Provinciaal blad van Noord-Holland
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Noord-Holland | Provinciaal blad 2021, 5561 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Noord-Holland | Provinciaal blad 2021, 5561 | delegatie- of mandaatbesluit |
Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland van 6 juli 2021, nr. 1657345/1659413 houdende regels omtrent mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021 van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021 van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland)
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;
Overwegende dat bevoegdheden in het kader van het invorderingsproces aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied worden gemandateerd en dat om die reden het Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2020 van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland dient te worden aangepast;
Gelet op afdeling 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 32 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied;
Gelet op het instemmingsbesluit van het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied;
Besluiten vast te stellen: het Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021 van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland
Artikel 3. Kaders uitoefening bevoegdheden
Het college zorgt ervoor dat de directeur dan wel diens plaatsvervanger over alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het in het eerste lid bepaalde kan beschikken. Het college treedt bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met de directeur dan wel diens plaatsvervanger over uitvoeringsaspecten, indien dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden die namens het college worden uitgevoerd.
In voorkomende gevallen informeert de directeur dan wel diens plaatsvervanger het college tijdig over: het nemen van beslissingen van principieel juridische aard, beleidsmatig principiële aard, of politiek- of bestuurlijk-gevoelige aard en tevens bij het nemen van beslissingen met risico’s van financiële aard, zoals een mogelijk kostenverhaal op basis van onrechtmatige daad of anderszins. De directeur alsmede diens plaatsvervanger neemt hierbij de algemene instructie uitoefening mandaat en machtiging die als bijlage III is opgenomen bij dit besluit in acht.
De directeur dan wel diens plaatsvervanger en het college overleggen regelmatig over beleidsdoelstellingen en prioriteiten ten behoeve van de beheer- en beleidscyclus van de OD NZKG, in het bijzonder over de planning, de aantallen en de kwaliteit van de in mandaat te nemen en reeds genomen besluiten.
Indien een besluit krachtens (onder)mandaat dan wel (onder)machtiging wordt genomen als bedoeld in artikel 2 respectievelijk artikel 5 luidt de ondertekening:
Het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland,
Haarlem, 6 juli 2021
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,
R.M. Bergkamp, provinciesecretaris
A.Th.H. van Dijk, voorzitter,
1.1. Bijlage I. Toelichting behorend bij Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021 van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland
Voor Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (hierna: Omgevingsdienst NZKG) is een gemeenschappelijke regeling getroffen, genaamd Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst NZKG 2016 (hierna: regeling). De regeling is per 1 januari 2016 gewijzigd, waarna ook het mandaat is gewijzigd met als doel harmonisatie van de mandaten van de opdrachtgevers door alle opdrachtgevers het voorgelegde modelmandaat ongewijzigd te laten vaststellen. Het mandaat dat bij de oprichting van de Omgevingsdienst NZKG is meegegeven is door de verschillende opdrachtgevers verschillend vastgesteld. De verschillen bestaan eruit dat niet elke opdrachtgever mandaat heeft verleend, meerdere opdrachtgevers zijn afgeweken van het meegegeven mandaat en dat er verschillende beperkingen en voorwaarden zijn toegevoegd. De enige verschillen komen voort uit de inbreng van een verschillend takenpakket door de opdrachtgevers.
Onder mandaat wordt in de Algemene wet bestuursrecht verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Met andere woorden de functionaris, dit is de gemandateerde, krijgt de bevoegdheid om een besluit te nemen dat geldt als een besluit van het bestuursorgaan dat het mandaat heeft verleend (mandaatgever). Het door de gemandateerde genomen besluit geldt derhalve als een besluit van het bestuursorgaan en heeft dezelfde juridische consequenties als een door het bestuursorgaan zelf genomen besluit. Er worden evenwel geen publiekrechtelijke bevoegdheden van het bestuursorgaan overgedragen aan de directeur van de Omgevingsdienst NZKG. Het betreft hier een vorm van publiekrechtelijke vertegenwoordiging. Bij de omschrijving van het begrip mandaat wordt uitgegaan van de bevoegdheid tot het nemen van een besluit. Met andere woorden de uitoefening van gemandateerde bevoegdheden wordt zichtbaar in het nemen van besluiten (zie ondertekening). Mandaat wordt in dit besluit niet verleend aan een persoon, maar aan een functionaris, dus aan degene die een functie bekleedt. De mandaatgever kan de gemandateerde per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid. Daarnaast blijft de mandaatgever ook altijd zelf bevoegd om de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen.
Aan de directeur alsmede diens plaatsvervanger wordt ook machtiging verleend om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn in het kader van de gemandateerde bevoegdheden. Voorbeelden hiervan zijn procesvertegenwoordiging, het vaststellen van brieven zonder rechtsgevolg en het feitelijk toepassen van bestuursdwang. De bepalingen in voorliggend besluit inzake ondermandaat moeten analoog worden toegepast op ondermachtiging van ondergeschikten. Dit is in lijn met de systematiek van de Algemene wet bestuursrecht.
1.1.3 Relatie Gemeenschappelijke Regeling
Het besluit mandaat en machtiging behelst de taken die in het kader van de regeling worden ingebracht en die zich richten op het in artikel 2 van de regeling genoemde belang. In artikel 31 van de regeling is aangegeven dat geen bevoegdheden worden overgedragen. In artikel 32 van de regeling is aangegeven dat de taken in mandaat worden uitgevoerd en dat de opdrachtgevers zich verplichten dat namens hun bestuur ten minste de bevoegdheden noodzakelijk voor de uitvoering van het basistakenpakket en de VTH-taken voor de BRZO en RIE 4 bedrijven in mandaat worden verleend.
De effectiviteit en slagvaardigheid wordt vergroot wanneer het bestuursorgaan aan de directeur van de Omgevingsdienst NZKG alsmede diens plaatsvervanger de bevoegdheid toekent om namens hen de benodigde besluiten te nemen en handelingen te verrichten. Door vaststelling van het onderhavige besluit mandaat en machtiging wordt aan de directeur alsmede diens plaatsvervanger deze bevoegdheid toegekend. Het volledige mandaat geldt ook voor de plustaken. Hierbij wordt aangesloten op het landelijk beleid waarin beoogd is omgevingsdiensten in het leven te roepen als professionele uitvoeringsorganisaties die met een hoge mate van zelfstandigheid moeten kunnen werken.
De uitvoering van de vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavende taken van Brzo- en RIE categorie 4-bedrijven vraagt om een gespecialiseerde aanpak. Voor de uitvoering van deze taken is landelijk afgesproken dat zes omgevingsdiensten zich hierin specialiseren. Deze zes Brzo-omgevingsdiensten opereren landsdelig en zijn gevestigd in gebieden waar sprake is van een concentratie van Brzo- en RIE-categorie 4-bedrijven. De Omgevingsdienst NZKG is aangewezen als de Brzo-Omgevingsdienst die voor wat betreft genoemde taken het landsdeel Noord-Holland, Flevoland en Utrecht effectief en slagvaardig gaat bedienen.
1.1.6 Model besluit mandaat en machtiging
Om de opdrachtgevers te faciliteren, is een modelbesluit opgesteld. Uitgangspunt is volledig mandaat voor alle ingebrachte taken voor alle opdrachtgevers. Dit om zoveel mogelijk uniformiteit te bereiken.
Voor de Omgevingsdienst NZKG is het immers praktisch en efficiënt als de verlening van mandaat en machtiging zo uniform mogelijk geschiedt. Een model sluit aan bij de aanbevelingen van staatssecretaris Mansveld in het ‘Rapport evaluatie van het vernieuwde VTH-stelsel waaronder het stelsel van omgevingsdiensten’ van juli 2015.
1.1.7 Inhoud Besluit mandaat en machtiging
In het besluit mandaat en machtiging is bepaald dat de directeur van de Omgevingsdienst NZKG alsmede diens plaatsvervanger bij de aan hem in mandaat en machtiging opgedragen bevoegdheden de algemene instructies en de instructies per geval van de provincie Noord-Holland in acht neemt.
De directeur van de Omgevingsdienst NZKG alsmede diens plaatsvervanger maakt geen gebruik van het mandaat indien hij een persoonlijk belang heeft bij het uitoefenen van de bevoegdheid.
1.1.8 Instructie omgaan met mandaat en machtiging
Omdat er behoefte was om duidelijkheid te geven over de wijze waarop de Omgevingsdienst NZKG de mandaatgevers in staat stelt hun verantwoordelijkheid voor de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden waar te maken, is er een notitie opgesteld met uitgangspunten over het omgaan met het mandaat in relatie tot bestuurlijke besluitvorming. Deze algemene instructie is als bijlage III bij dit besluit toegevoegd.
1.2 Artikelsgewijze toelichting
1.2.1 Artikel 1 Begripsbepalingen
Artikel 1 van het besluit mandaat en machtiging bevat een omschrijving van de belangrijkste begrippen die in het besluit worden gebruikt. Mandaatgevend orgaan is het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland.
1.2.2 Artikel 2 Mandaat en machtiging
Artikel 2, eerste lid, verwijst naar het register behorende bij het besluit mandaat en machtiging. Hierin staan de concrete bevoegdheden opgenomen. In het tweede lid is bepaald dat van het mandaat is uitgesloten, de bevoegdheid om op bezwaar te besluiten. Deze bevoegdheid blijft bij de opdrachtgever.
Het laatste lid gaat over feitelijke handelingen ter voorbereiding en uitvoering van de taken en bevoegdheden zoals genoemd in het eerste lid.
1.2.3 Artikel 3 Kaders uitoefening bevoegdheden
In artikel 3 zijn de kaders van de uitoefening van de bevoegdheden aangegeven. De Omgevingsdienst NZKG zal haar besluiten, voor zover relevant, motiveren met bestaand beleid. Provincie Noord-Holland zal relevant beleid moeten bekendmaken aan de Omgevingsdienst NZKG. Als er sprake is van algemene en specifieke instructies, zal de Omgevingsdienst NZKG deze toepassen. De Omgevingsdienst NZKG treedt in overleg met de provincie Noord-Holland als afgeweken wordt van het beleid en indien nodig wordt er aandacht aan geschonken in de tertaalrapportages.
1.2.4 Artikel 4 Informatieplicht
De Omgevingsdienst NZKG informeert, gevraagd en ongevraagd, de provincie Noord-Holland over de door haar uitgevoerde taken. Voor de politieke-of bestuurlijke gevoelige gevallen wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde risico- en aandachts (R&A) dossiers. Regelmatig worden deze dossiers besproken met het bestuur. Daarnaast wordt de provincie geïnformeerd in de tertaalrapportages.
1.2.5 Artikel 5 Ondermandaat en ondermachtiging
Dit artikel geeft aan dat de directeur van de Omgevingsdienst NZKG bevoegdheden in ondermandaat en ondermachtiging kan opdragen aan ondergeschikten. Het is aan de directeur om dit te bepalen, en zo ja aan welke functionarissen. Tevens zijn de artikelen 2, 3 en 4 van toepassing voor ondermandaat en ondermachtiging en zal de directeur zorg dragen dat de door hem ondergemandateerden, dan wel ondergemachtigden over de benodigde informatie zoals genoemd in artikel 3 beschikken. Een besluit tot verlening van ondermandaat en ondermachtiging wordt bekend gemaakt in het publicatieblad van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en treedt in werking op de dag na publicatie.
In dit artikel is aangegeven hoe de ondertekening luidt bij (onder)mandaat en (onder)machtiging.
1.2.7 Artikel 7 Slot- en overgangsbepaling
In dit artikel is aangegeven dat het besluit mandaat en machtiging in werking treedt 1 juli 2021.
Tevens wordt aangegeven dat het Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2020 wordt ingetrokken.
Bijlage II. Register behorend bij Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021 van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland
In dit register staan de taken waarvoor mandaat is verleend door het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland aan de directeur van de OD NKZG.
Het gaat daarbij om de taken uit het basistakenpakket zoals genoemd in de Packagedeal en het Besluit omgevingsrecht verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de provinciale inrichtingen gelegen binnen het grondgebied van de provincie Noord-Holland. Daarnaast gaat het om projecten van provinciaal belang, gesloten stortplaatsen en windparken gelegen binnen het grondgebied van de provincie Noord-Holland. Daarnaast voert de OD NZKG ook andere taken uit zoals genoemd in het register hieronder. Denk hierbij aan de taken in het kader van de Waterwet, Provinciale milieuverordening Noord-Holland en het SER energieakkoord en milieuregelgeving energiebesparing.
Hierbij is onderstaande van belang.
De OD NZKG voert bij de provinciale inrichtingen (inclusief de niet gesloten stortplaatsen èn inrichtingsactiviteiten in, op, onder of over een gesloten stortplaats), projecten van provinciaal belang en windparken voor wat betreft de vergunningverlening alle activiteiten uit genoemd in artikel 2.1 en 2.2. van de Wabo en de activiteiten op grond van de Woningwet en het Bouwbesluit 2012. Projecten zijn van provinciaal belang als GS daarover een besluit heeft genomen. Tevens voert de OD NZKG het toezicht en de handhaving ten aanzien van deze activiteiten bij de provinciale inrichtingen, projecten van provinciaal belang en windparken uit.
Uitgezonderd zijn de volgende bedrijven:
Voor de meest recente lijst van bedrijven, neem contact op met het team opdrachtgeversoverleg via het e-mailadres: oga@noord-holland.nl.
De OD NZKG voert de taken uit voortvloeiend uit de Wet bodembescherming inclusief de vergunningverlening op spoedlocaties. Deze taken gelden binnen het grondgebied van de gemeenten Haarlemmermeer, Amstelveen, Aalsmeer, Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel. Daarnaast gelden deze taken ook voor alle BRZO en/of RIE-4 inrichtingen in de provincie Noord-Holland uitgezonderd de BRZO en/of RIE-4 inrichtingen gelegen binnen het grondgebied van de gemeenten Alkmaar en Haarlem. OD NZKG voert niet het toezicht en handhaving ten aanzien van de spoedlocaties zoals aangewezen op de MTR-lijst bij het convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020 uit.
De OD NZKG voert de taken met betrekking tot zorgplicht ex artikel 13 Wbb uit binnen het grondgebied van de gemeenten Amsterdam, Haarlemmermeer, Amstelveen, Aalsmeer, Diemen, Uithoorn, Ouder-Amstel en Zaanstad en voor alle BRZO en/of RIE-4 inrichtingen in de provincie Noord-Holland.
De OD NZKG voert de taken met betrekking tot de bevoegdheden uit het Besluit bodemkwaliteit uit voor alle provinciale inrichtingen binnen het grondgebied van de gemeenten Amsterdam, Haarlemmermeer, Amstelveen, Aalsmeer, Diemen, Uithoorn, Ouder-Amstel en Zaanstad en voor de provinciale inrichting Tata Steel te Velsen.
Ten behoeve van het project Versterking Markermeerdijken, hebben Gedeputeerde Staten aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied mandaat verleend voor de uitvoering van de vergunning-, toezicht- en handhavingsbodemtaken. Dit omdat het voor een efficiënte en effectieve uitvoering gewenst is deze taken in één hand te houden. Dit mandaat geldt gedurende de looptijd van het project. De mandaten aan de Omgevingsdiensten IJmond en Noord-Holland Noord zijn op dit onderdeel aangepast.
Het heffen van leges is geregeld in een apart mandaatbesluit van de Inspecteur der belastingen van de provincie Noord-Holland.
Bijlage III Algemene instructie uitoefening Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021 van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland
Artikel 1 Informeren van het bevoegd gezag
In voorkomende gevallen informeert de directeur de wethouder/gedeputeerde tijdig over het nemen van beslissingen van:
Tevens stelt hij het bevoegd gezag in de gelegenheid hem aanwijzingen te geven. Zo nodig treedt de directeur met de wethouder/gedeputeerde in overleg. Hieraan voorafgaand stemt de directeur ambtelijk af. Het bevoegd gezag kan in deze gevallen in lijn met artikelen 10:6 en 10:7 van de Awb de aanvraag zelf afhandelen, of een bijzonder mandaat aan de directeur verlenen voor verdere behandeling van de zaak onder voorwaarde van naleving van de voor de afhandeling door de het bevoegd gezag gegeven instructies. Afhandeling van deze gevallen geschiedt bij voorkeur door de directeur, niet door het bevoegd gezag zelf.
Artikel 2 Verstrekken van inlichtingen
Gemandateerden 1 , gevolmachtigden en gemachtigden verstrekken desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van het bij het mandaatbesluit verleende mandaat, volmacht en machtiging.
Artikel 3 Bekendmaking van besluiten
Het in een document vastleggen van een besluit of handeling, genomen respectievelijk verricht op grond van het mandaatbesluit geschiedt op briefpapier van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.
Wanneer de directeur vermoedt dat er zodanig tegenstellingen (dreigen) te ontstaan in het beleid van een of meer van de deelnemers, dat het functioneren van de dienst als gemeenschappelijke dienst daardoor zou kunnen worden bemoeilijkt, meldt hij dit aan het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling en aan het bestuur van de betreffende deelnemers.
in het verzorgingsgebied doen ter opheffing van deze tegenstellingen
Bijlage IV Toelichting Algemene instructie Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021 van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland
Uitgangspunt is een verantwoord gebruik van het mandaat binnen de grenzen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) maakt voortdurend afwegingen over een verantwoord gebruik van de gemandateerde bevoegdheden. De directeur ODNZKG dient immers de uitoefening van het mandaat te weigeren, indien hij van de mandaatgever instructies ontvangt die de grenzen van het mandaat te buiten gaan. Anderzijds is hij zich ervan bewust dat hij op grond van de Awb de uitvoering van het mandaat niet kan weigeren, indien hij met de opdrachtgever binnen de sfeer van het mandaat van mening verschilt over de toepassing van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid waarvoor mandaat is verleend. De zeggenschap over de in mandaat uitgeoefende bevoegdheden ligt immers bij het bevoegd gezag. Kern van de instructie is het benoemen van de situaties waarin de directeur het initiatief neemt om bij individuele besluiten het bevoegd gezag in de gelegenheid te stellen hem aanwijzingen te geven.
Dit artikel geeft duidelijkheid over de gevallen waarbij informeren van het bevoegd gezag met individuele besluiten in beginsel aan de orde is. De ODNZKG is onder meer ingesteld om een level playing field voor bedrijven te realiseren. Dit vraagt een uniformering van optreden en zo weinig mogelijk bemoeienis van het bevoegd gezag met individuele besluiten. Dat is ook in het belang van een doortastend optreden bij overtredingen. De bemoeienis van het bevoegd gezag met individuele besluiten blijft daarom in beginsel beperkt tot kwesties van principieel juridische aard, beleidsmatig principiële aard, of politiek- of bestuurlijk- gevoelige aard. Een tweede element is het op tijd informeren van de mandaatgever. De professionaliteit, deskundigheid, integriteit en gezaghebbendheid van de ODNZKG kunnen alleen goed naar voren komen, als de directeur in voorkomende gevallen de mandaatgever tijdig informeert. Zo vroeg mogelijk in het proces, dus niet pas op het moment dat het besluit op een aanvraag aanstaande is.
Volgens artikel 10:6 onder b van de Awb verschaft de gemandateerde de mandaatgever op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid. In deze instructie wordt duidelijk dat dit ook betrekking heeft op houders van een ondermandaat. Daarnaast wordt hiermee tot uitdrukking gebracht dat het bevoegd gezag in overeenstemming met de Awb ook de volledige zeggenschap houdt over zaken die op grond van artikel 1 niet door directeur bij het bevoegd gezag zijn aangemeld.
Dit is een bevestiging van de bestaande praktijk. Hiermee wordt ook in de communicatie met de burgers en bedrijven eenheid van optreden in het verzorgingsgebied bevorderd.
Dit artikel is gericht op het uitvoeringsbeleid. Harmonisering van uitvoeringsbeleid en uniformering van optreden in het verzorgingsgebied is gewenst. Het is een voorwaarde voor een level playing field en een doortastende handhaving. Ook moet worden voorkomen dat grote verschillen in uitvoeringsbeleid van de deelnemers het functioneren van de dienst bemoeilijken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2021-5561.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.