Besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland tot het vaststellen van de gewijzigde grenzen van de bebouwde kom Wegenwet in de gemeente Leiden.
Overwegende:
gelezen het verzoek van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden, d.d. 29 september 2020, nr. Z/18/1296969, tot vaststelling van de gewijzigde grenzen van de bebouwde kom van de gemeente Leiden, op grond van de Wegenwet;
overwegende, dat de raad van de gemeente Leiden, in haar vergadering van 17 september 2020, op grond van het gestelde in artikel 20a van de Wegenverkeerswet, heeft besloten tot het vaststellen van de gewijzigde grenzen van de bebouwde kom van Leiden;
dat het genoemde raadsbesluit verband houdt met het opstellen van een nieuwe wegenlegger;
dat ingevolge het bepaalde in artikel 27, lid 2, van de Wegenwet, het college van Gedeputeerde Staten de grenzen van de bebouwde kom dient vast te stellen, voor de toepassing van die wet;
dat bij hun besluit van 12 juli 1983, nr. B3290/1, gewijzigd bij hun besluit van 22 november 1983, nr. B5278/1 (afgekondigd in Provinciale Bladen nrs. 124 en 182 van 1983), laatstelijk gewijzigd d.d. 27 augustus 1990, kenmerk VV-11324/1, voor de toepassing van de Wegenverkeerswet en de Wegenwet de grenzen van de bebouwde kom van Leiden zijn vastgesteld;
dat onder intrekking van de ter zake bestaande besluiten er geen overwegende bezwaren bestaan om aan het verzoek van de gemeente Leiden te voldoen;
gelet op de Wegenwet en het bepaalde in het ambtelijk mandaatbesluit voor de provinciale organisatie 2021, is deze bevoegdheid door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gemandateerd aan het hoofd van de eenheid Juridische Expertise en Handhaving;
BESLUITEN: