Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 18 mei 2021, kenmerk PZH-2021-774500661, tot wijziging van de Subsidieregeling energie-infrastructuur op industrieterreinen Zuid-Holland

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

 

Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

 

Overwegende dat de energie-infrastructuur essentieel is voor het slagen van de energietransitie.

 

Overwegende dat naast het onderling overbrengen van energie ook de infrastructuur om bedrijven aan te laten sluiten op niet-gereguleerde energiehoofdinfrastructuur een onrendabele top oplevert.

 

Overwegende dat het gebruik van CO2 als grondstof de emissie van CO2 reduceert en de glastuinbouwsector het meeste baat heeft bij als zij gebruik kan maken van de CO2 uit de industrie.

 

Besluiten:

Artikel I

De Subsidieregeling energie-infrastructuur op industrieterreinen Zuid-Holland wordt als volgt gewijzigd:

 

A

Artikel 1 komt te luiden:

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

  • -

    energie-infrastructuur: infrastructuur bedoeld voor:

    • a.

      het transporteren of opslag van energie met CO2-reductie als resultaat, niet zijnde de gereguleerde energie-infra voor aardgas of elektriciteit; of

    • b.

      het transporteren van CO2 wanneer ingezet als grondstof;

  • -

    glastuinbouwcluster: een terrein dat in hoofdzaak in gebruik is voor twee of meer bedrijven die in overwegende mate gericht zijn op het voortbrengen van producten en het leveren van diensten door middel van het duurzaam en intensief kweken van assimilerende organismen onder invloed van licht, geheel of hoofdzakelijk overdekt; waarbij onder kweken wordt verstaan veredeling, selectie, opkweek en verzorging, en waarbij onder licht wordt verstaan licht afkomstig uit natuurlijke of kunstmatige bron;

  • -

    Greenhouse Gas Protocol: een protocol waarin uitgebreide wereldwijde gestandaardiseerde kaders zijn vastgesteld voor het meten en beheren van de uitstoot van broeikasgassen (BKG) van activiteiten in de particuliere en publieke sector, waardeketens en mitigerende maatregelen en waarin een reeks rekenhulpmiddelen zijn ontwikkeld om bedrijven te helpen bij het berekenen van hun uitstoot van broeikasgassen van projecten om klimaatverandering tegen te gaan;

  • -

    hoofdinfrastructuur: de doorgaande open acces infrastructuur bedoeld voor waterstof of CO2, warmte of stoom;

  • -

    industrieterrein: een terrein waaraan in hoofdzaak een bestemming is gegeven voor de vestiging van inrichtingen en waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid insluit van vestiging van inrichtingen, zoals aangewezen in onderdeel D, bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, en waaronder tevens wordt verstaan een glastuinbouwcluster;

  • -

    netbeheerder: een netbeheerder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Gaswet;

  • -

    ondernemer: degene die zelfstandig werkzaamheden uitvoert en daar inkomsten uit heeft en ingeschreven is in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 en die is gevestigd op het industrieterrein;

  • -

    ondernemersvereniging: vereniging, opgericht overeenkomstig in artikel 27 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van ondernemers die de gemeenschappelijke belangen van ondernemers op een industrieterrein behartigt.

B

Artikel 2, eerste lid, komt te luiden:

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de aanleg van energie-infrastructuur:

    • a.

      op industrieterreinen;

    • b.

      tussen de hoofdinfrastructuur en een glastuinbouwcluster.

C

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt uitsluitend verstrekt aan netbeheerders.

D

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

    • b.

      een haalbaarheidsonderzoek of business case, waarin in ieder geval:

      • de zakelijke afweging om de activiteit te beginnen beschreven wordt;

      • wordt aangetoond dat de terugverdientijd van het project meer dan 5 jaar bedraagt;

      • wordt aangetoond dat de subsidievereisten als bedoeld in artikel 6, te verwezenlijken zijn; en

      • een onderbouwde CO2-reductie wordt beschreven, gebruikmakend van het Greenhouse Gas Protocol.

  • 2.

    Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:

    • 2.

      Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, gaat een aanvraag voor subsidie die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, vergezeld van een commitmentbrief van ondernemingen die gevestigd zijn op het glastuinbouwcluster, waarin de CO2-reductie vanwege de aanleg van de infrastructuur is onderbouwd.

  • 3.

    Het derde lid (nieuw) komt te luiden:

    • 3.

      Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt deze ingediend door of voor minimaal twee ondernemingen waartussen de energie-infrastructuur zal worden aangelegd.

E

Na artikel 4 wordt een artikel toegevoegd luidende:

Artikel 4a Beslistermijn

Gedeputeerde staten beslissen op een aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

 

F

In artikel 5, onderdeel a, wordt na “eerste lid,” ingevoegd “onderscheidenlijk tweede lid,”.

 

G

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

    • c.

      er is steun voor de activiteit, blijkend uit een commitmentbrief als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid;

  • 2.

    Het eerste lid, onderdeel d, vervalt onder verlettering van onderdelen e tot en met h tot d tot en met g.

  • 3.

    Het eerste lid, onderdeel g (nieuw), komt te luiden:

    • g.

      de subsidie voldoet aan de volgende formule CO2-rendements-eis:

      • Ʃt R ≥ I/P x 1,1

      • Waarbij:

      • R= CO2 winst (ton) en t is vijf jaar

      • I = subsidiebedrag (EUR)

      • P= EU-ETS-prijs (EUR/ton CO2), met een minimum van € 10,00 per ton CO2 en maximum van €30 per ton

  • 4.

    In het tweede lid wordt na ‘’onderdeel’’ ingevoegd ‘’c’’.

H

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het eerste lid komt te luiden:

    • 1.

      In afwijking van artikel 23 van de Asv gaat de aanvraag tot subsidievaststelling naast het activiteitenverslag, ongeacht de hoogte van het verleende subsidiebedrag, vergezeld van een financieel verslag.

  • 2.

    In het tweede lid vervalt “die beide zijn opgesteld overeenkomstig het door de provincie Zuid-Holland opgestelde format,”.

I

Artikel 14 komt te luiden:

Artikel 14 Werkingsduur en overgangsrecht

Deze regeling vervalt op 31 juni 2024 met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel II

De Subsidieregeling energie-infrastructuur op industrieterreinen Zuid-Holland zoals deze luidde op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van dit besluit, blijft van toepassing op subsidies die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit zijn aangevraagd.

Artikel III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Den Haag,18 mei 2021

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. H.M.M. Koek, secretaris

drs. J. Smit, voorzitter

Toelichting bij het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 18 mei 2021, kenmerk PZH-2021-774500661, tot wijziging van de Subsidieregeling energie-infrastructuur op industrieterreinen Zuid-Holland

Algemeen deel

De aanleiding om de Subsidieregeling energie-infrastructuur op industrieterreinen Zuid-Holland te wijzigen is de wens om bedrijven aan te laten sluiten op niet gereguleerde energie-hoofdinfrastructuur en CO2- leiding voor toepassing van CO2 als grondstof.

 

Door het verruimen van de subsidieregeling kunnen bedrijven financieel worden ondersteund opdat zij sneller kunnen overgaan tot het gebruikmaken van nieuwe niet-gereguleerde energievormen of CO2 als op een hoofdinfrastructuur van bijvoorbeeld waterstof of CO2. In de aanvraag dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6 en dat de uitvoering binnen de gestelde termijn kan worden gestart en uitgevoerd door een beschrijving van het project te geven met een tijdsplanning.

De regeling blijft als doel hebben dat er met de gesubsidieerde projecten een duidelijke CO2 winst te behalen valt. Deze CO2 winst is gekoppeld aan de ETS-prijs volgens een formule die is weergegeven in artikel 6. Omdat bij een hogere ETS-prijs de CO2 winst van de subsidie steeds lager wordt, is in de formule een maximum van €30 per ton geïntroduceerd. Op deze manier zal de minimale CO2 winst bij €250K tussen de 9 kton (bij ETS > € 30) en 27 kton (bij ETS < € 10) per project in vijf jaar bedrage. De ETS prijs mag zelf wel hoger of lager zijn, maar we hanteren deze grenzen in de berekening. Op deze manier is de CO2 winst van een project nooit lager dan 9 kton per 5 jaar en de subsidie nooit hoger dan 27,8 euro per ton CO2.

 

Omdat we de regeling ook voor CO2 gebruik in de glastuinbouw willen inzetten wordt het begrip “industrieterreinen” verruimd en wordt hieronder tevens verstaan een glastuinbouwcluster. Het begrip “glastuinbouwcluster” is op genomen bij de begripsbepalingen in artikel 1. Uitsluitend de netbeheerder kan subsidie aanvragen in verband met de aanleg van energieinfra tussen de hoofdinfrastructuur en een glastuinbouwcluster. Helder moet zijn indien de subsidieaanvraag wordt ingediend voor een aansluiting van glastuinbouwbedrijven op een hoofdinfrastructuur hoeveel CO2-reductie toegeschreven kan worden aan het project. Dat betekent dat helder moet zijn voor hoeveel procent bijvoorbeeld de Warmte Kracht Koppeling (WKK) wordt uitgezet. De verhouding inzet WKK voor elektriciteit/warmte en CO2 als grondstof dient te worden aangetoond.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

A

In artikel 1 is de begripsbepaling van “energie-infrastructuur” gewijzigd waardoor het begrip nu ook ziet op het transporteren van CO2, wanneer ingezet als grondstof. In verband met de verruiming van de subsidieregeling zijn de volgende begripsbepalingen ingevoegd: glastuinbouwcluster, Greenhouse Gas Protocol, hoofdinfrastructuur en netbeheerder.

 

B

Het eerste lid van artikel 2 is aangepast in verband met de verruiming van de subsidieregeling wat maakt dat ook subsidie kan worden aangevraagd voor de aanleg van energie-infrastructuur tussen de hoofdinfrastructuur en een glastuinbouwcluster.

 

C.

Op grond van artikel 3, tweede lid, kan subsidie voor de aanleg van energieinfra tussen de hoofdinfrastructuur en een glastuinbouwcluster uitsluitend worden aangevraagd door de netbeheerder.

 

D

In het artikel 4, tweede lid, is verduidelijkt waar een haalbaarheidsonderzoek of een businesscase, die bij de aanvraag moet worden gevoegd, aan moet voldoen. Naast een beschrijving van de zakelijke afweging om de activiteit te beginnen, moet hierin worden aangetoond dat de terugverdientijd van het project meer dan 5 jaar bedraagt en dat de subsidievereisten als bedoeld in artikel 6, te verwezenlijken zijn. Verder moet het haalbaarheidsonderzoek of een businesscase een onderbouwde CO2 reductie bevatten. Voor het bepalen van de CO2-uitstoot van de ondernemingen wordt, net als op nationale schaal, gebruik gemaakt van het internationaal gehanteerde Greenhouse Gas (GHG) van de World Business

Council for Sustainable Development. Dit GHG-protocol onderscheidt drie scopes. Net als voor de landelijke CO2-monitoring, worden enkel de scope 1-emissies van de ondernemingen meegenomen. Dit betreft alle directe CO2-emissies die het gevolg zijn van de verbranding van fossiele brandstoffen van de ondernemingen. Zie eventueel ook: Greenhouse Gas Protocol.

 

E

Artikel 4a regelt dat gedeputeerde staten binnen 13 weken na ontvangst van de subsidieaanvraag beslissen.

 

G

Artikel 6

Aan de formule is een eis toegevoegd dat er met een maximum ETS-prijs van 30 euro per ton wordt gerekend. Op deze manier zal de minimale CO2 winst bij €250K tussen de 9 kton (bij ETS > € 30) en 27 kton (bij ETS < € 10) per project in vijf jaar bedragen. De ETS-prijs mag zelf wel hoger of lager zijn, maar we hanteren deze grenzen in de berekening. Op deze manier is de CO2 winst van een project nooit lager dan 9 kton per 5 jaar.

 

Helder moet zijn, indien de subsidieaanvraag wordt ingediend voor een aansluiting van glastuinbouwbedrijven op een hoofdinfrastructuur, hoeveel CO2-reductie toegeschreven kan worden aan het project. Dat betekent dat helder moet zijn voor hoeveel procent de WKK wordt uitgezet. De verhouding inzet WKK voor elektriciteit/warmte en CO2 als grondstof dient te worden aangetoond.

 

I

Door het wijzigen van artikel 14 wordt te looptijd van de Subsidieregeling energie-infrastructuur op industrieterreinen Zuid-Holland verlengd tot 31 juni 2024.

Naar boven