gelezen het verzoek van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zuidplas, d.d. 11 februari 2022, nr. U22.000701, tot vaststelling van de gewijzigde grenzen van de bebouwde kommen van de gemeente Zuidplas, op grond van de Wegenwet;
overwegende dat het college van de gemeente Zuidplas, in haar vergadering van 8 februari 2022, nr. B21.000706 op grond van het gestelde in artikel 20a van de Wegenverkeerswet, onder andere heeft besloten tot het vaststellen van de gewijzigde grenzen van de bebouwde kommen in de gemeente Zuidplas (de raad van de gemeente Zuidplas heeft deze bevoegdheid gedelegeerd aan het college);
dat het genoemde collegebesluit verband houdt met het opstellen van een nieuwe wegenlegger, omdat sinds 1 januari 2010 de gemeenten Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJssel, Zevenhuizen en Moerkapelle zijn samengevoegd tot de nieuwe gemeente Zuidplas en de huidige komgrenzen ingevolge de Wegenwet sterk zijn verouderd;
dat ingevolge het bepaalde in artikel 27, 2e lid, van de Wegenwet, het college van Gedeputeerde Staten de grenzen van de bebouwde kom dient vast te stellen, voor de toepassing van die wet;
dat onder intrekking van de ter zake bestaande besluiten tot herziening van de grenzen van de bebouwde kommen van respectievelijk de gemeenten Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJssel, Zevenhuizen en Moerkapelle geen overwegende bezwaren bestaan om aan het verzoek van de gemeente Zuidplas te voldoen;
dat de bevoegdheid tot het nemen van bebouwde kombesluiten op grond van de Wegenwet is gemandateerd aan het hoofd van de eenheid Juridische Expertise en Handhaving van de Dienst Beheer Infrastructuur;
gelet op de Wegenwet en het bepaalde in het ambtelijk mandaatbesluit voor de provinciale organisatie 2022;
BESLUITEN: