- 1.
Besluiten tot het door middel van opdrachtbon, opdrachtbrief, overeenkomst of anderszins aangaan van verplichtingen met betrekking tot
- -
- -
het verrichten van diensten, en
- -
het uitvoeren van werken, met uitzondering van besluiten tot (voortijdige) beëindiging van verplichtingen met betrekking tot het leveren van zaken, verrichten van diensten en het uitvoeren van werken.
- nb.
Wanneer het om meerjarige verplichtingen gaat en zover in de provinciale meerjarenraming hiermee rekening is gehouden mogen deze worden aangegaan voor zover het betreft gebruikelijke contracten met betrekking tot bedrijfsvoering en onderhoud van provinciale eigendommen en de daarmee gemoeide jaarlijkse lasten niet groter zijn dan € 250.000,-.
|
- a.
Bureauhoofd, hoofd eenheid of adjunct-hoofd
- b.
Opzichter van Dienst, als zodanig aangewezen door het afdelingshoofd Infrastructuur
- c.
Afdelingshoofd of programmamanager
|
- a.
tot € 50.000,- totale opdrachtsom (initiële opdracht inclusief verlengingen en meerwerk)
- b.
tot € 50.000, totale opdrachtsom (initiële opdracht inclusief verlengingen en meerwerk). Opzichter van Dienst Infrastructuur maakt uitsluitend gebruik van deze bevoegdheid onder de volgende voorwaarden:
- -
er is sprake van spoedeisendheid;
- -
er wordt ten spoedigste verantwoording afgelegd aan bureauhoofd Infrastructuur
- c.
tot € 100.000,- totale opdrachtsom (initiële opdracht inclusief verlengingen en meerwerk)
|
- 2.
betaalbaar stellen van facturen behorende bij, door of namens gedeputeerde staten genomen besluiten tot het aangaan van verplichtingen met betrekking tot:
- -
- -
het verrichten van diensten, en
- -
het uitvoeren van werken.
|
- a.
Bureauhoofd, hoofd eenheid, adjunct-hoofd, programmamanager, Ambtelijk opdrachtgever p-MIRT- of MBVI-project, als zodanig aangewezen door het afdelingshoofd Infrastructuur
|
- a.
Voor zover passend in het aan het betreffende project toegekende budget;
|
|
|
|
|