheidsbeperking tot 50 km/u ingesteld. Alles tegen elkaar afgewogen zijn de te nemen maatregelen dus in ieders belang.

 

Overleg

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW is er overleg gepleegd met de korpschef. Deze heeft ingestemd met de maatregelen.

Besluit

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, gelet op het voorgaande besluiten:

  • 1.

    Alle eerder genomen verkeersbesluiten in te trekken die strijdig of gelijk zijn met de hieronder beschreven verkeersmaatregelen die betrekking hebben op het instellen c.q. aanwijzen van verkeersmaatregelen aan desbetreffende wegen of weggedeelten opgenomen in dit besluit;

  • 2.

    Voor het in de gemeente Molenlanden buiten de bebouwde kom gelegen kruispunt N214 - Veerweg de volgende verkeersmaatregelen vast te stellen overeenkomstig bijgaande tekeningen met tekeningnummer RM006607:

    • a.

      Door plaatsing van borden A1-50 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV) voor het kruispunt een snelheidsbeperking tot 50 km/h in te stellen voor het verkeer op de N214;

    • b.

      Door plaatsing van borden B6 uit bijlage I van het RVV en het aanbrengen van haaientanden op het wegdek aan te geven dat het verkeer vanuit de Veerweg en Parallelweg voorrang dient te verlenen aan het kruisende verkeer;

    • c.

      Door plaatsing van borden B6 uit bijlage I van het RVV en het aanbrengen van haaientanden op het (brom)fietspad aan te geven dat bestuurders op het (brom)fietspad voorrang dienen te verlenen aan het kruisende wegverkeer;

    • d.

      Door plaatsing van borden D2 uit bijlage I van het RVV op de middengeleiders van de toeleidende wegen van het kruispunt, alle weggebruikers te verplichten het bord voorbij te gaan aan de rechterzijde;

    • e.

      Door plaatsing van borden G12a uit bijlage I van het RVV het vrijliggende pad aan de noordzijde en oostzijde van het kruispunt aan te wijzen als verplicht (brom-)fietspad.

  • 3.

    Voor het in de gemeente Papendrecht buiten de bebouwde kom gelegen carpoolplein aan de Parallelweg de volgende verkeersmaatregelen vast te stellen overeenkomstig bijgaande tekeningen met tekeningnummer RM006607:

    • a.

      Door plaatsing van borden B6 uit bijlage I van het RVV en het aanbrengen van haaientanden op het wegdek aan te geven dat het verkeer vanuit het carpoolplein voorrang dient te verlenen aan het kruisende verkeer op de Parallelweg;

    • b.

      Door plaatsing van borden C2 en C3 uit bijlage 1 van het RVV 1990 eenrichtingsverkeer in te stellen ter hoogte van de in- en uitgang van het carpoolplein.

  • 4.

    Te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant.

Bezwaar en voorlopige voorziening

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden ingevolge artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij ons een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dit bezwaarschrift moet binnen zes weken na de dag van bekendmaking van dit besluit worden toegezonden, onder vermelding van “Awb-Bezwaar” in de linkerbovenhoek van enveloppe en bezwaarschrift. Het bezwaar moet worden gericht aan: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, t.a.v. het Awb-secretariaat, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.

Krachtens artikel 6:16 van de Awb schorst het bezwaar de werking van dit besluit niet. Gelet hierop kan – als tegen dit besluit bezwaar wordt gemaakt – ingevolge artikel 8:81 van de Awb bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag, sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag (bezoekadres: Prins Clauslaan 60 te Den Haag), een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend. Voor het verzoek zal griffierecht worden geheven.

Wij verzoeken u een kopie van dit verzoek om een voorlopige voorziening toe te zenden aan: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

Naar boven